Memo projectleider bezuinigingen
Tekst van het document
Memo inzake voorstel Projectleider Ombuigingen
Op 11 maart jl. heeft in de cie Bestuur en Financiën de behandeling van het voorstel Projectleider Ombuigingen plaatsgevonden. Mede gelet op de gestelde vragen en gevoerde discussie is er op diverse onderdelen behoefte aan verdere verduidelijking danwel aan aanvullende informatie. Dit treft u hieronder aan.
Doel Vanuit het Rijk is aangegeven dat gemeenten er vanaf 2026 rekening mee moeten houden dat de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds zeer fors gekort gaat worden. Op rijksniveau wordt gesproken over een verlaging met ca € 3 miljard, wat afhankelijk van de toegepaste verdeelsleutels voor Rhenen een korting van ca € 3 miljoen zal betekenen(deze effecten zij via de circulaires in het financieel meerjarenperspectief verwerkt). Ook de opgelopen kosten van jeugdhulp in lijn met de landelijke trend geven hier aanleiding voor. Vanwege de omvang, urgentie en impact van een dergelijke forse ombuiging heeft het college, inmiddels ook gesteund door een advies van de VNG en provincie, besloten om vroegtijdig met dit proces te starten en te kiezen voor een projectmatige aanpak. We willen ons tijdig voorbereiden op deze ombuigingsopgave. Daarnaast hadden we voor 2024 al het Zero Based begroten op de planning staan. Gelet op de uitgangspunten hiervan (zie ook raadsvoorstel), kan dat zeer goed gecombineerd worden met een ombuigingsoperatie. Vanwege de omvang van deze opdracht en mede gelet op de zeer grote werkdruk bij het team Financiën, is het de bedoeling dat de aan te trekken projectleider beide trajecten voor zijn/haar rekening neemt.
Het resultaat van deze opdrachten zal zijn dat wij de begroting weer volledig en opnieuw hebben opgebouwd en dat we daarnaast inzicht hebben in mogelijkheden/onderwerpen die deel kunnen uitmaken van het ombuigingstraject. Dat staat los van het keuze of we als gemeenten collectief tekorten presenteren. Ook als de uitkomst is dat geen of slechts een beperkte ombuiging nodig blijkt, dan hebben we in beeld wat of welke afwegingen kunnen maken om ‘oud voor nieuw’ in te zetten.
Financieel In het raadsvoorstel is een kostenraming aangegeven van € 200.000. Gelet op het te doorlopen traject voor zowel de ombuigingsoperatie als het Zero Based begroten en met inachtneming van het tijdstip (2026) waarop het ombuigingspakket geeffectueerd moet zijn, verwachten wij dat dit proces ca 2 jaar in beslag zal nemen. Uitgaande van 2 dagen per week (16 uur) met een verwacht inhuurtarief van €125/uur bedragen de te verwachten kosten tussen de € 192.000 en €208.000. In het raadsvoorstel is dit afgerond op € 200.000 Afhankelijk van de opzet van deze trajecten kan gekozen worden voor een gefaseerde inrichting van het proces met daarbij afwegingsmomenten om b.v. financiële middelen beschikbaar te stellen (vergelijkbaar met de decentralisaties Sociaal Domein en de Omgevingsvisie). Dit zou er bijvoorbeeld als volgt uit kunnen zien: eerste fase bestaat uit het maken van een procesplan en kaders o Een raadsvoorstel opstellen met procesplan en kaders voor het toetsen van bezuinigingsmogelijkheden.
-
tweede fase bestaat uit – afhankelijk van de actualiteit - uitwerking van het procesplan en de kaders in concrete ombuigingsmogelijkheden/-voorstellen.
Uiteraard zijn er meer mogelijkheden qua opzet en inrichting. Belangrijk (en dus randvoorwaarde) voor alle opties is dat het proces zodanig wordt ingericht dat het de medewerkers uit de verschillende
teams zo minimaal mogelijk (extra) belast zodat de reguliere werkzaamheden normaal doorgang kunnen vinden en de dienstverlening niet onnodig onder druk komt te staan.
Mogelijke kaders die in de eerste fase betrokken kunnen worden, zijn : Inspelen op ontwikkelingen zoals krapte arbeidsmarkt Investeren in preventie Enz.
Uitvoering Hoewel de noodzaak tot ombuigingen niet meer ter discussie staat, zijn er uiteraard onzekerheden die van invloed zullen zijn op de uiteindelijke omvang van de noodzakelijke ombuigingen. B.v. het verkrijgen van duidelijkheid van een nieuw kabinet over de uiteindelijke korting op het Gemeentefonds. We zullen in het proces dat gekozen wordt beslismomenten inbouwen om zo adequaat te kunnen acteren op nieuwe situaties. Na keuze voor het aantrekken van een projectleider zou bij de behandeling bij de Perspectiefnota 2025 een beslissing over het vervolg gemaakt kunnen worden. Het zal duidelijk zijn dat beide trajecten een grote inspanning vragen van vele medewerkers in de organisatie. Zonder extra ondersteuning wordt het beslag van dit traject op de medewerkers te groot en zal dit project niet het nodig geachte resultaat krijgen. Ook zal de doorlooptijd veel langer zijn dan de verwachte 2 jaar die hierboven is beschreven.