CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

PPN2023 digitaal definitief

Raadsvergadering 5 juli 2022, gemeente RhenenBij agendapunt: raadsvoorstel Perspectiefnota 202322.581 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit is noodzakelijk om te voldoen aan de wettelijke eisen en om ervoor te zorgen dat de zorggelden rechtmatig worden besteed. Verwachte kosten 2023 : € 20.000 en vanaf 2024 € 89.000. 4f. Integraal inclusiebeleid Implementatie VN-verdrag mensen met een handicap Gemeenten zijn verplicht om een integraal inclusiebeleid te maken. En daarbij toegankelijkheid en inclusie onderdeel te maken van alle beleidsontwikkelingen op lokaal niveau. Hiervoor wordt een lokale inclusieagenda opgesteld en uitgevoerd in samenwerking met inwoners met een beperking. 31

H 2.3

Programma's

De kosten zijn afhankelijk van de bestuurlijke keuzes en het ambitieniveau van de gemeente Rhenen. Vanaf 2024 wordt structureel minimaal € 10.000 per jaar verwacht. Voor een integrale benadering van inclusie op alle beleidsterreinen van de gemeente via een lokale inclusieagenda is ook beleidsformatie noodzakelijk. Dit vraagt om een uitbreiding van de formatie met 1 FTE. Deze formatie wordt ook ingezet voor de uitvoering van de Wet woonplaatsbeginsel beschermd wonen. Zie punt 4d, onder b. Verwachte kosten 2023 : € 89.000 en vanaf 2024 € 99.000. 4g. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening / vroeg-signalering schulden Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor vroeg-signalering van schulden op grond van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs). Deze wet is met ingang van 1 januari 2021 aangepast. Voor de nieuwe taak is in 2021 een pilot gestart in de gemeenten Rhenen, Veenendaal en Renswoude om te bepalen wat de juiste aanpak is. Op basis van de ervaringen uit de pilot en de ervaringen van andere gemeenten in het land is een plan opgesteld om uitvoering te geven aan deze wettelijke taak. Het doel van vroeg-signalering is dat we problematische schulden voorkomen. Daarbij prefereren we persoonlijk contact boven schriftelijk of telefonisch contact. Om te voldoen aan deze wettelijke taak zijn structureel

extra middelen nodig ten behoeve van formatie binnen het sociaal team (0,2 FTE) en het budgetloket (0,3-0,7 FTE). Gezien de stijgende energieprijzen, de inflatie en de na-effecten van de coronamaatregelen is de verwachting dat het aantal signalen verder zal stijgen. Dat kan betekenen dat in de toekomst (tijdelijk) meer inzet nodig is binnen het sociaal team en het budgetloket. Verwachte kosten: P.M. 4h. Wetswijzigingen Participatiewet In het coalitieakkoord “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” wordt een aantal grote hervormingen in de arbeidsmarkt doorgevoerd, die de bestaanszekerheid van lage en middeninkomens versterken en de lasten verlagen. Er lopen twee met elkaar samenhangende sporen: • onderzoek naar mogelijke aanpassingen in de Participatiewet. • wetsvoorstel “Breed Offensief” dat zich richt op verbeterde arbeidstoeleiding voor mensen uit de Participatiewet. In het voorjaar komt de Minister met een beleidsplan voor de verdere aanpak van de aanpassing van de Participatiewet. De belangrijkste wijzigingen zijn: Afschaffing kostendelersnorm < 27 jaar Het kabinet heeft aangekondigd de kostendelersnorm voor jongeren tot 27 af te schaffen, zodat het aantrekkelijker

wordt voor deze jongeren om bij hun ouders te blijven wonen en zij dus minder snel op de woningmarkt instromen. De Minister heeft in mei 2022 een wijzigingsvoorstel toegezegd. Beoogde ingangsdatum 1 januari 2023. Verhoging minimumloon en koppeling met uitkeringen Het minimumloon wordt in de komende drie jaren stapsgewijs met 7,5% verhoogd. Omdat de koppeling met uitkeringen in stand gehouden wordt zal ook de bijstandsuitkering stijgen. Los van deze ontwikkeling is afgelopen jaar een nieuwe CAO voor werknemers met een doelgroep indicatie tot stand gekomen waardoor de lonen voor deze groep zullen stijgen. Meer mensen naar werk begeleiden Het kabinet wil met sociale partners meer mensen naar werk begeleiden, waaronder ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarbij worden ook het aantal beschutte werkplekken uitgebreid. Investeren in mensen die langdurig afhankelijk zijn van bijstand Er komen meer mogelijkheden om bij te verdienen in de bijstand, er komt meer nadruk op maatwerk en we bieden mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt meer mogelijkheden om aan het werk te gaan.

32

Programma's

Investeringen in de arbeidsmarktinfrastructuur om werk-naarwerk en uitkering naar werk te bevorderen Deze investeringen hebben al een tijdelijke vorm gekregen in het regionaal Mobiliteitsteam. De landelijke good practices zullen worden voortgezet. In de vast te stellen visie op het sociaal domein zal aansluiting gezocht worden bij landelijke ontwikkelingen. Verwachte kosten: P.M. • de vergoeding voor implementatie is verdisconteerd in de vergoeding DVO Sociale Zaken en Werkgelegenheid met Veenendaal • het rijksbudget BUIG zal waarschijnlijk worden aangepast op de verwachte wetswijzigingen • het financiële effect van de nieuwe afspraken met IW4 over de vergoeding beschut werk is nog niet bekend • het financiële effect van de CAO voor werknemers uit de PW is nog niet bekend. Welke ontwikkelingen zien we? Visie sociaal domein In 2022 gaan we aan de slag met de visie op het sociaal domein Rhenen en een nieuw integraal beleidskader. De huidige visie (van 12 november 2013) is geschreven in aanloop naar de decentralisatie van de Participatiewet, Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke Ontwikkeling per 1 januari 2015.

Er zijn ervaringen opgedaan met de nieuwe taken die de decentralisatie met zich meebracht. Ook zijn er wetswijzigingen doorgevoerd of aangekondigd. Er zijn nieuwe taken bijgekomen, zoals uitbreiding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wet verplichte GGZ en Wet Inburgering 2021. Ook de maatschappelijke opgaven blijven volop in ontwikkeling. Trends en ontwikkelingen zoals dubbele vergrijzing, de groeiende kloof tussen arm en rijk en digitalisering hebben allemaal invloed op het welzijn van onze inwoners. De nieuwe bestuursperiode, de visie op Rhenen 2035 en de nieuwe organisatievisie vormen goede uitgangspunten voor actualisatie van de visie op het sociaal domein. Impact Covid 19 De (langdurige) impact van Covid 19 en de gevolgen die inwoners en ondernemers ondervinden worden ondersteund vanuit het Impulsplan Covid 19. Op het terrein van gezondheid, ontwikkeling (jeugd/jongvolwassenen), sociaal-maatschappelijk, onderwijs, zorg, werk/inkomen/schulden en economisch. In 2022 ondernemen we actie op de gevolgen van Covid 19 die op korte termijn zichtbaar zijn. Eind 2022 wordt in beeld gebracht of deze aanpak voldoende is. En of dat er een vervolgaanpak/ langere termijn aanpak vanaf 2023 nodig is. Er zal aansluiting gemaakt worden met de visie op het sociaal domein. Dit wordt concreet gemaakt in een evaluatie en vervolgaanpak van Im-

HH2.3 2

puls (post-)Covid19 in het vierde kwartaal 2022. Verwachte kosten: P.M. Hervormingsagenda jeugd In de begroting 2022-2025 is de hervormingsagenda jeugd aangekondigd. De gemeenten zijn uit het landelijk overleg over de Hervormingsagenda Jeugd gestapt. Daarmee lag het proces stil. Omdat de bezuiniging door het Rijk van 500 miljoen euro nu weer van tafel is, gaat het landelijke proces weer van start. Omgevingswet: een gezonde leefomgeving in relatie tot het Rhenens preventie– en sportakkoord Vanuit het preventie- en het sportakkoord stimuleren we een gezonde en veilige leefomgeving waarbij er meer mogelijkheden zijn voor bewegen, ontspannen en ontmoeten. Om dit te bereiken faciliteert de gemeente een sport -en beweegvriendelijke omgeving en accommodaties. Op 1 januari 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Vanuit de Omgevingswet wordt het eenvoudiger om de doelen in het lokale preventie- en sportakkoord te bevorderen door integrale samenwerking en afstemming tussen het fysiek en sociaal domein bij ruimtelijke plannen te organiseren. En door

33

H 2.3

Programma's

vroegtijdige betrokkenheid vanuit het sociaal domein bij de ontwikkeling van omgevingsplannen en andere ruimtelijke regels. Verwachte kosten: Preventie-akkoord 2023 € 15.000 en vanaf 2024 € 25.000 per jaar Sport-akkoord 2023 € 80.000 en vanaf 2024 € 60.000 per jaar Uitbreiding formatie beleid met 0,8 FTE ten behoeve van integrale samenhang € 71.000 per jaar

Overzicht baten en lasten (x € 1.000) Programma 4 – Sociaal maatschappelijk Beleidsvoornemens Totaal

2023

2024

2025

2026 Geraamd resultaat

Saldo van baten en lasten

Mutaties reserves

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

19.105 N

42 V

19.063 N

19.091 N

19.337 N

19.383 N

224 N

0N

224 N

303 N

303 N

303 N

19.329 N

42 V

19.287 N

19.394 N

19.640 N

19.686 N

WMO/Jeugdwet: investeren in preventie en verstevigen sociale basis Vanuit zowel de WMO als de Jeugdwet hebben gemeenten de taak om problemen bij (kwetsbare) inwoners te voorkomen bij het opgroeien of het zelfstandig wonen en leven. Om dit te bereiken is het van belang om de sociale basis te borgen en waar nodig te verstevigen. Daarbij gaat het om doorontwikkeling werkplaats de Steiger, uitbreiding van het Talenthouse (naar Rhenen en Achterberg), het bevorderen van inloopactiviteiten bij de buurthuiskamers en accommodaties en faciliteren alsook accommoderen van activiteiten voortvloeiend uit het versterken van de sociale basis (zoals accommodatie gebonden jongerenwerk). Deze activiteiten worden tot op heden met incidentele middelen bekostigd. Daarnaast is het noodzakelijk dat er naast het sociaal beheer (programmering) van de accommodaties ook wordt voorzien in het facilitair beheer van de accommodaties Het Bestegoed en Westpoort. Verwachte kosten: Verstevigen van de sociale basis: inzet van personeel en budget voor activiteiten (inclusief huur) vanaf 2023 € 250.000 per jaar. Facilitair beheer accommodaties: uitbreiding formatie met 1 FTE vanaf 2023 € 47.500 per jaar. Wat kost het? 34

Programma's

HH2.3 2

2.3 Programma 5 Economie & toerisme Maatschappelijk doel De gemeente Rhenen streeft naar een duurzame toeristische en economische groei / positie op zowel lokaal als regionaal niveau met inachtneming van de kwaliteit van de leefomgeving. Wat doen we nu? Tot de reguliere activiteiten behoren onder meer: het ondernemersklimaat, de markten, evenementen, cultuur, het monumentaal vastgoed (Cuneratoren, stadsmuren), de lokale omroep, de VVV, Kwintelooijen en de passantenhaven. Wat gaan we nog meer doen Op dit moment zijn er geen concrete beleidsvoornemens. Wel zien we een aantal ontwikkelingen, die in de toekomst financiële middelen zullen vragen. De ontwikkelingen zijn hieronder uitgewerkt.

Naast het personeelstekort heeft de horeca te maken met een extreme prijsstijging van grondstoffen. Veel ondernemers zijn genoodzaakt deze prijsstijging door te berekenen aan de consument. Echter, dit kan tegelijkertijd de consument afschrikken. De horeca is een substantieel onderdeel van de lokale economie en het toeristische profiel. Het is daarom van belang om de horeca te ondersteunen. Een éénmalige verlichting van de in de coronacrisis opgelopen financiële achterstand helpt de ondernemers om de twee moeilijke jaren af te sluiten en vooruit te kijken. Een structureel budget

helpt om tijdens potentiële toekomstige crisissituaties direct adequaat te reageren, in plaats van achteraf. Verwachte kosten: € 15.000 incidenteel (2023) € 10.000 per jaar Evenementen In het verlengde van de horeca hebben evenementenorganisatoren met vergelijkbare uitdagingen te kampen. Het gros van de evenementen heeft afgelopen twee jaar niet of in aangepaste vorm plaatsgevonden. In 2022 zijn de coronarestricties voor evenementen opgeheven. Echter, het tekort aan personeel en de stijgende inkoopkosten bemoeilijkt het organiseren van een (bovenlokaal) evenement. Daarnaast belemmert het huidige economische klimaat om (lokale) sponsors te binden aan evenementen, waardoor de kosten voor de organisatoren nog verder oplopen. Evenementen houden onze samenleving levendig en zorgen voor verbinding tussen onze inwoners. Ook vanuit het oogpunt van recreatie en toerisme zijn evenementen voor Rhenen belangrijk. Naast vele kleinere activiteiten en initiatieven zijn er de belangrijke grootschalige evenementen, zoals Koningsdag, de Trekkertrek Achterberg, de Rijnweek en de Cuneradag. Deze evenementen zorgen voor saamhorigheid en versterken het profiel van Rhenen als (regionale) trekpleister. De aanwe-

Ge

zo ch t:

Welke ontwikkelingen zien we? Nasleep corona: onzekere tijden voor de horeca en de organisatie van (grote) evenementen onder druk. Horeca De coronacrisis heeft de afgelopen twee jaar een aanzienlijke impact gehad op de horecaondernemingen en -ondernemers. De verschillende lockdowns en overige maatregelen hebben bij veel ondernemingen de bedrijfsvoering negatief beïnvloed.

Horecabezoek werd getemperd door de ingevoerde maatregelen. Over verschillende (lockdown)periodes waren horecazaken verplicht om fysiek te sluiten. Sinds begin 2022 zijn de maatregelen voor de horeca volledig afgeschaft. Dit betekent dat de horeca weer op de gebruikelijke manier kan opereren. Echter, de sector kampt met de naweeën en dit brengt onzekerheid met zich mee voor de toekomst. Tijdens de coronacrisis is veel horecapersoneel overgestapt naar andere sectoren. Deze overstappers keren niet (direct) terug nu de horecasector weer open is. Dit resulteert in een tekort aan horecapersoneel. Dit tekort heeft niet alleen invloed op de kwaliteit van de service, ook zorgt het voor beperking in de openingstijden. Sommige ondernemers zien zich zelfs genoodzaakt om extra dagen te sluiten vanwege gebrek aan personeel.

35

H 2.3

Programma's

zigheid van deze evenementen heeft directe invloed op lokale ondernemers, stichtingen en verenigingen. De stakeholders profiteren van de bezoekers van deze activiteiten en evenementen. De gemeente probeert zoveel mogelijk initiatieven mogelijk te maken. Bijvoorbeeld door hand-en-spandiensten en het beschikbaar stellen van materiaal, zoals dranghekken, kliko’s, vlaggen, vlaggenmasten, et cetera. Daarnaast bestaat er voor de kleinere evenementen/activiteiten de mogelijkheid om, onder voorwaarden, een financiële bijdrage te krijgen vanuit het Initiatievenfonds van de gemeente. Vanuit het Impulsplan (post-)Covid-19, vastgesteld op 25 januari 2022, is er budget beschikbaar om in 2022 evenementen financieel te ondersteunen. Als gevolg hiervan is een tijdelijke subsidieregeling van eenmalig € 50.000 beschikbaar gesteld voor de financiële ondersteuning van evenementen. Voor de grotere evenementen (B- & C-categorie) zijn eerdergenoemde fondsen niet altijd toereikend. Daarom wordt geadviseerd om een budget voor evenementen in de begroting op te nemen. Zodat ook evenementen uit een grotere categorie gefaciliteerd kunnen worden. Door de restricties van de afgelopen twee jaar en de daaraan gekoppelde opgelopen kosten kunnen sommige evenementenorganisaties nauwelijks het hoofd boven water houden. Dit is zorgelijk en onwenselijk.

De gemeente Rhenen wil graag een bijdrage leveren, zodat mooie tradities zoals de Rijnweek en Koningsdag doorgang kunnen blijven vinden. Die ondersteuning kan op verschillende manieren plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan het leveren van extra gemeentelijke capaciteit, mogelijke subsidies voor grotere evenementen en extra mogelijkheden om evenementen te faciliteren. Verwachte kosten: € 50.000 incidenteel (2023) € 100.000 per jaar

Wat kost het? Overzicht baten en lasten

2023

2024

2025

2026

Saldo van baten en lasten

Mutaties reserves

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Programma 5 – Economie & toerisme

1.191 N

33 V

1.158 N

1.109 N

1.108 N

1.107 N

Beleidsvoornemens

0N

0N

0N

0N

0N

0N

1.191 N

33 V

1.158 N

1.109 N

1.108 N

1.107 N

(x € 1.000)

Totaal

36

Programma's

HH2.3 2

2.3 Programma 6 Veiligheid & handhaving Maatschappelijk doel Rhenen is een gemeente waar inwoners, bezoekers en ondernemers veilig zijn en zich veilig voelen. Wat doen we nu? Tot de reguliere activiteiten behoren onder meer: Openbare orde & veiligheid. de criminaliteitsaanpak, ondermijning, buurtbemiddeling, demonstraties, brandweerzorg, crisisbeheersing en geneeskundige zorg.

Wat kost het? Overzicht baten en lasten (x € 1.000) Programma 6 – Veiligheid & handhaving Beleidsvoornemens Totaal

2023

2024

2025

2026

Saldo van baten en lasten

Mutaties reserves

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

2.312 N

56 V

2.256 N

2.271 N

2.270 N

2.270 N

0N

0N

0N

0N

0N

0N

2.312 N

56 V

2.256 N

2.271 N

2.270 N

2.270 N

Handhaving Toezicht, juridische en bestuurlijke handhaving en de taken van de boa’s. Wat gaan we nog meer doen? Op dit moment zijn er geen concrete beleidsvoornemens. Wel zien we ontwikkelingen, die in de toekomst financiële middelen zullen vragen. De ontwikkelingen zijn hieronder benoemd. Welke ontwikkelingen zien we? De nieuwe Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging zullen gevolgen hebben voor toezicht en handhaving. Er is nog geen indicatie te geven van de (extra) kosten die dit met zich mee zal brengen.

37

H 2.3

Programma's

2.3 Programma 7 Algemene dekkingsmiddelen Doel In dit programma zijn de middelen verantwoord, die vooraf geen bepaald bestedingsdoel hebben of niet toe te rekenen zijn aan de inhoudelijke programma’s. Voorbeelden hiervan zijn: belastingen, uitkeringen uit het gemeentefonds, treasury, dividend en onverdeelde lasten (stelposten).

Wat kost het?

Wat doen we nu? Tot de reguliere activiteiten horen onder meer:

Beleidsvoornemens

Overzicht baten en lasten (x € 1.000) Programma 7 – Algemene dekkingsmiddelen Totaal

2023

2024

2025

2026

Saldo van baten en lasten

Mutaties reserves

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

Geraamd resultaat

36.995 V

21 V

37.016 V

36.577 V

37.855 V

35.129 V

0N

0N

0N

0N

0N

0N

36.995 V

21 V

37.016 V

36.577 V

37.855 V

35.129 V

Belastingen Alle belastingopbrengsten en de dienstverleningsovereenkomst uitvoering belastingen met de gemeente Ede. Overige dekkingsmiddelen Uitkeringen uit het gemeentefonds, rentelasten en vennootschapsbelasting. Wat gaan we nog meer doen? Op dit moment zijn er geen concrete beleidsvoornemens. Welke ontwikkelingen zien we? Op dit moment zijn er geen concrete ontwikkelingen.

38

Beleidsbegroting

H3 FINANCIËLE BEGROTING

H2

De financiële begroting bestaat uit (een toelichting op): 3.1 Uitgangspunten 3.2 Financieel beeld 2023 - 2026 3.3 Exploitatie 2023 - 2026 3.4 Geprognosticeerde balans 2023 - 2026 39

3.1 Uitgangspunten 3.1.1 Inleiding Dit onderdeel gaat over de uitgangspunten die in deze nota zijn gebruikt bij het opstellen van de ramingen 2023 tot en met 2026. De raad heeft in de financiële verordening besloten deze uitgangspunten ook te hanteren bij het opstellen van de begroting 2023 inclusief de meerjarenraming 2024-2026. Omdat de economische ontwikkelingen onzeker zijn, zal het college deze uitgangspunten bij het opstellen van de begroting opnieuw tegen het licht houden. Over eventuele aanpassingen zult u vanzelfsprekend worden geïnformeerd. 40

Uitgangspunten

Nr.

Exploitatie en balans

1.

Loon en prijs-ontwikkelingen

Indexering

Toelichting

1.1 Loonindexering

2023: 3,80% 2025: 4,55%

2024: 4,65% De loonstijgingen zijn gebaseerd op de prognose van het Centraal Planbureau voor het percentage prijs overheids2026: 4,35% consumptie beloning werknemers (CEP maart 2022). Dat percentage is verhoogd met 0,50% voor de werkgeverslasten en 0,25% voor de incidentele loonontwikkeling.

1.2 Prijsontwikkeling

Jeugd maatwerk 2023: 4,61% 2025: 3,93%

De prijsontwikkelingen bij jeugd maatwerk zijn gebaseerd op het OVA percentage. De percentages zijn afkomstig van 2024: 3,60% de Nederlandse zorgautoriteit en van de prognoses van het Centraal Planbureau (CEP maart 2022). De aangegeven 2026: 3,76% percentages zijn gebaseerd op t-1. Het gepresenteerde percentage 2023 is de verwachte prijsontwikkeling in 2022. Dit is overeenkomstig de afspraken die hierover in regionaal verband zijn gemaakt.

Overig: 2023: 2,30% 2025: 2,40% 2.

2024: 2,40% De prijsontwikkelingen bij de overige budgetten zijn gebaseerd op de prognose van het Centraal Planbureau voor de 2026: 1,90% prijs materiële overheidsconsumptie (CEP maart 2022).

Rente en renteomslag

2.1 Rente kortlopende geldleningen

2023-2026: 0,00%

Het percentage is gebaseerd op een kortlopende geldlening van 1 jaar.

2.2 Rente langlopende geldleningen 2023-2026: 2,00%

Het percentage is gebaseerd op de rente van een 30 jarige lineaire geldlening (peildatum eind mei).

2.3 Rente grondexploitatie

2023-2026: 1,63%

Het percentage is overeenkomst de financiële wet- en regelgeving gebaseerd op het gewogen gemiddelde percentage van de geldleningen op 1-1-2023. Dit percentage is vervolgens gerelateerd aan de verhouding vreemd vermogen / totaal vermogen.

2.4 Rente omslagpercentage

2023-2026: 1,41%

Het renteomslagpercentage is berekend door de centraal verantwoorde rentelasten te verminderen met de rentebaten en de rente die wordt toegerekend aan de grondexploitatie. De uitkomst daarvan wordt gerelateerd aan de boekwaarde van de vaste activa. Met het renteomslagpercentage worden de rentelasten toegerekend aan de (deel)programma’s.

3.

H 3.1

Overige uitgangspunten

3.1 Gewogen inflatiepercentage

2023: 4,89% 2025: 2,94%

2024: 2,96% 2026: 2,51%

Het gewogen inflatiepercentage is een combinatie van de verwachte prijs- en loonontwikkeling. In het percentage 2023 is ook rekening gehouden met het effect van de nacalculatie van 2022.

3.2 Indexering subsidies

2023: 2,30% 2025: 2,40%

2024: 2,40% In de ramingen is rekening gehouden met een indexering van de subsidies met de prijs materiële overheids2026: 1,90% consumptie. Zie ook 1.2.

3.3 Volumegroei jeugd, WMO, schulden en armoede

In de ramingen voor de WMO, Jeugd, schulden en armoede is voor de jaren 2023 tot en met 2026 geen rekening gehouden met volumegroei.

3.4 Uitkering gemeentefonds

In de ramingen zijn de gevolgen van de meicirculaire 2022 meegenomen.

3.5 Overheadpercentages

2023 tot en met 2026: 88% en 57%

In de tarieven voor de bestemmingsheffingen is rekening gehouden met de volgende overheadpercentages: 1. Medewerkers gemeentehuis: 88% 2. Medewerkers Remmerden: 57%

41

3.2 Financieel beeld De financiële begroting bestaat uit (een toelichting op): 3.2.1 Inleiding 3.2.2 Resultaten 3.2.3 Financiële positie 42

Financieel beeld

3.2.1 Inleiding Een gezonde financiële huishouding is cruciaal om te kunnen investeren in de samenleving. Het gemeentelijk huishoudboekje moet dus op orde zijn. De afgelopen jaren had de gemeente een solide financiële positie. Deze positie werd bevestigd door de provincie als toezichthouder en door de accountant. In dit onderdeel gaan we in op de begrotingsresultaten 2023-2026 en staan we op basis van een aantal kengetallen stil bij de ontwikkeling van de financiële positie.

De resultaten laten met uitzondering van het jaar 2026 forse voordelen zien. 2023: € 1.963 V 2025: € 2.620 V 2024: € 1.506 V 2026: € 147 N De voordelen zijn vooral het gevolg van de uitkomsten van de meicirculaire 2022*. Verder zijn de begrotingsresultaten vrijwel volledig structureel van aard. Dat is gunstig voor het bepalen van het toezichtregiem door de provincie. * Een toelichting op de gevolgen van de meicirculaire ontvangt u middels een afzonderlijke informatienota. De hiervoor gepresenteerde resultaten hebben zich na de vaststelling van de begroting 2022 inclusief de meerjarenraming 2023 - 2025 als volgt ontwikkeld: Ontwikkeling resultaten 2023 - 2026 (x 1.000)

lasten (voorheen resultaat voor bestemming) en het geraamd resultaat (voorheen resultaat na bestemming). Het verschil tussen de beide resultaten zit in de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. De gemeenteraad is bevoegd om binnen bepaalde voorwaarden de reserves meer of minder in te zetten ten gunste van de exploitatie. Uitsplitsing geraamd resultaat in het saldo van baten en lasten en mutaties reserves Uitsplitsing jaren 2023 - 2026 (x 1.000)

3.2.2 Resultaten 2023 - 2026

Meerjarenraming 2023 - 2026

Vastgestelde Wijzingen Geraamd wijzigingen perspectief- resultaat tot en met april nota

Geraamd resultaat

Saldo van baten en lasten

Mutaties reserves

2023

1.963 V

1.676 V

287 V

2024

1.506 V

1.273 V

233 V

2025

2.620 V

2.337 V

283 V

2026

147 N

381 N

234 V

Voor een oordeel over de financiële positie van de gemeente wordt het resultaat vaak onderverdeeld in een structureel en incidenteel resultaat. Een voordelig structureel resultaat laat zien dat de structurele lasten volledig zijn gedekt met structurele baten. Een voordelig structureel resultaat speelt een belangrijke rol bij het bepalen van het toezichtregiem door de provincie. Uitsplitsing geraamd resultaat in een structureel en incidenteel resultaat Uitsplitsing jaren 2023 - 2026 (x 1.000)

Geraamd resultaat

Structureel resultaat

Incidenteel resultaat

2023

11 V

150 V

1.802 V

1.963 V

2024

53 V

136 V

1.317 V

1.506 V

2023

1.963 V

1.908 V

55 V

2025

51 V

320 V

2.249 V

2.620 V

2024

1.506 V

1.490 V

16 V

2026

51 V

320 V

518 N

147 N

2025

2.620 V

2.604 V

16 V

* Vertrekpunt 2026 is gelijk aan 2025

2026

147 N

163 N

16 V

De belangrijkste bijstellingen die zich bij de uitwerking van de perspectiefnota hebben voorgedaan betreffen de gevolgen van de meicirculaire 2022 en de verwerking van de hogere loon- en prijsontwikkelingen.

Een uitgebreide toelichting van de structurele resultaten volgt hierna bij de toelichting op de financiële positie.

Nadere toelichting resultaten 2023 - 2026 In het resultaat van een gemeente kan op verschillende manieren een onderscheid worden aangebracht. De financiële regelgeving maakt een verschil tussen het resultaat van baten en

H 3.2

Overzicht incidentele baten en lasten

43

H 3.2

Financieel beeld

Gemeentefonds

2

Meicirculaire 202

Meicirculaire 2022 De resultaten van de meicirculaire vallen over de periode tot en met 2025 zeer positief uit. Het kabinet Rutte IV gaat in de jaren tot en met 2025 meer uitgeven. Tot en met 2025 geldt voor de groei van het gemeentefonds de methodiek dat wanneer de rijksuitgaven stijgen, het gemeentefonds evenredig meegroeit. Omgekeerd geldt hetzelfde: dalen de rijksuitgaven als gevolg van bezuinigingen, dan daalt het gemeentefonds evenredig mee. Dit noemen we ook wel de accressystematiek. De verwachte hogere uitgaven bij het Rijk zien we in de meicirculaire terug in een hogere uitkering uit het gemeentefonds. Deze stijging omvat ongeveer € 1 miljard in 2022 en loopt op tot ongeveer € 5 miljard in 2025. Een nadeel van deze systematiek is dat het beeld van de rijksuitgaven tussen mei en september vaak fluctueert. Vanaf 2026 is een andere accresssytematiek van toepassing. Daarom heeft het Rijk het accres in dat jaar vastgezet op € 840 miljoen. Dit bedrag wordt jaarlijks alleen bijgesteld met de loon- en prijsbijstelling. Hiermee beoogd het Rijk een stabielere ontwikkeling van de uitkering uit het gemeentefonds. De meicirculaire laat voor onze gemeente de volgende uitkomsten zien: 2023: € 2.814.000 V 2024: € 3.012.000 V 2025: € 4.160.000 V 2026: € 2.281.000 V In deze uitkomsten zitten ook de effecten van de hogere inflatie.

In welke mate de hogere prijsen looninflatie is afgedekt in de perspectiefnota zal de komende periode moeten blijken. Voor de gehanteerde uitgangspunten verwijzen wij u naar pagina 40. Het Centraal Planbureau verwacht dat het Rijk de voorgenomen ambities met enige vertraging zal realiseren. Dit betekent dat de uitgaven van het Rijk lager zullen uitvallen dan nu in de Voorjaarsnota is gepresenteerd. Gemeenten zien dat effect direct terug in een lagere uitkering uit het gemeentefonds. Uit ons netwerk horen wij dat gemeenten moeten waken om niet in de valkuil te stappen van het blindstaren op het hogere accres, om de bestuurlijke ambities te realiseren. Vanuit dat perspectief is enig voorbehoud bij het inzetten van de financiële ruimte op zijn plaats.

3.2.3 Financiële positie Conclusie financiële positie De financiële positie van de gemeente is redelijk tot goed te noemen. Voor de jaren 2023-2025 is sprake van forse voordelige resultaten. Deze liggen tussen de € 1,5 en € 2,7 miljoen per jaar. In 2026 slaat het voordelige resultaat om in een tekort van bijna € 150.000. De structurele resul44

Financieel beeld

taten laten voor die jaren hetzelfde beeld zien. Het kengetal over het weerstandsvermogen is in deze rapportage niet geactualiseerd, maar was in de jaarstukken 7,2. Verder zijn er nauwelijks risico’s bij de grondexploitaties. Tenslotte zien we een gunstige ontwikkeling bij het kengetal over de belastingcapaciteit. Ten opzicht van de jaarstukken 2021 neemt de ruimte toe met 15%. Tegenover dit positieve beeld staan de oplopende schuldquotes. Deze bewegen zich de komende jaren naar waarden die landelijk als meest risicovol worden aangemerkt. Door de oplopende schuldquotes zien we een daling van de solvabiliteit. Hierdoor beweegt het kengetal over de solvabiliteit zich van de categorie minst risicovol naar de categorie neutraal. De oplopende schuldquotes en de dalende solvabiliteit vragen de komende jaren zeker aandacht. Belangrijk is echter dat we de rentelasten die met de schulden samenhangen kunnen betalen. Niet alleen nu, maar ook in de toekomst.

NB. Enige relativering bij de ontwikkeling van de schuldquotes en de solvabiliteit is op zijn plaats. Het gepresenteerde beeld is een momentopname. Verder vertegenwoordigt de balans van de gemeente geen volledig beeld van de vermogenspositie. Dit hangt samen met de specifieke wet- en regelgeving. Op dit moment wordt de vaste activa gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Deze regelgeving zorgt ervoor dat een deel van het bezit zoals gronden niet op de balans staan. Ook mag de gemeente haar bezit niet herwaarderen. Tenzij er sprake is van een duurzame waardevermindering. Op dat moment dient een afwaardering van het bezit plaats te vinden. Hiertegenover staat dat gemeenten investeringen met een maatschappelijk nut wel mogen activeren. Deze investeringen leveren in het economisch verkeer echter nauwelijks geld op. Dit doet echter niets af aan de trend die we signaleren

Kengetallen gemeente Rhenen Kengetal ultimo jaar

H 3.2

“Normen” GTK 2020 provincie*

PPN 2023

PPN 2023

PPN 2023

PPN 2023

JRR 2020

JRR 2021

VJR 2022

2023

2024

2025

2026

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

1 Structurele exploitatieruimte

-0,2%

5,6%

-0,4%

3,6%

2,8%

4,8%

-0,3%

>0%

0%

<0%

2.1 Netto-schuldquote

72%

67%

87%

90%

115%

118%

125%

<90%

90%-130%

>130%

2.2 Netto-schuldquote gecorrigeerd

60%

56%

79%

84%

109%

112%

119%

<90%

90%-130%

>130%

3 Weerstandsvermogen

3,6

7,2

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

>1,0

0,8 ≤ x < 1,0

<0,8

4 Grondexploitatie

0,3%

0,1%

1,0%

-0,6%

-0,3%

-0,8%

0,0%

<20%

20%-35%

>35%

5 Belastingcapaciteit

105%

110%

95%

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

<95%

95%-105%

>105%

6 Solvabiliteitsratio

36%

35%

31%

30%

26%

25%

24%

>50%

20%-50%

<20%

*GTK: Gemeenschappelijk financieel toezichtkader 2020 van de provincies

Toelichting financiële kengetallen

Een uitgebreidere toelichting op de financiële kengetallen kunt u opvragen door op de link te drukken.

Toezicht provincie Om in aanmerking te komen voor het gewenste repressief toezicht van de provincie dient de begroting in ieder geval reëel en structureel sluitend te zijn. Structureel sluitend betekent dat de structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. De provincie toetst dit uitgangspunt op basis van het 1e jaar. Vertoond dat jaar een tekort dan wordt het laatste jaar hierop beoordeeld.

Als de nieuwe (meerjaren)begroting wederom het 1e jaar een tekort vertoond, dan dienen de laatste 2 jaar reëel en structureel sluitend te zijn. Het huidige financieel beeld laat met uitzondering van 2026 voordelige structurele resultaten zien. Op basis van het huidige financiële beeld lijkt de verwachting gerechtvaardigd dat onze gemeente in aanmerking zal komen voor repressief toezicht. 45

46

3.3 Exploitatie

Het onderdeel exploitatie is opgebouwd uit: 3.3.1 Inleiding 3.3.2 Exploitatie 3.3.3 Toelichting op de exploitatie

47

H 3.3

Exploitatie

3.3.1 Inleiding

3.3.2 Exploitatie

De exploitatie van een gemeente bestaat uit de baten en lasten inclusief reserves van zeven programma's. Een programma is een samenhangende verzameling van activiteiten. Deze worden uitgevoerd om de beoogde bestuurlijke doelen binnen een programma te realiseren.

Ontwikkeling geraamd resultaat per programma In onderstaande tabel is per programma de samenstelling van het geraamd resultaat gepresenteerd. Het geraamd resultaat bestaat het saldo van baten en laten minus de mutaties reserves. Het totaal geraamd resultaat is gelijk aan het begrotingsresultaat over 2023.

Een belangrijk onderdeel van de perspectiefnota is het actualiseren van de budgetten van de meerjarenbegroting 2022 inclusief de vastgestelde wijzigingen. Dit is nodig om tijdig te kunnen anticiperen op mogelijke tekorten of inzicht te krijgen in een positieve ontwikkeling van het resultaat. Tekorten dienen bij het opstellen van de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 te zijn opgelost. Financiële ruimte biedt extra ruimte om incidenteel of structureel te kunnen investeren in bestuurlijke ambities of het versterken van de vermogenspositie. Het is belangrijk om in de afwegingen de risico’s en onzekerheden die op dat moment bekend zijn erbij te betrekken. De budgetten zijn in april/mei 2022 beoordeeld. Dit is gebeurd in gesprekken met de budgetverantwoordelijk medewerkers waarbij de inzichten zijn verwerkt in de nieuwe prognoses. Hierbij is rekening gehouden met de realisatie van het lopende jaar en met de structurele effecten van de jaarstukken 2021. In de gepresenteerde resultaten zijn ook de effecten van de meicirculaire 2022 verwerkt. Hoewel de nieuwe prognose op een zorgvuldige manier tot stand is gekomen blijft het moeilijk om sommige budgetten vooraf goed te voorspellen. Voorbeelden hiervan zijn de open einde regelingen en de fluctuaties in de uitkering uit het gemeentefonds.

Overzicht baten en lasten

2023

Geraamd

(€ x 1.000)

Saldo van B&L

Reserves

resultaat

Programma 1 - Bedrijfsvoering

8.510 N

42 V

8.468 N

Programma 2 - Dienstverlening

675 N

0N

675 N

Programma 3 - Fysiek

3.526 N

93 V

3.432 N

Programma 4 - Sociaal maatschappelijk

19.105 N

42 V

19.063 N

Programma 5 - Economie & toerisme

1.191 N

33 V

1.158 N

Programma 6 - Veiligheid & handhaving

2.312 N

56 V

2.256 N

Programma 7 - Algemene dekkingsmiddelen

36.995 V

21 V

37.017 V

Totaal

1.676 V

287 V

1.963 V

Het overzicht van de baten en lasten 2023 per deelprogramma en product kunt u opvragen door op de link te drukken. Het overzicht van baten en lasten 2024-2026 per programma kunt u opvragen door op de link te drukken.

Het overzicht 2024-2026 per deelprogramma en product kunt u opvragen door op de link te drukken.

Overzicht 2023 per deelprogramma en product

Overzicht 2024 - 2026 per programma

Overzicht 2024-2026 per deelprogramma en product

48

Exploitatie

3.3.3 Toelichting op de exploitatie

H 3.3

Over deze meerjarenraming is de raad geïnformeerd bij de behandeling van de begroting 2022. Ter vergelijking van de cijfers 2023 zijn ook de cijfers van de begroting 2022 na de voorjaarsrapportage en de jaarrekening 2021 gepresenteerd. Na ieder programma is een financiële toelichting opgenomen van de financiële bijstellingen die bij de Perspectiefnota hebben plaatsgevonden. Daarbij vormt de financiële de bijgestelde meerjarenraming 2023 uit de begroting 2022 het uitgangspunt.

In dit onderdeel zijn per programma de financiën gepresenteerd en is een toelichting gegeven van de bijstellingen die in deze nota hebben plaatsgevonden. In onderstaande tabellen zijn per programma de ontwikkeling van de financiën gepresenteerd. Het vetrekpunt wordt gevormd door de meerjarenraming 2023-2025 uit de begroting 2022. Programma 1 - Bedrijfsvoering

Begroting 2022 - boekjaar 2023 (x € 1.000)

Begroting 2022

Jaarrekening 2021

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 april

wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen voorjaarsnota

werkelijk

Baten

60 V

51 N

4N

57 V

87 V

47 V

Lasten

8.084 N

28 N

455 N

8.567 N

8.813 N

7.680 N

Saldo van baten en lasten (A)

8.023 N

28 N

459 N

8.510 N

8.726 N

7.634 N

Onttrekking uit reserves

42 V

0N

0N

42 V

379 V

255 V

Toevoeging aan reserves

0N

0N

0N

0N

0N

144 N

Mutaties reserves (B)

42 V

0N

0N

42 V

379 V

111 V

7.981 N

28 N

459 N

8.468 N

8.347 N

7.523 N

Geraamd resultaat (A+B)

Overzicht vastgestelde wijzigingen per 1 april

PROGRAMMA 1 - BEDRIJFVOERING Toelichting verschil saldo baten en lasten (A)

Tabel per deelprogramma en product

(€ x 1.000)

1. Verschuiving van receptie naar bestuurssecretariaat 51 N We zetten ons in om onze dienstverlening verder te verbeteren. Daarom zijn we vanaf 1 april een pilot gestart met een KlantContactCentrum* op afstand. De eerste resultaten hiervan zijn positief. Verder zullen we in de toekomst bij de receptie een digitaliseringsslag gaan maken. Daarnaast zien we dat de personeelsbezetting bij het bestuurssecretariaat de afgelopen jaren kwetsbaar is gebleken. Gelet op deze ontwikkelingen is een deel van de formatie van de receptie ondergebracht bij het bestuurssecretariaat. * We maken hierbij gebruik van de diensten van Social Plus. Zij bieden kansen aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

2. Kosten (voormalig) wethouders 30 N Actualisatie kosten voormalig wethouders waaronder APPA ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Betreft kosten premie opbouw APPA plan kapitaal en risico wethouders. Vanaf 2025 is het nadeel lager. 3. Ontwikkelingen formatie bedrijfsvoering 97 N De personele kosten bedrijfsvoering zijn vanaf 2023 met 97.000 toegenomen. Het aantal managers is in de nieuwe organisatievisie teruggebracht om een extra kwaliteitsimpuls te realiseren en de werkdruk bij de medewerkers te verminderen. Het vrijgekomen budget van € 101.500 is 49

H 3.3

Exploitatie

ondergebracht in deelprogramma 7.2 “Overige algemene dekkingsmiddelen”. De formatie bij personeel en organisatie is structureel uitgebreid met 1,4 FTE. Hiervan is 0,9 FTE toegevoegd aan het onderdeel organisatie/participatie. De afgelopen jaren zien we dat de werkzaamheden sterk zijn toegenomen. Dit geldt ook voor de werkzaamheden bij personeelszaken. Daar heeft een uitbreiding plaatsgevonden van 0,5 FTE. In de huidige arbeidsmarkt nemen de werkzaamheden op gebied van werving en selectie toe. Verder zullen we een een impuls moeten geven aan de digitalisering. De kosten van de personele uitbreiding van 98.500 zijn gedekt uit het budget organisatieontwikkeling (31.000) en uit restformaties. Tenslotte zijn de loonkosten vanaf 2023 verhoogd met 3,80%. Dekking vindt plaats uit de reservering die hiervoor is opgenomen in deelprogramma 7.2 "Overige algemene dekkingsmiddelen". 4. Digitale transformatie 114 N Informatisering en de beveiliging daarvan neemt de komende jaren grotere vormen aan en gaat sneller dan we van te voren hadden gedacht. Onderwerpen als data gedreven werken, robotisering en artificiële intelligence in bijvoorbeeld chatbots worden aangeboden vanuit de markt en passen steeds beter in het gemeentelijk speelveld van de digitale transformatie.

Daarnaast bieden de programma’s door de VNG met onderwerpen zoals Common Ground en samen organiseren ruimte aan nieuwe digitale ontwikkelingen. Ook bij de gemeente Rhenen staan we niet stil al zijn we niet de gemeente die vooraan staat in deze nieuwe ontwikkelingen. Om deze ontwikkelingen echter vorm te geven zullen we in de komende jaren grote investeringen doen in nieuwe technologie om het voor inwoners en bedrijven maar ook voor de medewerkers van de gemeente efficiënter te maken om met digitale dienstverlening om te gaan. Met deze ontwikkelingen is het van belang de veiligheid van de digitale transformatie niet uit het oog te verliezen, we moeten zorgen dat onze gegevens veilig blijven en niet in handen vallen van individuen of bedrijven waar ze niet voor bestemt zijn. Een veilige informatievoorziening is hierbij noodzakelijk. Deze digitale transformatie is in de perspectiefnota 2022 als wettelijk/ onvermijdelijk aangemerkt. In de begroting 2022 is het budget van 113.500 opgenomen in deelprogramma 7.2. Overige dekkingsmiddelen. In deze rapportage is het budget overgeheveld naar het inhoudelijke deelprogramma 1.3 Facilitair. 5. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A)

167 N 459 N

Mutaties reserves (B) Geraamd resultaat (A+B)

0N 459 N

Toelichting overige verschillen Programma 1

50

Exploitatie

H 3.3

Programma 2 - Dienstverlening Begroting 2022 - boekjaar 2023

Begroting 2022

Jaarrekening 2021

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 april

wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen voorjaarsnota

werkelijk

Baten

222 V

0N

0N

222 V

230 V

283 V

Lasten

838 N

0N

59 N

897 N

962 N

911 N

Saldo van baten en lasten (A)

616 N

0N

59 N

675 N

732 N

628 N

Onttrekking uit reserves

0N

0N

0N

0N

25 V

53 V

Toevoeging aan reserves

0N

0N

0N

0N

0N

0N

Mutaties reserves (B)

0N

0N

0N

0N

25 V

53 V

616 N

0N

59 N

675 N

707 N

575 N

(x € 1.000)

Geraamd resultaat (A+B)

Tabel per deelprogramma en product

PROGRAMMA 2 - DIENSTVERLENING Toelichting verschil saldo baten en lasten (A)

(€ x 1.000)

1. Verschuiving formatie van receptie naar burgerzaken 58 N Dit heeft te maken met een overheveling van de formatie van de receptie naar burgerzaken. 2. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A)

1N 59 N

Mutaties reserves (B) Geraamd resultaat (A+B)

0N 59 N

Toelichting overige verschillen Programma 2

51

H 3.3

Exploitatie

Programma 3 – Fysiek Begroting 2022 - boekjaar 2023

Begroting 2022

Jaarrekening 2021

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 april

wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen voorjaarsnota

werkelijk

Baten

6.437 V

2V

1.021 V

7.460 V

6.552 V

7.172 V

Lasten

9.825 N

109 N

1.052 N

10.986 N

9.844 N

9.986 N

Saldo van baten en lasten (A)

3.388 N

107 N

31 N

3.526 N

3.292 N

2.814 N

Onttrekking uit reserves

116 V

0N

0N

117 V

408 V

593 V

Toevoeging aan reserves

24 N

0N

0N

24 N

24 N

34 N

Mutaties reserves (B)

92 V

0N

0N

93 V

384 V

559 V

3.296 N

107 N

30 N

3.432 N

2.908 N

2.255 N

(x € 1.000)

Geraamd resultaat (A+B)

Overzicht vastgestelde wijzigingen per 1 april

PROGRAMMA 3 - FYSIEK Toelichting verschil saldo baten en lasten (A)

Tabel per deelprogramma en product

(€ x 1.000)

1. Loonkosten verkeer en openbare ruimte 68 V Binnen deelprogramma verkeer en openbare ruimte is de stelpost voor de toevoeging van 3,8 fte medewerkers fysiek afgeraamd. Hiervoor in de plaats is 1,5 fte opgenomen. Een medewerker van Remmerden is gepensioneerd en wordt niet vervangen. De CAO loonontwikkeling is verwerkt. 2. L oonkosten ruimtelijke ordening 168 N Binnen deelprogramma ruimtelijke ontwikkeling is 2 fte RO opgenomen. Daarnaast is de CAO loonontwikkeling verwerkt. 3. Afvalstoffenheffing 0N Bij de afvalstoffenheffing zijn de mutaties vanuit de evaluatie van het afvalbeleidsplan in het voorjaar 2022 verwerkt in 2023 en verder. De loonkosten voor de medewerkers in de binnenen buitendienst zijn verhoogd met de CAO loonontwikkeling. De overhead op de binnendienst is verlaagd van 89% naar 88%, de overhead op de buitendienst is verlaagd van 64% naar 57%. Er is nog geen rekening gehouden met een eventuele verdere verbetering van het scheidingspercentage en een lagere hoeveelheid restafval. Of met een eventuele stijging van de kosten van verwerking als gevolg van hogere energietarieven. Daarnaast zal fase twee van het afval- en grondstoffenbeleid kosten met zich meebrengen.

4. Rioolheffing 0N Binnen de rioolheffing zijn de loonkosten van de medewerkers in de binnen- en buitendienst verhoogd met CAO ontwikkeling. De overhead op de binnendienst is verlaagd van 89% naar 88%, de overhead op de buitendienst is verlaagd van 64% naar 57%. In 2022 wordt naar verwachting het nieuwe water-rioolplan vastgsteld. De consequenties van dit plan kunnen eerst na vaststelling verwerkt worden. Ten opzicht van het jaar 2023 uit de begroting 2022 is de opbrengst aangepast. In 2022 heeft de VNG een nieuwe modelverordening riool- en waterzorgheffing opgesteld. De nieuwe modelverordening vraagt om een aantal keuzes, die een gedegen voorbereiding vergen. 5. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A)

69 V 31 N

Mutaties reserves (B) Geraamd resultaat

0N 31 N Toelichting overige verschillen Programma 3

52

Exploitatie

H 3.3

Programma 4 – Sociaal maatschappelijk Begroting 2022 - boekjaar 2023

Begroting 2022

Jaarrekening 2021

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 april

wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen voorjaarsnota

werkelijk

Baten

5.255 V

0N

4V

5.260 V

6.563 V

6.825 V

Lasten

23.911 N

13 N

440 N

24.365 N

26.359 N

25.841 N

Saldo van baten en lasten (A)

18.656 N

13 N

436 N

19.105 N

19.795 N

19.016 N

Onttrekking uit reserves

51 V

0N

0N

51 V

917 V

452 V

Toevoeging aan reserves

9N

0N

0N

9N

9N

197 N

Mutaties reserves (B)

42 V

0N

0N

42 V

908 V

254 V

18.614 N

13 N

436 N

19.063 N

18.887 N

18.761 N

(x € 1.000)

Geraamd resultaat (A+B)

PROGRAMMA 4 - SOCIAAL MAATSCHAPPELIJK Toelichting verschil saldo baten en lasten (A)

Overzicht vastgestelde wijzigingen per 1 april

Tabel per deelprogramma en product

(€ x 1.000)

Deelprogramma 4.0 - Sociaal domein 1. Kapitaallasten van 10 flexwoningen 78 N De gemeente Rhenen heeft 10 flexwoningen aangeschaft voor duurzame opvangplekken. De structurele huisvestingskosten zijn vanaf 2022 begroot in programma 3. De kapitaallasten zijn vanaf 2023 in deelprogramma 4.0 Sociaal domein vewerkt. Deelprogramma 4.1 – Jeugd preventief 2. Specifieke uitkering onderwijsachterstanden (GOAB) 0N Het rijk stelt jaarlijks GOAB gelden beschikbaar om goed onderwijsachterstandenbeleid te voeren. De specifieke uitkering die we van het Rijk krijgen is vanaf 2023 gestegen. De inkomsten en uitgaven van de GOAB gelden zijn meerjarig budgetair neutraal verwerkt in de perspectiefnota 2023. 3. Onderhoudsvoorziening Kind Centrum (KC) de Horizon 35 N Bij de oplevering van het gebouw KC de Horizon is met het schoolbestuur overeengekomen dat de gemeente Rhenen het eerste vijf jaar van het groot onderhoud op zich neemt. Op basis hiervan is een meerjarig onderhoudsplan voor het nieuwe IKC Daltonschool opgesteld. Met ingang van 2022 worden de toevoeging aan de onderhoudsvoorziening en de kosten voor groot onderhoud geraamd. Na vijf jaar, in 2027, wordt de verplichting voor het groot onderhoud (en een eventueel saldo in de voorziening) overgedragen aan het schoolbestuur.

Deelprogramma 4.2 – Jeugd maatwerk 4. Indexatie Jeugdzorg budgetten 113 N De jeugdzorgbudgetten voor 2023 en verder zijn met 1,99% geïndexeerd. Verder is op basis van het aantal inwoners in Rhenen de bijdrage aan de Jeugdhulpregio FoodValley bijgesteld. Deelprogramma 4.3 – Maatschappelijke ondersteuning preventief 5. Exploitatie MFG Bestegoed 87 N Bij het multifunctionele gebouw ‘t Bestegoed zijn er op dit moment geen horeca-actviteiten. De budgetten zijn bij de perspectiefnota 2023 e.v. stuctureel verlaagd naar nihil. De gemeente is in gesprek met een stichting die de horeca activiteiten op zich wil nemen. Verder zijn de dotatie voorziening groot onderhoud en de reguliere onderhouds- en huisvestingskosten structureel verhoogd. Dit omdat bij het verlengen van huurcontract met het Gezondheidscentrum is afgesproken dat de gemeente het onderhoud van de installaties op zich neemt. 6. Mantelzorgondersteuning 50 N Bij de perspectiefnota 2022 is motie 8.M.7. Mantelzorgondersteuning aangenomen voor de uitvoering van het plan Mantelzorgondersteuning. Hiervoor is meerjarig het budget Huishoudelijke Ondersteuning Mantelzorgers (HOM) binnen het deelprogramma maatschappelijke ondersteuning maatwerk voor een bedrag van € 50.000 overgeheveld. 53

H 3.3

Exploitatie

7. Werkplaats de Steiger 0N Voor werkplaats de Steiger is vanaf 2023 structureel € 40.000 begroot. De dekking hiervan is gevonden binnen de eigen budgetten van welzijnsprofessionals € 20.000 en Mantelzorgondersteuning € 20.000. Deelprogramma 4.4 – Maatschappelijke ondersteuning maatwerk 8. Begeleiding individueel voor de Wmo (wet maatschappelijke ondersteuning 150 N Begeleiding individueel Wmo is met name gericht op het individu en het betreft reguliere of specialistische zorg aan volwassenen. Vanaf 2021 is er een sterke stijging in de kosten van begeleiding individueel te zien. De stijging is veroorzaakt door ophoging van indicaties, complexere problematiek en hogere uitnutting van de beschikte uren (verzilveringspercentages). De stijging van de afgelopen jaren laat een structurele lijn zien. De zorgkosten voor begeleiding individueel zijn hierdoor structureel met € 150.000 opgehoogd. 9. Huishoudelijke ondersteuning 100 V De gemeente Rhenen werkt nu een aantal jaren met het indiceren op basis van aantal uren maal tarief. De verzilveringspercentage valt een aantal jaren structureel lager uit. Ook heeft de verwachte aanzuigende werking van het abonnementstarief nauwelijks plaatsgevonden . Dit levert een voordeel op van € 100.000 structureel. 10.

HOM regeling 50 V Overheveling van het meerjarig budget Huishoudelijke Ondersteuning Mantelzorgers (HOM) van € 50.000 naar het deelprogramma maatschappelijke ondersteuning preventief.

Deelprogramma 4.6 – Participatie maatwerk 13. Gebundelde uitkering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 71 V Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004. In de perspectiefnota 2023 heeft er een structurele (meerjarige) bijstelling van de BUIG-lasten plaatsgevonden. Bij het opstellen van de begroting 2022 was uitgegaan van een hoger aantal (bijstand)dossiers die meerjarig een dalende trend liet zien. Dit is aangepast aan het nieuw landelijk beeld waarbij het aantal uitkeringsgerechtigde lager is en dit aantal meerjarig gelijk blijft. Dit levert een voordeel op van € 280.000. Voor de loonkostensubsidie zien we een stijgende trend. In de perspectiefnota 2023 is hiermee rekening gehouden. Het budget voor de loonkostensubsidie is verhoogd met € 56.000 (nadeel). Verder zijn de inkomsten structureel bijgesteld op basis van het nader voorlopig budget 2022 van het Rijk van € 153.000 (nadeel). 14. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A)

77 N 436 N

Mutaties reserves (B) Geraamd resultaat (A+B)

0N 436 N

Toelichting overige verschillen Programma 4

11. Invoering Wet verplichte GGZ (advies- en meldpunt verwarde personen) 30 N Vanaf 2022 is de pilot Advies- en meldpunt verwarde personen omgezet naar structureel beleid. Voor de pilot was reeds een bedrag van € 17.000 structureel beschikbaar (invoering wet verplichte GGZ). Er is nu strucutureel € 30.000 toegevoegd aan het budget. De structurele dekking was opgenomen in programma 7. Deelprogramma 4.5 – Participatie preventief 12. Wet Inburgering 37 N Met ingang van 1 januari 2022 is de nieuwe Wet Inburgering 2021 in werking getreden. De gemeente Veendaal voert deze wet voor de gemeente Rhenen uit. Voor de dekking van de meerjarige uitvoeringskosten van deze nieuwe Wet Inburgering is een bedrag van € 73.000 per jaar nodig. Bij de begroting 2022 was reeds rekening gehouden met een budget van € 36.000. Het restant van € 37.000 is bij de perspectiefnota 2023 structureel opgenomen. 54

Exploitatie

H 3.3

Programma 5 – Economie & toerisme Begroting 2022 - boekjaar 2023

Begroting 2022

Jaarrekening 2021

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 april

wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen voorjaarsnota

werkelijk

Baten

298 V

0N

102 N

196 V

266 V

362 V

Lasten

1.431 N

0N

44 V

1.387 N

1.807 N

1.439 N

Saldo van baten en lasten (A)

1.133 N

0N

59 N

1.191 N

1.541 N

1.077 N

Onttrekking uit reserves

42 V

0N

7N

34 V

438 V

32 V

Toevoeging aan reserves

2N

0N

0N

2N

2N

18 N

Mutaties reserves (B)

40 V

0N

7N

33 V

436 V

14 V

1.092 N

0N

66 N

1.158 N

1.105 N

1.063 N

(x € 1.000)

Geraamd resultaat (A+B)

Overzicht vastgestelde wijzigingen per 1 april

PROGRAMMA 5 - ECONOMIE & TOERISME Toelichting verschil saldo baten en lasten (A)

(€ x 1.000)

1. Structurele nadeel op de exploitatiebijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Regio Foodvalley 25 N De gemeente Rhenen werkt met 7 andere gemeenten in de Regio Foodvalley. Elk jaar wordt een kaderbrief en begroting opgesteld. Vanaf 2023 blijkt een structureel tekort van € 25.000 voor de strategische agenda (Humancapital, innovatie en fysieke randvoorwaarden). 2. Verlaging budget groot onderhoud Monumenten en stadswallen 45 V In 2021 is gevraagd om het meerjarige onderhoudsplan stadswallen opnieuw te beoordelen. Uit deze beoordeling is gebleken dat de totale kosten voor groot onderhoud veel lager uitvallen. Hierdoor heeft een structurele bijstelling plaatsgevonden aan de voorziening groot onderhoud van € 36.000 (voordeel). Daarnaast verwachten we lagere kosten aan onder andere beheer van de stadswallen € 10.000 (voordeel). 3. Struturele subsidieverstrekking Lokale omroep 12 N Voor het instandhouden van de Lokale omroep in Rhenen is structureel een subsidie opgenomen.

Tabel per deelprogramma en product

4. Nadeel op de personeelkosten 18 N Onder andere door het vervallen van detacheringsinkomsten Regio Foodvalley door uitdiensttreding van een medewerker. 5. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A) PROGRAMMA 5 - ECONOMIE & TOERISME Toelichting verschil mutatie reserve (B)

49 N 59 N

(€ x 1.000)

1. Overige verschillen Mutaties reserves (B)

7N 7N

Geraamd resultaat (A+B)

66 N Toelichting overige verschillen Programma 5

55

H 3.3

Exploitatie

Programma 6 – Veiligheid & handhaving Begroting 2022 - boekjaar 2023

Begroting 2022

Jaarrekening 2021

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 april

wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen voorjaarsnota

werkelijk

Baten

26 V

0N

0N

26 V

114 V

57 V

Lasten

2.205 N

9N

124 N

2.338 N

2.409 N

2.299 N

Saldo van baten en lasten (A)

2.180 N

9N

124 N

2.312 N

2.294 N

2.242 N

Onttrekking uit reserves

56 V

0N

0N

56 V

111 V

75 V

Toevoeging aan reserves

0N

0N

0N

0N

0N

31 N

Mutaties reserves (B)

56 V

0N

0N

56 V

111 V

44 V

2.124 N

9N

124 N

2.256 N

2.183 N

2.198 N

(x € 1.000)

Geraamd resultaat (A+B)

Overzicht vastgestelde wijzigingen per 1 april

Tabel per deelprogramma en product

PROGRAMMA 6 - VEILIGHEID & HANDHAVING Toelichting verschil saldo baten en lasten (A)

(€ x 1.000)

1. Hogere bijdrage aan de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) 2. Hogere salarislasten met name door toerekening groene BOA 3. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A)

34 N 57 N 32 N 124 N

Mutaties reserves (B) Geraamd resultaat (A+B)

0N 124 N

Toelichting overige verschillen Programma 6

56

Exploitatie

H 3.3

Programma 7 – Algemene dekkingsmiddelen Begroting 2022 - boekjaar 2023

Begroting 2022

Jaarrekening 2021

vastgesteld in november 2021

vastgestelde wijzigingen tot en met 1 april

wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen perspectiefnota

na wijzigingen voorjaarsnota

werkelijk

Baten

35.909 V

554 V

3.036 V

39.499 V

37.399 V

36.558 V

Lasten

2.196 N

246 N

62 N

2.504 N

1.876 N

1.278 N

Saldo van baten en lasten (A)

33.713 V

308 V

2.974 V

36.995 V

35.523 V

35.280 V

Onttrekking uit reserves

80 V

0N

0N

80 V

153 V

612 V

Toevoeging aan reserves

58 N

0N

0N

58 N

59 N

684 N

Mutaties reserves (B)

21 V

0N

0N

21 V

94 V

72 N

33.734 V

308 V

2.974 V

37.017 V

35.617 V

35.207 V

(x € 1.000)

Geraamd resultaat (A+B)

Overzicht vastgestelde wijzigingen per 1 april

PROGRAMMA 7 - ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Toelichting verschil saldo baten en lasten (A)

Tabel per deelprogramma en product

(€ x 1.000)

1. Reservering prijsontwikkelingen 132 N De begroting 2022 is opgesteld op het prijsniveau 2021. Om de prijsstijgingen in de programma’s te kunnen opvangen zijn in dit programma reserveringen opgenomen. Naast een algemeen budget is er een specifiek budget voor prijsontwikkelingen in de jeugdzorg.De ervaring leert dat de prijsontwikkelingen bij de jeugdzorg een ander verloop hebben. In de perspectiefnota zijn de meeste budgetten op het prijsniveau 2022 gebracht. We houden echter in dit stadium voor prijsstijgingen in 2022 nog 75.000 achter de hand. Vanaf 2023 zijn de reserveringen bijgesteld op basis van de prognoses van het Centraal Planburau uit maart 2022 en de cijfers van de Nederlandse zorgautoriteit. We houden daarmee gelijke tred met de prijs-ontwikkelingen die in de meicirculaire zijn gepubliceerd. De bijstellingen zijn structureel cummulatief. De bijstellingen per jaar zijn als volgt: 2024: € 332.000 N, 2025: 581.000 N, 2026: € 992.000 N. De bijstelling is in 2026 hoger omdat het jaar nieuw aan de meerjarenraming is toegevoegd. 2. Reservering loonontwikkelingen 241 V Door de krapte op de arbeidsmarkt is het steeds lastiger om aan de juiste medewerkers te komen. Een arbeidsmarkttoelage is een middel dat we kunnen inzetten om potentiele mede-

werkers over de streep te trekken. Vanaf 2023 is hiervoor een budget opgenomen van € 100.000. Daarnaast is de reservering voor de loonontwikkelingen 2023 toegerekend aan de personeelslasten in de programma’s. Voor de verwachte loonontwikkeling vanaf 2024 is structureel cummutalieve reservering opgenomen. De bijstellingen per jaar zijn als volgt: 2024: € 148.500 N, 2025: € 509.500 N, 2026: € 1.176.500 N. De bijstelling is in 2026 hoger omdat het jaar nieuw aan de meeerjarenraming is toegevoegd. 3. Beleidsvoornemens en moties uit perspectiefnota 2022 153 V In deze nota zijn de beleidsvoornemens en moties uit de perspectiefnota 2022 toegerekend aan de inhoudelijke (deel)programma’s. Voorbeelden hiervan zijn: Digitale transformatie (€ 114.000) en Advies- en Meldpunt verward (€ 30.000) 4. Rentelasten stijgen door hogere rente en het aantrekken van meer geldleningen 161 N De investeringen van de gemeente worden gefinancierd met eigen financieringsmiddelen en met vreemd vermogen. Na het opstellen van de jaarstukken zijn het meerjarig investeringsprogramma en de benodigde financieringsmiddelen geactualiseerd. Hierbij is rekening gehouden 57

H 3.3

Exploitatie

met de realisatie van een nieuw MFC in Rhenen en met de aflossing van de leningen van het huidige Gastland. Uit de actualisatie blijkt dat er de komende jaren extra vreemd vermogen nodig is. Vooruitlopend daarop is in mei 20 miljoen aangetrokken waarvan 10 miljoen met een uitgestelde stortingsdatum. De snel stijgende rente is bij deze afweging meegenomen. De rente van de nieuw aangetrokken geldleningen bedraagt 1,70%. In de begroting was meerjarig gerekend met een rente van 0,40%. In deze rapportage zijn de rentelasten aanzienlijk hoger dan waarmee eerder rekening werd gehouden. De meerjarige toename van de rentelasten is als volgt: 2024: € 349.000 N, 2025: € 390.500 N, 2026: € 430.500 N. De rentelasten die samenhangen met het MFC Rhenen zijn verrekend met het projectbudget van € 700.000. 5. Doorbelasting rente op basis van het renteomslagpercentage 185 V De hogere rentelasten van het vreemd vermogen zorgen voor een hoger renteomslagpercentage. Het percentage voor 2023 bedraagt 1,44% (begroting 2022: 1,25%). Met het renteomslagpercentage zijn de centraal begrote rentelasten na aftrek van de rentebaten verdeeld over de (deel)programma’s waar de investeringen betrekking op hebben. Het renteomslagpercentage 1,44% is ook gehanteerd voor de jaren 2024 tot en met 2026.

Omdat het saldo van de rentelasten en rentebaten in die jaren afwijkt van 2023 ontstaat in die jaren een renteresultaat. Het gepresenteerde voordeel is administratief van aard omdat het een doorbelasting is van de werkelijke rentelasten en rentebaten. De meerjarige bedragen zijn als volgt: 2024: € 185.000 V, 2025: € 365.000 V, 2026: € 415.500 V. 6. Extra kwaliteitsimpuls door verschuivingen in de formatie 240 N Vanuit de organisatievisie is de ambitie om een extra kwaliteitsimpuls te realiseren binnen de organisatie en de werkdruk bij medewerkers te verminderen. Hiervoor is het aantal managers teruggebracht en is restformatie samengevoegd. De formatie is vooralsnog toegevoegd aan het flexteam. In de bedragen is verwachte hogere loonontwikkeling van 3,80% meegenomen. 7. Indexering eigen inkomsten 37 V De eigen inkomsten van de gemeente zijn met uitzondering van de OZB en de bestemmingsheffingen opgesteld op het niveau 2022. In deelprogramma 7.2 Overige dekkingsmiddelen is op totaalniveau rekening gehouden met de meerjarige verhoging van de inkomsten. De verhoging is gebaseerd op een gewogen gemiddelde van de verwachte loon- en prijsontwikkeling. Daarbij is rekening gehouden met een nacalculatie-effect van het lopende jaar. Door de hogere meerjarige loon en prijsinflatie nemen ook de eigen inkomsten van de gemeente toe.

De bijstellingen per jaar zijn als volgt: 2024: € 65.500 V, 2025: € 92.000 V, 2026: 144.000 V. De bijstelling is in 2026 hoger omdat het jaar nieuw aan de meerjarenraming is toegevoegd.

8. Daling rentebaten 41 N De rentebaten zijn meerjarig gedaald. Enerzids heeft dit te maken met de aflossing van de hypotheken die in het verleden aan ambtenaren werden verstrekt. Door de realisatie van een nieuw MFC in Rhenen eindigt het contract met de huidige exploitant. Dit betekent dat de leningen die de gemeente in het verleden heeft verstrekt worden afgelost. Hierdoor vervallen de rentebaten. Meerjarig zijn de bedragen als volgt: 2024: € 61.000 N, 2025: € 58.000 N, 2026: € 58.000 N. 9. Uitkeringen gemeentefonds 2.924 V De uitkeringen uit het gemeentefonds zijn de grootste inkomstenbron van de gemeente. In deze rapportage is de doorwerking van de decembercirculaire 2021 verwerkt. Ook zijn de uitkomsten uit de meicirculaire 2022 in de financiële bijstelling meegenomen. Het gemeentefonds neemt de komende jaren sterk toe: 2023: 2.814.000 V, 2024: 3.012.000 V 2025: 4.160.000 V 2026: 2.281.000 V. Een deel van deze inkomsten is gereserveerd of als verrekening met bestaande budgetten opgenomen. He betreft vaak geld voor extra taken of bijstellingen in de uitvoering van bestaande taken. De komende jaren zijn de bedragen als volgt: 2023: € 61.000 N, 2024: € 56.000 N, 2025: € -23.000 N, 2026: € - 26.000 N. Een inhoudelijke toelichting op de meicirculaire volgt via een afzonderlijke informatienota. 10. Overige verschillen Saldo van baten en lasten (A)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11620580/1