Inspraaknotitie dhr. Veenhof
Tekst van het document
Toespraak – Gert Veenhof, voorzitter Stadsmuseum Rhenen Commissievergadering – Meerjarenconvenant 2026–2029 Geachte voorzitter, geachte leden van de commissie, Hartelijk dank voor de gelegenheid om vanavond in te spreken. Ik ben Gert Veenhof, voorzitter van het bestuur van het Stadsmuseum Rhenen. Op de agenda vanavond staat de verlenging van het Meerjarenconvenant 2026–2029. Inhoudelijk is dit grotendeels een voortzetting van het vorige convenant. Via de griffie heeft u inmiddels ook ons nieuwe Beleids- en Collectieplan 2026–2029 ontvangen – vers van de pers. Dat plan is een uitwerking van afspraken uit het convenant en schetst onze visie, koers en ambities voor de komende jaren: realistisch én toekomstgericht. Allereerst onze waardering voor de positieve toon in het raadsvoorstel. Wij lezen met genoegen dat het Stadsmuseum door de gemeente wordt gezien als een belangrijk onderdeel van de cultuurhistorische educatie van Rhenen, met lokale, bovenlokale en soms zelfs nationale betekenis. Die erkenning doet ons goed. Dat wij dit na slechts zeven jaar bestaan, en inclusief 2 restrictieve coronajaren, al hebben bereikt, vervult ons met trots. Sinds de opening in december 2018 bezochten vele duizenden mensen het Oude Raadhuis; Stadsmuseum Rhenen.
We overschreden onze opgelegde taakstelling ruimschoots – soms tot wel driemaal – met als hoogtepunt 2024, toen ruim 11.700 bezoekers het museum bezochten. Misschien was u daar zelf ook bij.. Wat maakt het Stadsmuseum zo aantrekkelijk? Allereerst de monumentale ambiance en persoonlijke ontvangst, maar vooral de kwaliteit van onze collectie. Rhenen heeft veel te bieden: schilderijen van Jan van Goyen, Zandleven en Scheffer, historische objecten zoals de wurgdoek en de relikwieën van Cunera, en natuurlijk onze topstukken – de Merovingische Schatten. Deze hebben we vorig jaar symbolisch ‘thuisgebracht’ in het museum, waar ze wat ons betreft ook permanent thuishoren. Daarnaast vervullen we met succes bredere taken: de VVV-functie, horeca, ontvangsten en deelname aan lokale manifestaties, zoals recent bij de Stichtse Landbrief. Daarmee positioneren wij het Stadsmuseum als hét visitekaartje van Rhenen – een toegankelijke, leerzame voorziening waar inwoners en bezoekers de rijke geschiedenis van onze stad kunnen ontdekken. Inclusief in opzet èn programmering, voor jong en oud. Wij zijn dankbaar dat de gemeente de samenwerking met het Stadsmuseum wil voortzetten. De privatisering van enkele jaren geleden maakt dit convenant extra belangrijk: het geeft continuïteit en vertrouwen, niet alleen voor het bestuur maar ook voor externe partners en onze 45 vrijwilligers.
Toch kent deze avond ook een zorgelijke kant. In Tabel 1 van het raadsvoorstel staat een op het oog klein sterretje met een grote impact: vanaf 2028 wordt onze jaarlijkse subsidie structureel met €10.000 verlaagd. Dat is niet alleen veel geld, maar ook onevenredig veel in verhouding tot ons beschikbare budget. Het bericht over de korting kwam pas begin oktober, onverwacht en niet aangekondigd tijdens de voorbereiding van dit convenant of beleidsplan, en niet in lijn met de eerdere, positieve geluiden over cultuur in de voorjaarsnota.
Wij gaan uit van een betrouwbare overheid waarmee je meerjarige, realistische afspraken kunt maken. Een structurele korting op een al beperkte subsidie brengt dat vertrouwen onder druk. Om de situatie te verduidelijken: in de gemeentebegroting lijkt het alsof het museum jaarlijks ruim €280.000 subsidie ontvangt. Dat klopt op kasbasis, maar geeft een vertekend beeld. Ongeveer €180.000 betreft huur die rechtstreeks terugvloeit naar de gemeente als eigenaar van het pand. Feitelijk resteert er dus circa 35% voor onze exploitatie. Na aftrek van vaste lasten blijft ongeveer €24.000 structureel per jaar over voor alle operationele taken . Van collectiebeheer en educatie tot tentoonstellingen en promotie: het reguliere museale bedrijf. De aangekondigde korting van €10.000 betekent dat dit bedrag daalt naar circa €14.000. Dat is letterlijk een rib uit ons museale lijf. Een incidentele bezuiniging is nog op te vangen, maar een structurele verlaging betekent op termijn dat wij onze taakstelling waarschijnlijk niet kunnen waarmaken. Soms hoor ik de vraag: zijn er geen alternatieve inkomsten mogelijk? Zeker – en daar werken wij hard aan. Via onze horeca, kaartverkoop, tijdelijke exposities, cofinanciering en de Vrienden van het Stadsmuseum genereren we aanvullende inkomsten. Maar zoals ook bij u thuis geldt: structurele uitgaven vereisen structurele inkomsten.
Zonder stabiele basisfinanciering kunnen we geen langjarige plannen of verantwoorde begrotingen opstellen. Onze ambities blijven groot. Denk aan het plan om de Merovingische schatten permanent te exposeren – mits het pand daarvoor fysiek geschikt wordt gemaakt – of een tentoonstelling over het Zomerpaleis in 2030, precies 400 jaar na de bouw. Zulke projecten hebben grote publiekswaarde en trekken bezoekers van binnen en buiten Rhenen, met economische spin-off voor de stad. De lokale middenstand gaat daar zeker weer van profiteren. Daarom vraag ik via uw commissie, en richting de gemeenteraad op 11 november, om heroverweging van de aangekondigde korting. Tot slot wil ik nog één verwonderpunt delen. In de gemeentebegroting 2026 zien we een forse stijging van de toeristenbelasting met ruim €260.000 per jaar, o.a.door meer overnachtingen. Een prachtig teken dat Rhenen steeds meer bezoekers trekt. Wij geloven dat het Stadsmuseum -als trekker en VVVadres- daar een positieve bijdrage aan levert. In dat licht vinden wij de huidige VVV-subsidie – zeker na de aangekondigde korting – niet meer in verhouding staan. Samenvattend: Wij zijn blij met de verlenging van het convenant en de erkenning van onze maatschappelijke en culturele waarde. Maar de financiële afwaardering vanaf 2028 is wat ons betreft een stap te ver.
Wij vragen om behoud van de huidige subsidie, zodat wij ook de komende jaren kunnen blijven doen en waar we goed in zijn: het zichtbaar en beleefbaar maken van de geschiedenis van Rhenen – voor iedereen. Op 11 november hopen wij op een positieve besluitvorming. Dank u wel.