CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2025-digitaal

Commissie Bestuur en Financiën 16 september 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Agendaverzoek VVD financiële situatie gemeente Rhenen20.369 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Perspectiefnota 2025-2028 1

2

INHOUDSOPGAVE 3. Financiële begroting

1. Algemeen 1.1

Aanbieding

6

3.1

1.2

Visie op Rhenen

8

1.3

Bestuur van de gemeente Rhenen

10

1.4

Financieel beeld op hoofdlijnen

14

2. Beleidsbegroting

Uitgangspunten

24

3.1.1

Inleiding

24

3.1.2

Uitgangspunten 2025 - 202824

3.2

Financieel beeld 2025-2028 26

3.2.1

Inleiding

27

3.2.2

Resultaat

27

3.2.3

Financiële positie

35

2.1

Inleiding

17

2.2

Overzicht wettelijke / onvermijdelijke beleidsvoornemens

18

2.2.1

Toelichting beleidsvoornemens per programma

19

3.3.1

Inleiding

39

2.2.2

Beleidsvoornemens uit het bestuursprogramma

21

3.3.2

Exploitatie

39

2.2.3

Grote projecten

21

3.3.3

Toelichting op de exploitatie

40

3.3

3.4

Exploitatie 2025 - 202838

Geprognosticeerde balans 2023-202855

3.4.1

Inleiding

55

3.4.2

Balanspositie

56

3.4.3

Toelichting op de balanspositie

58

3.5

Ontwikkeling woonlasten

62

3

PERSPECTIEFNOTA 2025–2028

Planning en Control cyclus 2025

BEGROTING 2025–2028

De raad stelt in november 2024 het beleid en de bijbehorende middelen voor het begrotingsjaar 2025 vast.

VOORJAARSRAPPORTAGE 2025

De raad neemt in het 3e kwartaal 2024 kennis van de voortgang van het beleid en stelt de aangepaste budgetten uit de begroting 2024 vast.

NAJAARSRAPPORTAGE 2025

De raad neemt in het 4e kwartaal 2024 kennis van de voortgang van het beleid en stelt de aangepaste budgetten uit de begroting 2024 vast.

JAARSTUKKEN 2025

4

De raad stelt in juli 2024 de kaders voor de begroting 2025 vast, neemt een besluit over de beleidsvoornemens en neemt kennis van het financieel perspectief..

Het college legt in het 3e kwartaal van 2026 verantwoording af aan de raad over het begrotingsjaar 2025.

4

H1 INLEIDING 5

6

Aanbieding

H 1.1

1.1 AANBIEDING Voor u ligt de perspectiefnota 2025 waarin wij de raad informeren over de afweging van extra beleidsvoornemens. Ook presenteren wij een meerjarig financieel perspectief. Tenslotte leggen wij de uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 - 2028 ter besluitvorming aan de raad voor. Dit is overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in de financiële verordening. Het is een beleidsarme perspectiefnota, wat inhoudt dat wij u vooral informeren over de wettelijke/onvermijdelijke beleidsvoornemens. Dit in tegenstelling tot eerdere jaren waarin u van ons gewend was om ook over de andere beleidsvoornemens een voorstel te krijgen. Het ging daarbij vooral om beleidsvoornemens die samenhingen met de uitvoering van het bestuursprogramma. Omdat de financiële positie van de gemeente meerjarig onder druk staat zijn deze voornemens niet opgenomen in deze nota.

7

8

8

Visie op Rhenen

H 1.2

1.2 VISIE OP RHENEN 2025 ‘Behoud ons Rhenen en maak het nog mooier’ De gemeente Rhenen is een groene gemeente met een sterke geschiedenis. De samenleving is hecht; mensen kennen elkaar en helpen elkaar. Veel vrijwilligers zetten zich in voor de vele verenigingen in onze gemeente. De verschillende kernen hebben hun eigen karakter, zoals de tabaksschuren in Elst, de kerkgemeenschappen in Achterberg en de historische kern van Rhenen. Het goede van de gemeente blijven we onderhouden en verbeteren. Zodat we in 2035 van dit alles nog steeds genieten. In 2035… Extra woningen en meer groen In 2035 zijn er in de kernen ongeveer 1.000 nieuwe woningen bijgebouwd. Eengezinswoningen en flatwoningen, maar ook een knarrenhofje en andere nieuwe woonvormen waar jong en oud samenwonen in één huis of dicht bij elkaar. Hierdoor blijven jongeren, gezinnen en ouderen graag in hun dorp of stad wonen. En in 2035 is er meer groen gekomen. Jong en oud geniet van het groen; om te spelen, te ontmoeten, om te sporten of bijvoorbeeld voor een lekkere wandeling. In de gemeente Rhenen staan we voor elkaar klaar In 2035 staan wij in Rhenen nog steeds klaar voor elkaar. Ook voor de mensen die het moeilijker hebben. We blijven ons ervoor inzetten dat geen inwoner meer in armoede leeft. Rhenen heeft een rijk cultureel leven en veel verschillende sportverenigingen.

Samen naar het museum en muziek maken, lekker buiten wandelen, sporten en spelen. We doen het in 2035 steeds meer. Voor onze gezondheid en omdat we het leuk vinden. Iedereen kan meedoen. Innovatieve bedrijven en duurzaamheid In 2035 zijn er vlak bij het industrieterrein van Remmerden kleine en middelgrote milieuvriendelijke bedrijven bijgekomen. Veel agrarische bedrijven in het Binnenveld hebben in 2035 hun bedrijf verduurzaamd. Het zijn goed lopende bedrijven die zorgen voor ons voedsel, maar er is ook ruimte voor andere activiteiten.

Ondanks goede isolatie en energiebesparing gebruiken we meer energie. In 2035 wekken we samen schone energie op door zonnepanelen op onze daken. Dit om zoveel mogelijk te voorkomen dat er grote zonneweides moeten komen. Daarnaast onderzochten we sinds 2022 andere mogelijkheden om aan schone energie te komen. In 2035 ziet onze gemeente er nog groener uit dan nu. Een groene omgeving met meer soorten planten en dieren. De gezonde natuur zorgt voor schone lucht en beschermt ons beter bij extreem weer zoals hitte, droogte en zware regenval. Extra groen en minder stenen helpt ook om wateroverlast te voorkomen. Genieten van mooie natuur en cultuur De inwoners en bezoekers uit de regio genieten in 2035 nog steeds van de natuur, het water, de cultuur en de gezellige restaurantjes in onze gemeente. Langs de Rijn zijn strandjes aangelegd. En er zijn wandelpaden bijgekomen die ook toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel. We zijn trots op onze historische kern van Rhenen. Diverse mooie oude gevels van bijvoorbeeld de Delftse school zijn al hersteld en worden goed onderhouden. In 2035 rijdt er minder doorgaand verkeer door het stadscentrum. Dankzij betere fietspaden en goed openbaar vervoer kunnen we ons snel verplaatsen in de stad en de regio. De auto blijft populair. Ondanks de verbreding van de Rijnbrug staat in 2035 het verkeer hier in de spits helaas nog steeds wel eens vast.

Rhenen blijft een zelfstandige gemeente We vinden het belangrijk om onze zelfstandigheid en onze cultuur-historische identiteit te kunnen bewaren. We willen graag blijven wie we zijn.

9

H 1.1

Het bestuur van de gemeente Rhenen

10

Het bestuur van de gemeente Rhenen

H 1.3

1.3 HET BESTUUR VAN DE GEMEENTE RHENEN Organisatieschema De inrichting van de organisatie is één van de bouwstenen om de doelen die de gemeente heeft te bereiken. In de afbeelding hieronder is het organisatieschema van de gemeente Rhenen weergegeven.

RAADSGRIFFIE

COMMISSIE RUIMTE & ECONOMIE

FYSIEK

COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS

GEMEENTERAAD RHENEN REKENKAMER

COMMISSIE BESTUUR & FINANCIËN

COMMISSIE SAMENLEVING

INTEGRAAL MANAGEMENT TEAM SOCIAAL

BEDRIJFSVOERING

11

Het bestuur van de gemeente Rhenen

H 1.3

1.3.1 College van burgemeester en wethouders Het bestuur van de gemeente wordt gevormd door het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. Het college van burgemeester en wethouders (college van B&W) is vergelijkbaar met het kabinet. Het college regeert en vormt het dagelijks bestuur van een gemeente. Hieronder volgt de samenstelling van het college van B&W op 1 mei 2024.

Waarnemend burgemeester Corry van Rhee-Oud Ammerveld Portefeuille: coördinatie bestuur en beleid, kabinetszaken, openbare orde en veiligheid, handhaving, versterken lokale democratie en participatie, digitale samenleving, bedrijfsvoering en dienstverlening, spreidingswet en regio Foodvalley.

Wethouder Gert van Laar

Wethouder Dick Poortinga

Wethouder Hans Boerkamp

Wethouder Bert Fintelman

Portefeuille: ruimtelijke ontwikkeling, wonen, ruimtelijke projecten, beheer openbare ruimte, riolering, afvalverwerking, vergunningverlening, omgevingswet en versnelde woonopgaven.

Portefeuille: welzijn, volksgezondheid en sport, kerngericht werken, Participatiewet, economie, recreatie en toerisme, evenementen en cultuur (historie).

Portefeuille: Wet Maatschappelijke Ondersteuning, jeugd, onderwijs en kinderopvang, mobiliteit en bereikbaarheid, basismobiliteit en financiën en belastingen

Portefeuille: landelijk gebied/buitengebied, duurzaamheid/klimaat, natuur/ milieu, gemeentelijk vastgoed, grondbeleid, nutsbedrijven en Foodvalley - eiwitstrantitie

Projecten: Leefbaarheidsplan Elst en gezondheidscentrum Rhenen.

Projecten: Stadshaven.

Projecten: Rijnbrug.

Project: MFG Rhenen

12

Het bestuur van de gemeente Rhenen

H 1.3

1.3.2 Gemeenteraad De gemeenteraad is het hoogste orgaan in een gemeente en is te vergelijken met de Tweede Kamer: - de gemeenteraad bepaalt (de hoofdlijnen van) het beleid en ziet toe op de uitvoering daarvan door het college van B&W, rekening houdend met signalen en informatie uit de samenleving; - de gemeenteraad stelt de begroting en jaarrekening vast en benoemt en ontslaat wethouders.

Bart van der Tang

Marco Mulder

Gert Hovestad

Jan Bosch

Gert Jan van Leeuwen

Leo Schenk

Richard Salari

Ingebrid Kiewiet

Geertje Wiesenekker

Willem Oorschot

Henri Pabstvan 't Slot

Justin Hermsen

Caroline Folmer

Dineke Jansen

Bart Oosterhoff

Ben Hartholt

Eef Brouwer

De burgemeester is voorzitter van de gemeenteraad die verder is samengesteld uit 19 gekozen raadsleden. Op deze pagina staat het overzicht van de gemeenteraad conform de samenstelling op 1 mei 2024.

Gabriëlle Geerts

Jon Agricola

13

1.4 FINANCIEEL BEELD OP HOOFDLIJNEN Financiële positie Rhenen De financiële positie van onze gemeente staat voor de jaren 2025 tot en met 2028 onder druk. Deze conclusie is gerechtvaardigd op basis van de gepresenteerde tekorten en de analyse van een aantal financiële kengetallen. De tekorten liggen in de jaren 2025 – 2028 gemiddeld op € 3,7 miljoen. Het kengetal over de structurele exploitatieruimte is over de jaren 2025 – 2028 gemiddeld -5,6%. Dit betekent dat de structurele lasten niet zijn afgedekt met structurele baten. Een belangrijke randvoorwaarde voor het gewenste repressief toezicht van de provincie. De

hoogte van dit kengetal is een logisch gevolg van de hoge begrotingstekorten. De schuldquote neemt de komende jaren toe van 61% van de baten in 2023 naar 107% in 2028. Een schuld van boven de 130% wordt volgens de landelijke signaalwaarden als meest risicovol aangemerkt. Het effect van de oplopende schuldquote zien we ook terug in de daling van de solvabiliteitsratio. Dit percentage geeft een beeld van de financiële weerbaarheid van de gemeente. De overige financiële kengetallen zijn niet meegewogen in het oordeel over de financiële positie. Voor de kengetallen grondexploitatie (JRR23: 0,6%), belastingcapaciteit (JRR23: 95%) 14

Financieel beeld op hoofdlijnen

H 1.4

en weerstandsvermogen (JRR23: 3,2) geldt dat deze geen risico vormen. Verloopoverzicht resultaat 2025-2028 Naast het feit dat onze financiële positie meerjarig onder druk staat, zien we grote maatschappelijke uitdagingen op gebied van bestaanszekerheid, zorg, wonen en duurzaamheid die juist vragen om extra investeringen. De komende jaren zullen wij echter de tering naar de nering moeten zetten waarbij een balans gevonden moet worden tussen de bestuurlijke ambities, de uitvoeringskracht en de beschikbare financiële middelen. Dit zal gedurende het begrotingsproces en richting de perspectiefnota 2026 om afwegingen vragen. Dit heeft ook gevolgen voor de beleidsvoornemens die wij in deze nota presenteren. Zie hiervoor pagina 18. Gelijktijdig met het opstellen van de begroting start een ombuigingsproces. Hierbij ligt op de korte termijn de focus op het presenteren van een sluitende begroting voor 2025. Voor het oplossen van de meerjarige tekorten nemen wij de tijd tot de perspectiefnota 2026. Hiermee kiezen wij voor een ombuigingsproces met besluitvorming halverwege 2025. Bij dit proces willen wij samen optrekken met u als raad en handelen vanuit een duidelijke kaderstelling die u aan ons meegeeft. Ontwikkeling resultaten 2025 - 2028 Zoals hierboven is aangegeven bedraagt het gemiddeld tekort over de jaren 2025 - 2028 € 3,7 miljoen per jaar.

Per jaar zijn de tekorten als volgt: 2025 : € 3.385.000 nadelig 2026 : € 4.188.000 nadelig 2027 : € 3.780.000 nadelig 2028 : € 3.405.000 nadelig De belangrijkste oorzaken hiervan liggen in de jeugdzorg, het minima en armoedebeleid en specifiek voor 2025 bij de uitkering van het gemeentefonds. Om de kosten van de jeugdzorg terug te dringen zijn wij bezig met een actieplan. Maar het zal een uitdaging blijven om de daling van de kosten voor elkaar te krijgen. Bij het minima en armoedebeleid liggen er besluiten van de raad aan ten grondslag. Het beleid werpt daardoor z’n vruchten af, maar het legt wel een groter beslag op de middelen. In de tabel hierna is de meerjarige ontwikkeling van de resultaten in beeld gebracht. Het vertrekpunt hierbij is de meerjarenraming 2025 – 2027 die bij de vaststelling van de begroting 2024 is gepresenteerd.

2025

2026

2027

2028

A. Meerjarenraming 2024-2027

2.818 V

628 V

441 V

441 V

B. Raadsbesluit begroting 2024

1.372 N

432 N

129 N

129 N

C. Rapportage bijstelling financieel perspectief 2024-2027

69 N

388 N

15 V

15 V

D. Raad december: belastingverordeningen 2024

106 N

67 N

67 N

67 N

E. Herijking minimabeleid

107 N

0

0

0

Sub B. tot en met E.

1.653 N

887 N

180 N

180 N

F. Bijstellingen Perspectiefnota 2025

4.550 N

3.929 N

4.041 N

3.665 N

Geraamd resultaat 2025-2028

3.385 N

4.188 N

3.780 N

3.405 N

NB: de peildatum van de gepresenteerde bijstellingen onder punt F is april/mei 2024. Daarom zijn in dit bedrag alleen de gevolgen van de meicirculaire 2024 verwerkt die op basis van de voorjaarsnota van het Rijk bij ons bekend konden zijn.Voor meer informatie over de uitkomsten van de meicirculaire 2024 verwijzen wij u naar pagina 32. We staan de komende jaren met elkaar voor forse financiële uitdagingen. De raad heeft met het beschikbaar stellen van budget voor de projectleider ombuigingen de noodzaak hiervan ook ingezien. Hierdoor hebben wij het proces in mei kunnen opstarten. Doel is om bij de begroting 2025 respectievelijk de perspectiefnota 2026 een pakket aan maatregelen te presenteren die onze begroting financieel weer op orde brengt. Wij willen daarbij handelen vanuit een duidelijke kaderstelling door de raad. Ombuigingsproces 2025 - 2028 De realiteit van dit moment is dat er geen extra geld uit Den Haag komt. financiële situatie voor gemeenten is al enige tijd onzeker, vooral als “Den Haag” vasthoudt aan een bezuiniging van 3 miljard euro op het gemeentefonds. Het aantal gemeenten met (meerjarige) tekorten neemt alleen maar toe. Ook de cijfers van onze gemeente kleuren rood. De koepelorganisatie VNG adviseert gemeenten zich voor te bereiden op ombuigingen. Het advies van de VNG luidt dan ook prepare for the worst, hope for the best.

Vooruitlopend op de begroting 2025 starten wij nu met het ombuigingsproces; waar kan de

15

Financieel beeld op hoofdlijnen

gemeente op besparen en welke zaken kunnen op een andere, efficiëntere en kosten effectievere wijze worden uitgevoerd c.q. waar kunnen meer middelen worden gevonden.

H 1.4

inclusief een onderbouwing van de afwijking.

Hoofdlijnenakkoord aankomend kabinet Op 16 mei verscheen het hoofdlijnenakkoord “Hoop, lef en trots” van de vier formerende partijen. Hierna volgen een aantal onderwerpen met financiële consequenties voor gemeenten: a. Het budgettaire kader uit de Voorjaarsnota van het Rijk blijft gehandhaafd, dus geen correctie op het lager vaststellen van het gemeentefonds vanaf 2026 b. Kabinet wil alle specifieke uitkeringen vanaf 2026 afschaffen (met uitzondering van de BUIG) en de middelen na aftrek van 10% efficiencykorting aan het gemeentefonds toevoegen c. Kabinet wil twee nieuwe belastingen introduceren waarvan de opbrengsten (uitsluitend) ten goede komen aan woningbouw en infra in een gemeente: een planbatenheffing en een (onbebouwde) grondheffing. d. Het kabinet wil afspraken maken met gemeenten om de woonlasten (OZB) te maximeren; beperkt gemeenten wel in het genereren van eigen inkomsten. e. De extra bezuiniging op de Jeugdzorg van € 511 miljoen vervalt structureel. Gelijktijdig hiermee vervalt ook de taakstelling in het programma Sociaal-maatschappelijk. f. Er komen extra middelen voor woningbouw en infrastructuur g. Vanaf 1 januari 2026 gaat een nullijn gelden voor rijksambtenaren voor de periode van één jaar. Omdat de CAO Rijk doorwerkt op de lonen van politieke ambtsdragers van gemeenten gaan zij mee in de nullijn. h.

Compensatie transitievergoeding vervalt per 1 juli 2026: Bij langdurig zieke werknemers zal de werkgever voor 2 jaar de volledige lasten dragen voor de loondoorbetaling én de transitievergoeding. Ramingen In de perspectiefnota stelt de raad uitgangspunten vast voor het opstellen van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028. Voorbeelden hiervan zijn: loonstijging, prijsontwikkelingen en de rente op de kapitaalmarkt. De uitgangspunten hiervoor zijn vooral gebaseerd op de informatie uit het Centraal Economisch Plan (CEP) van het Centraal Planbureau (maart 2024). In de financiële verordening heeft de raad vastgelegd dat de uitgangspunten uit de perspectiefnota worden gebruikt bij het opstellen van de begroting. Omdat een aantal ontwikkelingen onzeker zijn zoals bijvoorbeeld de rente, zullen wij de uitgangspunten bij het opstellen van de begroting opnieuw tegen het licht houden. Wijzigingen hierin nemen wij transparant op in de begroting

16

H2

BEDRIJFSVOERING EN DI

G AL

EM

EN

ST

VE

EN RL

IN

G

E

DE

K

N KI

GS

M

ID

DE

L

F YS

EN

SO C VE

HA

ND

I LI

HA VIN

GH

G

EI D

&

N ECO

OM

IA AL

IE &

R TOE

TSC MA A

IS M

I EK

HAP

JK PE L I

E

BELEIDSBEGROTING 2.1 Inleiding Door de druk op de financiële positie van de gemeente kiezen wij voor een beleidsarme perspectiefnota. Dit heeft consequenties voor de beleidsvoornemens die wij in deze nota presenteren: a. Bij de wettelijke/onvermijdelijke beleidsvoornemens zijn alleen de onontkoombare voornemens gepresenteerd.

b. Beleidsvoornemens die samenhangen met de ambities uit het bestuursprogramma (inclusief de maatschappelijke opgaven zijn niet opgenomen. Financiële knelpunten bij de onder punt b. genoemde ambities dienen binnen de bestaande middelen te worden opgelost. 17

Beleidsbegroting

2.2 Overzicht van de wettelijke / onvermijdelijke beleidsvoornemens In onderstaand overzicht zijn alleen de wettelijke/onvermijdelijke beleidsvoornemens gepresenteerd. Door de financiële tekorten maken wij ook binnen deze categorie een keuze. Daarom is het voorstel om alleen de onderwerpen met een onontkoombaar karakter te betrekken bij het opstellen van de begroting 2025. Hieronder vallen ook (nieuwe) wettelijke taken. In de tabel zijn deze onderwerpen groen gemarkeerd. De onderwerpen die voortkomen uit hogere weten regelgeving zijn in de tabel als een P.M.-post gepresenteerd. Wij verwachten dat het Rijk deze kosten compenseert. Hierbij borduren wij voort op een van de uitkomsten van de arbitragezaak

H 2.2

Jeugd. Vanzelfsprekend is de concrete invulling van deze beleidsvoornemens door de gemeente van invloed op de vraag of de compensatie door het Rijk toereikend is. Na de tabel zijn de onontkoombare wettelijke / onvermijdelijke beleidsvoornemens per programma toegelicht. De gepresenteerde bedragen zijn niet meegenomen in de resultaten van de perspectiefnota. Ze worden in het bestuurlijk voorstel expliciet ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Daarna gaan wij in op de voornemens die samenhangen met het bestuursprogramma en verder op een aantal (grote) lopende/ in voorbereiding zijnde projecten.

Wat willen we gaan doen in 2025-2028? (in €x1.000) Wettelijke / onvermijdelijke beleidsvoornemens

Cat

DP

2025

2026

2027

2028

1a. Digitale transformatie (budget is gemiddelde van de bandbreedte)

1

1.3

10 N

10 N

10 N

10 N

1b. Zorgplicht medewerkers

1

1. 1.3 2

50 N

50 N

50 N

50 N

1

1.3

25 V

25 V

25 V

25 V

1

1. 1.3 2

50 N

50 N

50 N

50 N

1

1.3

25 V

25 V

25 V

25 V

60 N

60 N

60 N

60 N

PROGRAMMA 1 - BEDRIJFSVOERING

Budget verlaagd i.v.m. tekorten begroting 1c. Duurzame inzetbaarheid Budget verlaagd i.v.m. tekorten begroting PROGRAMMA 3 - FYSIEK 3a. 1 fte toezichthouder bouw

1

3.2

75 N

75 N

75 N

75 N

3b. Transitiefase Omgevingswet

1

3. 3.22

75 N

75 N

75 N

75 N

3c. Omgevingsdienst regio Utrecht

1

3. 3.22

P.M. 150 N

150 N

150 N

150 N

0

0

PROGRAMMA 4 - SOCIAAL-MAATSCHAPPELIJK 4a. Wetswijzigingen Wmo of van invloed op de Wmo

1

4.4

0

0

4b. Spreidingswet

1

4.5

0

0

4c. Wet inburgering: lange termijn inzicht uitgaven ontbreekt nog

1

4.5

0

0

0

0

4d. Arbeidsmarktregio: doorontwikkeling

1

4.5

0

0

0

0

4e. Participatiewet in Balans

1

4.6

0

0

0

0

0N

0N

0N

0N

420 N

420 N

420 N

420 N

Totaal

18

Beleidsbegroting

2.2.1 Toelichting beleidsvoornemens per programma

H 2.2

bijdragen aan de fysieke en mentale fitheid. Het moet ervoor zorgen dat medewerkers geschikt zijn en blijven voor werk en voor een goede werk privé balans. Op dit moment hebben wij hiervoor

PROGRAMMA 1 BEDRIJFSVOERING

nog geen beleid en ook geen middelen. De trends en ontwikkelingen laten zien dat op bijna de

1a. Digitale toegankelijkheid

helft van de werkenden het niet vol houdt tot de pensioenleeftijd. In de al krappe arbeidsmarkt

Alle overheidsorganisaties moeten voldoen aan de wet digitale toekankelijkheid. Dit is vastgelegd

is dit een groot probleem bovendien zorgt ook ons hoge ziekteverzuim voor hoge kosten voor

in "de wet voor digitale toegankelijkheid." (https://www.digitoegankelijk.nl/wetgeving). Hiervoor

inhuur. We verwachten dat door een budget voor vitaliteitsmaatregelen beschikbaar te stellen

moeten we er voor zorgen dat onze websites en apps toegankelijk zijn voor al onze inwoners.

zich gaat terugverdienen door middel van lagere inhuurkosten. De kost gaat hier wel voor de

Hiervoor zijn onderzoeken nodig door een onafhankelijke partij op de toegankelijkheid van onze

baat uit. De eerste drie jaar zal dit effect naar verwachting nog niet direct zichtbaar zijn. Ook bij

websites en apss, en moeten we verklaringen publiceren over onze toegankelijkheid. In 2023 zijn

dit onderwerp zijn wij terughoudend met de hoogte van het benodigde budget. Daarom is een

we begonnen met een inventarisatie waar we nu staan en wat de omvang is. in 2024 willen we tot

budget van € 25.000 opgenomen in plaats van het gewenste budget van € 50.000.

uitvoering overgaan. We onderzoeken ook eventuele samenwerking in Foodvalleyverband. Met een structureel budget van € 10.000 gaan we uit van een minimale uitvoeringsvariant.

PROGRA MMA 3 FYSIEK 3a. 1 fte toezichthouder bouw

1b. Zorgplicht medewerkers

Voor het toezicht op de bouw is onvoldoende formatie beschikbaar. Op dit moment hebben

Als werkgever zijn we ook verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkplek thuis. Dit komt

wij een toezichthouder voor 20 uur per week. In de praktijk blijkt dit veel te weinig te zijn. De

voort uit de Arbowetgeving. De gemeente stelt zelf kaders op voor besteding van het bedrag,

toezichthouders zijn de ogen en oren van de handhavingsjuristen (2 fte). Alleen op basis van

maar is verplicht dit aan medewerkers aan te bieden. Tot nu toe hebben we daar geen invulling

wat de toezichthouder constateert kan er gehandhaafd worden. Daarnaast is de toezichthouder

aan gegeven voor wat betreft meubilair. Wel hebben medewerkers de beschikking over een laptop.

bouw ook aanspreekpunt voor meldingen en klachten. Met de huidige capaciteit blijven veel van

Vanuit de coronatijd hebben sommige medewerkers een bureaustoel en/of scherm meegekregen.

deze zaken liggen, met ontevreden inwoners tot gevolg. Met deze formatie is er bovendien niet

Navraag bij andere gemeenten laat zien dat zij gemiddeld een budget van € 1000,-- per 3 jaar

elke dag een toezichthouder beschikbaar. Dit betekent dat in het geval van spoed overtredingen

per medewerker beschikbaar stellen voor medewerkers die hun werk ook thuis doen. Bij ons gaat

of gevaarlijke situaties niet snel genoeg geconstateerd kunnen worden. Uit ingewonnen advies

het om ongeveer 150 medewerkers. Bij dit onderwerp zijn wij terughoudend zijn met de hoogte

blijkt dat een gemeente van onze omvang minimaal 1,5 fte beschikbaar zou moeten hebben voor

van het benodigde budget. Daarom is een budget van € 25.000 opgenomen in plaats van het

bouwtoezicht. De kosten hiervan bedragen € 75.000 per jaar. Vooralsnog is dit beleidsvoornemen

gewenste budget van € 50.000.

niet als onontkoombaar aangemerkt.

1c. Duurzame inzetbaarheid

3b. Transitiefase Omgevingswet

In de Cao is opgenomen dat wij verplicht zijn om een beleidsplan vitaliteit op te stellen. Dit moet

Vanaf 1 januari 2024 is er één tijdelijk omgevingsplan. Voorheen waren dit meerdere

19

Beleidsbegroting

bestemmingsplannen, verordeningen en rijksregels. In 2025 schrijven we het handboek transitiefase Omgevingsplan. Hierin staat wanneer en hoe we welk deel van het tijdelijk omgevingsplan omzetten naar het permanente deel. Op dit moment is wettelijk vastgelegd dat er eind 2031 een permanent Omgevingsplan moet zijn. Voor het herzien van bestemmingsplannen werd voorheen €75.000,00 per jaar gereserveerd. Inschatting is dat het voldoende is om ditzelfde bedrag per jaar te reserveren voor het opstellen van het permanente omgevingsplan.

H 2.2

PROGRAMMA 4 SOCIAAL - MAATSCHAPPELIJK 4a. Wetswijzigingen Wmo of van invloed op de Wmo Nieuwe wetgeving of aangekondigde wetgeving, zoals Inkomensafhankelijke bijdrage Wmo 2026, Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg (Wbrz), Woonplaatsbeginsel beschermd wonen, Wet Aanpak Meervoudige Problematiek in het Sociaal Domein (Wams). Over deze wetgeving is nog veel onduidelijk. Daarnaast gaan wij ervan uit dat het Rijk gemeenten voor deze taken compenseert. Daarom is voor dit beleidsvoornemen geen budget opgenomen.

NB: Een Koninklijk Besluit zal de einddatum van 1 januari 2032 nog vastleggen. Dit bepaalt artikel 22.5 van de Omgevingswet. 3c. Omgevingsdienst regio Utrecht Er is door de Algemeen Besturen van de ODRU en RUD besloten om een fusietraject op te starten. Dit om een robuuster uitvoerings- en handhavingssysteem te creeren voor de provincie Utrecht en alle gemeenten die daarbinnen vallen. In 2024 wordt verkend wat de wensen en mogelijkheden zijn voor één gezamenlijke omgevingsdienst, in 2025 zal er toegewerkt worden naar inhoudelijke

4b. Spreidingswet De spreidingswet vraagt van gemeente Rhenen om 120 asielzoekers op te vangen. Dit is een nieuwe taak en kost extra ambtelijke inzet. We ramen een budget voor procesbegeleiding, communicatie en participatie na aftrek van mogelijke compensatie van het Rijk van € 59.000 voor 2025 en 2026. Wij gaan er vanuit dat het Rijk de kosten hiervan compenseerd. Daarom is voor dit beleidsvoornemen geen budget opgenomen. NB: deze Wet lijkt door het aanstaande kabinet te worden teruggedraaid.

keuzes en afspraken. Hiervoor zal een eenmalig bedrag per gemeente aan frictiekosten nodig zijn. Over de daadwerkelijke kosten en de verdeling is echter in dit stadium niets bekend. September

2024 wordt genoemd als moment dat hier meer duidelijkheid over komt. Mogelijk komt er wel een bijdrage uit het Interbestuurlijk Programma versterking VTH-stelsel. Voor een uitgebreider beeld, zie 'Routekaart naar één robuuste omgevingsdienst in Utrecht'. Eind mei is contact geweest met de Odru. De hoogte van het bedrag is nog onbekend. Daarom is in de tabel een P.M. opgenomen.

4c. Wet inburgering: lange termijn inzicht uitgaven ontbreekt De feitelijke start van veel inburgeringsactiviteiten was in Q3 van 2022, net als bij veel andere gemeenten. Vervolgens ontstond er vertraging op de leerroutes door gebrek aan taaldocenten. We hebben nog te weinig informatie om goed te kunnen inschatten of de SPUK middelen die we van het Rijk krijgen om deze inburgeringsactiviteiten te betalen voldoende zijn om op lange termijn de uitgaven te dekken. En wat er gebeurt als dat feitelijk niet het geval is. We gaan uit van volledige compensatie door het Rijk. Daarom is voor dit beleidsvoornemen geen budget opgenomen. NB: in het hoofdlijnenakkoord van het aanstaande kabinet is een afschaffing van de SPUK's opgenomen.

20

Beleidsbegroting

4d. Arbeidsmarktregio: doorontwikkeling Er is door het Rijk een beweging ingezet om de huidige arbeidsmarktregio's door te ontwikkelen. De ambitie is om toe te werken naar een publiek-private arbeidsmarktinfrastructuur die werkenden, werkzoekenden en werkgevers toegang biedt tot tijdige, passende, herkenbare en toegankelijke dienstverlening om de stap naar duurzaam werk te faciliteren. Om de hervormde arbeidsmarktinfrastructuur te implementeren is nieuwe wetgeving per 1 januari 2026 nodig en een transitiejaar in 2025. Vanwege de demissionaire staat / nieuw kabinet zijn de mogelijkheden rond besluitvorming onder voorbehoud. De arbeidsmarktregio Foodvalley zet al wel ontwikkelingen in gang die passen bij de beoogde beweging. Het is nog onduidelijk of er financiële gevolgen zijn voor gemeenten. Als die er zijn gaan we uit van compensatie van het Rijk. Daarom is voor dit beleidsvoornemen geen budget opgenomen. 4e. Participatiewet in Balans De Participatiewet wordt de komende jaren herzien. De huidige wet is uit balans. De Rijksbrede beweging richting vertrouwen, eenvoud en menselijke maat moet beter worden verankerd in de Participatiewet. Wetgeving moet als uitgangspunt de leefwereld van mensen nemen en niet de realiteit van het systeem. In het programma “Participatiewet in balans” worden gelijktijdig langs drie sporen activiteiten ontwikkeld.

In het eerste spoor wordt gewerkt aan ruim 20 wetswijzigingen die de eerste hardheden uit de wet halen. Een wetsvoorstel hierover is in december 2023 voorgelegd aan de Raad van State voor advies. Een besluit over dit wetsvoorstel kan, afhankelijk van de duur van de landelijke coalitievorming, in 2024 plaatsvinden. Met implementatie eind 2024 en 2025. Er zitten een aantal onderdelen in het huidige wetsvoorstel die kunnen leiden tot hogere uitgaven voor gemeenten. We gaan ervan uit dat er aanvullende compensatie van het Rijk komt. Daarom is voor dit beleidsvoornemen geen budget opgenomen.

H 2.2

2.2.2 Beleidsvoornemens bestuursprogamma Gelet op de huidige financiële positie starten wij vooralsnog geen nieuwe activiteiten op die samenhangen met het bestuursprogramma. a. Onderzoek naar verminderen (vracht)verkeer op N225 (€ 20.000) b. Omgevingsvisie Remmerden (€ 30.000) c. Omgevingsvisie Station (€ 20.000)

2.2.3. Grote (lopende) projecten Voor een aantal in voorbereiding/lopende projecten geldt dat hiervoor geen middelen beschikbaar zijn: a. 2e fase sportpark Candia b. Integraal huisvestingsplan onderwijs c. Stadshaven Wij willen de wijze waarop de projecten onder punt a. en b. worden voortgezet betrekken bij het ombuigingsproces. Het besluit over het project onder punt c. zal in september bij de behandeling van het raadsvoorstel plaatsvinden.

21

21

22

H3 BEGROTING FINANCIËLE

Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: 3.1 Uitgangspunten begroting 3.2 Financieel beeld 2025-2028 3.3 Exploitatie 2025 - 2028 3.4 Geprognotiseerde balans 2023-2028 3.5 Ontwikkeling loonlasten 23

Financiële begroting

H3

3.1 Uitgangspunten begroting

3.1.1 Inleiding

3.1.2 Uitgangspunten 2025 - 2028

In dit onderdeel zijn de uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 – 2028 opgenomen. De raad heeft in de financiële verordening vastgelegd dat deze uitgangspunten bij de perspectiefnota worden vastgesteld.

De uitgangspunten zijn vooruitlopend op de vaststelling door de raad ook gebruikt bij het opstellen van de ramingen in deze nota. Als bij het opstellen van de begroting een significatie wijziging van de uitgangspunten plaatsvindt dan zullen wij u hierover vanzelfsprekend informeren. 24

Uitgangspunten

Nr.

Exploitatie en balans

1.

Loon- en prijsontwikkelingen

Indexering

Toelichting

1.1 Loonontwikkeling

2025: 5,15% 2027: 5,05%

1.2 Prijsontwikkeling

Maatwerkbudgetten zorg: De prijsontwikkeling bij de maatwerkbudgetten zorg zijn gebaseerd op het OVA percentage. Het percentage is 2025: 5,71% 2026: 5,53% afkomstig van de Nederlandse zorgautoriteit en van de prognoses van het Centraal Planbureau (CEP maart 2024). 2027: 3,94% 2028: 3,95%

2.

2026: 4,15% De loonontwikkelingen zijn gebaseerd op de prognose van het Centraal Planbureau voor het percentage prijs 2028: 4,65% overheidsconsumptie beloning werknemers (CEP maart 2024). Dat percentage is verhoogd met 0,50% voor de werkgeverslasten en 0,25% voor de incidentele loonontwikkeling.

Reguliere budgetten: 2024: 3,9% 2025: 1,6% 2026: 1,6% 2027: 1,6%

De prijsontwikkeling bij de overige budgetten is gebaseerd op de prognose van het Centraal Planbureau voor de prijs materiële overheidsconsumptie (CEP maart 2024).

2025 - 2028: 3,75%

Het percentage is gebaseerd op een kortlopende geldlening van 1 jaar (peildatum april 2024).

Rente en renteomslag

2.1 Rente kortlopende geldleningen

2.2 Rente langlopende geldleningen 2025 - 2028: 3,39%

Het percentage is gebaseerd op de rente van een 30 jarige lineaire geldlening (peildatum april 2024).

2.3 Rente grondexploitatie

2025-2028: 1,79%

Het percentage is overeenkomst de financiële wet- en regelgeving gebaseerd op het gewogen gemiddelde percentage van de geldleningen op 1-1-2025. Dit percentage is vervolgens gerelateerd aan de verhouding vreemd vermogen / totaal vermogen.

2.4 Rente omslagpercentage

2025-2028: 1,47%

Het renteomslagpercentage is berekend door de centraal verantwoorde rentelasten te verminderen met de rentebaten en de rente die wordt toegerekend aan de grondexploitatie. De uitkomst daarvan is gerelateerd aan de boekwaarde van de vaste activa. Met het renteomslagpercentage worden de rentelasten toegerekend aan de investeringen in de (deel) programma’s.

3.

H 3.1

Overige uitgangspunten

3.1 Gewogen inflatiepercentage

2025: 2,41% 2027: 2,91%

2026: 2,69% 2028: 2,81%

Het gewogen inflatiepercentage is een combinatie van de verwachte prijs- en loonontwikkeling. In het percentage 2024 is rekening gehouden met het effect van de nacalculatie van 2024.

3.2 Indexering subsidies

2025: 1,60% 2027: 1,60%

2026: 1,60% Percentage structureel gebaseerd op de prijsontwikkeling 2025 uit de begroting 2024. 2028: 1,60%.

3.3 Volumegroei jeugd, WMO, schulden en armoede

In de ramingen voor de WMO, Jeugd, schulden en armoede is voor de jaren 2025 tot en met 2028 geen rekening gehouden met volumegroei.

3.4 Uitkering gemeentefonds

De ramingen uit het gemeentefonds baseren op de uitkomsten van de meicirculaire 2024.

3.5 Overheadpercentages

2025-2028: 88% en 63%.

Medewerkers gemeentehuis: 88% (begroting 2024: 97%), 2. Medewerkers Remmerden: 63% (begroting 2024: 63%).

25

3.2 Financieel beeld

Het financieel beeld bestaat uit: 3.2.1 Inleiding 3.2.2 Resultaat 3.2.3 Financiële positie 26

Financieel beeld

3.2.1 Inleiding

3.2.2 Resultaat

Een gezonde financiële huishouding is cruciaal om te kunnen investeren in de samenleving. Het gemeentelijk huishoudboekje moet dus structureel op orde zijn. De afgelopen jaren was dit bij onze gemeente het geval, zeker in vergelijking met andere gemeenten waarvan de begroting al tekorten vertoonde. Toch zagen ook wij de druk op de financiën toenemen. Dit kwam echter niet tot uiting in de begrotingstekorten*, maar wel in de keuzes die wij konden maken om extra te investeren in de samenleving. Vanaf nu is ook bij ons de druk op de financiële positie ook zichtbaar in de structurele begrotingstekorten. Het tekort bedraagt in 2025 ruim € 3,3 miljoen en loopt in 2026 op naar bijna € 4,2 miljoen. In de jaren erna daalt het tekort van € 3,8 miljoen in 2027 naar uiteindelijk € 3,4 in 2028. De vraag is niet meer of we moeten ombuigen maar meer op welke wijze. De signalen hierover namen de afgelopen maanden toe. We hebben u hierop gewezen in eerdere begrotingen en bij het bestuurlijk voorstel over het aanstellen van een projectleider ombuigingen. De raad heeft met het beschikbaar stellen van het budget voor de projectleider ombuigingen de noodzaak hiervan ook ingezien. Begin mei is de projectleider gestart met zijn werkzaamheden. Het is duidelijk dat wij de komende jaren voor forse financiële uitdagingen staan.

Wij zijn ervan overtuigd dat we samen met u deze uitdagingen het hoofd kunnen bieden. Wij willen de raad nadrukkelijk in het ombuigingsproces betrekken. Zodra hierover meer bekend is wordt u vanzelfsprekend geïnformeerd.

De geraamde resultaten laten over de jaren 2025 tot en met 2028 een gemiddeld tekort zien van € 3,7 miljoen. Per jaar zijn de tekorten als volgt: Verloopoverzicht resultaten 2025 - 2028 (in €x1.000) Geraamde resultaten

2025

2026

2027

2028

3.385 N

4.188 N

3.780 N

3.405 N

H 3.2

Een samenvatting van de grootste financiële bijstellingen uit deze nota treft u hierna aan. Financiële bijstellingen in 2025 op hoofdlijnen Het totaal van de financiële bijstellingen leidt in 2025 tot een nadeel van € 4.549.000. In de tabel op de volgende pagina zijn deze wijzigingen per programma inzichtelijk gemaakt. Hierbij is een onderscheid aangebracht tussen de bijstellingen van de lasten, baten en de toevoegingen en onttrekkingen reserves. De uitsplitsing is overeenkomstig de nieuwe manier van presenteren zoals die bij de jaarstukken 2023 is doorgevoerd met het oog op de rechtmatigheidsverantwoording. Na de tabel vindt een toelichting op hoofdlijnen plaats.

* Voor de periode 2022-2025 heeft het Rijk voor gemeenten € 5 miljard extra beschikbaar gesteld bovenop de stand Miljoenennota 2022. In ons financieel perspectief is dit destijds als een incidentele verhoging aangemerkt. Deze verhoging heeft dus niet geleid tot een aanpassing van het structurele beeld. Light versie Zero Based Begroten in Sociaal Domein uitgevoerd Bij de budgetten van het programma Sociaal - Maatschappelijk is in het voorjaar een Zero Based Begroten (ZBB) traject light uitgevoerd. Aanleiding waren de aanzienlijke verschillen bij de budgetten op detailniveau in de jaarstukken 2023. Het ZBB traject heeft naast meer inzicht, op onderdelen ook geleid tot structurele bijstellingen van de budgetten. Voorbeelden hiervan zijn de budgetten bij jeugd en bij het minima en armoedebeleid. Met deze eerste kwaliteitsslag zijn de budgetten over de hele linie op een adequaat niveau gebracht. Een meer diepgaande beoordeling vindt plaats bij het organisatiebrede Zero Based Begroting traject. Dat traject is onderdeel van het ombuigingsproces.

27

Financieel beeld

Financiële bijstellingen 2025 (€ x 1.000)

Lasten

Baten

Toevoeging reserves

Onttrekking reserves

Totaal wijzigingen PPN 2025

Programma 1 - Bedrijfsvoering

466 N

121 V

0N

0N

345 N

Programma 2 - Dienstverlening

58 V

8V

0N

0N

66 V

Programma 3 - Fysiek

937 N

1.199 V

0N

53 V

315 V

Programma 4 - Sociaal maatschappelijk

3.923 N

295 V

0N

74 N

3.702 N

Programma 5 - Economie & toerisme

113 N

30 V

0N

16 V

67 N

Programma 6 - Veiligheid & handhaving

94 N

47 V

0N

0N

47 N

Programma 7 - Algemene dekkingsmiddelen

95 N

674 N

0N

0N

769 N

5.570 N

1.026 V

0N

5N

4.549 N

Geraamde bijstelling Perspectiefnota 2025

Toelichting financële bijstellingen 2025 op hoofdlijnen De grootste verschillen per programma zijn hieronder kort toegelicht: Lasten programma 1. Bedrijfsvoering (€ 446.000 N): 1. Toerekening prijsinflatie 2024 ICT budgetten en kantoorkosten met € 79.000 (N). 2. Uitbreiding communicatiespecialist duurzaamheid (€ 90.000 N). 3. Pensioenen (voormalig) wethouders en toevoeging voorziening verlofsparen (€ 51.000 N). Lasten programma 3 Fysiek (€ 937.000 N): 1. Hogere kosten planvorming grondexploitatie Achterberg West 2 en mutatie onderhanden werk (€ 674.000 N) 2. Exploitatielasten 15 flexwoningen Binnenweg (€ 166.000 N) 3. Hogere kosten omgevingsdienst (€ 115.000 N) Baten programma 3 Fysiek (€ 1.199.000 V): 1. Verkoopopbrengst grondexploitatie Achterberg West 2 (€ 674.000 V) 2. Hogere opbrengsten afvalstoffenheffing en rioolheffing vanwege doorrekening hogere personeelskosten (€ 225.000 V). 3. Huuropbrengst flexwoningen Binnenweg (€ 113.000 V) 4. Hogere opbrengst leges omgevingsvergunningen (€ 150.000 V) Lasten programma 4 Sociaal maatschappelijk (€ 3.923.000 N): 1. Hogere lasten zorg in natura van Jeugdzorg via Foodvalley (€ 2.170.000 N) en lokale jeugdzorg door o.a. indexering (€ 236.000).

H 3.2

2. Het vervallen van de stelpost voor de aanvullende besparing kabinet Rutte omdat compensatie plaatsvindt in het gemeentefons (€ 382.000 N) 3. Bijstelling van de lasten door stijging aantal bijstandsgerechtigden (€ 300.000 N) en DVO met Gemeente Veenendaal voor de uitvoering taken participatie (€ 174.000 N). 4. Hogere personele lasten door gebruik van inhuur en verschuivingen binnen formatie (€ 237.000 N) 5. Bijstelling van de lasten door meer gebruik minimaregeling / Cunerapas ( € 334.000 N) 6. Hogere lasten door meer gebruik van WMO begeleiding individueel (€ 140.000 N) 7. Het verlagen van de lasten door wegvallen van stelpost woonplaatsbeginsel-indexering (€ 140.000 V) 8. Bijstelling van de lasten voor SPUK Onderwijsachterstandenbeleid (Wet Oké) (€ 100.000 V) Baten programma 4 Sociaal maatschappelijk (€ 295.000 V): 1. Hogere baten door stijging BUIG-budget (€ 193.000 V) 2. Bijstelling van de baten voor SPUK Onderwijsachterstandenbeleid (Wet Oké) (€ 100.000 N) Baten programma 7 Algemene dekkingsmiddelen (€ 674.000 N): 1. Bijstelling hoogte uitkering gemeentefonds met € 552.000 N. 2. Verlagen reservering indexering inkomsten door toerekening van de gewogen inflatie aan de baten van de inhoudelijke programma’s. Verder actualisatie gewogen inflatie voor 2025. Per saldo € 166.000 (N). Een meer verdiepende analyse treft u aan in onderdeel 3.2.3 Toelichting exploitatie 2025. 28

Financieel beeld

H 3.2

Financiële bijstellingen 2026 – 2028 op hoofdlijnen In onderstaande tabel is het saldo van de meerjarige financiële bijstellingen afgezet tegen de mutatie in 2025. Met het saldo van de bijstellingen bedoelen we het saldo van de lasten minus de baten en de mutaties reserves. Na de tabel vindt een toelichting op hoofdlijnen plaats. Financiële bijstellingen 2025 - 2028 (€ x 1.000)

2025

2026

2027

2028

Programma 1 - Bedrijfsvoering

345 N

369 N

415 N

429 N

Programma 2 - Dienstverlening

66 V

4N

11 N

1V

Programma 3 - Fysiek

315 V

314 V

522 V

525 V

Programma 4 - Sociaal maatschappelijk

3.702 N

3.212 N

3.284 N

3.214 N

Programma 5 - Economie & toerisme

67 N

64 N

64 N

62 N

Programma 6 - Veiligheid & handhaving

46 N

46 N

46 N

46 N

Programma 7 - Algemene dekkingsmiddelen

769 N

549 N

743 N

441 N

4.550 N

3.929 N

4.041 N

3.665 N

Geraamde bijstellingen perspectiefnota 2025-2028

Toelichting financiële bijstellingen 2026 – 2028 op hoofdlijnen De financiële bijstellingen bedragen in de periode 2026 - 2028 gemiddeld € 3,9 miljoen per jaar. In onderstaande tabel zijn deze wijzigingen per programma inzichtelijk gemaakt. Na de tabel vindt een toelichting op hoofdlijnen plaats waarbij de bijstellingen in 2026 - 2028 zijn afgezet tegen die in 2025. De grootste verschillen zijn hieronder kort toegelicht: Programma 3 Fysiek Het resultaat van programma 3 verbetert in meerjarenperspectief door de verhoging van de opbrengst afvalstoffenheffing en rioolheffing als gevolg van de doorrekening van de cumulatief hogere personeelskosten (€ 271.000 in 2025 oplopend tot €485.000 in 2028). De verhoging van de opbrengst leges omgevingsvergunningen is op basis van de woningbouwplanning alleen in 2025 met € 150.000 verhoogd.

Programma 4 Sociaal maatschappelijk Het resultaat van programma 4 verbetert in meerjarenperspectief voornamelijk door de taakstelling voor de aanvullende besparing op Jeugdzorg van kabinet Rutte (€ 382.000 V). In 2025 is die besparing vervallen door compensatie in het gemeentefonds. Programma 7 Algemene dekkingsmiddelen De meerjarige fluctuaties bij de Algemene dekkingsmiddelen hangen vooral samen met de dynamiek van het gemeentefonds en met de reserveringen voor de loon- en prijsinflatie. Het laatste jaar is daarbij een vreemde eend in de bijt omdat die nieuw aan de meerjarenraming van de begroting wordt toegevoegd. De actuele ramingen uit 2027 vormen daarbij het vertrekpunt. Vervolgens worden de budgetten geactualiseerd voor de specifieke verwachtingen van dat jaar. Dit leidt forse bijstellingen van de budgetten. Voorbeelden hiervan zijn: de raming van het gemeentefonds, reservering van de loon en prijsinflatie en de onroerende zaakbelasting.

29

Financieel beeld

Meerjarige resultaten per programma 2023 - 2028. In onderstaande tabel is per programma het geraamd resultaat (dus inclusief de mutaties reserves) over de jaren 2023 – 2028 gepresenteerd. Doel hiervan is het bieden van een meerjarig inzicht in de budgettaire ontwikkelingen per programma. Hierbij dient wel een voorbehoud te Meerjarige ontwikkeling 2023 - 2028 (€ x 1.000)

worden gemaakt. Omdat de bedragen zijn samengesteld uit een saldi van baten, lasten en mutaties reserves kunnen de bedragen niet altijd het juiste beeld geven. Mede daarom is na de tabel een toelichting op hoofdlijnen opgenomen. NB: cijfers over 2023 zijn nog in concept.

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Programma 1 - Bedrijfsvoering

10.854 N

11.729 N

10.848 N

10.777 N

10.791 N

10.805 N

Programma 2 - Dienstverlening

569 N

547 N

492 N

543 N

555 N

543 N

Programma 3 - Fysiek

4.021 N

5.215 N

3.753 N

3.870 N

3.707 N

3.704 N

Programma 4 - Sociaal maatschappelijk

21.403 N

22.657 N

24.030 N

23.227 N

23.333 N

23.263 N

Programma 5 - Economie & toerisme

1.185 N

1.532 N

1.437 N

1.447 N

1.410 N

1.408 N

Programma 6 - Veiligheid & handhaving

2.272 N

2.567 N

2.505 N

2.485 N

2.484 N

2.484 N

Programma 7 - Algemene dekkingsmiddelen

41.300 V

42.326 V

39.681 V

38.162 V

38.500 V

38.802 V

995 V

1.922 N

3.385 N

4.188 N

3.780 N

3.405 N

Geraamde resultaten 2023-2028

De grootste verschillen zijn hieronder kort toegelicht: Programma 1 Bedrijfsvoering Bij bedrijfsvoering vallen met name de hogere lasten in 2024 op. Die kunnen volledig worden toegeschreven aan de kosten van inhuur. Programma 3 Fysiek Het resultaat van programma 3 is in 2024 € 1,2 miljoen nadeliger dan in 2023. Dit wordt met name veroorzaakt door de incidentele vrijval van de voorziening wegen in 2023 met € 0,6 miljoen (N). Daarnaast zijn de personeelskosten in 2024 incidenteel € 0,4 miljoen hoger (N). Ten slotte zijn de inkomsten omgevingsvergunningen in 2024 € 0,2 miljoen (N) lager. Het resultaat is in 2025 ten opzichte van 2024 € 1,5 miljoen voordeliger. Dit wordt veroorzaakt door de in 2024 geraamde reservering van SPUK gelden Oekraïne van € 0,9 miljoen (V). Daarnaast zijn de personeelskosten ten opzichte van de incidentele bijraming in 2024 in 2025 € 0,4 miljoen (V) lager. Ten slotte zijn de opbrengsten van de bestemmingsheffingen hoger door een hogere doorberekening van personeelslasten met € 0,3 miljoen (V). Programma 4 Sociaal maatschappelijk Het resultaat is in 2024 € 1,2 miljoen nadeliger dan in 2023. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere personele kosten door inhuur en het schuiven binnen de formatie

H 3.2

(€ 437.000 N), hogere lasten voor WMO maatwerk voorzieningen (€ 310.000 N) en jeugd maatwerk voorzieningen (€ 264.000 N). Het resultaat is in 2025 ten opzichte van 2024 € 1,4 miljoen nadeliger. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het niet ramen van de baten en lasten voor de crisisopvang van Oekraïners (€ 1.438.000 N) in 2025. Programma 5 Economie & toerisme Het resultaat van programma 5 is in 2024 € 347.000 nadeliger dan in 2023 als gevolg van de in 2023 ontvangen incidentele extra bijdrage MTB gelden ad € 91.000 (N) en de vrijval van de bruidschat Kwintelooijen ad € 78.000 (N). Daarnaast zijn de personeelskosten in 2024 € 89.000 (N) hoger door overheveling van de formatie landelijk gebied naar dit programma. Programma 6 Veiligheid & handhaving Het resultaat van programma 6 is in 2024 € 295.000 nadeliger dan in 2023 als gevolg van de stijging van de kosten van de VRU met € 76.000 (N) welke worden gedekt ten laste van de stelpost prijsstijgingen op programma 7. Daarnaast zijn de personeelskosten € 180.000 (N) hoger dan in 2023 met name als gevolg van incidentele inhuur in 2024.

30

Financieel beeld

Programma 7 Algemene dekkingsmiddelen Vanaf 2025 daalt het voordelige saldo met ruim € 2,5 miljoen. De belangrijkste reden hiervan is het opnemen van reserveringen voor de loon- en prijsinflatie voor 2025 van € 1,6 miljoen. Die reservering neemt jaarlijks met ongeveer eenzelfde bedrag toe. Voor de woonlastendemping 2024 is in 2025 een eenmalige toevoeging aan de algemene reserve opgenomen van € 626.000 (woonlastendemping 2025: € 609.000 en 2026: € 265.000). De omvang van de uitkering uit het gemeentefonds daalt in 2026 met € 1,2 miljoen. Dit hangt samen met het ravijnjaar. In de jaren na 2026 stijgt het gemeentefonds met respectievelijk € 1,4 miljoen in 2027 en € 1,6 miljoen in 2028. Voor het belangrijkste deel bestaat de toename uit een (gedeeltelijke) compensatie voor de loon- en prijsontwikkelingen in dat jaar. Tenslotte zien we een toename van de OZB opbrengsten door de jaarlijkse indexatie en de uitbreiding van de woningen. In de periode 2025 – 2028. Uitkering Gemeentefonds Voorinformatie meicirculaire 2024 In de Voorjaarsnota van het Rijk, die de basis vormt voor de komende meicirculaire, zijn na intensieve gesprekken met de VNG een aantal besluiten verwerkt: 1. De oploop van de opschalingskorting van € 675 miljoen is vanaf 2026 structureel geschrapt. 2. Rechtvaardige risicoverdeling Wmo door heldere afspraken over objectieve indexering en aparte fondsvorming. 3.

Indexering zorgkosten: € 75 miljoen in 2026 oplopend tot 300 miljoen in 2029. Deze middelen zijn op een aanvullende post op de rijksbegroting gereserveerd. In de eigen ramingen van het gemeentefonds is hiermee al rekening gehouden. 4. Een opschoonactie voor specifieke uitkeringen. Daarnaast wordt de koppeling van het volume en loon- en prijs accres aan de ontwikkeling van het BBP twee jaar eerder ingevoerd, namelijk vanaf 2024. In 2025 wordt dit nadeel deels gecompenseerd door het Rijk. Op het bordje van de gemeente blijft een eenmalig nadeel liggen van € 675 miljoen. Vanaf 2026 stijgt het accres structureel met € 750 miljoen oplopend tot ongeveer € 1 miljard in 2029. Zie hiervoor de laatste twee rijen uit de tabel. (Miljoenen euro)

2024

2025 2026 2027 2028 2029

1. Accres GF bbp vanaf 2024

-719

-1.324

-136

-109

-88

-63

2. Incidentele compensatie GF

-

-

675

675

675

675

3. Incidentele compensatie GF

719

649

136

109

88

63

Totaal effect op GF

-

-675

675

675

675

675

Reservering aanvullende post

-

75

150

225

300

H 3.2

De gevolgen van de nieuwe besluiten uit de Voorjaarsnota van het Rijk zijn voor 2025 tot en met 2028 verwerkt in deze nota. Dat geldt ook voor de informatie die via de Voorjaarsnota bekend is gemaakt over de lopende afspraken. Denk bijvoorbeeld aan: 1. Afrekening onderuitputting BTW compensatiefonds 2023 (op macro niveau € 214 miljoen). De voordelige afrekening 2023 is na aftrek van het bedrag waarmee wij in onze begroting al rekening hielden structureel doorgetrokken voor 2025 tot en met 2028. 2. Compensatie van de extra besparing in de jeugdzorg van kabinet Rutte van € 500 miljoen in 2025. Hier tegenover staat de afboeking van de taakstelling (hoogte 80%) in programma 4 Sociaal – Maatschappelijk die hiervoor was opgenomen. Per saldo leidt dit tot een klein voordeel. Inmiddels is via het hoofdlijnenakkoord van het kabinet bekend geworden dat de aanvullende besparing structureel wordt geschrapt. Dit leidt tot een beperkt voordeel in voor onze begroting. 3. De bijgestelde loon en prijsontwikkelingen 2025 tot en met 2028 op basis van het Centraal Economisch Plan 2024. Vooruitlopend op de publicatie van de meicirculaire 2024* zijn de gevolgen die bekend konden zijn op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk verwerkt in deze nota.

Voor de jaren 2025 - 2028 gaat het om de volgende bedragen: 2025: € 552.000 N 2026: € 107.000 V 2027: € 273.000 V 2028: € 1.878.000 V** *Na de publicatie van de meicirculaire 2024 (eind mei) bleek er over de jaren 2025 - 2028 sprake te zijn van een voordeel van gemiddeld € 840.000 per jaar. Dat voordeel komt bovenop de bedragen die reeds waren verwerkt in deze nota. Meer informatie over deze voordelen treft u verderop aan. ** de voordelige bijstelling in 2028 komt door het toevoegen van een nieuw begrotingsjaar aan de meerjarenraming. Hierdoor zit de vergoeding van de volumeontwikkeling en van de loon- en prijsontwikkeling voor het eerst in de raming van 2028.

* Gemeentefonds 31

Financieel beeld

H 3.2

Definitieve uitkomsten meicirculaire 2024 De resultaten van de meicirculaire 2024 laten naast de gevolgen die zijn verwerkt in de Perspectiefnota 2025 een structureel voordeel zien*. De hogere voordelen zijn per jaar als volgt: - 2025: € 998.000 V - 2026: € 843.000 V - 2027: € 795.000 V - 2028: € 732.000 V

Gemeentefonds Gemeentefonds entefonds

ire 2024 Meicircula 4 2 0 2 icirculaire 2024 ireMe Meicircula

Geme

* De gevolgen van meicirculaire 2024 die bekend waren op basis van de Voorjaarnota van het Rijk zijn verwerkt in de gepresenteerde resultaten van de Perspectiefnota 2025. De genoemde voordelen zijn het gevolg van: a. Extra middelen voor nieuwe taken / uitbreiding van bestaande taken. De mutaties hebben over het algemeen corresponderende gevolgen voor inkomsten en uitgaven. Daardoor zijn de gevolgen voor de gemeente vaak budgettair neutraal. b. De ontwikkeling van de landelijke maatstaven versus de lokale ontwikkeling. Als de eenheden van de maatstaven op macro niveau dalen (bijvoorbeeld aantal inwoners of woonruimten) dan blijft er geld achter in het gemeentefonds. Het achterblijvende bedrag wordt over de gemeenten verdeeld via de zgn uitkeringsfactor. Hiervan profiteren wij aanzienlijk bij de meicirculaire. c. Bijstellingen van technische maatstaven zoals lokale centrumfunctie, regionale centrumfunctie e.d. Tot slot is de hoogte van de niet gedeclareerde BTW 2023 uit het BTW compensatiefonds meegenomen als voordeel in de prognose 2025 - 2028 van het gemeentefonds.

32

Financieel beeld

Omvang uitkering gemeentefonds na publicatie van de meicirculaire 2024 Nr.

Omschrijving

1.

Uitkering van het gemeentefonds inclusief mutaties Voorjaarsnota Rijk

38.610

37.401

2.

Hogere inkomsten meicirculaire 2024*

998

843

39.608

38.244

Totaal omvang gemeentefonds

2025

2026

2027

2028

38.804 40.410 795

732

39.599 41.142

*Bij de meicirculaire zijn extra gelden ontvangen voor een aantal specifieke onderwerpen (taakmutaties): a. Werkdrukverlaging jeugdbescherming (vanaf 2024: € 35.000 gemiddeld per jaar) b. Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden (vanaf 2024: € 30.000 gemiddeld per jaar) c. Participatie (2024: € 77.000; bedrag loopt daarna af) Geactualiseerd financieel perspectief 2025 – 2028 na publicatie meicirculaire 2024 Nr. Omschrijving

2025

2026

2027

2028

3.385 N

4.188 N

3.780 N

3.405 N

1.

Resultaten perspectiefnota 2025 - 2028

2.

Hogere inkomsten meicirculaire 2024

998 V

843 V

795 V

732 V

3.

Reservering w.o. taakmutaties**

129 N

109 N

115 N

116 N

4.

Onontkoombare beleidsvoornemens

135 N

135 N

135 N

135 N

5.

Woonlasten: 100% kosten- dekking afval en riolering***

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

2.651 N

3.589 N

Financieel perspectief 2025-2028

H 3.2

Ontwikkelingen Jeugdzorg Bij Jeugd maatwerk is een aanzienlijke structurele bijstelling nodig van de begrote bedragen 2025 - 2028. In 2023 hebben we een forse stijging gezien in de kosten jeugdhulp door met name een groei in verblijf en ambulante ondersteuning. Doordat de jaren ervoor de kosten vrij stabiel waren, zijn we er in eerste instantie vanuit gegaan dat dit incidenteel/tijdelijk van aard was met doorwerking in 2024. Daarnaast beloofde ook de hervormingsagenda jeugd vanaf 2025 effect te sorteren. Helaas blijkt uit verdere analyse dat we ervan uitgaan dat de komende jaren de kosten hoger uitpakken. Op het vlak van de hervormingsagenda jeugd moet het rijk nog steeds stappen zetten en is onze ruimte beperkt en vooral indirect, zoals ook besproken in de commissievergadering van 30 januari 2024. Voor de jaren 2025 – 2028 zijn de ramingen dan ook gebaseerd op het uitgavenpatroon 2023 met een indexering naar het prijsniveau 2024 van 6,43%. Voor de jaren 2025 – 2028 is een reservering voor prijsontwikkelingen opgenomen van gemiddeld 5% per jaar. De grootse afwijking ten opzichte van voorgaande jaren zit in de aantallen en zorgzwaarte. Het financiële beeld van de jeugdzorg is conform het landelijke beeld. We hebben te maken met de na effecten van corona. Dat zorgde voor een toename van de aantallen tot het niveau van voor de pandemie en een toename in zorgzwaarte.

Om deze trend bij te sturen hebben we een actieplan opgezet én ondertussen al aan het uitvoeren. Met dit actieplan beogen we dat de we de gemiddelde groei in jeugdhulpkosten van ongeveer 10% om kunnen buigen naar een groei tussen de 3% en 7%.

3.235 N 2.924 N

** Vooralsnog zijn in het geactualiseerde perspectief de taakmutaties uit de meicirculaire gereserveerd. *** Dit kan een structurele meeropbrengst opleveren van circa € 190.000.

33

Financieel beeld

Nadere toelichting resultaten 2025 - 2028 De verwachte nadelige resultaten over 2025 - 2028 hebben zich na de vaststelling van de begroting 2024 en de meerjarenraming als volgt ontwikkeld:

Verloopoverzicht resultaten 2025 - 2028

2025

2026

2027

2028

A. Meerjarenraming 2024 - 2027

2.818 V

628 V

441 V

441 V

B. Bestuurlijk voorstel begroting 2024

1.372 N

432 N

129 N

129 N

C. Bijstelling financieel perspectief 2024 - 2027

69 N

388 N

15 V

15 V

D. Raad december: belastingverordeningen 2024

106 N

67 N

67 N

67 N

E. Herijking minimabeleid

107 N

0

0

0

Sub B. tot en met E.

1.653 N

887 N

180 N

180 N

F. Bijstellingen Perspectiefnota 2025

4.550 N

3.929 N

4.041 N

3.665 N

Geraamd resultaat 2025 - 2028

3.385 N

4.188 N

3.780 N

3.405 N

NB: de peildatum van de gepresenteerde bijstellingen onder punt F is april/mei 2024. Daarom zijn in dit bedrag alleen de gevolgen van de meicirculaire 2024 verwerkt die op basis van de voorjaarsnota van het Rijk bij ons bekend konden zijn. In de resultaten kan op verschillende manieren een onderscheid worden aangebracht. De financiële regelgeving maakt een onderscheid tussen het resultaat van baten en lasten (voorheen resultaat voor bestemming) en het geraamd resultaat (voorheen resultaat na bestemming). Het verschil tussen deze resultaten zit in de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. De gemeenteraad is bevoegd om mutaties aan reserves te veranderen. Denk bijvoorbeeld aan het achterwege laten van toevoegingen aan reserves omdat de hoogte van het geraamd resultaat het niet toelaat.

Resultaten (in € x 1.000)

Saldo van baten en lasten

Mutatie reserves

Geraamd resultaat

2025

3.285 N

100 N

3.385 N

2026

4.714 N

526 V

4.188 N

2027

4.266 N

486 V

3.780 N

2028

3.839 N

435 V

3.404 N

H 3.2

Voor een oordeel over de financiële positie van de gemeente wordt het resultaat onderverdeeld in een structureel en incidenteel resultaat. Dit beeld presenteren we in de perspectiefnota, begroting en in de jaarstukken. Voor de laatste twee rapportages geldt dat het een wettelijke verplichting is. De perspectiefnota is de voorloper van de begroting. Bij de toezichtbeslissing van de provincie over de begroting is een belangrijk criterium dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Het is daarom belangrijk om bij de perspectiefnota het inzicht in het incidentele en structurele resultaat te presenteren. Resultaten (in € x 1.000)

Incidenteel resultaat

Structureel resultaat

Geraamd resultaat

2025*

1.017 N

2.368 N

3.385 N

2026

159 N

4.029 N

4.188 N

2027

49 V

3.829 N

3.780 N

2028

49 V

3.454 N

3.405 N

* Het hogere incidentele resultaat 2025 wordt veroorzaakt door de toevoeging aan de algemene reserve als gevolg van de leenconstructie woonlastendemping. NB: de specifieke uitkeringen (SPUK’s) merken wij met ingang van deze nota als structureel aan. Dit volgt uit een van de afspraken uit het hoofdlijnenakkoord van het kabinet. Hierin staat dat het kabinet de SPUK’s met ingang van 2026 willen afschaffen (met uitzondering van de BUIG) en willen onderbrengen in het gemeentefonds. Het gemeentefonds wordt als structureel aangemerkt. Het incidentele of structurele karakter van de lasten wordt afzonderlijk beoordeeld op basis van de criteria die hiervoor gelden.

34

Financieel beeld

3.2.3 Financiële positie Conclusie financiële positie De financiële positie van de gemeente staat door de omvang van de meerjarige tekorten fors onder druk. Hierdoor zijn ombuigingen onvermijdelijk. Voor een oordeel op de financiële positie dient breder te worden gekeken dan alleen naar de resultaten. In deze nota betrekken wij daarom de volgende financiële kengetallen: a. structurele exploitatieruimte b. netto schuldquote; en de c. solvabiliteit. De overige financiële kengetallen zijn niet meegewogen in het oordeel over de financiële positie. Voor de kengetallen grondexploitatie (JRR23: 0,6%), belastingcapaciteit (JRR23: 95%) en weerstandsvermogen (JRR23: 3,2). geldt dat deze geen risico vormen ten opzichte van het positieve beeld in de jaarstukken 2023. Daarnaast is het positieve beeld uit de jaarstukken 2023 vergelijkbaar met eerdere jaren. a.structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft de verhouding weer tussen het structurele resultaat en de omvang van de baten. De structurele ruimte is voor alle jaren negatief. Dit betekent dat de structurele lasten niet volledig zijn afgedekt met structurele baten. Gelet op de hoogte van de begrotingstekorten wekt dat geen verbazing. Het betekent wel dat er werk aan de winkel is. In onderstaande grafiek is de meerjarige ontwikkeling van de structurele exploitatieruimte in beeld gebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14460568/1