Memo consultatie principeverzoek exploiteren aannemings- en sloopbedrijf Nude 1
Tekst van het document
Memo college aan de raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatieniveau Onderwerp
: : : : : :
31 januari 2023 Joeri Peek 1052797 G.J. van Laar College Rhenen Openbaar Consultatie over principeverzoek voor het exploiteren van een aannemings- en sloopbedrijf aan de Nude 1 in Rhenen
Het college besluit: • •
in te stemmen met de memo Consultatie over principeverzoek voor het exploiteren van een aannemings- en sloopbedrijf aan de Nude 1 in Rhenen; de memo ter consultatie aan te bieden aan de raad.
Inleiding Op 3 november 2022 is een aanvraag voor het exploiteren van een aannemings- en sloopbedrijf aan de Nude 1 in Rhenen besproken in de commissie Ruimte en Economie. De aanvraag betrof een aanvraag om een bestemmingsplan vast te stellen. Gelet op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de raad bevoegd te beslissen op een dergelijke aanvraag. Een formeel verzoek tot een bestemmingsplanherziening moet zijn voorzien van een uitgewerkt bestemmingsplan waarin is aangetoond/onderbouwd dat sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Het ingediende verzoek voorzag hier niet in. Ook was er onduidelijkheid over de inhoud van het verzoek. De raad heeft aangegeven dat hierdoor geen ‘gewogen’ inhoudelijke beslissing genomen kan worden. Het verzoek is daarmee niet besluitrijp geacht. Naar aanleiding van de vergadering heeft initiatiefnemer het verzoek ingetrokken. Op 16 november 2022 is een hernieuwd formeel verzoek om bestemmingsplanherziening ingediend. Dit verzoek is toegevoegd als bijlage aan deze consultatiememo. Initiatiefnemer beschouwt het verzoek als een tweetrapsraket: (1) het exploiteren van een aannemings- en sloopbedrijf binnen de grenzen van het bestemmingsvlak, waarin kan worden voorzien in een vergunning voor o.a.
het opslaan en bewerken van E-waste en het incidenteel breken en zeven van puin middels een mobiele puinbreker (max 8x p/jr.) en (2) onderzoek naar de gewenste bedrijfsuitbreiding op locatie.
Consultatievragen 1. Staat u achter het standpunt van het college om in principe medewerking te verlenen aan het exploiteren van het aannemings- en sloopbedrijf aan de Nude 1 te Rhenen, onder de navolgende voorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ zoals opgenomen in het bestemmingsplan “Rhenen Buitengebied”, vastgesteld 20 september 2011; b. de activiteiten voldoen aan een goede ruimtelijke ordening en dienen te passen binnen de ruimte die de huidige milieu- en natuurwetgeving biedt; 2. Staat u achter het standpunt van het college – om in lijn met provinciaal beleid – geen medewerking te verlenen aan een uitbreiding van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ op deze locatie aan de Nude 1 te Rhenen?
Waarom consulteren? Een formele aanvraag voor bestemmingsplanherziening Nude 1 is eerder op 3 november 2022 behandeld in de commissie Ruimte en Economie. Uit juridische overweging heeft initiatiefnemer aangegeven om het hernieuwde verzoek te behandelen als een principeverzoek. Het nemen van een principebesluit is een bevoegdheid van het college. De raad heeft aangegeven betrokken te willen blijven bij dit onderwerp. Ook initiatiefnemer heeft gevraagd voor een behandeling van het onderwerp in de commissie Ruimte en Economie zodat de raad hierin wordt gekend. In deze consultatiememo is een aantal vragen opgenomen aan de raad om het standpunt van het college te toetsen.
Beoogd effect Het komen tot een passende omgevingsvergunning voor het exploiteren van het aannemings- en sloopbedrijf aan de Nude 1.
Feitelijke informatie Om een goede consultatie te kunnen houden, is het van belang dat u goed weet wat er juridisch speelt. Daarom leest u hier meer over de huidige situatie van Nude 1. Het bedrijf handelt op dit moment in strijd met de bestemmingen Bedrijf, Agrarisch, Natuur en Waarde – Cultuurhistorie zoals opgenomen in het bestemmingsplan Rhenen Buitengebied De locatie heeft in het geldende bestemmingsplan Rhenen Buitengebied de enkelbestemming Bedrijf voorzien van de functieaanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’. Binnen deze gronden zijn bedrijven genoemd in categorie 1 en categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, opgenomen in bijlage 3 van de regels toegestaan alsmede een loonbedrijf. De huidige bedrijfsvoering voldoet hier niet aan. Daarnaast handelt het bedrijf in strijd met de bestemming Agrarisch, Natuur en de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie doordat een deel van de bedrijfsvoering is gelegen binnen deze gronden. Een uitsnede van het bestemmingsplan is toegevoegd als bijlage 2. Het bedrijf handelt in strijd met het provinciaal inpassingsplan ‘Grebbelinielandschap’ De provincie Utrecht heeft op 8 december 2014 het inpassingsplan ‘Grebbelinielandschap’ vastgesteld. Binnen het inpassingsplan zijn de gronden gelegen binnen de aanduiding 'Waarde Grebbelinielandschap'. Het gebruik van deze gronden is niet toegestaan zonder omgevingsvergunning.
Het bedrijf heeft nog geen omgevingsvergunning hiervoor aangevraagd. Het bedrijf handelt in strijd met de Wet milieubeheer Op 12 september 2006 is een beschikking Wet milieubeheer afgegeven voor een bedrijfsvoering gericht op grond- en sloopwerken. De activiteiten zijn in de loop der jaren veranderd en uitgebreid. De vergunde situatie wijkt hiermee af van de feitelijke situatie. Het bedrijf handelt hierdoor in strijd met de Wet milieubeheer. Een revisievergunning voor het onderdeel milieu is noodzakelijk. Het bedrijf heeft hiervoor nog geen revisievergunning aangevraagd.
Het bedrijf handelt in strijd met de Wet Natuurbescherming Omdat de activiteit mogelijk tot stikstofdepositie in een Europees beschermd natuurgebied (Natura 2000-gebied) leidt is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Een dergelijke vergunning is niet aanwezig. Nu sprake is van een uitbreiding van de bestaande activiteiten kan een depositietoename op de stikstofgevoelige habitattypen per saldo niet op voorhand worden uitgesloten. Het is niet duidelijk of voor de gewenste uitbreiding een dergelijke vergunning verkregen kan worden. In het huidige bestemmingsplan zijn de vergunde milieurechten uit 2006 ingepast Bedrijven worden geschaard onder een bepaalde milieucategorie. Deze variëren van lichte bedrijvigheid (categorie 1) tot zware industrie (categorie 6). Ten opzichte van het vorige bestemmingsplan is de milieucategorie verruimd van 2 (machineverhuur bedrijf) naar 3.1 (loonbedrijf). De milieucategorie waarbinnen een bedrijf wordt geschaard is afhankelijk van het soort en de omvang van de bedrijfsactiviteiten en installaties welke aanwezig zijn ‘binnen’ de inrichting. Ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan (2011) is gekeken naar de op dat moment vergunde activiteiten. In dit geval de aan-, afvoer en opslag van materialen, opslag van bouw- en sloopafval inclusief asbest, onderhoud aan materieel en de opslag van zand.
Deze activiteiten zijn ondergebracht onder de aanduiding ‘Loonbedrijf’. Waarbij onderstaande definitie is opgenomen: -
een bedrijf, dat is gericht op het verlenen van diensten aan (agrarische) bedrijven met behulp van werktuigen, zoals agrarische werkzaamheden, sloopwerkzaamheden en onderhoudswerkzaamheden aan sloten en bermen, alsmede het leveren en transporteren van agrarische producten aan agrarische bedrijven;
Argumenten bij standpunt college in consulterende vragen 1. Het college is voornemens onder voorwaarden medewerking te verlenen aan het exploiteren van het aannemings- en sloopbedrijf aan de Nude 1 binnen de huidige grenzen van het bestemmingsvlak 1.1 De gronden binnen de bestemmingen Agrarisch en Natuur worden in oorspronkelijke staat hersteld. Hiermee zijn de strijdigheden van betreft het bestemmingsplan en het provinciale inpassingsplan voor deze gronden opgeheven; Een deel van de huidige bedrijfsvoering vindt plaats binnen de bestemming Agrarisch en Natuur (zie bijlage 2). Binnen de bestemming Agrarisch zijn de gronden bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf. De bestemming Natuur is opgenomen voor het behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden. Het verzoek voorziet in het exploiteren van een aannemings- en sloopbedrijf binnen de grenzen van het bestemmingsvlak. Er is hiermee geen sprake van een uitbreiding in areaal. Door de initiatiefnemer is bevestigd dat de herstelwerkzaamheden van de gronden al zijn gestart. 1.2 Wij stimuleren een circulaire economie en willen initiatieven welke hieraan bijdragen ondersteunen; We zien dat in het verleden vrijkomende afvalstoffen bij sloopwerkzaamheden grotendeels werden afgevoerd en verwerkt door een erkende verwerker.
Uit schaarste, maar ook uit zorg voor het milieu is er een toenemende vraag naar herbruikbare grondstoffen. In deze ‘circulaire economie’ worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. Dit initiatief draagt hier aan bij. Uiteraard moet hierbij wel voldaan worden aan de wettelijk eisen.
1.3 Reeds sinds de jaren ’90 is op deze locatie een aannemings-, sloop- en grondverzetbedrijf vergund; Dit is af te leiden uit de milieuvergunningen uit 1991 en 2006. Medewerking verlenen aan de exploitatie en ontwikkeling van het bedrijf is daarmee consistent in relatie tot eerdere besluitvorming. Hierbij moet opgemerkt worden dat ten tijden van het verlenen van de milieuvergunningen een strijdigheid met het bestemmingsplan geen weigeringsgrond was. Er werd slechts getoetst aan de Wet milieubeheer / Hinderwet. Deze weigeringsgrond bestaat pas sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening in 2008. 1.4 De bedrijfsvoering is planologisch aanvaardbaar indien de activiteiten passen binnen de ruimte die de huidige milieu- en natuurwetgeving biedt; Daarnaast moet sprake zijn voor een goede ruimtelijke ordening; Voor het mogen exploiteren van het bedrijf is het van belang dat over de juiste vergunningen en toestemmingen wordt beschikt. De aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten en installaties bepaalt de milieuruimte. Aannemers- en sloopbedrijven zijn normaal gezien bedrijven die hun werkzaamheden voornamelijk buiten de bedrijfslocatie uitvoeren. Dit bepaalt grotendeels ook de milieubelasting en daarmee de milieucategorie waarbinnen een bedrijf wordt geschaard.
Uit de verleende milieuvergunning voor het bedrijf is op te maken dat de bedrijfslocatie zelf voornamelijk mag worden gebruikt voor stalling, reparatie en onderhoud van het materiaal en materieel met de nodige opslag. In deze situatie is sprake van een relatief lichte milieucategorie. Maar bij dit bedrijf zijn in de loop der jaren de bedrijfsactiviteiten dusdanig veranderd en uitgebreid waardoor de vergunde situatie sterk afwijkt van de feitelijke situatie. Hiervoor is een nieuwe omgevingsvergunning benodigd. Bij initiatiefnemer bestaat daarnaast de wens voor het verwerken van vrijgekomen (sloop)-afval (zoals E-waste) en om reststromen om te kunnen zetten naar grondstoffen (puinbreken). Het verzoek voorziet hiermee in een verandering / uitbreiding van de werking van de inrichting voor het opslaan, overslaan, sorteren en ‘verwerken’ van diverse afval-, bouw-, grond- en hulpstoffen met als doel deze producten elders af te zetten voor (indien mogelijk) nuttige toepassing. De activiteiten die hiervoor nodig zijn betreffen in veel gevallen een zwaardere milieubelasting en daarmee milieucategorie-indeling. De benodigde vergunningen kunnen alleen worden verleend als de activiteiten passen binnen de ruimte die de huidige milieu- en natuurwetgeving biedt. Het verkrijgen van deze vergunningen komt voor rekening en risico van de ondernemer.
1.5 Na het verkrijgen van de benodigde vergunningen beschikt het bedrijf over een compleet vergunningendossier; Dit biedt meer rechtszekerheid. De gemeenteraad heeft zijn inspraak doordat zij ofwel het bestemmingsplan dient vast te stellen ofwel een verklaring van geen bedenkingen af moet geven voordat de bedoelde omgevingsvergunning kan worden verstrekt. 2. Het college wenst – in lijn met Provinciaal beleid – om geen medewerking te verlenen aan een uitbreiding van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ 2.1 Bij uitbreiding van het bestemmingsvlak komen gemeentelijke en provinciale belangen in de vorm van cultuurhistorische en landschappelijke waarden in het geding; Het bedrijf bevindt zich aan de voet van de Grebbeberg. Op deze plek bevinden zich de resten van het oude verdedigingswerk Hoornwerk. Het Hoornwerk zelf is een rijksmonument en is als zodanig onderdeel van het grotere geheel van de Grebbelinie. Een landschappelijk element met hoge cultuurhistorische waarden. Deze cultuurhistorische waarden zijn planologisch verankerd in het bestemmingsplan middels een dubbelbestemming en op provinciaal niveau in het Provinciaal Inpassingsplan ‘Grebbelinielandschap’ en de Interim omgevingsverordening.
De Gemeentelijke Monumentencommissie Rhenen heeft voor ontwikkelingen in dit gebied het toetsingskader “De cultuurhistorische waarden van het noordelijke hoornwerk aan de voet van de Grebbeberg” opgesteld. Dit toetsingskader is opgenomen als bijlage 3. Ook de provincie Utrecht heeft advies uitgebracht voor ontwikkelingen in dit gebied. De provincie staat negatief tegenover een uitbreiding van het bestemmingsvlak. Hun advies Luidt: “Het gebied rondom de Grebbeberg kenmerkt zich als half-open linie. Hierdoor staan de openheid en zicht van en naar de linie-elementen centraal. Duidelijke structuren die zichtlijnen markeren, zoals houtsingels of bomenrijen, zijn over het algemeen afwezig. Nieuwe ontwikkelingen kunnen in dit gebied alleen worden toegestaan als deze passen binnen het karakter van de half-open linie en de waardevolle openheid niet aantasten. Ontwikkelingen worden vanuit het beleid alleen acceptabel geacht als de waarden van de militaire erfgoedzone versterkt wordt. Naast dat ontwikkeling buiten het bestemmingsvlak Bedrijf niet past binnen het karakter van de half-open Grebbelinie, is het ook een directe aantasting van het militaire erfgoed, daar het de functionaliteit van het schootsveld aantast. Uitbreiding van het bestemmingsvlak is vanuit cultuurhistorisch oogpunt gezien daarom niet wenselijk.”
Risico’s Omdat het bedrijf op korte afstand van een Natura 2000-gebied ligt, kan het aspect stikstof een belemmering zijn bij vergunningverlening; Het bedrijf ligt op circa 100 meter van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken. Gelet op de aard van de werkzaamheden worden de mogelijke schadelijke effecten op de instandhoudingsdoelstellingen uitsluitend veroorzaakt door stikstofdepositie en worden overige effecten niet verwacht. Binnen de Natura 2000-gebieden zijn verschillende habitattypen aanwezig. Voor stikstofdepositie gevoelige Habitats is een kritische depositiewaarde (KDW) vastgesteld. Als de ammoniakdepositie boven deze waarde uitkomt, kunnen er soorten verdwijnen die kenmerkend zijn voor deze habitattypen. Mogelijke effecten kunnen optreden op Natura 2000-gebieden waar in deze overbelaste situaties een aanvullende toename van stikstofdepositie optreedt. Een eerdere aanvraag voor het uitbreiden van de werkzaamheden ter plaatse met een puinbreker is in 2022 door Gedeputeerde Staten van Utrecht geweigerd. Nu dit verzoek uitgaat van een uitbreiding van de bestaande activiteiten kan een depositietoename op de stikstofgevoelige habitattypen per saldo niet op voorhand worden uitgesloten. Indien blijkt dat niet voldaan kan worden aan wettelijke regels zoals vastgelegd in o.a.
de Wet milieubeheer dan wel Wet natuurbescherming kan het zijn dat het bedrijf terugvalt naar de huidige legale situatie.
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 -
Verzoek tot bestemmingsplanherziening Nude 1 in Rhenen, 16 november 2022 incl. Mail 4 januari 2023: bevestiging principeverzoek Uitsnede bestemmingsplan - Nude 1 Advies en toetsingskader Gemeentelijke Monumentencommissie Rhenen