Evaluatie zon-op-land.docx
Tekst van het document
Evaluatie beleidskader zon-op-land 30-05-2023
Inhoudsopgave 1. Aanleiding
2
2. Analyse zonneladder
2
3. Effectevaluatie
7
4. Aanbevelingen
11
5. Conclusie
15
1
1. Aanleiding De gemeenteraad in Rhenen heeft de ambitie uitgesproken om in 2040 energieneutraal te zijn. Dit betekent dat er in de gemeente evenveel energie wordt gebruikt, als geproduceerd. Hoe de gemeente dit gaat realiseren staat vastgelegd in de Routekaart Energietransitie. Deze routekaart is in februari 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Naast energie besparen, is energie duurzaam opwekken een belangrijk onderdeel van de route om te komen tot een energieneutrale gemeente. In het beleidskader Zon op Land (inclusief zonneladder) staat omschreven wat de gemeente concreet doet, om deze doelstelling te realiseren. Dit beleidskader is met een amendement vastgesteld op 23 maart 2021 door de raad. Bij de vaststelling is afgesproken om het beleid na een jaar te evalueren, vanwege de bestuurlijke wisseling na de verkiezingen heeft dit iets langer op zich laten wachten. Daarom is er in 2023 een evaluatie gestart van het beleidskader en de zonneladder. Er zijn verschillende partijen geïnterviewd zoals inwoners, LTO, ANV Binnenveld, ondernemers (?) Veiligheidsregio Utrecht, Nova (voorheen Solarfields) en ambtenaren van Ruimtelijk Ordening, Vergunningen en Openbare Werken.
2. Analyse van de zonneladder en haar uitgangspunten De zonneladder is een onderdeel uit het beleidskader en richt zich op hoe en waar zonnepanelen mogen komen in Rhenen. Zie hiervoor de paragrafen 2.1 t/m 2.7., die hieronder aan de orde komen Er is bewust ruimte gelaten voor maatwerk. Per uitgangspunt wordt aangegeven waar de knelpunten zitten, volgens de meerderheid van de geïnterviewden. 2.1 Algemene uitgangspunten A. Elk project voldoet aan de bestaande wet- en regelgeving. B. Elk project doorloopt de hele zonne-ladder. Wanneer er bijvoorbeeld een vraag is naar de ontwikkeling van een zonneveld, wordt er eerst beoordeeld of er op de beoogde locatie mogelijkheden zijn voor het opwekken van zonne-energie op grote bedrijfsdaken. Daarna kijken we naar de mogelijkheden voor multifunctioneel ruimtegebruik, mogelijkheden op restgrond, etc. We kijken hierbij naar de mogelijkheden op perceel niveau. De initiatiefnemer onderbouwd in hoeverre de mogelijkheden van de voorliggende treden zijn benut. C. De initiatiefnemer toont aan dat er sprake is van voldoende netwerkcapaciteit, of een mogelijkheid om de benodigde capaciteit te creëren. D. Initiatieven vanuit de lokale samenleving genieten de voorkeur. E. De opbrengsten van de energie die binnen de gemeente is opgewekt, blijven zoveel mogelijk binnen de gemeente. F.
Wanneer zonnepanelen toegankelijk en kwetsbaar zijn voor criminaliteit, worden voldoende maatregelen genomen om diefstal en vernieling te voorkomen. Knelpunten algemene uitgangspunten - Een knelpunt van 2.1B is dat het niet duidelijk is wanneer naar de volgende stap kan worden overgegaan. Het is bijvoorbeeld onduidelijk wanneer trede 1 mag worden overgeslagen. Wanneer is een dak ongeschikt? Wat mag het kosten om een dak geschikt te maken? -
Er zijn in de praktijk een aantal voorbeelden naar voren gekomen waar het
2
beleid ontoereikend is, zoals: -
-
-
Wanneer door schaduw van bomen de effectiviteit van zonnepanelen sterk achteruit gaat. Is het dan wenselijk groen te verwijderen, of leggen we panelen dan toch liever op de grond? Wanneer bepaalde factoren van invloed zijn op een investering om het dak te gebruiken t.o.v. een hoekje in op het perceel, hoe gaan wij hier dan mee om? Bijvoorbeeld een oud schuurtje dat eerst helemaal versterkt moet worden voor er panelen op kunnen worden gelegd. Wanneer het geschikte oppervlak kleiner is dan het benodigde aantal panelen voor het energieneutraal maken van de woning. Moet men dan twee installaties realiseren (1 op dak en 1 op grond)?
2.2 Zonnepanelen op daken (trede 1) A. Zonnepanelen op daken hebben de voorkeur. We spannen ons in om, bijvoorbeeld door het bundelen van projecten, zoveel mogelijk dakoppervlak te benutten voor de opwek van zonne-energie. Knelpunten uitgangspunten zonnepanelen op daken (trede 1) - Het is niet duidelijk hoe wij ons inspannen. Er wordt niet actief ingezet op het wegnemen van barrières van zon-op-dak. Hier zijn geen gemeentelijke middelen voor beschikbaar gesteld. 2.3 Zonnepanelen binnen bebouwde kom, met multifunctioneel ruimtegebruik (trede 2) A. Zonnepanelen binnen bebouwd gebied dienen stedenbouwkundig en landschappelijk inpasbaar te zijn. B. Zonnepanelen langs infrastructuur kunnen alleen gerealiseerd worden op voorwaarde dat deze zijn toegestaan door de wegbeheerder. C. Er is sprake van een combinaties van functies. Knelpunten uitgangspunten zonnepanelen binnen bebouwde kom, met multifunctioneel ruimtegebruik (trede 2) - Een knelpunt bij 2.3A is dat de welstands- en de ervenconsulent die soms wordt ingeschakeld bij bestemmingsplan wijzigingen. Het is dan onduidelijk welk advies leidend zou moeten zijn. Het college hakt in zo’n geval de knoop door. - Een ander knelpunt bij de omschrijving van 2.3A (dit komt ook terug bij andere treden) is dat het niet duidelijk is wat binnen of buiten de bebouwde kom valt.
Is dit de rode contour? Grens wegenbouw ihkv de verkeerswet? Bebouwde kom zoals in Besluit omgevingsrecht (Bor)? Hier dient meer duidelijkheid over te worden verschaft. - Een knelpunt bij 2.3B is dat het onduidelijk is wat wordt verstaan onder verschillende functies. Wanneer iemand panelen op het erf/de tuin legt, zijn hier moeilijk meerdere functies aan te verbinden. In hoeverre kunnen en willen we verplichten om extra functies aan het erf toe te voegen, zodat men zelf energie op kan wekken? 2.4 Zonnepanelen op land binnen de bebouwde kom (trede 3) A. Er wordt voldoende aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van de zonnepanelen. B. Het zonneveld wordt zodanig aangelegd dat er ook andere doelen worden
3
gediend. C. Bijvoorbeeld het vergroten van de biodiversiteit of het bergen van water. De panelen, hekwerken en installaties worden zoveel mogelijk uit het zicht gehouden door middel van (inheemse) beplanting. D. Er wordt gezorgd voor voldoende lichtinval, zodat onder-begroeiing mogelijk is. E. Inwoners van de gemeente Rhenen krijgen de gelegenheid om (financieel) mee te doen met het project. F. Het project is voor minimaal 50% in lokaal eigendom. G. Er is sprake van een tijdelijk gebruik van een veldopstelling tot een maximum van 25 jaar. Knelpunten uitgangspunten zonnepanelen op land binnen de bebouwde kom (trede 3) - Een knelpunt bij 2.4G is dat er geformuleerd is dat het project 50% lokaal eigendom behoeft. In sommige gevallen is dit niet wenselijk omwille van het draagvlak uit de buurt. Financiële participatie kan ook zonder lokaal eigendom. - Een ander knelpunt is dat de eis voor lichtinval onder panelen schuurt met de aandacht voor landschappelijke inpassing. De eis voor onder begroeiing leidt ertoe dat panelen verplicht verhoogd moeten worden. Hierdoor komen de panelen meer in het zicht. Landschappelijk gezien liggen de panelen beter onder het maaiveld. 2.5 Zonnepanelen op erven in buitengebied (trede 4) A. De zonnepanelen liggen achter de voorgevelrooilijn, zodat deze niet of nauwelijks zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. B.
De panelen, hekwerken en installaties worden zoveel mogelijk uit het zicht gehouden door middel van (inheemse) beplanting. C. Er worden niet meer panelen geplaatst dan nodig voor eigen gebruik (privé en bedrijfsmatig) D. Er wordt gezorgd voor voldoende lichtinval, zodat onder begroeiing mogelijk is. E. De maximale afstand tot de woning bedraagt 15 meter. F. Er is sprake van een tijdelijk gebruik van een veldopstelling tot een maximum van 25 jaar. Knelpunten uitgangspunten zonnepanelen op erven in buitengebied (trede 4) - Een knelpunt bij 2.4B is dat de panelen zowel uit het zicht geplaatst dienen te worden maar ook, zoals bij 2.4D is aangegeven, onder begroeiing en lichtdoorlating dient te worden gerealiseerd. Dit is soms tegenstrijdig. - Evenals voor de bovenstaande treden, is het niet duidelijk wanneer de bebouwde kom op houdt. - Een knelpunt bij 2.4E is de 15 meter grens van de woning. Er kan met deze regel een onwenselijke situatie ontstaan wanneer de panelen landschappelijk veel beter tot hun recht komen in de uithoek van een erf, maar dit dan niet wordt toegestaan. - De 15 meter grens komt uit de bestemming ‘wonen’ in het buitengebied. Deze grens werkt beperkend en we hebben dit voor bijbehorende bouwwerken in het afwijkingsbeleid ook losgelaten.
- Ook is het onduidelijk waarom hier de term ‘buitengebied’ wordt gebruikt terwijl elders de term ‘buiten de bebouwde kom’ wordt gehanteerd.
4
2.6 Zonnepanelen op land zonder agrarisch gebruik, buiten de bebouwde kom (trede 5) A. Het grondperceel wordt niet voor agrarische doeleinden gebruikt. Het zonneveld wordt zodanig aangelegd, dat er ook andere doelen gediend worden. Bijvoorbeeld het vergroten van de biodiversiteit of het bergen van water. B. Er wordt voldoende aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van de zonnepanelen. C. De panelen, hekwerken en installaties worden zoveel mogelijk uit het zicht gehouden door middel van (inheemse) beplanting. D. Inwoners van de gemeente Rhenen krijgen de gelegenheid om (financieel) mee te doen met het project. E. Het project is voor minimaal 50% in lokaal eigendom. F. Er is sprake van een tijdelijk gebruik van een veldopstelling tot een maximum van 25 jaar. Knelpunten uitgangspunten zonnepanelen op land zonder agrarisch gebruik, buiten de bebouwde kom (trede 5) - Een knelpunt is hier dat de formulering ‘agrarisch gebruik’ te vaag is. Gaat dit om het actuele gebruik, of de bestemming volgens het bestemmingsplan? - Wederom is niet duidelijk wat de bebouwde kom is. - Er staat bij 2.6F dat een project minimaal 50% lokaal eigendom moet zijn. Dit is niet altijd haalbaar of wenselijk. Daarom wijzigen in streven naar 50%, indien dit bij een project wenselijk is.
- Een ander knelpunt bij de gelegenheid om inwoners financieel mee te laten doen, is wanneer iemand puur voor eigen gebruik panelen op het perceel wil leggen. 2.7 Zonnevelden op land met agrarisch gebruik, buiten de bebouwde kom (trede 6) A. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de structuur van het landschap B. Zonnevelden in het Binnenveld (zie bijlage 1) zijn niet toegestaan, tenzij ze onderdeel uitmaken van een energieproject waarbij het opwekken van windenergie het hoofddoel is. C. Het zonneveld wordt zodanig aangelegd, dat er ook andere doelen gediend worden. Bijvoorbeeld het vergroten van de biodiversiteit of het bergen van water. D. Er wordt voldoende aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van de zonnepanelen. E. De panelen, hekwerken en installaties worden zoveel mogelijk uit het zicht gehouden door middel van (inheemse) beplanting. F. Inwoners van de gemeente Rhenen krijgen de gelegenheid om (financieel) mee te doen met het project. G. Het project is voor minimaal 50% in lokaal eigendom. H. Er is sprake van een tijdelijk gebruik van een veldopstelling tot een maximum van 25 jaar. Knelpunten uitgangspunten zonnevelden op land met agrarisch gebruik, buiten de bebouwde kom (trede 6) - Het grootste knelpunt van deze trede is de uitsluiting van het Binnenveld. De raad heeft via dit amendement het Binnenveld uitgesloten.
Daardoor is er onvoldoende ruimte beschikbaar in de gemeente om in 2040 energieneutraal te worden. - Wederom lijkt lokaal eigendom een vereiste en geen streven naar.
5
Rekenen met energie In stukken over energie komen allerlei verschillende eenheden voorbij. Terawatt (TW), Kilowatt (kW), Megawatt (MW), Megawattuur (MWh) en Terawattuur (TWh) etc. Dit maakt het rekenen met energie soms ingewikkeld. Daarom een korte uitleg van de eenheden. 1 Kilowatt = 1.000 watt 1 Megawatt = 1 miljoen Watt (of 1.000 Kilowatt) 1 Terawatt = 1 miljard Watt (of 1.000 Megawatt) Rekenvoorbeelden: Zon: 1 hectare zonneveld levert 1,3 Megawatt (MW) aan stroom per uur. Ofwel 1,3 megawatt uur (MWh). Het aantal uren waarop een zonneveld energie produceert zijn er in Nederland ongeveer 1.000 in een jaar. Dit noemt men vollast uren = het aantal uur dat een zonnepaneel effectief werkt. Een hectare zon van 1,3 MW, produceert in een jaar dus 1.300 MWh. Wind: 1 windmolen met tiphoogte van 240 meter, levert rond de 6.8 Megawatt aan energie. In Nederland waait het meer dan dat de zon schijnt, dus de vollasturen voor wind zijn er ongeveer 3.000. Een windmolen levert dus 6.8 megawattuur, over 3000 uur. Dit is dus 20.400 Megawatt per jaar. Opwekken van energie Om energie op te wekken zijn er installaties nodig die dit mogelijk maken. Dit zijn bijvoorbeeld zonnepanelen, een windmolen of vergistingsinstallaties. Deze productiemethoden voor hernieuwbare energie hebben een vermogen dat zij kunnen opwekken. Voor 1 hectare zon staat 1.3MW (Megawatt).
Echter, in de praktijk blijkt een effectief zonneveld niet wenselijk. Men wil het natuur inclusief, licht doorlatend of combineren met andere functies. Hierdoor is het realistisch om een verlies van 33% te nemen (dus: 0.87 MW per hectare). Type
Megawatt
Uren per jaar
Megawattuur
Hectare
Zonneveld
1.3 MW
1.000
1.3000 MWh
1
Zonneveld (nat. Incl.)
0.87 MW
1.000
8700 MWh
1
Windmolen
6.8MW
3.000
20.400 MWh
-
6
3. Effectevaluatie De effecten gaan over het behalen van de beleidsdoelen. Om hier inzicht in te krijgen, moet worden geanalyseerd wat de meetbare doelen van het beleid zijn. Bij het meten van de effecten wordt een vergelijking gemaakt tussen de situatie op verschillende tijdstippen, sinds dat het beleid van kracht is. Gezien het ontbreken van een nulmeting in het verleden en het feit dat de beschikbare data met twee jaar vertraging beschikbaar komt, kan de vergelijking enkel worden gemaakt met een moment in de toekomst. 3.1 Doelen van het beleid Het beleidsstuk Zon op Land is voortgekomen uit de RES 1.0. In het beleidsstuk staan de kaders hoe de gemeente via zonne-energie kan opwekken. Deze kaders moeten leiden tot het behalen van de RES 1.0 doelstelling én een opmaat zijn voor een energieneutraal Rhenen in 2040. Hieronder volgen de tabellen met de twee doelen in cijfers. Deze eerste tabel gaat over de RES-doelstelling. De afspraak is dat we in Rhenen in 2030 31.000 MWh energie opwekken. Dit willen we op drie verschillende manieren doen: Zon op dak, zon op land en door restgronden te benutten. Voor zon op dak tellen kleine daken (<15 kWp) niet mee. In de linker kolom staan drie verschillende categorieën energieproductie waaraan de gemeente zich heeft gecommitteerd. In de middelste kolom staat het doel omgezet in MegaWattuur (MWh).
In de rechterkolom staat het aantal gerealiseerde MWh en welk percentage van de doelstelling dat is. RES 2030
Doel in MWh (2030)
Gerealiseerd (2021)
Zon op dak
14.000 MWh
2.665 MWh (21.4%)1
Zon op land
12.000 MWh
0 MWh (0%)
Zon op restgronden
5.000 MWh
0 MWh (0%)
Totaal
31.000 MWh
2.665 MWh (8.6%)
Tabel 1: RES afspraken in MWh
Tabel 2 gaat over de energieneutraliteit doelstelling. Deze is vastgesteld op 100%. Dit is een afspraak die wij met onszelf hebben gemaakt. Via welke methode deze doelstelling behaald dient te worden, staat niet vast. Echter, grote windmolens worden (vooralsnog) geweerd waardoor de grootste energiebulk uit zonnepanelen moet komen. 100% energieneutraal komt neer op ongeveer 190.000 MWh. In de linker kolom staan percentages ten opzichte van energieneutraal weergegeven. In de middelste kolom is dit vertaald naar MWh. In de rechterkolom staat weergegeven in hoeverre wij deze doelstelling tot energieneutraliteit hebben behaald wanneer wij onze RES-doelstelling in 2030 hebben gerealiseerd. Er wordt daarmee vanuit gegaan dat de RES 1.0 doelstelling dan is behaald (dus; er wordt tegen 2030 31.000 MWh opgewekt). Het huidige percentage energieneutraliteit is 6,6%, dat ligt zo’n 37% onder het gemiddelde van een gemeente2. 1 https://utrecht.maps.arcgis.com/apps/dashboards/9a243141797c4f7ea9bb0919909d21e9 2 https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energieneutraal
7
Energieneutraal 2040
Doel in MWh (2040)
Gerealiseerd in 2030
(100%)
190.000 MWh
31.000 MWh (16.3%)
(75%)
142.500 MWh
31.000 MWh (21.75%)
(50%)
95.000 MWh
31.000 MWh (32.6%)
Tabel 2: energieneutraliteit doelstelling in MWh
3.2 Effectiviteit Zoals te zien in tabel 1 is in Rhenen vooralsnog pas 8,6% van de RES 2030 doelstelling behaald. De verwachting is dat dit percentage zal stijgen wanneer de data van 2022 en 2023 ook beschikbaar is. Het is echter zeer ingewikkeld om nu een causaal verband te leggen tussen het in werking treden van het beleid in 2021 en de mate van effectiviteit in de vorm van resultaten. Dit komt, naast afwezigheid van accurate data, mede doordat veel externe factoren in deze periode hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van duurzame energie. De voornaamste was de significante prijsstijging van energie, deze maakte de businesscase om over te stappen op hernieuwbare energiebronnen zeer aantrekkelijk. Waar specifiek naar gekeken is, is in hoeverre men het beleid als gemakkelijk ervaart, of dat men op bepaalde punten vastloopt c.q. moeilijkheden ervaart. Uit de gevoerde gesprekken met diverse organisaties, medewerkers en inwoners blijkt dat het beleid verwarrend werkt. In sommige gevallen staan er tegenstrijdige vereisten, of zou men onnodig op kosten gejaagd worden, wanneer het beleid tot op de letter zou worden nageleefd. Tevens wordt door het uitsluiten van het Binnenveld en/of grootschalige windenergie de energieneutrale doelstelling praktisch onhaalbaar.
3.3 Zon op dak Alhoewel de gemeente vol wil inzetten op zon-op-dak, wordt dit op dit moment niet gefaciliteerd of ondersteund met financiële middelen. Daarbij is er een extra uitdaging bij gekomen, namelijk de netcongestie. (Nieuwe) gebouwen die veel stroom verbruiken, kunnen deze stroom voorlopig niet volledig geleverd krijgen. Echter, als dit probleem niet speelt, is het vaak alsnog niet mogelijk om panelen te plaatsen vanwege een ongeschikte dakconstructie. Met deze belemmeringen is slechts 40% tot 55% van het potentieel te benutten. Wanneer deze belemmeringen worden weggenomen, zou tot 90% van het potentieel benut kunnen worden. Dit zou 8.5MWh opleveren3. Momenteel ligt de bezettingsgraad van de <80 kWp-daken rond de 25%.
Figuur 1: potentiële opwek <80 kWp-daken bij 100% bezetting
3 2.2MWh van 8,5 MWh (8.5MWh = 90% van 9.4MWh)
8
Deze grote daken bevinden zich met name in het Binnenveld en op Remmerden. Echter, waar in Remmerden al redelijke stappen zijn gemaakt, blijft de ontwikkeling van zon-op-dak t.o.v. het potentieel in het Binnenveld erg achterlopen. Zoals te zien in figuur 2. Dit komt niet alleen door netcongestie en ongeschikte dakconstructies, maar ook door de onzekerheid van de continuering van agrarische ondernemingen n.a.v. de stikstofcrisis. Er zijn in Rhenen 73 daken welke onder de categorie ‘groot’ passen. In figuur 3 is een overzicht weergegeven van de potentie per categorie.
Figuur 2: Gerealiseerd vermogen vs. potentieel van zon op dak Binnenveld bij 100% bedekkingsgraad
9
Figuur 3: Drie grafieken (zie titel per grafiek)
10
4. Aanbevelingen 4.1 Algemene uitgangspunten zonneladder 1. Ontwikkel een beleidskader dat niet enkel over zon-op-land gaat, maar zich richt op alle aspecten van energie: a. Zon-, wind-, & opslag-, van energie. In tweede instantie kan hier eventueel alternatieve energiebronnen zoals waterstof of biogene brandstof aan worden toegevoegd. Motivatie Het is belangrijk dat er samenhang en overzicht is in de verschillende mogelijkheden om energieneutraal te worden. Hiervoor is het noodzakelijk dat er 1 beleidskader komt en er niet verschillende beleidsstukken zijn.
4.2 Aanpassingen zonneladder 2. Een duidelijke leeswijzer toevoegen aan de zonneladder en definiëren wat wij bedoelen met bepaalde termen. Motivatie Bepaalde termen die worden gebruikt blijken in de praktijk onduidelijk, waardoor het ook niet altijd duidelijk is of en wanneer er naar een volgende trede mag worden gegaan. 3. De rode contour hanteren voor wat binnen of buiten de bebouwde kom is. Motivatie Omdat er nu verschillende termen worden gebruikt (bijvoorbeeld buitengebied/ buiten bebouwde kom). Dit zorgt voor onduidelijkheid. 4. De afstand van verplichte plaatsing van panelen binnen 15 meter los te laten. Motivatie Omdat deze maatregel tegen de wens van de landschappelijke inpassing ingaat en, of het mensen onnodig op kosten jaagt. 5. Onderscheid maken tussen grote (commerciële) & kleine (particuliere) projecten. Motivatie Omdat sommige regels, zoals het optuigen van een participatietraject onnodig is wanneer iemand voor eigen gebruik panelen wil neerleggen. Met name de grote installaties hebben grote impact en hier moeten we daarom ook anders mee omgaan. 6. Financiële participatie en lokaal eigendom loskoppelen en vormvrij maken. Motivatie Omdat er per project andere wensen zijn van lokaal omwonenden (betrokkenen) hoe dit vorm te geven. Door hier meer vrijheid toe te laten wordt de kans op succes vergroot
11
7. Rolverdeling en waarde van advies welstand/ landschapscommissie verduidelijken. Motivatie Omdat soms tegenstrijdige adviezen worden gegeven. 8. De eis voor voldoende lichtinval te laten vallen en te vervangen naar een streven naar. Motivatie Omdat dit tegenstrijdig is met de wens panelen uit het zicht te houden of landschappelijk in te passen. In sommige gevallen is het niet wenselijk. Dit dient verder uitgewerkt te worden zoals beschreven bij punt 18. 9. Het Binnenveld ook open te stellen voor de ontwikkeling van maximaal 1 grootschalig zon-op-land project mits: a. Het een perceel betreft waar aangrenzende agrariërs niet willen extensiveren. b. Het initiatief 100% lokaal is, dus echt een initiatief van Rhenen voor Rhenen betreft. Motivatie Door gehele uitsluiting van het Binnenveld zijn onze energiedoelstellingen praktisch onhaalbaar geworden; de andere locaties binnen de gemeente lijken door de uitsluiting van het Binnenveld op deze manier ‘moetjes’. Hierdoor krijgt men een het gevoel heeft dat de andere locaties al vast staan en participatie geen zin heeft. Daarnaast is het is niet uit te leggen dat de Nude buiten het Binnenveld valt. Voor punt A: Omdat we agrariërs die door willen gaan de kans hiervoor willen geven en extensiveren een mogelijke oplossingsrichting is.
Voor punt B: Omdat we niet willen dat projectontwikkelaars de prijs van de grond omhoog drijven waardoor de kans op extensiveren ook aanzienlijk daalt. 10. Omschrijving van agrarisch gebruik toevoegen aan de zonneladder. Motivatie Omdat er nu verwarring is, of het om agrarisch gebruik, of om een agrarische bestemming gaat. Deze is al eerder geformuleerd, maar nooit aan het beleid toegevoegd; zie 11b. -
Het bepalen of een perceel onder agrarisch gebruik valt, is maatwerk en zal per ingediend initiatief worden bekeken. Hiervoor hanteren we de volgende criteria:
-
Betreft het een solitair perceel of is het perceel aaneengesloten aan een agrarisch bedrijf? De geschiktheid van de grond voor agrarisch gebruik. Voor braakliggende percelen dient bekeken te worden wat de reële alternatieven voor landgebruik zijn.
-
12
11. Kaders stellen ten behoeve van natuurversterking af te stemmen met een kennisinstituut en dit te verwerken in de zonneladder. a. Zie punt 18 Motivatie Omdat sommige wensen omtrent groen/natuurinclusief ingaan tegen de wensen van landschappelijk inpassing. 12. Controlemechanisme omtrent nakomen afspraken optuigen. Zodat afspraken over bepaalde beplanting, maaien en andere natuur herstellende maatregelen worden nageleefd. Motivatie Omdat in de praktijk weleens blijkt dat afspraken niet altijd worden nageleefd wanneer een project eenmaal is gerealiseerd. Belangrijk dat dit goed wordt afgestemd met een toezichthouder. 13. Projecten moeten voldoen aan eisen comfort veiligheid als opgesteld door de VRU. a. Verwijzen naar hun beleid. Motivatie Omdat er momenteel helemaal geen veiligheidseisen worden gesteld en omwonenden zich hier zorgen over maken. Door te refereren aan hun beleid zijn de veiligheidsvoorschriften altijd actueel. 4.3 Additioneel 14. Kaders mee te geven waarin communicatie en participatie vorm dient te krijgen in een grootschalig energieproject en hierin: a. De rol van de gemeente duidelijk uit te dragen. b. Het waarderend vernieuwen een plek geven. c. Het werken vanuit de bedoeling onderschrijven. Motivatie Door communicatie los te laten, is het al twee keer misgegaan. Men voelt zich overvallen en soms zelfs in de steek gelaten door de gemeente.
Ook ontstaat er onduidelijkheid over de verschillende rollen. Het participatiestatuut & het waarderend vernieuwen wordt ondermijnd doordat externe partijen die hier geen kennis van hebben. Het bemoeilijkt het proces, omdat de gemeente bij aanvang steeds 3-0 achter staat. 15. De routekaart energietransitie aanpassen n.a.v. het nieuwe beleid. a. Deze routekaart ook daadwerkelijk uit te werken in tussendoelen. b. Die ook worden gemonitord en waarin concreet staat genoemd hoe doelen worden behaald. Motivatie Het huidige doel van de routekaart om 100% energieneutraal te zijn in 2040 lijkt op dit onmogelijk en onwenselijk door de bij behorende ruimteclaim. Op dit moment is onvoldoende geconcretiseerd hoe we de vastgestelde doelen bereiken.
13
16. Te eisen dat gebruikte panelen bij grootschalige projecten van Europese makelij zijn om zodoende: a. Te voorkomen dat ze onder erbarmelijke omstandigheden worden geproduceerd. b. Te voorkomen dar er veel schadelijke stoffen worden gebruikt. c. De Europese markt voor energie-innovatie te stimuleren. d. Te zorgen dat de panelen recyclebaar zijn. Motivatie Als gemeente willen we voorkomen dat panelen een slechte invloed op mens en natuur hebben. Hiermee geven wij het goede voorbeeld. 17. Een instrument optuigen waarmee grote daken ‘solar-ready’ kunnen worden gemaakt. Motivatie Omdat de gemeente zegt in te willen zetten op zon op dak, maar geen ondersteunings- of stimuleringsmaatregelen voor heeft genomen. De grote daken dragen bij aan het behalen van de RES-doelstelling voor 2030 en zorgt dat men bij afloop van de netcongestieknelpunten direct daken vol kan leggen met panelen. 18. Een advies inwinnen over: a. Of het beter is voor de natuurwaarde van een plangebied om het aantal panelen per hectare sterk te concentreren en eenzelfde hoeveelheid hectare aan natuur te creëren; b. Of het beter is panelen ruim op te zetten waardoor er groen tussen de panelen ontstaat; c. Met deze informatie een werkbaar kader creëren. Motivatie Omdat er mogelijk heel veel extra hectare land nodig zijn om groen tussen panelen te integreren, terwijl de winst voor de natuur som zeer beperkt is.
Een sterke concentratie van panelen is beter te ‘verstoppen’ en de ruimte die overblijft kan dan echt 100% natuur worden. Extra toelichting punt 18 aangaande; natuur, ruimte en draagvlak Volgens sommige studies is een ideaal zonnepark ruim opgezet, zijn de panelen verhoogd zodat er licht onder kan vallen en groeien de inheems kruiden en planten weelderig tussen de rijen panelen. Dit is een ideaal scenario. Op deze manier herstelt de bodem, welke (vaak) door decennia aan agrarische activiteiten niet meer lijkt op hoe deze van nature was, optimaal. Volgens het Utrechts Landschap levert de hierboven beschreven opzet niet veel extra’s op. Ja, het is beter dan panelen op elkaar plakken, maar het is lang niet zo goed voor de natuur als ‘puur 100% groen. Daarnaast wordt er om een zonneveld vaak een hek geplaatst waardoor het enkel bereikbaar is voor dieren die hier overheen kunnen (en willen). Deze opzet zorgt er ook voor dat er extra hectare land nodig zijn om een zonneproject efficiënt en rendabel te maken. Doordat panelen op deze manier over een veel groter
14
gebied worden verspreid, leidt dit tot een toenemende druk de toch al schaarse grond. Ook zorgt dit voor meer weerstand vanuit de omwonenden. Deze zouden van alle kanten tegen panelen aankijken. Het is dus belangrijk dat we niet vanuit één perspectief het ‘perfecte’ zonnepark willen realiseren. Maar het voor alle partijen meest ‘wenselijke’ zonnepark creëren. Hier kunnen wij wel natuur versterkende kaders voor op laten stellen. Het advies van punt 18. 5. Conclusie Deze beleidsevaluatie is tot stand gekomen na een uitgebreide analyse van het beleidskader zon-op-land en een onderzoek onder stakeholders, zowel intern als extern. Het is duidelijk geworden dat met het huidige beleid de doelstelling van 100% energieneutraal in 2040 onhaalbaar is. Daarnaast leiden ingewikkelde formuleringen en tegenstrijdige eisen ertoe dat de ontwikkeling van zonne-energie in de gemeente Rhenen een ineffectief proces is geworden. Ook ontbreekt er een instrument/mechanisme voor het stimuleren van zon op (grote) daken waarmee we de echte stappen te zetten richting de RES-doelstelling van 2030. Door de aanbevelingen over te nemen en deze komende maanden te vertalen naar een nieuw beleidskader energie-op-land, moet een inefficiënt proces een springplank voor een succesvolle energietransitie worden.
Inwoners zouden makkelijker mee kunnen doen aan de energietransitie en de interne belasting om hen hierbij te helpen zal verlagen. Ook wordt hiermee de samenhang van zonne-, wind-, alternatieve vormen en opslag van energie inzichtelijker.
15