CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Beantw TV PRGL - Convenant-Toekomstbestendige-Woningbouw-15-februari-2023-DT-DEF

Raadsvergadering 4 juni 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Technische vragen Vaststellen wijzigingsbesluit omgevingsplan “Hoofdstuk 22a Franseweg 44-46, Elst”6.689 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voor snellere, duurzamere en betaalbare woningbouw

15 februari 2023

Inhoudsopgave ....................................................................................................................................... 2 Inleiding .................................................................................................................................................. 3 Opzet convenant ................................................................................................................................ 4 Overwegingen ........................................................................................................................................ 5 De afspraken........................................................................................................................................... 6 Afspraken over handelingsperspectief ............................................................................................... 7 Slotbepalingen ........................................................................................................................................ 9 Bijlage 1: Het toetsingskader................................................................................................................ 10 Energie ..............................................................................................................................................

10 Circulariteit ....................................................................................................................................... 10 Duurzame mobiliteit......................................................................................................................... 10 Klimaat-adaptatie ............................................................................................................................. 11 Natuur-inclusiviteit en biodiversiteit................................................................................................ 13 Gezonde leefomgeving ..................................................................................................................... 14 Kostenindicaties ............................................................................................................................... 15 Bijlage 2: Het toetsingskader – Uitwerking per onderwerp ................................................................. 16 Energie .............................................................................................................................................. 17 Circulaire economie..........................................................................................................................

18 Duurzame mobiliteit......................................................................................................................... 19 Klimaatadaptatie .............................................................................................................................. 20 Natuurinclusiviteit en biodiversiteit ................................................................................................. 21 Gezonde leefomgeving ..................................................................................................................... 21 Bijlage 3: Leertraject............................................................................................................................. 23 Bijlage 4: De totstandkoming van het convenant ................................................................................ 25 Bronnen ................................................................................................................................................ 29

Voor u ligt het Convenant Toekomstbestendige Wonigbouw. Vertrekpunt van dit convenant is de ambitie van de provincie Utrecht, Metropoolregio Amsterdam, Provincie Noord-Holland, Provincie Flevoland en Provincie Zuid-Holland om de duurzaamheidsambities makkelijker en tegen lagere kosten onderdeel te maken van de grote woningbouwopgave. Nederland staat namelijk voor een flinke bouwopgave. In de periode tot 2030 is de ambitie om jaarlijks 100.000 woningen te realiseren. Tot 2030 is er een opgave om tot 900.000 woningen te bouwen. Dat betekent concreet: zo snel mogelijk, zo veel mogelijk woningen realiseren. Woningen die passen bij de huidige woonwensen en die ook voldoen aan de woningbehoefte op de lange termijn. Tegelijkertijd hebben we de taak om zo toekomstbestendig duurzaam mogelijk te bouwen. Dit convenant brengt de belangrijkste duurzaamheidsthema’s samen en biedt een kader voor opdrachtgevende en opdrachtnemende partijen om de duurzaamheidsambities in de woningbouwopgave te integreren. De thema’s waar dit convenant zich op richt zijn: circulariteit, energie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, natuurinclusiviteit en gezondheid. Uitgangspunt zijn de landelijke doelstellingen op het gebied van CO2reductie, circulariteit en de energietransitie.

Het convenant verwijst daarnaast naar andere initiatieven zoals de ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen’, Programma Regionaal Programmeren, ‘Samen versnellen naar het nieuwe normaal’ en de ‘Citydeal circulair en conceptueel bouwen’. Al deze initiatieven zijn net als dit convenant gericht op een samenleving die gebaseerd is op een circulaire economie in een gezonde, klimaat robuuste en kwalitatief goede leefomgeving, waarin we zo min mogelijk fossiele energiebronnen gebruiken. Dit convenant is een initiatief dat voortkomt uit een samenwerking tussen provincies, gemeenten, marktpartijen en diverse kennispartners. Bij het tot stand komen van het convenant zijn de waterschappen en vertegenwoordigers uit de bouwketen in de regio nadrukkelijk betrokken. Tijdens het afstemmingstraject werden de volgende doelstellingen en effecten onderschreven: +

Handvatten bieden voor duurzame woningbouw.

+

Beter gebruik van het innovatievermogen van de markt.

+

Mogelijk kostenvoordeel door schaal in de toepassing van oplossingen.

+

Duidelijkheid en een gelijk speelveld creëren richting de markt.

+

Versnelling van het proces en daarmee de woningbouw.

Het voorliggende convenant bestaat uit twee delen: De overwegingen en afspraken die de ondertekenaars onderschrijven en de bijlagen met daarin het toetsingskader. In het convenant zijn de afspraken, de intenties en het bijbehorend handelingsperspectief opgenomen. Om zoveel mogelijk gezamenlijk op te kunnen trekken, doet het convenant recht aan de verschillen in ambities van betrokken partijen. Die kunnen uiteenlopen van ‘het halen van de wettelijk norm is al een uitdaging’ tot aan ‘de ambities moeten zo uitdagend mogelijk zijn en de lat moet hoog liggen’. Dit convenant doet zoveel mogelijk recht aan beide behoeften, daarom introduceren we één kader waarbinnen ruimte is voor de ambitieniveaus ‘brons’, ‘zilver’ en ‘goud’. Brons ligt dicht tegen het wettelijk minimum aan, zilver stijgt daar nog verder bovenuit en goud is echt een koplopers-ambitie. In bijlage 1 wordt een totaaloverzicht van het toetsingskader getoond, waar in bijlage 2 de inhoud van het kader verder wordt uitgewerkt (per onderwerp wordt beschreven wat het doel is, welke indicatoren daar onderdeel van uitmaken en welke normen passen bij brons, zilver en goud). Na ondertekening van het convenant volgt een leertraject waarin nadrukkelijk wordt gewerkt aan de integraliteit tussen de thema’s en aan het uitwerken van de indicatoren in maatregelen.

Daarbij staat het doel centraal om maatregelen te selecteren die elkaar zo veel mogelijk versterken en meerdere thema’s tegelijk bedienen. Daarnaast is er ook aandacht in de uitwerking om te onderzoeken of maatregelen elkaar ook kunnen tegenwerken. Er wordt ook een evaluatiecyclus en monitoring van de verschillende maatregelen uitgewerkt. Dit wordt verder toegelicht in bijlage 3. In bijlage 4 wordt de totstandkoming van het convenant verder toegelicht en in bijlage 5 staat het proces na ondertekening centraal.

Met het ondertekenen van dit document onderschrijven de ondertekenaars de onderstaande overwegingen: +

De ondertekenaars zijn gecommitteerd aan de woningbouwopgave in de Nederland.

+

De

ondertekenaars

streven

ernaar

om

nieuwe

woningbouwprojecten

en

gebiedstransformatie projecten met sloop/ nieuwbouw binnen Nederland op een toekomstbestendige manier te realiseren. +

De ondertekenaars hebben te maken met klimaatveranderingen en grondstoffen schaarste en de gevolgen daarvan hebben een grote impact op de maatschappij. Ondertekenaars willen daarom toekomstbestendig bouwen en daarbij gezamenlijk optrekken om te leren en om te versnellen. De ondertekenaars volgen hiermee het klimaatakkoord van Parijs, het Nederlandse klimaatakkoord, het Nederlandse grondstoffenakkoord, de besluitvorming als onderdeel van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en andere nationale en internationale afspraken waar men zich in Nederland aan heeft gebonden.

+

Door samen op te trekken creëren de ondertekenaars massa en een gelijk speelveld zodat ketenpartners kostenefficiënter kunnen investeren en innoveren op de benodigde maatregelen.

+

Door ambities op verschillende thema’s (zoals energieneutraliteit en circulariteit) optimaal te combineren kunnen duurzaamheidsambities effectiever en goedkoper gerealiseerd worden.

+

Om bij te dragen aan een uniformering op landelijk niveau en eventuele bouwsectorbrede afspraken en normen, worden de bevindingen die ontstaan binnen de context van dit convenant zoveel mogelijk buiten de eigen regio gedeeld

Met het ondertekenen van dit document spreken de ondertekenaars in algemene zin het volgende af: 1.

De ondertekenaars streven ernaar om na ondertekening alle nieuwe afspraken over nieuwbouwlocaties en gebiedstransformaties met sloop/ nieuwbouw binnen Nederland zo toekomstbestendig en duurzaam mogelijk te ontwikkelen door gebruik te maken van het toetsingskader. De ondertekenaars nemen daarbij de kwaliteit van de leefomgeving, milieu, technische, financiële en economische aspecten mee en doen dit zoveel mogelijk met behoud van betaalbaarheid, volume en snelheid van de bouwopgave.

2. De ondertekenaars streven naar een integrale aanpak op het gebied van de volgende thema’s: Energiepositief/ energieneutraal bouwen; Circulair bouwen; Klimaatadaptief bouwen; Natuurinclusief bouwen; Duurzame mobiliteit en Gezonde leefomgeving in relatie tot nieuwbouw.

3. De ondertekenaars streven naar het borgen van de inhoud van het convenant in eigen beleid, zodat het toetsingskader gebruikt kan worden bij het ontwerp, bij uitvragen en/of vergunningverlening.

4. De in het toetsingskader vermelde prestatie-indicatoren en bijbehorende normen zijn

een middel om

de hoofddoelen per onderwerp te behalen en zo

toekomstbestendig te bouwen. Het is ondersteunend aan de visie op het te ontwikkelen gebied, ongeacht grootte, ligging of onderhandelingspositie. Daarom passen de ondertekenaars het principe: ‘Comply or Explain’ toe – waar nodig en mogelijk kunnen de doelen ook op andere manieren gehaald worden; in dat geval onderbouwen de ondertekenaars nut en noodzaak van afwijkende keuzes.

5. De ondertekenaars trekken in een zo vroeg mogelijk stadium met betrokken partijen op bij de ontwikkeling van een locatie of gebouw, om daarmee tot optimale en kosteneffectieve oplossingen te komen.

6. De ondertekenaars gebruiken het convenant zowel in het geval van publiek grondbezit als bij privaat grondbezit. 7. De ondertekenaars zoeken actief de samenwerking op om gezamenlijk oplossingen te vinden voor de uitdagingen op het gebied van duurzaamheid waar we voor staan. 8. De ondertekenaars dragen bij aan het verder invullen en vormgeven van het convenant door in het leertraject vragen en ervaringen te delen en te zoeken naar oplossingen.

Met het ondertekenen van dit convenant spreken de ondertekenaars het volgende af: 1.

Uitgaande van de genoemde streefdatum van 1 januari 2023 is niveau brons - zoals gespecificeerd in bijlage 1 - met ingang van die datum in principe het minimale prestatieniveau voor duurzaamheid voor alle nieuwe woningbouwprojecten en gebiedstransformaties met sloop/ nieuwbouw. Daarnaast wordt gestreefd naar het halen van een hoger ambitieniveau (zilver of goud, zoals bepaald in dit convenant).

2. Met betrekking tot technische beperkingen (zoals die zich kunnen voordoen bij sommige energieindicatoren bij hoogbouw) en financiële beperkingen (zoals bij het voldoen aan sommige energieindicatoren bij woningbouw in het sociale segment) vindt nadere uitwerking plaats.

3. Na ondertekening gaan de ondertekenaars gezamenlijk aan de slag met de verdere uitwerking om het convenant in het beleid en in de praktijk te brengen (bijlage 5).

4. De ondertekenaars zorgen ervoor dat zij deze afspraken en het toetsingskader verbeteren en bij opvolgende versies waar nodig aanscherpen of versoepelen. Dit gebeurt via de route van evaluatie en monitoring.

5. Minimaal één keer per jaar wordt het convenant opnieuw geëvalueerd. Hierbij wordt de verbinding met marktpartijen, corporaties en landelijke programma’s, zoals Samen Versnellen, gezocht. Op basis van deze afweging wordt beoordeeld of aanpassing van het convenant nodig en wenselijk is.

6. De afspraken vanuit de intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw worden

overgenomen

en

door

middel

van

dit

kader

toegepast

in

de

gebiedsontwikkeling.

7. In principe worden bij ieder project alle indicatoren toegepast. Per project wordt per indicator een passend ambitieniveau gekozen.

Daarmee kan invulling worden

gegeven aan de individuele prioriteiten van gemeenten. 8. De ondertekenaars hanteren de in het convenant gemaakte afspraken bij nieuwe woningbouwprojecten. Bij al lopende projecten wordt waar redelijkerwijs mogelijk aansluiting gezocht. 9. De ondertekenaars beseffen dat duurzaam bouwen mogelijkerwijs vraagt om het aanpassen van verdienmodellen. De ondertekenaars gaan in gezamenlijkheid de mogelijkheden daartoe verkennen.

10. De ondertekenaars dragen bij aan een handreiking om de toepassing van de afspraken in het convenant voor medewerkers en betrokkenen in de bouwketen te verduidelijken. 11. Onderdeel van het leertraject is onderzoeken en vaststellen hoe de ondertekenaars de voortgang van de toepassing van dit convenant gaan monitoren. 12. De ondertekenaars stellen in de eerste maanden na ondertekening documentatie op

voor

de

implementatie

van

deze

afspraken

in

bouwprojecten,

gebiedsontwikkeling processen en de publieke borging. Dat doen de ondertekenaars onder andere door het opstellen en doorlopen van een ‘leertraject’ tijdens de implementatie.

+

Nakoming van de bepalingen van dit convenant is niet in rechte afdwingbaar.

+

Dit convenant wordt aangegaan voor de periode vanaf de datum van ondertekening voor minimaal 1 jaar. Per jaar wordt deze stilzwijgend verlengd. Het convenant geldt voor alle projecten van deelnemende partijen, waarbij per project verschillende ambitieniveaus gesteld kunnen worden.

+

Toetreding tot en ondertekening van het convenant staat open voor gemeenten, woningcorporaties, bouwbedrijven, waterschappen, waterbedrijven, architecten, installateurs,

hoveniers,

en

andere

partijen

die

betrokken

zijn

bij

de

woningbouwopgave en de afspraken van het convenant willen onderschrijven. Toetreding kan na het moment van ondertekening door schriftelijk een verzoek hiertoe in te dienen.

+

Elke partij kan dit convenant op ieder moment schriftelijk opzeggen. Daarbij blijft het convenant voor de overblijvende Partijen in stand. Partijen zullen in dit verband over en weer niets (ook geen schadevergoeding) van elkaar te vorderen hebben.

+

Bij het convenant horen de volgende bijlagen: Het toetsingskader DGPI (inclusief Indicatoren

en

ambitieniveau’s

en

kostenindicatie);

Uitwerking

van

het

toetsingskader per onderwerp; Leertraject; De totstandkoming van het convenant; Na de ondertekening, aan de slag met het convenant; Bronnen. Deze bijlagen vormen een integraal onderdeel van het convenant.

+

Dit convenant kan worden aangehaald als het ‘Convenant Toekomstbestendige Woningbouw’.

Onderwerp

Indicator

Wettelijk

Brons [1]

Zilver [1]

Goud [1]

Energie

BENG 1: maximale

Grondgebonden:

Grondgebonden:

Grondgebonden:

Grondgebonden:

energiebehoefte voor

≤55

≤55

≤52,5

≤50

verwarming en koeling (in

Gestapeld: ≤65

Gestapeld: ≤65

Gestapeld: ≤60

Gestapeld: ≤55

BENG 3: minimaal

Grondgebonden:

Grondgebonden:

Grondgebonden:

Grondgebonden: ≥

aandeel hernieuwbare

≥50

≥100

NoM

125

energie (in %)

Gestapeld: ≥40

Gestapeld: ≥80

Gestapeld: ≥80

Gestapeld: ≥100

Onderwerp

Indicator

Wettelijk

Brons [2]

Zilver [2]

Goud [2]

Circulariteit

MPG-score: versimpelde

0,8 (2021)

0,75

0,50

0,20

weergave LCA.

0,5 (2030)

Indirect in MPG

≥30

≥45

≥55

kWh/m2/jaar)

Schaduwkosten in €/m2 BVO/jaar Massapercentage (%) van grondstoffen is nonvirgin en/of biobased

Onderwerp

Indicator

Wettelijk

Brons

Zilver

Goud

Duurzame

Laadpaalnorm

-

Publieke

Publieke

Publieke

mobiliteit

(laadpaal/elektrische

laadinfrastructuur

laadinfrastructuur

laadinfrastructuur

groeit mee met de

groeit mee met de

groeit mee met de

vraag.

vraag en

vraag en in iedere

aanvullend

wijk zijn

worden er

strategische

strategische

laadlocaties

laadlocaties

ingericht.

auto)

Alle inwoners zonder eigen parkeerplaats kunnen een openbare

ingericht.

Alle inwoners

laadpaal

Alle inwoners

zonder eigen

aanvragen.

zonder eigen

parkeerplaats

parkeerplaats

kunnen een

kunnen een

openbare

openbare

laadpaal

laadpaal-

aanvragen.

Iedere nieuwbouwwoning met een oprit heeft loze leidingen voor het aanleggen van een laadpunt.

aanvragen. Iedere nieuwbouwwoning met een oprit heeft loze leidingen voor het

Iedere nieuwbouwwoning met een oprit heeft loze leidingen voor het

Loop- en fietsroutes

-

aanleggen van

aanleggen van

een laadpunt.

een laadpunt.

Realiseer

Realiseer

toegankelijke,

toegankelijke,

aantrekkelijke,

aantrekkelijke,

logische,

logische, vindbare,

vindbare, veilige

veilige en

en comfortabele

comfortabele

loop- en

loop- en

fietsroutes van en

fietsroutes van en

naar scholen, OV-

naar alle

haltes,

belangrijke

winkelcentra en –

bestemmingen in

indien van

het gebied [3].

toepassing – parkeervoorzienin gen op afstand [3]. Deelmobiliteit

-

Stimuleer

Er dient een

Er dient een

ontwikkelaars

deelmobiliteitscon

deelmobiliteits-

deelmobiliteits-

cept aangeboden

concept

concepten aan te

te worden voor

aangeboden te

bieden.

25% van de

worden voor 40%

bewoners.

van de bewoners.

Onderwerp

Thema

Indicator

Brons [4]

Zilver [4]

Goud [4]

Klimaat-

Wateroverlast

a) Water-

Hevige neerslag

Hevige neerslag

Hevige neerslag (1/100

berging

(1/100 jaar, 70 mm

(1/100 jaar, 70 mm

jaar, 70 mm in een uur)

privaat-

in een uur) zorgt

in een uur) zorgt

zorgt niet voor schade

terrein

niet voor schade in

niet voor schade in

in en aan gebouwen,

b)

en aan gebouwen,

en aan gebouwen,

infrastructuur en

Natuurlijke

infrastructuur en

infrastructuur en

voorzieningen.

afwatering

voorzieningen.

voorzieningen.

adaptatie

c) Waterdiepte d) Waterneutraal

Droogte

Hitte

Bij hevige neerslag

Bij hevige neerslag

Bij hevige neerslag

(1/250 jaar,

(1/250 jaar,

(1/250 jaar,

90 mm in een uur)

90 mm in een uur)

90 mm in een uur)

blijven vitale

blijven vitale

blijven vitale

en kwetsbare

en kwetsbare

en kwetsbare

infrastructuur en

infrastructuur en

infrastructuur en

voorzieningen

voorzieningen

voorzieningen

functioneren en

functioneren en

functioneren en

bereikbaar.

bereikbaar.

bereikbaar.

a) Droogte-

Bij langdurige

Bij langdurige

Bij langdurige droogte

bestendige

droogte

droogte

(potentieel maximaal

inrichting

(potentieel

(potentieel

neerslagtekort 300 mm,

b) Bodem-

maximaal

maximaal

eens per 10 jaar) wordt

daling

neerslagtekort 300

neerslagtekort 300

schade aan bebouwing,

c) Vitale en

mm, eens per 10

mm, eens per 10

wegen, groen en vitale

kwetsbare

jaar) wordt

jaar) wordt

en kwetsbare functies

functies

schade aan

schade aan

voorkomen.

bebouwing,

bebouwing,

wegen, groen en

wegen, groen en

vitale en

vitale en

kwetsbare functies

kwetsbare functies

voorkomen.

voorkomen.

a) Schaduw

Tijdens hitte biedt

Tijdens hitte biedt

Tijdens hitte biedt de

b) Koele

de gebouwde

de gebouwde

gebouwde omgeving

plekken

omgeving een

omgeving een

een gezonde en

c)

gezonde en

gezonde en

aantrekkelijke

Horizontale

aantrekkelijke

aantrekkelijke

leefomgeving.

en verticale

leefomgeving.

leefomgeving.

oppervlakten d) Vitale en kwetsbare functies e) Binnentemperatuur

Overstromings-risico

a) Schade

Afhankelijk van de

Afhankelijk van de

Afhankelijk van de

voorkomen

plaatselijke

plaatselijke

plaatselijke

b) Schade-

overstromingskans

overstromingskans

overstromingskans en

beperking

en optredende

en optredende

optredende

c) Schuilen

waterdiepte wordt

waterdiepte wordt

waterdiepte wordt

en

ingezet op het

ingezet op het

ingezet op het

evacueren

voorkomen van

voorkomen van

voorkomen van schade,

schade, het

schade, het

het beperken van

beperken van

beperken van

schade of het

schade of het

schade of het

voorkomen van

voorkomen van

voorkomen van

slachtoffers. Voor vitale

slachtoffers. Voor

slachtoffers. Voor

en kwetsbare functies

vitale en

vitale en

gelden aanvullende

kwetsbare functies

kwetsbare functies

eisen. Welke eisen van

gelden

gelden

toepassing zijn op het

aanvullende eisen.

aanvullende eisen.

plangebied is dus

Welke eisen van

Welke eisen van

afhankelijk van de

toepassing zijn op

toepassing zijn op

overstromingskans en

het plangebied is

het plangebied is

diepte. Wat de

dus afhankelijk

dus afhankelijk

overstromingskans per

van de

van de

waterdiepte is, is te

overstromingskans

overstromingskans

vinden in de

en diepte. Wat de

en diepte. Wat de

klimaateffectatlas.

overstromingskans

overstromingskans

per waterdiepte is,

per waterdiepte is,

is te vinden in de

is te vinden in de

klimaateffectatlas.

klimaateffectatlas.

Onderwerp

Subdoel

Indicator

Brons [4]

Zilver [4]

Goud [4

Natuur-

Hoogwaardige habitats

De

Kleinschalig

Kleinschalig

Kleinschalig

inclusiviteit

soortencategorie

project:

project: Bovenop

project: Bovenop

en

zijn verdeeld in vijf

Hoogwaardige

de eis voor brons

de eis voor zilver

biodiversiteit

hoofdgroepen:

habitat voor ten

minstens een

minstens een

− Gebouw

minste gebouw

hoogwaardige

hoogwaardige

bewonend

bewonende

habitat voor 1

habitat voor 1

− Boom bewonend

soorten

andere soort.

andere soort.

− Aan struweel

Middelgroot

Middelgroot

Middelgroot

gebonden

project: Bovenop

project: Bovenop

project: Bovenop

− Aan bloemrijk

eis voor

de eis voor brons

de eis voor zilver

grasland

kleinschalig

minstens een

minstens een

gebonden

project ook

hoogwaardige

hoogwaardige

− Aan water en

hoogwaardige

habitat voor 1

habitat voor 1

oevers gebonden

habitat voor een

andere soort.

andere soort.

andere

Grootschalig

Grootschalig

soortencategorie

project: Bovenop

project: Bovenop

Grootschalig

de eis voor brons

de eis voor zilver

project:

minstens een

minstens een

Hoogwaardige

hoogwaardige

hoogwaardige

habitat voor ten

habitat voor 1

habitat voor 1

minste 3 soorten

andere soort.

andere soort.

categorieën.

Groen-blauwe structuren

Het horizontale en

Het horizontale en

Het horizontale en

verticale

verticale

verticale

oppervlak wordt in

oppervlak wordt in

oppervlak wordt in

samenhang met

samenhang met

samenhang met

de groenblauwe

de groenblauwe

de groenblauwe

structuren in de

structuren in de

structuren in de

bredere omgeving

bredere omgeving

bredere omgeving

ingericht (met

ingericht (met

ingericht (met

minimaal 30 %

minimaal 40 %

minimaal 50 %

biodivers en

groen op

groen op

hoogwaardig

buurtniveau,

buurtniveau,

groen op

boomkroonopperv

boomkroonopperv

buurtniveau,

lak telt mee)

lak telt mee)

boomkroonopperv lak telt mee)

Onderwerp

Subdoel

Indicator

Wettelijk

Brons

Zilver

Goud

Gezonde

Toxiciteit

% van de

-

90

95

100

leefomgeving

in

toegepaste

materia-

materialen is

len ver-

vrij van giftige

minderen

stoffen van

[2]

de 'Banned

1,2

1,2

1,2

1,2

list of Chemical C2C Certified CM Product Standard V3.0'. Temperatuuroverstijging in de woning tegengaan [1]

TOjuli

Hieronder zijn de indicatieve meerkosten voor een woning van circa 60m2 per onderwerp weergegevens. Bij deze meerkosten is nog geen rekening gehouden met de baten en/of subsidies die van toepassing zijn per thema en juist kosten kunnen drukken. Peildatum 1 februari 2022. Onderwerp

Indicator

Brons

Zilver

Goud

Energie

BENG 1

-

€2.000

€2.330

BENG 3

€600

€1.190

€1.585

MPG

€13 per m2 bvo

€25 per m2 bvo

€60 per m2 bvo

incl. bijk.k. (25%),

incl. bijk.k. (25%),

incl. bijk.k. (25%),

excl. btw

excl. btw

excl. btw

Circulariteit

Duurzame mobiliteit

Laadpaalnorm

€1.500

€1.500

€1.500

Klimaatadaptatie

Geheel pakket

€1250-€2500 per

€1250-€2500 per

€1250-€2500 per

woning (excl.

woning (excl.

woning (excl.

kosten openbare

kosten openbare

kosten openbare

ruimte), OF

ruimte), OF

ruimte), OF

€90.000-€310.000

€90.000-€310.000

€90.000-€310.000

per hectare

per hectare

per hectare

(totale kosten incl.

(totale kosten incl.

(totale kosten incl.

vastgoed).

vastgoed).

vastgoed).

Deze bijlage geeft een overzicht van de indicatoren per onderwerp. Door alle nieuwbouwinitiatieven volgens dezelfde indicatoren te toetsen ontstaat er een level playing field binnen de ondertekenende provincies. De indicatoren zijn opgesteld volgens leidende principes en sturen op prestaties. In het vervolgtraject zal worden gewerkt aan de vertaling van deze prestatie-indicatoren naar mogelijke maatregelen. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de integraliteit tussen de thema’s. De doelen en indicatoren van het convenant zijn zo gekozen dat bestaande meetmethoden, normeringen en andere instrumenten goed bruikbaar blijven zodat plannen hieraan kunnen worden getoetst in ontwerp en realisatie. Voor een aantal van de indicatoren bestaan wettelijke eisen. Bijvoorbeeld voor de MPGscore en de BENG. Bovenop de wettelijke eisen stelt dit convenant op alle indicatoren een extra ambitie (brons, zilver of goud). De gevraagde ambitie kan per gemeente verschillen. De indicatoren en ambitieniveaus dienen als een instrument om de gevraagde ambitie per nieuwbouwproject door de gemeente zelf te toetsen. Het is daarom anders dan een certificering instrumenten zoals GPR Gebouw en BREEAM-NL waar externe experts voor nodig zijn.

Documenten zoals een materialenpaspoort worden aanbevolen om inzicht te verschaffen en kunnen als bewijslast dienen voor de indicatoren binnen het thema circulariteit. Voor een optimale kwaliteitsborging voldoen de indicatoren aan de volgende criteria: -

Alle genoemde indicatoren zijn herleidbaar op wet- en regelgeving, convenanten of best-practices;

-

Alle indicatoren zijn inhoudelijk getoetst door experts op juistheid en ambitieniveau.

-

Alle indicatoren zijn op haalbaarheid getoetst door de markt/overheden.

-

Alle indicatoren zijn getoetst op praktische uitvoerbaarheid door uitvoerende partijen.

-

Alle indicatoren kunnen indien nodig middels de jaarlijkse evaluatie worden aangepast naar voortschrijdend inzicht.

Doel Het uitgangspunt voor het thema energie is het klimaatakkoord [3]. Dit akkoord beschrijft het doel om in 2030 een CO2-reductie te hebben bereikt van 49% t.o.v. 1990. Dit doel wordt zeer waarschijnlijk, volgend op de Europese Klimaatwet, binnenkort aangescherpt tot een reductie van 55% in 2030 [4] [5]. In 2050 moet dit een reductie van 95% zijn.

De BENG-normen Op het gebied van energie is wettelijk relatief veel vastgelegd, met name in de BENGnormen [6]. BENG staat voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen. De drie BENG-normen zijn gebaseerd op de principes van Trias Energetica; beperk eerst de energiebehoefte, maak daarna maximaal gebruik van hernieuwbare energie en gebruik fossiele energie zo efficiënt mogelijk. De drie BENG-normen zijn:

De maximale energiebehoefte voor verwarming en koeling in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar; Het maximale primair fossiel energiegebruik in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar; Het minimale aandeel hernieuwbare energie in percentage van eigen energieverbruik. Naast de BENG-normen is er wettelijk een grenswaarde vastgesteld voor de temperatuur overschrijding in de woning (TOjuli).

Aanscherpen van BENG-normen Vanuit de Trias Energetica gedachte is het aanscherpen van BENG 1, het terugbrengen van de energiebehoefte, een interessante stap in het verduurzamen van een woning. In de praktijk pakt het sterk aanscherpen van BENG 1 echter niet zo uit. Zowel uit onderzoek (voor Lente-akkoord door W/E Adviseurs en Nieman RI) als uit ervaringen in de praktijk blijkt dat het sterk aanscherpen van de BENG 1 norm een averechts effect heeft [7]. Bij het aanscherpen van de BENG 1 norm zonder aanwezigheid van duurzame koeling kiezen bouwpartijen, om te kunnen voldoen aan de TOjuli grenswaarde, vaak voor actieve koeling met een luchtwarmtepomp. Deze installatie verhoogt het energieverbruik. Om vervolgens te kunnen voldoen aan de normen van BENG 2 en BENG 3 worden vaak extra zonnepanelen geplaatst. Dit resulteert onder aan de streep in een hogere CO2-uitstoot [8]. Vanwege het gebruik van meer materialen en installaties heeft het aanscherpen van de BENG 1 norm ook een negatief effect op de MPG-score. Vanwege deze redenen scherpen we BENG 1 alleen op ambitieniveau zilver (-5%) en goud (-10%) aan.

BENG 2 en BENG 3 zijn sterk met elkaar verbonden. Bij een woning met een hoog percentage duurzaam opgewekte energie wordt er direct minder gebruik gemaakt van energie uit fossiele bronnen. Deze redenering volgend stellen we in dit convenant wel een ambitie BENG 3 en niet op BENG 2. Kosten Er is een eerste grofmazige inschatting gemaakt van de benodigde investeringen om invulling te kunnen geven aan de indicatoren op de verschillende niveaus. Deze inschatting is gebaseerd op ervaringscijfers van verschillende gemeentes in Nederland op basis van een rondvraag hierover. Tegelijkertijd zijn er ook goede bekostigingsmogelijkheden. Voor de kosten die gemaakt worden om aan de ambities te voldoen is het mogelijk extra investeringsruimte op te nemen in een hypotheek. Beleggers kunnen gebruik maken van de groenprojecten regeling van RVO.

Doel Het uitgangspunt voor circulair bouwen is drieledig: Nederland Circulair in 2050. De Rijksoverheid heeft zich het doel gesteld dat Nederland in 2050 volledig circulair is. Subdoel is 50% minder primaire grondstoffen gebruiken in 2030 (mineralen, metalen en fossiel) [9]. Circulaire economie in de nieuwbouw moet leiden tot CO2-reductie. Het doel volgt daarin de gestelde doelen in het klimaatakkoord. Dit akkoord beschrijft het doel om in 2030 een CO2-reductie te hebben bereikt van 49% t.o.v. 1990. Dit doel wordt zeer waarschijnlijk, volgend op de Europese Klimaatwet, binnenkort aangescherpt tot een reductie van 55% in 2030 [4] [5]. In 2050 moet dit een reductie van 95% zijn. De ambitie zoals afgesproken in de City Deal Circulair en conceptueel bouwen. De ambitie is dat elk groot nieuwbouw- of transformatieproject (50+ woningen) dat wordt geïnitieerd, zo circulair en conceptueel1 mogelijk wordt gerealiseerd [10].

MPG-score De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is een indicator van de milieubelasting van de materialen in een gebouw. Een MPG-score is verplicht bij een omgevingsvergunning. Per 1 juli 2021 geldt een landelijke grenswaarde van maximaal 0,80 voor nieuwe woningen. Deze

1

Bij conceptueel bouwen is het de ambitie om de bouw van woningen zo veel mogelijk te automatiseren maar toch diversiteit in woningen te kunnen garanderen [10].

wordt de komende jaren stapsgewijs aangescherpt tot 0,50 in 2030. Op dit moment vindt er een verkenning plaats in hoeverre het sneller aanscherpen van de MPG-score mogelijk is (0,50 in 2025 en 0,20 in 2030) [11].

Het Nieuwe Normaal Verschillende (rijks)overheden en bouwbedrijven werken samen, in het kader van het landelijk Cirkelstad project Samen Versnellen, toe naar het presenteren van ‘Het Nieuwe Normaal’ voor circulair bouwen, in 2023. Dit wordt een ‘norm’ met haalbare en ambitieuze prestaties voor de gebouwde omgeving. Voor de indicatoren in dit convenant putten we uit deze normen. Op dit moment is de 0.2 versie beschikbaar, deze zal in de periode tot 2023 worden geactualiseerd [12]. In navolging van een actualisatie van Het Nieuwe Normaal kunnen de indicatoren in dit convenant ook worden geactualiseerd.

Materialenpaspoort

Op landelijk niveau wordt naar verwachting in 2022 een opzet voor een materialenpaspoort vastgesteld. Het is daarom een sterke aanbeveling om per project een materialenpaspoort op te stellen. Het paspoort kan dienen als ‘bewijslast’ voor de indicatoren binnen het thema circulariteit en kan gebruikt worden voor de evaluatie van het convenant.

Doel Het uitgangspunt voor het thema energie is het klimaatakkoord [3]. Dit akkoord beschrijft het doel om in 2030 een CO2-reductie te hebben bereikt van 49% t.o.v. 1990. Dit doel wordt zeer waarschijnlijk, volgend op de Europese Klimaatwet, binnenkort aangescherpt tot een reductie van 55% in 2030 [4] [5]. In 2050 moet dit een reductie van 95% zijn.

Subdoelen hierin zijn het verminderen van de reiskilometers, het overstappen naar elektrisch personenvervoer, het verminderen van het aantal autovoertuigen en het stimuleren van duurzame vormen van vervoer. Met deze doelen wordt ook de daling van stikstof door woonwijken bevorderd wat gunstig is voor de natuur. Uitstoot door fossiele brandstof is de voornaamste bron van stikstof.

Laadpalen

Bij woongebouwen met meer dan 10 parkeervakken op hetzelfde terrein, is het sinds maart 2020 landelijk verplicht om voor elk parkeervak leidinginfrastructuur (loze leidingen) aan te leggen voor de aanleg van laadpunten. Dit geldt voor nieuwe woongebouwen en voor bestaande woongebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd [14].

Bovenop deze wettelijke verplichting voor woongebouwen werkt dit convenant met zowel een laadpaalnorm voor publieke (bi-directionele) laadinfrastructuur als een norm voor eigen laadpunten bij woningen.

Parkeernorm aanscherpen Aanscherpen van de parkeernorm in een gebied biedt ruimte voor andere functies zoals groen of ontmoetingsruimte. Bij het aanscherpen van de parkeernorm dient rekening gehouden te worden met: -

Afstand tot OV-knooppunt;

-

Beschikbaarheid deelmobiliteitsconcepten

Doel Het uitgangspunt van het thema klimaatadaptatie is om de nieuwbouwprojecten zodanig te realiseren dat zij bestand zijn tegen uitdagingen op het gebied van wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Dit sluit aan op de afspraken zoals gemaakt in Intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw ([15]).

Regionale afspraken klimaatadaptief bouwen Door gemeentes, bouwers, ontwikkelaars en waterschappen afspraken gemaakt over het ‘klimaatrobuust’ maken van zowel nieuwbouw. Het gedeelte van deze eerder gemaakte afspraken dat van toepassing is op nieuwbouw is integraal overgenomen in dit convenant.

Ambitieniveaus De regionale afspraken voor klimaatadaptatie hebben prestatie-eisen als ondergrens gedefinieerd. De ondergrenzen op de subdoelen zijn in dit convenant overgenomen als bronzen prestatieafspraak. In de toekomst kan ook voor klimaatadaptatie een zilveren en gouden ambitie worden bepaal

Doel Natuurinclusief ontwikkelen is een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een bouwwerk, en de omliggende openbare ruimte, bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en algemene natuurwaarden. Natuurinclusief bouwen is daarmee gericht op het behoud, verbeteren en uitbreiden van biodiversiteit in de gebouwde omgeving door het creëren van geschikte habitats voor soorten en een ecosysteem gerichte benadering met daarin habitats voor soorten. Daarbij kan stad, buitengebied en natuurgebieden niet los van elkaar gezien worden. Het thema natuurinclusiviteit en biodiversiteit is daarom ook nauw verbonden met: Klimaatadaptatie. Een natuurinclusieve omgeving draagt bij aan het klimaatadaptieve vermogen door tegengaan van hittestress in de stad. Gezonde leefomgeving. Een groene omgeving in of nabij een wijk, utiliteitsgebouw of werkplek draagt bij aan het welzijn en ‘positieve gezond’ van mensen. Mensen voelen zich gezonder, hebben aantoonbaar minder stress en komen minder vaak bij de huisarts. Niet alleen vanwege frisse lucht, maar ook door de positieve werking van natuur. Duurzame mobiliteit en energie zorgen voor vermindering van uitstoot. Duurzame mobiliteit biedt bovendien meer ruimte voor groen en woningbouw.

Deze ruimte, langs nieuwe bebouwing, kan benut worden voor een ecologisch netwerk aan ecosystemen, waardoor soorten zich in de stad kunnen verspreiden en er meer genetische uitwisseling plaatsvindt en daarmee sterke sterkere populaties.

Doel Het uitganspunt van het thema gezonde leefomgeving is om gezonde woningen te realiseren met een prettig binnenklimaat en vrij van schadelijke stoffen. Het thema gezonde leefomgeving is nauw verbonden met andere thema’s.

Hitte Extreme, langdurige hitte vermindert het functioneren van mensen en kan schadelijk zijn voor de gezondheid. De indicator hitte bij het thema klimaatadaptatie stelt ambities voor de hoeveelheid schaduw, het aantal koele plekken, en de binnentemperatuur.

Biobased materialen Het

gebruik

van

biobased

materialen

als

bouwmaterialen

zorgt

vanwege

het

vochtregulerende vermogen in veel gevallen voor een gezonder binnenklimaat. De indicator voor biobased materialen bij het thema circulaire economie draagt dus ook bij aan een gezonde woning.

Groen Een groene omgeving in of nabij een wijk, utiliteitsgebouw of werkplek draagt bij aan het welzijn en ‘positieve gezond’ van mensen. Mensen voelen zich gezonder, hebben aantoonbaar minder stress en komen minder vaak bij de huisarts. Niet alleen vanwege frisse lucht, maar ook door de positieve werking van natuur.

In 2022 ligt de focus op het ondertekenen en uitvoeren van het convenant. Voor het realiseren van de in dit convenant beschreven ambities en het ondersteunen van de betrokken partijen, wordt er een leertraject opgesteld. Dit leertraject bestaat uit een aantal onderdelen:

Kennis en toepasbaarheid Om publieke en private partijen te ondersteunen in het gebruik van de het convenant en de toepassing van de verschillende ambities wordt een handreiking ontwikkeld. In deze handreiking worden de indicatoren zoals beschreven in het convenant vertaald in maatregelen. Het leertraject gaat ook in op de integraliteit tussen de verschillende thema’s en geeft inzicht hoe sommige maatregelen meerdere thema’s tegelijk kunnen bedienen. Ook wordt in deze handreiking opgenomen hoe om te gaan met privaat versus publiek bezit van grond, en hoe de realisatie van de ambities gemonitord kan worden. Daar waar diverse opdrachtgevende partijen tegen dezelfde vraagstukken aanlopen worden deze neergelegd in leerkringen of workshops die onderdeel zijn van het leertraject. Andere opdrachtgevende partijen die al meer ervaring hebben kunnen dan aangeven hoe zij dit doen en er kan in samenwerking met marktpartijen naar oplossingen gezocht worden.

Monitoring Het uitwerken van de evaluatie en monitoring wordt verder uitgewerkt. Daarin wordt onderzocht en vastgesteld hoe we de voortgang van de toepassing van dit convenant gaan monitoren. Hiervoor maken we o.a. gebruik van bestaande monitoringsmethodes. Het monitoren heeft als doel om te beoordelen of we de in dit convenant beschreven ambities behalen en wat er eventueel nodig is als blijkt dat dit niet lukt.

Inspireren en leren Voor het uitwisselen van kennis en het uitdiepen van diverse thema’s op het gebied van inhoud, proces of monitoring worden bijvoorbeeld inspiratiesessies en leerkringen georganiseerd voor zowel publieke als private partijen. Tijdens deze sessies komen vraagstukken aan bod en worden inspirerende voorbeelden gedeeld. Waar nodig worden er externe experts betrokken bij deze sessies. Naast een handreiking wordt bekeken welke ondersteuning voor deelnemende partijen gewenst is om de toepassing het convenant tot een succes te maken.

Communicatie Om meer zichtbaarheid te geven wat er in de Nederland gebeurt op het gebied van duurzaam bouwen wordt er een communicatiestrategie opgesteld om zowel binnen de regio als daarbuiten de laatste inzichten te delen en voorbeelden gedeeld van inspirerende projecten. Hiervoor wordt o.a. gebruik gemaakt van de bestaande overlegstructuren in de regio.

Dit convenant is tot stand gekomen met de input van diverse partijen. Er is in verschillende fases aan het convenant gewerkt. In de eerste fase is een 0-meting en haalbaarheidstoets gedaan door het organiseren van diverse bestuurlijke overleggen en interviews. Hieruit werd geconcludeerd dat er een duidelijke behoefte is aan een breed gedragen convenant. Tijdens de tweede fase, het opstellen van het convenant, is input opgehaald voor de inhoud ervan. Daarnaast zijn er diverse gesprekken gevoerd om het draagvlak voor het convenant te vergroten. De thema’s Om de verschillende aspecten van toekomstbestendige woningbouw terug te laten komen in het toetsingskader is gekozen om de indicatoren te formuleren aan de hand van de volgende zes thema’s. +

Energie

+

Circulaire economie

+

Klimaatadaptatie

+

Natuurinclusiviteit en biodiversiteit

+

Duurzame mobiliteit

+

Gezonde leefomgeving

Met de keuze voor deze zes thema’s sluit het convenant aan op de voor nieuwbouw relevante (maatschappelijke) transities zoals de energietransitie, grondstoffentransitie en speelt het in op de noodzaak voor een klimaatrobuuste, gezonde leefomgeving met duurzame mobiliteitsconcepten. Tabel 1 geeft een overzicht van de indicatoren per thema. Door alle nieuwbouwinitiatieven volgens dezelfde indicatoren te toetsen ontstaat er een level playing field binnen de ondertekende provincies Door het toetsen op indicatoren wordt er gestuurd op prestaties en niet op maatregelen.

Thema

Indicator

Energie

BENG

Toelichting 1:

maximale

energiebehoefte

voor

verwarming en koeling (in

Wettelijk verplicht [6]. Ambitie van gemeente Amsterdam als niveau ‘brons’ opgenomen [1]. Hogere eisen gesteld voor ‘zilver’ en ‘goud’.

kWh/m2/jaar) De BENG-eisen zijn pas sinds 1 januari 2021 BENG aandeel

3:

minimaal hernieuwbare

wettelijk verplicht, er valt daarom nog veel over te leren over de toepassing in de praktijk.

energie (in %) De BENG-eisen, en de TOjuli-eis, zijn sterk met elkaar

verbonden.

Een

generieke

aanscherping van een eis op de ene indicator kan het moeilijk (soms onmogelijk) maken de eis op een andere indicator te behalen [10].

Circulaire

MilieuPrestatie

Een MPG-berekening is bij elke aanvraag voor

economie

Gebouwen (MPG)

een omgevingsvergunning verplicht [11]. De MPG-score is een versimpelde weergave van de Life Cycle Analysis van de materialen in een gebouw. Alle milieueffecten van een gebouw worden uitgedrukt in een CO2equivalent. De waarde wordt uitgedrukt in euro’s maatschappelijke kosten [12]. De indicatoren voor circulaire economie en de waardes van deze indicator voor ‘brons’, ‘zilver’ en ‘goud’ volgen Het Nieuwe Normaal voor circulair bouwen van o.a. Cirkelstad [13] [2].

Circulaire

Massapercentage

(%)

De minimale massapercentages van 30%-55%

economie

van grondstoffen is non-

hernieuwbare grondstoffen zijn in lijn met de

virgin

ambitie

van

de

MRA

om

20%

van

de

woningbouw in 2025 middels houtbouw te realiseren [9]. De indicatoren voor circulaire economie en de waardes van deze indicator voor ‘brons’, ‘zilver’ en ‘goud’ volgen Het Nieuwe Normaal voor circulair bouwen van o.a. Cirkelstad [13] [2]. Circulaire

End-of-use minimaal %

De indicatoren voor circulaire economie en de

economie

van

waardes van deze indicator voor ‘brons’, ‘zilver’

de

materialen

a)

hergebruikt

(R3)

en ‘goud’ volgen Het Nieuwe Normaal voor

b)

gerecycled

(R5)

circulair bouwen van o.a. Cirkelstad [13] [2].

c)

verbrand (R6)

[14] Duurzame

Parkeernorm

Het stellen van ambities en het scoren op de

mobiliteit

(plaats/woning) in relatie

indicatoren bij het thema duurzame mobiliteit

tot

is sterk locatieafhankelijk.

afstand

tot

OV-

knooppunt. Voor de indicator parkeernorm is gekozen om als

ambitieniveaus

te

kiezen

voor

een

aanscherping van de parkeernorm. Duurzame

Laadpaalnorm

Het stellen van ambities en het scoren op de

mobiliteit

(laadpaal/elektrische

indicatoren bij het thema duurzame mobiliteit

auto)

is sterk locatieafhankelijk. Voor de indicator laadpaalnorm is gekozen om bi-directioneel laden i.c.m. een reactief beleid als ondergrens te kiezen. Naar mate het beleid meer reactief, of meer op de groei wordt uitgevoerd, lopen de ambitieniveaus op.

Duurzame

Loop- en fietsroutes

Het stellen van ambities en het scoren op de

mobiliteit

indicatoren bij het thema duurzame mobiliteit is sterk locatieafhankelijk. De ambitieniveaus gekozen voor de indicator loop- en fietsroutes volgen de Leidraad duurzame gebiedsontwikkeling Almere. [3]

Duurzame

Deelmobilitieit

Het stellen van ambities en het scoren op de

mobiliteit

indicatoren bij het thema duurzame mobiliteit is sterk locatieafhankelijk. Voor de indicator deelmobiliteit is gekozen om het

stimuleren

ondergrens

te

van

deelmobiliteit

kiezen.

Naar

mate

als er

deelmobiliteitsconcepten voor meer procent van de bewoners wordt geëist, lopen de ambitieniveaus op. Klimaatadaptatie

a)

- Wateroverlast

privaatterrein

de

b) Natuurlijke afwatering

klimaatbestendige

c) Waterdiepte

basisveiligheidsniveau zal gelden als bronzen

d) Waterneutraal

ondergrens.

Klimaatadaptatie

a)

De indicatoren voor klimaatadaptatie volgen

- Droogte

inrichting

de

b) Bodemdaling

klimaatbestendige

c) Vitale en kwetsbare

basisveiligheidsniveau zal gelden als bronzen

functies

ondergrens.

Klimaatadaptatie

a) Schaduw

De indicatoren voor klimaatadaptatie volgen

– Hitte

b) Koele plekken c)

Waterberging

Droogtebestendige

Horizontale

De indicatoren voor klimaatadaptatie volgen

de en

basisveiligheidsniveaus nieuwbouw

voor [4].

basisveiligheidsniveaus nieuwbouw

voor [4].

basisveiligheidsniveaus

klimaatbestendige

nieuwbouw

Het

Het

voor [4].

Het

verticale oppervlakten

basisveiligheidsniveau zal gelden als bronzen

d) Vitale en kwetsbare

ondergrens.

functies e) Binnentemperatuur Klimaatadaptatie

a) Schade voorkomen

De indicatoren voor klimaatadaptatie volgen

– Overstromings-

b) Schadebeperking

de

risico

c) Schuilen en evacueren

klimaatbestendige

basisveiligheidsniveaus nieuwbouw

voor [4].

Het

basisveiligheidsniveau zal gelden als bronzen ondergrens. Natuurinclusiviteit

a) Ecologische

De indicatoren voor natuurinclusiviteit en

en biodiversiteit

b)

biodiversiteit

Groenblauwe

volgen

structuren

basisveiligheidsniveaus

c) Habitat

klimaatbestendige

nieuwbouw

de voor [4].

Het

basisveiligheidsniveau zal gelden als bronzen ondergrens.

Het

aanscherpen

van

de

ondergrens

leidt

tot

de

hogere

ambitieniveaus. Gezonde

%

van

leefomgeving

materialen giftige

de

toegepaste

Deze indicator en de waardes van deze

is

vrij

van

indicator voor ‘brons’, ‘zilver’ en ‘goud’ volgen

stoffen

van

de

Het Nieuwe Normaal voor circulair bouwen van

'Banned list of Chemical

o.a. Cirkelstad [13] [2].

C2C Certified CM Product Standard V3.0'. Gezonde

TOjuli

leefomgeving

De TOjuli eis is gelinkt aan de BENG-eisen en ook wettelijk verplicht [6]. De eis is gericht op het tegengaan van het overstijgen van een maximumtemperatuur in de woning. Het aanscherpen van de TOjuli-eis wordt niet door iedereen aangeraden. Een aangescherpte TOjuli eis resulteert over het algemeen in een verhoging van de BENG 1 en BENG 2 waarde [10] [16].

Tabel 1 overzicht van alle indicatoren

Toetsingskader i.r.t. bestaande methodes en instrumenten Voor een aantal van de indicatoren bestaan wettelijke eisen. Bijvoorbeeld voor de MPGscore en de BENG en TOjuli eisen. Bovenop de wettelijke eisen vragen ondertekende overheden, corporaties en marktpartijen op alle indicatoren een extra ambitie (brons, zilver of goud). De gevraagde ambitie kan per gemeente en per project verschillen. Het toetsingskader dient als een instrument om de gevraagde ambitie per nieuwbouwproject door de gemeente zelf te toetsen. Het is daarom anders dan certificeringsinstrumenten zoals GPR Gebouw en BREEAM-NL waar externe experts voor nodig zijn. Documenten zoals een materialenpaspoort zijn nuttig om inzicht te verschaffen en kunnen als bewijslast dienen voor de criteria onder het thema circulariteit.

[1] G. Amsterdam, „Notitie Advies BENG + normering Amsterdam,” Amsterdam, 2020. [2] Cirkelstad, „Het Nieuwe Normaal 0.2 - Samen Versnellen,” 2021. [3] G. Almere, „Leidraad duurzame gebiedsontwikkeling Almere,” Gemeente Almere, 2021. [4] M. A. (MRA), „BASISVEILIGHEIDSNIVEAU KLIMAATBESTENDIGE NIEUWBOUW 3.0,” MRA, 2021. [5] „Klimaatakkoord,” Ministerie Economische Zaken en Klimaat, Den Haag, 2019. [6] RVO, „Energieprestatie - BENG,” [Online]. Available: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-enregels/nieuwbouw/energieprestatie-beng. [Geopend 06 08 2021].

[7] A. E. Board, „Aanpak grondstoffentransitie,” [Online]. Available: https://amsterdameconomicboard.com/aanpak-grondstoffentransitie. [Geopend 17 08 2021].

[8] Rijksoverheid, „Nederland circulair in 2050,” [Online]. Available: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-economie/nederland-circulair-in-2050. [Geopend 31 08 2021].

[9] P.-p. s. h. MRA, „De Houtbouw Revolutie,” MRA, 2021. [10] L. Akkoord, „Scherpere eis voor BENG 1 heeft wisselende effecten,” Zeer Energiezuinige Nieuwbouw, 2021.

[11] RVO, „MilieuPrestatie Gebouwen - MPG,” [Online]. Available: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-enregels/nieuwbouw/milieuprestatie-gebouwen. [Geopend 10 08 2021].

[12] S. N. MILIEUDATABASE, „Inkopen met de milieuprestatie gebouwen (MPG),” 2020. [13] Cirkelstad, „Samen Versnellen: ‘het nieuwe normaal’,” [Online]. Available: https://www.cirkelstad.nl/project/samen-versnellen/. [Geopend 10 08 2021].

[14] R. v. O. N. (RVO), „R-Ladder - strategieën van circulariteit,” RVO, [Online]. Available: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/circulaire-economie/r-ladder. [Geopend 31 08 2021].

[15] A. Concepts, „Circular Buildings - Meetmethodiek Losmaakbaarheid,” DGBC Programma Circulariteit, 2019.

[16] N. RI, „Onderzoek aanscherpingsmogelijkheden BENG-eisen,” Lente Akkoord, 2021. [17] M. v. B. Z. e. Koninkrijksrelaties, „Beantwoording Kamervragen 22e tranche Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet,” 2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14159939/1