bijlage 8 Veldonderzoek proefsleuven pdf (1)
Tekst van het document
Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Lijsterberg te Rhenen Gemeente Rhenen
Opdrachtgever Gemeente Rhenen Nieuwe Veenendaalseweg 75 3911 MG Rhenen Projectnummer
Status:
Synthegra Rapport S100266
Projectleider
definitief
drs. S. Diependaal
Kenmerk
Autorisatie:
S100266
dr.T.A. Spitzers
Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Fax +31 (0)88 81 81 989, Internet: www.synthegra.nl Bankrelatie Friesland Bank, nr. 295191155, BTW nr. NL819631288B01, HR 01115557
paraaf
datum 13-01-2011
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
Colofon Opdrachtgever:
Gemeente Rhenen, dhr. N. van Dixhoorn
Projectnummer:
S100226
Titel:
Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Datum:
16-11-2010
Projectleider:
drs. S. Diependaal
Auteurs:
drs. S. Diependaal, drs. S.M. Koeman
Tekenaar:
dhr. J. Heersink
Autorisatie:
dr. T.A. Spitzers
Druk:
Synthegra bv, Doetinchem
ISSN:
1874-9771
Synthegra bv Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Fax +31 (0)88 81 81 989, Internet: www.synthegra.nl Bankrelatie Friesland Bank, nr. 295191155, BTW nr. NL819631288B01, HR 01115557
© Synthegra bv, 2010
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
2 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
INHOUD Administratieve gegevens
4
Samenvatting
5
1
Inleiding
6
1.1
Ligging en huidige situatie plangebied
6
1.2
Onderzoekskader
6
1.3
Onderzoeksdoel en vraagstellingen
7
1.4
Onderzoeksmethodiek
8
2
Vooronderzoek
9
2.1
Methode
9
2.2
Gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek
9
2.3
Resultaten van het verkennend booronderzoek
10
2.3
Resultaten van het karterend booronderzoek
10
3.
Resultaten van het onderzoek
12
3.1
Landschapsgenese en bodemopbouw
12
3.2
Analyse sporen en structuren
13
4
Conclusies en beantwoording van de onderzoeksvragen
14
4.1
Beantwoording van de onderzoeksvragen
14
4.2
Conclusies
16
5
Archeologische waardering en selectieadvies
17
5.1
Waardering volgens specificatie VS 06
17
5.2
Selectieadvies volgens specificatie VS 07.
18
Literatuur
19
Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Allesporenkaart Bijlage 3: Profieltekeningen Bijlage 4: Sporenlijst Bijlage 5: Vondstenlijst Afbeelding voorblad: Het uitzetten van de proefsleuf door de landmeter
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
3 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
Administratieve gegevens Toponiem
: Lijsterberg
Plaats
: Rhenen
Gemeente
: Rhenen
Provincie
: Utrecht
Projectnummer
: S100266
Bevoegde overheid
: Gemeente Rhenen
Deskundige van de bevoegde overheid
: dhr. P.C. de Boer (milieudienst zuidoost-Utrecht)
Opdrachtgever
: Gemeente Rhenen, dhr. N. van Dixhoorn
Uitvoerende instantie
: Synthegra bv
Datum uitvoering veldwerk
: 18-10-2010
Uitvoerders veldwerk
: drs. S. Diependaal dhr. P. v. Luytelaar
Onderzoeksmelding (ARCHIS)
: 43333
Datum onderzoeksmelding
: 07-10-2010
Onderzoeksnummer (ARCHIS)
: Nog te bepalen
Kaartblad
: 39E
Periode
: Nieuwe tijd
Oppervlakte
: Ca. 6000 m2
Grondgebruik
: Grasveld
Geologie
: Gestuwde afzettingen
Geomorfologie
: Hoge stuwwal
Bodem
: Bruine enkeerdgronden
Depot
: Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Utrecht.
De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende vier coördinaten: noordwest
X: 167847
Y: 441767
noordoost
X: 168050
Y: 441767
zuidoost
X: 168050
Y: 441519
zuidwest
X: 167847
Y: 441519
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
4 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
Samenvatting De aanleiding voor het hier gerapporteerde onderzoek is de voorgenomen bouw van vierentwintig zorgwoningen en vier halfvrijstaande woningen op de locatie. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Gemeente Rhenen, dhr. N. van Dixhoorn. Tijdens het vooronderzoek is een (deels) intact bodemprofiel aangetroffen. Er is niet alleen een esdek, maar ook nog een deel van de natuurlijke holtpodzol onder het esdek aangetroffen. Daarom is het niet uitgesloten dat er resten vanaf het paleolithicum tot de nieuwe tijd binnen het plangebied aanwezig zijn. Het doel van het inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde verwachting (zie hoofdstuk 2), die gebaseerd is op het bureau- en booronderzoek. Dit omvat het vaststellen van de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden.1 Het onderzoek aan de Lijsterberg te Rhenen is op 18-10-2010 uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals vastgelegd in het Programma van Eisen (PvE) dat is opgesteld door drs. H. Kremer.2 Tijdens het veldonderzoek was er geen reden om van de hierin beschreven onderzoeksmethodiek af te wijken.
In totaal is er één proefsleuf gegraven waarin één vlak en vijf profielen zijn aangelegd en gedocumenteerd. Tijdens het proefsleuvenonderzoek is gebleken dat binnen het plangebied geen archeologisch relevante resten aanwezig zijn. In het plaggendek zijn twee fases te onderscheiden. De oudste fase van het plaggendek is op basis van het vondstmateriaal gedateerd in de 16e-17e eeuw. De jongere fase van het plaggendek dateert vermoedelijk uit de 18e-19e eeuw. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn twee sporen, een kuil, een greppel uit vermoedelijk de 18-19e eeuw en een recente ingraving uit de 20e eeuw aangetroffen. Deze laatste lijkt in verband te kunnen worden gebracht met een weg die zichtbaar is op historisch kaartmateriaal uit begin van de 20e eeuw. De aangetroffen archeologische resten zijn niet behoudenswaardig. Op grond van deze resultaten wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen.
1
SIKB 2006.
2
Kremer 2009.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
5 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
1
Inleiding
1.1
Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied is circa 6000 m2 groot en ligt aan de Lijsterberg in Rhenen (afbeelding 1.1). Het terrein wordt in het zuidwesten begrensd door de Lijsterberg en in het oosten door de Achterbergsestraatweg. Het plangebied is in gebruik als grasveld dat in het noordwesten wordt begrensd door een schoolgebouw en flatgebouwen. Het maaiveld varieert van circa 43,26 tot 44,71 m + NAP (Normaal Amsterdams Peil).3
Afbeelding 1.1: Het plangebied op de Topografische kaart van Nederland 1:25.000 aangegeven met het rode kader.4
1.2
Onderzoekskader Synthegra heeft in opdracht van de gemeente Rhenen een archeologisch onderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Lijsterberg in Rhenen (afbeelding 1.1). Het onderzoek bestond uit een proefsleuvenonderzoek. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van vierentwintig zorgwoningen en vier halfvrijstaande woningen op de locatie. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van de aanleg van bouwputten voor de bebouwing zal de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau worden verstoord, dat in dit gebied vanaf 70 cm beneden maaiveld verwacht kan worden. Door de graafwerkzaamheden die zullen gaan plaatsvinden, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is vanwege de regelgeving van de overheid voorafgaand aan de
3
Hoogteligging van het plangebied gemeten tijdens het veldwerk.
4
Topografische Dienst Nederland 1998
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
6 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 3.1.5 Het veldwerk is uitgevoerd op 18 oktober 2010. De uitgangspunten en randvoorwaarden voor dit onderzoek zijn vastgelegd in het Programma van Eisen (PvE) dat is opgesteld door drs. H. Kremer.6 Dit PvE is namens Gemeente Rhenen getoetst en goedgekeurd door drs. P de Boer van de Milieudienst Zuidoost-Utrecht. De bevoegde overheid, de Gemeente Rhenen, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen.
1.3
Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde verwachting (zie hoofdstuk 2), die gebaseerd is op het bureau- en booronderzoek. Dit omvat het vaststellen van de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden.7 De opdrachtgever heeft geen aanvullende doelen en wensen kenbaar gemaakt die invloed hebben op de onderzoeksopdracht. De volgende onderzoeksvragen uit het programma van eisen zullen (waar mogelijk) worden beantwoord: 8 1)
Hoe is het gesteld met de gaafheid, zowel in horizontale als in verticale zin, en met de conserveringsgraad van het bodemarchief ter plaatse?
2)
Wat is er te zeggen over de stratigrafie?
3)
Wat is de aard, omvang, kwaliteit en het verloop van de archeologische sporen en sporenclusters?
4)
Wat is de datering van de archeologische vondsten en tot welke vondsttypen of vondstcategorieën behoren zij?
5)
Wat is de datering van de sporen?
6)
Wat is de relatie tussen de lithologie en de verschillende archeologische resten?
7)
Wat is de conserveringsgraad van sporen en verschillende materiaalcategorieën, inclusief eventueel aanwezig acheo-botanisch en zoologisch materiaal?
8)
Zijn op het terrein vindplaatsen aan te wijzen? Welke vindplaatsen zijn dit en hoe worden deze vindplaatsen gewaardeerd?
9)
Wanneer zijn de archeologische sites als woonplaats in onbruik geraakt?
10) Hoe is de bodemopbouw en wat kan er gezegd worden over het landschap en de flora en fauna? 11) Wat is de relatie tussen de vindplaats en het landschap? 12) Wat kan de invloed zijn van de geplande bouw- c.q. funderingswijze en eventuele fysieke beschermingsmaatregelen (bijvoorbeeld ophoging) op de archeologische resten? 13) Indien het onderzoek geen archeologische fenomenen oplevert of categoraal beperkte (bijvoorbeeld alleen losse vondsten), welke verklaring is hiervoor dan te geven? Is (bijvoorbeeld) sprake van: a.
verstoring van antropogene aard
b.
erosie
c.
aantoonbare afwezigheid van bewoning en/of actief landgebruik
d.
beperking van de archeologische waarnemings-mogelijkheden door werk of weeromstandigheden
5
SIKB 2006.
6
Kremer 2009.
7
SIKB 2006.
8
Kremer 2009.
e.
beperking van de archeologische waarnemings-mogelijkheden door bodemprocessen
f.
een combinatie hiervan?
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
7 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
1.4
Onderzoeksmethodiek Het onderzoek is uitgevoerd volgens de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals vastgelegd in het Programma van Eisen (PvE) dat is opgesteld door drs. H. Kremer.9 Tijdens het veldonderzoek is om de volgende reden van de beschreven onderzoeksmethodiek afgeweken. De oorspronkelijk geplande proefsleuf was in verband met bossage, bomen en leidingen niet voor de volledige lengte te realiseren. Daarom is besloten de lengte van de proefsleuf in te korten van 57,5 meter tot 44 meter, maar deze wel één meter breder aan te leggen zodat er in totaal 220 m2 is onderzocht. Dit is 10 m2 minder dan in het PvE staat aangegeven. Tijdens het veldwerk is besloten om geen gebruik te maken van de optie om de optionele proefsleuven te graven. In totaal is 220 m2 onderzocht in één proefsleuf, hierin is één vlak en zijn vijf profielkolommen aangelegd en gedocumenteerd. Hiermee is circa 4 % van het plangebied onderzocht. De vlakaanleg heeft laagsgewijs plaatsgevonden tot op het vlakniveau waarop de grondsporen zichtbaar werden en het vlak te interpreteren was. Per haal van de graafmachine is met behulp van de metaaldetector het blootgelegde vlak afgezocht. Na iedere haal van de graafmachine is het vlak op vondsten en grondsporen gecontroleerd.
Een selectie van de aangetroffen sporen is gecoupeerd en eventueel afgewerkt tot op het niveau dat noodzakelijk was voor het beantwoorden van de vraagstellingen. Grondsporen die behoren bij een structuur zijn niet aangetroffen. De vondsten zijn per laag verzameld. Alle relevante profielen zijn gedocumenteerd en beschreven door een fysisch geograaf. Het vlak en de profielen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 510410 en bodemkundig11 geïnterpreteerd. Het vlak is ingetekend op een schaal van 1:50 en gefotografeerd. Profielen en coupes zijn op schaal 1:20 ingetekend. Alle foto’s van het vlak, sporen, coupes en profielen zijn voorzien van een noordpijl, een schaalstok en een fotobordje c.q. fotoformulier met het onderzoeksmeldingsnummer en objectgegevens. In de proefsleuf is van het vlak de hoogte gemeten in één raai met een tussenafstand van 5 m. Het gebruikte meetsysteem is in het Rijksdriehoekstelsel door een erkende landmeter uitgezet.
9
Kremer 2009.
10
Nederlands Normalisatie-instituut 1989.
11
De Bakker en Schelling 1989.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
8 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
2
Vooronderzoek
2.1
Methode In eerste instantie is voor het oorspronkelijke plangebied Lijsterberg te Rhenen met een oppervlakte van 2,3 hectare een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Tijdens het vooronderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is in eerste instantie gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante (schriftelijke) bronnen. Dit betreft met name gegevens over bekende archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied. Dit is aangevuld met historisch en fysisch-geografisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten en tevens gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd. De verwachting die in het bureauonderzoek is opgesteld, is getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennend booronderzoek.12 Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek is vervolgens in een deel van het plangebied een karterend booronderzoek uitgevoerd met een boordichtheid van 20 boringen per hectare.13
2.2
Gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek Op basis van bovenstaand bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld, waarvan de essentie is weergegeven in tabel 2.1. Periode
Verwachting
midden-
middelhoog
paleolithicum
Verwachte kenmerken vindplaats
Diepteligging sporen
Bewoningssporen, tijdelijke
Op de gestuwde
kampementen: vuursteen artefacten,
afzettingen
haardkuilen Bewoningssporen, tijdelijke
Onder het plaggendek,
paleolithicum
kampementen: vuursteen artefacten,
in de top van het
–
haardkuilen
dekzand
Nederzetting: cultuurlaag, fragmenten
Onder het plaggendek,
vroege
aardewerk, natuursteen,
in de top van het
middeleeuwen
gebruiksvoorwerpen
dekzand (indien
Agrarische sporen, losse vondsten
Tussen de bebouwing,
laat
middelhoog
mesolithicum neolithicum –
hoog
aanwezig) late
laag
middeleeuwen
vanaf maaiveld
– nieuwe tijd Tabel 2.1: Archeologische verwachting per periode. De oudste bekende waarneming in de omgeving van Rhenen dateert uit het midden-paleolithicum. Eventuele prehistorische archeologische resten zijn naar verwachting bedekt met een plaggendek. De ligging van het plangebied op een helling aan de rand van het Rijndal is gunstig voor de archeologische trefkans. Echter omdat er vrijwel geen vondsten uit deze periode in de omgeving van het plangebied zijn aangetroffen is de hoge archeologische verwachting bijgesteld. De archeologische verwachting voor de periode middenpaleolithicum tot en met mesolithicum wordt op middelhoog gesteld.
12
Leuvering en Nillesen 2009.
13
Koeman 2009.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
9 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
Er zijn neolithische vondsten in de buurt van het plangebied aangetroffen. Blijkbaar is het gebied al vanaf het neolithicum interessant. Daarom wordt aan het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen toegekend. Het plangebied is mogelijk al sinds de vroege middeleeuwen in gebruik als agrarisch gebied. De gebiedsbenaming
‘ing’,
zoals
aangegeven
op
historisch
kaartmateriaal,
duidt
namelijk
op
een
gemeenschappelijke stads- of dorpsakker. Binnen het plangebied zou tussen de bebouwing nog een intact esdek aanwezig kunnen zijn. Dit esdek is een resultaat van laat-middeleeuwse en/of vroegmoderne (preindustriële) bemesting. Door het gebruik van stalmest en bosstrooisel, eventueel aangevuld met (stedelijk) afval, trad een aanzienlijke maaiveldverhoging op. Het esdek heeft een conserverende werking op de onderliggende bodemlagen, omdat deze dan niet latere ploegwerkzaamheden beschadigd kunnen worden. In het esdek kunnen losse vondsten worden aangetroffen uit de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd toen het esdek is opgebracht. De verwachting voor nederzettingssporen uit deze periode is echter laag, aangezien het hier om akkers gaat.
2.3
Resultaten van het verkennend booronderzoek Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat de bodem in het grootste deel van het plangebied van 2,3 hectare is vergraven tot in de C-horizont. Dit betekent dat in dat deel van het plangebied niet alleen de aan het oppervlak liggende steentijd vuursteenvindplaatsen, maar ook de nederzettingsterreinen uit de latere perioden, vergraven zullen zijn. De archeologische verwachting kan in dat deel van het plangebied op grond van het verkennend veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. Ter plaatse van boring 1, 2 en 4 in het zuiden van het plangebied (het huidige plangebied, zoals aangegeven op afbeelding 1.1) is een (deels) intact bodemprofiel aangetroffen. Hier is niet alleen een esdek, maar ook nog een deel van de natuurlijke holtpodzolgrond onder het esdek aangetroffen. Dit betekent dat archeologische resten in deze delen van het plangebied niet kunnen worden uitgesloten en de archeologische verwachting, zoals verwoord in het verwachtingsmodel (tabel 2.1) is gehandhaafd en vervolgonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek is aanbevolen.
2.3
Resultaten van het karterend booronderzoek In het plangebied is onder een recent ophogingspakket een restant van een plaggendek aangetroffen met daaronder de natuurlijke ondergrond (C-horizont). Onder het plaggendek zijn geen restanten van de oorspronkelijke holtpodzolgrond waargenomen. De restanten van de B-horizont, die tijdens het verkennende booronderzoek zijn aangetroffen, zijn tijdens het karterende booronderzoek geherinterpreteerd als restanten van het oudste deel van het plaggendek. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit een strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien tijdens het onderzoek
geen
restanten
van
de
podzolbodem
zijn
aangetroffen,
zijn
eventueel
aanwezige
vuursteenvindplaatsen al verloren gegaan. Bovendien zijn tijdens het onderzoek ook geen fragmenten vuursteen aangetroffen. De middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het midden-paleolithicum tot en het mesolithicum kan daarom naar laag worden bijgesteld. Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de Chorizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Tijdens het booronderzoek is een laatmiddeleeuws fragment aardewerk aangetroffen, dat mogelijk wijst op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode. Het kan echter ook mestaardewerk betreffen, dat in het plaggendek terecht is gekomen. Voor vindplaatsen uit andere
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
10 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
perioden zijn geen aanwijzingen aangetroffen. Daarom is de hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen naar laag bijgesteld. De lage verwachting voor de late middeleeuwen is op basis van de vondst naar hoog bijgesteld. De lage verwachting voor de nieuwe tijd blijft gehandhaafd. Op basis van een hoge verwachting voor een middeleeuwse huisplaats langs de Achterbergsestraatweg is vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
11 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
3.
Resultaten van het onderzoek
3.1
Landschapsgenese en bodemopbouw Het plangebied ligt op de stuwwal, die in de voorlaatste ijstijd het Saalien (circa 150.000 jaar geleden), is opgestuwd door het landijs. De gestuwde afzettingen bestaan uit grindhoudende, grofzandige rivierafzettingen van de Rijn en de Maas, die al voor de landijsbedekking zijn afgezet. Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat de natuurlijke ondergrond (C-horizont) in de meeste gevallen uit matig grof, slecht gesorteerd zand met een grindbijmenging bestaat. Deze grove, grindhoudende zandlagen zijn de gestuwde rivierafzettingen of de fluvioperiglaciale afzettingen, die eventueel de gestuwde afzettingen bedekken. De fluvioperiglaciale afzettingen zijn geërodeerde en opnieuw afgezette gestuwde afzettingen. De samenstelling van beide sedimenten zijn gelijk, waardoor ze niet of nauwelijks van elkaar zijn te onderscheiden. Tijdens het onderzoek is de noordwestelijke profielwand van de sleuf gedocumenteerd in 5 profielkolommen van circa 1 m breed. In het zuidwestelijke deel van de werkput is een vrijwel intacte bodemopbouw aangetroffen (profielkolom 1.31.5, afbeelding 3.1). Het plaggendek dat hier is aangetroffen, is gemiddeld 60-65 cm dik. Op basis van de kleur zijn twee fases in het plaggendek onderscheiden. De jongste fase is donker bruingrijs gekleurd en betreft mogelijk (een deel van) de voormalige bouwvoor.
Daaronder ligt een lichter gekleurde laag, die de oudste fase van het plaggendek vormt. De overgang naar de C-horizont wordt gevormd door een laag waarin de onderkant van het plaggendek is vermengd met de onderliggende C-horizont. In profielkolom 1.4 is in de oudste fase van het plaggendek een vondst gedaan (vondst 1). Het betreft twee fragmenten aardewerk: een fragment witbakkend en roodbakkend aardewerk, beide met loodglazuur. Het fragment witbakkend aardewerk is gedateerd in de periode 1550-1700 n. Chr. en het fragment roodbakkend aardewerk in de periode 1500 – 1700 n. Chr. Tijdens het booronderzoek is in dezelfde laag een fragment kogelpotaardewerk aangetroffen uit de 13e-14e eeuw, wat een datering van het plaggendek in de late middeleeuwen mogelijk maakte.14 Op basis van het vondstmateriaal dat tijdens het proefsleuvenonderzoek is aangetroffen, is de datering van het plaggendek bijgesteld naar een jongere datering in de vroegmoderne tijd (16e-17e eeuw). Vondstmateriaal uit de jongere fase van het plaggendek ontbreekt, maar een datering in de 18e-19e eeuw lijkt voor de hand te liggen. Ongeveer in het midden van de proefsleuf wordt het plaggendek doorsneden door een recente ingraving (spoor 10, profielkolom 1.3). In het noordoostelijke deel van de sleuf ontbreekt een intact bodemprofiel (profielkolom 1.1 en 1.2).
In plaats van een plaggendek zijn hier (sub)recente lagen aangetroffen. In het uiterste zuidoosten is onder het recente pakket waarschijnlijk nog een restant van de oudste fase van het plaggendek waargenomen (profielkolom 1.5, laag 4). Het maaiveld loopt af in noordoostelijke richting van 44,71 m +NAP in het zuidwesten tot 43,26 m +NAP in het noordoosten. Het hoogteverschil bedraagt ongeveer 1,45 m. Hoewel het oorspronkelijke maaiveld niet meer intact is, is deze trend ook zichtbaar in de natuurlijke ondergrond. De top van de C-horizont, zoals die in de profielkolommen is waargenomen, loopt geleidelijk af van 43,68 m +NAP in het zuidwesten (profielkolom 1.5) tot 42,32 m +NAP in het noordoosten (profielkolom 1.1). Hier bedraagt het hoogteverschil 1,36 m. Dit hoogteverschil vormt het natuurlijke reliëf van de stuwwal. Ten zuiden van het plangebied, ongeveer ter plaatse van de begraafplaats aan de andere kant van de Lijsterberg, ligt het hoogste punt. Het plangebied ligt op de noordhelling.
14
Koeman 2009.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
12 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
1)
Recent opgebracht
2)
Donker
3)
Bruin plaggendek (Aa2-horizont)
4)
Bruingeel gevlekt, Aa2/C-horizont
bruingrijs
plaggendek
(Aa1-horizont)
vermengd, bioturbatiezone 5)
C-horizont, grindhoudend zand
Afbeelding 3.1: Profielkolom 1.4. Zoals uit de bovenstaande beschrijving blijkt, ontbreekt de oorspronkelijke holtpodzolgrond. Deze bodem is door langdurige bodembewerking opgenomen in het plaggendek. De top van de C-horizont is in dergelijke situaties meestal grotendeels intact, omdat het oorspronkelijke maaiveld door het opbrengen van de plaggen geleidelijk is opgehoogd. Dit wordt bevestigd door het aangetroffen (paleo)reliëf van de C-horizont, die de helling van de stuwwal volgt. Dit betekent dat het archeologische niveau onder het plaggendek grotendeels intact aanwezig is. Plaatselijk is het archeologische niveau wel verstoord. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de recente ingraving (spoor 10) en de sleuf van een gasleiding.
3.2
Analyse sporen en structuren Het vlak is onder de recente verstoringen of het plaggendek in de top van de natuurlijke ondergrond (Chorizont) aangelegd. Deze bestond uit licht geelbruin matig fijn zand met grind. Deze laag is geïnterpreteerd als (geërodeerde) gestuwde afzettingen. In het noordoostelijke deel van de proefsleuf zijn onder de recente ingravingen een grindbaan (spoor 5) en roodbruine gevlekte natuurlijke verkleuringen (spoor 1-4 en 6-7) aangetroffen. De grindbaan is geïnterpreteerd als een natuurlijke dagzomende laag. De gestuwde afzettingen worden namelijk gekenmerkt door een wisselende samenstelling van (grindhoudend) matig fijn tot zeer grof zand en ook grind. In het midden van de proefsleuf is een recente ingraving aangetroffen, die door het onderliggende plaggendek snijdt. De vulling van deze ingraving bestaat uit zwart, bruin en geel gemengd, matig fijn zand. In deze vulling is plastic, baksteen en glas aangetroffen. De ligging van de ingraving komt ongeveer overeen met een weg die zichtbaar is op historisch kaartmateriaal uit begin van de 20ste eeuw.15 Spoor 10 betreft dus vermoedelijk een wegcunet.
15
Leuvering en Nillesen 2009, 18.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
13 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
Kuil spoor 8 is ingegraven in de oudste fase van het plaggendek en dateert daarmee waarschijnlijk uit de 1819e eeuw. Hetzelfde geldt voor de greppel, spoor 9. Zowel spoor 8 als spoor 9 hebben een vergelijkbare vulling als laag
10 in het profiel, de jongste fase van het plaggendek. Vermoedelijk zijn dit subrecente
ontginningssporen, die in de 18-19e eeuw te plaatsen zijn.
4
Conclusies en beantwoording van de onderzoeksvragen
4.1
Beantwoording van de onderzoeksvragen 1)
Hoe is het gesteld met de gaafheid, zowel in horizontale als in verticale zin, en met de conserveringsgraad van het bodemarchief ter plaatse? In het zuidwestelijke deel van het plangebied is een grotendeels intact bodemprofiel aangetroffen. Het archeologische niveau wordt afgedekt door een plaggendek en recente lagen. In het noordoostelijke deel is het plaggendek niet meer intact en zijn hoofdzakelijk recente lagen aangetroffen. Locaal zijn diepere bodemverstoringen waargenomen, zoals ter plaatse van het recente, vermoedelijke wegcunet (spoor 10).
2)
Wat is er te zeggen over de stratigrafie? De natuurlijke ondergrond (C-horizont) is bedekt met een plaggendek, waarin twee fases zijn onderscheiden. De oudste fase van het plaggendek is op basis van het vondstmateriaal gedateerd in de 16e-17e eeuw. Het ligt voor de hand dat de jongere fase van het plaggendek uit de 18e-19e eeuw dateert. Het totale plaggendek heeft een dikte van 60-65 cm en is afgedekt met een recent opgebrachte bouwvoor/laag.
3)
Wat is de aard, omvang, kwaliteit en het verloop van de archeologische sporen en sporenclusters? Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn twee sporen, een kuil, een greppel en een mogelijk wegcunet (spoor 10) aangetroffen. Zowel de greppel als het wegcunet strekken zich uit tot buiten de proefsleuf.
4)
Wat is de datering van de archeologische vondsten en tot welke vondsttypen of vondstcategorieën behoren zij? In de oudste fase van het plaggendek is een vondst gedaan (vondst 1). Het betreft twee fragmenten aardewerk. Een fragment witbakkend en roodbakkend aardwerk, beide met loodglazuur. Het fragment witbakkend aardewerk is gedateerd in de periode 1550-1700 n. Chr. en het fragment roodbakkend aardewerk uit de periode 1500 – 1700 n. Chr.
5)
Wat is de datering van de sporen? Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn twee sporen, een kuil, een greppel uit vermoedelijk de 18-19e eeuw en een recente ingraving (spoor 10) uit de 20e eeuw aangetroffen. Spoor 10 is vermoedelijk een verstoring door het cunet van de weg die zichtbaar is op historisch kaartmateriaal uit het begin van de 20e eeuw.
6)
Wat is de relatie tussen de lithologie en de verschillende archeologische resten? Vanwege het ontbreken van archeologische relevante resten in de (geërodeerde) gestuwde afzettingen is het niet mogelijk een relatie te leggen.
7)
Wat is de conserveringsgraad van sporen en verschillende materiaalcategorieën, inclusief eventueel aanwezig acheo-botanisch en zoologisch materiaal?
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
14 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
Dit materiaal is niet aangetroffen, maar op basis van de hoge landschappelijke ligging en de daarmee samenhangende diepe grondwaterstand wordt verwacht dat alleen anorganisch materiaal redelijk tot goed is geconserveerd. 8)
Zijn op het terrein vindplaatsen aan te wijzen? Welke vindplaatsen zijn dit en hoe worden deze vindplaatsen gewaardeerd? Buiten een akkercomplex uit de 16e-17e en 18e-19e eeuw zijn er geen archeologisch relevante vindplaatsen aangetroffen.
9)
Wanneer zijn de archeologische sites als woonplaats in onbruik geraakt? n.v.t.
10) Hoe is de bodemopbouw en wat kan er gezegd worden over het landschap en de flora en fauna? In het plangebied zijn geen restanten van een oorspronkelijke holtpodgrond meer aangetroffen. De resten van deze bodem is door langdurige landbewerking opgenomen in het plaggendek, dat geleidelijk is opgebracht. De hoogtematen die tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn verzameld, bevestigen de ligging van het plangebied op de noordhelling van de stuwwal. Het plangebied zal lange tijd onderdeel zijn geweest van de bos- en heidegronden op de stuwwal. De resultaten uit het proefsleuvenonderzoek wijzen erop dat het plaggendek vanaf de 16e-17e eeuw is opgebracht en het dus geen oude middeleeuwse ontginning betreft. Het plangebied is vermoedelijk pas in de vroegmoderne tijd ontgonnen. 11) Wat is de relatie tussen de vindplaats en het landschap? Buiten dat het plangebied kan worden getypeerd als een akkercomplex uit de 16e-17e eeuw op de noordhelling van de stuwwal zijn er verder geen aanwijzingen voor een archeologische vindplaats. 12) Wat kan de invloed zijn van de geplande bouw- c.q. funderingswijze en eventuele fysieke beschermingsmaatregelen (bijvoorbeeld ophoging) op de archeologische resten? Aangezien er geen archeologische vindplaats is aangetroffen zijn er geen aanpassingen nodig van de geplande bouw- c.q. funderingswijze.
13) Indien het onderzoek geen archeologische fenomenen oplevert of categoraal beperkte (bijvoorbeeld alleen losse vondsten), welke verklaring is hiervoor dan te geven? Is (bijvoorbeeld) sprake van: a.
verstoring van antropogene aard
b.
erosie
c.
aantoonbare afwezigheid van bewoning en/of actief landgebruik
d.
beperking van de archeologische waarnemings-mogelijkheden door werk of
e.
beperking van de archeologische waarnemings-mogelijkheden door bodemprocessen
f.
een combinatie hiervan?
weeromstandigheden
De meest waarschijnlijke verklaring is het ontbreken van bewoning (optie c) aangezien het archeologische niveau, top van de C-horizont grotendeels intact is.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
15 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
4.2
Conclusies Binnen het plangebied zijn geen archeologisch relevante resten aangetroffen. In het zuidwestelijke deel van het plangebied is een grotendeels intact bodemprofiel aangetroffen. Het archeologische niveau wordt afgedekt door een plaggendek en recente lagen. In het noordoostelijke deel is het plaggendek niet meer intact en zijn hoofdzakelijk recente lagen aangetroffen. In het plaggendek zijn twee fases onderscheiden. De oudste fase van het plaggendek is op basis van het vondstmateriaal gedateerd in de 16e-17e eeuw. Daaruit voortvloeiend is het waarschijnlijk dat de jongere fase van het plaggendek uit de 18e-19e eeuw dateert. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn twee sporen, een kuil, een greppel uit vermoedelijk de 18-19e eeuw en een recente ingraving uit de 20e eeuw aangetroffen. Vermoedelijk is deze laatste verstoring veroorzaakt door het cunet van een weg die zichtbaar is op historisch kaartmateriaal uit begin van de 20e eeuw.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
16 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
5
Archeologische waardering en selectieadvies
5.1
Waardering volgens specificatie VS 06 Om tot een afgewogen oordeel te komen over de archeologische waarde van een archeologisch interessante locatie dient volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie een vastomlijnde procedure te worden gevolgd. Eerst dient een standaard scoringstabel ingevuld te worden. Aan de hand van een aantal parameters, te weten beleving, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit, wordt de score bepaald. Bij een middelmatige tot lage score (vier punten of minder)voor beleving en fysieke kwaliteit, wordt naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bekijken of de vastgestelde vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Indien te verwachten is dat op één van deze criteria hoog wordt gescoord, worden de archeologische vindplaatsen behoudenswaardig geacht. De wijze waarop deze waardering tot stand is gekomen is terug te vinden op de website van de SIKB (www.SIKB.nl). Beleving Bij beleving gaat het om zichtbare monumenten waarbij de criteria schoonheid en herinnering gebruikt worden. Aangezien er geen zichtbare monumenten zijn aangetroffen, zijn deze criteria hier niet van toepassing. Fysieke kwaliteit De gaafheid en conservering krijgen een middelhoge score. De afdekking van de bodems met een plaggendek zorgt voor een goede conservering van archeologische waarden.
Op basis van de hoge landschappelijke ligging en de daarmee samenhangende diepe grondwaterstand wordt verwacht dat alleen anorganisch materiaal redelijk tot goed is geconserveerd. Inhoudelijke kwaliteit Binnen de inhoudelijke kwaliteit staan vier criteria centraal: zeldzaamheid, informatiewaarde, ensemblewaarde en representativiteit. In het geval van dit onderzoek krijgen deze vier een lage waardering omdat er geen sprake is van een archeologische vindplaats.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
17 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
Hoog Beleving Laag hoog
Fysieke kwaliteit
middel
Inhoudelijke kwaliteit
hoog
hoog
Hoge inh. kwaliteit
Behoudenswaardig
Ja Laag
Representativiteit Nee
Ja
Nee
Niet behoudenswaardig
Figuur 5.1: Waarderingscriteria (conform KNA3.1). Op grond van het bovenstaande schema is af te leiden dat de onderzoekslocatie niet behoudenswaardig is.
5.2
Selectieadvies volgens specificatie VS 07. Binnen de grenzen van het plangebied zijn geen behoudenswaardige archeologische resten aangetroffen. Om die reden wordt aanbevolen geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren bij bodemverstorende activiteiten. Het definitieve selectiebesluit zal worden genomen door de bevoegde overheid, de Gemeente Rhenen. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectie-advies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen worden getoetst door de bevoegde overheid (Gemeente Rhenen), dat op basis van het uitgebrachte advies een selectiebesluit zal nemen. Geadviseerd wordt daarom om contact op te nemen met de Gemeente Rhenen. Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat men bij bodemverstorende activiteiten alert dient te zijn op de aanwezigheid van archeologische waarden.
Mochten er tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan geldt conform artikel 53 van de Monumentenwet 1988 een meldingsplicht bij de bevoegde overheid, de Gemeente Rhenen.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
18 van 19
Project
: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, Lijsterberg te Rhenen
Kenmerk
: S100266
Literatuur Bakker de, H en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. Koeman, S.M., 2009: Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen. Synthegra Rapport S090212. Kremer H., 2009: Programma van Eisen IVO-P Lijsterberg te Rhenen Definitief 28-09-2009 Synthegra project S090345. Leuvering, J.H.F. en R. Nillesen, 2009: Bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen, Lijsterberg te Rhenen. Synthegra Rapport S090029. Mulder de, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten Nederlands
Normalisatie-instituut, 1989:
NEN
5104:
Geotechniek
- Classificatie van
onverharde
grondmonsters., Delft. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer , 2006: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 3.1. SIKB, Gouda. Topografische Dienst Nederland, 1998: TOP25raster.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
19 van 19
Bijlagen:
Bijlage 1: Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Ouderdom in jaren
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen
1
11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
Atlanticum warm vochtig
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2: Allesporenkaart
±
Allesporenkaart 441580
Lijsterberg te Rhenen schaal: 1:250
Legenda
Ligging profiel Recente verstoring Recente ingraving, spoor 10 pr of ie
l1 .1
Gasleiding Dagzomende grindbaan Natuurlijke verkleuringen Subrecente kuil 18-20e eeuw
4 3
r
Subrecente greppel 18-20e eeuw l1 .2
C-horizont, gestuwde afzettingen
pr of ie
Plangebied
441560
1001 r
S100266 IVO-P_13102010_JH_1.0
5
1 2
7
6
r
l1 .3
1001
pr of ie
10
1001
we
441540
g
pr of ie
l1 .4
8
tra es er gs er b
1001
441520
Ac
ht
pr of ie
l1 .5
1001 9
at
1002
gas 1002
0
5
167980
10
20
Meter
168000
168020
Bijlage 3: Profieltekeningen
Profielen Lijsterberg te Rhenen schaal: 1:50
Legenda #
Plaggendek, Aa1-horizont
Vondst
Plaggendek, Aa2-horizont
Hoogtelijn
C-horizont:dagzomende grindlaag (spoor 5)
Recente bouwvoor
Aa/C-horizont vermengd
Recente verstoring
C-horizont: gestuwde afzettingen 1
Recente ingraving, spoor 10
Laagnummer Vondstnummer
1
S100266 IVO-P_09112010_JH_1.0
profiel 1.5 profiel 1.4 1
profiel 1.3
1 10
1
Profiel 1.1 2
1
Meter 0
0,5
1
2
7 3 4 5 6
42,80 m + NAP
42,80 m + NAP
2 9 6
10 13
11 12 6
8
43,80 m + NAP
43,80 m + NAP
2 1
11 12 6
#
1
43,80 m + NAP
10
profiel 1.2
11 12 6
Bijlage 4: Sporenlijst
Spoorformulier Opdrachtgever / contactpersoon:
Gemeente Rhenen, dhr. N. van Dixhoorn
Project:
IVO-P
Toponiem:
Lijsterberg
Projectleider:
S.Diependaal
Plaats :
Rhenen
Kaartblad:
39E
Projectnummer:
S 100266
Gemeente:
Rhenen
RD-coördinaat X:
167847
Gemeentecode:
RHELI
Provincie:
Utrecht
RD-coördinaat Y:
441767
Onderzoeksmeldingsnr:
43333
Spoor
werkput
vlak
profiel
interpretatie
NAP
spoor
boven
nummer
zijde
spoor
spoor
Kleur
Textuur
Insluitsel
gecoupeerd diepte ja / nee
relatie
opmerkingen
datum
met andere
in cm
tekening nummer
sporen
1001
1
1
C-Horizont
licht geel bruin
matig fijn zand
sterk grindig
18-10-2010
1002
1
1 laag 2
1.3 1.4
bruin grijs
matig fijn zand
uiterst grindig
18-10-2010
1 1
1
1
1
natuurlijke vlek
insteek
2 rood bruin
matig fijn zand
zwak grindig gevlekt
18-10-2010
1
2
1
1
natuurlijk
ja
3 rood bruin
matig fijn zand
matig grindig gevlekt
18-10-2010
1
3
1
1
natuurlijk
rood bruin
matig fijn zand
g2 gevlekt
18-10-2010
1
4
1
1
natuurlijk
licht grijs licht bruin
matig fijn zand
5
1
1
grindbaan
Licht geel wit
matig fijn zand
6
1
1
natuurlijk
rood bruin
matig fijn zand
7
1
1
natuurlijk
rood bruin
8
1
1
kuil (sub rec)
9
1
1
greppel (sub rec)
10
1
1
sloot/greppel(rec)
zwart bruin gevlekt
18-10-2010
1
uiterst grindig
18-10-2010
1
18-10-2010
1
matig fijn zand
gevlekt
18-10-2010
1
donker bruin grijs
matig fijn zand
matig humeus, matig grindig lei witgoed bst puin
18-10-2010
1
zwart grijs gevlekt
matig fijn zand
zwak humeus
18-10-2010
1
matig fijn zand
zwak humeus, zwak grindig, plastic glas baksteen
18-10-2010
1
Bijlage 5: Vondstenlijst
Vondstenlijst
SCHA KER AW
opschaven vlak keramiek aardewerk
wand rand
witbakkend roodbakkend
loodglazuur loodglazuur
test/kom
roetaanslag
1550 n.Chr 1700 n.Chr 1500 n.Chr 1700 n.Chr
complex datering
eind datering
begin datering
bijzonderheden
secundaire kenmerken
vorm details
vorm
versiering
gedraaid gedraaid
afwerking
Nederland Nederland
magering
maakwijze
1 7,5
herkomst
1 1
type baksel
gewicht
aw aw
39E 167847 441767
fragment
aantal
KER KER KER KER
opmerkingen
categorie
18‐10‐2010 18‐10‐2010
materiaal
Datum
11 SCHA 11 SCHA
Inhoud (alles, bijv. MIX)
verzamelwijze
1.4 1.4
laag
profiel
vulling
vlak 1 1
vak
put 1 1
spoor
Vondstnummer 1 1
Tekeningnummer
Gemeente Rhenen, dhr. N. van Dixhoorn Toponiem: Lijsterberg Kaartblad: Plaats : Rhenen RD‐coördinaat X: Gemeente: Rhenen RD‐coördinaat Y: Provincie: Utrecht
Opdrachtgever / contactpersoon: Project: IVO‐P Projectleider: S.Diependaal Projectnummer: S 100266 Gemeentecode: RHELI Onderzoeksmeldingsnr: 43333