Bijlage 7 Voorstel bestemmingsregels
Tekst van het document
Geldend voor bouwwerken, aangeduid op de Cultuurhistorische Waardenkaart met waarde ‘hoog’, niet zijnde een rijks- of gemeentelijk monument; en voor bouwwerken gelegen in een terrein, aangeduid op de Cultuurhistorische Waardenkaart met waarde ‘hoog’, niet zijnde een rijks- of gemeentelijk beschermd terrein. art.nr. x.x. Bouwregels a Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende bouwwerkzaamheden uit te (doen) voeren: a. het geheel of gedeeltelijk slopen van gebouwen; b. het wijzigen van de dakvorm, dakhelling en nokrichting van de gebouwen; c. het aanbrengen of wijzigen van erkers, luifels, zonneschermen en gevelreclame; d. het aanbrengen van dakkapellen en het wijzigen van bestaande dakkapellen; e. het wijzigen van de bestaande bouw- en goothoogte van gebouwen; f. het wijzigen van de gevelindeling van gebouwen. b Uitzondering Het bepaalde in lid a is niet van toepassing op bouwwerkzaamheden, die: a. het normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het moment van het van kracht worden van het plan; c. reeds op basis van de Erfgoedwet zijn beschermd. c Toetsingscriteria a.
de omgevingsvergunning als bedoeld in lid a kan slechts worden verleend, indien het bouwwerk of aangewezen terrein niet wezenlijk wordt aangetast of indien de mogelijkheden tot herstel ervan niet onevenredig worden verkleind en de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit om advies is gevraagd; b. in het advies van de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt in ieder geval getoetst aan de waardes zoals die zijn benoemd in de Cultuurhistorische Waardenkaart; c. het bevoegd gezag kan voorschrijven dat de aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid a nader onderzoek moet verrichten, zoals een bouwhistorisch rapport, een historisch-ruimtelijke analyse, een cultuurhistorisch onderzoek of een kleurenonderzoek.
Geldend voor bouwwerken, aangeduid op de Cultuurhistorische Waardenkaart met waarde ‘midden’, niet zijnde een rijks- of gemeentelijk monument; en voor bouwwerken gelegen in een terrein, aangeduid op de Cultuurhistorische Waardenkaart met waarde ‘midden’, niet zijnde een rijks- of gemeentelijk beschermd terrein. art.nr. x.x. Bouwregels a Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende bouwwerkzaamheden uit te (doen) voeren: a. het geheel of gedeeltelijk slopen van gebouwen; b. het wijzigen van de dakvorm, dakhelling en nokrichting van de gebouwen; c. het wijzigen van de bestaande bouw- en goothoogte van gebouwen. b Uitzondering Het bepaalde in lid a is niet van toepassing op bouwwerkzaamheden, die: a. het normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het moment van het van kracht worden van het plan; c. reeds op basis van de Erfgoedwet zijn beschermd. c Toetsingscriteria a. de omgevingsvergunning als bedoeld in lid a kan slechts worden verleend, indien het bouwwerk of aangewezen terrein niet wezenlijk wordt aangetast of indien de mogelijkheden tot herstel ervan niet onevenredig worden verkleind en de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit om advies is gevraagd; b.
in het advies van de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt in ieder geval getoetst aan de waardes zoals die zijn benoemd in de Cultuurhistorische Waardenkaart; c. het bevoegd gezag kan voorschrijven dat de aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid a nader onderzoek moet verrichten, zoals een bouwhistorisch rapport, een historisch-ruimtelijke analyse, een cultuurhistorisch onderzoek of een kleurenonderzoek.
Geldend voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden aan een terrein, aangeduid op de Cultuurhistorische Waardenkaart met waarde ‘hoog’, of aan een terrein waarop een als zodanig aangewezen object zich bevindt, niet zijnde een rijks- of gemeentelijk monument: art.nr. x.x. Regels voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ontginnen, afgraven en verlagen, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of op andere wijze herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verlagen van de waterstand anders dan door sloten/greppels of drainage met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het vellen of rooien van bos en/of verwijderen van houtopstanden en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bos en/of houtopstanden ten gevolge hebben of kunnen hebben; e. het verwijderen van natuur- en landschapselementen; f. het verwijderen of wijzigen van perceelsindelingen, paden en onverharde wegen; g. diepploegen, waarbij de kruidlaag volledig wordt opgeploegd; h.
bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; i. het aanleggen en/of verharden van wegen. paden en parkeergelegenheden waaronder ook begrepen het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; j. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur. b Uitzonderingen Het gestelde verbod in lid a is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden welke: a. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning; b. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning ingevolgde de Ontgrondingenwet; c. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; e. het vellen, rooien of beschadigen van berken, coniferen, amerikaanse vogelkers en fruitbomen, uitgezonderd berken of coniferen met een stamdiameter op 130 centimeter hoogte van meer dan 60 centimeter en hoogstamfruitbomen. c Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid a zijn slechts toelaatbaar, mits: a.
door die werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer natuur-, cultuurhistorische en landschapswaarden van de betreffende gronden, niet evenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit om advies is gevraagd; b. in het advies van de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt in ieder geval getoetst aan de waardes zoals die zijn benoemd in de Cultuurhistorische Waardenkaart; c. door de aanvrager een rapport is overlegd, waaruit blijkt dat naar het oordeel van het bevoegd gezag aan de onder a genoemde voorwaarden is voldaan
Geldend voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden aan een terrein, aangeduid op de Cultuurhistorische Waardenkaart met waarde ‘midden’, of aan een terrein waarop een als zodanig aangewezen object zich bevindt, niet zijnde een rijks- of gemeentelijk monument: art.nr. x.x. Regels voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ontginnen, afgraven en verlagen, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of op andere wijze herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verwijderen of wijzigen van perceelsindelingen, paden en onverharde wegen. b Uitzonderingen Het gestelde verbod in lid a is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden welke: a. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een daartoe verleende omgevingsvergunning; b. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning ingevolgde de Ontgrondingenwet; c. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; e.
het vellen, rooien of beschadigen van berken, coniferen, amerikaanse vogelkers en fruitbomen, uitgezonderd berken of coniferen met een stamdiameter op 130 centimeter hoogte van meer dan 60 centimeter en hoogstamfruitbomen. c Toelaatbaarheid De werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden als bedoeld in lid a zijn slechts toelaatbaar, mits: a. door die werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer natuur-, cultuurhistorische en landschapswaarden van de betreffende gronden, niet evenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind en de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit om advies is gevraagd; b. in het advies van de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt in ieder geval getoetst aan de waardes zoals die zijn benoemd in de Cultuurhistorische Waardenkaart; c. door de aanvrager een rapport is overlegd, waaruit blijkt dat naar het oordeel van het bevoegd gezag aan de onder a genoemde voorwaarden is voldaan