Raadsvoorstel afwegingskader regionaal functieveranderingsbeleid 2024
Tekst van het document
Bestuurlijk Voorstel raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatie Onderwerp
: : : : : : :
5 november 2024 Robbert Kip 1177087 G.J. van Laar Gemeenteraad Rhenen Openbaar Afwegingskader regionaal functieveranderingsbeleid 2024 bij het (gedeeltelijk) stoppen van agrarische bedrijven.
Voorstel: De gemeenteraad besluit: 1. het afwegingskader Functieveranderingsbeleid 2024 regio Foodvalley regio Amersfoort vast te stellen als basisinstrumentarium voor functieveranderingen in het landelijk gebied; De belangrijkste onderwerpen uit dit kader zijn: de voorwaarden voor een (gedeeltelijke) functieverandering van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’ of naar ‘werken’; de rekenregels bij functieverandering: hoeveel m² moet er gesloopt worden om hoeveel m² voor wonen of werken terug te kunnen bouwen; de bijdrage van €10 per m³ nieuw bouwvolume (wonen) aan het gemeentelijk ontwikkelfonds landelijk gebied. 2. een overgangstermijn op te nemen van 1 jaar vanaf het moment van vaststelling door de gemeenteraad van Rhenen. Inleiding De afgelopen jaren zijn enkele boeren gestopt met hun boerenbedrijf. De verwachting is dat er de komende jaren nog meer boeren zullen stoppen. Voor het moment van stoppen rijst bij de boeren vaak de vraag wat er met het agrarisch perceel en de bebouwing moet gaan gebeuren. Zo kan het voorkomen dat de vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB) wordt gesloopt en er woningen of niet-agrarische bedrijfsgebouwen voor terugkomen. Dit noemen we functieverandering. Dit gaat natuurlijk niet zomaar. Er moet een planologische procedure worden doorlopen. Maar eerst moet worden bekeken welke functie wenselijk of passend is.
En of de desbetreffende locatie hiervoor geschikt is. Tevens worden de randvoorwaarden voor functieverandering bepaald. Denk daarbij aan het slopen van x vierkante meter agrarische bedrijfsbebouwing dat gelijk stond aan de bouw van x woningen en landschappelijke inpassing. In het verleden gingen we daarbij uit van de Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht. De Utrechtse en Gelderse gemeenten in de Regio Foodvalley en de Regio Amersfoort hebben samengewerkt aan een nieuw afwegingskader bij functieverandering. Het afwegingskader gaat uit van een gemeenschappelijke basis voor de sloopmetersystematiek, groencompensatie, voorwaarden voor herbestemming en de kwaliteitsverbetering van het landelijk gebied. Daarnaast biedt het afwegingskader mogelijkheden voor eigen lokale uitwerkingen. Op dit moment is de gemeente gestart met een proces tot vaststelling van een Programma Landelijk Gebied. Als gevolg van het vast te stellen programma worden passende beleidsregels gemaakt voor gebiedsspecifieke uitwerkingen afgestemd op de lokale (ruimtelijke)opgave. Ook zonder deze uitwerkingen kan dit afwegingskader worden vastgesteld. 1
Kaders • Bestemmingsplan Buitengebied uit 2011 en de herziening ervan uit 2013; • Visie op Rhenen 2035 uit 2023; • Omgevingsverordening Provincie Utrecht uit 2024. Beoogd doel Het werken aan een economisch, vitaal en sociaal landelijk gebied met versterkte ruimtelijke kwaliteit in samenhang met omliggende gemeentes. Argumenten 1.1 Het afwegingskader biedt meer rechtszekerheid voor zowel initiatiefnemers, gemeenten als andere belanghebbenden. De uitgangssituatie is op dit moment voor de Gelderse gemeenten en de Utrechtse gemeenten anders. In de Gelderse gemeenten van de Regio Foodvalley is al vanaf 2008 functieveranderingsbeleid van kracht. Daarin werken de gemeenten samen op het gebied van registratie en inzet van sloopmeters. In de Utrechtse gemeenten wordt functieverandering tot nu toe voornamelijk toegepast door middel van maatwerk. Met dit afwegingskader wordt een gemeenschappelijke basis gelegd, waarbij de uitgangspunten voor functieverandering gelijk zijn voor alle deelnemende gemeenten. Dit gemeenschappelijk kader biedt daarom meer rechtszekerheid voor zowel initiatiefnemers, gemeenten als andere belanghebbenden. Hiermee wordt voorkomen dat alle initiatieven met maatwerk worden uitgevoerd.
1.2 Het afwegingskader functieveranderingsbeleid zorgt voor meer ruimtelijke kwaliteit en flexibiliteit in het landelijk gebied Ruimtelijke kwaliteitswinst staat altijd voorop en dat betekent sloop van bebouwing, landschappelijke inpassing van ontwikkelingen en bredere landschappelijke versterking. Bij volledig stoppen biedt het afwegingskader onder voorwaarden mogelijkheden van functieverandering naar ‘wonen’ of ‘werken’. Bij gedeeltelijke beëindiging biedt het afwegingskader onder voorwaarden mogelijkheden voor gedeeltelijk slopen of voor het ontwikkelen van een nevengebruiksfunctie. Bij sloop van overtollige bebouwing dient een berekening plaats te vinden van inzetbare sloopmeters. Om ruimtelijke kwaliteitswinst te behalen voorziet het afwegingskader in een afromingssystematiek. Sloopmeters die na afroming kunnen worden ingezet voor ontwikkelingen, worden geregistreerd door de deelnemende gemeenten en kunnen ook worden uitgewisseld tussen die gemeenten. Daarbij spelen gemeente-, regio- en provinciegrenzen geen rol meer. Hoe meer gemeenten deze methode van gezamenlijke registratie en inzet van sloopmeters onderschrijven, des te groter en flexibeler is de toepasbaarheid van het afwegingskader.
1.3 Het Afwegingskader biedt ruimte voor eigen gemeentelijke uitwerkingen Na een gebiedsanalyse en de gehouden interviews met deelnemende gemeenten en externe stakeholders, werd duidelijk dat de ruimtelijke keuzes die verband houden met functieverandering gemaakt moeten worden door de gemeenten zelf. Het bleek niet mogelijk om dit voor het projectgebied in zijn geheel te doen. Het nu voorliggende afwegingskader voorziet daarom in een gemeenschappelijke basis en ruimte voor lokale gemeentelijke uitwerkingen. Het is aan de gemeenten zelf om in een nadere uitwerking (bijvoorbeeld met het Programma Landelijk Gebied) te bepalen waar welke ontwikkelingen wenselijk zijn en waar niet. Andere aspecten waarvoor gemeenten worden uitgenodigd om een lokale afweging te maken zijn: • Mogelijkheden groencompensatie in plaats van inzet sloopmeters; • Ruimtelijke afweging locaties voor wonen en werken; • Verbrede toepassing binnen wonen/niet-agrarische bedrijvigheid (bijv. woningdifferentiatie); • Verbrede toepassing systematiek inwinning en inzetbaarheid sloopmeters naar andere gebruiksfuncties (bijv. vakantieparken, niet-agrarische bedrijvigheid). Hier moeten we dus nog mee aan de slag.
2
1.4 De Coördinatiegroep VAB wordt ingezet voor kennisdeling en casusbespreking In de Regio Foodvalley wordt al langer gewerkt met een Coördinatiegroep VAB. Deze groep bestaat nu uit ambtenaren van de deelnemende gemeenten en de provincie Gelderland. Deze coördinatiegroep richt zich op kennisdeling en casusbespreking. Deze coördinatiegroep zal worden uitgebreid met de nieuwe Utrechtse deelnemende gemeenten. In de coördinatiegroep monitoren we het functieveranderingsbeleid, bepalen we de koers, houden we de ontwikkelingen van het landelijk gebied in de gaten en bepalen we hoe we het registreren van sloopmeters op een juiste en eenduidige manier kan worden vormgegeven. 1.5 Er is nagenoeg geen risico op staatssteun bij functieverandering In het kader van de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties met piekbelasting (LBV+) is in 2023 juridisch onderzoek gedaan naar het risico van staatssteun bij toepassing van die regeling in combinatie met toepassing van het functieveranderingsbeleid. Toen is geconcludeerd dat het risico van staatssteun nagenoeg niet aanwezig is. Wel is toen in de regio de vraag gesteld of het functieveranderingsbeleid op zich al een risico op staatssteun zou kunnen betekenen. In een memo dat als bijlage (2a en 2b) is toegevoegd wordt geconcludeerd dat de eerder getrokken conclusie door dit afwegingskader niet anders wordt.
1.6 Er heeft participatie plaatsgevonden In circa 1,5 jaar is toegewerkt naar een document waarin de regio’s samen hebben gewerkt aan de totstandkoming van een afwegingskader dat een vaste basissystematiek kent en tegelijkertijd ruimte biedt aan eigen gemeentelijke beleidskeuzes. Door middel van verschillende ambtelijke sessies (afvaardiging vanuit alle 16 gemeenten, 2 provincies en 2 regio’s) en interviews met externe stakeholders (waaronder LTO) is dit afwegingskader tot stand gekomen. Overigens is het nog goed aan te geven dat Provincie Utrecht achter dit beleid staat. Zelf is de provincie nog bezig met VAB-beleid voor de gehele provincie. Het ligt in de lijn der verwachting dat het provinciaal beleid aan zal sluiten op het regionaal afwegingskader. 2.1 Een overgangstermijn zorgt voor een overgangsperiode van het oude naar het nieuwe beleid De afgelopen maanden hebben in Rhenen gesprekken plaatsgevonden met agrariërs. Daarbij is ook gesproken over de mogelijkheden na (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging. Met de vaststelling van dit afwegingskader kan het zo zijn dat de mogelijkheden nu, worden beperkt. Om die reden willen we een overgangstermijn hanteren van één jaar na vaststelling van het afwegingskader. Op die manier voorkomen we dat partijen hun plannen om moeten gooien en tonen we ons een betrouwbare overheid.
In de praktijk vragen we initiatiefnemers binnen één jaar een principeverzoek in te dienen. Hierin wordt door initiatiefnemer de keus gemaakt of voor het oude of nieuwe beleid gekozen wordt. Er kan geen mix gemaakt worden van de verschillende regels in het oude en nieuwe beleid. Kanttekeningen (risico's en nadelen) 1.1 Het afwegingskader kan nadeliger uitpakken voor boeren De Utrechtse gemeenten zijn nu gewend om met maatwerk “ruimte-voor-ruimte” toe te passen voor het terugbouwen van woningen in ruil voor sloop van agrarische opstallen. Hierbij wordt de provinciale regeling gebruikt, waarin een staffeling bij de inzet van sloopmeters is opgenomen: • Minimaal 750 m2 voor de terugbouw van één woning; • Minimaal 2.500 m2 voor de terugbouw van twee woningen; • Minimaal 4.000 m2 voor de terugbouw van drie woningen. Met het nu voorliggende afwegingskader wordt een andere systematiek voorgesteld, waarbij op een andere manier afroming van sloopmeters plaatsvindt. Afhankelijk van de situatie kan dit tot enigszins andere uitkomsten leiden. Het komt er op neer dat met deze nieuwe regeling meer sloopmeters nodig zijn om een woning te kunnen bouwen dan voorheen. Maar daar staat tegenover dat er nog steeds omgeschakeld kan worden naar wonen of andere (stedelijke) functies.
Het grote voordeel van deze nieuwe regeling is, dat het stoppen van een bedrijf en het zoeken naar een “landlocatie” voor woningen niet zozeer meer gekoppeld is. Dit komt door het regionaal sloopregistratiesysteem. Bedrijfsbebouwing wordt dus
3
gesloopt ter bevordering van de ruimtelijke kwaliteit en op een later moment komt op een nader te bepalen locatie een woning terug. Dit hoeft niet op elkaar te wachten. Zoals vermeld kan de agrarische functie ook veranderd worden naar een niet-agrarische functie. Ook in dat geval dient meer gesloopt te worden. De gedachte daarachter is dat goed bekeken moet worden of de aard en omvang van de nieuwe functie passend is in het landelijk gebied. Hoe minder passend, hoe meer er gesloopt moet worden. In het afwegingskader staat benoemd dat een nieuwe functie met een bebouwingsoppervlakte van 500 m² als passend wordt gezien. Wil een initiatiefnemer meer bouwen, dan heeft diegene dus de keus in óf meer slopen óf verplaatsen naar een lokaal of regionaal bedrijventerrein. Daar staat tegenover dat met dit afwegingskader meer dan eerst ingezet wordt het versterken van het landschap en de natuur. En een ander voordeel is dat door de komst van het regionale sloopregistratiesysteem niet beperkt wordt door (de aankoop van) sloopmeters uit alleen de eigen gemeente. Zo wordt meer flexibiliteit geboden. 1.2 Er kan angst ontstaan dat in de ene gemeente meer ruimtelijke kwaliteit wordt geleverd Met het vergroten van het werkingsgebied worden de mogelijkheden voor inzet van sloopmeters verruimd.
Enerzijds vergroot dit de flexibiliteit, anderzijds kan de angst ontstaan dat er in de ene gemeente meer ruimtelijke kwaliteit wordt geleverd dan in de andere gemeente. In het algemeen wordt echter met dit afwegingskader de ruimtelijke kwaliteit in het totale gebied vergroot. De ervaring leert uit de Gelderse praktijk dat de verhouding tussen vraag en aanbod van sloopmeters per gemeente redelijk in evenwicht is. Dat wil zeggen dat er niet onevenredig veel sloopmeters landen in een specifieke gemeente. In de nieuwe situatie zal dit gemonitord blijven worden. Aanvullende financiële notities Het project “beleidsmatige samenwerking en gezamenlijke visievorming” is een onderdeel van het VAB-programma van de regio Foodvalley. Het voorliggende afwegingskader is het eindproduct van dit project. Het afwegingskader is voor 50% gefinancierd door subsidie van de provincie Utrecht en voor 50% vanuit het VAB-programma Foodvalley. Met dit voorstel is geen begrotingswijziging gemoeid. Vervolg Vervolgstappen Het Afwegingskader wordt ter vaststelling aan uw gemeenteraad voorgelegd en ter kennisname gestuurd aan Gedeputeerde Staten van Utrecht. Elke gemeente kan (aanvullende) beleidsuitwerkingen vaststellen waarin de gemeente ontwikkelrichtingen opneemt voor wonen of werken in het landelijk gebied.
Hierbij gaat het om bijvoorbeeld een voorkeursladder voor locaties van nieuwe woonvolumes, ruimtelijke voorwaarden voor niet-agrarische ontwikkelingen of de aanduiding van waardevolle gebieden voor natuur, landschap en cultuurhistorie. Op dit moment is de gemeente gestart met een proces tot vaststelling van een Programma Landelijk Gebied. Als gevolg van het vast te stellen programma worden passende beleidsregels gemaakt voor gebiedsspecifieke uitwerkingen afgestemd op de lokale (ruimtelijke)opgave. Daarnaast is na vaststelling van het RPLG in de verschillende gemeenten is de Regio FoodValley gestart met een aantal no-regret activiteiten. Hiermee krijg het Uitvoeringsprogramma een vliegende start nog voordat het is opgebouwd en vastgesteld. Eén van deze activiteiten is het “Uitwerken van ruimtelijke keuzes uit het RPLG tot (gezamenlijk) inhoudelijk VAB beleid”. Dit initiatief voorkomt dat verschillende gemeenten afzonderlijk vergelijkbare VAB-uitwerkingen met eigen voorwaarden vaststellen. Bovendien is het wenselijk om elkaars kennis en ervaring te benutten, in plaats van dat elke gemeente het wiel opnieuw uitvindt. Dit proces vindt op dit moment plaats.
4
Monitoring of evaluatie De registratie van sloopmeters en de aan- en verkopen daarbij worden per gemeente bijgehouden en periodiek tussen gemeenten onderling gecontroleerd. Ook vindt daarbij een monitoring plaats van de marktsituatie rondom vraag en aanbod van sloopmeters. Daarnaast zal er periodiek afstemming plaatsvinden tussen de deelnemende gemeenten in de Coördinatiegroep VAB. Participatie De uitwerkingen voor de gemeente Rhenen worden onder andere bepaald in het proces naar een Programma Landelijk Gebied. Daarin wordt uitgebreid geparticipeerd. Communicatie Het Afwegingskader is na instemming door beide regio’s ter kennisname toegezonden aan alle betrokken stakeholders. Daarbij is aangegeven dat het ter vaststelling aangeboden wordt aan colleges en gemeenteraden. Daarnaast is het aan elke gemeente afzonderlijk om het afwegingskader te publiceren. We communiceren na vaststelling van het nieuwe beleid. Dit doen we niet alleen in het Gemeenteblad, maar ook in de Rijnpost. Verder willen we graag niet-agrarische bedrijven op agrarische bestemmingen benaderen om hen te informeren over de overgangsperiode. Zodat zij zich kunnen beraden op te nemen stappen voor hun toekomstige bedrijfssituatie.
Bijlagen Bijlage 1: Afwegingskader functieverandering 2024 regio’s Foodvalley en Amersfoort (samengevoegd); Bijlage 1a: Afwegingskader functieverandering 2024 regio’s Foodvalley en Amersfoort Bijlage 1b: Stroomschema functieverandering 2024 Bijlage 1c: Gebiedskenmerken natuur en landschap Bijlage 2a: Memo staatssteun en herziening functiewisselingsbeleid d.d. 5 juni 2024; Bijlage 2b: Verdiepend memo staatssteun d.d. 16 november 2023.
5