Huidige Nota pachtbeleid 12-09-2013
Tekst van het document
27
Artikel 16 – Jacht 16.1 De verpachter behoudt zich het genot van de jacht op het verpachte voor. De pachter verleent zijn bijzondere toestemming aan de verpachter, het genot van de jacht op het gepachte te verhuren en stemt er in toe, dat de eventuele huurder van het genot der jacht op het gepachte uitoefent, alleen of met gezelschap, of wel door anderen laat uitoefenen. De pachter verbindt zich tevens een schriftelijke vergunning te zullen geven om op de gepachte grond schadelijk gedierte op te sporen, te bemachtigen of te doden, en wel alleen aan de verpachter en aan hen, die met diens toestemming de jacht op het verpachte uitoefenen, hetzij krachtens opdracht, uitnodiging of huur. Artikel 17 - Productierechten 17.1 Partijen zijn uitdrukkelijk overeengekomen dat bij het aangaan van deze pachtovereenkomst op het pachtobject geen melkquotum, geen suikerbietenquotum, geen toeslagrecht(en) noch enig ander grondgebonden productierecht is betrokken en dat pachter of zijn rechtsopvolgers onder algemene of bijzondere titel, geen aanspraak kunnen maken op enig productierecht, hoegenaamd ook. Artikel 18 - Diversen 18.1 Op deze pachtovereenkomst is steeds het Nederlandse recht van toepassing. 18.2 De onderhavige pachtovereenkomst wordt door verpachter dan wel diens rentmeester ter goedkeuring aan de Grondkamer worden aangeboden. Aldus opgemaakt in drievoud ondertekend te: Rhenen, d.d.
……………… 2012
Rhenen d.d. ……………… 2012
De verpachter:
De pachter:
Dhr. @
Dhr. @
Bijlage: kadastrale kaart(en)
28
Bijlage 2 Standaard voorwaarden voor geliberaliseerde pachtovereenkomsten conform art 7:397 lid 2 BW (6 tot 12 jaar).
29
OVEREENKOMST VAN GELIBERALISEERDE PACHT VOOR 6 tot 12 JAAR (in de zin van art. 7:397 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek) De ondergetekenden: De gemeente Rhenen, te deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door @, bij besluit van burgemeester en wethouders @, kenmerk @, gemachtigd om namens hen te handelen, Postbus 201, 3910 AE Rhenen, hierna te noemen; hierna te noemen “de verpachter”; en @, woonachtig @, @, hierna te noemen “de pachter”; in aanmerking nemende dat: verpachter eigenaar is van de hierna te noemen percelen los land; de verpachter uitsluitend bereid is na te noemen grond voor een duur van minimaal 6 jaar en maximaal 12 jaar, in de zin van art. 7:397 lid 1 Burgerlijk Wetboek, te verpachten als los land; de pachter het verpachte voor een duur van minimaal 6 jaar en maximaal 12 jaar, in de zin van art. 7:397 lid 2 BW als los land wenst te pachten. Komen overeen als volgt: Artikel 1 - object. De pachtovereenkomst betreft het perceel/de percelen kadastraal bekend gemeente @, sectie @, nummer @ totaal groot @ ha, het perceel is door middel van een enkelvoudige streeparcering aangegeven op de als bijlage aan deze overeenkomst gehechte, door de pachter en de verpachter geparafeerde kadastrale tekeningen, hierna te noemen: “het verpachte”. Artikel 2 – aanvang, duur, pachtjaar en oplevering.
2.1 Verpachter verpacht het verpachte hierbij als los land aan pachter gelijk pachter het verpachte als los land van verpachter als bedoeld in art. 7:397 lid 2 Burgerlijk Wetboek in pacht aanneemt, en wel voor de bepaalde tijd van @ jaar, ingaande op @ tot en met @. 2.2 Pachter garandeert dat per de datum waarop de onderhavige overeenkomst eindigt, zoals bepaald in lid 1, de pachter het verpachte in vrije staat en ontruimt aan verpachter ter beschikking stelt. 2.3 De verpachter is bevoegd vóór het einde van de pachtperiode of direct daarna het verpachte te inspecteren en bij een niet-juiste oplevering de pachter hierop in - of buiten rechte aan te spreken. 2.4 Partijen komen uitdrukkelijk met elkaar overeen dat deze overeenkomst een pachtovereenkomst is als bedoeld in de zin van art. 7:397 lid 2 van het BW, waardoor en waarbij zij uitdrukkelijk overeenkomen dat de bepalingen van de artikelen 313 lid 2, 319 lid 1 onder c en d, 325, 363 tot en met 374 en 378 tot en met 384 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing zijn op de onderhavige pachtovereenkomst. Daardoor vindt geen verlenging van rechtswege van de onderhavige overeenkomst plaats en heeft de pachter onder meer niet de mogelijkheid om aan de pachtkamer te verzoeken de overeenkomst te verlengen.
2.5 Wanneer de pachter niet voldoet aan het in lid 3 van dit artikel bepaalde, zal de pachter voorts ten behoeve van de verpachter een direct en zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete verbeuren van € 50,-- (zegge: vijftig euro) per kalenderdag ten gunste van verpachter of verpachters rechtsopvolgers.
30
2.6
Voor zover verpachter of zijn rechtsopvolger meer schade lijdt, heeft hij naast en boven de boete bedoeld in lid 6 recht op aanvullende schadevergoeding van pachter indien en voor zover die schade het bedrag van de verbeurde boete te boven gaat.
Artikel 3 - gebruik. 3.1 De pachter is gehouden het verpachte uitsluitend in de uitoefening van zijn landbouw- bedrijf, bedrijfsmatig te gebruiken als @.Het is de pachter verboden de bestemming of inrichting van het verpachte te veranderen. 3.2 De pachter verbindt zich zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de verpachter aan het verpachte niets te wijzigen, met name niet ten aanzien van de inrichting of de gedaante. Dit laatste zal hij tegen de wil van de verpachter alleen voor rekening en risico van pachter mogen doen, nadat hij daartoe de machtiging van de Grondkamer zal hebben verkregen. Artikel 4 - pachtprijs. 4.6 De jaarlijkse pachtprijs bedraagt € @,-- (zegge: @ euro) voor het gepachte. 4.7 De jaarlijkse pachtprijs zal gedurende de looptijd van deze pachtovereenkomst worden aangepast conform de door de minister vast te stellen pachtprijzenbesluiten/pachtnormenbesluiten. 4.8 BTW is niet van toepassing. 4.9 De jaarlijkse betaling dient door pachter te geschieden conform de door de verpachter aan te reiken jaarlijkse nota. 4.10 De betaling zal zonder kosten, korting, inhouding of vergelijking moeten worden voldaan. Bij niet tijdige betaling van de pachtprijs zal de pachter de wettelijke rente over het verschuldigde bedrag van de verschijndag af verschuldigd zijn, zonder dat hij daardoor een recht op uitstel van betaling verkrijgt. Artikel 5 - lasten.
5.1 De eigenaarlasten, welke pachter door privaatrechtelijke of publiekrechtelijke lichamen zijn of worden opgelegd, komen voor rekening van de verpachter. In de pachtprijs is het verrekenbare bestanddeel van de waterschapslasten inbegrepen. Artikel 6 - staat van het verpachte. 6.6 De verpachter is gehouden het verpachte in goede staat ter beschikking te stellen. 6.7 De pachter is gehouden het verpachte als een goed pachter te gebruiken en al datgene te doen en na te laten, wat een goed pachter behoort te doen en na te laten. 6.8 De pachter is gehouden het verpachte aan het einde van de pachtovereenkomst in goede staat aan de verpachter op te leveren. 6.9 Pachter verklaart het verpachte in goede staat van verpachter te hebben aanvaard. Onder “goede staat” wordt in deze overeenkomst onder meer verstaan dat er geen sprake is van zodanige verontreiniging van het verpachte inclusief grondwater dat een gebruik omschreven in artikel 3.1 daardoor verhinderd of belemmerd wordt. 6.10 De verpachter staat niet in voor enig gebrek van het verpachte en de pachter heeft deswege geen vordering op de verpachter. Artikel 7 - onderverpachtingen, overig gebruik door derden. 7.1 Het is de pachter verboden het verpachte geheel of ten dele onder te verpachten of dit op enigerlei wijze in volledig of gedeeltelijk gebruik of genot aan derden af te staan. Artikel 8 - Schade.
8.1 De pachter is, onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de onderhavige overeenkomst, jegens de verpachter aansprakelijk voor alle schade aan- of verontreiniging van het verpachte inclusief het grondwater, tenzij pachter bewijst dat zodanige schade hem niet kan worden verweten in verband met omstandigheden die voor een goed en zorgvuldig pachter als overmacht behoren te worden aangemerkt.
31
Artikel 9 - Onderhoud. 9.1 De pachter is verplicht tot het volledige onderhoud van het verpachte voor pachters rekening, op de wijze zoals een goed pachter betaamt, waartoe behoort: reparaties en onderhoud aan afsluitingen, hekken, heiningen, grensscheidingen, sloten, putten, watervoorzieningen, dammen, dreven, duikers, bruggen en wegen; het onderhouden en het reinigen volgens plaatselijk gebruik en overeenkomstig de voorschriften zoals door de bevoegde overheid daarvoor vastgesteld, of nog vast te stellen van de sloten, die over of langs het verpachte lopen of die het verpachte ten goede komen, ongeacht of in die voorschriften verplichtingen aan de pachter of aan de verpachter worden opgelegd; het op de oorspronkelijk aangelegde diepte en de breedte te houden, dan wel het op de door de bevoegde overheid vastgestelde diepte en breedte houden van de sloten; het op de meest doelmatige wijze ten bate van het verpachte aan te wenden van eventueel verkregen delfaarde; voor zover derden verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de sloten deze derden in de gelegenheid te stellen dit onderhoud op mechanische wijze uit te voeren; afrasteringen dienen door pachter daartoe tijdig te worden verwijderd; het waken tegen beschadiging van de sloten door vee of andere wijze; het zorgen voor een deugdelijke bestrijding van het onkruid; het zorgen voor een goede bewerking,
afwatering en bemesting van het verpachte; De pachter is aansprakelijk voor alle schade, boeten en kosten, uit zijn nalatigheid ten deze ontstaan. Artikel 10 - Gedoogplicht. 10.1 De pachter verklaart alle op het verpachte gevestigde rechten te kennen en deze zonder recht op vergoeding te gedogen. 10.2 Zonder schriftelijke toestemming van de verpachter zal de pachter niet het recht van uit- of overweg aan derden mogen toestaan of een zodanig gebruik van het verpachte gedogen. 10.3 De pachter is verplicht om bij het aangaan van deze overeenkomst bestaande uit- en/of overwegen over het verpachte zonder schadevergoeding te gedogen. Daarnaast is pachter ook verplicht de aanleg van door verpachter gewenste nieuwe uit - en/of overwegen te gedogen. Artikel 11 - Toegang tot het verpachte. 11.1 De verpachter behoudt zich het recht voor te allen tijde het verpachte te betreden of te doen betreden, na te zien of te doen nazien, zonder dat hij daarin door of vanwege de pachter mag worden belemmerd of verhinderd. Artikel 12 - Kosten 12.1 De kosten voor behandeling van deze overeenkomst, waaronder begrepen die welke de Grondkamer in rekening brengt, zijn voor rekening van de pachter. Artikel 13 - Grensstenen 13.1 De pachter is verplicht alle grensstenen en/of andere afscheidingsobjecten in stand te houden.
Artikel 14 - Daden van derden 14.1 De pachter is verplicht voor het bezit en het behoud van de rechten van de verpachter op het verpachte te waken en de verpachter van iedere inbreuk daarop onverwijld kennis te geven. Wanneer de pachter door derden in het gebruik wordt gestoord, is hij verplicht de verpachter daarvan onmiddellijk schriftelijk in kennis te stellen; eerst na deze kennisgeving zal de pachter de derde uit eigen hoofde in rechte kunnen vervolgen. Artikel 15 - Plaatsen van schuren, enz. 15.1 Het is de pachter verboden zonder schriftelijke toestemming van de verpachter schuren, kassen en andere gebouwen of getimmerten, daaronder begrepen borden voor reclame- of andere doeleinden, op het verpachte te plaatsen of te hebben. Bij verlening van deze toestemming zijn aanwezigheid, onderhoud en reparaties van deze werken voor rekening en risico van de pachter. 32
Artikel 16 – Jacht 16.1 De verpachter behoudt zich het genot van de jacht op het verpachte voor. De pachter verleent zijn bijzondere toestemming aan de verpachter, het genot van de jacht op het gepachte te verhuren en stemt er in toe, dat de eventuele huurder van het genot der jacht op het gepachte uitoefent, alleen of met gezelschap, of wel door anderen laat uitoefenen. De pachter verbindt zich tevens een schriftelijke vergunning te zullen geven om op de gepachte grond schadelijk gedierte op te sporen, te bemachtigen of te doden, en wel alleen aan de verpachter en aan hen, die met diens toestemming de jacht op het verpachte uitoefenen, hetzij krachtens opdracht, uitnodiging of huur. Artikel 17 - Productierechten 17.1 Partijen zijn uitdrukkelijk overeengekomen dat bij het aangaan van deze pachtovereenkomst op het pachtobject geen melkquotum, geen suikerbietenquotum, geen toeslagrecht(en) noch enig ander grondgebonden productierecht is betrokken en dat pachter of zijn rechtsopvolgers onder algemene of bijzondere titel, geen aanspraak kunnen maken op enig productierecht, hoegenaamd ook. Artikel 18 - Diversen 18.1 Op deze pachtovereenkomst is steeds het Nederlandse recht van toepassing. 18.2 De onderhavige pachtovereenkomst wordt door verpachter dan wel diens rentmeester ter goedkeuring aan de Grondkamer worden aangeboden. Aldus opgemaakt in drievoud ondertekend te: Rhenen, d.d.
……………… 2012
Rhenen d.d. ……………… 2012
De verpachter:
De pachter:
Dhr. @
Dhr. @
Bijlage: kadastrale kaart(en)
Bijlage: Kadastrale tekening
33
Bijlage 3 Standaard voorwaarden voor erfpachtovereenkomsten.
34
Algemene Erfpachtbepalingen gemeente Rhenen 2012
artikel 1. De uitgifte 2. Aanvraag, reserveringsvergoeding en waarborgsom 3. Duur van de erfpacht 4. Aanduiding en toestand object/milieu 5. Hoofdelijke aansprakelijkheid en ondeelbaarheid 6. Vaststelling van de canon 7. Betaling van de canon 8. Aanpassing van de canon 9. Herziening van de canon bij wijziging erfpachtbestemming 10. Lasten en belastingen 11. Vrijwaring door de erfpachter 12. De inrichting en ingebruikneming van de grond 13. Gebruik overeenkomstig de erfpachtbestemming 14. Instandhouding van de opstallen 15. Voorbehoud jacht 16. Vormvoorschriften en kosten 17. Overgang of overdracht van de erfpacht 18. Splitsing en wijziging van erfpacht 19. Hypotheekhouder 20. Gedoogplichten; schadeloosstelling. 21. Beëindiging om redenen van algemeen belang. 22. Schadeloosstelling bij beëindiging in het algemeen belang 23. Niet-nakoming van verplichtingen door de erfpachter 24. Boetes 25. Herstel door de gemeente 26. Opzegging van de erfpacht wegens toerekenbare tekortkoming erfpachter 27. Gevolgen van opzegging wegens toerekenbare tekortkoming erfpachter 28. Slotbepaling De uitgifte. Artikel 1. 1. De uitgifte in erfpacht geschiedt door inschrijving in de openbare registers van een akte van vestiging, te verlijden ten overstaan van een, na overleg met erfpachter, door de gemeente aan te wijzen notaris die bij voorkeur binnen de gemeente Rhenen standplaats heeft. 2.
In de akte van vestiging wordt in ieder geval opgenomen: a. de ingangsdatum van de verplichting tot betaling van de canon; b. het gebruik dat van de grond en van de daarop te stichten of reeds gestichte opstallen mag worden gemaakt; c. de jaarlijkse canon alsmede de eenmalige vergoeding ter grootte van eenmaal de jaarlijkse canon bij aanvang van de overeengekomen duur. 3. De erfpachter is overeengekomen met de eigenaar dat het onderhavige perceel betrokken kan worden in een vrijwillige kavelruil), overeengekomen is dat de erfpachter nadrukkelijk en onvoorwaardelijk een over- of onderbedeling van 10% aanvaard, zonder enige kostenvergoeding en/of schadevergoeding, hoegenaamd dan ook. 35
4. Een tekening van de in erfpacht uit te geven grond wordt aan de akte van vestiging gehecht. Aanvraag, reserveringsvergoeding en waarborgsom. Artikel 2. 1. Ieder die grond van de gemeente in erfpacht wenst te verkrijgen, moet daartoe een aanvraag indienen bij de (erf-)pachtcommissie. 2. Burgemeester en wethouders kunnen onder door hen te stellen voorwaarden een vergoeding vorderen voor het reserveren van grond. 3. Alvorens omtrent een aanvraag tot uitgifte van grond in erfpacht te beslissen, kunnen burgemeester en wethouders van de gegadigde eisen, dat een waarborgsom wordt gestort, die overeenkomt met het voorlopig vastgestelde bedrag van de canon per jaar naar boven afgerond op honderdtallen of in bijzondere gevallen tot een daarvan afwijkend bedrag. Onder waarborgsom wordt in dit verband mede verstaan een onherroepelijke garantie door een Nederlandse bankinstelling. 4. Het in ontvangst nemen van een waarborgsom verplicht de gemeente niet de grond aan de gegadigde in erfpacht uit te geven. Wordt besloten de grond niet aan de gegadigde in erfpacht uit te geven, dan wordt de waarborgsom, vermeerderd met een rente gelijk aan het in artikel 6.3 bedoelde percentage, zo spoedig mogelijk gerestitueerd. 5.
De waarborgsom vervalt aan de gemeente, indien de gegadigde niet meewerkt aan het tot stand komen van de notariële akte van vestiging van de erfpacht en indien hij die medewerking blijft weigeren gedurende een termijn langer dan twee weken, nadat burgemeester en wethouders hem bij aangetekend schrijven in gebreke hebben gesteld. De waarborgsom vervalt eveneens na eenzelfde termijn na ingebrekestelling indien de erfpachter een andere overeengekomen verplichting met betrekking tot de erfpacht niet voldoet tot op het moment als in het navolgende lid van dit artikel is omschreven. 6. De waarborgsom wordt gerestitueerd, zonder dat de gemeente rente of kosten verschuldigd is, zodra de grond naar het oordeel van burgemeester en wethouders overeenkomstig de voorgeschreven bestemming en binnen de vereiste termijn in gebruik is genomen. Duur van de erfpacht. Artikel 3. 1. De uitgifte van grond in erfpacht geschiedt voor een periode van 26 jaren. 2. Het is de erfpachter niet toegestaan de erfpacht op te zeggen. 3. Beëindiging van de erfpacht van de zijde van de gemeente kan uitsluitend plaats vinden op de gronden en op de wijzen als voorzien in de artikelen 21 en 26. Aanduiding en toestand object/milieu. Artikel 4. 1. De grond wordt, tenzij uitdrukkelijk anders wordt overeengekomen, in erfpacht uitgegeven: a. onvoorwaardelijk en niet onderhevig aan welke vernietiging dan ook; b.
niet bezwaard met beslagen, hypotheken of inschrijvingen daarvan noch met andere dan de opgegeven en door de erfpachter uitdrukkelijk aanvaarde beperkte rechten; c. vrij van huur (m.u.v. jachthuur), pacht en andere gebruiksrechten; d. vrij van andere bijzondere lasten en beperkingen die de anderszins in de Bijzondere Voorwaarden overeengekomen bouw, verdere inrichting en ingebruikgeving van het perceel grond verhinderen of beperken. 2. De grond wordt door de gemeente, behoudens in geval van veiling als bedoeld in artikel 27.2, geleverd in een staat waarin stoffen die naar op dat moment gangbare opvattingen, mede gelet op het gebruik dat van de grond zal worden gemaakt, niet of slechts in 36
zodanige concentraties voorkomen, dat ze geen gevaar opleveren voor het milieu en/of de volksgezondheid. 3. Bij nieuwbouw of sloop op het in erfpacht uit te geven perceel dient de erfpachter er zorg voor te dragen, dat het hierbij vrijkomende bouwafval gescheiden wordt ingezameld. De in Rhenen gescheiden inzameling van bouw- en sloopafval heeft betrekking op de volgende componenten: schoonpuin, pvc, hout (langer dan 1,5 m), karton, papier, asbestcementproducten, glas, ijzer en chemisch afval. 4. De gemeente verleent overigens geen vrijwaring voor haar onbekende gebreken. Hoofdelijke aansprakelijkheid en ondeelbaarheid. Artikel 5. 1. Indien het recht van erfpacht aan twee of meer personen toekomt, is ieder van hen hoofdelijk tegenover de gemeente aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen, die uit de erfpacht voortvloeien. 2. De verplichtingen die voor de erfpachter uit de erfpacht voortvloeien, zijn steeds ten opzichte van de gemeente ondeelbaar. 3. De gezamenlijke rechthebbenden dienen een hunner als vertegenwoordiger aan te wijzen en de gemeente daarvan schriftelijk in kennis te stellen. De gemeente kan alle kennisgevingen, aanzeggingen en vorderingen met betrekking tot de erfpacht rechtsgeldig aan of tegen deze vertegenwoordiger doen instellen. 4.
Indien de erfpachter overlijdt of de huwelijksgemeenschap waarvan het erfpachtrecht deel uitmaakt bij zijn leven wordt ontbonden, alsmede indien de erfpachter ophoudt als rechtspersoon te bestaan, zijn dienst rechtverkrijgenden verplicht daarvan binnen drie maanden schriftelijk mededeling te doen aan de eigenaar. Tevens dienen zij mede te delen op wie het erfpachtrecht onder de algemene titel is overgegaan. 5. Binnen één jaar na het overlijden of de ontbinding van de huwelijksgemeenschap dan wel het opheffen van de rechtspersoonlijkheid als bedoeld in het eerste lid, dienen de rechtverkrijgenden onder algemene titel zich voor verkrijging van de toestemming als bedoeld in artikel 18 tot de eigenaar te wenden. Vaststelling van de canon. Artikel 6. 1. De uitgifte van grond in erfpacht geschiedt tegen een in geld vast te stellen jaarlijkse canon die bestaat uit een percentage van 2% van de waarde van de grond in het vrije commerciële verkeer, vrij van gebruiksrechten alsmede een eenmalige vergoeding ter grootte van eenmaal de jaarlijkse canon bij aanvang van de overeengekomen duur. De waarde wordt vastgesteld door een beëdigd registertaxateur (landelijk vastgoed). 2.
De in artikel 6.1 bedoelde grondprijs wordt tussen de gemeente en de erfpachter overeengekomen met inachtneming van de marktprijzen van onroerende zaken, alsmede met het oog op het gebruik van de grond en opstallen dat aan de erfpachter is of wordt toegestaan. Betaling van de canon. Artikel 7. 1. De canon moet bij vooruitbetaling worden betaald per kalenderhalfjaar op door de gemeente aan te geven wijze. 2. De canon en hetgeen de erfpachter aan de gemeente met betrekking tot de erfpacht overigens verschuldigd is, moet worden betaald zonder enige korting uit welke hoofde ook. 3. Indien de canon niet tijdig wordt betaald, is een rente verschuldigd, ter hoogte van de wettelijke rente, over het achterstallige bedrag, te rekenen vanaf de dag waarop de canon verschuldigd is. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een maand voor een volle maand gerekend en worden de gevonden bedragen afgerond op hele getallen. De 37
door de gemeente eventueel te maken incassokosten voor het innen van verschuldigde canon en/of boete komen voor rekening van de erfpachter. Aanpassing van de canon Artikel 8. Na aanvang van de erfpacht en vervolgens telkens na zes jaren zal de canon opnieuw worden vastgesteld door de alsdan geldende canon te verhogen casu quo te verlagen overeenkomstig de wijziging van de consumptieprijsindex Alle Huishoudens (jaar aanvang erfpacht = 100). Hiertoe zal de tot de aanpassingsdatum geldende canon worden vermenigvuldigd met een factor, welke wordt verkregen door bovenbedoeld prijsindexcijfer over de maand januari van het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de aanpassingsdatum valt te delen door het prijsindexcijfer over de maand januari van het jaar liggend één jaar voor het hierboven bedoelde kalenderjaar en deze factor af te ronden op 3 decimalen. De canon zal nimmer lager dan de aanvangscanon kunnen zijn. Indien tengevolge van de herziening berekend op de wijze als vermeld in dit artikel de canon lager zou zijn dan de aanvangscanon, zal verhoging pas plaats kunnen vinden nadat dit minimale bedrag wederom is berekend als ware het een aaneengesloten reeks. Herziening van de canon bij wijziging erfpachtbestemming. Artikel 9. 1.
Herziening van de canon geschiedt uitsluitend naar aanleiding van een door de erfpachter voorgenomen en door burgemeester en wethouders krachtens artikel 15 of 19 goedgekeurde wijziging van het gebruik van de grond en/of opstallen die een hogere grondprijs rechtvaardigt. 2. De nieuwe canon wordt gevonden door de oude canon te verhogen met een bedrag dat wordt gevonden door toepassing van het geldende canonpercentage over het verschil tussen de oude en de nieuwe grondprijs. 3. Het verschil tussen de oude en de nieuwe grondprijs wordt gevonden uit het verschil in prijs van gronden met de oude en de nieuwe bestemming. Artikel 6.2 is van overeenkomstige toepassing. 4. Afkoop en vooruitbetaling door de erfpachter van het bedrag waarmee de geldende canon na de herziening wordt vermeerderd is mogelijk. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing. 5. De herziening van de canon, alsmede de eventuele afkoop en vooruitbetaling daarvan worden geconstateerd bij notariële akte, die de gemeente voor rekening van de erfpachter doet inschrijven in de openbare registers. Lasten en belastingen. Artikel 10. 1. Alle belastingen, alsmede alle andere gewone en buitengewone lasten die op of wegens de grond en de opstallen worden geheven, komen ten laste van de erfpachter. 2.
Indien de gemeente enige betaling heeft verricht, die ingevolge artikel 10.1 ten laste van de erfpachter is, geven burgemeester en wethouders daarvan schriftelijk kennis aan de erfpachter, die gehouden is, binnen één maand na de datum van verzending van de kennisgeving, het daarin opgegeven bedrag aan de gemeente te betalen. Vrijwaring door de erfpachter. Artikel 11. 38
De erfpachter vrijwaart de gemeente voor alle aanspraken van derden op vergoeding van schade die na de ingangsdatum van de erfpacht is ontstaan als gevolg van zodanige verontreiniging van de bodem door of vanwege de erfpachter, dat gevaar bestaat voor de volksgezondheid en/of milieu. De inrichting en ingebruikneming van de grond. Artikel 12. 1. De erfpachter is verplicht onder de voorwaarden en binnen de termijnen daartoe in de akte van vestiging gesteld: 1 de grond te bebouwen overeenkomstig een door de gemeente goedgekeurd bouwplan; 2. de grond op behoorlijke wijze van de belendende percelen en van de openbare weg af te scheiden en afgescheiden te houden; 3. de onbebouwde grond op behoorlijke wijze overeenkomstig de in de akte van vestiging aangegeven bestemming in te richten en ingericht te houden; 4. de grond en de opstallen overeenkomstig de in de akte van vestiging aangegeven bestemming in gebruik te nemen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter ontheffing verlenen van één of meer der in artikel 12.1 genoemde verplichtingen en/of van de terzake van vestiging gestelde voorwaarden en termijnen. Indien burgemeester en wethouders ontheffing verlenen kunnen zij daaraan voorwaarden verbinden. Gebruik overeenkomstig de erfpachtbestemming. Artikel 13. 1.
De erfpachter is verplicht de grond en de opstallen overeenkomstig de in de akte van vestiging aangegeven erfpachtbestemming te gebruiken. 2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de in artikel 13.1 genoemde verplichtingen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter. Indien burgemeester en wethouders ontheffing van een verplichting verlenen en derhalve meewerken aan wijziging van een erfpachtbestemming, kunnen zij hieraan voorwaarden verbinden, waaronder de herziening van de canon op de voet van artikel 9. Instandhouding van de opstallen. Artikel 14. 1. De erfpachter is verplicht de grond en de opstallen in zodanige technische staat te houden dat deze de in de akte van vestiging aangegeven bestemming op behoorlijke wijze kan dienen. Daartoe dient de erfpachter de grond en de opstallen in alle opzichten goed te onderhouden en waar nodig tijdig geheel of gedeeltelijk te vernieuwen. 2. Het is de erfpachter niet geoorloofd in, op of aan de grond en de opstallen werkzaamheden of handelingen te verrichten of na te laten dan wel een bedrijf uit te oefenen, waardoor gevaar, schade of hinder, dan wel aantasting van de volksgezondheid en/of het milieu waaronder die van de bodem - wordt veroorzaakt.
Alle schade die niettemin door handelen of nalaten door of vanwege de erfpachter ontstaat - waaronder de kosten van eventueel noodzakelijke bodemsanering - is voor rekening van de erfpachter. 3. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de in artikel 14.1 en 14.2 genoemde verplichtingen en verboden op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter. Indien burgemeester en wethouders ontheffing van een verbod of verplichting verlenen, kunnen zij hieraan voorwaarden verbinden. 4. Het is de erfpachter zonder toestemming van burgemeester en wethouders van Rhenen verboden op het erfpachtgoed gebouwen te stichten.
39
5. Indien door de erfpachter in strijd met het in het eerste lid gestelde gebouwen zijn gesticht, vervallen deze bij het eind van het erfpachtrecht aan de eigenaar zonder dat deze hiervoor enige vergoeding aan de erfpachter zal zijn verschuldigd. Voorbehoud jacht Artikel 15. 1. De eigenaar behoudt zich het genot van de jacht voor. De erfpachter verleent aan eigenaar toestemming als bedoeld in artikel 33 sub a van de Flora- en Faunawet en hij moet derhalve gedogen dat de jacht wordt uitgeoefend door hen, die het recht daartoe aan de eigenaar ontlenen. 2. De erfpachter verplicht zich toestemming te verlenen aan de eigenaar en de personen, die door de eigenaar worden aangewezen, de bij artikel 33 sub a van de Flora- en Faunawet bedoelde vergunning om op het erfpachtgoed op schadelijk wild te jagen. Vormvoorschriften en kosten. Artikel 16. 1. Uitgifte van grond in erfpacht, splitsing van de erfpacht - splitsing in appartementsrechten daaronder begrepen- of enige andere wijziging van de erfpacht, vervreemding alsmede gehele of gedeeltelijke bezwaring van de erfpacht, moeten geschieden bij notariële akte. 2. De kosten van de notariële akten met de daarbij behorende rechten en verschotten worden als volgt gedragen: a. bij vestiging van het recht door de erfpachter; b. bij wijzigingen - met uitzondering van de wijzigingen van de canon - door de partij, die de wijziging heeft verzocht.
3. De kosten van in verband met de herziening van de canon te verrichten schattingen door deskundigen en op te maken notariële akten komen ten laste van de partij die de herziening heeft gevraagd indien de canonverhoging of -verlaging minder dan vijf procent (5%) van de laatst geldende canon bedraagt. In gevallen waarin de canonverhoging of verlaging meer dan vijf procent (5%) bedraagt, worden deze kosten door partijen gezamenlijk gedragen. Overgang of overdracht van de erfpacht. Artikel 17. 1. Het is erfpachter gedurende de eerste vijf jaren na de datum van overschrijving van de akte van erfpachtuitgifte, in de daartoe bestemde openbare registers verboden het erfpachtrecht geheel of gedeeltelijk te vervreemden behoudens ontheffing, hem verleend door burgemeester en wethouders van Rhenen. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het zonder voorafgaande schriftelijk toestemming van burgemeester en wethouders de erfpachter verboden: a. het erfpachtrecht of enig deel daarvan te vervreemden; b. het erfpachtgoed, onder welke titel dan ook, geheel of gedeeltelijk aan derden in gebruik te geven; c. afstand te doen van het erfpachtrecht; d. op het erfpachtgoed of erfpachtrecht zakelijke rechten te vestigen. 3. Aan de in lid 1 en 2 bedoelde toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden van de doeleinden waartoe de gronden in erfpacht werden uitgegeven.
Deze voorwaarden houden in ieder geval in dat de verkrijger van het erfpachtrecht aan de volgende criteria voldoet: a. het hoofdberoep van agrariër hebben; b. woonachtig en werkzaam in de gemeente Rhenen zijn; 40
4.
5.
6.
7.
c. bereid zijn zich te onderwerpen aan alle voorwaarden van de erfpachtovereenkomst, waartoe de vervreemder van het erfpachtrecht zich had verbonden. Handelingen in strijd met het in het lid 1 en 2 bepaalde zijn nietig ten aanzien van de eigenaar en worden als niet gedaan beschouwd. De erfpachter verbeurd terzake van elke handeling in strijd met het in lid a en b (foutieve verwijzing) bepaalde een onmiddellijk opeisbare boete ten bedrage van het tienvoud van de jaarlijkse canon. De erfpachter en zijn rechtverkrijgenden zijn verplicht bij overdracht of overgang van de erfpacht de Algemene Erfpachtbepalingen en de Bijzondere Voorwaarden, waaronder het recht is verleend, in de akte van overdracht of overgang op te nemen of daarnaar te verwijzen. De nieuwe erfpachter is verplicht na de overdracht of overgang, waaronder begrepen die wegens gerechtelijke tenuitvoerlegging of die krachtens executie, binnen de in artikel 17.1 gestelde termijn al hetgeen de vorige erfpachter nog verschuldigd is, aan de gemeente te betalen. De vorige erfpachter blijft gehouden al hetgeen hij met betrekking tot de erfpacht nog verschuldigd is aan de gemeente te betalen. Splitsing en wijziging van erfpacht. Artikel 18.
1. Het is de erfpachter niet geoorloofd tot splitsing van de erfpacht, tot splitsing in appartementsrechten of tot samenvoeging van erfpachten over te gaan. Voor de toepassing van dit artikel wordt met de in de eerste zin vermelde handelingen gelijkgesteld het door de erfpachter verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten die betrekking hebben op het gebruik van de grond en/of de opstallen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter ontheffing verlenen van het in artikel 18.1 genoemde verbod (toestemming ex artikel 5:91 BW). Indien burgemeester en wethouders ontheffing verlenen kunnen zij hieraan voorwaarden verbinden, waaronder de herziening van de canon op de voet van artikel 9, alsmede ten aanzien van het onderhoud van de opstallen na de splitsing. 3. Indien burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van het verbod tot splitsing van de erfpacht dan wel splitsing in appartementsrechten, stellen zij tevens vast welk gedeelte van de canon of - indien de canon bij vooruitbetaling is voldaan - welk gedeelte van de afkoopsom zal gelden voor elk van de nieuw te vormen erfpachten respectievelijk appartementsrechten. 4.
In afwijking van het in artikel 5.1 en 5.2 bepaalde, is de verplichting tot voldoening van de canon bij splitsing van de erfpacht in appartementsrechten een tevens voor rekening van de gezamenlijke appartementseigenaren dan wel de Vereniging van Eigenaars komende schuld, waarvoor zij jegens de gemeente hoofdelijk aansprakelijk zijn c.q. is. 5. Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn ontheffing van het verbod tot splitsing van de erfpacht, tot splitsing in appartementsrechten, of tot samenvoeging van erfpachten te verlenen, doen zij daarvan schriftelijk mededeling aan de hypotheekhouder. Hypotheekhouder. Artikel 19. Indien de erfpachter gedurende één jaar in gebreke is gebleven om de canon te betalen, geeft de gemeente daarvan, indien de erfpacht is bezwaard met hypotheek, aan de hypotheekhouder kennis bij aangetekend schrijven. Gedoogplichten; schadeloosstelling. Artikel 20.
41
1. Indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders ten behoeve van een openbaar werk, hierin begrepen kabels, buizen, en/of leidingen ten behoeve van derden, gebruik moet worden gemaakt van de erfpacht en indien de belangen van rechthebbenden naar het oordeel van burgemeester en wethouders beëindiging van de erfpacht redelijkerwijs niet vorderen, kunnen burgemeester en wethouders de erfpachter bij aangetekend schrijven verplichten dat gebruik te gedogen. 2. Indien een verplichting als bedoeld in artikel 20.1 wordt opgelegd, komt aan de erfpachter een schadevergoeding toe. 3. De schadevergoeding wordt overeengekomen. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, stellen burgemeester en wethouders de schadevergoeding vast. De erfpachter vraagt desgewenst het oordeel van de rechter. Zijn oordeel is bindend. Beëindiging om redenen van algemeen belang. Artikel 21. 1. De gemeente kan de erfpacht beëindigen om redenen van algemeen belang. Beëindiging vindt plaats door opzegging van het recht nadat de gemeenteraad een daartoe strekkend besluit heeft genomen. 2. Burgemeester en wethouders doen een voorstel tot beëindiging van de erfpacht aan de gemeenteraad. In dit voorstel wordt gemotiveerd uiteengezet welke de gronden zijn die beëindiging van het recht in het algemeen belang vergen.
Burgemeester en wethouders geven de erfpachter en hypotheekhouder van het voorstel kennis bij aangetekend schrijven. 3. De erfpachter, hypotheekhouder en andere belanghebbenden kunnen binnen één maand na dagtekening van het in artikel 21.2 genoemde schrijven hun bezwaren tegen het voorstel tot beëindiging van de erfpacht bij de raad inbrengen. De raad neemt een besluit op het voorstel na afloop van deze termijn en met inachtneming van eventueel ingebrachte bezwaren. 4. Indien de raad een besluit tot beëindiging van de erfpacht in het algemeen belang neemt, stelt hij tevens de dag vast waarop opzegging van de erfpacht uiterlijk moet plaatsvinden. Opzegging vindt vervolgens plaats bij deurwaardersexploot en met inachtneming van een termijn van ten minste een jaar. 5. Indien de erfpacht eindigt ingevolge het bepaalde bij artikel 21.1, is de gemeente bevoegd daarvan te doen blijken in de openbare registers, met verwijzing naar het raadsbesluit en naar de aan de erfpachter gedane opzegging. 6. Indien op de dag dat de erfpacht eindigt de grond en de opstallen niet zijn ontruimd, kan de gemeente zonder nadere ingebrekestelling zulks doen bewerkstelligen, behoudens door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten.
42
Schadeloosstelling bij beëindiging in het algemeen belang. Artikel 22. 1. Indien de erfpacht eindigt krachtens artikel 21 komt aan de erfpachter een schadevergoeding toe. Hieronder wordt verstaan volledige vergoeding van schade, zoals deze door de gemeente aan de erfpachter moet worden betaald, indien de erfpacht zou zijn onteigend op basis van de dan geldende tekst van de Onteigeningswet. 2. Niet zal voor vergoeding in aanmerking komen hetgeen in strijd met enige bepaling of voorwaarde in de akte van uitgifte in erfpacht of in een akte houdende wijziging van het recht van erfpacht is gesticht, of op de grond en in de opstallen wordt uitgeoefend, tenzij burgemeester en wethouders daartoe schriftelijk toestemming hebben verleend. 3. De schadevergoeding wordt overeengekomen. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, stellen burgemeester en wethouders de schadevergoeding vast. De erfpachter vraagt desgewenst het oordeel van de rechter. Zijn oordeel is bindend. 4. De gemeente keert de aan de erfpachter toekomende schadevergoeding uit, na aftrek van al hetgeen haar met betrekking tot de erfpacht, de grond en de opstallen nog verschuldigd is. 5.
Indien de erfpacht ten tijde van het eindigen van het recht met hypotheek was bezwaard, wordt met afwijking van artikel 22.4 de schadevergoeding, na aftrek van al hetgeen aan de gemeente met betrekking tot de erfpacht, de grond en de opstallen nog verschuldigd is, aan de hypotheekhouder uitgekeerd tot een door burgemeester en wethouders vast te stellen bedrag, gelijk aan het bedrag dat aan de hypotheekhouder zou toekomen indien het een verdeling gold van de koopprijs in geval van gerechtelijke verkoop van de erfpacht. Het daarna overblijvende bedrag van de schadevergoeding wordt uitgekeerd aan de erfpachter. 6. Generlei uitkering ingevolge dit artikel heeft plaats zolang de grond met de opstallen niet ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld, behoudens door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten. 7. Bestemmingswijzigingswinst komt nimmer ten goede van de erfpachter en zal derhalve ook geen deel uitmaken van de in dit artikel bedoelde schadevergoeding. Niet-nakoming van verplichtingen door de erfpachter. Artikel 23. 1. Onverlet de aan de gemeente krachtens de wet ter beschikking gestelde rechtsmiddelen, kan de gemeente, indien de erfpachter zijn verplichtingen niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, naar keuze en zo nodig naast of na elkaar gebruikmaken van de in deze Algemene Erfpachtbepalingen of de Bijzondere Voorwaarden genoemde rechtsmiddelen. 2.
Alvorens burgemeester en wethouders gebruik maken van een der in de wet, de Algemene Erfpachtbepalingen of de Bijzondere Voorwaarden genoemde rechtsmiddelen stellen zij de erfpachter schriftelijk in gebreke en wordt hem alsnog een termijn gegund om aan zijn verplichtingen te voldoen. 3. Indien de erfpachter een in deze Algemene Erfpachtbepalingen of in de Bijzondere Voorwaarden gestelde termijn binnen welke hij een verplichting moet nakomen ongebruikt laat voorbijgaan is hij niettemin door het enkel verloop van de termijn in gebreke, zonder dat daartoe een nadere ingebrekestelling is vereist. 4. Met het oog op de handhaving van de aan de erfpachter in deze Algemene Erfpachtbepalingen of in de Bijzondere Voorwaarden opgelegde verplichtingen is de gemeente te allen tijde gerechtigd na overleg met de erfpachter het erfpachtperceel te betreden en de zich daarop bevindende opstallen en werken, zowel in- als uitwendig te inspecteren.
43
Boetes. Artikel 24. 1. Wegens het niet, niet tijdig of niet behoorlijk voldoen aan enige verplichting, de erfpachter opgelegd bij of krachtens deze Algemene Erfpachtbepalingen en/of bij of krachtens de Bijzondere Voorwaarden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten hem een boete op te leggen van ten hoogste tienmaal het bedrag van de alsdan geldende canon, te betalen binnen een daartoe door hen te stellen termijn. 2. Voor toepassing van artikel 24.1 wordt de canon tevens aangepast aan de waardeverandering van het geld (Dit begrijp ik niet!). Daartoe wordt gebruik gemaakt van een gangbaar, algemeen prijsindexcijfer, gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek, of bij gebreke daarvan door een ander onafhankelijk instituut. Herstel door de gemeente. Artikel 25. 1. Wegens het niet, niet tijdig, of niet behoorlijk voldoen aan enige verplichting, de erfpachter opgelegd bij of krachtens deze Algemene Erfpachtbepalingen en/of bij of krachtens de Bijzondere Voorwaarden en indien de onderwerpelijke verplichting daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders geschikt is, kunnen burgemeester en wethouders bedoelde verplichting op kosten van de erfpachter zelf ten uitvoer leggen. Krachtens deze Algemene Erfpachtbepalingen zijn burgemeester en wethouders tot zodanige uitvoering jegens de erfpachter uitdrukkelijk gemachtigd.
Op gelijke wijze zijn burgemeester en wethouders gemachtigd op kosten van de erfpachter al datgene ongedaan te maken, dat in strijd met enige verplichting door de erfpachter is verricht. 2. Burgemeester en wethouders geven aan de erfpachter kennis van hun krachtens artikel 25.1 genomen besluit bij aangetekend schrijven. Zij doen de kennisgeving vergezeld gaan van een opgave van het vermoedelijke bedrag van de kosten die met de uitvoering van het besluit gemoeid zullen zijn. 3. Onverlet de verschuldigdheid van andere kosten, schaden en interesten bij de gemeente ontstaan als gevolg van de nalatigheid van de erfpachter, is de erfpachter verplicht op eerste aanzegging van burgemeester en wethouders te voldoen de kosten gemoeid met de uitvoering van het krachtens artikel 25.1 genomen besluit. De gemeente doet daartoe de aanzegging vergezeld gaan van een gespecificeerde opgave van de kosten. Opzegging van de erfpacht wegens toerekenbare tekortkoming erfpachter. Artikel 26. 1. Indien de erfpachter in verzuim is de canon over twee achtereenvolgende jaren te betalen of in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn andere verplichtingen, opgelegd krachtens deze Algemene Erfpachtbepalingen en/of Bijzondere Voorwaarden, kan de gemeente de erfpacht beëindigen door opzegging.
De gemeente is in dat geval tevens gerechtigd van de erfpachter vergoeding te vorderen van kosten, schade en rente. 2. Indien op de dag dat de erfpacht eindigt, de grond en de opstallen niet zijn ontruimd, kan de gemeente zonder nadere ingebrekestelling ontruiming doen bewerkstelligen, behoudens door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten. Gevolgen van opzegging wegens toerekenbare tekortkoming erfpachter. Artikel 27. 1. Indien de erfpacht eindigt door opzegging, mag de erfpachter de opstallen geheel noch gedeeltelijk wegnemen. De gemeente is gerechtigd tot de opbrengst van verhuring en ingebruikgeving en tot het gebruik van de grond vanaf de datum waarop de erfpacht ingevolge artikel 26.4 eindigt. Van deze datum af komen alle belastingen en alle andere 44
2.
3. 4.
5. 6.
lasten, die op of wegens de eigendom en de bebouwing van de grond worden geheven, ten laste van de gemeente. De gemeente is verplicht binnen zes maanden na de dag waarop de erfpacht eindigt en de grond met de opstallen ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld, behoudens door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten, een openbare verkoping volgens plaatselijke gewoonte en onder de gebruikelijke veilingvoorwaarden te doen houden van een erfpacht op de grond, te weten voor de verdere tijdsduur van de geëindigde erfpacht en overigens onder de destijds voor dat recht gegolden hebbende voorwaarden. De opbrengst van de verkoping wordt uitgekeerd aan de erfpachter na aftrek van al hetgeen aan de gemeente met betrekking tot dat recht, de grond en de opstallen nog is verschuldigd en van de te haren laste komende kosten van verkoping.
Indien de erfpacht ten tijde van het eindigen van het recht met hypotheek was bezwaard, wordt met afwijking van artikel 27.3 de opbrengst, na aftrek van al hetgeen aan de gemeente met betrekking tot de erfpacht, de grond en de opstallen nog verschuldigd is en van de te haren laste komende kosten van de openbare verkoping, aan de hypotheekhouder uitgekeerd tot een door burgemeester en wethouders vast te stellen bedrag, gelijk aan het bedrag, dat aan de hypotheekhouder zou toekomen indien het een verdeling gold van de koopprijs in geval van gerechtelijke verkoop van de erfpacht. Het daarna overblijvende bedrag van de opbrengst wordt uitgekeerd aan de erfpachter. Generlei uitkering ingevolge dit artikel heeft plaats, zolang niet de grond met de opstallen ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld, behoudens door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten. Indien bij de openbare verkoping geen bod wordt gedaan of indien een prijs wordt geboden, die niet toereikend is voor hetgeen de gemeente volgens artikel 27.3 mag afhouden, vervalt de verplichting tot gunning en is de gemeente niet tot enige uitkering verplicht.
45
Slotbepaling. Artikel 28. Deze bepalingen kunnen worden aangehaald als "Algemene Erfpachtbepalingen gemeente Rhenen 2012”.
46
Bijlage 4 Pachtprijsgebieden.
47