CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage TV VVD - 1025657 - Bijlage 1 Verstedelijkingsakkoord voor de Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Technische vragen Haalbaarheidsonderzoek voor woningbouw en werkgelegenheid in het Binnenveld6.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

/

Bestuurlijke afspraken verstedelijking regio Arnhem/Nijmegen/Foodvalley Versie 5, 11 oktober 2022

1.

Inleiding

De regio’s Arnhem-Nijmegen en Foodvalley kennen een forse groei aan inwoners in de komende jaren: tot 2040 zijn er naar verwachting 100.000 extra woningen nodig. Deze groei brengt opgaven met zich mee voor leefomgeving, mobiliteit en economische ontwikkeling. Deze opgaven hebben wij als rijk, provincies, gemeenten en waterschappen aangegrepen om onze samenwerking te versterken. Wij werken sinds 2019 samen aan een gezamenlijke strategie voor de verstedelijking van de regio in de periode tot 2040. Wij hebben onze gezamenlijke strategie uitgewerkt in het verstedelijkingsconcept ‘Meer landschap, meer stad’, dat in 2021 in het BO Verstedelijking is vastgesteld. In dit document hebben wij een strategie voor de verstedelijking van de regio uitgewerkt. Die strategie gaat uit van een integrale benadering van de regio op basis van kwalitatief hoogwaardige ontwerpprincipes, die zijn uitgewerkt voor de bouwstenen leefomgeving, economie, mobiliteit en wonen. Het concept biedt handvatten voor verdere uitwerking en samenwerking. Daarnaast hebben de provincies, de gemeenten en waterschappen per deelgebied de opgaven uitgewerkt en een onderzoeksagenda vastgesteld. In de regio Arnhem/Nijmegen en Foodvalley is duidelijk dat vele ruimtelijke opgaven zich opstapelen. Daarom is een gebiedsgerichte ordening en prioritering noodzakelijk.

Het kabinet heeft de regio Arnhem Nijmegen Foodvalley aangewezen als één van de NOVEX-gebieden. Daarnaast heeft het kabinet Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone, spoorzone Arnhem-Oost en Foodvalley als NOVEX-locaties aangewezen, als grootschalige woningbouwlocaties. In deze locaties kunnen tot 2040 met name woningen worden toegevoegd in bestaand stedelijk gebied dat goed per openbaar vervoer is ontsloten. Voor deze vier grootschalige woningbouwlocaties hebben we ruimtelijke plannen en businesscases uitgewerkt. Ons verstedelijkingsconcept vormt het ontwikkelperspectief voor dit gebied en is daarmee de basis voor strategische samenwerking en besluiten in dit gebied. Op grond van deze gezamenlijke plannen maken wij vanuit rijk en regio in dit document een aantal afspraken die de samenwerking aan een duurzame, toekomstbestendige verstedelijking van de NOVEX-regio in de komende jaren moeten borgen. Wij spreken samen commitment uit aan de verstedelijkingsopgave en onze strategie in het verstedelijkingsconcept, zetten samen eerste stappen naar een uitvoeringsprogramma en maken afspraken over de wijze, waarop wij de komende jaren daaraan samen werken. Dit akkoord is opgesteld op basis van de huidige inzichten en ambities. De afspraken hebben een adaptief karakter. Komend jaar werken we deze afspraken uit in een verstedelijkingsprogramma.

Waar nodig zullen de afspraken worden geactualiseerd of aangescherpt, naar aanleiding van de ervaringen bij de uitvoering en de ontwikkelingen in andere trajecten, die met de verstedelijking samen hangen.

1

2. 2.1

De verstedelijkingsopgave Opgave verstedelijking regio Arnhem/Nijmegen/Foodvalley

De integrale samenhang en de ruimtelijke kwaliteit vormen de basis voor de verstedelijking die wij nastreven voor de periode 2022-2040. Onze strategie gaat uit vier bouwstenen: 1.

De realisatie van een groene en gezonde leefomgeving voor de inwoners door een balans in de ontwikkeling van stad en landschap en de realisatie en/of ontsluiting van 5.000 hectare

2.

recreatieve uitloopgebieden; Het streven naar realisatie van voldoende arbeidsplaatsen om te komen tot een balans van

3.

wonen en werken; Een goede bereikbaarheid van de woon- en werklocaties dankzij duurzame ontsluiting;

4.

De realisatie van 100.000 kwalitatief goede en voldoende betaalbare woningen – met name geconcentreerd in de grootschalige woningbouwlocaties.

De verstedelijkingsopgave is het integrerend kader voor de grote ruimtelijke opgaves in de regio, waaronder enkele grote nationale opgaven en beleidsprogramma’s. Bij de realisatie van de verstedelijking integreren wij dan ook de opgaven waar deze programma’s zich op richten: a.

Natuurherstel, transitie naar een duurzame landbouw en een toekomstbestendig landelijk gebied;

b.

Doelstellingen om de opwarming van het klimaat tegen te gaan, zoals opgenomen in het Verdrag van Parijs, het Klimaatakkoord, de green deal van de EU en in nationale

c.

coalitieakkoord; Een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van Nederland in 2050 op grond van de

d.

Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie; De uitvoering van de afspraken die Rijk en provincies in het kader van de Woondeal in

e.

oktober 2022 hebben gemaakt over de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030; De bestaande Woondeal met de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen, die zal worden

f.

voortgezet en geactualiseerd en de nieuw af te sluiten woondeal met de regio Foodvalley; De ruimtelijke vertaling van nationale programma’s en regionale opgaven waar we in 2023 aan werken.

3.

Hoofdlijnen verstedelijkingsconcept

Zoals hiervoor aangegeven is in het verstedelijkingsconcept ‘Meer landschap, meer stad’ onze strategie uitgewerkt in vier bouwstenen: leefomgeving, economie, mobiliteit en wonen. Voor elk van deze bouwstenen hebben we in de verstedelijkingsstrategie de opgave en een aantal ontwerpprincipes geformuleerd. Deze bouwstenen hangen integraal met elkaar samen en worden in onderlinge samenhang uitgewerkt en uitgevoerd. In het verstedelijkingsprogramma worden de ontwerpprincipes en maatregelen voorzien van meetbare doelstellingen en een verdeling over deelgebieden, zodat we de realisatie kunnen monitoren. In dit hoofdstuk geven we de hoofdlijnen van onze strategie weer. 3.1 Bouwsteen leefomgeving Met de bouwsteen leefomgeving beogen we de verstedelijking zo vorm te geven dat deze bijdraagt aan klimaatadaptatie, gezondheid, biodiversiteit en natuurinclusieve landbouw. Dit vereist investeringen om de (groene en blauwe) openbare ruimte beter in te richten, de bestaande landschappen en leefomgeving te versterken, nieuwe landschapszones te creëren en daarbij functiecombinaties van natuur, recreatie en landbouw mogelijk te maken.

2

Voor de bouwsteen Leefomgeving hanteren we de volgende ontwerpprincipes: a.

We beschermen en versterken de kwaliteit van bestaande natuur en landschap. De nieuwe verstedelijking mag per saldo de belasting op kwetsbare gebieden niet vergroten. Dat kan

b.

alleen door meer natuur- en uitloopgebieden toe te voegen; We werken met zones van verstedelijking met een voorkeur voor inbreiding. Bij uitleglocaties

c.

hanteren we kwalitatieve principes waarbij de ondergrond een belangrijk leidend principe is; We realiseren en/of ontsluiten 5.000 hectare nieuwe recreatieve uitloopgebieden;

d.

Recreatieve gebieden, faciliteiten, natuur en hydrologische buffers zijn een integraal onderdeel van het ruimtelijk ontwerp van onze plannen;

e.

We ondersteunen een vitale, toekomstbestendige landbouwsector en we kijken gebiedsgericht naar wat er nodig is om agrarische ondernemers een toekomstperspectief te beiden, ook rekening houdend met de ruimtebehoefte van andere functies. Het NPLG en de provinciale en regionale plannen die hiermee samenhangen (zoals het Veluwe Arrangement en het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (Regio Foodvalley) vormen hiervoor het kader.

3.2 Bouwsteen mobiliteit We kiezen er in het verstedelijkingsconcept voor om mensen in de regio te laten reizen op de slimste en schoonste manier. Op deze manier wordt het mobiliteitsnetwerk het beste (flexibel) benut en werken we aan CO₂-reductie. Gezien de al bestaande knelpunten, verwachten we dat investeringen in het netwerk nodig zijn om te anticiperen op de groei van het aantal woningen en de economie Voor de bouwsteen mobiliteit hanteren de overheden de volgende ontwerpprincipes: a. We programmeren nieuwe woningen en werklocaties zoveel mogelijk op locaties die goed ontsloten zijn met (hoogwaardig) openbaar vervoer - trein en bus - en/of die verbonden zijn met nabijgelegen (regionale/snel-) fietspaden waarbij in de eerste plaats de bestaande b.

capaciteit wordt benut en knooppuntvorming wordt gestimuleerd; We nemen de ontsluiting door (duurzame) mobiliteit mee bij de programmering van woonen werklocaties. We realiseren in beginsel de ontsluiting al voordat er gebouwd wordt. We lossen knelpunten in de bereikbaarheid op en realiseren de missende verbindingen voor dat nieuwe woningen en arbeidsplaatsen worden gerealiseerd.

3.3 Bouwsteen economie De verstedelijking van de regio vraagt om voldoende arbeidsplaatsen om te voorzien in werkgelegenheid voor de groeiende bevolking en de hoge uitgaande arbeidspendel terug te dringen. Op dit moment gaan wij ervan uit dat daarvoor de realisatie van 100.000 extra arbeidsplaatsen en een daarvoor passend economisch milieu nodig zijn. De regio heeft een unieke ligging tussen de Randstad en Duitsland, die kansen oplevert in internationale samenwerking. Het geeft de regio een schakelpositie in de kennisuitwisseling op de thema’s Food, Health, Hightech en Energy, (kennis)sectoren die wereldwijd van belang zijn en volop in transitie. Voor de bouwsteen Economie hanteren de overheden de volgende ontwerpprincipes: a.

b.

Wij ambiëren een regio te zijn die economisch, ecologisch en sociaal tot bloei komt in de komende 20 jaar. Het uitbouwen en versterken van deze sectoren in balans met de omgeving past daarbij rekening houdend met een transitie naar een circulaire economie; We benaderen dit als een stevige opgave én een uitdaging omdat de ruimte beperkt is. We benutten bestaande werklocaties optimaal voordat we nieuwe aanleggen. We zetten daarbij ook in op de aanpak van leegstand, herstructurering en verdichting van bedrijventerreinen;

3

c.

Bestaande werkgebieden en bedrijventerreinen met een excellente bereikbaarheid willen we verdichten, intensiveren en verduurzamen. We zetten in op versterking van kennisclusters en werklocaties die goed met elkaar verbonden zijn;

d.

We zetten in op een divers en samenhangend aanbod met voldoende ruimte voor logistiek, watergebonden bedrijven, kleinschalige lokale bedrijvigheid, multifunctionele woonwerkmilieus en bedrijven in de hogere milieucategorie (onder andere vanwege transitie naar circulaire economie).

3.4 Bouwsteen wonen We spreken in het kader van de bouwsteen wonen een woningbouwopgave van 100.000 woningen af voor de periode 2020-2040. Daarvan streven we na uiterlijk in 2030 te starten met de bouw van 60.000 woningen. De overige woningen volgen in de periode erna, tot en met 2040. We streven ernaar 60.000 van deze woningen te realiseren in de regio Arnhem/Nijmegen en 40.000 in de regio Foodvalley. Voor de bouwsteen wonen hanteren de overheden de volgende ontwerpprincipes: a. We bieden een diversiteit aan woonmilieus, aanvullend op de bestaande voorraad; b.

We programmeren een gedifferentieerde woningmix met een variëteit aan prijssegmenten ten behoeve van inclusieve wijken. We streven naar 2/3 aanbod in betaalbare segmenten, inclusief 30% sociale woningbouw en woningen voor bijzondere doelgroepen. In de Woondeals maken we concreet, wat er (binnen de opgave) over de jaren exact nodig is;

c.

We realiseren nieuwe woningbouw volgens de eisen die de transitie naar een duurzame woningvoorraad stelt ten aanzien van isolatie en een aardgasvrije energievoorziening;

d.

Realisatie van de woningbouwopgave vereist afspraken over het vergroten van de haalbaarheid middels randvoorwaardelijke maatregelen voor de vier bouwstenen. In hoofdstuk 4 worden afspraken gemaakt over deze maatregelen.

4.

Afspraken naar een eerste verstedelijkingsprogramma

4.1 Uitvoering is proces in stappen We realiseren de verstedelijkingsstrategie in de periode tot en met 2040 in een proces dat wordt doorlopen in stappen. Dit doen we door gedurende het proces periodiek afspraken met elkaar te maken over benodigde maatregelen, onderzoeken, projecten, programma’s en instrumenten. In het verstedelijkingsprogramma werken we de eerste stappen van de uitvoering uit. Daarbij kijken we naar fasering, prioritering en samenhang van de benodigde maatregelen. Voor de uitwerking van dit programma nemen we de tijd tot het BO MIRT van november 2023. In dit document spreken we af welke maatregelen we in het eerste verstedelijkingsprogramma in ieder geval zullen uitwerken. In de bijlage zijn de afspraken opgenomen die we tijdens het BO MIRT van november 2022 hebben gemaakt over stappen in het MIRT-proces om verschillende opgaven in de regio uit te werken en financiële bijdragen van de rijksoverheid aan maatregelen. [PM: MIRT]. De provincie zet zich actief in om de doelen van de verstedelijkingsstrategie te realiseren. Bij het opstellen en actualiseren van het verstedelijkingsprogramma bepaalt zij haar financiële bijdragen aan de individuele projecten en maatregelen om dit mogelijk te maken.

4

1.

Afspraak over de ontwikkeling van regio Arnhem Nijmegen Foodvalley

We streven binnen het NOVEX-gebied Arnhem Nijmegen Foodvalley naar de realisatie van 100.000 woningen tot 2040. We streven ernaar deze woningopgave te realiseren op een hoogwaardige wijze, volgens de integrale ontwerpprincipes die we in het verstedelijkingsconcept hebben uitgewerkt. We geven de verdeling van de woningopgave over de planperiode en over de gebieden weer in onderstaande tabel. De regio streeft er naar voor 60.000 woningen uiterlijk in 2030 te starten met de bouw. Zij brengt daarvoor in de hieronder aangegeven gebieden locaties in ontwikkeling. De woningbouw wordt voor circa 60-65% gerealiseerd in de grootschalige woningbouwlocaties spoorzone Arnhem-Oost, Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen-Kanaalzone en Foodvalley. Daarnaast groeit de regio ook buiten deze locaties in andere gebieden.

Gebied

2.

2020-2030

2030-2040

Totaal

15.000

40.000

Foodvalley Zuid

18.500

Foodvalley Noord Foodvalley

6.500 25.000

Arnhem

9.000

Nijmegen Veluwe

11.100 900

De Liemers Middengebied

4.600 3.600

Rijk van Nijmegen Groene Metropoolregio

5.800 35.000

25.000

60.000

Totaal

60.000

40.000

100.000

Afspraken over de ontwikkeling van grootschalige woningbouwlocaties

PM: over onderstaande afspraken bestaat nog geen commitment vanuit het rijk. Over de inzet van het Mobiliteitsfonds voor de GWL’s worden bij het BO MIRT afspraken gemaakt 2.1 Grootschalige woningbouwlocatie Foodvalley De druk op de woningmarkt in Foodvalley is afgelopen jaren hoog. Om deze op te vangen streven we ernaar van de 40.000 woningen die zijn voorzien in de regio Foodvalley uiterlijk in 2030 te starten met de bouw van 25.000 woningen. De gemeenten in de regio Foodvalley starten hiervoor enkele gebiedsontwikkelingen. In lijn met het verstedelijkingspatroon van de regio gebeurt dit op meerdere locaties verspreid over verschillende kernen in de regio, die in het kader van het verstedelijkingsconcept zijn voorzien. Van de woningen die de gemeenten daar realiseren wordt 2/3 voorzien in het betaalbare segment, waarvan 30% als sociale woningbouw. Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven we ernaar deze woningen te realiseren in een balans tussen stad en land, met bijpassende werkgelegenheid voor de nieuwe inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten.

5

De businesscase Grootschalige woningbouwlocaties Foodvalley is opgebouwd uit vijf van de ruim tien ontwikkelgebieden die de regio in de Verstedelijkingsstrategie heeft geïdentificeerd voor toekomstige woningbouw. Dit zijn Barneveld Noord, Kernhem Noord, Veenendaal Spoorzone, Ede Zuidoost/ Kennisas en De Klomp. De gekozen locaties vormen essentiële knooppunten in het stedelijk netwerk van Regio Foodvalley en zullen deels voor 2030 en deels na 2030 worden gerealiseerd. De schaal van de regio en de daarin gelegen kernen hebben geleid tot een samenhangend raamwerk van essentiële infrastructurele maatregelen, zoals onder meer hoogwaardige fietsroutes, OV-hubs en HOV-lijnen in het vierkant Wageningen-Ede-Rhenen-Veenendaal. Om deze gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken spreken we de volgende concrete maatregelen af: a. Bij de ontwikkeling van de locaties worden door betrokken gemeenten infrastructurele maatregelen genomen, zoals uitgewerkt in de businesscase voor deze grootschalige woningbouw locatie. Het rijk zal aan de realisatie van deze infrastructuur uit het b.

Mobiliteitsfonds een bijdrage leveren; [PM: BO MIRT] Om deze locaties te ontsluiten zullen de provincies samen met betrokken gemeenten twee HOV-lijnen in het vierkant Wageningen-Ede-Rhenen-Veenendaal en hoogwaardige fietsroutes realiseren zoals voorzien in de businesscase. Het rijk zal aan de realisatie van deze infrastructuur uit het Mobiliteitsfonds een bijdrage verlenen. [PM: BO MIRT]

2.2 Grootschalige woningbouwlocatie spoorzone Arnhem-Oost We streven om 12.000 woningen te realiseren op de grootschalige woningbouwlocatie Spoorzone Arnhem-Oost. Het gebied van en om het spooremplacement biedt uitstekende kansen voor een grootschalige gebiedsontwikkeling langs de Rijn, dicht tegen het centrum van de stad. Op deze locatie kan een hoogstedelijk milieu worden ontwikkeld, dat bijdraagt aan de versterking van de leefbaarheid en leefomgeving in Arnhem Oost. Van deze woningen wordt 2/3 voorzien in het betaalbare segment, waarvan 30% als sociale woningbouw. Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven we ernaar deze woningen te realiseren in een balans tussen stad en land, met bijpassende werkgelegenheid voor de nieuwe inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten. De gemeente Arnhem zal een gebiedsontwikkeling starten. Zij streeft de ontwikkeling van deze locatie te versnellen door de start bouw van 6.000 woningen uiterlijk in 2030. Daarvoor is het mogelijk maken van gebiedsontwikkeling op het noordelijk deel van het spooremplacement (Prorail) randvoorwaardelijk. Om deze gebiedsontwikkeling mogelijk te maken spreken we de volgende concrete maatregelen af: PM: over de strekking en fasering van de te maken afspraken over het spoorwegemplacement Arnhem-Oost bestaan nog verschillende inzichten.

We onderscheiden op weg naar het BO MIRT twee opties. Alleen optie is de beoogde versnelling mogelijk. Deze tekst wordt geredigeerd naar aanleiding van de besluiten bij het BO MIRT. a. Voor de gebiedsontwikkeling van deze locatie is een oplossing voor het spooremplacement randvoorwaardelijk. Het Rijk, provincie Gelderland en gemeente Arnhem bespreken de resultaten van de ‘Haalbaarheidsstudie gefaseerde uitplaatsing spooremplacement b.

Arnhem-Oost’ op het BO MIRT van 2023; [PM BO MIRT] Voor de versnelling van de gebiedsontwikkeling spreken Rijk provincie Gelderland en gemeente Arnhem af te onderzoeken of het mogelijk is voor 2030 het noordelijke deel (ProRail) versneld beschikbaar te stellen (optie a) /spreken een bijdrage uit het Mobiliteitsfonds af voor het

c.

uitplaatsen van het spooremplacement (optie b); [PM BO MIRT] De gemeente Arnhem realiseert infrastructurele maatregelen in de woningbouwlocatie Arnhem Oost en om deze locatie te ontsluiten, die zijn uitgewerkt in en in samenhang met

6

de businesscase voor deze woningbouwlocatie. Het rijk zal aan de realisatie van deze infrastructuur uit het Mobiliteitsfonds een bijdrage leveren. [PM MIRT] 2.3 Grootschalige woningbouwlocaties Nijmegen Stationsgebied en Nijmegen Kanaalzone Het Stationsgebied in Nijmegen biedt mogelijkheden om naast de plannen waarover eerder afspraken zijn gemaakt 3.700 woningen te realiseren in een centrumstedelijk milieu, dat uitmuntend ontsloten is. Daarnaast biedt de locatie Kanaalzone ruimte voor een grootschalige transformatie en de realisatie van 5.200 woningen en een hoogwaardig werk milieu in die periode. We streven naar de start bouw uiterlijk in 2030 van respectievelijk voor 2030 van 8.500 tot 9.000 extra woningen op de grootschalige woningbouwlocaties in Nijmegen. Van deze woningen wordt 2/3 voorzien in het betaalbare segment, waarvan 30% als sociale woningbouw. Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven we ernaar deze woningen te realiseren in een balans tussen stad en land, met bijpassende werkgelegenheid voor de nieuwe inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten. De gemeente Nijmegen start hiervoor gebiedsontwikkelingen. Om deze gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken spreken we de volgende concrete maatregelen af: a.

De gemeente Nijmegen realiseert infrastructurele maatregelen in de woningbouwlocatie, zoals die zijn uitgewerkt in de businesscase voor de woningbouwlocaties Nijmegen Kanaalzone en Nijmegen Stationsgebied. Het rijk zal aan de realisatie van deze infrastructuur uit het Mobiliteitsfonds een bijdrage leveren; PM: BO MIRT]

b.

De gemeente Nijmegen realiseert infrastructurele maatregelen om de woningbouwlocaties op haar grondgebied te ontsluiten, zoals die zijn uitgewerkt in samenhang met de businesscase voor de woningbouwlocaties Nijmegen Kanaalzone en Nijmegen Stationsgebied. Het rijk zal aan de realisatie van deze infrastructuur uit het Mobiliteitsfonds een bijdrage leveren. [PM: BO MIRT]

3. Afspraken over mobiliteit We zien de mobiliteitsopgave in de regio als een gezamenlijke opgave. De voorziene groei aan inwoners en werkgelegenheid belast de bereikbaarheid in de regio sterk op het nationale, regionale en het lokale schaalniveau. Uit de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) uit 2021 blijkt dat in het hoge scenario de bereikbaarheid van de regio de komende jaren onder grote druk komt te staan, vergelijkbaar met de regio’s in het land die het meeste leiden onder congestie. Als we uitvoering geven aan deze afspraken over verstedelijking zullen de prognoses over de woningbouw die zijn gebruikt voor dit scenario nog hoger uitvallen. We zullen de komende decennia maatregelen nemen om de bereikbaarheid van de regio te borgen. We zetten daarbij in op gedragsverandering om mobiliteit te beperken en te verduurzamen, op reizen in eerste instantie met duurzame modaliteiten als spoor, HOV en fiets en pas in tweede instantie per auto. In de jaarlijkse BO MIRT-cyclus maken we afspraken gemaakt over de infrastructuur die randvoorwaardelijk is voor de schaalsprong van de regio. We voeren voor het BO MIRT van november 2023 een MIRT-onderzoek uit naar de knelpunten op de A12 corridor - rekening houdend met het in dit akkoord voorziene woningbouwprogramma - en de mogelijkheden om deze op te lossen vanuit een multimodaal perspectief.

Daarnaast voeren we oor het BO MIRT van november 2023 een MIRT-onderzoek uit naar de overige knelpunten in de bereikbaarheid van de regio na 2030 - rekening houdend met het in dit akkoord voorziene woningbouwprogramma - en de mogelijkheden om deze op te lossen vanuit een multimodaal perspectief. Aandacht verdienen daarbij de nationale corridors, zoals de A1- en de A50 corridor, de regionale corridors en de ontsluiting van nieuw woon- en werklocaties.

7

PM: De gemeenten en provincies in de regio hebben onderstaande maatregelen voorgesteld in de regionale bijlagen die in samenhang met de businesscases van de GWL’s is opgesteld. Over deze maatregelen bestaat nog geen commitment vanuit het rijk. Over de inzet van het Mobiliteitsfonds worden bij het BO MIRT afspraken gemaakt naar aanleiding van de voorstellen vanuit de GWL’s. De provincies, gemeenten en waterschappen in de regio bezien binnen afzienbare termijn hun concrete bijdragen aan de individuele maatregelen, wanneer het rijk middelen aan de projecten toekent. Indien het rijk nu geen middelen aan deze maatregelen toekent, worden deze maatregelen gebundeld opgenomen met de tekst: “Wij bezien samen voor het BO MIRT van november 2023 welke mogelijkheden er zijn om de volgende maatregelen ter verbetering van de regionale ontsluiting te realiseren:” Om de bereikbaarheid van de regio Foodvalley van het uit het zuiden te garanderen verbreden we de Rijn-burg bij Rhenen. De provincies Gelderland en Utrecht dragen hier gezamenlijk 80 miljoen euro aan bij en de regio Foodvalley 3 miljoen euro en de regio Rivierenland 1 miljoen euro [Reeds toegezegd]. Het rijk draagt 70 miljoen euro aan bij.

[PM: BO MIRT] De provincie Gelderland en de gemeenten van de regio Arnhem-Nijmegen nemen infrastructurele maatregelen op de corridor Arnhem-Nijmegen, om de bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets te verbeteren en knelpunten rond de kruising bij de Linge weg te nemen. Deze maatregelen zijn uitgewerkt bij de businesscases voor deze woningbouwlocaties in Arnhem en Nijmegen. Het rijk zal hier een bijdragen aan leveren uit het Mobiliteitsfonds. [PM: BO MIRT] Om de doorstroom op het spoor vanuit de Randstad naar Duitsland te verbeteren onderzoeken het rijk, de provincie Gelderland en de regio Arnhem de ontvlechting van de spoorknoop Arnhem-Oost en de wijze waarop die ingepast kan worden in de stedelijke omgeving van Arnhem. [PM: BO MIRT] Het rijk realiseert met de provincie Gelderland de regio-expres Arnhem-Achterhoek om de bereikbaarheid van Arnhem vanuit de Achterhoek en de Liemert te verbeteren. De provincie Gelderland [Reeds toegezegd] en het rijk [PM: BO MIRT]dragen beide 50% van de bekostiging van deze maatregel. De provincie Gelderland en de gemeente Arnhem nemen met omliggende gemeenten infrastructurele maatregelen om de woningbouwlocatie Arnhem Oost vanuit de regio te ontsluiten. Die maatregelen zijn uitgewerkt in samenhang met de businesscase voor deze woningbouwlocatie. Het rijk zal hier een bijdragen aan leveren uit het Mobiliteitsfonds.

[PM: BO MIRT] De provincie Gelderland en de gemeente Nijmegen nemen met omliggende gemeenten infrastructurele maatregelen om de woningbouwlocaties in Nijmegen vanuit de regio te ontsluiten. Die maatregelen zijn uitgewerkt in samenhang met de businesscase voor deze woningbouwlocatie. Het rijk zal hier een bijdragen aan leveren uit het Mobiliteitsfonds. [PM: BO MIRT] De provincies Gelderland, Utrecht en het ministerie van IenW maken afspraken over een herschikking van de verantwoordelijkheden voor de OV-concessies in het vierkant Wageningen-EdeRhenen-Veenendaal, zodanig dat de concessie van elk van deze HOV-lijnen bij één overheid berust. 4.

Afspraken over Leefomgeving

We streven samen om de verstedelijking in de regio in balans te laten zijn met de ontwikkeling van de leefomgeving en het landschap in de regio. We streven naar de realisatie van 5.000 hectare recreatief

8

uitloopgebied, naar hydrologische buffers en landschappelijke en ecologische kwaliteit in combinatie met een vitale, toekomstbestendige landbouwsector met perspectief voor agrarische ondernemers. als integraal onderdeel van het ruimtelijk ontwerp voor de verstedelijkingslocaties. We bespreken in ateliers wat nodig is voor de landschaps- en natuurontwikkeling. We onderzoeken samen de mogelijkheden om koppelingen aan te brengen in de investeringen in het kader van nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke programma’s waarbij wordt geïnvesteerd in een toekomstbestendig landelijk gebied en de beoogde ontwikkeling van landschappen in de regio. Daarbij kijken wij onder andere naar: a. de koppelkansen tussen de uitvoering van het Nationaal Programma Landelijk Gebied en investeringen in landschappelijke, hydrologische en recreatieve ontwikkeling ten behoeve van een ecologisch, sociaal en economisch vitaal landelijk gebied; b.

de koppelkansen tussen investeringen in het kader van het Deltaprogramma, het Programma Integraal Rivierenmanagement en het Programma Hoogwaterbescherming enerzijds en investeringen in landschappelijke ontwikkelingen anderzijds.

De provincies, gemeenten en waterschap in de regio zullen als eerste aan de slag gaan met de volgende landschapsontwikkelingen en de verbindingen daartussen: a. b.

Gebiedsproces Binnenveld Foodvalley Zuid; Gebiedsproces Veluwezoom/Gelderse Vallei;

c. d.

Gebiedsproces Nijkerk en omgeving; Ontwikkeling Rivierklimaatpark IJsselpoort;

e. f.

Landschapsontwikkeling omgeving Rijn/A15 Zevenaar/Duiven; Landschapsontwikkeling Middengebied;

g. h.

Landschapsontwikkeling Groesbeek/Haterse Venne; Landschapsontwikkeling tussen Beuningen en Nijmegen;

i. j.

Landschapsontwikkeling Gelderse Poort; Ontwikkeling van binnenstedelijke groen.

We verkennen de mogelijkheden om in het kader van Programmatische aanpak Grote Wateren (PAGW) te komen tot een robuuste en toekomstbestendige riviernatuur in de Gelderse Poort. We doen dit in het kader van de pre-verkenning, die Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de provincie Gelderland uitvoeren, die tevens een IRM-pilot is. We stellen samen een catalogus op met maatregelen voor gezonde, biodiversiteit- en klimaatinclusieve verstedelijking. Daarbij werken we ook minimumnormen uit die we in het verstedelijkingsprogramma opnemen en een kostenraming om deze te realiseren. Hierbij sluiten we zo veel als mogelijk aan bij bestaande initiatieven en afspraken en maken we gebruik van bestaande kennis, bijvoorbeeld van de Nationale Maatlat Klimaatadaptief bouwen en afspraken over natuurinclusief bouwen die in andere provincies zijn gesloten. Ook benutten we de producten die in het kader van het programma Mooi Nederland van het ministerie van BZK gemaakt worden op het thema Groen en gezond leven in de stad. 5.

Afspraken over economische ontwikkeling en ontwikkeling werklocaties

We streven naar een balans tussen wonen en werken in de regio. Daarvoor ontwikkelen we een hoogwaardig economisch milieu dat aansluit bij de kansen in de regio en de visie in het verstedelijkingsconcept. We zetten samen de komende jaren stappen om dit verder te concretiseren in een programma en de uitvoering daarvan mogelijk te maken:

9

a.

We werken op basis het onderzoek naar het toekomstperspectief voor de regionale economische ontwikkeling van Foodvalley en de Groene Metropoolregio voor het BO MIRT van november 2023 gezamenlijk de programmering uit voor de economische ontwikkeling. We betrekken het ‘Programma Werklocaties’ van het ministerie van EZK. De resultaten bespreken we op het BOL 2023;

b.

We onderzoeken welk instrumentarium, regelingen en inzet er nodig is om de afspraken waar te maken; hierbij betrekken we het topsectoren-beleid, greendeals en bekijken of er experimenten of fieldlabs nodig zijn om de economie van de toekomst (circulair, duurzaam, innovatief) te versnellen;

c.

Provincie Gelderland maakt daarvoor nieuwe prognoses t/m 2030 met een doorkijk naar 2040. Het toekomstperspectief en de nieuwe prognoses kunnen leiden tot aanpassingen in het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) voor beide regio’s. In de RPW’s worden de doelstellingen voor de economische ontwikkeling vertaald naar de kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen behoefte aan aantal te realiseren arbeidsplaatsen en oppervlakte werklocaties – binnenstedelijk, op campussen en op bedrijventerreinen. De RPW’s zijn gebaseerd op prognoses t/m 2030 en bevatten een doorkijk naar 2040. De bestaande afspraken over uitbreiding van bedrijventerreinen (in de vigerende RPW’s)

d.

blijven doorgang vinden. Die afspraken zijn gebaseerd op prognoses tot en met 2030; Omdat door de schaarse ruimte niet langer enkel in de ruimtebehoefte kan worden voorzien op nieuwe bedrijventerreinen, bezien we de mogelijkheden om prioriteit in de marktvraag aan te brengen en de efficiency van het ruimtegebruik op bedrijventerreinen te

e.

verhogen. We onderzoeken gezamenlijk in 2023 de mogelijkheden om de hoge milieucategorieën bedrijven te verplaatsen/te bundelen om daarmee potentiële woningbouwlocaties vrij te spelen. We onderzoeken in 2023 gezamenlijk mogelijkheden om veevoederbedrijven in Foodvalley te bundelen en woningbouwlocaties vrij te spelen.

6. Afstemming met Nationaal Programma Landelijk Gebied We werken in het kader van het Nationaal Programma Landelijk Gebied, en daaraan gekoppeld het Veluwearrangement en voor Regio Foodvalley het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG), aan een toekomstbestendig landelijk gebied. Belangrijke elementen hierin zijn natuurherstel, herstel van het natuurlijk bodem- en watersysteem, transitie van de landbouw en reductie van emissies, waaronder stikstof. Hieraan gekoppeld worden in de relevante gebieden gebiedsprocessen vormgegeven, waarvoor versnellingsmaatregelen zijn voorgesteld (in het kader van de versnelling stikstofaanpak). Voor het landelijk gebied van grote delen van de regio, met name in Regio Foodvalley, zijn deze opgaven zo bepalend, dat deze programma’s het kader vormen voor de regionale gebiedsontwikkeling. Dit maakt goede afstemming tussen NPLG en daaraan gekoppelde programma’s en de Verstedelijkingsstrategie essentieel. We stemmen de aanpak van het Nationaal Programma Landelijk Gebied en, daaraan gekoppeld het Veluwearrangement, en voor Regio Foodvalley ook het Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (RPLG), en de uitwerking van de Verstedelijkingsstrategie integraal af. We streven ernaar in de uitvoering van het verstedelijkingsprogramma en de daarin opgenomen maatregelen te zorgen voor zo min mogelijk stikstofbelasting van de omgeving.

We besteden daarbij gericht aandacht aan het reduceren van uitstoot van stikstof in de gebruiksfase - onder andere door het bevorderen van duurzame mobiliteit. Betrokken partijen zetten zich in om de ontwikkelingen in het kader van de verstedelijkingsstrategie mogelijk te maken door binnen en buiten de programmatische aanpak van het Nationaal Programma Landelijk Gebied stikstofruimte te

10

realiseren. De voor de Verstedelijkingsstrategie benodigde stikstofruimte is niet maatgevend voor het programma NPLG; beide programma’s kennen een eigen doelstelling en ambitie en worden door betrokken partijen zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. PM: Invoegen resultaten BO Stikstof 10 oktober 7. Afspraken over energie We streven in de regio Arnhem Nijmegen Foodvalley naar rato bij te dragen aan de nationale doelstellingen van het klimaatbeleid om door een energietransitie de uitstoot van CO₂ terug te dringen. We houden rekening met doelstellingen en uitgangspunten van de energietransitie bij de uitvoering van de maatregelen in dit akkoord voor verstedelijking van de regio en zoeken naar koppelkansen bij de investeringen die we daarvoor verrichten. De uitwerking van de verstedelijkingsopgaven in het verstedelijkingsprogramma doen we in samenhang met de uitwerking van de RES’en. We brengen ten behoeve van de grootschalige woningbouwlocaties in beeld welke maatregelen in de stedelijke energie-infrastructuur nodig zijn om deze locaties te voorzien van een duurzame en betaalbare warmtevoorziening. Voor de verstedelijking van de regio en de voortgang van de energietransitie is voldoende capaciteit op het nationale en regionale energienet noodzakelijk.

We brengen samen met de landelijke en regionale netbeheerders de effecten in beeld van de verstedelijkingsafspraken op de capaciteit van het elektriciteitsnet en bepalen op grond hiervan welke maatregelen noodzakelijk om de afspraken in dit akkoord uit te voeren. 5.

Uitwerking in verstedelijkings- en gebiedsprogramma’s

In het document ‘Meer landschap en meer stad’ hebben we gezamenlijk een strategie voor de verstedelijking van de regio uitgewerkt. We committeren ons aan deze strategie en de ontwerpprincipes die daarin zijn opgenomen. Wij werken de verstedelijkingsstrategie uit in andere beleidsvisies en -documenten, zoals onder andere hun omgevingsvisies en de ruimtelijke puzzel die onder regie van de provincies in 2023 wordt gelegd. Daarnaast vertalen we het verstedelijkingsconcept in uitvoeringsprogramma’s. 5.1 Verstedelijkingsprogramma We werken samen voor het BO MIRT van november 2023 de strategie uit in een verstedelijkingsprogramma voor de regio. Wij werken daarin de uitvoering van de verstedelijkingsstrategie in de periode 2023-2040 nader uit. In het kader van het verstedelijkingsprogramma zorgen wij voor de sturing op de onderlinge samenhang in programmering, uitvoering, monitoring en bijsturing van het programma. Het verstedelijkingsprogramma zal bestaan uit de volgende onderdelen: a.

de voorziene maatregelen om de Verstedelijkingsstrategie uit te voeren uitgesplitst naar de bouwstenen leefomgeving, mobiliteit, economie en wonen;

b.

de wijze waarop de overheden in het gebied samenwerken aan de uitvoering van het programma;

c.

de onderzoeken, ruimtelijke besluiten en projecten om het verstedelijkingsconcept uit te voeren. In het programma wordt opgenomen: welke overheid primair verantwoordelijk is voor de uitvoering van een maatregel, de bekostiging van de maatregel, het besluitvormingsproces, de planning voor uitwerking, voorbereiding en uitvoering, de randvoorwaarden die andere overheden verzorgen, de wijze waarop ontwerpprincipes uit het verstedelijkingsconcept worden toegepast.

11

Het verstedelijkingsprogramma heeft een adaptief karakter. Dat betekent dat we het periodiek bijstellen op basis van voortgang van de uitvoering, van de ontwikkelingen in de regio en van de inzichten uit nationale programma’s en regionale trajecten. Onder andere zullen we voor het BO-Leefomgeving van 2024 het programma verbinden met het Nationaal Programma Landelijk Gebied, de Regionale Energie Strategieën en maatregelen ten aanzien van de energieinfrastructuur. Zo maken we van dit programma hét integrerende realisatieprogramma voor onze activiteiten in de fysieke leefomgeving. Daarmee krijgt het de status van ruimtelijk arrangement voor deze twee regio’s samen én is het het NOVEX-programma ArnhemNijmegen-Foodvalley. 5.2

Gebiedsprogramma’s

We werken de verstedelijking binnen de regio uit in acht gebieden. We hebben samen per gebied gebiedsuitwerkingen met een onderzoeksagenda uitgewerkt, die onderdeel uitmaakt van de verstedelijkingsstrategie. De provincies, gemeenten en waterschappen in het gebied werken op basis van deze gebiedsuitwerkingen voor november 2023 een gebiedsprogramma uit en stellen die vast per gebied. Die programma’s kennen een vergelijkbare opbouw als hierboven aangegeven voor het verstedelijkingsprogramma, maar kennen een gedetailleerder schaalniveau. Deze gebiedsprogramma’s en de ervaringen met de uitvoering daarvan vormen een belangrijke grondslag voor adaptief bijstellen van het verstedelijkingsprogramma. Ook het gebiedsprogramma heeft een adaptief karakter en willen we verbreden met opgaven voor het NPLG en de energietransitie. Jaarlijks wordt er over de voortgang gerapporteerd en wordt op grond hiervan het programma geactualiseerd. Als de overheden in een gebied daar de voorkeur aangeven, kunnen zij besluiten voor 2 of meer gebieden één gezamenlijk programma te maken. Ze passen dan ook de governancestructuur en het gebiedsoverleg daar op aan. 6.

Samenwerking overheden

We sturen gezamenlijk als één overheid op het realiseren van de Verstedelijkingsstrategie in de regio op de schaal van het NOVEX-gebied Arnhem/Nijmegen/Food Valley. We hanteren bij onze samenwerking een aantal samenwerkingsprincipes: 1. De Verstedelijkingsstrategie vormt voor de overheden in de samenwerking de gedeelde ambitie, opgave en visie leidend voor hun handelen in het ruimtelijk domein. De provincies en gemeenten in de regio verwerken de verstedelijkingsstrategie en de daarin opgenomen ontwerpprincipes in hun omgevingsbeleid als provinciaal / gemeentelijk belang; 2. De overheden werken samen in open en gelijkwaardige verhoudingen en in gedeeld eigenaarschap aan de realisatie van de gezamenlijke opgave. Zij werken samen op basis van een open agenda, waarbij zij gezamenlijk met een open blik zoeken naar een oplossing voor de gezamenlijke opgaven; 3. De overheden werken in de samenwerking vanuit hun democratische legitimatie, waarbij besluitvorming plaatsvindt door en verantwoording aan de volksvertegenwoordiging. De uitvoering van de verstedelijkingsstrategie vindt plaats op basis van wettelijke instrumenten als omgevingsvisies, omgevingsplannen/ bestemmingsplannen, verordeningen, programma’s en/of projectbesluiten; 4. De overheden zijn aanspreekbaar op het commitment dat zij met elkaar aangaan.

De delegaties van deelnemende overheden organiseren zelf het mandaat in de samenwerking, zodat ze kunnen bijdragen namens hun bestuur. Provincies, de regio Foodvalley en Groene

12

Metropoolregio zorgen voor gezamenlijkheid in de inbreng vanuit de regio. Het Rijk zorgt voor gezamenlijkheid in de inbreng vanuit de departementen. 7. Governance verstedelijking 7.1 Bespreking voortgang in bestuurlijk overleg Leefomgeving en MIRT We benutten jaarlijks het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving in het voorjaar en in het najaar in het Bestuurlijk Overleg MIRT in de landsdelen Oost en Noordwest om nadere afspraken te maken over de uitvoering van de verstedelijkingsstrategie. Vanuit de regio nemen in ieder geval een bestuurlijk vertegenwoordiger namens de provincies en namens de gemeenten in de regio deel aan dit overleg. We bespreken indien nodig tijdens deze overleggen, de voortgang van de uitvoering van deze afspraken, de aanvulling of bijstelling van deze afspraken, als die noodzakelijk zij om de opgaven te realiseren, de mate waarin de doelstellingen van de verstedelijkingsstrategie worden bereikt, de samenhang met andere nationale en regionale ruimtelijke programma’s. 7.2

Bestuurlijk kernteam en gebiedsoverleggen

We bespreken in de perioden tussen de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving en MIRT, de voortgang van de uitvoering van de verstedelijkingsstrategie en de voorbereiding van deze bestuurlijke overleggen in het Bestuurlijk kernteam. Daarbij zijn bestuurders van provincie, gemeenten en waterschappen en vertegenwoordigers van betrokken ministeries op directieniveau aanwezig. Als bij het gesprek in het bestuurlijk kernteam blijkt dat de afspraken niet gehaald worden, of de ontwerpprincipes niet gehanteerd (kunnen) worden, bespreken we in dat overleg welke stappen we kunnen zetten om alsnog de afspraken te kunnen uitvoeren. Zo’n stap kan zijn: a. overleggen met de verantwoordelijke overheid; b. c.

afspraken maken over hulp tussen overheden; wegnemen van belemmeringen, inzet van mensen, middelen, kennis of instrumenten of

d.

realiseren van randvoorwaarden; voorstellen aan het BO-L of BO-MIRT om deze afspraken of het verstedelijkingsprogramma

e.

te wijzigen als blijkt dat deze niet realiseerbaar zijn; adviseren aan het bevoegde bestuursorgaan instrumentarium op grond van de Omgevingswet in te zetten.

Per gebied bespreken de gemeenten, provincies en waterschappen in het Bestuurlijke Gebiedsoverleg de voortgang van de uitvoering van de verstedelijkingsstrategie voor dat gebied. De Bestuurlijke Gebiedsoverleggen zijn verantwoordelijk voor het opstellen en actualiseren van de gebiedsprogramma’s. In de gebiedsprogramma’s werken de overheden in dat gebied hun onderlinge samenwerking nader uit. Ook in de gebiedsoverleggen wordt besproken welke stappen te zetten indien de uitvoering van de afspraken per gebied achterblijft. We kijken eens in de twee jaar of deze overlegstructuur goed werkt, of dat we behoefte hebben aan bijstelling van deze manier van samen sturen. 7.3 Rapportage, monitoring, evaluatie Tweemaal per jaar wordt in het bestuurlijk kernteam gerapporteerd over de uitvoering van de afgesproken maatregelen en de resultaten daarvan. We werken een systematiek uit om te rapporteren over de uitvoering van de maatregelen en de toepassing van de ontwerpprincipes die in

13

dit akkoord zijn afgesproken en in de verstedelijkings- en gebiedsprogramma’s worden opgenomen. Bovendien werken we een systematiek uit om de resultaten van de uitvoering van dit akkoord te monitoren. Bij de monitoring van de resultaten van dit akkoord maken we waar mogelijk gebruik van bestaande monitorinstrumenten. De monitor- en rapportagesystematiek sluit aan op de behoefte aan landelijke rapportage en monitoring van de verstedelijkingsafspraken en op de behoefte aan inzicht in voortgang van de uitvoering en resultaten daarvan in de regio. Op basis daarvan kunnen we continue bijsturen als dat nodig is. Aanvullend daarop evalueren we eens in de vijf jaar de samenwerking en de effecten van de verstedelijkingsstrategie en onze afspraken over de uitvoering. Daarbij besteden we in ieder geval aandacht aan: a. b.

de verhouding tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt; de balans tussen de hoeveelheid inwoners en arbeidsplaatsen in de regio;

c.

de bereikbaarheid van woon- en werklocaties in de regio – met name met duurzame vervoersmodaliteit;

d. e.

de balans tussen verstedelijking en natuurontwikkeling in de regio; de ontwikkeling van de stikstofruimte in de regio om de verstedelijkingsopgave te realiseren;

f.

de ontwikkeling van de energietransitie in de regio en de duurzaamheid van de energievoorziening van de nieuw te realiseren woningbouwlocaties;

g. h.

de klimaatbestendigheid van de ontwikkeling van de regio; de toepassing van de ontwerpprincipes per bouwsteen in de realisatie van de

i.

verstedelijkingsstrategie; de wijze van samenwerking door de overheden aan de uitvoering van de

j.

verstedelijkingsstrategie; de participatie van bewoners en de betrokkenheid van maatschappelijke partners bij de uitvoering van de verstedelijkingsstrategie. 8.

Uitvoering verstedelijking

8.1 Verantwoordelijkheid voor uitvoering maatregelen We spreken met elkaar per maatregel in de verstedelijkings- en gebiedsprogramma’s af welke overheid verantwoordelijk is voor de uitvoering en aan welke condities daarbij moet worden voldaan. De overheid die benoemd wordt als verantwoordelijk voor de uitvoering van een maatregel, geeft bestuurlijk sturing en ambtelijk leiding aan de uitvoering. Als de uitvoering van maatregelen raakt aan meerdere overheden kan een stuurgroep worden ingesteld, waarin uitvoering met andere betrokken overheden wordt afgestemd. De budgetten die zijn afgesproken voor de voorbereiding of uitvoering van een maatregel worden ter beschikking gesteld van de voor de maatregel verantwoordelijke overheid. Die overheid zorgt voor de uitvoering van de maatregel en de inzet van de beschikbare budgetten binnen de kaders die van toepassing zijn. De betrokken overheid rapporteert over de voortgang van de uitvoering van die maatregel aan de hand van een daarvoor opgesteld format. 8.2 Programmaorganisatie We richten een programmaorganisatie in voor de afstemming tussen betrokken overheden van de uitvoering van het verstedelijkingsakkoord en de monitoring daarvan. Daarbij maken we gebruik van de al bestaande samenwerking in en tussen de regio Foodvalley, de Groene Metropoolregio en de gebieden en met rijk, provincies en waterschappen.

De programmaorganisatie wordt aangestuurd door een overleg van directeuren vanuit de overheden.

14

De programma-organisatie zorgt voor: a. De voorbereiding van de bespreking van de uitvoering van de verstedelijkingsstrategie in b.

bestuurlijke overleggen; Het zorgen voor de samenhang in de uitvoering van de verstedelijkingsstrategie;

c. d.

De rapportage over de uitvoering van deze afspraken en monitoring van de resultaten; De evaluatie van de effecten van de uitvoering van de verstedelijkingsstrategie;

e.

De voorbereiding van aanvullende afspraken of van bijstelling van deze afspraken.

Zoals eerder aangegeven is de programmaorganisatie niet verantwoordelijk voor de daadwerkelijke uitvoering van de maatregelen die we met elkaar hebben afgesproken. Die verantwoordelijkheid ligt bij de overheden, die daarvoor per maatregel zijn afgesproken

15

/

Bijlage: Afspraken in BO MIRT van 10 november 2022 die bijdragen aan fase 1 van het verstedelijkingsprogramma Hier worden afspraken toegevoegd op basis van het BO MIRT van 10 november as. over: 1. 2.

Uit te voeren MIRT-onderzoeken over de bereikbaarheid van de regio; Afspraken over de GWL’s-Locaties en regionale ontsluiting daarvan;

3.

Afspraken over de versnellingslocaties.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16347728/2