Brief jaarstukken 2021 Rekenkamer Rhenen
Tekst van het document
Raad van de gemeente Rhenen Postbus 201 3910 AE Rhenen Afschrift aan leden College van B&W
Rhenen, 16 mei 2022 Betreft: Rekenkamerbrief bij jaarverslag en jaarrekening 2021
Geachte leden van de Raad,
Hierbij ontvangt u een rekenkamerbrief over het concept-jaarverslag en -jaarrekening 2021. Met deze brief beogen we u een aantal handvatten te geven voor de behandeling van de jaarstukken. Een deel van onze adviezen beoogt ook het verbeteren van de jaarstukken 2022. Planning en control cyclus De Planning en Control-cyclus (voortaan P&C-cyclus) heeft als doel periodiek een totaalbeeld te laten ontstaan van de belangrijke ontwikkelingen op de verschillende beleidsterreinen. Dit totaalbeeld is gerelateerd aan de politiek-bestuurlijke agenda en geeft de financiële mogelijkheden op dat moment. De P&C-cyclus is bedoeld om keuzes te laten maken, prioriteiten te stellen en belangrijke knopen door te hakken. De P&C-cyclus zorgt daarmee voor een gelijktijdige integrale afweging van beleid en middelen. Eerder hebben wij in onze rekenkamerbrieven over de begroting 2021 en over de jaarstukken 2020 aandacht gevraagd om de aansluiting tussen de verschillende stappen in de cyclus goed te benoemen en te duiden. In lijn daarmee vragen wij ook in deze brief aandacht voor het feit dat de jaarstukken enerzijds de verantwoording zijn van het gevoerde beleid en de uitgaven, maar anderzijds een basis zijn voor de volgende Perspectiefnota. Dat heeft invloed op de wijze van rapporteren in de jaarstukken.
Het doel van het jaarverslag is het afleggen van verantwoording over het al of niet bereiken van de voornemens die zijn vastgelegd in de Programmabegroting als vertaling van de Perspectiefnota voor het betreffende jaar. In het jaarverslag wordt daartoe verslag gedaan of de beoogde doelen en resultaten uit de begroting zijn gerealiseerd en of dat binnen de beschikbare budgetten heeft plaatsgevonden. In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de financiële wijzigingen na de laatste begrotingswijziging. De regels hiervoor zijn onder andere vastgelegd in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten). 1
In de voorliggende jaarstukken over 2021 is naar ons oordeel financieel beter aangegeven dan in het jaarverslag 2020 wat de financiële mutaties zijn ten opzichte van de oorspronkelijke begroting. Het voorwoord geeft daarbij een goed totaalbeeld dat de lezer meeneemt. Een tekst als deze zou overigens een mooie start zijn voor een, uiteraard kort, publieksjaarverslag, om daarmee de burgers mee te nemen in het werk van de gemeente. Wij denken dat dat - juist in deze financieel moeilijke tijden - het begrip van de burger voor beleid en uitvoering van de gemeente kan vergroten. Overigens zouden trends en ontwikkelingen, die er zijn, duidelijker kunnen worden geduid in het jaarverslag. Juist ook om daar in een volgende Perspectiefnota rekening mee te kunnen houden. Realisatie doelstellingen In het jaarverslag wordt in duidelijke staatjes weergegeven wat het verloop is van de overwegend verplichte indicatoren. Deze indicatoren worden in de regel niet gekoppeld aan beleidsdoelstellingen en streefwaarden voor het meten van de mate van doelrealisatie. Nu met een nieuw coalitieakkoord weer nieuwe afspraken over beleid worden gemaakt is het een goed moment om te bezien of het geëigend is nieuwe indicatoren aan de verplichte indicatoren toe te voegen en aan de indicatoren streefwaarden te verbinden.
Streefwaarden benoemen geeft duidelijkheid over wat de beleidsambities voor dat desbetreffende onderwerp zijn en maakt meer zichtbaar wat de resultaten zijn in een jaar. Immers juist de ontwikkeling van diverse kengetallen over de jaren geeft een simpel en helder inzicht in de realisatie van de diverse soorten beleid. Dat introduceren van nieuwe indicatoren en de eventueel daaraan verbonden streefwaarden kan natuurlijk ook plaatsvinden bij herijking van beleid, het vaststellen van nieuwe kadernota’s. Voor de realisatie van de doelstellingen wordt nu heel duidelijk de bijdrage van de verbonden partijen toegelicht. Maar er zijn meer (subsidie-ontvangende) organisaties in Rhenen die bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen. Hun bijdrage ook vermelden zou laten zien hoe belangrijk deze organisaties zijn voor de gemeente en daarmee een verduidelijkend element toevoegen aan begroting en jaarverslag. Verschil bij jaarrekening In de jaarrekening wordt een aanzienlijk financieel verschil met de najaarsrapportage gepresenteerd. Gelukkig is het een meevaller. Het College geeft aan hiermee niet gelukkig te zijn en geeft aan een strakkere monitoring te willen in de toekomst. De Rekenkamer onderschrijft dit voornemen. Het verschil is nu voordelig, maar een volgende keer zou het ook een vergelijkbaar nadeel kunnen zijn.
Dergelijke verschillen, zeker zo laat in het jaar, dienen voorkomen te worden.
Strakkere monitoring van de financiële situatie is extra van belang omdat de algemene uitkering, een grote bron van inkomsten voor de gemeente, voor Rhenen relatief minder dreigt te worden vanwege een stelselherziening waarin centrumgemeenten relatief meer gaan krijgen. En in politiek Den Haag ontstaan er meer onderlinge discussies over de hoogte van sommige posten in de algemene uitkering of andere uitkeringen vanuit de rijksoverheid. Daardoor zouden eventueel op een laat moment nog wijzigingen in uitkeringen vanuit de rijksoverheid kunnen optreden. Extra reden voor goede monitoring.
2
Financiële positie De financiële positie van de gemeente is goed te noemen aldus het jaarverslag. Naar de toekomst toe zijn er wel aandachtspunten. De Rekenkamer onderschrijft dit. De voorgeschreven kengetallen: de structurele exploitatieruimte, de schuldquotes en het weerstandsvermogen bevinden zich allemaal in de categorie minst risicovol. Het beeld is een momentopname, mede positief beïnvloed door de meevallers uit 2021. Het jaarverslag vraagt terecht aandacht voor de ontwikkeling van de structurele exploitatieruimte en de oplopende schuldpositie. Zo heeft de gemeente Rhenen reeds een relatief hoge OZB-opbrengst wat het moeilijker maakt om hieruit extra inkomsten te genereren. Er is het risico van een economische recessie. Ook staan gemeenten grote opgaven te wachten, zoals duurzaamheid en woningbouw en in Rhenen ook flinke investeringen. Gecombineerd met voornoemde grotere risico’s voor de inkomsten (zoals de algemene uitkering) is strikte monitoring van zowel de eigen financiën als fluctuaties van de inkomsten belangrijk, teneinde - als het nodig is - snel te kunnen reageren en handelen.
Weerstandvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf (blz. 114) is niet goed duidelijk hoe het getal van € 3,2 mln. aan benodigde weerstandscapaciteit tot stand is gekomen. De 10 grootste financiële risico’s zijn met een minimumen maximumvariant ingevuld. In een worst case scenario kan het totale risico nog behoorlijk hoger uitvallen, tot zo’n 4,7 miljoen euro voor de 10 grootste risico’s. Het weerstandsvermogen kan dat wel aan (bijna 23 miljoen euro), maar toch…... Afvalheffing Het dekkingspercentage voor de afvalheffing was voor 2021 118%. Dat zou betekenen dat de heffing voor komende jaren omlaag kan en moet (in de begroting mag immers het percentage maximaal 100% zijn). Subsidieregeling VVE en Peuteropvang De Subsidiegelden voor VVE/peuteropvang zijn deels niet gebruikt (blz. 154). In het beschikbare subsidieplafond was rekening gehouden met extra kindplaatsen. In 2021 zijn geen aanvragen voor extra kindplaatsen ingediend, zo wordt vermeld. Dat kan mogelijk samenhangen met de coronapandemie. Op blz. 55 van de jaarstukken wordt als doelstelling vermeld: “Jonge inwoners leven gezonder en krijgen optimale ontwikkelingskansen en ontplooiingsmogelijkheden.” Zou het College niet actiever voorzieningen voor peuterzorg en -opvang moeten stimuleren in plaats van wachten tot er aanvragen worden ingediend, zoals vermeld op blz.
154 van de jaarstukken? Daar komt bij dat de niet uitgegeven rijksgelden in deze over een bepaalde periode moeten worden teruggegeven aan de rijksoverheid. De voorzitter van de Rekenkamer,
Bert Lokhorst
3