Inspraakreactie omwonenden geanonimiseerd
Tekst van het document
Page 1 of 4
Inspraakreactie 15-2-2022 Lokaal eigenaarschap grootschalige energieprojecten , ik spreek ook namens de omwonendengroep Eerlijk met Groen. Participatie, draagvlak en lokaal eigenaarschap; geen burger zit er persé op te wachten. Maar als de leefomgeving, onze leefomgeving, dreigt te worden aangetast, zou dat toch het minste zijn waarop je moet kunnen vertrouwen; dat de verantwoordelijke overheid dat netjes uitwerkt en uitvoert. Bijlage 5 (Besluitvormingsproces) draagt op zijn zachts gezegd niet bij aan dit vertrouwen. Volgens de conclusie in het beleidsstuk Lokaaleigenaarschap Grootschalige Energieprojecten wordt mede eigenaarschap vormgegeven door leden van een coöperatie of vereniging. De eerste richtlijn in deze conclusie van het beleidsstuk is dat er een open en transparant proces gevoerd wordt met de omgeving. Hoe werkt dat uit in de praktijk? Wellicht is het proces transparant en open voor ingewijden, maar voor omwonenden is en was het proces verre van transparant. Dat heeft vele oorzaken. De projectontwikkelaar (de hoofdrolspeler) heeft zelf nog nooit contact gezocht met de omwonenden. Van meet af aan voert een nieuw op te richten coöperatie het woord. Zonder inschrijving KvK en statuten, is de intentie en rechtmatigheid van deze woordvoerder niet vast te stellen.
Wat is zijn titel, bevoegdheid en autoriteit? Toch werden wij door de wethouder steevast verwezen naar de oprichter van de coöperatie. Het mag duidelijk zijn dat dat verre van transparant is. De coöperatie werd uiteindelijk pas een maand na indiening van een principeverzoek, in juni, bij de KvK ingeschreven en is nog steeds in oprichting. Het is onduidelijk waarom zij nog niet volwaardig functioneert, lidmaatschap is evenwel nog niet mogelijk. MAAR WAS LIDMAASCHAP NIET JUIST DE OPZET VOOR LOKAAL EIGENAARSCHAP. Uiteraard hebben wij hier ons beklag over gedaan en hopen dat de raad hier serieus naar kijkt en mee laat wegen in haar besluiten. De oprichter van de coöperatie vindt lidmaatschap niet noodzakelijk, ook zonder lidmaatschap mogen we ‘meedenken’, maar we willen niet meedenken, we willen meebeslissen. Op de website van Solarfields kun je lezen dat Solarfields 50% eigenaarschap onder voorwaarden ondersteunt, maar ook dat dergelijk eigendom voor Solarfields geen juridisch zeggenschap betekent. Solarfields gaat dus niet vrijwillig meewerken aan medezeggenschap en vooralsnog bepaalt Solarfields hoe participatie in dit project eruitziet. We hebben als omwonenden, noch met de gemeente, noch met Solarfields, noch met de coöperatie in oprichting gesproken over eigenaarschap, laat staan dat daar afspraken over zijn gemaakt.
We hebben geen enkele aanzet of opzet gezien van een omgevingsovereenkomst of enige andere overeenkomst
Page 2 of 4
waarmee participatie en medezeggenschap worden gefaciliteerd en gegarandeerd. Er is ook geen aankondiging gedaan dat overleg hierover zal gaan plaatsvinden, we hebben geen projectplan participatie gezien. Ook in het voorliggende beleidsstuk treffen we niet aan wanneer en hoe en door wie dit soort gesprekken en afspraken moeten plaatsvinden. En intussen vordert Solarfields gestaag met het aflopen van de verplichte nummers in dit vergunningsproces, bijgestaan door de energie coöperatie. De wijze waarop dit project is aangevlogen en wordt uitgewerkt is niet transparant voor de omwonenden. Om het in beeldspraak te zeggen dendert de trein voort, terwijl de werkzaamheden aan het spoor nog niet afgerond zijn. Tegen de tijd dat er een wissel ligt, is de trein al gepasseerd, en volgt zelfstandig zijn eigen koers. Wat dan rest is het traject aanpassen aan de koers van de trein. We menen te hebben begrepen dat de raad medezeggenschap voor de omwonenden wil bewerkstelligen. Wat is er gebeurt met het ingediende amendement? Medezeggenschap is uiteraard het belangrijkst bij het uitwerken van een omgevingsvergunning want na indiening is de opzet en inrichting van het park fait accompli.
In de aangeleverde informatie voor dit beleid worden vormen van eigenaarschap en medezeggenschap beschreven, maar uiteindelijk staat in de conclusie van het beleidsstuk (de belangrijkste pagina van het document) enkel nog de richtlijn dat de omgeving moet worden geïnformeerd voordat het initiatief openbaar wordt en dat de projectontwikkelaar bepaalt op welke wijze er financieel geparticipeerd wordt. Dit is uiteraard volstrekt onvoldoende. Bijlage 5 (Besluitvormingsproces) eindigt met de woorden: Ook werd het duidelijk dat veel van de zaken die vragen oproepen in een latere fase op projectniveau moeten worden geregeld en niet vast kunnen liggen in een algemeen beleidsstuk. Daarom geleiden we het stuk onveranderd door ter bespreking in de raad. Kortom; de trein van Solarfields volgt haar eigen koers, de wissels worden (door de wethouder) niet eens meer gelegd. We hebben straks te maken met de nieuwe Omgevingswet. D.m.v. jurisprudentie zal duidelijk worden hoe de wet- en regelgeving in de praktijk zal uitwerken. De nieuwe Omgevingswet bepaalt hoe een aanvraagvereiste voor een initiatiefnemer uitwerkt: De gemeenteraad geeft aan hoe participatie bij voorkeur moet plaatsvinden. Nadere eisen worden vastgelegd in participatiebeleid. In de overige gevallen geldt voor de initiatiefnemer bij omgevingsvergunningen alleen een motiveringsplicht over participatie.
(zie punt 1.5.1 factsheet) Graag verwijs ik naar de factsheet ‘Bevoegdheden overheden bij procesparticipatie en financiële participatie’ opgesteld door EZ in het kader van RES. Ik trof dit document niet aan bij de meegestuurde informatie, jammer want het is voor de juridische invulling heel bruikbaar. In de toelichting op besluitvorming is bijvoorbeeld te lezen: De vraag of (voldoende) procesparticipatie heeft plaatsgevonden, kan een rol spelen in de besluitvorming als participatiebeleid is vastgesteld en daarin een inspanningsplicht is neergelegd. In geval van onvoldoende inspanningen van de
Page 3 of 4
initiatiefnemer, kan het bevoegd gezag besluiten om geen medewerking te verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. Dit kan het bevoegd gezag juridisch onderbouwen door te wijzen op het participatiebeleid en het oordeel van het bevoegd gezag dat niet aan de inspanningsplicht is voldaan. Onder welke omstandigheden het bevoegd gezag in een concreet geval de ruimte heeft om tot dat oordeel te komen, is nog niet duidelijk. De reikwijdte van de inspanningsplicht voor de initiatiefnemer is (waarschijnlijk) afhankelijk van het participatiebeleid, maar dat staat niet vast. Ook is in de jurisprudentie nog niet exact uitgekristalliseerd hoeveel beleidsruimte het bevoegd gezag wordt geboden door de bestuursrechter. Het is dus juist nu voor de juridische onderbouwing zaak om doelstelling en beoogd resultaat precies te omschrijven met de wetenschap dat wellicht niet elk beoogd resultaat behaald kan worden. Niets omschrijven en de inspanningsverplichting niet vastleggen, betekent dat je geen enkel doel gaat behalen. Zoals het beleidsstuk nu is verwoord, en zoals het proces nu verloopt, kan het maar zo zijn dat participatie op het einde van de rit, slechts een lijstje is waarop staat hoeveel informatieavonden er zijn geweest en mede eigenaarschap eventueel wordt vormgegeven door een certificaat van eigendom. Al dan niet voor 51%.
Het is mogelijk eenduidig beleid op te stellen over hoe eigenaarschap geregeld moet worden. Als je dat pas op projectniveau doet, is de trein al gepasseerd. Ik denk dan bijvoorbeeld aan een verplicht procesplan, verplichting tot het maken van omgevingsovereenkomsten, bindende inspraakmogelijkheden voor direct omwonenden, verplichte rapportages, etc. We moeten oppassen dat dit beleidsstuk niet, net als het beleidsstuk van de zonneladder, alleen nog lijkt op wat er door het rijk aan richtlijnen is aangereikt, maar door foute toepassing een andere betekenis heeft gekregen. Er is nog niets uitgewerkt, dus is er ook geen uitgewerkt beleid om vast te stellen (zie eerste punt van het raadsbesluit). We verzoeken de commissie en de raad dan ook pas een besluit te nemen indien het beleid wel is uitgewerkt, er voor de juridische onderbouwing wel een duidelijk inspanningsverplichting is omschreven, want als dat niet vast ligt in beleid, kan het achteraf niet meer op projectniveau alsnog vereist worden. Dat staat de nieuwe omgevingswet niet toe. In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, is het niet kies een niet goed doordacht besluit te nemen met verstrekkende gevolgen. Let wel, het gaat niet om beleid voor een hypothetische situatie, er staan 2 grootschalige projecten op stapel die met zorgvuldigheid en adequate middelen behandeld moeten worden. De horizon is 25 jaar.
We verwachten daarom dat de commissie en de raad de inspraken van de burgers zorgvuldig wegen. Ter inspiratie reiken we een paar voorbeelden aan van inspanningsverplichtingen die in het kader van participatie en medezeggenschap beschreven kunnen worden. Een grootschalige energieproject kan alleen vergund worden als:
Page 4 of 4
De initiatiefnemer aan het begin van het proces een projectplan participatie heeft ingediend en deze goedgekeurd is door de bevoegde overheid; De initiatiefnemer samenwerkt met een bestaande onafhankelijk vereniging of coöperatie die volwaardig functioneert t.b.v. de vertegenwoordiging (de belangen) van omwonenden met tenminste 10 lokale leden (met verschillend woonadres). Dus geen coöperatie in oprichting! Bij aantoonbare ongeschiktheid van de voorgeschoven vereniging/coöperatie mag/zal de gemeente geen medewerking verlenen. de initiatiefnemer rapporteert welke omwonenden ze hebben benaderd, op welke wijze de omwonenden zijn betrokken en wat de inbreng/reactie van de omwonenden was. Of het volgens het procesplan heeft plaatsgevonden. De initiatiefnemer bij de vergunningsaanvraag rapporteert welke wensen/voorwaarden de omwonenden hebben ingebracht, welke zijn gehonoreerd, maar vooral welke niet en om welke reden deze niet zijn gehonoreerd. Deze redenen mogen nooit uitsluitend financieel of commercieel van aard zijn. Redelijke en onderbouwde wensen of voorwaarden van omwonenden dienen in principe gehonoreerd te worden.