Bijlage h Notitie Kwijtschelding Veenendaal 2021
Tekst van het document
Notitie Kwijtschelding Veenendaal 2021
Gemeente Veenendaal 16 maart 2021
Inhoudsopgave Inleiding……………………………………………………………………………………………….
3
Proces…………………………………………………………………………………………………..
4
Deel I 1 Kwijtschelding van bijstandsschulden…………………………………………………. 5 1.1 Kwijtschelding in context………………………………………………………………………...
5
1.2 Visie………………………………………………………………………………………………..
5
2. Kwijtschelding bijstandsschulden in de praktijk……………………………………………
7
2.1 Omvang……………………………………………………………………………………………
7
2.2 Wettelijk kader…………………………………………………………………………………….
7
2.3 Gemeentelijk beleid……………………………………………………………………………….
8
2.4 Schulddienstverlening en bijstandsschulden…………………………………………………..
9
2.5 Terugvordering verhaalsbijdrage…………………………………………………………………
10
3. Soepele kwijtschelding: voorgestelde aanpassing van beleid….……………………….
12
3.1 Betalingstermijnen: versoepeling en verzwaring………………………………………………
12
3.2 Kwijtschelden na (langdurige) uitstroom………………………………………………………..
12
3.3 Kruimelbedrag……………………………………………………………………………………..
13
3.4 Aflossingspercentage……………………………………………………………………………..
13
3.5 Wettelijke rente……………………………………………………………………………………
13
3.6 Op verzoek………………………………………………………………………………………….
13
3.7 Per vordering………………………………………………………………………………………..
13
Deel II 4. Kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen………………………………...
15
Conclusie en vervolg………………………………………………………………………………..
18
Bijlage……………………………………………………………………………………………….....
19
-2-
Inleiding In het Raadsprogramma “Iedereen doet mee” is het onderzoeken van de (on-)mogelijkheden van soepele kwijtschelding opgenomen. We willen voorkomen dat problematische schulden ontstaan en waar mogelijk vicieuze cirkels doorbreken. Daarnaast heeft de gemeente de opdracht vanuit de Participatiewet – en in algemene zin vanuit de gemeenschap – om optimaal terug te vorderen wat ten onrechte teveel is verstrekt. De vraag is in welke situaties je over kunt gaan tot kwijtschelding - en dus afstand doet van het invorderingsrecht - waardoor je perspectief en een tweede kans biedt aan de inwoner. Dat is een principiële discussie en daar ligt ook de focus van deze notitie. Wanneer we kijken naar het effect van kwijtschelding is het belangrijk om te kijken naar de bredere context. Een inwoner die zich aanmeldt voor schulddienstverlening heeft gemiddeld 13 schuldeisers1. De grootste schuldeisers2 zijn: de Belastingdienst (1), gevolgd door de zorgverzekeraar (2) en incassoorganisaties (3). Alhoewel het op persoonlijk niveau zeker een verschil maakt, is het effect op het totaal van het schuldenpakket en het type ondersteuning dat de betreffende inwoner nodig heeft beperkt. In het onderzoek naar de (on-)mogelijkheden van soepele kwijtschelding proberen we een lijn te formuleren dat op draagvlak kan rekenen.
We kijken daarbij kritisch naar onze eigen rol als schuldeiser, omdat we willen voorkomen dat financiële problemen van inwoners door lokale regelgeving nog groter worden dan ze al zijn. Tegelijkertijd moeten we recht doen aan de wettelijke opdracht tot fraudebestrijding en het invorderen daar waar ten onrechte te veel is ontvangen. Kwijtschelding gaat over het moment nadat de vordering is ontstaan. De huidige formulering van de wetgeving biedt onvoldoende ruimte aan ‘de voorkant’ voor het goed kunnen beoordelen van de situatie. Hierover is landelijk discussie ontstaan. Ruimte voor maatwerk aan ‘de voorkant’ biedt inwoners meer perspectief dan kwijtschelding aan de achterkant. Het voorkomen dat een vordering ontstaat door een vergissing van de bijstandsgerechtigde is beter dan ‘genezen’, dat wil zeggen: kwijtschelden. ▪ Scope Deze notitie is toegespitst op kwijtschelding van bijstandsschulden. Formeel is dit een collegeaangelegenheid maar gezien de plaats van het onderwerp in het Raadsprogramma en het belang van draagvlak hebben we deze notitie op 8 december 2020 besproken in de raadscommissie. Voor de volledigheid is ook het beleid rond kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in het onderzoek en notitie meegenomen. Het onderwerp past bij de bredere maatschappelijke doelstelling om participatie te bevorderen.
De ondersteuning aan inwoners met financiële problematiek krijgt breder aandacht in ontwikkelingen zoals de herinrichting schulddienstverlening en vormgeving van vroegsignalering. ▪ Leeswijzer In het eerste hoofdstuk bespreken we de verschillende opdrachten van de gemeente en onze visie op kwijtschelding die past binnen het kader van de Visie Sociaal Domein en het Integraal Beleidskader Sociaal domein (hierna: IBK). In hoofdstuk twee zetten we de praktijk uiteen wat wordt gevolgd in hoofdstuk drie met het voorgenomen beleid. Hoofdstuk vier - Deel II - gaat in op kwijtschelding van 1
Cijfers NVVK 2019. De NVVK is landelijk de grootste branchevereniging voor schuldhulp- en financiële dienstverlening. 2 Definitie grootste schuldeisers: het is een statistische weergave die aantoont hoe vaak een schuldeiser voorkomt in de schuldenpakketten van mensen met schulden. Bron: NVVK.
-3-
gemeentelijke belastingen. In het hoofdstuk Conclusie vatten we het geheel kort samen en kijken we vooruit naar het vervolgproces.
Proces De concept-notitie Kwijtschelding Veenendaal 2020 is voorgelegd aan de Cliëntenraad de Vallei voor advies. Het advies, de schriftelijke reactie en de concept-notitie Kwijtschelding Veenendaal 2020 is ter consultatie aan de raadscommissie voorgelegd. Op 8 december 2020 is door verschillende fracties aandacht gevraagd voor verschillende thema’s. Hieronder gaan we hier ter verduidelijking kort op in: Er is aandacht gevraagd voor de veronderstelde zelfredzaamheid van inwoners. De eigen verantwoordelijkheid is een belangrijk uitgangspunt uit het Integraal Beleidskader Sociaal Domein. Een ander centraal uitgangspunt: “maatwerk”, houdt de theorie en de praktijk van een verschillende mate van zelfredzaamheid in balans. In de praktijk zien we dat het ‘doen-vermogen’ van inwoners verschillend is en in de dienstverlening aan inwoners proberen we zo goed mogelijk hierop aan te sluiten. Wetenschappelijk onderzoek naar stress-sensitieve dienstverlening wordt hierin betrokken. Het idee van integrale dienstverlening heeft zich onder andere praktisch vertaald in de positionering van schulddienstverlening als onderdeel van ‘Werk en Inkomen’. Dat is één belangrijke overweging geweest in de herinrichting schulddienstverlening en keuze voor het Budgetloket. Het ontwikkelen van de werkwijze pakken we op met partners.
De Cliëntenraad de Vallei is hierin betrokken en daarmee beoordelen we het betrekken van praktijkervaring in deze (opstart)fase als voldoende geborgd. ▪ Landelijke ontwikkelingen en aanpassing van voorgesteld beleid In de periode van de bespreking in de commissie en aanpassing van het beleid is in de Tweede Kamer aandacht besteed aan het onderscheid tussen ‘vergissing’ en ‘fraude’, waarbij erkent wordt dat gemeenten onvoldoende ruimte hebben voor het bieden van maatwerk. Dit heeft te maken met de huidige formulering van artikel 58 Participatiewet. In een brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer betreffende “aanpak hardheid Participatiewet en de mogelijkheden tot maatwerk3” erkent hij de situatie, die vraagt om snel handelen en oplossingen. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat zorgvuldigheid nodig is, zodat keuzes uitvoerbaar zijn en de gewenste effecten sorteren. In de brief geeft de staatsecretaris aan onderzoek te doen naar de definitie van het fraudebegrip: “het doel ervan is om expliciet te erkennen dat er verschil bestaat tussen bewuste regelovertreding en vergissingen of fouten.” Dit is een wenselijke ontwikkeling. De gemeente Veenendaal zal de aanpassing van de Participatiewet moeten afwachten om het onderscheid te kunnen maken tussen een niet-fraude vordering en fraudevordering, zoals uitgewerkt in het voorgestelde beleid van de concept-notitie.
Het voorgestelde beleid zal nu dus nog niet volledig concreet kunnen worden vertaald, ook al is daar wel draagvlak voor. We zien deze redeneertrant – een differentiatie in het type vordering op basis van de opgelegde boete - in een voorstel van september 20204 waar de Tweede Kamer heeft ingestemd met een aanpassing van artikel 60c Participatiewet. Het voorstel ligt bij de Eerste Kamer en is door de Tweede Kamerverkiezingen voor nu aangehouden.
3 4
Kamerbrief 18 januari 2021, ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Wijziging van de Participatiewet met betrekking tot fraudevorderingen.
-4-
Het leidt niet tot een aanpassing van de visie en van het voorgesteld beleid maar voor de inwerkingtreding zullen we dus moeten wachten op aanpassingen van de Participatiewet.
-5-
Deel I 1. Kwijtschelding van bijstandsschulden 1.1 Kwijtschelding in context De mogelijkheid tot kwijtschelding staat niet op zichzelf, maar raakt aan verschillende taken en verantwoordelijkheden van de gemeente. ▪ Schulddienstverlening: voorkomen is beter dan genezen De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en inwoners ondersteuning te bieden bij financiële problematiek. In het Integraal Beleidskader Sociaal Domein (hierna: IKB) is gekozen voor focus op preventie en vroegsignalering van schulden. Dat heeft een positief effect voor het welzijn van de inwoner en het voorkomt grote(re) maatschappelijke kosten. ▪ Participatiewet: fraude bestrijden en participatie bevorderen Op basis van artikel 58 Participatiewet heeft de gemeente de verplichting om terug te vorderen daar waar te veel is verstrekt. En de gemeente heeft de taak om fraude te bestrijden. De gemeente heeft een beperkte mate van (lokale) vrijheid hoe ze zich opstelt als schuldeiser. In brede zin is het doel van de Participatiewet dat meer mensen werk vinden. Betaalde arbeid is een middel om (sneller) uit de schulden te raken. Maar schulden kunnen ook een belemmering vormen voor het zoeken en vinden van een baan. ▪ Armoedebeleid: armoede voorkomen Dit is ondersteunend beleid gericht op inwoners in een kwetsbare positie om armoede te voorkomen.
Kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen is een instrument in het kader van het armoedebeleid. Uit het onderzoek blijkt dat op dat punt de gemeente Veenendaal een soepel beleid hanteert met een maximaal bereik. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk vier. 1.2 Visie kwijtschelding Het uitgangspunt is dat de gemeente terugvordert daar waar ten onrechte teveel is ontvangen. Het is een wettelijke verplichting vanuit de Participatiewet artikel 58 en het sluit aan bij algemene ideeën over rechtvaardigheid. Het kwijtschelden van een vordering is in bepaalde gevallen mogelijk. Het is nadrukkelijk een bevoegdheid van het college en geen vaststaand recht van de debiteur. Daar staat tegenover dat de gemeente zorgvuldig het al dan niet opleggen van een boete bij schending van de inlichtingenplicht overweegt, evenals de mate van verwijtbaarheid. Door een zorgvuldige individuele beoordeling borgen we het corrigerende principe van ‘maatwerk’ op de eigen verantwoordelijkheid. Verruiming van die mogelijkheden door een aanpassing van artikel 58 Participatiewet vindt het college een zeer wenselijke ontwikkeling. Met kwijtschelding beogen we de inwoner perspectief en een tweede kans te bieden en participatie te bevorderen. De gemeente kan als schuldeiser afstand doen van het vorderingsrecht ten opzichte van
-6-
de schuldenaar. De invulling van de eigen verantwoordelijkheid - de verwijtbaarheid van het ontstaan van de vordering - is hierin de bepalende factor. Dit past bij het beleid van de gemeente Veenendaal dat gericht is op het bevorderen van participatie: “Iedereen doet mee”. En bij het centrale uitgangspunt van eigenaarschap en eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners. In het onderzoek naar de (on-)mogelijkheden van soepele kwijtschelding hebben we op die manier gekeken naar het huidige beleid. We zien (beperkte) mogelijkheden om te versoepelen, maar ook om te verzwaren. Hierdoor ontstaat meer differentiatie en mogelijkheid om effectiever aan te sluiten bij de situatie van de inwoner en zijn/haar invulling van de eigen verantwoordelijkheid. Dit is concreet uitgewerkt in hoofdstuk drie. Vanuit het oogpunt van preventie zetten wij in op het voorkomen van schulden door middel van heldere communicatie over de inlichtingenplicht die hoort bij de Participatiewet en over de mogelijkheid van kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen.
-7-
2. Kwijtschelding bijstandsschulden in de praktijk 2.1 Omvang In totaal heeft de gemeente Veenendaal voor wat betreft Werk & Inkomen 1.360 debiteuren voor een bedrag van €5.660.7735. De grootste groep heeft of had een schuld in verband met ten onrechte verstrekte uitkeringen of voor bijstand die in de vorm van een geldlening is verstrekt. Verder betreft het boetes en verhaalsvorderingen. Een persoon kan meerdere vorderingen hebben openstaan. Het gemiddelde bedrag van een terugvordering is € 4.682. 2.2 Wettelijk kader De Participatiewet artikel 58 verplicht gemeenten om ten onrechte verstrekte uitkeringen terug te vorderen. De ‘bijstandsschuld’ wordt een vordering genoemd. In beleidsregels is het mogelijk om voorwaarden op te nemen waaronder de gemeente een vordering kan kwijtschelden. Dit beleid verschilt enigszins per gemeente. Wat landelijk wel vaststaat is hoe om te gaan met wat vaak een ‘fraudeschuld’ (hierna: fraudevordering) wordt genoemd. Dat is de situatie van schending van de inlichtingenplicht (zie kader). De huidige strikte formulering van artikel 58 laat weinig ruimte voor beoordeling van de situatie of het nu een vergissing is of fraude. In Veenendaal zouden we de definitie willen aanscherpen van het fraudebegrip.
Het voorstel was om van een fraudevordering te spreken in het geval van een schending van de inlichtingenverplichting (1) en waarvoor een bestuurlijke boete (2) is opgelegd. Het college is namelijk verplicht om het volledige bedrag terug te vorderen. Wanneer wordt afgezien van een boete duidt dit doorgaans op een vergissing. Helaas is deze ruimte juridisch niet onomstotelijk. Een positieve ontwikkeling is dat op dit moment de hardheid van de Participatiewet met betrekking tot dit artikel de aandacht heeft en de staatsecretaris heeft aangegeven onderzoek te doen naar het expliciteren van het fraudebegrip. Dat is een wenselijke ontwikkeling. Daarnaast is recent een initiatiefwetsvoorstel ingediend om de verplichting het volledige bedrag terug te vorderen en een boete op te leggen, te veranderen in een ‘kan-bepaling’ waardoor ruimte ontstaat om de situatie te beoordelen en maatwerk toe te passen.
5
Schending van de inlichtingenplicht Er is een diversiteit aan gedragingen die vallen onder bovenstaande noemer. Niet in alle gevallen wordt een boete opgelegd. De inlichtingenplicht houdt in dat mensen vanuit zichzelf – en natuurlijk ook desgevraagd – alles direct melden aan de gemeente wat van belang kan zijn voor het recht op een bijstandsuitkering. Dat zijn gegevens over werk, inkomsten en de woonsituatie. De gemeente moet bij een overtreding een boete opleggen maar kan in een beperkt aantal gevallen volstaan met een waarschuwing. De inwoner kan tegen beide bezwaar aantekenen. Als de overtreding in het geheel niet verwijtbaar is, wordt afgezien van het opleggen van een boete. De huidige definitie van artikel 58 Participatiewet behandelt dit als schending inlichtingenplicht waarvoor de verplichting geldt dat de gemeente het bedrag volledig terugvordert. In deze concept-notitie is aangegeven dat we dit zouden willen beschouwen als een niet-fraude vordering. Helaas is die juridische ruimte voor een dergelijk onderscheid er (nog) niet.
Stand 30 juni 2020: totaal van administratieve boete, geldlening, overige, terugvordering, verhaalsbijdragen.
-8-
Een vordering in het kader van een schending inlichtingenplicht heeft langdurige consequenties (zie de opsomming a tot en mete hieronder). Wanneer daarvan sprake is mag de gemeente aangaande deze vorderingen de eerste tien jaar niet meewerken aan een schuldenregeling of kwijtschelding (zie verder 2.3)6. Een soepele opstelling ten aanzien van dit type vordering kan leiden tot een probleem met de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De hoogte van de boete wordt bepaald op basis van de mate van verwijtbaarheid van de schending7. Het college beoordeelt daarmee de ernst van de schending. Kwijtschelding gebeurt niet automatisch maar moet door de betrokkene zelf worden aangevraagd. Net als voor alle andere aanvragen heeft de gemeente acht weken de tijd hierop een besluit te nemen. 2.3 Gemeentelijk beleid De lokale beleidskeuzes zijn vastgelegd in de beleidsregel terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, loaw en loaz gemeente Veenendaal (hierna: de beleidsregels). Zoals uiteengezet in het onderdeel Visie is het uitgangspunt dat ernaar wordt gestreefd om de teruggevorderde en op derden verhaalde kosten optimaal in te vorderen, voor zover zich daar geen wettelijke regeling tegen verzet8. De gemeente vervult daarmee de wettelijke opdracht vanuit de Participatiewet artikel 58.
Tegelijkertijd benutten we de ruimte om perspectief te bieden aan inwoners door onder voorwaarden kwijt te schelden. In het huidig beleid - beleidsregels artikel 15 lid 2 - kan de gemeente afzien van (verdere) terugvordering in het geval dat de betrokkene: a. gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; b. gedurende tien jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; c. gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost. e. een beroep doet op de aanwezigheid van dringende redenen en dit door het college is gehonoreerd. Deze bepaling is van toepassing op alle type vorderingen die voortvloeien uit de schending Inlichtingenplicht, of daar nu wel of geen boete voor is opgelegd, met uitzondering van een vordering dat een lening betreft voor duurzame gebruiksgoederen. Daarvoor geldt een termijn van drie jaar. Een voorbeeld hiervan is de woninginrichting voor statushouders. In principe hanteert de gemeente Veenendaal nu voor alle overige vorderingen een tienjaarstermijn.
6
De Tweede Kamer heeft ingestemd met een voorstel tot wijziging waarbij de lijn is dat de boete beoordeling de fraudevordering classificeert als ‘onbedoelde fraude’ of grove opzet en schuld. Dit voorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. 7 Voor meer informatie: zie de Bijlage. 8 Beleidsregels, artikel 15 lid 1.
-9-
2.4 Schulddienstverlening en bijstandsschulden Ten aanzien van het meewerken aan schuldsanering zijn in artikel 60c van de Participatiewet9 grenzen aangegeven. Zoals eerder genoemd is het onderscheid belangrijk of er sprake is van fraudevordering of niet. In het geval van een fraudevordering mag de gemeente de eerste tien jaar niet meewerken aan een schuldregeling of kwijtschelding. In een rapport10 van de Nationale Ombudsman wordt gepleit voor een versoepeling van het landelijk beleid door aanpassing van de tienjaarstermijn, omdat het geen recht doen aan de diverse situaties: van fraudeurs tot burgers die te goeder trouw zijn (veranderd): “De ombudsman is van mening dat de wetgever met de tienjaarstermijn veel burgers ten onrechte en voor een onredelijk lange periode uitsluit van het minnelijk traject. Met deze regel worden niet alleen echte fraudeurs bestraft maar ook burgers die te goeder trouw zijn. Als die burgers een vergissing maken behoren zij niet gestraft te worden maar juist geholpen te worden om de vergissing te herstellen.” De gemeente kan dus in het geval van een fraudevordering vanuit de Participatiewet niet meewerken aan een traject maar via schulddienstverlening – ook een taak van de gemeente – kan de burgerlijke rechter verzocht worden een dwangakkoord uit te spreken (artikel 287a Fw).
Zo wordt de gemeente toch gedwongen om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling vanuit schulddienstverlening tegen finale kwijting. De Participatiewet staat daaraan niet in de weg. In de praktijk kost dit veel tijd, geld en moeite en bestaat het gevoel dat de inzet van een dwangakkoord- en WSNP verzoek in een aantal gevallen overbodig is omdat inhoudelijk door beide partijen wordt ingezien dat dit de beste weg vooruit is voor de inwoner en maatschappij. Daarnaast is fraude op dit moment een breed begrip. Dit is echter landelijk beleid. In september 2020 is door de Tweede Kamer ingestemd met een wijziging van artikel 60c waarin de redenering wordt gehanteerd om te kijken naar de beoordeling van de boete. Bij het instemmen met een schuldregeling gelden dan alleen nog de vorderingen waarbij de inlichtingenplicht is geschonden en waarbij sprake is van vastgestelde opzet of grove schuld. Het voorstel ligt op dit moment bij de Eerste Kamer. Op lokaal niveau is het op goede wijze kunnen beoordelen of er sprake is van een fraudevordering van groot belang. De vraag is of er sprake is van fraude, een fout of een vergissing. De wet laat hiervoor weinig ruimte aan de voorkant. Wanneer er sprake is van een ‘niet-fraudevordering’ kan de gemeente namelijk wel meewerken aan een schuldregeling.
Ze stelt zich doorgaans daarin soepel op en accepteert een lager aflossingspercentage omdat we zien dat dit de weg vooruit is. De gemeente
9
Artikel 60c Participatiewet: Door het college wordt geen medewerking verleend aan een schuldregeling indien een vordering is ontstaan door het niet of niet behoorlijke nakomen door de belanghebbende van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en hiervoor een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet of niet behoorlijk nakomen van die verplichtingen aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze medewerking leidt tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van deze vordering. 10 Nationale Ombudsman: “Hindernisbaan zonder finish: een onderzoek naar in knelpunten toegang WSNP”, juni 2020.
- 10 -
wil een positieve bijdrage leveren aan de inwoner die de stap gezet heeft naar schulddienstverlening. In artikel 17 zijn de bijbehorende voorwaarden geformuleerd: Het college verleent medewerking aan een schuldhulpverleningstraject indien: • redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; en/of • redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en •
de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
Het aanbrengen van differentiatie in het beleid is in lijn met het rapport van de ombudsman en past bij de visie van gemeente Veenendaal. Ook in de landelijke discussies zien we aandacht voor maatwerk en de menselijke maat. We willen graag meer onderscheid aanbrengen in de consequenties voor de ‘echte fraudeur’ en de inwoner die te goeder trouw is (veranderd). 2.5 Terugvordering verhaalsbijdrage In de beleidsregels zijn ook bepalingen opgenomen ten aanzien van de verhaalsbijdrage. De gemeente kan namelijk de kosten van bijstand verhalen op basis van de Participatiewet. Dit heeft betrekking op de Onderhoudsplicht (ex)partners en kinderen. In artikel 26 van de beleidsregels is opgenomen onder welke voorwaarden het college op verzoek afziet van verhaal van kosten van bijstand, bij schuldenproblematiek. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden als hierboven zijn genoemd. ▪ Conclusie De gemeente Veenendaal werkt mee aan kwijtscheldingsverzoeken en aan schuldregelingen. Maar we zien binnen de huidige wetgeving beperkte mogelijkheden voor aanpassing om nog beter te kunnen aansluiten bij de specifieke situatie van de inwoner. Een aanpassing van artikel 58 naar een ‘kan bepaling’ waardoor ruimte ontstaat voor maatwerk zou een oplossing zijn. Evenals het definiëren van het fraudebegrip.
- 11 -
3. Soepele kwijtschelding: voorgestelde aanpassing van beleid Zoals in het voorgaande hoofdstuk is uiteengezet is in de Participatiewet vastgelegd waar de gemeente beleidsvrijheid heeft ten aanzien van kwijtschelding. Het is een discretionaire bevoegdheid van de gemeenten en de keuzes die het college heeft gemaakt liggen vast in de beleidsregels. Binnen de wettelijke kaders zien we beperkte mogelijkheden om het beleid aan te passen en beter dan nu het geval is, aan te kunnen sluiten bij de situatie van de inwoner. Aanpassingen beleid 3.1 Betalingstermijnen: versoepeling en verzwaring Zoals in 2.4 al is genoemd kiezen we ervoor om het beleid zoveel mogelijk te differentiëren. Dat houdt zowel versoepeling in maar ook een verzwaring voor situaties van opzet of grove schuld. Voor normale of verminderde verwijtbaarheid blijft de (landelijk bepaalde) wettelijke termijn gelden van tien jaar. De betalingstermijn voor niet-fraude vorderingen - vorderingen die niet voortkomen uit schending van de inlichtingenplicht - wordt verkort tot vijf jaar. Dit sluit ook aan op de sociale zekerheidswetgeving voor de WSNP waarin wordt uitgegaan van een vijfjaarstermijn voor de goede trouw11. Aan andere kant wordt de betalingstermijn voor een fraudevordering, waarbij een boete is opgelegd die uitgaat van opzet en grove schuld, verlengd tot twintig jaar.
Voor fraude-vorderingen waarbij een boete is opgelegd die uitgaat van normale verwijtbaarheid of verminderde verwijtbaarheid, blijft de betalingstermijn van tien jaar gelden. 3.2 Kwijtschelden na (langdurige) uitstroom Kwijtschelding kan ook worden ingezet om uitstroom te stimuleren en te belonen. Het draagt op die manier bij aan participatie. Het kan zo worden opgevat als aanvullend re-integratie-instrument. Schulden kunnen namelijk een belemmering vormen voor uitstroom naar werk. Binnen de kaders van de wet willen we door middel van kwijtschelding participatie bevorderen in die situaties waarin aantoonbaar is dat de inwoner zijn/haar verantwoordelijkheid neemt. Dit krijgt in het huidige beleid vorm door bij uitstroom de eerste zes maanden de lage aflossingscapaciteit van 5% te hanteren, net als binnen de bijstand. Ook wordt een gedeelte van het extra inkomen vrijgelaten, zodat werken loont. In het nieuwe beleid willen we niet enkel participatie stimuleren maar ook belonen door na drie jaar waarin de inwoner bijstandsuitkeringsonafhankelijk is en naar draagkracht heeft afgelost, de
11
Vorderingen wegens schending van de inlichtingenplicht in combinatie met een boete zijn vorderingen die niet
te goeder trouw zijn en dus reden om geen WSNP uit te spreken. Is een dergelijke vordering ouder dan vijf jaar dan wordt die vordering niet meer automatisch als te kwader trouw aangemerkt en kan toch een WSNP worden uitgesproken.
- 12 -
resterende vordering – voor zover die niet voortkomt uit de schending inlichtingenplicht - kwijt te schelden. 3.3 Kruimelbedrag In de beleidsregels is opgenomen dat het college afziet van het nemen van een besluit tot terugvordering, indien het terug te vorderen bedrag na beëindiging van de uitkering, lager is dan € 50,-. We willen ook hier een onderscheid maken ten aanzien van een fraudevordering en een nietverwijtbare vordering. Voor iedere fraudevordering wordt de inwoner aangeschreven en aangemaand, ook voor geringe bedragen. Voor een niet-fraudevordering verhogen we het kruimelbedrag naar € 150,-. 3.4 Aflossingspercentage Gemeenten moeten bij de invordering van te veel verstrekte uitkering rekening houden met de beslagvrije voet. Dit is het deel van de inkomsten of uitkering waarop geen beslag mag worden gelegd, zodat men voldoende geld overhoudt om te kunnen voorzien in de primaire levensbehoeften. Dat is ook van toepassing wanneer dit met de uitkering wordt verrekend. In Veenendaal hanteren we niet de volledige beslagruimte van 10% maar is gekozen voor een aflossingscapaciteit van 6%. In de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet wordt een percentage genoemd dat minimaal gelijk aan is aan 95% van de bijstandsnorm. Deze wet is in werking getreden per 1 januari 2021. We passen dit aan in de beleidsregels.
Voortzetten van beleid 3.5 Wettelijke rente De gemeente Veenendaal maakt op dit moment gebruik van de mogelijkheid tot het in rekening brengen van wettelijke rente, indien en voor zover de debiteur in verzuim is. Dit is een versoepelende keuze die ook praktische voordelen heeft. We zetten dit ongewijzigd voort. 3.6 Op verzoek Het kwijtschelden van een vordering is een bevoegdheid van het college en geen vaststaand recht van de debiteur. Het college weegt een verzoek tot kwijtschelding af. De gemeente zou daar initiatief in kunnen nemen. Dat vinden we echter niet passend bij het uitgangspunt van de eigen verantwoordelijk en het feit dat kwijtschelding geen recht is van de debiteur maar een bevoegdheid van het college. Daarom zetten we deze bepaling ook ongewijzigd voort. We zien wel een belangrijke taak voor het college in voorlichting en communicatie. We onderzoeken hoe we dit het beste kunnen doen. Algemene lijn 3.7 Per vordering De kwijtscheldingtermijn wordt per vordering bepaald. De mogelijkheid bestaat om uit te gaan van pakketbeoordeling, waarbij de kwijtscheldingstermijn wordt bepaald door de schuld op basis van de zwaarste gedraging. Dit past echter niet bij de keuze in 3.1 om differentiatie aan te brengen voor wat betreft de termijnen en we kiezen daarom te blijven bij de beoordeling per vordering.
- 13 -
Andere maatregelen Met de herinrichting schulddienstverlening beogen we een extra impuls te geven aan integraal werken en een versteviging van de samenwerking met Werk en Inkomen. In de dienstverlening van Werk en Inkomen zijn er drie belangrijke momenten waarop financiële instabiliteit ontstaat door verandering in het inkomen. Dat geldt voor de aanvraag van een bijstandsuitkering en bij (deeltijd) uitstroom uit de uitkering. Deze situatie van financiële instabiliteit verhoogt het risico op schulden. Een verandering in inkomen moet tijdig worden doorgegeven aan instanties, brengt administratieve processen met zich mee en vraagt om het houden van overzicht. We ondersteunen waar dat nodig is en zoeken daarin ook naar aansluiting op de sociale basis - om zo schulden te voorkomen.
- 14 -
Deel II
4. Kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen
Het kwijtschelden van (gemeentelijke) belastingen is een beleidsinstrument om mensen met weinig financiële middelen te ondersteunen. Er geldt beleidsvrijheid voor gemeenten om al dan niet een kwijtscheldingsbeleid voor lokale heffingen toe te passen. Vrijwel alle gemeenten passen een vorm van kwijtscheldingsbeleid toe. ▪
Juridisch kader
Artikel 26 van de Invorderingswet 1990 bepaalt dat kwijtschelding van belastingschuld wordt verleend aan diegenen die niet anders dan met buitengewoon bezwaar hun belastingschuld kunnen voldoen. In een afzonderlijke ministeriële regeling, de ‘Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990’ staat volgens welke regels iemand al dan niet voor kwijtschelding in aanmerking komt. Artikel 255 van de Gemeentewet regelt de mogelijkheid voor gemeenten om kwijtschelding van belastingen te verlenen. Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. Hoofdregel bij het verlenen van kwijtschelding is dat gemeenten de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 volgen. Deze wet stelt onder andere regels over de vaststelling van het vermogen, de uitgaven en het nettobesteedbare inkomen van de belastingschuldige, de wijze waarop kwijtschelding wordt verleend en de omstandigheden die aan het verlenen van kwijtschelding in de weg kunnen staan. De vermogensnorm wijkt af van de norm die geldt voor de Participatiewet. Toetsing
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990
Participatiewet
Maximaal vermogen € 2.269 Alleenstaande Alleenstaande ouder Gehuwden Maximale waarde auto
€ 6.120 € 12.240 € 12.240 € 2.269
▪ Lokale situatie In de Invorderingswet zijn de kosten van bestaan op 90% van de bijstandsnorm gesteld. Van dit laatste kan op basis van artikel 255 van de Gemeentewet worden afgeweken, waarin wel een wettelijk maximum van 100% is gesteld. Gemeente Veenendaal heeft gekozen deze ruimere inkomensgrens van 100% te hanteren en kiest daarmee voor de ruimst mogelijke – meest soepele - norm. Gemeenten kunnen zelf bepalen welke gemeentelijke belastingen onder het kwijtscheldingsbeleid vallen. In Veenendaal is gekozen voor vier belastingen/heffingen: 1. Rioolheffing Voor de rioolheffing geldt de mogelijkheid voor kwijtschelding voor zowel de gebruiksheffing als eigenarenheffing, al komt dat laatste weinig voor12 gezien de maximale vermogensnorm. Drie gemeenten13 verlenen geen kwijtschelding op de rioolheffing. 12 13
Het gaat om ongeveer 10 tot 20 situaties per jaar. Gemeenten Alpen aan de Rijn, Gooise Meren en Duiven.
- 15 -
2. Afvalstoffenheffing Voor de afvalstoffenheffing passen vrijwel alle gemeenten een vorm van kwijtschelding toe. Drie gemeenten14 kennen geen kwijtschelding maar verstrekken in het kader van het armoedebeleid rechthebbende inwoners een bedrag ter dekking van de heffingen. 3. Hondenbelasting In Veenendaal geldt kwijtschelding van deze belasting voor de eerste hond. 4. OZB Dit is mogelijk maar het komt zeer weinig voor. Het gaat hier om de doelgroep huizenbezitters die al snel door eigen vermogen, of overwaarde van het huis niet voldoen aan de vermogensnorm voor kwijtschelding. Daarnaast heeft gemeente Veenendaal besloten tot de mogelijkheid van volledige kwijtschelding. Ook hierin kiest ze de meest soepele norm. ▪ Uitvoeringspraktijk In eerste instantie vindt er geautomatiseerd kwijtschelding plaats. De inwoners die in het voorgaande jaar kwijtschelding hebben gekregen worden voor het nieuwe jaar voorgelegd aan het Inlichtingenbureau voor toetsing. Er wordt globaal getoetst of men nog steeds in aanmerking komt voor kwijtschelding. Het gaat om ongeveer 1.100 belastingplichtigen die kwijtschelding krijgen en dus geen nieuwe aanvraag hoeven in te dienen.
Degene die door het Inlichtingenbureau worden afgewezen, ontvangen van de gemeente een afwijzingsbrief waarin wordt gewezen op de mogelijkheid een aanvraag tot kwijtschelding te doen bij de gemeente, die nog gedetailleerder kan toetsen op de werkelijke situatie dan het Inlichtingenbureau. De gemeente Veenendaal ontvangt jaarlijks nog ongeveer 1.000 verzoeken waarvan ongeveer 50% wordt toegekend. ▪ Bereik In de Evaluatie Armoedebeleid gemeente Veenendaal 201815 komt naar voren dat het bereik van kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen opvallend hoog is. In 2017 hebben 1.750 huishoudens gebruikgemaakt van kwijtschelding en dat is volgens het onderzoeksbureau een bereik van 80-100% van de doelgroep. Het gemiddelde gebruik dat ze bij andere gemeenten vinden ligt rond de 70% à 75%. Dit valt op twee manieren te verklaren: 1. De gemeente Veenendaal hanteert een soepel kwijtscheldingsbeleid: er is gekozen voor de maximale inkomensnorm van 100% van de bijstand, voor de mogelijkheid van volledige kwijtschelding en het maximale aantal belastingen/heffingen dat voor kwijtschelding in aanmerking komt. 2. De bekendheid van de regeling. Dit wordt bevestigd door hierboven genoemd geschatte bereik. Uit de evaluatie blijkt dat alle respondenten aangeven op de hoogte te zijn van de mogelijkheid van kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen. Op verschillende manieren 14 15
De gemeenten Brummen, Leek en Zuidhorn. Kwiz, Evaluatie Armoedebeleid gemeente Veenendaal 2018.
- 16 -
wordt erover gecommuniceerd: in het gemeentenieuws, maar ook bij afwijzing door het Inlichtingenbureau – die globaal de situatie toetsen - wordt in de brief gewezen op de mogelijkheid alsnog een aanvraag voor kwijtschelding in te dienen bij de gemeente. ▪ Invordering gemeentelijke belastingen Naast de invulling van het kwijtscheldingbeleid, is ook gekeken naar de wijze van invordering. Dat gaat over de opstelling van de gemeente als schuldeiser. De invordering van de gemeentelijke belastingen is gebaseerd op de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen. Ook hierin stelt de gemeente zich soepel op: 1. Er is een (kosteloze) herinneringsbrief toegevoegd aan het proces. Daarna wordt indien nodig de brief tot aanmaning gestuurd. 2. De wettelijke termijn van veertien dagen is verruimd naar een maand, zodat er voldoende gelegenheid is om te betalen, kwijtschelding aan te vragen of een betalingsregeling te treffen. 3.
4.
5.
6. 7.
Datzelfde geldt voor de termijn na de aanmaning. Indien de aanslag na de herinnering niet volledig is voldaan, volgt er een aanmaning na de zomervakantie. In deze vakantieperiode worden geen kostenverhogende maatregelen genomen. We rekenen de minimale wettelijke aanmaningskosten voor de invordering van € 7,- of € 17,naar gelang het openstaande bedrag. In het geval van overdracht van het dossier naar het incassobureau Cannock Chase wordt er minimaal € 43,- aan dwangbevelkosten in rekening gebracht. De gemeente Veenendaal kiest ervoor geen invorderingsrente te rekenen. Dat is een rente die kan worden opgelegd voor de periode tussen vervaldatum van de aanslag en de daadwerkelijke datum van betaling. Het uitvoerende team stelt zich soepel op in het geval van een voorstel voor een minnelijke schuldregeling vanuit het Budgetloket. Wanneer een verzoek om kwijtschelding door de gemeente wordt afgewezen, en een betalingsregeling of automatische incasso voor de inwoner niet mogelijk is vanwege andere schulden wordt de inwoner doorverwezen naar het Budgetloket.
Op dit moment wordt de invorderingsdienst aanbesteed. Als een belangrijk punt is een sociale invordering meegenomen. Hierbij valt te denken aan het gezamenlijk invullen van verkorte kwijtscheldingsformulieren en aan doorverwijzing naar het Budgetloket. Een andere ontwikkeling is dat de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen waarin wordt verzocht de Nadere regels kwijtschelding gemeentelijke en waterschapsbelastingen voor 1 mei 2021 aan te passen, en daarin te bepalen dat de vermogensnorm voor kwijtschelding verruimd kan worden tot maximaal de vermogensnorm in de Participatiewet. Dit houdt een versoepeling in en biedt duidelijkheid voor inwoner en professional.
- 17 -
Conclusie en vervolg Landelijke wetgeving bepaalt de ruimte voor het kwijtscheldingsbeleid van de gemeente. Binnen de mogelijkheden heeft gemeente Veenendaal gekozen voor een soepel beleid aangaande kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen. We kiezen ervoor dit ongewijzigd voort te zetten. In het onderzoek naar de (on-)mogelijkheden van versoepeling van het kwijtscheldingsbeleid van bijstandsschulden zien we beperkte ruimte om het beleid aan te passen. We willen een duidelijker onderscheid maken tussen de fraudeur en de inwoner die een vergissing heeft gemaakt, of aantoonbaar stappen heeft gezet zoals bijvoorbeeld kwijtschelding na langdurige uitstroom. De landelijke discussie en voornemens van de staatsecretaris bieden goede hoop dat we dit ook praktisch handen en voeten kunnen gaan geven. Kwijtschelding is onderdeel van breder een maatschappelijk doel: het draagt bij aan participatie. Vervolg Op basis van deze notitie Kwijtschelding zijn de beleidsregels aangepast. Het nieuwe beleid treedt in werking na publicatie. Zoals eerder aangeven maakt kwijtschelding als onderwerp deel uit van het bredere onderwerp van schuldenpreventie en een effectieve schulddienstverlening. In 2021 gaan we in gesprek met de jongerenraad van Veenendaal over communicatie over geld en financiële problemen.
- 18 -
Bijlage Bestuurlijke boete, bron: Stimulansz Bij het opleggen van zo’n bestuurlijke boete geldt in de Participatiewet als uitgangspunt dat de boete gelijk is aan het bedrag dat de inwoner ten onrechte aan bijstand ontving. Dat heet het benadelingsbedrag. Bij het opleggen van de boete moet de gemeente rekening houden met de: 1. verwijtbaarheid; 2. financiële omstandigheden van de inwoner; 3. andere bijzondere omstandigheden. 1. De ambtenaar bepaalt in welke mate er sprake is van verwijtbaarheid. Dat bepaalt de hoogte van de boete met een percentage van het benadelingsbedrag: -
Opzet Grove schuld
100% Bewijslast ligt bij de gemeente 75% Bewijslast ligt bij de gemeente
-
Normale verwijtbaarheid Verminderde verwijtbaarheid
50% 25%
Uitgangspunt Stel- en bewijsplicht ligt bij de inwoner
2. Vervolgens wordt ook rekening houden met de draagkracht van de inwoner. De boete moet wel binnen een redelijke termijn kunnen worden terugbetaald: - Opzet binnen 24 maanden - Grove schuld binnen 18 maanden - Gemiddelde verwijtbaarheid binnen 12 maanden - Verminderde verwijtbaarheid binnen 6 maanden Daarbij mag de ambtenaar uitgaan van de fictieve draagkracht. Het gaat hierbij om het inkomen boven de beslagvrije voet. Dat is 95% van de bijstandsnorm. In sommige gevallen kan hij het vermogen erbij betrekken. Daarnaast zijn er nog begrenzingen in de hoogte van de boete, die staan in het Wetboek van Strafrecht en in het Boetebesluit socialezekerheidswetten. De boete zelf hoeft bij een fraudevordering geen belemmering te zijn voor het meewerken aan een schuldregeling met uitzondering van situaties van opzet of grove schuld. Dit is bepaald in artikel 18a lid 13 Participatiewet: “Indien ten aanzien van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete is opgelegd geen sprake is geweest van opzet of grove schuld, en voorts is gebleken dat binnen een jaar nadat de bestuurlijke boete is opgelegd niet nogmaals een overtreding wegens eenzelfde gedraging is begaan, is het college bevoegd op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden bij medewerking aan een schuldregeling.”
- 19 -