Informatienota Meicirculaire 2022
Tekst van het document
Informatienota college/raad Datum Behandelaar Zaaknummer Portefeuillehouder Besluitvormend orgaan Publicatieniveau Onderwerp
: : : : : : :
27 juni 2022 Dick Roodbeen 999054 drs. J.G. Boerkamp College Rhenen Openbaar Meicirculaire 2022
Kennisnemen van: Het college besluit: kennis te nemen van de uitkomsten van de meicirculaire 2022. Aanleiding/korte voorgeschiedenis Begin juni is de meicirculaire gemeentefonds 2022 verschenen. De uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten. De uitkering is vrij besteedbaar. Dit betekent dat over de besteding geen verantwoording richting het Rijk hoeft plaats te vinden. Het gemeentefonds bestaat uit 3 onderdelen: a. algemene uitkering b. integratie-uitkeringen c. decentralisatie-uitkeringen De meicirculaire informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van de onder punt a. tot en met c. onderdelen. De meicirculaire is voor de meeste gemeenten het uitgangspunt bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2023-2026. Ook heeft deze circulaire de meest verstrekkende (financiële) gevolgen. Tenslotte bepaalt de provincie haar toezichtvorm erop. Deze informatienota vormt een aanvulling op de stukken van de perspectiefnota 2023. De raadsvergadering van de perspectiefnota is op 5 juli. Algemene uitkering De omvang van de algemene uitkering is binnen de uitkering uit het gemeentefonds het grootst. Hoeveel geld gemeenten krijgen, hangt af van hun kenmerken en belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het Rijk kijkt bij de verdeling van het gemeentefonds onder meer naar:
• • • •
aantal inwoners; aantal jongeren; oppervlakte van de gemeente; grootte van de watergebieden
Deze kenmerken heten maatstaven. Aan elke maatstaf is een bedrag gekoppeld. De hoogte van de algemene uitkering wordt bepaald door de maatstaven te vermenigvuldigen met het bedrag. Omdat de hoogte van de maatstaven afhankelijk is van de lokale situatie loopt het Rijk de kans dat
er teveel of te weinig geld wordt verdeeld. Dat effect wordt gecorrigeerd via de zogenaamde uitkeringsfactor. Ontwikkeling algemene uitkering De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af) hebben wijzigingen in de ARU direct invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het gemeentefonds. Het accres bestaat uit een volumedeel en een deel voor de compensatie van loon en prijsontwikkelingen (lpo). Via de algemene uitkering kan het Rijk ook geld aan gemeenten verstrekken voor de uitbreiding van bestaande taken en/of voor nieuwe taken. Hiertegenover staat dat het Rijk ook geld voor een specifieke taak kan terughalen. In het vervolg van deze nota noemen wij dit wijzigingen in de taakmutaties. Decentralisatie en integratieuitkeringen Een decentralisatie-uitkering is een tijdelijke uitkering, met een looptijd van maximaal 5 jaar. Dit in tegenstelling tot de integratieuitkering waarbij de looptijd van tevoren niet is gedefinieerd. Er zijn meerdere redenen om voor dit type uitkering te kiezen in plaats van voor de algemene uitkering: Met een decentralisatie-uitkering kunnen middelen verdeeld worden op een manier die afwijkt van de algemene uitkering.
Ontwikkeling gemeentefonds voor de jaren 2022 en verder De belangrijkste punten uit de meicirculaire 2022 zijn: a. Flink hoger accres voor de periode 2022 – 2025 b. Forse daling uitkering gemeentefonds na 2025 c. Beschikbaar stellen extra middelen jeugd stokt d. Herverdeling gemeentefonds en overheveling specifieke uitkeringen e. Bevriezen opschalingskorting voor de periode 2023 – 2025 f. Uitname uit gemeentefonds voor volkshuisvesting en woningbouw a. Flink hoger accres voor de periode 2022-2025 De accressen zijn ten opzichte van de laatste circulaire flink gestegen. Dit ligt ten eerste aan een hogere bijstelling voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen (LPO) op basis van het Centraal Economisch Plan. Maar er is ook sprake van flink hogere volume-accressen (accressen geschoond voor de loon- en prijsontwikkeling) als gevolg van het regeerakkoord en de latere aanpassing ervan. Afgelopen vrijdag is bekend geworden dat het Rijk de volume accressen voor de periode 2022 t/m 2025 bevriezen. De accressen worden in dat geval nog wel jaarlijks geactualiseerd voor de gewijzigde ramingen voor de loon- en prijsontwikkelingen. Dit bekent een eerste stap naar meer stabiliteit van het gemeentefonds. Gemeenten profiteren dus niet meer mee van extra rijksuitgaven (volume). Aan de andere kant daalt het volumedeel in het accres ook niet meer. b.
Forse daling gemeentefonds na 2025 In 2026 is een accres opgenomen van 850 miljoen. Dit bedrag bestaat alleen uit een compensatie voor lonen en prijzen. Het volumedeel ontbreekt hierin. Ten opzichte van cijfers die eerder zijn gepresenteerd betekent dit een daling van het accres met afgerond 1,4 miljard. Daar bovenop is in 2026 een opschalingskorting van structureel € 675 miljoen ingeboekt zonder dat er sprake is van een taakwijziging. Deze bijstelling pakt voor veel gemeenten nadelig uit. De terugval in 2026 wordt door de VNG bestempeld als een financieel ravijn. Door de neerwaartse bijstelling in 2026 biedt het hoge accres 2022-2025 geen ruimte voor structurele lasten. Dit bemoeilijkt de uitvoering van de grote maatschappelijk opgaven. Tussen de fondsbeheerders enerzijds en de VNG en het IPO anderzijds loopt het traject Lazeroms om het geschil over dit ravijn te beslechten.
c. Beschikbaar stellen extra middelen jeugd stokt Voor het jaar 2023 zijn de extra middelen jeugdzorg van € 1.445 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. De circulaire meldt verder dat de extra ombuiging van € 511 miljoen uit het regeerakkoord op de extra middelen jeugd van de Cie. van Wijzen (€ 100 mln. in 2024, € 500 mln. in 2025 en 2026 & structureel € 511 mln. vanaf 2027) voor verantwoordelijkheid en risico van het rijk is. Wat ontbreekt in de meicirculaire zijn de toevoegingen van de extra middelen aan de algemene uitkering voor de jaren 2024-2027 conform het advies van de Cie van Wijzen. Door het ontbreken ervan worden gemeenten vanaf het jaar 2024 geconfronteerd met een groot gat op de begroting, omdat de extra middelen voor de jeugdzorg van 2023 weer wegvallen. Vorig jaar is hier een mouw aangepast door een richtlijn van de provinciaal toezichthouders. Gemeenten mochten structureel 75% van het advies van de Cie. van wijzen in het begroting opnemen. Van dit advies hebben wij gebruik gemaakt. Op dit moment lopen diverse gesprekken op rijksniveau waarbij ook de mogelijkheid wordt verkend dat gemeenten bij het opstellen van de begroting 100% mogen inboeken bij het opstellen van de begroting 2023. Dit als een van de mogelijke oplossingen voor het financieel ravijn in 2026.
d. Herverdeling gemeentefonds en overheveling specifieke uitkeringen Met ingang van 2023 vindt een herverdeling van het gemeentefonds plaats door invoering van het nieuwe verdeelstelsel. Het doel was te komen tot een verdeelstelsel dat eenvoudig en uitlegbaar is en beter aansluit bij de noodzakelijke kosten die gemeenten maken. Onderdeel was ook het overhevelen van integratie-uitkeringen naar de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Voorbeelden van overhevelingen die bij de meicirculaire hebben plaatsgevonden zijn: Voogdij/18+, Raadsledenvergoeding, Inburgering, Participatie Wajong-deel en Participatie regulier werk. De overheveling van de integratie-uitkering Beschermd Wonen is vooralsnog uitgesteld. Ook is het aantal maatstaven voor de verdeling van de algemene uitkering bijna gehalveerd. Deze exercitie brengt herverdelingseffecten met zich mee. De herverdeeleffecten van de invoering het nieuwe verdeelstelsel algemene uitkering worden tot 2026 beperkt met maximaal € 7,50 per inwoner in 2023, maximaal € 15 per inwoner in 2024 en maximaal € 15 per inwoner in 2025. Er worden de komende periode nog diverse vervolgonderzoeken uitgevoerd voor doorontwikkeling van het verdeelmodel. Voor onze gemeente pakt de nieuwe verdeling positief uit met een bedrag van bijna € 4 per inwoner. e.
Bevriezen opschalingskorting 2023-2025 De gemeenten worden sinds 2015 geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds. Die loopt op tot bijna 1 miljard euro in 2025. Deze zogeheten opschalingskorting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen herindelingen efficiënter zouden gaan werken en dus kosten zouden besparen. Door dat verplicht opschalen naar 100.000+ gemeenten ging in 2015 echter al een streep, maar de opeenvolgende kabinetten Rutte handhaafden wel de korting. De opschalingskorting wordt door gemeenten als zeer oneerlijk ervaren. De oploop van de opschalingskorting is in de meicirculaire voor de duur van de kabinetsperiode bevroren. De korting in 2026 blijft vooralsnog gehandhaafd. Het bevriezen van de opschalingskorting levert voor de jaren 2023 t/m 2025 een voordeel op van gemiddeld € 500.000 per jaar. f. Uitname uit gemeentefonds voor volkshuisvestingsfonds en woningbouwimpuls In het coalitieakkoord van het Rijk is afgesproken dat alle gemeenten bijdragen aan de grote opgaven op gebied van de volkshuisvesting en woningbouw. In totaal gaat het om een bedrag van € 1,6 miljard. De bijdrage van gemeenten vormt een korting op het gemeentefonds. De bijdrage wordt toegevoegd aan een centraal fonds. Gemeenten kunnen binnen bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een bijdrage. De korting van het gemeentefonds vindt plaats in de jaren 2023 tot en met 2025.
Voor Rhenen bedraagt de korting € 235.000 per jaar.
De gevolgen van de Meicirculaire 2022 voor Rhenen De uitkering uit het gemeentefonds zorgt bij de meicirculaire voor een significatie verbetering van de geraamde resultaten zoals die in de perspectiefnota 2023 zijn gepresenteerd. In de jaren 2022 tot en met 2026 ontvangen wij de volgende bedragen (x € 1.000): Jaar 2022** 2023 2024 2025 2026
Totaal meicirc. 1.672 V 2.814 V 3.012 V 4.160 V 2.281 V
Reservering/ inhoudingen * 223 V 61 V 56 V 23 N 26 N
Effect resultaat 1.449 V 2.753 V 2.956 V 4.183 V 2.307 V
*Voor een toelichting zie onderdeel taakmutaties en specifieke uitkeringen verderop in deze nota. ** In de Voorjaarsrapportage is als onderdeel van de startnota al € 581 V verwerkt. In de grafiek op de volgende pagina zijn de uitkomsten van de meicirculaire in beeld gebracht. In de grafiek komt het financiële ravijn in 2026 duidelijk naar voren.
Taakmutaties en specifieke uitkeringen Onder taakmutaties en specifieke uitkeringen vallen middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld voor de uitbreiding van bestaande taken/ nieuwe taken of correcties op bestaande taken. De effecten daarvan kunnen zowel positief als negatief uitpakken. De financiële bijstellingen hebben echter geen effect op de begrotingsresultaten. Tegenover een voordelige (V) bijstelling in het gemeentefonds staat een reservering (nadeel) bij een inhoudelijk programma en vice versa. In onderstaande tabel zijn de voordelige en nadelige gevolgen bij de taakmutaties en specifieke uitkeringen weergegeven. Taakmutaties en specifieke uitkeringen (bedragen x € 1.000) Inburgering: leerbaarheidstoets Versterking dienstverlening gemeenten: Systeemleren Energietoeslag Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord) Participatie en Voogdij 18+ (2022) Extra capaciteit BOA’s Uitvoeringskosten klimaatakkoord Gezond in de stad Vergoeding raadsleden kleine gemeenten Inburgering Overig Mutatie meicirculaire
2022
2023
2024
2025
2026
5V 5V
5V 5V
5V 6V
5V 6V
81 N
84 N
507 V
93 V 32 V 184 V 5V 10 V 9V 14 V 223 V
28 V 32 V
28 V 32 V
29 V 32 V
30 V 32 V
9N 61 V
14 N 56 V
14 N 23 N
15 N 26 N
Bij het opstellen van de Najaarsrapportage 2022 en de Begroting 2023 zullen de onderwerpen nadrukkelijk tegen het licht worden gehouden. Hierbij zal beoordeeld worden in hoeverre de bedragen gereserveerd moeten blijven.