OUD A. Achtergrondinformatie - Notitie mogelijke maatregelen structurele dekking 2027-2030 v28nov25 - AB, 11 december 2025.
Tekst van het document
20 november 2025
Notitie mogelijke maatregelen structurele financiering 2027-2030
AUTEURS Monique Esselbrugge Holmer Doornbos Karlijn Looman Gert-Jan Limbeek Henriëtte Davelaar
Inleiding Titel rapport Nullorunt
De opdracht Het regiobureau heeft de opdracht gekregen om mogelijkheden en consequenties in beeld te brengen om te komen tot een structurele dekking 2027-2030 voor de inhoudelijke programma’s: verantwoord groeien en toekomstbestendige economie. Daarbij is het uitgangspunt de 0-lijn en is ook aangegeven dat mogelijkheden meegenomen dienen te worden om ‘extra’ te investeren. Het is goed om eerst stil te staan bij het feit dat onze samenwerking loont. We weten elkaar als gemeenten (zowel ambtelijk als bestuurlijk) makkelijk te vinden, stemmen beleid goed op elkaar af en zijn in beeld bij provincies, het Rijk en in Brussel en dat boekt resultaten. In deze notitie is hier eerst aandacht aan besteed en vervolgens wordt per programma mogelijkheden, prioritering en consequenties in beeld gebracht. Tot slot is ook gekeken binnen het programma Algemeen of er ombuigingen mogelijk zijn. Het programma Algemeen wordt gedekt uit de inwonersbijdrage en is structureel gedekt. Aandachtspunten bij het maken van keuzes De afgelopen jaren is bij min of meer gelijkblijvende gemeentelijke programmabijdragen de financiële omvang van de regio fors toegenomen. Dit heeft alles te maken met middelen die vanuit het Rijk en provincies aangetrokken worden. Binnen de thema’s van het programma Verantwoorde Groei is dit het sterkst zichtbaar: met name op de thema’s wonen, energie en mobiliteit.
Kenmerkend voor deze middelen is: • het is incidenteel geld (tijdelijk, projectfinanciering); • het is gekoppeld aan een specifiek doel of specifieke taak; • het doet een beroep op cofinanciering. Afhankelijk van de subsidievoorwaarden komen deze middelen binnen bij ofwel het regiobureau en vormen ze onderdeel van het beschikbare budget voor een thema, ofwel gemeenten en worden ze ingezet als projectfinanciering en/of (deels) geleid naar het regiobureau en regionale thema’s. De financiële relatie tussen gemeenten en regiobureau is hiermee complexer geworden. Eén eenvoudig overzicht van wat het regiobureau in- en uitgaat vertelt niet het hele verhaal. Dit maakt dat dat de consequenties van korten op gemeentelijke bijdragen aan de inhoudelijke programma’s verder strekt dan alleen de korting zelf en ook negatief kunnen terugslaan op gemeenten zelf.
2
Inhoud
Inleiding
2
Inhoud
3
1
4
Samenwerking Regio Foodvalley 1.1
Samenwerking Regio Foodvalley: ‘Onderneemt natuurlijk!’ loont
4
1.2
Financiële uitdagingen
4
1.3
Leidende principes en maatregelen Algemeen Bestuur
5
2
Programmamiddelen per thema verhogen
7
3
Programma Toekomstbestendige Economie
8
3.1
Mogelijkheden in programma Toekomstbestendige economie
8
3.1.1
Gemeentelijke bijdrage Human Capital (€350.000)
8
3.1.2
Samenvoegen thema’s Innovatief MKB en Food (€50.000)
8
4
Programma Verantwoorde Groei 4.1
10
Mogelijkheden in Programma Verantwoorde Groei
10
4.1.1
Onttrekking inflatiecorrectie Mobiliteitsfonds (€100.000 - €175.000)
10
4.1.2
Gemeentelijke bijdrage Energie (€100.000 - €185.000)
10
4.1.3
Gemeentelijke bijdrage Landelijk Gebied (€75.000)
10
4.1.4
2,5% WoKT Doorfietsroutes Foodvalley en gebiedsgelden GWG (€250.000+€90.000)
11
5
Programma Algemeen 5.1
12
Mogelijkheden in Programma Algemeen
12
5.1.1
2,5% bijdrage voor de middelen van de Regio Deal (€60.000)
12
5.1.2
Behouden strategische slagkracht (€531.000)
12
5.1.3
Inwonersbijdrage verhogen (€720.000)
13
5.1.4
Ombuiging programma Algemeen (€50.000 - €100.000)
13
3
1 Samenwerking Regio Foodvalley 1.1 Samenwerking Regio Foodvalley: ‘Onderneemt natuurlijk!’ loont De afgelopen jaren is veel gerealiseerd binnen en met Regio Foodvalley. In de komende jaren bouwen we daarop voort. Regionale samenwerking wordt daarbij ook steeds belangrijker. Vraagstukken rondom bijv. wonen, landelijk gebied en mobiliteit zijn immers te complex om lokaal op te lossen en stoppen niet bij een gemeente- of provinciegrens. Daarnaast vergroot samenwerken als regio de zichtbaarheid. Wie gehoord of gezien wil worden bij provincie(s), het Rijk of in Brussel moet samen optrekken. En dat loont! We zitten aan tafels waar we voorheen niet voor uitgenodigd werden en we hebben middelen ontvangen op o.a. het gebied van mobiliteit (recent €43,2 miljoen van het Rijk voor de aanleg van snelfietspaden), wonen, energie en niet te vergeten Regio Deal I en II. Allemaal investeringen voor en in onze regio. Daarnaast vinden we elkaar zowel ambtelijk als bestuurlijk en stemmen we beleid (grotendeels) met elkaar af. De strategische uitdaging voor Regio Foodvalley voor de komende jaren is hoe we omgaan met de optelsom van de verschillende opgaven. Opgaven die niet op zichzelf staan of zo kunnen worden aangepakt. Deze opgaven werken bovendien op elkaar in. Kunnen soms schuren of nieuwe kansen bieden.
Tijdens de looptijd van de nieuwe Strategische Agenda 2026-2030 Regio Foodvalley: ‘Onderneemt Natuurlijk!’ moeten er scherpe keuzes gemaakt worden, niet alles kan. Het maken van deze keuzes vraagt lef en vertrouwen in elkaar. In de nieuwe strategische agenda heeft u uw kompas vanuit een gedeelde ambitie langs twee hoofdlijnen ingericht en omschreven: Toekomstbestendige economie en Verantwoorde Groei. Regio Foodvalley kiest ervoor om toonaangevend te zijn in food, innovatie, kennis en productie en wil dit zijn en blijven. Goed om dan te (blijven) beseffen dat regionaal samenwerken meer is dan de optelsom van de acht individuele belangen van de samenwerkende gemeenten. Het vraagt om een regionale oriëntatie. Wat goed is voor de gemeente Nijkerk, is goed voor Wageningen en andersom. Dat gaat niet altijd vanzelf, niet altijd harmonieus en dat hoeft ook niet. Af en toe een beetje reuring hoort bij regionaal samenwerken. Een sterke regio begint bij regie. Wil je zelf richting geven, dan moet je het verhaal scherp hebben en moet je ergens voor staan. Food (voedselzekerheid) komt steeds meer in het vizier voor de weerbaarheid van Nederland en als topsector, zeker in cross-over met de semicon sector (moderne technologie en productie microchips). We willen onze agrifoodsector behouden en versterken in ons DNA.
De stikstofcrisis heeft blootgelegd hoe nauw economie, wonen, ecologie en vertrouwen verweven zijn. Samen staan we aan de vooravond om deze puzzel te leggen met daarbij onze agrifoodsector als strategische kracht.
1.2 Financiële uitdagingen Ieder jaar maken we keuzes waarop ingezet wordt. Nu komt daar vanaf 2026 een structureel begrotingstekort bij wat maakt dat er andere keuzes gemaakt moeten worden. Ook het uitgangspunt van de beoogde 0-lijn zorgt voor uitdagingen vanwege het tekort dat is ontstaan. Voor 2026 is dit tekort incidenteel dichtgelegd met o.a.
4
rentemiddelen. Voor de jaren 2027-2030 worden in deze notitie voorstellen gedaan voor een structurele dekking. Eerst leggen we hieronder beknopt uit waar dit tekort o.a. door veroorzaakt wordt. Tijdelijke investering strategische slagkracht regiobureau Voor de jaren 2024 en 2025 hebben gemeenten een extra investering gedaan in de strategische slagkracht van het regiobureau. Het ging daarbij om €458.000 per jaar. Deze investering was noodzakelijk om in alle processen die er lopen zelfbewust en af en toe ook assertief de belangen van de regiogemeenten en de regio als geheel te waarborgen. Deze (tijdelijke) investering deed het regiobestuur in vertrouwen, de eerste financiële resultaten van destijds (Verstedelijkingsdeal) lieten duidelijk zien dat een investering als deze rendeert. Omdat in 2024 en 2025 het proces ging lopen om te komen tot een nieuwe strategische agenda, is deze investering niet doorgetrokken voor 2026 en verder. Dit was afhankelijk van wat colleges en raden in een nieuwe strategische agenda gezamenlijk op regionaal niveau wilden realiseren. Daarnaast werd destijds het ravijnjaar 2026 wel genoemd, maar was nog niet concreet in beeld wat dit zou gaan betekenen voor gemeenten.
Actualisatie dienstverleningsovereenkomsten Ede ondersteunt Regio Foodvalley al sinds haar oprichting op het gebied van bedrijfsvoeringsprocessen (bedrijfsadministratie, archief, personeelszaken, ICT en huisvesting en services). Omdat het werkveld, de regelgeving en de processen van Regio Foodvalley steeds complexer worden, werd er steeds vaker een beroep gedaan op de ondersteuning van de gemeente Ede. De kosten die Ede hiervoor de afgelopen jaren in rekening bracht voor de DVO’s was niet kostendekkend. Ede wil naar een kostendekkende situatie en dit betekent een extra bijdrage van €300.000 per jaar (excl. indexatie). Subsidie provincie Gelderland Regio Foodvalley heeft voor de jaren 2021 t/m 2025 als enige Gelderse regio een subsidie van de provincie Gelderland ontvangen van in totaal 1,25 miljoen voor de versterking van Regio Foodvallley. Dit zijn incidentele middelen voor de huidige Strategische Agenda die per 2026 komen te vervallen. De jaarlijkse bijdrage is €250.000
1.3 Leidende principes en maatregelen Algemeen Bestuur Bovenstaande maakt dat Regio Foodvalley vanaf 2026 met een structureel begrotingstekort kampt van circa € 1,2 mln. per jaar. Voor 2026 is dit tekort incidenteel dichtgelegd. Voor de periode 2027 - 2030 zijn door de gemeentesecretarissen en regiodirecteur, op basis van advies van de Taskforce financiële uitdagingen, voorstellen gedaan om het tekort terug te brengen. Op 26 september 2025 heeft het AB op basis van deze adviezen aangegeven in te kunnen stemmen met de volgende voorstellen om het tekort terug te brengen: 1. De volgende leidende principes vast te stellen met ingang van 2027: a.
Alle kosten van het programma Algemeen worden gedekt uit de inwonerbijdrage, m.u.v. kosten die direct aan programma’s zijn toe te rekenen.
b.
Programmamanagement wordt bekostigd uit het betreffende programma
c.
De inwonerbijdrage (programma Algemeen) beweegt mee met groei/krimp van de regio.
2. Herbevestiging en verbreding van de 2,5% afroming van alle (ook toekomstige) SPUK/subsidiemiddelen; 3. Met beide provincies in gesprek blijven over hun inhoudelijk financiële bijdrage; 4. Voorstel voorleggen aan inhoudelijk bestuurders Mobiliteit en te vragen de consequenties in beeld te brengen van een onttrekking uit het Mobiliteitsfonds van €175.000,-- (jaren 2027, 2028 en 2029) De volgende besluiten zijn aangehouden:
5
5. Voorstel voorleggen aan inhoudelijk bestuurders Energie en hen te vragen de consequenties in beeld te brengen van het tijdelijk stopzetten van de gemeentelijke bijdrage en de inkomsten voor dit programma te beperken tot Rijksbijdrage 6. Een keuze te maken om het resterende tekort te dekken (zie hierna). De totale opgave Bij de voorstellen die gedaan zijn om het tekort terug te brengen naar €353.000 per jaar (tekort 2026) is een aantal opmerkingen relevant: a.
Bijdrage provincies. Op dit moment is ambtelijk een subsidie toegezegd door de provincie Gelderland voor 2026 en 2027 van €250.000 per jaar voor activiteiten die bijdragen aan het regioarrangement (o.a. monitoring, versterken executiekracht). Tevens is €100.000 toegezegd voor de Veluwe-aanpak. De provincie Utrecht overweegt een structurele bijdrage aan het regiobureau te leveren. Hoewel er geen volledige zekerheid is, is gezien de recente ontwikkelingen, een bijdrage van €400.000 (waarmee de Taskforce financiële uitdagingen heeft gerekend) op dit moment een reëel uitgangspunt.
b.
Een extra onttrekking vanuit het Mobiliteitsfonds ad € 175.000 euro per jaar voor 2027-2030; Extra onttrekken uit het Mobiliteitsfonds staat ter discussie. Dit besluit is nog niet genomen.
c.
In te stemmen met het inzetten van de bijdrage voor het thema Energie ad € 185.000 van 2027-2030 voor het dekken van het tekort; Het AB heeft dit voorstel aangehouden.
Bij het bepalen van het structurele tekort gaan we vooralsnog uit van €360.000 (tekort 2026 incl. indexering) + €175.000 + €185.000 = €720.000 per jaar, waarbij we de maatregelen onder ‘De totale opgave; 1.3b en 1.3c meenemen als onderdeel van de dekkingsvoorstellen. De inwonersbijdrage is voldoende om de kosten van het regiobureau te dekken (m.a.w. het Programma Algemeen). Het hierboven genoemde tekort betreft de beide inhoudelijke programma’s: programma’s Toekomstbestendige Economie en Verantwoorde Groei. Deze programma’s hebben een totale gemeentelijke bijdrage van ca. € 3,1 mln., bestaande uit € 1,5 mln. loonkosten en € 1,6 mln. gemeentelijke bijdrage aan de werkbudgetten. In de bijlage is een overzicht gegeven van de gemeentelijke bijdragen aan de programma’s en per thema, op basis van de 0-lijn voor 2027. Daarbij is voor elk thema een globale besteding naar hoofdactiviteiten weergeven met daarbij de prioriteit en de consequentie van schrappen ervan. In de volgende hoofdstukken beschrijven we per programma verschillende maatregelen om de investeringen te verhogen danwel concrete bezuinigingsmaatregelen per thema die, opgeteld, het structurele tekort van €720.000 volledig kunnen dekken.
6
2 Programmamiddelen per thema verhogen Aangezien het dekkingstekort betrekking heeft op de twee inhoudelijke programma’s is in kaart gebracht wat dit betekent per thema voor de desbetreffende gemeente. De inhoudelijk portefeuillehouders kunnen ervoor kiezen vanuit de programmamiddelen (collegebevoegdheid) te investeren in het thema. Progr.
Thema
Som van
Barneveld
Ede
Nijkerk
Renswoude
Rhenen
Scherpenzeel
Veenendaal
Wageningen
Begroting 2027 003.TBE
004.VG
2001 Food
94.305
15.551
30.596
11.258
1.423
5.023
2.595
17.319
10.539
3001 Human Capital
90.099
14.858
29.232
10.756
1.360
4.799
2.480
16.547
10.069
3002 Innovatief MKB
73.506
12.121
23.848
8.775
1.109
3.915
2.023
13.499
8.214
3000 Energie
86.054
14.191
27.919
10.273
1.299
4.583
2.368
15.804
9.617
4000 Ruimtelijke Ec.
53.046
8.748
17.210
6.333
801
2.825
1.460
9.742
5.928
4001 Mobiliteit
57.884
9.545
18.780
6.910
874
3.083
1.593
10.630
6.469
5001 Wonen
64.197
10.586
20.828
7.664
969
3.419
1.767
11.790
7.174
2000 Landelijk gebied
169.486
51.096
68.576
17.048
7.012
8.306
3.719
7.154
6.574
4010 Regionaal
31.836
5.250
10.329
3.801
481
1.696
876
5.847
3.558
720.414
141.946
247.317
82.820
15.328
37.649
18.881
108.331
ruimtelijk program. Eindtotaal
68.141
3 Programma Toekomstbestendige Economie 3.1 Mogelijkheden in programma Toekomstbestendige economie 3.1.1 Gemeentelijke bijdrage Human Capital (€350.000) Binnen het programma Toekomstbestendige Economie maakt het thema Human Capital onderdeel uit van de inzet op een toekomstbestendige arbeidsmarkt en aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven. De uitvoering hiervan vindt plaats in samenwerking met regionale partners, onder meer via projecten gericht op ondernemerschap, digitale vaardigheden en goed werkgeverschap. Een optie kan zijn om per 2027 de gemeentelijke bijdrage aan het thema Human Capital te beëindigen. Dit levert een structurele bezuiniging op van €350.000 per jaar. Dit betreft het volledige werkbudget en het merendeel van de doorbelaste loonkosten op het programma. De inhoudelijke overdracht van het thema Human Capital zal kunnen plaatsvinden richting de Arbeidsmarktregio in 2026. Binnen de regio kan eventueel worden besloten om onderdelen, zoals de Techniekalliantie, regionaal voort te zetten. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de cofinanciering in de Regio Deal-aanvraag (circa €100.000). Consequenties • De beëindiging van de gemeentelijke bijdrage op dit programmaonderdeel betekent een verlaging van de gemeentelijke lasten van €350.000 per jaar.
Daarnaast vervalt de huidige cofinanciering van €100.000 per jaar binnen de Regio Deal-aanvraag, die zich richt op de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt in de brede technische sector (inclusief ICT en food). Deze cofinanciering is essentieel voor het kunnen uitvoeren van een project van circa €6 miljoen, met deelname van tien regionale partners. • De impact van deze maatregel hangt deels af van de nieuwe Meerjarenagenda Human Capital 2026–2030, die momenteel in voorbereiding is. Mogelijke gevolgen zijn: o Vermindering of stopzetting van bijdragen aan projecten, zoals The Boardroom (ondernemerschap bij jongeren stimuleren), Digital Days (bevorderen van ICT-interesse bij jongeren) en initiatieven rond Goed Werkgeverschap. o Vermindering van de zichtbaarheid en inzet op het thema ‘voldoende en goed gekwalificeerd personeel’, een belangrijke regionale opgave. o Risico voor borging van de onderwijs-arbeidsmarktaansluiting, waaronder de samenwerking met de Arbeidsmarktregio via het Regionaal Werkcentrum. o Beperking van regionale leverage (multiplier) door het wegvallen van gemeentelijke cofinanciering binnen de Regio Deal, met mogelijk gevolgen voor de uitvoering en financiële dekking van het project.
3.1.2 Samenvoegen thema’s Innovatief MKB en Food (€50.000) In de Strategische Agenda is onder het programma Toekomstbestendige Economie vastgelegd dat wij toonaangevend willen zijn in het realiseren van een toekomstbestendig voedselsysteem. Dit doen wij in nauwe samenwerking met bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen in de regio. Om deze samenwerking en doelstellingen efficiënter te ondersteunen, wordt voorgesteld om de thema’s Food en Innovatief MKB binnen het programma Toekomstbestendige Economie als één integraal budget te benaderen. Door deze bundeling verwachten we een efficiencywinst te behalen en de beschikbare middelen effectiever per opdracht te kunnen inzetten, gericht op duidelijke, meetbare doelen. Een onderdeel hiervan is om de innovatieprijs voortaan eens per vier jaar uit te reiken in plaats van jaarlijks. De bijbehorende innovatiemonitor zal jaarlijks kwantitatief worden geactualiseerd en eens per vier jaar kwalitatief
worden verdiept. Deze nieuwe werkwijze zorgt voor een doelmatiger inzet van zowel het werkbudget als personele capaciteit. Een mogelijkheid kan zijn om voor de jaren 2027 tot en met 2030 de gemeentelijke bijdrage voor het programma Toekomstbestendige Economie met €50.000 per jaar te verlagen. De bijdrage komt daarmee uit op circa €270.000 per jaar. Consequenties • In de Strategische Agenda is de koers uitgezet voor de economische ontwikkeling van onze regio. Door het inzetten van minder middelen en het samenvoegen van budgetten, kan het meer tijd kosten om projecten met een lange termijnimpact te ontwikkelen en realiseren. Hierdoor kan enige vertraging in de uitvoering optreden. • De innovatieprijs en de kwalitatieve innovatiemonitor worden minder frequent uitgevoerd. Dit kan betekenen dat de zichtbaarheid en aandacht voor innovatie in de regio tijdelijk afnemen.
9
4 Programma Verantwoorde Groei 4.1 Mogelijkheden in Programma Verantwoorde Groei 4.1.1 Onttrekking inflatiecorrectie Mobiliteitsfonds (€100.000 - €175.000) Het Mobiliteitsfonds is ingesteld om een aantal grote investeringen in de regio te voorzien van een eigen bijdrage (o.a. Rijnbrug). Voor deze investeringen wordt via een gemeentelijke bijdrage gespaard tot een bedrag van 7 miljoen euro. In de afgelopen jaren is er door inflatiecorrectie meer gespaard dan voorzien. Een mogelijkheid is om dit voor de jaren 2027 tot en met 2030 in te zetten voor benodigde dekking. Het betreft hier een bedrag van maximaal € 175.000. Omdat dit bedrag gebaseerd is op de verwachting van geïndexeerde inkomsten lijkt het reëel om uit te gaan van €100k. Consequenties • De maatregel gaat uit van een verwacht overschot als gevolg van geïndexeerde inkomsten. Het overschot is niet daadwerkelijk gerealiseerd. Dit wordt aangemerkt als risico. Door uit te gaan van €100k wordt dit risico beperkt. • Deze maatregel heeft geen invloed op de huidige reserveringen in het fonds voor de voorgenomen bestedingen (knooppunt Hoevelaken, knooppunt A1/A30, brug bij Rhenen, frequentieverhoging Valleilijn en rondweg N233). • Cfm. art. 5.5 van het regelement Mobiliteitsfonds kan het AB alleen tot wijzigingen van het Mobiliteitsfonds besluiten die niet budgetneutraal zijn na instemming van alle gemeenteraden. Art.
6.1 stelt dat: de Regio besluit alleen tot een Onttrekking voor projecten op de Projectenlijst. Deze maatregel vraagt dus besluitvorming door alle 8 raden.
4.1.2 Gemeentelijke bijdrage Energie (€100.000 - €185.000) Voor het thema Energie ontvangt de regio naast de gemeentelijke bijdrage provinciale subsidies en rijksbijdragen. Het gaat om bijdragen vanuit het NPRES en het NPLW. Voor de rijksgelden wordt geen cofinanciering van de regio gevraagd. De afgelopen jaren hebben deze bijdragen tot overschotten geleid. Het pauzeren van de volledige gemeentelijke bijdrage (ca. 185k) maakt dat er geen structurele programmamiddelen zijn en geen cofinancieringsmogelijkheden voor de provinciale subsidies. Bovendien geeft het pauzeren van de volledige gemeentelijke bijdrage een ongewenst signaal naar partners. Een mogelijkheid is om voor de jaren 2027 tot en met 2030 de gemeentelijke bijdrage voor het thema Energie met €100.000 terug te brengen. De gemeentelijke bijdrage voor het thema Energie (excl. personeel) bedraagt daarmee ca. €95.000 per jaar. De consequenties hiervan worden hierna geschetst. Deze consequenties gaan zich in mindere mate voordoen als de huidige onderbesteding over 2025 meegenomen worden naar de periode van de nieuwe Strategische Agenda. Consequenties • Tot en met 2028 is het risico gering. Voor 2029 en 2030 is het risico hoger vanwege de onzekerheid van continuering van de geldstromen vanuit het Rijk. • Minder inzet op netcongestie (coördinatie en kennisdeling).
• Mogelijk prioritering nodig bij het doorrekenen en -tekenen van energiesysteem bij de opgave verantwoorde groei (gebiedsontwikkelingen).
4.1.3 Gemeentelijke bijdrage Landelijk Gebied (€75.000) Voor het thema toekomstbestendige landbouw en het thema Natuur, Water en Landschap ontvangt de regio gelden van de gemeenten die worden gebruikt om het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied uit te voeren. Voor onderdelen van die uitvoering zijn, vaak via cofinanciering, ook bijdragen van derden beschikbaar. Gezien de ontwikkelingen rondom de Aanpak Veluwe en de gemeenschappelijke doelen die wij samen hebben met andere overheden verwachten wij voor belangrijke onderdelen van de uitvoering van het RPLG een extra bedrag te krijgen vanuit met name de Rijksoverheid en provincies. Dit maakt dat de gemeentelijke bijdrage omlaag kan. Het is niet mogelijk om de gehele gemeentelijke bijdrage te stoppen omdat wij voor een aantal projecten een vierjarige verplichting zijn aangegaan. Daarnaast is het beëindigen van de bijdragen ongewenst, omdat dan niet gewerkt kan worden aan diverse doelen vanuit het RPLG. Daarnaast geeft het een ongewenst signaal naar de partners en medeoverheden, wat ten koste kan gaan van nieuwe bijdragen van deze partners. Een mogelijkheid kan zijn om voor de jaren 2027 tot en met 2030 de
10
gemeentelijke bijdragen voor het landelijk gebied met €75.000 terug te brengen. De gemeentelijke bijdrage bedraagt daarmee ca. €390.000 per jaar. Consequenties Als er geen cofinanciering van derden komt, worden de activiteiten op prioritaire thema’s (m.n. Aanpak Stikstof en alles wat daar mee samenhangt) niet uitgevoerd. Deels kunnen we dat dan ondervangen door alle andere activiteiten stil te leggen en die budgetten daarvoor in te zetten. Maar dan kunnen we niet aan alle doelen van het Regionaal Perspectief Landelijk gebied werken (zoals de BKN en regionaal voedsel) en kunnen we niet meer vanuit de regionale samenwerking aan de samenhangende doelen werken. Dat betekent dat er meer opgepakt zal moeten worden door de gemeenten individueel.
4.1.4 2,5% WoKT Doorfietsroutes Foodvalley en gebiedsgelden GWG (€250.000+€90.000) Afgesproken is om 2,5% van de subsidiebedragen die regionaal worden aangevraagd en toegekend in te zetten ter dekking voor de kosten van twee senior programmamanagers (programmadirecteuren) Verstedelijking en Landelijk Gebied. Dit is overeenkomstig het vastgestelde rapport “Klaar voor de volgende stap” dat door alle colleges in 2023 is bekrachtigd. Van de toen verworven GWG-middelen (€67 mln.) en bijbehorende gebiedsmiddelen (€21 mln.) wordt 2,5% van de bedragen exclusief btw gereserveerd om voor de periode 2024 tot en met 2035 de genoemde kosten te dekken. In het AB van 26 september jl. is voorgesteld om deze afspraak te verbreden op twee punten: 1. De ontvangen SPUK-middelen voor gebieds- en mobiliteitsgelden zijn voor de jaren 2023 t/m 2035. Van dit bedrag wordt 2,5% afgeroomd om de kosten die gemaakt worden voor o.a. verantwoording en vastlegging te dekken. Voorgesteld wordt deze periode in te korten en te beperken tot de looptijd van de Strategische Agenda 2026-2030. Dit schept ruimte binnen deze periode en geeft een voordeel van ongeveer €80.000 voor de jaren 2026-2030. We hebben er vertrouwen in dat we na deze periode weer nieuwe geldstromen kunnen aanspreken. Het risico dekken we af door middel van het weerstandsvermogen. 2.
Momenteel is er geen ondergrens vastgesteld voor toepassing van de 2,5% afroming van SPUK/subsidiemiddelen. Voorgesteld wordt om bij toekomstige middelen die door de regio worden aangevraagd voor één of meerdere gemeenten met een omvang van gelijk of hoger dan €250.000,-- de afroming van 2,5% van toepassing te verklaring. Dit ter dekking van de inzet van het regiobureau op het taakveld waar de middelen voor bedoeld zijn. Inmiddels is sprake van nieuw te ontvangen middelen die in principe ook onder deze afspraak vallen: 1. de WoKT-middelen voor de Doorfietsroutes Foodvalley. Het gaat hier om € 43,2 mln. Rijksmiddelen en € 8,1 mln. subsidie van de provincie Gelderland, beide incl. btw. Samen gaat het om € 35,7 + € 6,7 = € 42,4 excl. btw. Afroming van 2,5% levert een bedrag op van ruim € 1 mln. In het licht van het voorgenomen AB besluit van september zou dit €250k per jaar zijn voor de periode 2027 - 2030. 2. De gebiedsgelden voor het Grootschalige Woningbouwgebied Foodvalley, deellocaties Ede en Veenendaal. Dit betreft in feite een aanvulling op de in 2023 toegekende gebiedsmiddelen. Het gaat hier om € 13,7 mln. voor Ede en € 4,2 mln. voor Veenendaal, samen €14,7 mln. excl. btw.. Afroming van 2,5% levert een bedrag op van €370k. In het licht van het voorgenomen AB besluit van september zou dit € 90k per jaar zijn voor de periode 2027 - 2030.
Consequenties • De nieuwe WoKT-middelen zijn toegezegd, maar nog niet toegekend. De formele SPUK-aanvraag bij het Rijk en de formele subsidieaanvraag bij de provincie Gelderland moet nog plaatsvinden. Naar verwachting gebeurt dit in de eerste helft van 2026. Niet duidelijk is wanneer de middelen daadwerkelijk uitgekeerd gaan worden. • De SPUK- en gebiedsmiddelen zijn toegekend op basis van toegezegde woningaantallen. Wanneer de woningbouwaantallen niet of niet op tijd gerealiseerd worden bestaat het risico dat de middelen geheel of gedeeltelijk terugbetaald moeten worden. • De eerste toepassing van 2,5%-regeling bij de SPUK- en gebiedsmiddelen zijn expliciet ingezet ter dekking van de kosten van de programmadirecteuren, zoals afgesproken in 2023. De nieuwe SPUK en gebiedsmiddelen worden ingezet ten behoeve van dekking van de tekorten (waaronder dekking van de inzet van de programmamanagers). • Bovendien bestaat de kans dat de 2,5%-regeling niet volledig ingezet kan worden binnen het taakveld waarop het binnen is gekomen (wonen, mobiliteit, verstedelijking). Dit wordt pas duidelijk bij de ontwerpbegroting en is afhankelijk van de andere keuzes die gemaakt worden om te komen tot dekking.
• Inzet van de middelen in de periode 2027 - 2030 betekent dat de dekking voor de programmadirecteuren en -managers vanuit de WoKT en gebiedsgelden opnieuw onderdeel zullen uitmaken van de financiële uitdagingen bij de nieuwe Strategische Agenda vanaf 2031.
11
5 Programma Algemeen 5.1 Mogelijkheden in Programma Algemeen 5.1.1 2,5% bijdrage voor de middelen van de Regio Deal (€60.000) De ontvangen middelen voor de Regio Deal passen binnen deze afspraak, omdat de regio deze SPUK-middelen heeft aangevraagd voor de gemeenten. Voorgesteld wordt om, in lijn met deze afspraak, 2,5% van alle bijdragen die gemeenten ontvangen in het kader van de Regio Deal in rekening te brengen bij de desbetreffende gemeenten. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe de middelen verdeeld worden over de triple helix. We schatten dit bedrag in op circa € 240.000,00, wat per jaar voor de periode 2027 - 2030 €60.000 oplevert.
5.1.2 Behouden strategische slagkracht (€531.000) In beide programma’s wordt door een grote hoeveelheid partijen samengewerkt. Ook al is Regio Foodvalley een samenwerking tussen acht gemeenten, worden wij in toenemende mate gezien als één betrouwbare partner om mee samen te werken op het gebied van complexe vraagstukken. Zoals het verstedelijkingsvraagstuk in NOVEX verband en bij de Aanpak Veluwe met betrekking tot stikstofreductie. Hiervoor is door gemeenten in 2024 en 2025 €458.000 per jaar geïnvesteerd in de strategische slagkracht van de regio. Dit is niet doorgetrokken voor 2026 en verder omdat dit afhankelijk is gesteld van wat de gemeenten gezamenlijk op regionaal niveau willen realiseren. Dit is inmiddels verwoord in de nieuwe strategische agenda. De samenwerking hebben we ook de komende jaren hard(er) nodig. We leggen de lat hoog om te komen tot de best mogelijke ingrepen en maatregelen. De impulsgelden strategische slagkracht is in 2024 en 2025 benut om de formatie van programmamanagers te verhogen van 4,5fte naar 6,22fte. Ook heeft in 2023 een onafhankelijk herwaarderingstraject plaatsgevonden waardoor de programmamanagers van S12 nu in S13 worden gewaardeerd. Nadere analyse van het dekkingstekort heeft aan het licht gebracht dat bij overdracht van programmamanagers vanuit gemeenten naar het regiobureau er geen rekening is gehouden met de overhead.
Benchmark van gemeenten (80 gemeenten, periode 2014 - 2018) door Berenschot laat een gemiddelde zien van 31,7% overhead per fte. Bij deze maatregel wordt voorgesteld de P-lasten die nog niet in rekening zijn gebracht alsnog in rekening te brengen. P-lasten programmamanagers geven een dekking voor de loonkosten t.l.v. inhoudelijke programma’s. De opslag overhead (waaronder opleidingskosten waar nu geen budget voor is) zullen landen bij het programma Algemeen (is verhoging van de inwonerbijdrage). Omdat dit afwijkt van de vastgestelde leidende principes wordt voorgesteld om hiervan af te zien en het geheel t.l.v. de inhoudelijke programma’s te dekken.
Werkelijke P-lasten Opslag overhead 31,7% Totaal Overgekomen uit gemeenten ICT-kosten al in betaald Nog in rekening te brengen
FTE 6,22
Schaal 13
4,5
12
Bedrag € 862.822,00 € 275.533,59 € 1.136.415,59 € 580.477,50 € 24.300,00 € 531.638,09
12
5.1.3 Inwonersbijdrage verhogen (€720.000) Ook kan ervoor worden gekozen de inwonersbijdrage te verhogen. Dit zorgt voor een meer structurele basis van de regionale samenwerking. Daarmee wordt echter het principe losgelaten dat de inwonersbijdrage alleen ter dekking is voor het programma Algemeen. Gemeente Barneveld Ede Nijkerk Renswoude Rhenen Scherpenzeel Veenendaal Wageningen Totaal:
Inwonerbijdrage 118.800 233.728 86.006 10.874 38.369 19.827 132.303 80.508 720.414
5.1.4 Ombuiging programma Algemeen (€50.000 - €100.000) Ondanks dat er geen dekkingsvraagstuk is op het programma Algemeen dat gedekt wordt uit de inwonersbijdrage is er ook gekeken binnen dit programma aan welke ombuigingen gedacht kan worden. De mogelijkheden die er jaarlijks zijn: • De reiskosten naar buitenlandse reizen zoals Brussel en Berlijn niet meer te betalen door het regiobureau maar door de deelnemers zelf, kostenbesparing €5000; • Het communicatiebudget te verlagen met €5000; • Het werkbudget voor de uitvoering van de Economic Board te verlagen met €25.000; • Het werkbudget voor de uitvoering van Public Affairs te verlagen met €15.000; • Het niet invullen van een vacature secretariaat per medio 2026 €50.000. De werkbudgetten voor uitvoering van de Economic Board en Public Affairs zijn de afgelopen jaren niet volledig benut. Een ombuiging betekent dat hier vooralsnog geen extra stap in gezet kan worden. Tegelijkertijd zijn wij van mening dat onze partners in de regio hier aan zouden kunnen bijdragen. De voorgestelde mogelijkheden betekent een totaal aan mogelijke ombuiging van €100.000. Dit is een ombuiging van 4,2% van het totaalbudget (te weten €2.362.778). Als dit bedrag benut wordt voor dekking van de inhoudelijke programma’s wordt het principe losgelaten dat de inwonersbijdrage alleen dient ter dekking van het programma Algemeen.
13
REGIO FOODVALLEY Bezoekadres
Bunschoterplein 1a, 6711 CD Ede
Postadres
Postbus 9022, 6710 HK Ede
Telefoon
0318 – 680 667
Website
regiofoodvalley.nl
14