Bijlage i Evaluatie uitvoering tegenprestatie
Tekst van het document
EVALUATIE UITVOERING TEGENPRESTATIE 1. Inleiding Vanaf 2015 is de tegenprestatie vastgelegd in de Participatiewet. De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet mogen leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. In de verordening tegenprestatie staat dat de uitvoering van de tegenprestatie jaarlijks wordt geëvalueerd. Onderwerpen voor de evaluatie zijn niet vastgesteld. De laatste evaluatie van de tegenprestatie dateert uit het eerste kwartaal 2018. Het college van Veenendaal heeft op 24 april 2018 ingestemd met de evaluatie en tevens besloten dat de evaluatie in de toekomst onderdeel zou gaan uitmaken van het projectenboek sociaal domein. Vervolgens heeft de discussie rondom de nieuwe op te stellen (integrale) verordening onder meer geleid tot deze evaluatie en conclusies en aanbevelingen. De invoering van het project tegenprestatie is in 2017 afgerond. 1.1. Achtergrond en actualiteit. Staatssecretaris van Ark (SZW) heeft begin 2019 gemeenten opgeroepen meer werk te maken van de uitvoering van de tegenprestatie omdat uit rapporten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat 40% van de gemeenten de tegenprestatie niet uitvoeren.
Wel blijkt dat een aantal gemeenten andere maatschappelijk nuttige activiteiten zoals mantelzorg en vrijwilligerswerk stimuleren in plaats van de tegenprestatie. Het verrichten van een tegenprestatie wordt belangrijk geacht omdat op die manier bijstandsgerechtigden op basis van wederkerigheid een bijdrage kunnen leveren aan zowel hun omgeving als hun eigen welzijn. Eind 2019 is er een kwalitatief onderzoek gedaan onder algemeen publiek en bijstandsgerechtigden ‘opvattingen over de tegenprestatie in de bijstand’. Uit dit onderzoek komt naar voren dat er draagvlak is voor het leveren van een tegenprestatie ‘naar vermogen’. Het toepassen van maatwerk wordt belangrijk gevonden. Uit onderzoek is tevens gebleken dat het merendeel van de werkzoekenden dat een tegenprestatie levert hiervan positieve gevolgen ervaart. Zij voelen zich zelfverzekerder en meer gewaardeerd door de maatschappij en hebben meer sociale contacten. 2. Invulling tegenprestatie door de gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude (VRR). Bij de uitvoering van de tegenprestatie in de VRR gemeenten is een beleidsaanpak gevolgd die is gebaseerd op het bieden van ruimte voor mensen om zelf voorstellen te doen om hun tegenprestatie in te vullen.
Dat mensen in de bijstand een tegenprestatie moeten invullen staat vast, maar hoe iemand dat doet wordt maximaal bij betrokkene zelf neergelegd (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk, mantelzorg). Hierdoor kan worden aangesloten bij mogelijkheden die mensen zelf zien en die passen bij hun interesse. Zo worden ook de motivatie van mensen en de duurzaamheid van het invullen van de tegenprestatie het beste ondersteund. Ook wordt rekening gehouden met de (gezondheids)situatie van de mensen, wat betekent dat ‘maatwerk’ breed wordt toegepast en uitvoering wordt gegeven aan een ruimere interpretatie van de tegenprestatie. De tegenprestatie in de VRR gemeenten heeft 3 doelstellingen: - Het bevorderen van maatschappelijke participatie. - Wederkerigheid (iets terug doen voor de uitkering). - Sociale cohesie in de samenleving versterken. 2.1 Beleid tegenprestatie. In de VRR gemeenten zijn de regels rondom de uitvoering van de tegenprestatie vastgelegd in een verordening en beleidsregels. De gemeenten verschillen inhoudelijk nauwelijks van elkaar. In Rhenen
wordt de tegenprestatie opgedragen voor maximaal 4 uur per week, terwijl in Veenendaal en Renswoude de maximale duur 4 tot 8 uur per week bedraagt. In alle gemeenten geldt dat de tegenprestatie voor maximaal 1 jaar wordt opgelegd. Aan het geven van een vrijstelling voor het opleggen van een tegenprestatie worden in de verordening regels gesteld. Er wordt aan belanghebbende geen tegenprestatie opgelegd als hij/zij: a) ten tijde van de aanvraag voor een uitkering voor tenminste 4 uur per week vrijwilligerswerk verricht, dat te beschouwen is als een maatschappelijk nuttige activiteit; b) deelneemt aan activiteiten in het kader van een re-integratie-traject; c) zorgtaken verricht als mantelzorger voor ten minste 4 uur per week; d) een parttime baan heeft voor ten minste 4 uur per week e) een alleenstaande ouder is en vrijstelling van de arbeidsplicht heeft in verband met de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot 5 jaar. (dit onderdeel is alleen in Veenendaal opgenomen maar is niet noodzakelijk omdat dit reeds in de Wet in opgenomen). De wens bestaat om te onderzoeken of de uitvoering van de tegenprestatie verder kan worden aangescherpt, met name als het gaat om het geven van een vrijstelling van de tegenprestatie aan mensen die deelnamen aan re-integratie activiteiten of parttime werk verrichten.
Onderzocht moet worden of binnen deze groep het leveren van de tegenprestatie, in uren kan worden verhoogd. Hierbij moet nadrukkelijk worden gekeken naar de vast te stellen voorwaarden en criteria, de mogelijkheden van de inwoner, de juridische mogelijkheden en de uitvoerbaarheid. Het onderzoek kan worden meegenomen in het proces naar het opstellen van de integrale verordening. Uit de Wet vloeien tevens vrijstellingen voort uit zorg van alleenstaande ouder(s) voor (een) kind(eren) in de leeftijd van 0-5 (art. 9a Participatiewet) en voor mensen die volledig duurzaam arbeidsongeschikt zijn verklaard. Aan de vrijstelling op de verschillende onderdelen is als voorwaarde een minimale tijdsbesteding gekoppeld, behalve aan het verrichten van activiteiten in het kader van een re-integratie-traject. 2.2 Invoeringstraject en kosten project tegenprestatie VRR In 2017 is het invoeringstraject tegenprestatie afgerond. Totaal zijn er in het project 2488 personen voor de eerste keer beoordeeld op de tegenprestatie. Door de toename van de beoordelingen op de tegenprestatie zijn de aantallen met betrekking tot uitstroom, re-integratie, participatie en ontheffingen ook gestegen. Meer mensen kregen bijvoorbeeld een re-integratietraject aangeboden of er kwamen mensen naar voren die best aan het werk konden.
De verordening en beleidsregel tegenprestatie zijn in de raadsvergadering van 19 maart 2015 vastgesteld. Daarbij is besloten dat de tegenprestatie een omvang heeft van minimaal 4 tot maximaal 8 uur per week voor de duur van maximaal 1 jaar. De uitvoeringskosten voor dit scenario zijn destijds bepaald op € 312.000, zijnde (3,75 fte inclusief toegerekende overhead). Omdat ervoor gekozen is om de invoering gefaseerd te laten verlopen is er in de kadernota 2016 € 160.000 beschikbaar gesteld en vanaf 2017 jaarlijks € 312.000. Bij de derde Berap 2017 zijn deze middelen overgeheveld van programma Economie en Werk naar Bedrijfsvoering t.b.v. de omzetting naar vaste formatie. De uitvoering van de tegenprestatie is onderdeel van het reguliere proces, de taak is ondergebracht bij de uitvoeringsmedewerkers. De kosten maken derhalve onderdeel uit van de totale kosten van de uitvoering. 2.3. Werkwijze Bij de uitkeringsaanvraag beoordeelt de klantmanager de tegenprestatie. Bij de toekenningsbeschikking wordt vastgelegd of er sprake is van het opleggen van een tegenprestatie of dat er sprake is van een vrijstelling of ontheffing. Toeleiding naar werk heeft voorrang en klanten krijgen dan een (tijdelijke) vrijstelling in verband met re-integratie-activiteiten. Leiden deze activiteiten niet naar werk, wordt de klant overgedragen naar een ander cluster en wordt een werkproces
tegenprestatie opgeboekt. Dit is geborgd met de (afdeling) Kwaliteit. Bij het werkproces tegenprestatie hoort tenminste een jaarlijkse (her)beoordeling/(her)controle. Voor een efficiënte uitvoering wordt een directe relatie gelegd met de activiteiten rondom het (tenminste) jaarlijks spreken van iedereen in de bijstand en het jaarlijks bijstellen van de diagnose. De klantmanagers hebben de werkprocessen in hun werkvoorraad staan waaruit acties en combinaties van acties zijn af te leiden. Het tijdig (her)beoordelen van de tegenprestatie is tevens onderdeel van voorgangsgesprekken en werkoverleggen met alle klantmanagers. De aanbevelingen en aandachtspunten uit de laatste evaluatie zijn allemaal geïntegreerd in het reguliere proces. De tegenprestatie vormt een integraal onderdeel van het Re-integratie-Participatie en Tegenprestatie proces. Voor monitoring en formele juridische besluitvorming wordt hierbij (oa) gebruik gemaakt van werkprocessen tegenprestatie . de monitoring is volledig opgenomen in Cognos. De klantmanager zorgt voor maatwerk en schakelt waar nodig Veens in voor extra ondersteuning. Omdat de werkwijze is geïntegreerd, zijn verdere afspraken niet meer nodig. 2.4. Handhaving In de beleidsregel tegenprestatie van de VVR gemeenten is opgenomen dat: “belanghebbenden die onvoldoende gemotiveerd zijn om een tegenprestatie te verrichten krijgen een aanbod.
Als iemand uiteindelijk niet wil voldoen aan de verplichting tot tegenprestatie kan op basis van de afstemmingsverordening een maatregel worden opgelegd.” Dit betekent dat er een verlaging van de uitkering kan plaatsvinden als iemand niet voldoet aan de verplichting tot tegenprestatie. Verlagingen i.v.m. het niet voldoen aan de verplichting tot tegenprestatie zijn sinds de invoering van de tegenprestatie niet opgelegd. Dit betekent niet dat er geen controle plaatsvindt. De controle vindt plaats als over de invulling/herbeoordeling van de tegenprestatie met de klant wordt gesproken. In 2.5. komt deze werkwijze aan bod. 2.5 Werkwijze controle Wij geven onze inwoners de mogelijkheid om op verschillende manieren invulling te geven aan de tegenprestatie. Hierbij wordt maatwerk toegepast. Inwoners kunnen vrijwilligerswerk doen, mantelzorg verrichten, re-integratie activiteiten volgen of parttime werken. Zij worden dan geacht in voldoende mate maatschappelijk actief te zijn. Of belanghebbende daadwerkelijk vrijwilligerswerk en/of mantelzorg verricht wordt gecontroleerd. Hiervan wordt een bewijsstuk gevraagd, bijvoorbeeld een vrijwilligers- of mantelzorgovereenkomst of een formulier dat ingevuld moet worden door de persoon waar de mantelzorg aan wordt verleend of door de organisatie waar het vrijwilligerswerk wordt verricht.
Als er twijfel bestaat of belanghebbende daadwerkelijk het vrijwilligerswerk of mantelzorg verricht, dan wordt (ter verificatie) contact gezocht met de organisatie waar de werkzaamheden worden gedaan. Re-integratietrajecten liggen ook vast en bij parttime inkomsten is er sprake van een dienstverband met een bijbehorend contract. Als er ontheffing wordt verleend aan de verlichting tot het uitvoeren van een tegenprestatie in verband met arbeidsbeperkingen/arbeidsongeschiktheid, dan wordt dit ook vastgelegd. Ook kan er sprake zijn van een vrijstelling op grond van dringende redenen. Dit zijn redenen van sociaal-, medische (door een deskundige vastgestelde) aard zoals schulden- en/of verslavingsproblematiek en/of psychische problematiek. Deze redenen wegen dermate zwaar dat de verplichting tot tegenprestatie redelijkerwijs niet aan belanghebbende opgelegd kan worden. Jaarlijks wordt de tegenprestatie opnieuw besproken en (her)beoordeeld op de actuele stand van zaken. Eventuele aanpassingen en wijzigingen worden vastgelegd. Iedereen met een uitkering heeft een plan van aanpak waarin oa. staat omschreven wat de doelen zijn met betrekking tot (maatschappelijke) activering en (reguliere) arbeid. Er worden stappen beschreven die leiden naar het bereiken van de doelen. Een plan van aanpak is een dynamisch plan en kan aangepast worden.
De tegenprestatie maakt hier ook onderdeel van uit omdat het als doel omschreven kan worden.
2.6. Tabellen 1. Beoordeling tegenprestatie
In deze grafiek wordt het aantal beoordelingen tegenprestatie (1648) weergegeven. Het betreft een momentopname van juni 2020, de aantallen wijzigen dagelijks omdat de uitvoering van de tegenprestatie een onderdeel is van de dagelijkse uitvoering waardoor er ook dagelijks mutaties plaatsvinden in de aantallen en percentages. Van bijna 99% heeft de beoordeling op de tegenprestatie plaatsgevonden. Dit wordt weergegeven in de rechter tabel ‘niet vastgesteld’. De linker tabel ‘beoordeling tegenprestatie’ geeft de tijdigheid aan van de (her)beoordeling. Afspraak is dat de duur van de (her)beoordeling tegenprestatie maximaal 12 maanden bedraagt. In 7% van de gevallen (geel) moet de (her)beoordeling van de tegenprestatie in de aankomende periode opnieuw plaatsvinden maar is de termijn nog niet overschreden en in minder dan 7% is de termijn van 12 maanden overschreden (rood).
2. Invulling tegenprestatie
Van de personen die beoordeeld zijn is de verdeling in hoe zij invulling geven aan de tegenprestatie als volgt: - 19,66% verricht vrijwilligerswerk; - 27,25% (=21,18% en 6,07%) volgt een re-integratietraject; - 2,61% verricht mantelzorg (rood); - 6,19% heeft parttime werk; - 35,74 % heeft een ontheffing op grond van dingende redenen; - 0,30% verricht de tegenprestatie in zorg en welzijn - De overige groep heeft een ontheffing op grond van art. 4 WIA (4,98%, donkergroen) of op grond van het feit dat zij alleenstaande ouder zijn met kinderen < 5 jaar (3,27%) (licht oranje). Meer dan de helft (56,01%) van de mensen die beoordeeld zijn op de tegenprestatie geeft invulling aan de tegenprestatie. De mensen die een ontheffing hebben op grond van dringende redenen (35,74%) zijn mensen met sociaal-, medische problematiek waarvan is vastgesteld (door een deskundige) dat zij (tijdelijk) niet in staat kunnen worden geacht om een tegenprestatie te kunnen verrichten. De groep die een ontheffing heeft op grond van artikel 4 WIA (4,98%) is volledig en langdurig arbeidsongeschikt verklaard (door een medisch specialist). Omdat een jaarlijkse (her)beoordeling plaatsvindt én omdat het
klantenbestand in aantallen en samenstelling (dagelijks) wijzigt, veranderen de percentages voortdurend. 3. Conclusies Conclusies De gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude hebben in hun beleid een ruime invulling gegeven aan de tegenprestatie. Hierin wordt nadrukkelijk ruimte gegeven aan de inwoners hoe zij zelf invulling aan willen geven. Het bieden van maatwerk is belangrijk zodat kan worden aangesloten bij de wensen en mogelijkheden van de inwoners. Het aantal mensen dat maatschappelijk actief is, is gestegen. De uitvoering van de tegenprestatie is volledig ingebed en geïntegreerd in het regulier uitvoeringsproces. De voortgang uitvoering tegenprestatie wordt volledig gemonitord en vastgelegd in Cognos. Bij het opstellen van een nieuwe (integrale) verordening worden de regels rondom tegenprestatie en de wijze waarop wij invulling geven aan de tegenprestatie nader onderzocht en mogelijk herijkt op de volgende onderwerpen: - het verlenen van vrijstellingen tegenprestatie voor parttime werken en het volgen van een reintegratietraject. Vinden wij deze activiteiten voldoende als invulling van de tegenprestatie en wat zijn de consequenties bij de keuzes die vervolgens worden gemaakt; - handhaving en controle. Welke regels willen wij toepassen op de handhaving en controle op de tegenprestatie.
En wat zijn de consequenties van de keuzes die wij maken; - de jaarlijkse evaluatie zoals deze nu als verplichting in de vordering is opgenomen. De uitvoering van de tegenprestatie kan ook als onderdeel van het reguliere verantwoordingsproces worden opgenomen.