bijlage 7 Inventariserend veldonderzoek pdf (1)
Tekst van het document
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Lijsterberg te Rhenen gemeente Rhenen
Opdrachtgever Gemeente Rhenen in samenwerking met Rhenense Woningstichting
Status:
Projectnummer Synthegra Rapport S090212
Autorisatie dr. J.A. Mol (senior prospector)
DEFINITIEF
Projectleider S.M. Koeman
Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Fax +31 (0)88 81 81 989, Internet: www.synthegra.nl Bankrelatie Friesland Bank, nr. 295191155, BTW nr. NL819631288B01, HR 01115557
Paraaf
Datum 05-08-2009
Project: Projectnummer:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
Colofon Opdrachtgever:
Gemeente Rhenen in samenwerking met de Rhenense Woningstichting
Project:
Lijsterberg te Rhenen
Projectnummer:
S090212
Titel:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen
Datum:
05-08-2009
Projectleider:
drs. S.M. Koeman (fysisch geograaf, prospector)
Auteurs:
drs. S.M. Koeman
Tekenaar:
dhr. J. Heersink (GIS/CAD-specialist)
Autorisatie:
dr. J.A. Mol (senior prospector)
Druk:
Synthegra bv, Doetinchem
ISSN:
1874-9771
Synthegra bv Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Fax +31 (0)88 81 81 989, Internet: www.synthegra.nl Bankrelatie Friesland Bank, nr. 295191155, BTW nr. NL819631288B01, HR 01115557
© Synthegra bv, 2009
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
2 van 15
Project: Projectnummer:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
INHOUD Administratieve gegevens
4
1
Inleiding
5
1.1
Onderzoekskader
5
1.2
Onderzoeksdoel en vraagstellingen
5
1.3
Ligging en huidige situatie plangebied
7
2
Vooronderzoek
8
2.1
Inleiding
8
2.2
Verwachtingsmodel
8
2.3
Conclusie en aanbeveling
9
3
Inventariserend Veldonderzoek
10
3.1
Methode
10
3.2
Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens
10
3.3
Archeologische indicatoren
11
3.4
Archeologische interpretatie
11
4
Conclusies en aanbevelingen
13
4.1
Inleiding
13
4.2
Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen
13
4.3
Aanbevelingen
14
Literatuur en kaarten
15
Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Boorpuntenkaart Bijlage 3: Boorprofielen Bijlage 4: Advieskaart Afbeelding voorblad: Noordwestelijk deel van het plangebied gezien vanuit het zuiden.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
3 van 15
Project: Projectnummer:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
Administratieve gegevens Toponiem
: Lijsterberg
Plaats
: Rhenen
Gemeente
: Rhenen
Provincie
: Utrecht
Projectnummer
: S090212
Bevoegd gezag
: gemeente Rhenen
Deskundige namens
: dhr. P.C. de Boer (Milieudienst Zuidoost-Utrecht)
het bevoegd gezag Opdrachtgever
: gemeente Rhenen in samenwerking met Rhenense Woningstichting
Uitvoerende instantie
: Synthegra bv
Datum uitvoering veldwerk
: 10-06-2009
Uitvoerders veldwerk
: drs. S.M. Koeman (fysisch geograaf, prospector), drs. S. Diependaal (archeoloog)
Onderzoeksmelding (ARCHIS)
: 35.482
Datum onderzoeksmelding
: 08-06-2009
Onderzoeksnummer (ARCHIS)
: nog niet bekend
Kaartblad
: 39E
Periode
: Midden-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd
Oppervlakte
: ca. 6.000 m2
Grondgebruik
: Groenstroken en verharding
Geologie
: Gestuwde afzettingen
Geomorfologie
: Hoge stuwwal
Bodem
: Hoge bruine enkeerdgronden
Depot
: Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Utrecht, te Utrecht.
De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende vier coördinaten: Noordwest
X: 167898 Y: 441685
Noordoost
X: 168028 Y: 441685
Zuidoost
X: 168028 Y: 441519
Zuidwest
X: 167898 Y: 441519
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
4 van 15
Project: Projectnummer:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
1
Inleiding
1.1
Onderzoekskader Synthegra heeft in opdracht van gemeente Rhenen en de Rhenense Woningstichting een archeologisch onderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Lijsterberg in Rhenen (afbeelding 1.2, rode kader). In februari 2009 is door Synthegra voor een onderzoeksgebied, waarvan het huidige plangebied onderdeel uit maakt, een bureau- en verkennend booronderzoek1 uitgevoerd (afbeelding 1.2, blauwe kader). Naar aanleiding van de resultaten is voor het zuidwestelijk deel van dit onderzoeksgebied vervolgonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek aanbevolen. Dit rapport betreft de resultaten het karterende booronderzoek. De aanleiding voor het onderzoek is de geplande nieuwbouw. De bestaande flatgebouwen zullen worden vervangen door nieuwe (A, B en C in afbeelding 1.1). Het multifunctionele gebouw blijft bestaan (afbeelding 1.1, het grijze vlak van 1350 m2 footprint). De speelplaats wordt in zuidoostelijke richting verplaatst, waarna op de huidige speelplaats 24 zorgwoningen (D in afbeelding 1.1) zullen worden gebouwd. In het zuiden zijn 4 halfvrijstaande woningen gepland (E in afbeelding 1.1). De diepte van de toekomstige bodemverstoring zal maximaal 2 m beneden maaiveld bedragen, waardoor de bodem waarschijnlijk tot in het archeologische niveau zal worden verstoord, dat in dit gebied vanaf 50 cm beneden maaiveld verwacht kan worden.
Door de graafwerkzaamheden die zullen gaan plaatsvinden, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is vanwege de regelgeving van de overheid voorafgaand aan de graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 3.12 en de Leidraad Veldonderzoek.3 Het veldwerk is uitgevoerd op 10 juni 2009. Het bevoegd gezag, de gemeente Rhenen, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit te nemen.
1.2
Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het karterend booronderzoek is het toetsen van het opgestelde verwachtingsmodel door de intactheid van de bodemopbouw vast te stellen en de eventueel aanwezige archeologische resten en/of vindplaatsen te inventariseren. De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord:
• • • • •
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig? Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden? Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?
1
Leuvering en Nillesen 2009. Synthegra Rapport S090029.
2
SIKB 2006a.
3
SIKB 2006b.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
5 van 15
Project: Projectnummer:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
Afbeelding 1.1: Geplande herinrichting van het plangebied.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
6 van 15
Project: Projectnummer:
1.3
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
Ligging en huidige situatie plangebied Het zuidwestelijk deel van plangebied is circa 6000 m2 groot en ligt aan de Lijsterberg in Rhenen (afbeelding 1.1). Het terrein wordt in het zuidoosten begrensd door de Achterbergsestraatweg, in het zuidwesten door de Lijsterberg en in het noordwesten en noordoosten door bestaande bebouwing met bijbehorende groenstroken. Het plangebied bestaat uit groenstroken en parkeerplaatsen. De hoogte van het maaiveld varieert van circa 44,2 m + NAP (Normaal Amsterdams Peil)4 in het zuidoosten tot 45,0 m + NAP in het noordwesten.
Afbeelding 1.2: Het plangebied op de Topografische Kaart van Nederland 1:25.000 aangegeven met het rode kader. Het plangebied van het vooronderzoek (bureau- en verkennend booronderzoek) is aangegeven met het blauwe kader (Bron: TOP25raster 1998. Topografische Dienst Nederland, Emmen).
4
Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP geraadpleegd op www.ahn.nl
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
7 van 15
Project: Projectnummer:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
2
Vooronderzoek
2.1
Inleiding In februari 2009 heeft Synthegra een bureau- en verkennend booronderzoek5 uitgevoerd voor het terrein aan de Lijsterberg in Rhenen. In totaal zijn 12 boringen gezet. In dit hoofdstuk volgt een korte samenvatting van de belangrijkste punten van dit onderzoek.
2.2
Verwachtingsmodel Volgens de IKAW (Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden) van het RCE geldt voor het plangebied een onbekende archeologische verwachting vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Rhenen. De CHS van de provincie Utrecht kent aan het plangebied om diezelfde reden een onbekende archeologische verwachting toe. In de paleolithische en mesolithische periode leefde men als jager-verzamelaars in tijdelijke kampementen. Tot en met het midden-paleolithicum lagen de gestuwde afzettingen aan het maaiveld. In het laatpaleolithicum zijn ze op de stuwwal plaatselijk bedekt met fluvioperiglaciale afzettingen en/of dekzand. Mogelijk is dit ook binnen het plangebied het geval. Archeologische resten uit deze periode worden op de top van het dekzand verwacht en bestaan vooral uit werktuigen van vuursteen en haardkuilen. De oudste bekende waarneming in de omgeving van Rhenen dateert uit het midden-paleolithicum. Eventuele prehistorische archeologische resten zijn naar verwachting bedekt met een plaggendek. De ligging van het plangebied, op een helling aan de rand van het Rijndal, is gunstig en verhoogt de archeologische trefkans. Echter omdat er vrijwel geen vondsten uit deze periode in de omgeving van het plangebied zijn aangetroffen, is de hoge archeologische verwachting bijgesteld.
De archeologische verwachting voor de periode middenpaleolithicum tot en met mesolithicum wordt op middelhoog gesteld. Vanaf het neolithicum schakelde men geleidelijk aan over van jagen en verzamelen naar landbouw en veeteelt. Door deze overschakeling ging men van een nomadisch bestaan over tot een sedentaire levenswijze. De nederzettingslocaties blijven dezelfde. Nog steeds verkoos men hogere, droge gebieden nabij water. In tegenstelling tot de vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars met een oppervlakkige verstoring van de bodem ging men vanaf het neolithicum de bodem bewerken en vaste woonplaatsen aanleggen. Het sedentaire karakter van de nederzettingen resulteerde in diepe paalkuilen, afvalkuilen, waterputten en beerkuilen. Er zijn neolithische vondsten in de buurt van het plangebied aangetroffen. Blijkbaar was het gebied al vanaf het neolithicum interessant. Daarom wordt aan het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen toegekend. Het plangebied is mogelijk al sinds de vroege middeleeuwen in gebruik als agrarisch gebied. De gebiedsbenaming
‘ing’,
zoals
aangegeven
op
historisch
kaartmateriaal,
duidt
namelijk
op
een
gemeenschappelijke stads- of dorpsakker. Binnen het plangebied zou tussen de bebouwing nog een intact plaggendek aanwezig kunnen zijn. Dit plaggendek is een resultaat van laat-middeleeuwse en/of vroegmoderne (pre-industriële) bemesting. Door het gebruik van stalmest en bosstrooisel, eventueel aangevuld met (stedelijk) afval, trad een aanzienlijke maaiveldverhoging op. Het plaggendek heeft een conserverende werking op de onderliggende bodemlagen, omdat deze dan tegen latere ploegwerkzaamheden beschermd zijn. In het plaggendek kunnen losse vondsten aangetroffen worden uit de latere perioden, de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. De verwachting voor nederzettingssporen uit deze periode is echter laag, aangezien het hier om akkers gaat.
5
Leuvering en Nillesen 2009.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
8 van 15
Project: Projectnummer:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
Periode
Verwachting
midden-
middelhoog
Verwachte kenmerken vindplaats
Diepteligging sporen
Bewoningssporen, tijdelijke
Op de gestuwde
kampementen: vuursteen artefacten,
afzettingen onder het
haardkuilen
dekzand
Bewoningssporen, tijdelijke
Onder het plaggendek,
paleolithicum
kampementen: vuursteen artefacten,
in de top van het
–
haardkuilen
dekzand
paleolithicum laat
middelhoog
mesolithicum neolithicum –
Nederzetting: cultuurlaag, fragmenten
Onder het plaggendek,
vroege
hoog
aardewerk, natuursteen,
in de top van het
middeleeuwen
gebruiksvoorwerpen
dekzand (indien aanwezig)
late
laag
Agrarische sporen, losse vondsten
middeleeuwen
Tussen de bebouwing, vanaf maaiveld
– nieuwe tijd Tabel 2.1: Archeologische verwachting per periode.
2.3
Conclusie en aanbeveling Uit het booronderzoek is gebleken dat de bodem in het grootste deel van het plangebied is vergraven tot in de C-horizont. Dit betekent dat in dat deel van het plangebied niet alleen de aan het oppervlak liggende vuursteenvindplaatsen uit de steentijd, maar ook de nederzettingsterreinen uit de latere perioden, vergraven zullen zijn. De archeologische verwachting in dat deel van het plangebied kan op grond van het verkennend veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. Ter plaatse van boring 1, 2 en 4 is een (deels) intact bodemprofiel aangetroffen. Hier ligt een plaggendek met daaronder de B-horizont van de natuurlijke holtpodzolgrond. Aangezien de A-horizont van de holtpodzolgrond van nature niet dik is (max. 20 cm), is het toenmalige oppervlak redelijk bewaard gebleven. Dit betekent dat archeologische resten in deze delen van het plangebied niet kunnen worden uitgesloten en de archeologische verwachting, zoals verwoord in het verwachtingsmodel (paragraaf 2.2) hier van kracht blijft. Het gaat hier om het grasveld tussen de huidige speelplaats en het multifunctionele gebouw en het grasveld ten zuidoosten van het multifunctionele gebouw. Op grond van deze resultaten is voor het zuidwestelijk deel van het plangebied (rond boring 1, 2 en 4) een karterend booronderzoek aanbevolen.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
9 van 15
Project: Projectnummer:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
3
Inventariserend Veldonderzoek
3.1
Methode Op basis van resultaten uit het uit bureauonderzoek en het verkennende booronderzoek is aan de hand van de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek6 een karterend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 20 boringen per hectare uitgevoerd in het zuidwesten van het plangebied. Hiermee is het onderzoek in dit deel van het plangebied karterend voor vuursteenvindplaatsen uit de steentijd en voor nederzettingsresten uit de latere perioden. In totaal zijn in het plangebied, dat een oppervlakte heeft van 6.000 m2, 14 boringen gezet. Voor zover de terreinomstandigheden (bebouwing, verhardingen, begroeiing etc.) het toelieten, zijn de boringen zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een meetlint. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 15 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont. Het opgeboorde sediment is gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 x 4 mm en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 51047 en bodemkundig8 geïnterpreteerd.
3.2
Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens De locaties van de boringen staan in bijlage 2 en de boorprofielen in bijlage 3. In het terrein zijn hoogteverschillen waargenomen. Deze terreinverschillen zijn aangelegd ten behoeve van de bebouwing. Ter plaatse van boring 12 liep het terrein geleidelijk af richting de parkeerplaats bij een flatgebouw, dat circa 2,5 m lager lag dan de rest van het plangebied (bijlage 2). Boring 1 lag op een parkeerplaats bij een ander flatgebouw dat circa 2,5 m lager lag dan de omgeving. Het grasveld, waar boring 1 t/m 4 en 13 zijn gezet, liep geleidelijk af naar de weg en is dus gedeeltelijk opgehoogd. Het leek erop dat ook de rest van het terrein (boring 5 t/m 11 en 14) ook was opgehoogd. Op basis van het vooronderzoek9 werden in het plangebied gedeeltelijk intacte bodems verwacht. Dit bodemprofiel zou uit een restant van het plaggendek bestaan met daaronder een restant van de B-horizont van de oorspronkelijke holtpodzolgrond. De natuurlijke ondergrond zou uit grindhoudende, grofzandige gestuwde afzettingen en/of fluvioperiglaciale afzettingen bestaan. De natuurlijke ondergrond (C-horizont) bestond in de meeste gevallen uit matig grof, slecht gesorteerd zand met een grindbijmenging. Deze grove, grindhoudende zandlagen zijn de gestuwde rivierafzettingen of de fluvioperiglaciale afzettingen, die eventueel de gestuwde afzettingen bedekken.
De samenstelling van beide sedimenten zijn gelijk, waardoor ze op basis van het booronderzoek niet van elkaar zijn te onderscheiden. De C-horizont ter plaatse van boring 5 was afwijkend van de rest. Hier bestond de C-horizont tot 2 m beneden maaiveld uit zwak siltig, matig fijn, goed gesorteerd zand. Dit zand is geïnterpreteerd als dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). In het hele plangebied, met uitzondering van boring 1, is inderdaad een restant van het plaggendek aangetroffen. Boring 1 is op een parkeerplaats bij een flatgebouw gezet. Hier is het terrein duidelijk afgegraven en is de oorspronkelijke bodem verdwenen. De bodem bestond hier tot minimaal 2 m beneden maaiveld (de maximale boordiepte) uit bouwzand.
6
SIKB 2006b.
7
NEN 5104 1989.
8
De Bakker en Schelling 1989.
9
Leuvering en Nillesen 2009.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
10 van 15
Project: Projectnummer:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
In de rest van het plangebied bestond de bovenste 30-110 cm uit recent opgebrachte/verstoorde grond (boring 2, 4 t/m 14). Dit niveau is waarschijnlijk opgebracht bij de aanleg van de huidige bebouwing. Ter plaatse van boring 3a en 3b kon niet door dit pakket heen worden geboord, omdat de boringen stuitten op grote kiezels. Daarom is nog een extra boring gezet (boring 13). Het pakket opgebrachte grond was het dikste op de hoogste delen van het terrein, aan de randen (boring 2, 5, 6, 12 en 13) was het dunner. Onder dit recente ophogingspakket is een restant van het plaggendek aangetroffen, dat meestal slechts 10-20 cm dik was (Aap- en Aa-horizont). Verspreid over het terrein is een wat dikker plaggendek aangetroffen van 40-70 cm dik (boring 5, 9 en 13). Het onderste gedeelte van het plaggendek had een bruine kleur, wat vermoedelijk te wijten is aan het gebruik van bosstrooisel als plaggen, wat een bruine kleur geeft. Deze bruinkleuring is moeilijk te onderscheiden van de bruine B-horizont van de oorspronkelijke holtpodzolgrond. Aangezien de bruingekleurde horizont met een scherpe ondergrens overging in de natuurlijke ondergrond, is geconcludeerd dat het hier een restant van het plaggendek betrof en niet een restant van de B-horizont, zoals in het verkennend booronderzoek werd geconcludeerd, want dan was de overgang geleidelijk geweest.
Verspreid over het plangebied is op vier locaties onder het plaggendek een zogenaamde BC-horizont aangetroffen (boring 2, 5, 7 en 8). Dit is de overgangshorizont van de podzolgrond naar de natuurlijke ondergrond. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de top van de natuurlijke ondergrond alleen op deze locaties intact is.
3.3
Archeologische indicatoren In boring 4 is in de onderkant het plaggendek een fragment kogelpot aangetroffen, dat is gedateerd in de 13e/14e eeuw (vondst 1). Dit fragment kan een losse vondst zijn en beschouwd worden als zogenaamd mestaardewerk, dat bij het opbrengen van de plaggen in het plaggendek terecht is gekomen. Dit geeft dan een indicatie voor de ouderdom van het plaggendek. Het plaggendek is op basis van deze scherf niet ouder dan de late middeleeuwen en dateert dus niet uit de vroege middeleeuwen. Toch kan de scherf ook een indicatie zijn voor een archeologische vindplaats in het plangebied. Bij de oudste ploegactiviteiten zal is de oorspronkelijke bodem en eventuele vondstrijke lagen opgenomen in de toenmalige bouwvoor (huidige onderkant van het plaggendek). Bovendien ligt deze boring vlakbij de historische Achterbergsestraatweg (zuidoostelijke grens van het plangebied). Het is daarom vooralsnog niet uit te sluiten dat in de middeleeuwen bewoning langs deze weg heeft gelegen.10 De scherf kan dus uit een vindplaats afkomstig zijn die onder het plaggendek ligt.
3.4
Archeologische interpretatie In het plangebied is onder een recent ophogingspakket een restant van een plaggendek aangetroffen met daaronder de natuurlijke ondergrond (C-horizont). Onder het plaggendek zijn geen restanten van de oorspronkelijke holtpodzolgrond waargenomen. De restanten van de B-horizont, die tijdens het verkennende booronderzoek zijn aangetroffen, zijn tijdens het karterende booronderzoek geherïnterpreteerd als restanten van het oudste deel van het plaggendek. Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit een strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien tijdens het onderzoek
geen
restanten
van
de
podzolbodem
zijn
aangetroffen,
zijn
eventueel
aanwezige
vuursteenvindplaatsen al verloren gegaan. Bovendien zijn tijdens het onderzoek ook geen fragmenten vuursteen aangetroffen. De middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het midden-paleolithicum tot en het mesolithicum kan daarom naar laag worden bijgesteld. Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-
10
Schriftelijke mededeling van de gemeente Rhenen dd. 08-07-2009 (dhr. P.C. de Boer).
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
11 van 15
Project: Projectnummer:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
horizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Tijdens het booronderzoek is een scherf laatmiddeleeuws fragment aardewerk aangetroffen, dat mogelijk wijst op de aanwezigheid een vindplaats uit deze periode. Voor vindplaatsen uit andere perioden zijn geen aanwijzingen aangetroffen. Daarom kan de hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen kan naar laag worden bijgesteld. De lage verwachting voor de late middeleeuwen kan op basis van de vondst naar hoog worden bijgesteld. De lage verwachting voor de nieuwe tijd kan gehandhaafd blijven.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
12 van 15
Project:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
Projectnummer:
4
Conclusies en aanbevelingen
4.1
Inleiding Voor het plangebied gold op basis van het bureauonderzoek en verkennend booronderzoek een middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het midden-paleolithicum tot en met het mesolithicum, een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen en een lage verwachting voor de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Het doel van het inventariserend veldonderzoek was om deze verwachting te toetsen.
4.2
Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen
•
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? De ondergrond in het plangebied bestond uit gestuwde afzettingen en/of fluvioperiglaciale afzettingen. In boring 5 is tot 2 m beneden maaiveld dekzand aangetroffen. Onder een recent opgebracht pakket is vanaf 30-110 cm beneden maaiveld een restant van het plaggendek aangetroffen. Onder het plaggendek lag met een scherpe ondergrens de natuurlijke ondergrond (Chorizont). Restanten van de oorspronkelijke holtpodzolgrond zijn niet aangetroffen.
•
Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig? Ter plaatse van boring 4 is een fragment laatmiddeleeuws aardewerk aangetroffen, dat mogelijk wijst op een archeologische vindplaats in het plangebied.
•
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden? Het archeologische sporenniveau wordt onder het plaggendek in de BC- of C-horizont verwacht. Dit niveau bevindt zich rond de boringen 2 t/m 4 op circa 70-110 cm beneden maaiveld. De archeologische resten worden met name langs de Achterbergsestraatweg in het zuidoosten van het plangebied verwacht. Archeologische resten in de rest van het plangebied kunnen echter niet worden uitgesloten.
•
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? In het zuidoosten van plangebied worden langs de historische Achterbergsestraatweg een of meerdere laatmiddeleeuwse huisplaatsen verwacht.
•
In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De verwachting is dat binnen het plangebied, met name in het zuidoosten, mogelijk archeologische resten in situ aanwezig zijn. Het archeologisch sporenniveau wordt in het zuidoosten van het plangebied (ter plaatse van boring 2 t/m 4) vanaf 70-110 cm beneden maaiveld verwacht. Wanneer de graafwerkzaamheden dieper reiken dan 70 cm beneden maaiveld kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan.
De middelhoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen uit het midden-paleolithicum tot en met het mesolithicum en de hoge verwachting voor nederzettingssporen uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen kunnen op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. De lage verwachting voor nederzettingsresten uit de late middeleeuwen kan naar hoog worden bijgesteld. De lage verwachting voor de nieuwe tijd kan gehandhaafd blijven.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
13 van 15
Project: Projectnummer:
4.3
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van proefsleuven, aangezien de verstoringdiepte meer dan 70 cm beneden maaiveld zal bedragen. In eerste instantie kan worden volstaan met een enkele sleuf ter hoogte van boring 4 (bijlage 4). Als blijkt dat zich
hier
archeologische
resten
in
de
ondergrond
bevinden,
zal
de
dekkingsgraag
van
het
proefsleuvenonderzoek worden uitgebreid naar een oppervlakte van tussen de 5 tot 10 % van het plangebied.11 Het doel van het proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde verwachting, die is gebaseerd op het bureau- en booronderzoek. Tijdens dit onderzoek wordt vast gesteld of in het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is en wordt het terrein gewaardeerd met betrekking tot het behoud van een eventuele vindplaats. Voor dit proefsleuvenonderzoek zal een Programma van Eisen (PvE) moeten worden opgesteld, dat als leidraad fungeert bij het proefsleuvenonderzoek. Dit PvE dient getoetst en beoordeeld te worden door de bevoegde overheid, de gemeente Rhenen. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectie-advies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zijn beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Rhenen), die vervolgens een selectiebesluit zal nemen. Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten.
Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen, dat mochten tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen dan geldt conform artikel 53 van de Monumentenwet uit 1988 (herzien in 2007) een meldingsplicht bij de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of ons inziens het door hem vertegenwoordigd bevoegd gezag, de gemeente Rhenen.
11
Dit advies is conform het advies van de gemeente Rhenen dd. 08-07-2009.
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
14 van 15
Project: Projectnummer:
Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek, Lijsterberg te Rhenen S090212
Literatuur en kaarten Literatuur Bakker de, H en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen. CvAK (College voor de Archeologische Kwaliteit), 2006: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 3.1. Leuvering, J.H.F. en R. Nillesen, 2009: Bureauonderzoek en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen, Lijsterberg te Rhenen. Synthegra Rapport S090029, Doetinchem. NEN 5104 (Nederlands Normalisatie-instituut), 1989: Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer , 2006a: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 3.1. SIKB, Gouda. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2006b: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (aanvulling op de KNA 3.1). SIKB, Gouda. Internet www.ahn.nl
© Synthegra bv, Doetinchemseweg 61a, NL-7007 CB Doetinchem
15 van 15
Bijlagen:
Bijlage 1:
Overzicht van relevante geologische en archeologische tijdvakken
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Ouderdom in jaren
Chronostratigrafie
MIS
Holoceen
1
11.755 12.745 13.675 14.025
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
15.700
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)
Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
2
LaatPleniglaciaal 29.000
50.000
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal
3
Formatie van Kreftenheye
Formatie van Boxtel
4
75.000
VroegWeichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
370.000 410.000
5a 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6
Holsteinien (warme periode)
Formatie van Beegden
5b
Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk
Elsterien (ijstijd) 475.000
Cromerien (warme periode) 850.000
Pre-Cromerien 2.600.000
Formatie van Sterksel
Formatie van Peelo
Cal. jaren v/n Chr. 1950
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
0
Vb2
1500
Subatlanticum koeler vochtiger
450 0 12
Vb1 Va
Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd
800 815
2650
IVb Subboreaal koeler droger
2000
3755
IVa
5000
4900
5300
7020
8240
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
I
8000
9000
8800 11.755
Atlanticum warm vochtig
10.150
12.745
10.800
13.675
11.800
14.025
12.000
15.700
13.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
Late Dryas
LW III
Allerød
LW II
Vroege Dryas LW I Bølling
35.000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)
Bronstijd
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Laat-Paleolithicum
75.000
115.000 130.000
Eemien (warme periode)
Midden-Paleolithicum loofbos
Saalien (ijstijd) 300.000
Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Bijlage 2:
Boorpuntenkaart
441700
Boorpuntenkaart
8
Lijsterberg te Rhenen
1 6
92
schaal: 1:1000
Legenda
11
12
Boorpunt
Boorpunt (S090029)
3
12
Steilrand
1
11
+/- 1,5m hoogteverschil, loopt geleidelijk af +/- 2,5m hoogteverschil, loopt geleidelijk af +/- 2,5m hoogteverschil
10
14
Larikslaan Plangebied (S090029)
Valleiweg
46 5
94
Plangebied
S090212_IVO-K__05062009_JH_1.0
8
Larikslaan
4
9 92a
441600
111
3
2
7
1
92b 140 113
10
6
2 2
Lijsterberg
3b
5
3a
13 4
0
167800
25
50
Meter 100
167900
168000
1
Bijlage 3:
Boorprofielen
Boring:
01
Boring: 0
0
-6
Klinker
02 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, resten wortels, sporen grind, sporen baksteen, donkergrijs-bruin, Aap-horizont, verrommeld, s
Zand, matig fijn, zwak siltig, geel, Bouwzand
50
50 -60 -70
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, bruin, Aa-horizont
-80
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, lichtgeel-bruin, BC-horizont, geleidelijke overgang
-100
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, geel, C-horizont, slecht gesorteerd
150
-200
200
Boring:
03a
Boring: 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin-grijs
03b 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, bruingrijs, vermengd
-20 -30
-50 -51
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, donkergrijs-geel, vermengd Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, donkerzwart-grijsbruin, vermengd
-40 -50 -51
50
gestuit op grote kiezel
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, sporen baksteen, donkerzwart-grijsbruin, vermengd gestuit op grote kiezel
Boring: 0
04
Boring: 0
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, sporen baksteen, grijsbruin, verrommeld, scherpe overgang
50
0
50
05 0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, donkergrijs-bruin, verrommeld
-50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, sporen baksteen, geelbruin, Aa-horizont, scherpe overgang
-90
100 -110
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, bruingrijs, scherpe overgang, Aa-horizont, vondst 1
100
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, geel, C-horizont
-100
-120
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtoranje-bruin, BC-horizont, geleidelijke overgang Zand, matig fijn, zwak siltig, geel, goed gesorteerd, dekzand
-130
150
200
-200
Projectnaam: Lijsterberg te Rhenen Projectcode: S090212
Datum: 16-06-2009
Boring:
06
Boring: 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin-grijs, verrommeld
-50
50
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, donkerbruin, Aap-horizont
07 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin-bruingrijs, verrommeld, recent opgebracht
50 -60
-70
-70
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, bruin, Aa-horizont -90
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, geel, C-horizont
100
-100
100
-120
-120
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, geelbruin, vermengd, recent opgebracht Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, donkerbruin-geel, vermengd, recent opgebracht Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, sporen baksteen, donkergrijs-bruin, Aap-horizont Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, bruin, Aa-horizont, scherpe overgang
-150
150
-160
-180
Boring: 0
08
Boring: 0
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs
0
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, lichtoranje-bruin, BC-horizont, geleidelijke overgang Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, lichtoranje-geel, C-horizont
09 0
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs
-40
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, geelbruin-grijs, gemengd
50
50
-70
Zand, matig fijn, zwak siltig, geelbruin, vermengd
-80
-95
100 -110
-130
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, donkerbruin, Aap-horizont, scherpe overgang Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, sporen baksteen, bruin, Aa-horizont
100
-100
-120
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, lichtbruin, BC-horizont Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, geel, C-horizont, slecht gesorteerd
-155
-140
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, donkerbruin, Aap-horizont, scherpe overgang Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, bruin, Aa-horizont, scherpe overgang Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, zwak roesthoudend, lichtoranje-geel, C-horizont
150
-180
Projectnaam: Lijsterberg te Rhenen Projectcode: S090212
Datum: 16-06-2009
Boring:
10
Boring: 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, bruingrijs, scherpe overgang
11 0
0
50
50
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, bruingrijs-geel, vermengd, scherpe overgang
-90 -95
-110 -120
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, bruin, Aa-horizont, scherpe overgang
-130
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, geel, C-horizont, slecht gesorteerd
-150
150
Boring:
-110
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, bruin, Aa-horizont Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, geel, C-horizont, slecht gesorteerd
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, donkerbruin, Aap-horizont
12
Boring: 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingrijs, verrommeld
0
13 0
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, bruingrijs, recent opgebracht -20
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, sporen baksteen, geelbruin-grijs, vermengd, recent opgebracht
-30
-50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, sporen baksteen, bruin, Aa-horizont, verroeste spijker Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, geel, C-horizont, slecht gesorteerd
50
-50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, sporen baksteen, donkerzwart-grijs, Aap-horizont
-80 -90
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, sporen baksteen, grijsbruin, Aa-horizont, scherpe overgang
100
-120
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, lichtbruin-geel, C-horizont, slecht gesorteerd 150
Boring: 0
-150
14 0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, bruingrijs-geel, vermengd, scherpe overgang
50
100
-100 -110
-140
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, grijsbruin, Aa-horizont, scherpe overgang Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, geel, C-horizont, slecht gesorteerd
Projectnaam: Lijsterberg te Rhenen Projectcode: S090212
Datum: 16-06-2009
Bijlage 4:
Advieskaart
441700
Advieskaart
8
Lijsterberg te Rhenen
1 6
92
schaal: 1:1000
Legenda
11
12
Locatie proefsleuf Plangebied
3
12
Boorpunt
1
11
Boorpunt (S090029) Steilrand +/- 1,5m hoogteverschil, loopt geleidelijk af
10
14
Larikslaan +/- 2,5m hoogteverschil, loopt geleidelijk af
Valleiweg
46 5
94
+/- 2,5m hoogteverschil Plangebied (S090029)
S090212_IVO-K__05062009_JH_1.0
8
Larikslaan
4
9 92a
441600
111
3
2
7
1
92b 140 113
10
6
2 2
Lijsterberg
3b
5
3a
13 4
0
167800
25
50
Meter 100
167900
168000
1