Bijlage a Was-wordt beleidsregels Rhenen
Tekst van het document
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 2. Wanneer het college als gevolg van het onderzoek besluit tot wijziging of handhaving van de eerder opgelegde betalingsverplichting, wordt belanghebbende hiervan bij beschikking in kennis gesteld. 3. In het geval van een gewijzigde betalingsverplichting wordt deze opgelegd met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op die van de beschikking. Artikel 13. Verzoek tot wijziging van een betalingsverplichting door belanghebbende 1. Belanghebbende kan een schriftelijk verzoek doen, onder bijvoeging van zijn financiële en andere relevante gegevens met bijbehorende afschriften van bewijsstukken, tot: a. wijziging van de eerder vastgestelde betalingsverplichting; b. tijdelijk uitstel van de opgelegde betalingsverplichting, omdat de belanghebbende meent de eerder vastgestelde periodieke betalingsverplichting niet te kunnen voldoen. 2. Na ontvangst van dit verzoek neemt het college een besluit en deelt dit aan belanghebbende mee. 3. Het verzoek tot wijziging van de betalingsverplichting schort de lopende verplichting niet op tenzij er sprake is van dringende redenen. Artikel 14.
Niet of niet meer voldoen aan de betalingsverplichting Indien de belanghebbende niet bereid is tot het treffen van een betalingsregeling of een eerder opgelegde betalingsregeling niet meer nakomt, wordt belanghebbende tenminste
Geen
Geen
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet belanghebbende tenminste eenmaal schriftelijk aangemaand. Als belanghebbende dan nog niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet wordt een dwangbevel, als bedoeld in artikel 4:114 Awb afgegeven. Artikel 15. Afzien van (verdere) invordering 1. Het college streeft er naar om de teruggevorderde en de op derden verhaalde kosten optimaal in te vorderen, voor zover zich daar geen andere wettelijke regeling tegen verzet. 2. Het college kan besluiten af te zien van (verdere) invordering indien de belanghebbende: a. Gedurende tien jaar volledig aan zijn betaalverplichtingen heeft voldaan; b. gedurende tien jaar weliswaar niet volledig aan zijn betaalverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog uit eigener beweging heeft betaald; c. gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; d. een bedrag van tenminste 50% van de restsom ineens voldoet; dan wel e. een beroep doet op de aanwezigheid van dringende redenen en dit beroep door het college is gehonoreerd. 3. De termijn genoemd onder het tweede lid onderdeel a bedraagt drie jaar indien de vordering een lening betreft voor duurzame gebruiksgoederen. Pagina 26 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 eenmaal schriftelijk aangemaand. Als belanghebbende dan nog niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet wordt een dwangbevel, als bedoeld in artikel 4:114 Awb afgegeven Artikel 15. Afzien van (verdere) invordering 1. Het college streeft er naar om de teruggevorderde en de op derden verhaalde kosten optimaal in te vorderen, voor zover zich daar geen andere wettelijke regeling tegen verzet. 2. Het college kan besluiten af te zien van (verdere) invordering indien de belanghebbende: a. Gedurende tien jaar volledig aan zijn betaalverplichtingen heeft voldaan; b. gedurende tien jaar weliswaar niet volledig aan zijn betaalverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog uit eigener beweging heeft betaald; c. gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; d. een bedrag van tenminste 50% van de restsom ineens voldoet; dan wel e. een beroep doet op de aanwezigheid van dringende redenen en dit beroep door het college is gehonoreerd. 3. De termijnen genoemd in lid 2 a en b bedraagt 5 jaar indien het een vordering betreft niet zijnde een schending van de Inlichtingenplicht.
Inhoudelijk Reden: Geeft de mogelijkheid om een vordering eerder te kunnen kwijtschelden wanneer het niet gaat om schending van de inlichtingenplicht
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 4. In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, d en e slechts genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht. Tot toepassing van het tweede lid, aanhef en onderdeel c wordt uitsluitend ambtshalve besloten. 5. Het college ziet af van (verdere) invordering wanneer er zwaarwegende omstandigheden zijn in het belang van de gemeente zelf en het geen fraudevordering betreft die ontstaan is na 1 januari 2013.
Artikel 16. Uitzonderingen 1. Artikel 16, tweede tot en met vierde lid is niet van toepassing ten aanzien van vorderingen die: a. het gevolg zijn van schending van de inlichtingenplicht dan wel b. door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden. 2. Het op basis van artikel 16 genomen besluit tot (gedeeltelijk) afzien van (verdere) invordering wordt ingetrokken, indien op een later tijdstip blijkt dat Pagina 27 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 4. De termijn genoemd onder het tweede lid onderdeel a bedraagt drie jaar indien de vordering een lening betreft voor duurzame gebruiksgoederen. 5. In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, d en e slechts genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht. Tot toepassing van het tweede lid, aanhef en onderdeel c wordt uitsluitend ambtshalve besloten. 6. De termijn genoemd onder het tweede lid onderdeel a, b, c bedraagt 20 jaar indien het een vordering betreft waarbij een boete is opgelegd die uitgaat van opzet en grove schuld. 7. Het college ziet af van (verdere) invordering wanneer er zwaarwegende omstandigheden zijn in het belang van de gemeente zelf en het geen fraudevordering betreft die ontstaan is na 1 januari 2013. Artikel 16. Uitzonderingen 1. Artikel 15, tweede tot en met vierde lid is niet van toepassing ten aanzien van vorderingen die door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden. 2.
Het op basis van artikel 15 genomen besluit tot (gedeeltelijk) afzien van (verdere) invordering wordt ingetrokken, indien op een later tijdstip blijkt dat belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. Nieuw artikel. Artikelen hierna wordt omgenummerd
Artikel 17. Afzien van (verdere) invordering wegens schuldenproblematiek 1. Het college verleent medewerking aan een schuldhulpverleningstraject indien: a. redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; en/of b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en c. de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
Pagina 28 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.
Artikel 17. Kwijtschelding in bijzondere gevallen 1. Een debiteur kan, op diens verzoek kwijtschelding worden verleend, als: a. hij door het aanvaarden van werkaanvaarding 3 opeenvolgende jaren niet afhankelijk is geweest van een uitkering; en b. hij in die periode naar draagkracht heeft afgelost. 2. Dit artikel geldt niet voor vorderingen waarbij sprake is van schending van de Inlichtingenplicht.
Inhoudelijk
Artikel 18. Afzien van (verdere) invordering wegens schuldenproblematiek 1. Het college verleent medewerking aan een schuldhulpverleningstraject indien: a. redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en c. de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
Inhoudelijk
Reden: Biedt de mogelijkheid om vorderingen eerder kwijt te kunnen schelden wanneer iemand uitstroomt naar werk
Reden: Biedt de mogelijkheid om eerder een MSNP of WSNP traject in te kunnen gaan. Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de vordering wordt gedekt door pand of hypotheekop een goed of goederen, behoudens voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden. 3. Het besluit om mee te werken aan een schuldhulpverleningstraject wordt ingetrokken indien: a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid; b. de belanghebbende zijn schuld niet zoals afgesproken in de schuldregeling voldoet; dan wel c. de belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. 4. Het college verleent, op grond van artikel 60c Participatiewet en artikel 29a van de Ioaw en Ioaz geen medewerking aan een schuldregeling indien: a. de vordering na 1 januari 2013 is ontstaan door het niet of niet behoorlijk nakomen van deinlichtingenplicht en b. hiervoor een boete is opgelegd en c. medewerking aan een schuldregeling leidt tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van deze vorderingen, of d. door het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht aangifte is gedaan op grond van het wetboek van strafrecht en e.
medewerking aan een schuldregeling leidt tot gehele Pagina 29 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, behoudens voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden. 3. Het besluit om mee te werken aan een schuldhulpverleningstraject wordt ingetrokken indien: a. niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid; b. de belanghebbende zijn schuld niet zoals afgesproken in de schuldregeling voldoet; c. dan wel de belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. 4. Het college verleent, op grond van artikel 60c Pw en artikel 29a van de IOAW en IOAZ geen medewerking aan een schuldregeling indien: a. de vordering na korter dan vijf jaar geleden is ontstaan door het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht; b. hiervoor een boete is opgelegd; c. medewerking aan een schuldregeling leidt tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van deze vorderingen; d. door het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht aangifte is gedaan op grond van het wetboek van strafrecht; en
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet of gedeeltelijke kwijtschelding van de vorderingen.
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 e. medewerking aan een schuldregeling leidt tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de vorderingen.
Artikel 18. Verhaal 1. Het college verhaalt de kosten van bijstand met inachtneming van de wettelijke bepalingen en hetgeen hierover in deze regeling staat vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid ziet het college af van (verder) verhaal, indien: a. het op te leggen verhaalsbedrag lager is dan € 45,00 per maand. b. sprake is van een schenking of een nalatenschap van minder dan € 1.500,-c. hiertoe een dringende reden aanwezig is; d. er zwaarwegende omstandigheden zijn in het belang van de gemeente zelf.
Artikel 19. Verhaal 1. Het college verhaalt de kosten van bijstand met inachtneming van de wettelijke bepalingen en hetgeen hierover in deze regeling staat vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid ziet het college af van (verder) verhaal, indien: a. het op te leggen verhaalsbedrag lager is dan € 45,00 per maand; b. sprake is van een schenking of een nalatenschap van minder dan € 1.500,--; c. hiertoe een dringende reden aanwezig is; d. er zwaarwegende omstandigheden zijn in het belang van de gemeente zelf.
Geen
Artikel 19. Nihilbeding Als echtgenoten of gewezen echtgenoten onderling hebben bepaald dat na echtscheiding (of scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk) de één tegenover de ander in het geheel geen alimentatie verschuldigd is, kan het college toch de kosten van bijstand op de onderhoudsplichtige verhalen. Artikel 20. In acht te nemen maatstaven Bij de beoordeling van het bestaan van het verhaalsrecht bedoeld in artikel 159 a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 62 en de beoordeling van het te verhalen bedrag wordt rekening gehouden met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die van belang zijn in het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag of, en zo
Artikel 20. Nihilbeding Als echtgenoten of gewezen echtgenoten onderling hebben bepaald dat na echtscheiding (of scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk) de één tegenover de ander in het geheel geen alimentatie verschuldigd is, kan het college toch de kosten van bijstand op de onderhoudsplichtige verhalen. Artikel 21. In acht te nemen maatstaven Bij de beoordeling van het bestaan van het verhaalsrecht bedoeld in artikel 159 a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 62 en de beoordeling van het te verhalen bedrag wordt rekening gehouden met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die van belang zijn in het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag of, en zo
Geen
Pagina 30 van 47
Geen
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet ja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, zou moeten worden toegekend. De eventuele berekening van de op te leggen verhaalsbijdrage vindt plaats aan de hand van de Tremanormen. Artikel 21. Verhaal bij aanwezigheid van een rechterlijke uitspraak 1. Indien degene op wie wordt verhaald een bij rechterlijke uitspraak, op grond van boek I van het Burgerlijk Wetboek, vastgesteld bedrag niet voldoet, wordt verhaald in overeenstemming met deze uitspraak. 2. Het besluit tot verhaal overeenkomstig de rechterlijke uitspraak wordt in dat geval bij brief medegedeeld aan degene op wie wordt verhaald, met de aanmaning het verschuldigde bedrag binnen dertig dagen na verzending van de brief te voldoen. 3. Degene op wie wordt verhaald kan binnen de termijn waarbinnen betaling moet plaatsvinden tegen het besluit tot verhaal in verzet komen door het indienen van een verzoekschrift aan de rechtbank. Indien tijdig verzet is gedaan, wordt de invordering pas voortgezet zodra het verzet is ingetrokken of ongegrond is verklaard. 4. Het college is bevoegd, met uitsluiting van degene die de bijstand ontvangt, het verschuldigde bij dwangbevel in te vorderen.
Pagina 31 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 ja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, zou moeten worden toegekend. De eventuele berekening van de op te leggen verhaalsbijdrage vindt plaats aan de hand van de Tremanormen. Artikel 22. Verhaal bij aanwezigheid van een rechterlijke uitspraak 1. Indien degene op wie wordt verhaald een bij rechterlijke uitspraak, op grond van boek I van het Burgerlijk Wetboek, vastgesteld bedrag niet voldoet, wordt verhaald in overeenstemming met deze uitspraak 2. Het besluit tot verhaal overeenkomstig de rechterlijke uitspraak wordt in dat geval bij brief medegedeeld aan degene op wie wordt verhaald, met de aanmaning het verschuldigde bedrag binnen dertig dagen na verzending van de brief te voldoen. 3. Degene op wie wordt verhaald kan binnen de termijn waarbinnen betaling moet plaatsvinden tegen het besluit tot verhaal in verzet komen door het indienen van een verzoekschrift aan de rechtbank. Indien tijdig verzet is gedaan, wordt de invordering pas voortgezet zodra het verzet is ingetrokken of ongegrond is verklaard. 4. Het college is bevoegd, met uitsluiting van degene die de bijstand ontvangt, het verschuldigde bij dwangbevel in te vorderen.
Geen
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet Artikel 22. Rechterlijke uitspraak bij verhuizing naar andere gemeente (artikel 62c PW) 1. Indien degene die bijstand ontvangt of heeft ontvangen en ten aanzien van wie door de rechter een verhaalsbedrag is vastgesteld, zijn woonadres verplaatst naar een andere gemeente en daar bijstand ontvangt of heeft ontvangen, gaat de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak op de andere gemeente over. 2. De vertrekgemeente blijft bevoegd tot tenuitvoerlegging voor zover het gaat om betalingsachterstanden met betrekking tot verhaal van bijstand die door de gemeente is verleend.
Artikel 23. Ingangsdatum verhaal De ingangsdatum van de te verhalen onderhoudsbijdrage is de eerste van de maand volgend op die waarin het verhaalsbesluit is genomen.
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 Artikel 23. Rechterlijke uitspraak bij verhuizing naar andere gemeente (artikel 62c PW) 1. Indien degene die bijstand ontvangt of heeft ontvangen en ten aanzien van wie door de rechter een verhaalsbedrag is vastgesteld, zijn woonadres verplaatst naar een andere gemeente en daar bijstand ontvangt of heeft ontvangen, gaat de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak op de andere gemeente over. 2. De vertrekgemeente blijft bevoegd tot tenuitvoerlegging voor zover het gaat om betalingsachterstanden met betrekking tot verhaal van bijstand die door de gemeente is verleend. Artikel 24. Ingangsdatum verhaal De ingangsdatum van de te verhalen onderhoudsbijdrage is de eerste van de maand volgend op die waarin het verhaalsbesluit is genomen.
Artikel 24. Heronderzoek naar wijziging verhaalsbijdrage 1. Als uit een signaal van het inlichtingenbureau blijkt dat het bruto-inkomen van de onderhoudsplichtige met tenminste € 300,00 per maand is gewijzigd wordt een onderzoek verricht naar een mogelijke wijziging van de verhaalsbijdrage. 2. De berekening van de verhaalsbijdrage vindt plaats aan de hand van de Tremanormen. Artikel 25. Verhaal in rechte 1. Indien de belanghebbende niet uit eigen beweging bereid is de verlangde gelden aan de gemeente te betalen dan wel
Artikel 25. Heronderzoek naar wijziging verhaalsbijdrage 1. Als uit een signaal van het inlichtingenbureau blijkt dat het bruto-inkomen van de onderhoudsplichtige met tenminste € 300,00 per maand is gewijzigd wordt een onderzoek verricht naar een mogelijke wijziging van de verhaalsbijdrage. 2. De berekening van de verhaalsbijdrage vindt plaats aan de hand van de Tremanormen. Artikel 26. Verhaal in rechte 1. Indien de belanghebbende niet uit eigen beweging bereid is de verlangde gelden aan de gemeente te betalen dan wel
Pagina 32 van 47
Geen
Geen
Geen
Geen
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet niet of niet tijdig tot betaling daarvan overgaat, besluit het college tot verhaal in rechte. 2. Het college kan om redenen van doelmatigheid geheel of gedeeltelijk afzien van verhaal in rechte. Artikel 26. Kwijtschelding wegens schuldenproblematiek 1. Het college kan op verzoek van degene op wie wordt verhaald besluiten (gedeeltelijk) af te zien van verhaal van kosten van bijstand, voor zover het betreft verschuldigde verhaalsbedragen die op het moment van het besluit opeisbaar zijn, indien: a. redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; en/of, b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en c. de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. 2. Het besluit tot het (gedeeltelijk) afzien van invordering van de opgelegde verhaalsbijdrage treedt niet in werking voordat een schuldregeling tot stand is gekomen. 3. Het besluit tot afzien van invordering van een verhaalsbijdrage wordt ingetrokken of ten nadele van belanghebbende gewijzigd indien:
Pagina 33 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 niet of niet tijdig tot betaling daarvan overgaat, besluit het college tot verhaal in rechte. 2. Het college kan om redenen van doelmatigheid geheel of gedeeltelijk afzien van verhaal in rechte. Artikel 27. Kwijtschelding wegens schuldenproblematiek 1. Het college kan op verzoek van degene op wie wordt verhaald besluiten (gedeeltelijk) af te zien van verhaal van kosten van bijstand, voor zover het betreft verschuldigde verhaalsbedragen die op het moment van het besluit opeisbaar zijn, indien: a. redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; en/of, b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; en c. de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. 2. Het besluit tot het (gedeeltelijk) afzien van invordering van de opgelegde verhaalsbijdrage treedt niet in werking voordat een schuldregeling tot stand is gekomen. 3. Het besluit tot afzien van invordering van een verhaalsbijdrage wordt ingetrokken of ten nadele van belanghebbende gewijzigd indien:
Geen
Huidige tekst (was) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet a. binnen twaalf maanden geen schuldregeling tot stand is gekomen; b. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. Nieuw artikel
Artikel 27. Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de dag van bekendmaking en werkt terug tot en met1 september 2017.
Artikel 28. Citeertitel Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Beleidsregel terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, Ioaw en Ioaz gemeente Rhenen 2017”.
Pagina 34 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels Terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet 2022 a. binnen twaalf maanden geen schuldregeling tot stand is gekomen; b. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. Artikel 28. Intrekking oude regeling De Beleidsregel terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, loaw en loaz gemeente Rhenen 2017 vastgesteld door het college op 12 december 2017, wordt ingetrokken. Artikel 29. Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag van de vierde maand volgend op de besluitvorming over dezelfde beleidsregels door de gemeenten Rhenen en Renswoude. Artikel 30. Citeertitel Deze beleidsregel kan wordt aangehaald als: Beleidsregel terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ Rhenen
Technisch Reden: Actualisatie van de tekst
Technisch Reden: Actualisatie van de tekst
Technisch Reden: Actualisatie van de tekst
– Was-wordt tabel – vervanging Beleidsregel scholingsplicht gemeente Rhenen Huidige tekst (was) Beleidsregel scholingsplicht gemeente Rhenen Artikel 1. Begripsomschrijvingen Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Reintegratieverordening van de gemeente Rhenen. a. College: Het college van burgemeester en wethouders b. Jongere: Jongeren tussen de 18 en 27 jaar die een WWB-uitkering aanvraagt of ontvangt. c. Scholingsplicht: De plicht om scholing te volgen in uit ’s rijkskas bekostigd onderwijs als deze mogelijkheid nog bestaat en men (nog) niet kan voorzien in een eigen inkomen d. Startkwalificatie: Een afgeronde opleiding op HAVO, VWO of MBO 2 niveau e. Wet: Wet Werk en Bijstand Artikel 2. Doelgroep Jongeren woonachtig in Rhenen die zich bij het UWV melden voor een WWB-uitkering en Bijstandsgerechtigden onder de 27 jaar die mogelijkheden hebben tot het gebruikmaken van Studiefinanciering als voorliggende voorziening. Artikel 3. Uitvoeren scholingsplicht 1. Uitgangspunt van de gemeente Rhenen is dat jongeren onder de 27 jaar werken of een opleiding volgen.
Pagina 35 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels scholingsplicht gemeente Rhenen 2022 Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders b. jongere: jongere tussen de 18 en 27 jaar die een uitkering aanvraagt of ontvangt; c. scholingsplicht: de plicht om scholing te volgen in uit ’s rijkskas bekostigd onderwijs als deze mogelijkheid nog bestaat en men (nog) niet kan voorzien in een eigen inkomen; d. startkwalificatie: een afgeronde opleiding op HAVO, VWO of MBO 2 niveau
Reden Technisch Reden: Verbeterde formulering Verplaatsen van begrippen
Artikel 2. Doelgroep Jongeren woonachtig in Rhenen die zich bij het UWV melden voor een uitkering en bijstandsgerechtigden onder de 27 jaar die mogelijkheden hebben tot het gebruikmaken van Studiefinanciering als voorliggende voorziening.
Technisch
Artikel 3. Uitvoeren scholingsplicht 1. Uitgangspunt van de gemeente Rhenen is dat jongeren onder de 27 jaar werken of een opleiding volgen. 2. Als een jongere mogelijkheden heeft tot het
Technisch
Reden: Verbeterde formulering
Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Beleidsregel scholingsplicht gemeente Rhenen 2. Als een jongere mogelijkheden heeft tot het volgen van uit ’s rijkskas bekostigd onderwijs en aanspraak kan maken op studiefinanciering, zal de gemeente betrokkene het recht op een uitkering ontzeggen op grond van artikel 13 van de Wet. Artikel 4. Besluit In het besluit tot opleggen van de scholingsplicht, wordt in ieder geval vermeld: 1. de reden van de verplichting overeenkomstig artikel 3 van deze beleidsregel; 2. de gevolgen bij niet nakomen van de scholingsplicht; 3. de termijn waarin aan de scholingsplicht moet worden voldaan. Deze termijn is mede afhankelijk van de eerst mogelijke startdatum van te volgen opleiding en daarmee het ontstaan van het recht op studiefinanciering. Artikel 5. Uitwerking voor bestaande klanten uit bestand: 1. Het recht op uitkering wordt ingetrokken als een jongere: a. geen startkwalificatie heeft en aanspraak kan maken op studiefinanciering; b. wel een startkwalificatie heeft, maar met doorleren de kans op inschakeling arbeidsmarktaanzienlijk vergroot; c. uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen zonder studiefinanciering (BBL) en dit niet doet; d. verwijtbaar de scholingsplicht niet nakomt. 2. Het recht op uitkering wordt voortgezet als een jongere: a. een startkwalificatie heeft en geen mogelijkheid heeft een vervolgstudie af te ronden Pagina 36 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels scholingsplicht gemeente Rhenen 2022 volgen van uit ’s rijkklas bekostigd onderwijs en aanspraak kan maken op studiefinanciering, zal de gemeente betrokkene het recht op een uitkering ontzeggen op grond van artikel 13 van de Pw.
Reden
Artikel 4. Besluit In het besluit tot het opleggen van de scholingsplicht, wordt in ieder geval vermeld: a. de reden van de verplichting; b. de gevolgen bij niet nakomen van de scholingsplicht; c. de termijn waarin aan de scholingsplicht moet worden voldaan. Deze termijn is mede afhankelijk van de eerst mogelijke startdatum van te volgen opleiding en daarmee het ontstaan van het recht op studiefinanciering.
Technisch
Artikel 5. Uitwerking voor bestaande klanten uit bestand 1. Het recht op uitkering wordt ingetrokken als een jongere: a. geen startkwalificatie heeft en aanspraak kan maken op studiefinanciering; b. wel een startkwalificatie heeft, maar met doorleren de kans op inschakeling arbeidsmarkt aanzienlijk vergroot; c. uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen zonder studiefinanciering (BBL) en dit niet doet; d. verwijtbaar de scholingsplicht niet nakomt.
Geen
Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Beleidsregel scholingsplicht gemeente Rhenen binnen de periode waarop hij/zij aanspraak kan maken op studiefinanciering; b. geen startkwalificatie heeft, aanspraak kan maken op studiefinanciering, maar bewijs kan overleggen dat hij/zij op medische gronden niet in staat is onderwijs te volgen; c. geen startkwalificatie heeft, maar vanwege aantoonbare beperkte leerbaarheid niet gevraagd kan worden deel te nemen aan onderwijs; d. geen startkwalificatie heeft, maar vanwege persoonlijke omstandigheden niet gevraagd kan worden deel te nemen aan onderwijs.
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels scholingsplicht gemeente Rhenen 2022 2. Het recht op uitkering wordt voortgezet als een jongere: a. een startkwalificatie heeft en geen mogelijkheid heeft een vervolgstudie af te ronden binnen de periode waarop hij/zij aanspraak kan maken op studiefinanciering; b. geen startkwalificatie heeft, aanspraak kan maken op studiefinanciering, maar bewijs kan overleggen dat hij/zij op medische gronden niet in staat is onderwijs te volgen; c. geen startkwalificatie heeft, maar vanwege aantoonbare beperkte leerbaarheid niet gevraagd kan worden deel te nemen aan onderwijs; d. geen startkwalificatie heeft, maar vanwege persoonlijke omstandigheden niet gevraagd kan worden deel te nemen aan onderwijs.
Artikel 6. Uitwerking voor jongeren die zich melden: 1. Er wordt geen recht op uitkering toegekend als een jongere: a. geen startkwalificatie heeft en aanspraak kan maken op studiefinanciering; b. wel een startkwalificatie heeft, maar doorleren de kans op inschakeling arbeidsmarkt aanzienlijk vergroot c. uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen zonder studiefinanciering (BBL) en dit niet doet;
Artikel 6. Uitwerking voor jongeren die zich melden 1. Er wordt geen recht op uitkering toegekend als een jongere: a. geen startkwalificatie heeft en aanspraak kan maken op studiefinanciering; b. wel een startkwalificatie heeft, maar doorleren de kans op inschakeling arbeidsmarkt aanzienlijk vergroot
Pagina 37 van 47
Reden
Huidige tekst (was) Beleidsregel scholingsplicht gemeente Rhenen d. Verwijtbaar de scholingsplicht niet nakomt. 2. Er wordt wel recht op uitkering toegekend als een jongere: a. wel een startkwalificatie heeft, geen mogelijkheid heeft een vervolgstudie af te ronden binnen de periode waarop hij/zij aanspraak kan maken op studiefinanciering; b. geen startkwalificatie heeft, aanspraak kan maken op studiefinanciering, maar bewijs kan overleggen dat hij/zij op medische gronden niet in staat is onderwijs te volgen; c. geen startkwalificatie heeft, maar vanwege aantoonbare beperkte leerbaarheid niet redelijkerwijs gevraagd kan worden deel te nemen aan onderwijs; d. geen startkwalificatie heeft, maar vanwege persoonlijke omstandigheden niet gevraagd kan worden deel te nemen aan onderwijs.
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels scholingsplicht gemeente Rhenen 2022 c. uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen zonder studiefinanciering (BBL) en dit niet doet; d. verwijtbaar de scholingsplicht niet nakomt. 2. Er wordt wel recht op uitkering toegekend als een jongere: a. een startkwalificatie heeft, geen mogelijkheid heeft een vervolgstudie af te ronden binnen de periode waarop hij/zij aanspraak kan maken op studiefinanciering; b. geen startkwalificatie heeft, aanspraak kan maken op studiefinanciering, maar bewijs kan overleggen dat hij/zij op medische gronden niet in staat is onderwijs te volgen; c. geen startkwalificatie heeft, maar vanwege aantoonbare beperkte leerbaarheid niet gevraagd kan worden deel te nemen aan onderwijs; d. geen startkwalificatie heeft, maar vanwege persoonlijke omstandigheden niet gevraagd kan worden deel te nemen aan onderwijs.
Artikel 7. Informatieplicht 1. Een jongere is verplicht zelf bewijslast te overleggen om aan te tonen dat het volgen van een opleiding niet mogelijk is. 2. Bij ontheffing van de scholingsplicht op medische
Artikel 7. Informatieplicht 1. Een jongere is verplicht zelf bewijslast te overleggen om aan te tonen dat het volgen van een opleiding niet mogelijk is.
Pagina 38 van 47
Reden
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Beleidsregel scholingsplicht gemeente Rhenen gronden, moet betrokkene een verklaring overleggen van een medisch specialist. 3. Bij aantoonbare beperkte leerbaarheid moet betrokkene een negatief studieadvies overleggen van een studieadviseur van een onderwijsinstelling of van het Regionaal Meldpunt voortijdig Schoolverlaten (RMC)
Artikel 8. Verwijtbaarheid niet nakomen scholingsplicht 1. Er is sprake van verwijtbaarheid indien de belanghebbende zonder dringende reden geen gebruikmaakt van scholingsmogelijkheden en deze scholingsmogelijkheden onvoldoende onderzoekt. 2. Onder dringende reden wordt in ieder geval verstaan aantoonbaar geoorloofd verzuim door werk, verzuim door zorgtaken, ziekte (waarbij een verklaring van een arts zal worden gevraagd), ernstige ziekte of overlijden van bloedof aanverwanten. 3. Of de belanghebbende verwijtbaarheid kan worden aangerekend, bepaalt het college per individueel geval.
Artikel 9. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule 1. In alle gevallen waarin deze beleidsregel niet voorziet, beslist het college. 2. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregel, als toepassing Pagina 39 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels scholingsplicht gemeente Rhenen 2022 2. Bij ontheffing van de scholingsplicht op medische gronden, overlegt de jongere een verklaring van een medisch specialist. 3. Bij aantoonbare beperkte leerbaarheid overlegt de jongere een negatief studieadvies van een studieadviseur van een onderwijsinstelling of van het Regionaal Meldpunt voortijdig Schoolverlaten (RMC). Artikel 8. Verwijtbaarheid niet nakomen scholingsplicht 1. Er is sprake van verwijtbaarheid indien de jongere zonder dringende reden geen gebruik maakt van scholingsmogelijkheden en deze scholingsmogelijkheden onvoldoende onderzoekt. 2. Onder dringende reden wordt in ieder geval verstaan aantoonbaar geoorloofd verzuim door: a. werk; b. zorgtaken; c. ziekte waarvoor een verklaring door een arts is gegeven; of d. ernstige ziekte of overlijden van bloed- of aanverwanten. 3. Of de jongere verwijtbaarheid kan worden aangerekend, bepaalt het college per individueel geval. Artikel is komen te vallen
Reden
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Technisch Reden: Is reeds een bevoegdheid vanuit de gemeentewet
Huidige tekst (was) Beleidsregel scholingsplicht gemeente Rhenen daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregels scholingsplicht gemeente Rhenen 2022
Reden
Artikel 9. Intrekking oude regeling De beleidsregel Scholingsplicht wordt ingetrokken. Artikel 10. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag na de bekendmaking.
Artikel 10. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag na de bekendmaking.
Geen
Artikel 11 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel Scholingsplicht.
Artikel 11. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel scholingsplicht Rhenen 2022.
Technisch
Pagina 40 van 47
Reden: Actualisatie van de tekst
– Was-wordt tabel – vervanging Nadere regels gemeentelijke compensatie voor eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang 2017 Rhenen Huidige tekst (was) Nadere regels gemeentelijke compensatie voor eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang 2017 Artikel 1. Doelgroepen Het college verstrekt een compensatie voor eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen aan: a. de alleenstaande ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar, met een bijstandsinkomen, die een door de gemeente Rhenen geïnitieerd traject volgt dat is gericht op toetreding tot de arbeidsmarkt of inburgering; b. de alleenstaande ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar, die inkomsten uit parttime arbeid heeft met daarbij een bijstandsinkomen van de gemeente Rhenen ter aanvulling op deze inkomsten tot het voor hem geldende sociaal minimum; c. de alleenstaande ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar, met een inkomen niet hoger dan 110% van het voor hem geldende sociaal minimum, aansluitend op het moment dat diens uitkering van de gemeente Rhenen is beëindigd door toetreding tot de arbeidsmarkt. Artikel 2. Voorwaarden voor toekenning 1.De bijdrage als bedoeld in artikel 1 wordt slechts toegekend nadat de ouder aantoonbaar heeft onderzocht of en in hoeverre er in de eigen omgeving opvang mogelijk is Pagina 41 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregel tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Rhenen 2022
Reden
Artikel 1. Doelgroepen Het college verstrekt een tegemoetkoming voor de eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang aan: a. de alleenstaande ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar, met een bijstandsinkomen, die een door de gemeente Rhenen geïnitieerd traject volgt dat is gericht op toetreding tot de arbeidsmarkt of inburgering; b. de alleenstaande ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar, die inkomsten uit parttime arbeid heeft met daarbij een bijstandsinkomen van de gemeente Rhenen ter aanvulling op deze inkomsten tot het voor hem geldende sociaal minimum; c. de alleenstaande ouder met een of meer kinderen jonger dan 12 jaar, met een inkomen niet hoger dan 110% van het voor hem geldende sociaal minimum, aansluitend op het moment dat diens uitkering van de gemeente Rhenen is beëindigd door toetreding tot de arbeidsmarkt.
Technisch
Artikel 2. Voorwaarden voor toekenning 1. De tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1 wordt slechts toegekend nadat de ouder aantoonbaar heeft onderzocht of en in hoeverre er in de eigen omgeving opvang
Technisch
Reden: Verbeterde formulering
Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Nadere regels gemeentelijke compensatie voor eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang 2017 die de kosten van kinderopvang beperkt, waarbij onder meer het eigen sociale netwerk en de mogelijkheid tot het gebruik van een peuterspeelzaal van belang zijn. 2. De bijdrage als bedoeld in artikel 1, onder a, wordt slechts toegekend voor de uren die noodzakelijk worden geacht om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die zijn verbonden aan het traject. 3. De bijdrage als bedoeld in artikel 1, onder b en c worden slechts toegekend voor de uren die noodzakelijk worden geacht om de betaalde arbeid te kunnen verrichten.
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregel tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Rhenen 2022
Artikel 3. Hoogte van de bijdrage 1.De bijdrage voor de doelgroep als bedoeld in artikel 1 onder a en b bedraagt de eigen volledige bijdrage met dienverstande dat de van toepassing zijnde maximum uurprijs als bedoeld in artikel 4, eerste lid van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang wordt gehanteerd.
Artikel 3. Hoogte van tegemoetkoming De tegemoetkoming voor de doelgroep als bedoeld in artikel 1, onder a en b, bedraagt de eigen volledige bijdrage met dien verstande dat de van toepassing zijnde maximum uurprijs als bedoeld in artikel 4, eerste lid van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang wordt gehanteerd.
Technisch
Artikel 4. Inlichtingenplicht 1. De belanghebbende doet aan het college uit eigen beweging of op verzoek direct mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een bijdrage. 2. De belanghebbende is verplicht aan het college, daarnaar gevraagd, medewerking te
Artikel 4. Inlichtingenplicht 1. De belanghebbende doet aan het college uit eigen beweging of op verzoek direct mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een tegemoetkoming. 2. De belanghebbende is verplicht aan het college, daarnaar gevraagd, medewerking te
Technisch
Pagina 42 van 47
Reden
mogelijk is die de kosten van kinderopvang beperkt, waarbij onder meer het eigen sociale netwerk en de mogelijkheid tot het gebruik van een peuterspeelzaal van belang zijn. 2. De tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1, onder a, wordt slechts toegekend voor de uren die noodzakelijk worden geacht om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die zijn verbonden aan het traject. 3. De tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1, onder b en c, wordt slechts toegekend voor de uren die noodzakelijk worden geacht om de betaalde arbeid te kunnen verrichten.
Reden: Verbeterde formulering
Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Nadere regels gemeentelijke compensatie voor eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang 2017 verlenen aan de uitvoering van deze beleidsregels.
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregel tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Rhenen 2022
Artikel 5. Vaststelling recht 1. Het college stelt het recht op een bijdrage ambtshalve of, als dit niet mogelijk is, op schriftelijke aanvraag vast. 2. Het college bepaalt, als dit noodzakelijk is, welke gegevens voor de vaststelling van het recht op een bijdrage moeten worden verstrekken, alsmede het de wijze en het tijdstip waarop.
Artikel 5. Vaststellen recht 1. Het college stelt het recht op een tegemoetkoming ambtshalve of, als dit niet mogelijk is, op schriftelijke aanvraag vast. 2. Het college bepaalt, als dit noodzakelijk is, welke gegevens voor de vaststelling van het recht op een tegemoetkoming moeten worden verstrekt, alsmede de wijze en het tijdstip waarop.
Technisch
Artikel 6. Herziening en intrekking Het college kan het recht op een bijdrage herzien of intrekken: - Als het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting als bedoeld artikel 4 lid 1 geleid heeft tot een ten onrechte of te hoog verstrekte vergoeding; - Als anderszins een bijdrage ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekt is.
Artikel 6. Herziening en intrekking Het college kan het recht op een tegemoetkoming herzien of intrekken: a. als het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting door de belanghebbende als bedoeld in artikel 4 lid 1 heeft geleid tot een ten onrechte of te hoog verstrekte vergoeding; of b. als anderszins een tegemoetkoming ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekt is. Artikel 7. Terugvordering Als het college een besluit tot herziening of intrekking als bedoeld in artikel 6 genomen heeft, kan het een ten onrechte of te hoog verstrekte tegemoetkoming terugvorderen. Artikel is verwijderd
Technisch
Artikel 7. Terugvordering Als het college een besluit tot herziening of intrekking als bedoeld in artikel 6 genomen heeft, kan het een ten onrechte of te hoog verstrekte vergoeding terugvorderen. Artikel 8. Subsidie- en budgetplafonds De gemeente kan, om de financiële risico’s te beheersen, een budgetplafond voor eigen bijdrage kinderopvang instellen.
Pagina 43 van 47
Reden
verlenen aan de uitvoering van deze beleidsregels.
Reden: Verbeterde formulering
Reden: Verbeterde formulering
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Inhoudelijk Reden: Deze wordt in de praktijk nooit toegepast en is in strijd met de Jeugdwet.
Huidige tekst (was) Nadere regels gemeentelijke compensatie voor eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang 2017 Artikel 9. Hardheidsclausule en individualisering 1. Indien onverkorte toepassing van de bepalingen van deze Beleidsregel leidt tot een bijzonder ongerechtvaardigde uitkomst, kan gemotiveerd van deze bepalingen worden afgeweken. 2. Indien een situatie moet worden beoordeeld waarin deze Beleidsregel niet voorziet, kan door middel van gemotiveerde individualisering worden beslist in de geest van de Beleidsregel Artikel 10. Slotbepalingen Deze Beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2017.
Pagina 44 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregel tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Rhenen 2022 Artikel is verwijderd
Reden
Technisch Reden: Is niet nodig omdat vanuit de Algemene Wet Bestuursrecht al een overwogen en billijk besluit moet worden genomen. En vanuit de gemeentewet reeds de mogelijkheid bestaat af te wijken ten voordele van de inwoner.
Artikel 8. Slotbepalingen 1. De Nadere regels gemeentelijke compensatie voor eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang 2017, worden ingetrokken. 2. Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na de bekendmaking. 3. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel tegemoetkoming eigen bijdrage kinderopvang Rhenen.
Technisch Reden: Geactualiseerde formulering
– Was-wordt tabel – vervanging Beleidsregels over vaststelling hoogte vermogen Rhenen Huidige tekst (was) Beleidsregels over vaststelling hoogte vermogen Artikel 1. Begrippen a. De begrippen worden gehanteerd zoals vastgelegd in de Participatiewet
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregel vaststelling hoogte vermogen Rhenen 2022 Komt te vervallen
Artikel 2. Saldo bankrekeningen Het saldo van de bankrekeningen, zoals lopende rekening(en) en spaarrekening(en), worden volledig als vermogen in aanmerking genomen. Artikel 3. Waarde auto, motor en caravan bij vermogensvaststelling 1. € 4500,00 van de totale waarde aan auto’s, motoren en caravans in bezit van een huishouden wordt buiten beschouwing gelaten bij de vermogenstoets (algemeen gebruikelijke bezittingen in natura). 2. Voor de vaststelling van de waarde van elke auto, motor en caravan (inclusief btw) wordt in beginsel uitgegaan van de koerslijsten van de ANWB (inkoopprijzen). Dit is de in aanmerking te nemen waarde in het economisch verkeer (artikel 34 lid 1 onder a, PW). 3. 3. Bij “een lopende uitkering” wordt bij aanschaf van een auto, motor en caravan, de waarde medebepaald op basis van de criteria die het Inlichtingenbureau hanteert.
Artikel 1. Saldo bankrekeningen Het saldo van de bankrekeningen, zoals lopende rekening(en) en spaarrekening(en), worden volledig als vermogen in aanmerking genomen. Artikel 2. Waarde auto, motor en caravan 1. Bij de vermogenstoets (algemeen gebruikelijke bezittingen in natura) wordt € 4500,00 van de totale waarde aan auto’s, motoren en caravans in bezit van een huishouden, buiten beschouwing gelaten 2. Voor de vaststelling van de waarde van elke auto, motor en caravan (inclusief btw) wordt in beginsel uitgegaan van de koerslijsten van de ANWB (inkoopprijzen). Dit is de in aanmerking te nemen waarde in het economisch verkeer als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onder a Pw. 3. Bij een lopende bijstandsuitkering wordt bij aanschaf van een auto, motor en caravan, de waarde mede bepaald op basis van de criteria die het Inlichtingenbureau hanteert.
Artikel 4. Reservering uitvaartkosten bij vermogensvaststelling 1. Eenieder wordt geacht een verzekering af te hebben gesloten voor de kosten van begrafenis of crematie.
Artikel 3. Reservering uitvaartkosten 1. Eenieder wordt geacht een verzekering af te hebben gesloten voor de kosten van begrafenis of crematie. Dergelijke verzekeringen
Pagina 45 van 47
Reden Technisch Reden: Verplaatsing van begrippen Geen
Technisch
Reden: Verbeterde formulering
Technisch Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Beleidsregels over vaststelling hoogte vermogen Dergelijke verzekeringen worden in beginsel vrijgelaten. 2. Eigen reserveringen van belanghebbende worden, op grond van artikel 31, eerste lid, PW als middelen in aanmerking genomen. Het is niet mogelijk om de toepasselijke vermogensgrens te verhogen met vermogen dat bestemd is voor een bepaald doel. Artikel 5. Vaststellen vermogen bij overname cliënt uit andere gemeente Bij overname van een belanghebbende uit een andere gemeente wordt het vermogen en het resterend vrij te laten vermogen opnieuw vastgesteld. Artikel 6. Vaststelling vermogen bij wijziging leefvorm Bij wijziging van de leefvorm wordt het vermogen en het resterend vrij te laten vermogen opnieuw vastgesteld. Artikel 7. Vaststelling vermogen bij co-ouderschap Het vermogen van het kind wordt toegerekend aan de (co)ouder voor x/7e deel, wanneer de (co-) ouder voor gemiddeld minimaal twee etmalen per week voor het kind zorgt. Hierbij staat x voor het gemiddelde aantal etmalen per week dat de (co-)ouder het kind verzorgt. Nieuw artikel
Artikel 8. Overgangsbepaling Wanneer reeds voor de ingangsdatum van deze beleidsregels tijdens de lopende bijstandsperiode een Pagina 46 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregel vaststelling hoogte vermogen Rhenen 2022 worden in beginsel vrijgelaten. 2. Eigen reserveringen van belanghebbende worden, op grond van artikel 31, eerste lid Pw als middelen in aanmerking genomen. Het is niet mogelijk om de toepasselijke vermogensgrens te verhogen met vermogen dat bestemd is voor een bepaald doel.
Reden
Artikel 4. Overname cliënt uit andere gemeente Bij overname van een belanghebbende uit een andere gemeente wordt het vermogen en het resterend vrij te laten vermogen opnieuw vastgesteld.
Technisch
Artikel 5. Wijziging leefvorm Bij wijziging van de leefvorm wordt het vermogen en het resterend vrij te laten vermogen opnieuw vastgesteld.
Technisch
Artikel 6. Co-ouderschap Het vermogen van het kind wordt toegerekend aan de (co)ouder voor x/7e deel, wanneer de (co-) ouder voor gemiddeld minimaal twee etmalen per week voor het kind zorgt. Hierbij staat x voor het gemiddelde aantal etmalen per week dat de (co)-ouder het kind verzorgt.
Technisch
Artikel 7. Intrekking oude regeling De Beleidsregels vaststellen hoogte vermogen, vastgesteld door het college op 12 november 2019, wordt ingetrokken.
Technisch
Artikel 8. Overgangsbepaling Wanneer reeds voor de ingangsdatum van deze regeling tijdens de lopende bijstandsperiode een vermogenstoets is gedaan voor
Technisch
Reden: Verbeterde formulering
Reden: Verbeterde formulering
Reden: Verbeterde formulering
Reden: Actualisatie van de tekst
Reden: Verbeterde formulering
Huidige tekst (was) Beleidsregels over vaststelling hoogte vermogen vermogenstoets is gedaan voor de verlening van bijstand dan wordt de totale waarde aan auto’s, motoren en/of caravans in bezit van een huishouden voor Veenendaal en Renswoude bepaald volgens de normen die golden vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels. Dit voor zover dit niet nadeliger is voor betrokkene. Artikel 9. Inwerkingtreding De beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste van de eerstvolgende maand na publicatie. Publicatie vindt plaats nadat ook de gemeenten Renswoude en Veenendaal de beleidsregels hebben vastgesteld. Nieuw artikel
Pagina 47 van 47
Nieuwe tekst (wordt) Beleidsregel vaststelling hoogte vermogen Rhenen 2022 de verlening van bijstand, dan wordt de totale waarde aan auto’s, motoren of caravans in bezit van een huishouden voor Rhenen bepaald volgens de normen die golden vóór de inwerkingtreding van deze regelingen. Dit voor zover dit niet nadeliger is voor betrokkene.
Reden
Artikel 9. Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de eerstvolgende maand na publicatie.
Technisch
Artikel 10. Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel vaststelling hoogte vermogen Rhenen 2022.
Technisch
Reden: Actualisatie van de tekst
Reden: Actualisatie van de tekst