inspraaknotitie
Tekst van het document
Goedenavond, Dank u wel voor deze gelegenheid. Ik wil graag kort stilstaan bij het proces en vervolgens bij de inhoudelijke aandachtspunten bij (of in) het voorliggende voorstel. Proces: -
Het proces verdient – op zijn zachtst gezegd - niet de schoonheidsprijs. Als u de stukken hebt doorgenomen, kunnen we het op dat gebied moeilijk met elkaar oneens zijn. Naast de commerciële verhuurder is ook het college zelf belanghebbende in deze casus en dat is merkbaar in het proces: geitenpaadjes, voorsorteren, gebrekkige, ontbrekende of zelfs onjuiste informatieverstrekking, geen participatie volgens de gangbare definitie, en alle goedbedoelde adviezen één voor één in de wind geslagen. Alles is gericht op zo snel mogelijk doordrukken, onder de noemer ‘crisis’. Maar zelfs in tijden van crisis moet de burger ervan kunnen uitgaan dat het college in staat is om op correcte wijze tot besluitvorming te komen. Zonder slordigheid en met de juiste raadpleging. Door het gebrekkige proces staan we nu ook hier: ook de raad is in eerste instantie gepasseerd. Al lang voordat de adviescommissie tot haar oordeel kwam hebben omwonenden het college duidelijk aangegeven dat de raad in dit soort trajecten moet worden betrokken. Niet pas na een compleet doorlopen traject, maar ín en misschien zelfs al wel voorafgaand aan het traject. Zodat adviezen kunnen worden opgevolgd en/of meegenomen. Het is helaas tekenend voor de manier waarop dit college uitvoering geeft aan gemeentelijk beleid. En daardoor heeft de raad in Rhenen een bovengemiddeld belangrijke rol.
Fijn dus dat dit project nu ook hier wordt besproken, al is het aan de late kant. Bijzonder is dat – minachtend – slechts om een ‘positief bindend advies’ wordt gevraagd. Uw adviesrecht gaat verder dan alleen instemming: u mag ook inhoudelijk adviseren. Sterker nog: precies dat is wat er van u wordt verwacht: daarvoor bent u door de Rhenense burger gekozen als vertegenwoordiger. In onderdeel 1.7 wordt u gewezen op het feit dat u ook kunt kiezen om niet te adviseren. Ik ga ervan uit dat u het adviesrecht serieus neemt en van dit recht gebruik maakt. Ik vraag u daarbij rekening te houden met de volgende aandachtspunten en onjuistheden.
Tijdelijkheid: -
De adviescommissie volgt het veelgehoorde bezwaar dat er explicieter moet worden aangegeven dat er sprake is van een tijdelijke afwijking van de bestemming. Met andere woorden: mocht de vergunning worden verleend, dan komt aan de nu voorgestelde situatie over 10 jaar een eind en wordt de locatie daarna niet langer ingezet als woonruimte. Het college heeft het woord ‘tijdelijk’ weliswaar 6 maal opgenomen in het voorstel, maar niet één keer met de strekking die bezwaarmakers en adviescommissie bedoelen. Het feit dat de voorgestelde woonsituatie na 10 jaar verdwijnt moet dus explicieter worden opgenomen. Ik verzoek u dan ook dit in uw advies mee te nemen.
Logistieke uitdaging mbt verkeersveiligheid: -
Zowel het college als de adviescommissie stellen dat er op dit onderdeel aan de onderzoeksplicht is voldaan. Als het gaat om een vinkje op een lijstje dan klopt dat. Beide gaan echter volledig voorbij aan het feit dat er is gerekend met onjuiste data. Er wordt gesteld dat het aantal verkeersbewegingen afneemt. Dat is niet het geval: er is al jaren geen sprake van verkeersbeweging en iedere beweging die erbij komt is dus nieuw en extra. Anders gesteld: ten opzicht van de huidige situatie, de praktijk, is er straks weldegelijk sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen. In de eerste drie jaar minimaal, in de laatste 7 jaar wat er aan woonbewegingen bij komt. En die zijn anders en op andere tijden dan werkbewegingen. 14 bewoners, hun visite en bezorgdiensten. Een toename woonverkeersbewegingen op één van de drukste punten van Rhenen, waar fietsers nu al niet eens een normale oversteekplaats hebben. U weet dat ik mij, samen met mijn buren en buurt, al jaren hard maak voor een veilige Herenstraat: dit draagt daaraan niet bij en werkt zelfs averechts. Zonder verdere aanpassing is het toevoegen van verkeersbewegingen op dit drukke punt een slecht idee voor de huidige weggebruikers én voor de toekomstige tijdelijke bewoners.
Een oplossing is overigens ook aangedragen: het probleem is te ondervangen met een slimme éénrichtingsrouting op het terrein, met instandhouding van de huidige inrit, in combinatie met een uitrit aan de achterzijde van het terrein. Dit zorgt voor een voorspelbare ‘flow’ en dat draagt bij aan veiligheid. En hier specifiek helpt het onveilige situaties voorkomen. Ik verzoek u hier in uw advies rekening mee te houden.
Verder moet op dit punt (en dat raakt ook andere punten van zowel college als adviescommissie) worden vermeld dat men is ‘vergeten’ de effecten van een verbrede Rijnbrug mee te nemen in calculaties. De rekenmodellen van de provincie geven aan dat er rekening moet worden gehouden met een aanzuigend effect, dat maakt dat op de N225 – en dus ook dit kruispunt – in de toekomst rekening moet worden gehouden met een grotere groei dan de huidige percentages die zijn gebaseerd op natuurlijke toename in de huidige situatie. Ook hier is het college tijdig op gewezen.
Voorgaande punten hadden betrekking op de volledige vergunningsperiode van 10 jaar en op de laatste 7 jaar. Ook met betrekking tot de eerste 3 jaar is een belangrijk aandachtspunt over het hoofd gezien, of op zijn minst onvoldoende uitgewerkt. Hoewel het volgende punt misschien niet direct gerelateerd lijkt aan deze vergunning, is niets minder waar: de gemeente heeft zelf in de zogenaamde participatieavonden steeds het project inhoudelijk toegelicht en de tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan specifiek vanuit dat licht onderbouwd. Het plan is inhoudelijk dus weldegelijk gerelateerd aan de vergunning. Hieruit blijkt ook het belang (de belangenverstrengeling, zo je wilt) van het college bij het zo snel mogelijk geregeld hebben van deze vergunning. Naast de reeds besproken logistieke uitdaging mbt veiligheid is er ook sprake van een logistieke uitdaging met betrekking tot de beoogde doorstroming.
Logistieke uitdaging mbt doorstroming: -
Het plan is om de eerste drie jaar statushouders onder te brengen in de 14 studio’s. Een schets: Zij hebben een vlucht achter de rug, een zwaar proces doorlopen om hun ‘status’ te ontvangen en hebben tijdelijk onderdak gekregen. Straks mogen ze hun intrek nemen in één van de 14 studio’s. Niet voor 10 jaar (vergunning algemeen), niet voor 3 jaar (vergunning mbt statushouders specifiek), maar maximaal slechts één jaar. Daarna moeten ze plaats maken voor de volgende groep bewoners. Het pand gaat dienst doen als ‘parkeerplaats’ voor statushouders. Ik vind het onmenselijk om op deze manier te blijven schuiven met deze groep mensen. Het is een schuif teveel: als er in één jaar tijd voor 14 bewoners een plek kan worden gevonden, waarom lukt dat dan niet eerder? Maw: waarom moet er een doorstroomlocatie komen en kunnen we deze mensen niet gelijk een definitieve
plek geven, waar ze een nieuwe toekomst kunnen gaan opbouwen? Ik weet het antwoord wel (de huizen zijn er simpelweg niet), maar dat is gelijk ook de reden dat de doorstroomlocatie niet gaat werken op de bedachte wijze. Dat licht ik toe. In het geval dat alle studio’s door slechts één statushouder worden bewoond, wonen er in de eerste drie jaren dus minimaal 3 x 14 = 42 personen, voor het gemak: ‘huishoudens’. Dat betekent ook dat er in die jaren 42 woningen beschikbaar moeten zijn voor deze huishoudens, anders stokt de bedachte doorstroom. Maar het gebrek aan woonruimte is juist de reden dat dit soort tijdelijke locaties worden ingericht. In het voorstel dat voorligt wordt het probleem zelfs genoemd in onderdeel 1.2: de wachttijd op een woning is momenteel gemiddeld 6,6 jaar. De overheid wil de voorrang voor statushouders niet alleen laten verdwijnen, maar zelfs verbieden. Dat maakt dat de bedachte noodzakelijke doorstroming mogelijk niet georganiseerd kan worden. Er is onvoldoende duidelijk gemaakt hoe de voor slaging noodzakelijke doorstroming georganiseerd en geborgd is. Ik verzoek u om hiermee in uw advies rekening te houden. Ik adviseer om garanties te laten opnemen, of te wachten met het verlenen van de vergunning, tot deze garanties kunnen worden gegeven.
Ik zal dit stuk met u nog digitaal met u delen. Dank u wel voor uw aandacht.
Hieraan toegevoegd de volgende tekst:
Niet genoemd in mijn tekst is het feit dat door het college en aanvrager bewust is gekozen voor de tijdelijke procedure, terwijl van beide partijen de intentie is om de nieuwe situatie ook na die 10 jaar aan te houden. Zowel aanvrager als college zijn daar eerder al eerlijk over geweest (ook zwart op wit) en ook vanavond sprak de aanvrager uit dat het plan eigenlijk ook gaat over de periode na de komende 10 jaar. Dat betekent dat eigenlijk een andere procedure had moeten worden gevolgd, maar die vergt meer onderzoek, met strengere normen. Hierop is tijdig en meermaals gewezen, maar er is bewust gekozen voor deze aanvliegroute, om te kunnen versnellen.
Ik wil ook graag nog van deze gelegenheid gebruik maken om nadrukkelijk afstand te nemen van de woorden van de aanvrager, dat het bezwaarmakers te doen zou zijn om statushouders. Dat is absoluut niet het geval. We pleiten juist voor waarborgen voor deze groep. We maken ons juist zorgen over de periode (7+++ jaren) ná die eerste 3 jaar, met name op het gebied van (niet) tijdelijkheid en verkeersveiligheid. Hopelijk blijkt dat voldoende duidelijk uit de bijlage.