Bijlage 6 Nota van zienswijzen en nota van wijzigingen Utrechtsestraatweg ongenummerd (naast 21)
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en nota van wijzigingen bestemmingsplan “Utrechtsestraatweg ong. (naast 21)” Inhoud 1.
Inleiding ............................................................................................................... 2 1.1
Status Nota van zienswijzen ................................................................................. 2
1.2
Leeswijzer ......................................................................................................... 2
1.3
Procedure bestemmingsplan ................................................................................. 2
1.4
Ingekomen zienswijzen. ....................................................................................... 2
2.
Zienswijzen ........................................................................................................... 4 2.1
Inleiding ............................................................................................................ 4
2.2
Zienswijzen bestemmingsplan ‘Utrechtsestraatweg ong. (naast 21)’ ............................ 4
2.2.1 Zienswijze 1 ..................................................................................................... 4 2.2.2 Zienswijze 2 ...................................................................................................... 6 2.2.3 Zienswijze 3 ..................................................................................................... 6 2.2.4 Zienswijze 4 ................................................................................................... 10 2.2.5 Zienswijze 5 ................................................................................................... 17 2.2.6 Zienswijze 6 ................................................................................................... 17 2.2.7 Zienswijze 7 ................................................................................................... 18 2.2.8 Zienswijze 8 ................................................................................................... 19 2.2.9 Zienswijze 9 .................................................................................................... 20 2.2.10 Zienswijze 10 ................................................................................................
20 2.3 Zienswijzen ‘Ontwerpbeschikking vaststelling hogere waarden ex artikel 110a Wet Geluidhinder’ 2.3.1 Zienswijze 1 .................................................................................................... 22 3.
Overzicht wijzigingen ............................................................................................ 24 3.1
Wijzigingen naar aanleiding van beantwoording zienswijzen ..................................... 24
3.2
Ambtshalve wijzigingen..............................................Error! Bookmark not defined.
1.
Inleiding
1.1 Status Nota van zienswijzen De voorliggende nota van zienswijzen behoort bij het bestemmingsplan “Utrechtsestraatweg ong. (naast 21)” en maakt als bijlage onderdeel uit van het bestemmingsplan “Utrechtsestraatweg ong. naast 21)” met identificatienummer NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01. 1.2 Leeswijzer Deze nota bestaat uit drie hoofdstukken. Hoofdstuk 1 beschrijft de procedure van het bestemmingsplan en bevat een overzicht van de ingediende zienswijzen. In hoofdstuk 2 volgt een samenvatting van de zienswijzen met een gemeentelijk reactie en een conclusie. Ook wordt aangegeven of deze leidt tot een aanpassing in het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 zijn de wijzigingen uiteengezet die het gevolg zijn van voortschrijdend inzicht of ingediende zienswijzen. De nota biedt hiermee een volledig overzicht van de doorgevoerde wijzigingen in het vast te stellen plan. 1.3 Procedure bestemmingsplan Het bestemmingsplan krijgt rechtskracht nadat de procedures zoals voorgeschreven in de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening en de gemeentelijke inspraakverordening zijn doorlopen. Tot de inwerkingtreding worden (of zijn) de volgende stappen doorlopen: •
Vooroverleg (voor)ontwerpbestemmingsplan Voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro het plan voorgelegd aan de provincie Utrecht, het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, de Veiligheidsregio Utrecht, de Gasunie en Rijkswaterstaat. Alle genoemde vooroverlegpartners geven aan geen opmerkingen te hebben op het plan.
•
Ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan ‘Utrechtsestraatweg ong. (naast 21)” met identificatienummer NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01, heeft vanaf donderdag 18 februari 2021 tot en met woensdag 31 maart 2021 voor iedereen ter inzage gelegen. Het plan kon digitaal worden geraadpleegd via de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Ook lag het plan ter inzage in het Huis van de Gemeente Rhenen, Nieuwe Veenendaalseweg 75 te Rhenen.
•
Vaststellen van het bestemmingsplan Aan de gemeenteraad is voorgesteld het bestemmingsplan op 9 november 2021 gewijzigd vast te stellen, inclusief de reacties op de naar voren gebrachte zienswijzen. De provincie heeft voordat de beroepstermijn ingaat, de mogelijkheid om een reactieve aanwijzing te geven.
•
Beroep bij de Raad van State Tijdens de tervisielegging van het vastgestelde bestemmingsplan hebben belanghebbenden en eenieder die een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan, de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de Raad van State.
•
Na afloop van de beroepstermijn treedt het bestemmingsplan in werking. Indien geen beroep ingesteld wordt, is het bestemmingsplan ook direct onherroepelijk. Wordt er wel beroep ingesteld, dan wordt het bestemmingsplan pas onherroepelijk als de Raad van State uitspraak heeft gedaan. In de tussentijd kan er, behoudens schorsing, wel getoetst worden aan het vastgestelde bestemmingsplan en kunnen er vergunningen worden verleend.
1.4 Ingekomen zienswijzen. In de periode van donderdag 18 februari 2021 tot en met woensdag 31 maart 2021 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. Gedurende deze periode zijn tien zienswijzen
tegen het bestemmingsplan schriftelijk ingediend. Daarnaast is er ook één zienswijze ingediend tegen Ontwerpbeschikking vaststelling hogere waarden ex artikel 110a Wet Geluidhinder. De zienswijzen zijn in hoofdstuk 2 samengevat met aansluitend de beantwoording van de gemeente.
2.
Zienswijzen
2.1
Inleiding
Wet bescherming persoonsgegevens Om te voldoen aan de Wet bescherming persoonsgegevens zijn in dit raadsbesluit en de bijlagen, alle namen en adressen van personen weggehaald. Dit weglaten van de NAW-gegevens van indieners van zienswijzen, de ‘anonimiseringsverplichting’, vloeit voort uit de Algemene verordening persoonsgegevens (AVG). Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen zijn. Dit geldt niet voor ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (bijvoorbeeld een bv) en voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure. De NAW-gegevens van de indieners zijn wel bekend bij de gemeente. Uitzondering hierop geldt indien een goede beantwoording van de zienswijze niet kan zonder duiding van een bepaalde locatie. Hieronder een overzicht van binnengekomen zienswijzen tegen het bestemmingsplan ‘Utrechtsestraatweg ong. (naast 21)’: Ingekomen datum
Adres
Plaats
1 2
15-03-2021 17-03-2021
De Kleine Kampen Bontekoestraat
Rhenen Rhenen
3 4
26-03-2021 26-03-2021
De Thijmenstoren Utrechtsestraatweg
Rhenen Rhenen
5 6 7
29-03-2021 31-03-2021 31-03-2021
Utrechtsestraatweg Koerheuvelweg Spitsbergerpad
Rhenen Rhenen Rhenen
8
31-03-2021
Utrecht
9
31-03-2021
Arthur van Schendelstraat Plantsoenstraat
10
31-03-2021
Utrechtsestraatweg
Rhenen
Rhenen
Hieronder een overzicht van binnengekomen zienswijzen tegen de ‘Ontwerpbeschikking vaststelling hogere waarden ex artikel 110a Wet Geluidhinder’:
1
Ingekomen datum
Adres
Plaats
29-03-2021
Utrechtsestraatweg
Rhenen
2.2 Zienswijzen bestemmingsplan ‘Utrechtsestraatweg ong. (naast 21)’ Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en per zienswijze de beantwoording. 2.2.1 Zienswijze 1 Zienswijze
1.1 Reclamant maakt zich zorgen over het steeds meer verdwijnen van de unieke panorama’s op de Rijnvallei vanaf de provinciale weg in de gemeente Rhenen.
Antwoord gemeente
1.1 Panorama’s verdwijnen niet. De ontwikkeling heeft betrekking op een klein gedeelte. Voor het grootste deel blijft de bestaande panorama behouden. Dit overgebleven deel wordt verbeterd
Conclusie: De zienswijze leidt wel of niet tot wijziging van het bestemmingsplan Geen wijzigingen.
De reclamant vindt het ontstaan van bebouwing langs de uiterwaarden onwenselijk. 1.2 De reclamant vraagt om aan de eerder opgestelde structuurvisie vast te houden, waarin staat dat dit betreffende perceel niet bebouwd mag worden.
1.3 De reclamant vreest precedentwerking en verdere bebouwing van de naastgelegen ruimte. De eigenaar heeft volgens de reclamant meerdere percelen voorbereid en is daarmee van plan om meerdere plannen uit te werken. 1.4 De reclamant vindt het zorgwekkend dat via ondoorzichtige sluiproutes mogelijkheden zijn om bouwrechten uit te ruilen. De reclamant verzoekt om transparantie, hoe sloop van de bedrijfswoning aan de Vogelenzang heeft kunnen leiden tot bouwrechten op het betreffende perceel. De reclamant wenst dat de gemeente zich houdt aan de doelstelling van de Ruimte voor Ruimte regeling en niet te gebruiken voor financieel gewin voor een initiatiefnemer. 1.5 De reclamant vindt het onbegrijpelijk dat de sloop van de bedrijfswoning aan de Vogelenzang niet is geïntegreerd in het nieuwbouwplan. De reclamant begrijpt niet dat er door het slopen van de bedrijfswoning een bouwrecht ontstaat in een groenstrook, ver van het nieuwbouwplan. De reclamant wijst erop dat er nog een kavel beschikbaar is in het nieuwbouwplan, op maximaal 500 meter van de gesloopte bedrijfswoning.
door het verdwijnen van de functieaanduiding ‘Intensieve kwekerij’. Daarbij blijft de te bouwen woning onder de kruin van de Utrechtsestraatweg. 1.2 De structuurvisie is voor de periode van 2008 tot 2020 vastgesteld. Hierin staat inderdaad dat de panorama’s niet bebouwd mogen worden. De gemeente kan gemotiveerd afwijken van het beleid. In dit geval gaat het om een klein gedeelte, waarbij het grootste deel overblijft. Het overgebleven deel wordt daarbij versterkt, doordat de functieaanduiding ‘Intensieve kwekerij’ verdwijnt. 1.3 Dit bestemmingsplan welke de bouw van de woning mogelijk maakt, geeft andere vrije percelen geen recht om ook te bebouwen. Per uniek geval wordt getoetst of er voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat voor eventuele andere percelen dezelfde toets moet worden doorlopen. 1.4 Deze gronden zijn niet gericht tegen dit bestemmingsplan en daarom niet relevant voor de besluitvorming van het bestemmingsplan. In dit geval is geen gebruik gemaakt van de ruimte-voor-ruimte regeling. Hier is sprake van een verplaatsing van een bouwrecht. Het betreffende perceel is beoordeeld als locatie voor woningbouw en voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
1.5 Deze gronden zijn niet gericht tegen dit bestemmingsplan en daarom niet relevant voor de besluitvorming van het bestemmingsplan. Er is sprake van een groot maatschappelijk belang door het realiseren van de ecologische verbindingszone. De ligging van de nieuwe woning buiten NNN, Natura-2000, binnen bebouwde kom en direct aansluitend aan stedelijke contour is daarbij te verdedigen. De gemeente toetst een aangedragen locatie op een goede ruimtelijke ordening. Deze werkwijze is in dit geval ook doorlopen. Er wordt geen rekening
Geen wijzigingen.
Geen wijzigingen.
Geen wijzigingen.
Geen wijzigingen.
gehouden met mogelijke andere locaties binnen de gemeente. 2.2.2 Zienswijze 2 Zienswijze
Antwoord gemeente
Reclamant 2 heeft een identieke zienswijze ingediend als reclamant 1.
Voor de beantwoording van Zienswijze 2 wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1.
2.2.3 Zienswijze 3 Zienswijze
Antwoord gemeente
Conclusie: De zienswijze leidt wel of niet tot wijziging van het bestemmingsplan Geen wijzigingen.
Conclusie: De zienswijze leidt wel of niet tot wijziging van het bestemmingsplan Geen wijzigingen.
3.1 Reclamant stelt dat de motivering voor de ruimte-voorruimte regeling tekort schiet. De noodzaak van een gelijkwaardige woonkwaliteit wordt niet vermeldt in de provinciale beleidsregels.
3.1 Er is geen sprake van een ruimte-voor-ruimte regeling. Hier is sprake van een verplaatsing van het bouwrecht.
3.2 Reclamant dat niet wordt voldaan aan de voorwaarde toetsing van de Wet Geluidshinder. De geluidsbelasting is hoger dan de norm. De financiële en stedenbouwkundige maatregelen zijn onvoldoende onderbouwing voor een hogere geluidswaarde.
3.2 Dit gedeelte van de zienswijze is niet-ontvankelijk, omdat de reclamant geen bezwaar kan maken tegen het hogere-waarden besluit. De reclamant is namelijk geen belanghebbende.
Geen wijzigingen.
3.3 De reclamant wijst erop dat dit perceel een historisch gedocumenteerd Droogdal is. Het behoud van de kenmerken hiervan wordt erg lastig als woningbouw wordt toegestaan. Het risico van egaliseren en verhogen van grond is aanwezig.
3.3 Het ophogen en egaliseren van gronden is toegestaan binnen de woonbestemming. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Deze is ook als voorwaardelijke verplichting opgenomen in het plan. Hierin wordt aandacht besteed aan de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied.
Geen wijzigingen
3.4 De reclamant stelt dat niet aan de voorwaarde voor maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt voldaan. Niet alle belanghebbenden zijn betrokken, inspraak en participatie werd beperkt tot 9 omwonenden. Daarbij is er volgens de reclamant geen afstemming van beleid, omdat het huidige bestemmingsplan en de stedenbouwkundige visie geen uitbreiding van bebouwing wordt toegestaan.
3.4 Participatie is vormvrij, daar zijn geen eisen voor vastgelegd. Daarnaast kan er gebruik worden gemaakt van de wettelijke inspraakmogelijkheden.
Geen wijzigingen
3.5 10% regeling
3.5 De gemeente Rhenen heeft de Menukaart vastgesteld. In de
Van de structuurvisie kan gemotiveerd worden afgeweken, dat is in dit geval ook gebeurd. De structuurvisie is daarbij vastgesteld tot 2020. Er wordt een planologische procedure doorlopen zodat er in dit specifieke geval sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Geen wijzigingen
De reclamant vraagt zich af of er sprake is van een dubbele afwijkingsregeling. In de bouwregels is een inhoud van 660 m3 voor de woning aangehouden, terwijl in het bestemmingsplan landelijk gebied 600 m3 staat. Daarbij heeft het nieuwe bestemmingsplan ook een 10% afwijkingsregeling, waarbij nog eens met 10% kan worden afgeweken van 660 m3.
3.6 Inpasbaarheid De reclamant zet vraagtekens bij de toelichting van de inpasbaarheid. De schets met zichtlijnen heeft niet de juridische status van een Beeldkwaliteitsparagraaf. Er wordt gesproken over een plateaulift in het groen met een bouwhoogte van 3,5 meter. Een afbeelding hiervan ontbreekt in de schets. Het groene sedumdak wordt een blikvanger in het droogdal en panorama gezicht.
3.7 De reclamant vindt de omschrijving onder 1.46 onduidelijk. Door de flexibiliteit in de regels en het ontbreken van een beeldkwaliteitsparagraaf wordt aan de voorwaarde landschappelijke inpassing met behoud van zicht op het Rijndal niet voldaan.
Menukaart is vastgesteld dat er verruiming mogelijk is van de mogelijkheden om woningen in het buitengebied een maximale inhoudsmaat van 800 m3 te geven. De standaard blijft 600m3 maar onder voorwaarden kan er afgeweken worden. De voorwaarden kunnen in deze gezocht worden in het verbeteren van de ruimtelijke of maatschappelijke situatie in het buitengebied. In dit geval wordt er ook gebruik gemaakt van de Menukaart. De 10%-regel is een regel die standaard voorkomt in de bestemmingsplannen in Rhenen. Middels een binnenplanse afwijking kan met 10% worden afgeweken van de aangegeven maatvoering. Er vindt altijd eerst een afweging plaats voordat er medewerking wordt verleend aan een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan. 3.6 Er is een erfinrichtingsschets opgesteld door LAND+ en er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld door Landschap Erfgoed Utrecht (LEU). Het landschappelijk inpassingsplan is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Hieraan moet de initiatiefnemer dus voldoen.
Geen wijzigingen
Het idee is om een plateaulift te realiseren, zodat het hoogteverschil tussen Utrechtsestraatweg en de woning ook voor ouderen en mindervaliden goed te overbruggen is. In het ontwerp van de woning is deze lift meegenomen. De plateaulift is ook opgenomen in de tekeningen in het bestemmingsplan. 3.7 De omschrijving onder 1.46 gaat over het peil. Door voortschrijdend inzicht wordt de begripsbeschrijving in het bestemmingsplan aangepast. Voor de inpassing geldt dat er een inpassingsplan is opgesteld, waarin voldaan wordt aan een goede inpassing van de nieuwe woning. In artikel 5.6.1 van de regels (in gewijzigde bestemmingsplan 5.5.1) is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking tot de landschappelijke inpassing.
De begripsbepaling is als volgt aangepast: 1.42 peil: 1. Voor het hoofdgebouw: 15,2 m + NAP (= bouwkundig peil); 2. Voor bijgebouwen en bouwwerk geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte maaiveld ter
plaatste van het gebouw of bouwwerk. Geen wijzigingen.
3.8 De reclamant zet vraagtekens bij het toepassen van de Ruimtevoor-Ruimte regeling, omdat de ontstaanslocatie Natuur is en geen voormalig agrarisch bedrijfsperceel.
3.8 De ruimte voor ruimteregeling is niet toegepast. Het gaat hier om verplaatsing van het bouwrecht. De bestemming van de ontstaanslocatie is reeds naar Natuur gewijzigd, maar het bouwrecht is nog steeds geldig.
3.9 De landingslocatie ligt in het Landschap Rivierengebied. Bebouwing hiervan is in strijd met Artikel 5.2 van de Provinciale Ruimtelijke structuurvisie en artikel 1.8 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening vanwege strijdigheid met de Kwaliteitsgids Landschap Rivierengebied.
3.9 De provincie Utrecht heeft toestemming gegeven om op deze locatie woningbouw toe te staan. Daarbij is er sprake van een toelichting waaruit blijkt dat de bouw van de woning op deze locatie aanvaardbaar is.
Geen wijzigingen.
3.10 Uitbreiding Lintbebouwing is strijdig met artikel 3.5 en artikel 3.7, omdat het landschap en de ruimtelijke kwaliteit niet verbeterd worden. De ruime en dure villa voldoet niet aan de woningbehoefte in Rhenen.
3.10 In dit geval is sprake van een verplaatsing van het bouwrecht. Daarbij hoeft de nieuwe woning niet te voldoen aan de woonvisie, omdat hier sprake is van 1 woning. In de woonvisie is opgenomen dat er vanaf 4 woningen moet worden voldaan aan de woonvisie.
Geen wijzigingen.
3.11 Toetsing Reclamant zet vraagtekens bij de toetsing, er wordt veelvuldig geformuleerd met ‘Niet in strijd met’, ‘Sluit goed aan’. Dit zou volgens de reclamant volmondig ja moeten zijn.
3.11 De reclamant vindt dat de woordkeuze te wensen overlaat. Als reactie hierop kan gesteld worden dat ‘niet in strijd met’ hetzelfde gevolg heeft als ‘het past volledig’, namelijk dat er kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn. Daarom kan gesteld worden dat de toetsing op de juiste manier is verlopen. Precieze woordkeuze doet daarbij niet terzake.
Geen wijzingen.
3.12 Structuurvisie De reclamant stelt dat bebouwing op het perceel in strijd is met de stedenbouwkundig advies d.d. 2 september 2015 en de structuurvisie.
3.12 De structuurvisie is voor de periode van 2008 tot 2020 vastgesteld. Hierin staat inderdaad dat de panorama’s niet bebouwd mogen worden. Het gaat hier echter om een klein gedeelte, waarbij het grootste deel overblijft. Het overgebleven deel wordt daarbij versterkt doordat de functieaanduiding ‘Intensieve kwekerij’ verdwijnt. Van het stedenbouwkundig advies én de structuurvisie kan gemotiveerd worden afgeweken.
Geen wijzigingen.
3.13 Bouwlocatie naast Natuurgebied Palmerswaard De woning komt naast Natuurgebied Palmerswaard. De Palmerswaard is niet toegankelijk
3.13 In de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen dat er rekening moet worden gehouden met de vleermuis. Dit houdt in dat er met de aard van de verlichting en
tussen zonsondergang en zonsopkomst. In de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen dat de planlocatie bij voorkeur niet verlicht mag worden. Dit betekent voor de bewoners geen tuinverlichting en geen geluidsoverlast na zonsondergang. De reclamant stelt dat dit niet handhaafbaar is.
de duur van de verlichting mitigerende maatregelen worden genomen, om de overlast voor de vleermuis te mitigeren. In de omgevingsvergunning zal er een voorwaarde hierover worden opgenomen.
3.14 Gebieds- en soortenbescherming De reclamant stelt dat er niet getoetst is aan het onderdeel gebieds- en soortenbescherming van de Wet natuurbescherming, behoudens een quickscan jaren geleden. Er is een nieuw en actueel flora- en faunaonderzoek nodig. Het ontwerpbestemmingsplan is onrijp en onvolledig zolang dit niet getoetst is.
3.14 De ODRU heeft het ecologisch onderzoek beoordeeld en is onder voorwaarde akkoord gegaan. Deze voorwaarde houdt in dat er een voorwaarde in de omgevingsvergunning wordt opgenomen ten behoeve van bescherming van de rugstreeppad. Verder ecologisch onderzoek is volgens de ODRU niet meer zinvol.
Geen wijzingen.
3.15 Bodemvervuiling Uit het bodemonderzoek blijkt dat de gesignaleerde vervuiling van het talud niet onderzocht kon worden door de dichte begroeiing van braamstruiken. Nader bodemonderzoek is nodig.
3.15 De ODRU heeft aangegeven dat het bodemonderzoek voldoet. Daarmee is er ook geen verplichting om een vervolgonderzoek uit te voeren.
Geen wijzigingen.
3.16 Risico’s bij hoogwater De effecten en beperkingen bij extreem hoogwater zijn niet onderzocht door Rijkswaterstaat en het Waterschap. Dit is wel noodzakelijk.
3.16 Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft aangegeven dat een standaardadvies voldoet. Daarbij heeft Rijkswaterstaat aangegeven dat de locatie zich net buiten het rivierbed bevindt. Dit houdt in dat de locatie ook buiten de invloed valt van de regels die het Barro en de Waterwet inzake de grote rivieren stellen. Rijkswaterstaat geef aan ook geen verdere aandachtspunten te hebben.
Geen wijzigingen.
3.17 Bestemmingsverloop De reclamant zet vraagtekens bij het bestemmingsverloop. In 2016 werd het perceel gewijzigd naar een bestemming Agrarisch en Intensieve Kwekerij. In 2018 werd het perceel in 3 kadastrale delen gesplitst. Nu ligt er een aanvraag voor een woning. De reclamant vraagt zich af of er ooit een intensieve kwekerij gevestigd is geweest.
3.17 Deze gronden zijn niet gericht tegen dit bestemmingsplan en daarom niet relevant voor de besluitvorming van het bestemmingsplan. Het eerdere bestemmingsverloop is niet relevant voor de huidige aanvraag naar Wonen. De huidige aanvraag naar Wonen is getoetst aan de wet- en regelgeving en is positief beoordeeld. Het al dan niet aanwezig zijn van de kwekerij doet niet ter zake, het feit is dat het bestemmingsplan dit wel toestond.
Geen wijzigingen.
3.18 Omgevingswet De reclamant vindt het niet fatsoenlijk dat met de komst van de Omgevingswet voor de deur en nieuw beleid, er gekozen wordt voor een bestemmingsplan.
2.2.4. Zienswijze 4 Zienswijze
3.18 De Omgevingswet is nog niet ingevoerd. Dit betekent dat aanvragen nog via een bestemmingsplan lopen. De huidige wetgeving houdt daarom in dat bestemmingsplannen in behandeling worden genomen en in procedure gebracht worden.
Geen wijzigingen.
Antwoord gemeente
Conclusie: De zienswijze leidt wel of niet tot wijziging van het bestemmingsplan Geen wijzigingen
4.1 De aanleiding van het voorstel tot bestemmingswijziging De reclamant geeft aan dat de totstandkoming van de overeenkomst tussen projectontwikkelaar, provincie en gemeente ondoorzichtig is en niet duidelijk is welke route gelopen is. Het gaat daarbij om het aantal m2 bouwrecht, de zoektocht naar een geschikte locatie waar bouwrecht kon ‘landen’, de verkoop van het vrijgekomen bouwrecht en waarom het bouwrecht niet is meegenomen in het nieuwbouwplan ‘Vogelenzang’.
4.1 Deze gronden zijn niet gericht tegen dit bestemmingsplan en daarom niet relevant voor de besluitvorming van het bestemmingsplan. De verkoop van het bouwrecht is toendertijd tot stand gekomen tussen de provincie Utrecht en de initiatiefnemer. De gemeente beoordeelt de aangedragen locatie op geschiktheid. Er wordt daarbij geen rekening gehouden met mogelijk andere locaties binnen de gemeente.
4.2 argumentatie en afweging van de keuze voor Ecologische Verbindingszone De reclamant is van mening dat de ecologische verbindingszone (EVZ) is ‘misbruikt’ ter vergoelijking van de bestemmingsplanherziening van Utrechtsestraatweg naast 21. Zo stelt reclamant dat uit geen enkele wijze blijkt dat de bedrijfswoning (Cuneralaan 65) de realisatie van de EVZ in de weg stond.
4.2 Deze gronden zijn niet gericht tegen dit bestemmingsplan en daarom niet relevant voor de besluitvorming van het bestemmingsplan. Het voorgaande bestemmingsplan voorzag in de bedrijfsbestemming op locatie waar de EVZ werd beoogd. Om twee (voormalig EHS) gebieden te verbinden was het van belang dat de bestemming werd veranderd naar ‘natuur’. Op deze manier wordt veilig gesteld dat de gronden voor natuurdoeleinden worden gebruikt. Voor de EVZ wordt als doelsoort het edelhert aangehaald. Deze doelsoort vereist een gebied waarbij afwisseling is tussen open gebieden en opgaande beplanting. Met de sloop van de bedrijfswoning wordt hier een bijdrage aan geleverd.
Geen wijzigingen
4.3 Reclamant stelt dat de EVZ niet functioneert zoals bedoeld door de aanwezigheid van verschillende functies in het gebied tussen de Palmerswaard en de Grebbeberg.
4.3 Deze gronden zijn niet gericht tegen dit bestemmingsplan en daarom niet relevant voor de besluitvorming van het bestemmingsplan. De EVZ Vogelenzang gaat enkel over het realiseren van een ecologische verbindingszone en is een onderdeel
Geen wijzigingen
van de zuidelijke verbindingszone die de provincie Utrecht beoogd te realiseren. In het bestemmingsplan “Rhenen, Ecologische Verbindingszone Vogelenzang” is zorgvuldig afgewogen welke functies zijn toegestaan en is de haalbaarheid van het plan aan bod gekomen. 4.4 Reclamant stelt dat de economische haalbaarheid van de EVZ gewaarborgd is in het bestemmingsplan ‘Rhenen Ecologische Verbindingszone’. Ondanks dat de economische haalbaarheid geen probleem moest geven is er een uitruilconstructie bedacht.
4.4 Deze gronden zijn niet gericht tegen dit bestemmingsplan en daarom niet relevant voor de besluitvorming van het bestemmingsplan. De uitruilconstructie is onderdeel van de economische uitvoerbaarheid. Door de uitruilconstructie wordt onder andere de EVZ mogelijk gemaakt.
Geen wijzigingen
4.5 Reclamant stelt dat de aanwezigheid van een steilrand tussen Heuvelrug en rivier als positief punt wordt genoemd. Reclamant stelt dat het onlogisch is dat in de directe omgeving van de Utrechtsestraatweg naast 21 er voor gekozen is geen bebouwing toe te staan ter plaatse van de steilrand, terwijl dat bij de Utrechtsestraatweg naast 21 wel is toestaan.
4.5 De steilrand wordt in het vigerende bestemmingsplan ‘Rhenen Buitengebied’ op deze locatie niet beschermd. Steilranden zoals deze elders in gemeente aanwezig zijn, worden in het vigerende bestemmingsplan beschermd met de enkelbestemming ‘natuur’. Die situatie doet zich op deze plaats niet voor. De locatie is ‘agrarisch’ bestemd. Deze specifieke locatie is meer glooiend van aard en er is hier minder sprake van een ‘steile’ steilrand.
Geen wijzigingen.
4.6 De effecten op de kwaliteit van het gebied/het Panorama als de bestemmingswijziging doorgang vindt Reclamant stelt dat nieuwbouw aan de Utrechtsestraatweg naast 21 effecten heeft op de kwaliteit van het gebied. Zo dient de woning geen enkel maatschappelijk of sociaal belang, er wordt afbreuk gedaan aan het droogdal en de geomorfologische waarden en door de komst van de woning, beplanting en hekken zal er niets meer overblijven van het panorama.
4.6 Er is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld. Dit landschappelijke inrichtingsplan is als een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan. Dit betekent dat er getoetst wordt aan de inrichtingseisen zoals daarin in beschreven. Hierin worden onder andere het open landschap en bijbehorende beplanting en het panorama beschreven.
Geen wijzigingen.
4.7 De zichtlijn op de uiterwaarden zal aanzienlijk verminderen. Het onderzoek projecteert de zichtlijnen richting de horizon. Terwijl in werkelijkheid de zichtlijnen meer naar beneden gericht zijn.
4.7 In het Erfinrichtingssplan van Land+ wordt gesproken over een horizontale lijn met ‘zichthoogte’ vanaf de Utrechtsestraatweg en de woningen gelegen aan de noordkant van de Utrechtsestraatweg ter hoogte van het plangebied. Ten opzicht van deze zichthoogte is een advies uitgebracht hoe de woning het best gepositioneerd kan worden.
Geen wijzigingen.
4.8 Reclamant uit zorgen over de onzekerheid met betrekking tot een hogere bouwhoogte van woning (peil) en het ophogen van het terrein.
4.8 Door voortschrijdend inzicht wordt de begripsbeschrijving in het bestemmingsplan aangepast.
1.42 peil: 1. Voor het hoofdgebouw: 15,2 m + NAP (= bouwkundig peil); 2. Voor bijgebouwen en bouwwerk geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatste van het gebouw of bouwwerk. Geen wijzigingen.
4.9 Reclamant stelt dat het argument dat het zicht op de Neder-Rijn verbeterd wordt met de komst van de woning gelijk aan de weg verworpen kan worden omdat er al veel bomen in 2019 gerooid zijn.
4.9 In principe staat het vigerende bestemmingsplan hoge beplanting op locatie toe. Het is dus niet relevant of de bomen onlangs zijn gerooid. Bij recht mag er op deze locatie opgaande hoge beplanting worden toegepast. In het ontwerp bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen met betrekking tot het landschappelijk inrichtingsplan. Hierin wordt het open landschap benadrukt met laagblijvende beplanting.
4.10 De positie van aanwonenden en andere burgers Reclamant stelt dat er een petitie door 552 burgers is ondertekend. Door wijzigen van het bestemmingsplan worden grote belangen van burgers en bezoekers achtergesteld.
4.10 De petitie gaat over het behoud van de huidige panorama’s. Deze panorama’s verdwijnen niet in het geheel. In dit geval gaat het om een kleine ontwikkeling die door toestaan van een woning, het panorama iets versmalt. Daarbij moet gezegd worden dat er met het ontwerp van de woning veel rekening is gehouden met het bestaan van een waardevol panorama op deze locatie.
Geen wijzigingen.
4.11 Reclamant stelt dat de afgelopen 20 jaar steeds meer bebouwing is gekomen langs de zuidzijde van de Utrechtstraatweg. Dit druist in tegen de geldende structuurvisie.
4.11 De afgelopen jaren is er veel vervanging geweest van bebouwing ten zuiden van de Utrechtsestraatweg. Deze bebouwing is in de plaats gekomen van eerder gesloopte bebouwing. De brandweerkazerne in Elst is de enige locatie geweest waar is gebouwd in het in de gemeentelijk ‘Stedenbouwkundige Structuurvisie Woningbouwlocatie tot 2020’ aangewezen panorama’s. Ook hier betrof het net zoals de locatie op de Utrechtsestraatweg naast 21 als een summiere versmalling van het panorama. Alle ‘panoramavensters’ zoals opgenomen in deze structuurvisie zijn aanwezig.
Geen wijzigingen.
4.12 Reclamant stelt dat het buurspraakverslag en het verslag van de voorlichtingsavond in 2020 niet representatief zijn. De verslagen zijn ondanks meerdere verzoeken niet gecorrigeerd.
4.12 Er is op 26-2-2020 middels email medegedeeld dat de gemeente kennis heeft genomen van de opmerkingen op het verslag van de buurtspraak, welke ook als bijlage van het bestemmingsplan is toegevoegd. De namen van deze buurtbewoners en of zij een familierelatie hebben met initiatiefnemer is hierbij niet relevant. Daarnaast speelt ook het aspect van privacy gevoelige informatie een rol.
Geen wijzigingen.
4.13 Reclamant stelt dat buurtbewoners bang zijn voor precedentwerking.
4.13 Elke situatie is uniek en dient altijd op zichzelf beoordeeld te worden. Deze locatie leidt niet tot een precedent voor andere locaties in het gebied.
Geen wijzigingen.
4.14 De rol van de gemeente in het geheel Reclamant stelt dat gemeente het advies van een door gemeente ingehuurde planoloog in de wind is geslagen. De planoloog gaf aan dat het niet verstandig is de panorama’s vol te bouwen en lintbebouwing te stimuleren.
4.14 Ten tijde van het principeverzoek (2015) is op verzoek van de gemeente Rhenen een advies opgesteld door een stedenbouwkundig adviseur. Uit het oogpunt van behoud van panorama’s heeft de stedenbouwkundige negatief geadviseerd. Echter worden er in het principebesluit (11 oktober 2016) argumenten genoemd waarom herziening van het bestemmingsplan wel wenselijk is. Het stedenbouwkundig advies is hierin een deeladvies waar gemotiveerd van is afgeweken. Het stedenbouwkundig advies is niet doorslaggevend van aard.
Geen wijzigingen.
4.15 Reclamant stelt dat er geen goede afweging is gemaakt tussen de winst die is behaald met het realiseren van de EVZ ten koste van het panorama uit de structuurvisie.
4.15 Deze gronden zijn niet gericht tegen dit bestemmingsplan en daarom niet relevant voor de besluitvorming van het bestemmingsplan. De gemeente beoordeelt de aangedragen locatie op geschiktheid. De provincie Utrecht stelt dat de aangedragen locatie gelijksoortige woonkwaliteit biedt als de oude locatie aan de Cuneralaan 65, maar met minder planologische impact. De gemeente beoordeelt de aangedragen locatie op geschiktheid en kijkt daarbij alleen naar de planologische mogelijkheden en beperkingen ter plaatse.
Geen wijzigingen.
4.16 Reclamant stelt dat de initiatiefnemer een bestemmingsplanherziening heeft aangevraagd voor het eigendom van iemand anders.
4.16 De anterieure overeenkomst die in het kader van deze bestemmingsplanherziening is gesloten met de huidige eigenaren van de betrokken percelen. Hiermee wordt de
Geen wijzigingen.
bestemmingsplanherziening niet aangevraagd voor het eigendom van iemand anders. 4.17 Reclamant stelt het te betreuren dat gemeente individueel winstbejag van projectontwikkelaar boven algemeen belang wordt gesteld.
4.17 De gemeente toetst op geschiktheid van een woning op de betreffende locatie. Door het verplaatsen van een bouwrecht werd er een bijdrage geleverd aan het bereiken van een maatschappelijk doel (de realisatie van de EVZ). Dit bouwrecht moest ergens landen. Deze locatie is toen aangedragen bij de gemeente. De gemeente heeft vervolgens getoetst aan een goede ruimtelijke ordening. Hierbij stelt de gemeente geen individueel winstbejag boven een algemeen belang. 4.18 Het idee is om een plateaulift bij de woning te realiseren, zodat het hoogteverschil tussen Utrechtsestraatweg en de woning ook voor ouderen en mindervaliden goed te overbruggen is. In het ontwerp van de woning is deze lift meegenomen. Middels dit bestemmingsplan wordt dit geregeld.
Geen wijzigingen.
4.19 Toelichting A.d 2.2 toekomstige situatie 1. gemeente heeft ervoor gekozen in te stemmen met betreffende ontwikkeling, mits goede belangenafweging plaatsvindt: volkomen onduidelijk is waar en hoe en wanneer de afweging plaatsvindt.
4.19 Zoals bij elke bestemmingsplan wordt het ingediende plan op allerlei aspecten beoordeeld. Denk daarbij aan het vigerende gemeentelijke en provinciale beleid, allerlei milieuonderzoeken en buurtparticipatie. Daarbij worden ook verschillende adviezen bij derden ingewonnen. Zoals welstandsadvies, stedenbouwkundig advies en worden er zo nodig inpassingsplannen opgesteld en beoordeeld. Alles adviezen en onderzoeken bij elkaar opgeteld maakt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Geen wijzigingen.
4.20 Toelichting Ad. 2.3 landschappelijke inpassing 1. Mogelijk om de naaldbomen te verwijderen: meneer heeft al een groot deel verwijderd en kan de rest ook gewoon weghalen. 2. ervenconsulent is positief mits rekening wordt gehouden met de bijzondere kwaliteiten van de locatie: hier wordt dus geen rekening gehouden met de bijzondere kwaliteiten: namelijk panoramisch uitzicht 3. een extra kwaliteitsimpuls is mogelijk: hoe kan een woning een
4.20 De naaldbomen kunnen gerooid worden. Echter is het zo dat met de komst van een woning met bijbehorend inpassingsplan op deze locatie geen hoge beplanting meer terug kan komen. Het huidige bestemmingsplan biedt deze mogelijkheid wel.
Geen wijzigingen.
4.18 Toelichting Ad. 1.1 aanleiding 1. Plateaulift voor mindervaliden: nieuw onderdeel. Toestemming om dit erbij te realiseren ontbreekt.
Het panoramisch uitzicht is een bijzondere kwaliteit in dit gebied. Echter is het zo dat het ontwerp van de woning zo is aangepast dat het panorama niet wordt aangetast op deze locatie.
Geen wijzigingen.
kwaliteitsimpuls geven aan een huidig vrij en natuurlijk panorama?
Op de locatie zijn meer kwaliteiten aanwezig dan alleen het panorama. Zo is het ontwerp van de woning, wat opgaat in het landschap, een kwaliteitsimpuls als het gaat om de wisselwerking tussen bebouwing en landschap.
4.21 Toelichting Ad. 3.4.1 Stedenbouwkundige structuurvisie 1. gemeente Rhenen heeft dan ook geconcludeerd dat, mits voldaan wordt aan de voorwaarden: precieze voorwaarden worden niet nader genoemd.
4.21 De voorwaarde gaat over het ‘wegbestemmen’ van de functieaanduiding ‘Intensieve Kwekerij’, dat met het bestemmingsplan ook planologisch geregeld wordt.
Geen wijzigingen.
4.22 Toelichting Ad. 3.4.2 welstandsnota 1. bouwwerken dienen te passen in de omgevingskarakteristiek: past niet in de omgeving, hypermoderne woning naast een monument 2. plaatsing: hoofdgevel of representatieve zijde is op de belangrijkste openbare ruimte gericht: in dit plan is hoofdgevel naar de rivier gericht, naar de staatzijde is geen gevel. Bouw voldoet niet aan de welstandsnorm
4.22 Het bestemmingsplan is ter beoordeling voorgelegd aan de welstandscommissie MooiSticht. De welstandscommissie toetst aan de welstandsnota en geeft een onafhankelijk advies. Het welstandsadvies van 29 april 2020 beschrijft dat MooiSticht positief is over het ontwerp, maar een aantal opmerkingen heeft over de regels van het bestemmingsplan. Deze opmerkingen zijn allemaal verwerkt in het bestemmingsplan.
Geen wijzigingen.
4.23 Toelichting Ad 3.4.3 Woonvisie Er is derhalve geen sprake van toevoegen van een nieuwe woning: heeft niets met woonvisie te maken
4.23 De woonvisie behoort tot het vastgestelde beleid van de gemeente De gemeente dient daarom plannen hieraan te toetsen. De conclusie is dat het plan niet in strijd is met de woonvisie.
Geen wijzigingen.
4.24 Toelichting Ad 3.4.4 gemeentelijke waterbeleid Hoe afvalwater, rioolwater en hemelwater verwerkt worden is totaal onduidelijk.
4.24 Tijdens het proces van de omgevingsvergunning zal getoetst worden aan de dan geldende eisen ten aanzien van bouwen, riolering en hemelwater. In de waterparagraaf in de toelichting van het bestemmingsplan wordt beleid uiteengezet en handvatten gegeven hoe om te gaan met de afvoer van hemelwater en rioolwater.
Geen wijzigingen.
4.25 Toelichting Ad 4.3 Water Waarborg tegen overstromingoverstroming robuust bouwen (veiligheid): er wordt geen enkel waarborg genoemd.
4.25 Uit advies van Rijkswaterstaat is gebleken dat het plangebied buiten het rivierbed ligt. Daarbij zijn er geen aanvullende aandachtspunten vanuit Rijkswaterstaat aangedragen.
Geen wijzigingen.
4.26 Toelichting Ad. 4.5 Luchtkwaliteit
4.26 Het vigerende bestemmingsplan maakt een intensieve kwekerij planologisch
Geen wijzigingen.
Binnen zone van 50 meter zal de functieaanduiding ‘intensieve kwekerij’ worden wegbestemd: van kwekerij is geen sprake meer, 50 m zone is arbitrair en het hele perceel dient de bestemming ‘natuur’ te krijgen.
mogelijk. Hoe de werkelijk situatie is, is niet van belang. Onder bepaalde omstandigheden is het mogelijk om gevoelige functies, zoals woningen, te bouwen binnen een kortere afstand dan 50 meter van een potentiele spuitzone. In dit geval is voor de totale 50 meter gekozen. Het ‘weg bestemmen’ van deze functieaanduiding zorgt ervoor dat er binnen het plangebied geen intensieve kwekerij terug kan komen.
4.27 Toelichting Ad 4.7 Cultuurhistorie en archeologie Er zal een inventariserend veldonderzoek (booronderzoek) moeten worden uitgevoerd: is niet uitgevoerd.
4.27 Het inventariserend veldonderzoek (booronderzoek) is nog niet uitgevoerd. Wel is er een Plan van Aanpak opgesteld, welke ook akkoord is bevonden door de Odru. Het inventariserend veldonderzoek (booronderzoek) en mogelijke vervolgonderzoeken zullen plaatsvinden ten tijde van het traject van de omgevingsvergunning. Op gronden met de bestemming 'Wonen' zal een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' worden opgenomen. Indien noodzakelijk kunnen in de Omgevingsvergunning voorwaarden omtrent archeologie worden opgenomen. 4.28 Met de komst van een extra oprit zal er altijd sprake zijn van een toename van verkeershinder. Echter zal er geen sprake zijn van een dusdanige toename dat dit onevenredig is en er maatregelen getroffen moeten worden.
Er is een dubbelbestemming ‘waarde – Archeologie’ opgenomen in het bestemmingsplan. De verbeelding, regels en toelichting zijn hierop aangepast.
4.29 De resultaten uit het uitgevoerde onderzoek ten aanzien van Niet Gesprongen Explosieven zijn opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Dit aspect zal verder onderzocht worden tijdens de fase van de omgevingsvergunning. Als maatregelen nodig blijken, zal dit worden opgenomen als een voorwaarde bij de omgevingsvergunning. 4.30 De meest westelijk gelegen gronden behouden de enkelbestemming ‘Agrarisch’. In het vigerende bestemmingsplan ‘Rhenen Buitengebied’ zijn deze gronden ook bestemd als ‘Agrarisch’. Voor deze gronden is getracht zo dicht mogelijk bij het ‘moederplan’ te
Geen wijzigingen.
4.28 Toelichting Ad 4.11 Verkeer en parkeren Het ligt niet in lijn van verwachting dat sprake zal zijn van een toename van onevenredige hinder: afremmende en optrekkende auto’s en bestaande hinder vanwege het BP tankstation veroorzaakt een extra oprit wel degelijk extra verkeershinder. 4.29 Toelichting Ad 4.11 Blindgangers Het gehele opsporingsgebied is vrijgegeven tot een diepte van 2 m –mv: niet ontplofte bommen uit WOII kunnen tot op 4 meter diepte voorkomen. Risico op calamiteiten bij heien is levensgroot. 4.30 Toelichting Ad 5.3 Bestemmingsregels Gronden met bestemming ‘agrarisch’ kunnen worden gebruikt voor grondgebonden landbouw doeleinden. Er is verder geen bebouwing op gelegen of mogelijk: plan geeft geen enkele
Geen wijzigingen.
Geen wijzigingen.
garantie voor de toekomst. Angst voor precedent voor de naastgelegen percelen.
4.31 Toelichting Ad 6.2.1 Buurtspraak Reclamant stelt dat buurtspraak niet aan de orde is. Buurtbewoners herkennen zich niet in het verslag. Er is geen formele buurtspraak geweest. 4.32 Toelichting Ad 6.2.2 Trouwborst.com Er bevindt zich een woning naast de EVZ met activiteiten als paintball, B&B, verhuur fietsen. Is het realistisch dat de EVZ ook daadwerkelijk functioneert?
4.33 Regels Ad artikel 1 Begrippen Het begrip bouwrecht ontbreekt. De term wordt gebruikt zonder nadere definitie.
blijven. De gronden hebben echter geen bouwvlak. Het bestemmingsplan maakt vestiging van een agrarisch bedrijf en/of bebouwing op deze locatie daarom niet mogelijk. Daarbij is er in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien de landschappelijke inpassing. 4.31 Er is op 26-2-2020 middels email medegedeeld dat de gemeente kennis heeft genomen van de opmerkingen op het verslag van de buurtspraak, welke ook als bijlage van het bestemmingsplan is toegevoegd. 4.32 Deze gronden zijn niet gericht tegen dit bestemmingsplan en daarom niet relevant voor de besluitvorming van het bestemmingsplan. De bedoelde locatie heeft in het bestemmingsplan ‘Rhenen, Ecologische Verbindingszone Vogelenzang’ de enkelbestemming ‘Wonen’. Het bestemmingsplan geeft weer wat er op deze locatie mogelijk is. Op basis van het bestemmingsplan kan er een omgevingsvergunning worden verleend voor bouw- en gebruiksactiviteiten. 4.33 De term bouwrecht komt niet voor in de regels van het bestemmingsplan Utrechtsestraatweg ongenummerd (naast 21). Het woord ‘bouwrecht’ wordt enkel in de toelichting van dit bestemmingsplan genoemd. In de toelichting wordt omschreven wat er onder het bouwrecht verstaan wordt.
2.2.5. Zienswijze 5 Zienswijze
Antwoord gemeente
Reclamant 5 heeft een identieke zienswijze ingediend als reclamant 4.
Voor de beantwoording van Zienswijze 5 wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 4.
2.2.6 Zienswijze 6 Zienswijze
Antwoord gemeente
Conclusie: De zienswijze leidt wel of niet tot wijziging van het bestemmingsplan Geen wijzigingen.
Conclusie: De zienswijze leidt wel of niet tot wijziging van het bestemmingsplan
Reclamant 6 heeft een identieke zienswijze ingediend als reclamant 1.
Voor de beantwoording van Zienswijze 6 wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1.
Geen wijzigingen.
2.2.7 Zienswijze 7 Zienswijze
Antwoord gemeente
Conclusie: De zienswijze leidt wel of niet tot wijziging van het bestemmingsplan Geen wijzigingen.
7.1 Reclamant maakt zich zorgen over het steeds meer verdwijnen van de unieke panorama’s op de Rijnvallei vanaf de provinciale weg in de gemeente Rhenen. De reclamant vindt het ontstaan van bebouwing langs de uiterwaarden onwenselijk.
7.1 Panorama’s verdwijnen niet. De ontwikkeling heeft betrekking op een klein gedeelte. Voor het grootste deel blijft de bestaande panorama behouden. Dit overgebleven deel wordt verbeterd door het verdwijnen van de functieaanduiding ‘Intensieve kwekerij’. Daarbij blijft de te bouwen woning onder de kruin van de Utrechtsestraatweg.
7.2 De reclamant vraagt om aan de eerder opgestelde structuurvisie vast te houden, waarin staat dat dit betreffende perceel niet bebouwd mag worden.
7.2 De structuurvisie is voor de periode van 2008 tot 2020 vastgesteld. Hierin staat inderdaad dat de panorama’s niet bebouwd mogen worden. De gemeente kan gemotiveerd afwijken van het beleid. In dit geval gaat het om een klein gedeelte, waarbij het grootste deel overblijft. Het overgebleven deel wordt daarbij versterkt, doordat de functieaanduiding ‘Intensieve kwekerij’ verdwijnt.
Geen wijzigingen.
7.3 De reclamant vreest precedentwerking en verdere bebouwing van de naastgelegen ruimte. De eigenaar heeft volgens de reclamant meerdere percelen voorbereid en is daarmee van plan om meerdere plannen uit te werken.
7.3 Dit bestemmingsplan welke de bouw van de woning mogelijk maakt, geeft andere vrije percelen geen recht om ook te bebouwen. Per uniek geval wordt getoetst of er voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat voor eventuele andere percelen dezelfde toets moet worden doorlopen.
Geen wijzigingen.
7.4 De reclamant vindt het daarbij zorgwekkend dat via ondoorzichtige sluiproutes mogelijkheden zijn om bouwrechten uit te ruilen. De reclamant verzoekt om transparantie, hoe sloop van de bedrijfswoning aan de Vogelenzang heeft kunnen leiden tot bouwrechten op het betreffende perceel. De reclamant wenst dat de gemeente zich houdt aan de doelstelling van de Ruimte voor Ruimte regeling en niet te gebruiken voor financieel gewin voor een initiatiefnemer.
7.4 Deze gronden zijn niet gericht tegen dit bestemmingsplan en daarom niet relevant voor de besluitvorming van het bestemmingsplan. In dit geval is geen gebruik gemaakt van de ruimte-voor-ruimte regeling. Hier is sprake van een verplaatsing van een bouwrecht. Het betreffende perceel is beoordeeld als locatie voor woningbouw en voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.
Geen wijzigingen.
7.5 De reclamant vindt het onbegrijpelijk dat de sloop van de bedrijfswoning niet is geïntegreerd in het nieuwbouwplan Vogelenzang. De reclamant zet vraagtekens bij het ontstaan van de ecologische verbindingszone als gevolg van de sloop van de bedrijfswoning. Er komt namelijk een nieuwe woning op wat de reclamant noemt ‘iconische landschappelijke waardevolle locatie’. Deze uitruil levert volgens de reclamant geen ecologische waarde op. Als dat wel het geval zou zijn, vindt de reclamant dat andere locaties met minder iconische en landschappelijke waarden eerder in beeld moeten komen.
7.5 Deze gronden zijn niet gericht tegen dit bestemmingsplan en daarom niet relevant voor de besluitvorming van het bestemmingsplan. Er is sprake van een groot maatschappelijk belang door het realiseren van de ecologische verbindingszone. De ligging van de nieuwe woning buiten NNN, Natura-2000, binnen bebouwde kom en direct aansluitend aan stedelijke contour is daarbij te verdedigen. De gemeente toetst aangedragen locaties op een goede ruimtelijke ordening. Deze werkwijze is in dit geval ook doorlopen. Vanuit de gemeente is geen rekening gehouden met mogelijke andere locaties binnen de gemeente.
Geen wijzigingen.
2.2.8 Zienswijze 8 Zienswijze
Antwoord gemeente
Conclusie: De zienswijze leidt wel of niet tot wijziging van het bestemmingsplan Geen wijzigingen
8.1 Reclamant stelt dat het plangebied op korte afstand van Palmerswaard is gelegen. De uitvoering van dit plan heeft mogelijke consequenties voor de aanwezige natuurwaarden van dit gebied. De reclamant stelt dat de berekening van stikstof niet meer voldoet, omdat deze uit januari 2020 dateren. Daarbij zouden de werktuigen die tijdens de bouwfase gebruikt worden ook moeten worden meegenomen. Deze ontbreken volgens de reclamant.
8.1 Bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn onderzoeken bijgevoegd voor ecologie en stikstof. Deze onderzoeken zijn beoordeeld door de ODRU en akkoord bevonden.
8.2 De reclamant stelt dat de huidige quickscan te oud is om na de bestemmingsplanprocedure de omgevingsvergunning te kunnen verlenen. De quickscan is 2,5 jaar oud, terwijl de geldigheid 3 jaar is.
8.2 het klopt dat er voor een ecologisch onderzoek vanuit de ODRU een maximale termijn van 3 jaar wordt gehanteerd. De quickscan dient echter als toelichting bij het bestemmingsplan die de woning planologisch mogelijk maakt.
Geen wijzigingen
8.3 De reclamant vraagt om juridische borging voor het uitvoeren van mitigerende maatregelen om aantasting van natuurwaarden door geluid en licht te voorkomen.
8.3 Het ecologisch onderzoek laat zien dat er aanvullende maatregelen nodig zijn ter bescherming van verschillende soorten. Deze worden als voorwaarde aan de omgevingsvergunning gekoppeld, waardoor deze juridisch geborgd zijn.
Geen wijzigingen
2.2.9 Zienswijze 9 Zienswijze
Antwoord gemeente
Conclusie: De zienswijze leidt wel of niet tot wijziging van het bestemmingsplan Geen wijzigingen.
9.1 Reclamant maakt zich zorgen om het aantasten van de unieke panorama op de Rijnvallei.
9.1 Panorama’s verdwijnen niet. De ontwikkeling heeft betrekking op een klein gedeelte. Voor het grootste deel blijft de bestaande panorama behouden. Dit overgebleven deel wordt verbeterd door het verdwijnen van de functieaanduiding ‘Intensieve kwekerij’. Daarbij blijft de te bouwen woning onder de kruin van de Utrechtsestraatweg.
9.2 Reclamant stelt dat het perceel beschermd natuurgebied is. Het groenplan geeft op dit punt beplanting aan als beschutting voor dieren. Waarom wordt daar gebouwd?
9.2 De nieuwe woning ligt buiten NNN, Natura-2000, binnen de bebouwde kom en direct aansluitend aan stedelijke contour. De nieuwe woning ligt niet in beschermd natuurgebied.
Geen wijzigingen.
9.3 Reclamant betwijfelt of er een dwingende reden van openbaar belang is. Volgens de reclamant had de initiatiefnemer ook een woning naast Vogelenzang kunnen krijgen.
9.3 Er is sprake van een groot maatschappelijk belang door het realiseren van de ecologische verbindingszone. De ligging van de nieuwe woning buiten NNN, Natura2000, binnen bebouwde kom en direct aansluitend aan stedelijke contour is daarbij te verdedigen. De gemeente toetst een aangedragen locatie op een goede ruimtelijke ordening. Deze werkwijze is in dit geval ook doorlopen. Er wordt geen rekening gehouden met mogelijke andere locaties binnen de gemeente.
Geen wijzigingen.
9.4 De reclamant stelt ten slotte dat er niet gecompenseerd wordt, omdat intensief agrarisch gebruik toch al niet meer kon in het naastgelegen gebied.
9.4 Het bestemmingsplan liet intensieve kwekerij toe op de betreffende gronden. Door het wegbestemmen hiervan kan er geen intensieve kwekerij meer uitgeoefend worden. Bedrijfsmatige mogelijkheden maken daardoor plaats voor een agrarische bestemming zonder een functieaanduiding ‘intensieve kwekerij’. Dit is een kwaliteitsverbetering ter plaatse.
Geen wijzigingen.
2.2.10 Zienswijze 10 Zienswijze
Antwoord gemeente
10.1 Reclamant zet vraagtekens bij de uitruil die wordt gehanteerd.
10.1 Er is geen sprake van een uitruil, maar verplaatsing van een
Conclusie: De zienswijze leidt wel of niet tot wijziging van het bestemmingsplan Geen wijzigingen.
Volgens de reclamant lijkt er sprake van vriendjespolitiek.
bouwrecht. De stelling dat er sprake is van vriendjespolitiek kan de gemeente niet inhoudelijk op reageren.
10.2 Er worden geen alternatieven en afwegingen genoemd voor een geschikte locatie. De zoektocht naar een geschikte locatie is een farce.
10.2 De gemeente heeft geen aandeel gehad in de zoektocht en kan daardoor niet inhoudelijk reageren op welke manier deze locatie is gekozen. De gemeente heeft de aanvraag getoetst aan de wet- en regelgeving en is tot de conclusie gekomen dat een woning op deze locatie mogelijk is.
Geen wijzigingen.
10.3 De landingslocatie zou dezelfde kwaliteiten als de ontstaanslocatie moeten hebben, maar dit staat volgens de reclamant in geen enkele regeling.
10.3 Deze locatie is als aangedragen locatie getoetst. Er is geen gebruik gemaakt van een regeling. Er is hier sprake van een verplaatsing van het bouwrecht om een Ecologische verbindingszone ter plaatse te kunnen realiseren. Gekeken is of de nieuwe locatie vergelijkbare kenmerken heeft als de oude locatie. Dit bleek het geval te zijn.
Geen wijzigingen.
10.4 Het vergoeden van sloopkosten van een woning kan nooit tot een bouwrecht elders in de gemeente leiden.
10.4 Het bouwrecht is verplaatst vanwege de sloop van de woning aan de Cuneralaan 65. Deze sloop was benodigd voor de realisatie van de Ecologische Verbindingszone ter plaatse. De provincie heeft goedkeuring verleent voor de verplaatsing van het bouwrecht elders in de gemeente Rhenen. De gemeente heeft de aangedragen locatie getoetst en deze is akkoord bevonden.
Geen wijzigingen.
10.5 De sloop van het vissershuis in ruil voor bouwrecht is niet openbaar aanbesteed.
10.5 Deze gronden zijn niet gericht tegen dit bestemmingsplan en daarom niet relevant voor de besluitvorming van het bestemmingsplan. De aanbesteding van een bouwrecht is niet aan de gemeente.
Geen wijzigingen.
10.6 Medewerking aan het ontstaan van de ecologische verbindingszone is een drogreden, de provincie kan dit ook zelf.
10.6 Het bouwrecht is verplaatst vanwege de sloop van de woning aan de Cuneralaan 65. Deze sloop was benodigd voor de realisatie van de Ecologische Verbindingszone ter plaatse. De provincie heeft goedkeuring verleent voor de verplaatsing van het bouwrecht elders in de gemeente Rhenen. De gemeente heeft de aangedragen locatie getoetst en deze is akkoord bevonden.
Geen wijzigingen.
10.7 Nieuwbouw op het perceel dient geen maatschappelijk of sociaal belang, het is een puur persoonlijke verrijking.
10.7 Er is sprake van een groot maatschappelijk belang door het realiseren van de ecologische verbindingszone. De nieuwe locatie dient geen maatschappelijk belang. Dat is ook geen vereiste. De gemeente toetst een aangedragen locatie op een goede ruimtelijke ordening. 10.8 De sloop van de woning was noodzakelijk om de ecologische verbindingszone te creëren. De bestemming van de grond waar de woning stond is gewijzigd naar Natuur. De sloop van de woning heeft een bouwrecht tot gevolg, dat aan de Utrechtsestraatweg wordt ingezet.
Geen wijzigingen.
10.9 Het realiseren van een ecologische verbindingszone heeft in feite niets te maken met de Utrechtsestraatweg. Dit wordt ten onrechte als argument gebruikt.
10.9 Het ontstaan van de ecologische verbindingszone heeft de sloop van de bedrijfswoning noodzakelijk gemaakt. Uit deze sloop is een bouwrecht ontstaan, wat op de locatie Utrechtsestraatweg wordt gebruikt. In dit bestemmingsplan wordt getoetst aan een goede ruimtelijke ordening voor de bouw van de woning op deze locatie.
Geen wijzigingen.
10.10 De rood-voor-rood regeling is niet uit te leggen. Het gaat om een sloopoppervlak van 130 m2, terwijl normaal gesproken een oppervlakte van 1000 m2 gesloopt moet worden voor bouwrecht van een woning.
10.10 Er is geen gebruik gemaakt van de Rood-voor-rood regeling. Het gaat om verplaatsing van een bouwrecht.
Geen wijzigingen.
10.11 De reclamant stelt dat na kadastrale splitsing, het principebesluit niet meer geldig moet zijn.
10.11 In het principebesluit is geen voorwaarde opgenomen dat er niet kadastraal gesplitst mocht worden. Er zijn daarom geen argumenten om het principebesluit ongeldig te verklaren.
Geen wijzigingen.
10.12 Het verslepen van bouwrecht voldoet niet aan de geldende regelingen. De gemeente heeft een eigen regeling bedacht die niet in provinciale beleidsstukken te vinden is.
10.12 Er is geen gebruik gemaakt van bestaande regelingen. De provincie heeft in dit unieke geval een bouwrecht verkocht en goedkeuring gegeven voor de verplaatsing van het bouwrecht naar elders in de gemeente Rhenen om zo de Ecologische Verbindingszone te realiseren.
Geen wijzigingen.
10.8 Er was geen enkele noodzaak vanwege bewoning.
Geen wijzigingen.
2.3 Zienswijze ‘Ontwerpbeschikking vaststelling hogere waarden ex artikel 110a Wet Geluidhinder’ 2.3.1 Zienswijze 1 Zienswijze
Antwoord gemeente
Conclusie: De zienswijze leidt
1.1 Reclamant stelt dat in het rapport bij punt 5.2.1 "Maatregelen aan de bron" alleen een nieuw wegdek behandeld wordt wat dan te duur zou worden voor 1 woning. Daarbij wordt voorbij gegaan aan de andere genoemde optie: de snelheid van het verkeer ter plekke. Omdat ongeveer de helft van de motorvoertuigen de maximumsnelheid overschrijdt zijn andere maatregelen denkbaar. Bijvoorbeeld het verlagen van de maximumsnelheid naar 30 km/u of het plaatsen van een flitspaal. Deze mogelijkheden zijn niet nader onderzocht. 1.2 In het rapport staat: “Maatregelen aan de ontvanger bestaan uit het treffen van maatregelen aan de woning. Een karakteristieke geluidwering van minimaal 24 dB is noodzakelijk vanuit het gestelde in Bouwbesluit 2012." Met andere woorden: de geluidwering moet worden verhoogd van 20 dB (standaard) naar 24 dB. Dit is te bereiken door meer geluidwering in de zijgevels, bv. dikkere muren. Deze maatregelen aan de woning worden niet verder uitgelegd en onderzocht. Ook hier ontbreekt nadere uitwerking.
1.1 Het akoestisch rapport is ter beoordeling voorgelegd aan de Odru. Het klopt dat er geen onderzoek is gedaan naar andere bronhoudende maatregelen. De Odru geeft aan dat de conclusies van het akoestisch onderzoek correct zijn en dat goed is onderbouwd dat er hogere waarden verleend moeten worden. Het advies om de procedure voor hogere waarden te starten is daarom ook overgenomen.
1.2 In de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen dat er bij de aanvraag omgevingsvergunning bouwen een akoestisch rapport naar de gevelwering moet worden toegevoegd. Er moeten dus extra geluidwerende maatregelen worden genomen. Deze dienen beschreven te worden in een akoestisch onderzoek naar de geluidwering van de gevels dat bijgevoegd moet worden bij de omgevingsvergunning bouwen. Dit onderdeel zal dus aan de orde komen bij de omgevingsvergunning.
wel of niet tot wijziging van het bestemmingsplan Geen wijzigingen.
Geen wijzigingen.
3.
Overzicht wijzigingen
3.1 Wijzigingen naar aanleiding van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen De ingediende zienswijzen en voortschrijdend inzicht geven aanleiding tot aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan. In het bestemmingsplan is het volgende aangepast: 3.1.1 Toelichting In de toelichting is het volgende aangepast: Diverse tekstuele en grammaticale aanpassingen. Diverse aanpassingen in bronverwijzingen. In de milieuparagrafen zijn de resultaten van de onderzoeken verduidelijkt en zijn expliciet de voorwaarden opgenomen die uit de milieuonderzoeken en de beoordeling van de Odru naar voren komen. De “Nota van zienswijzen en nota van wijzigingen bestemmingsplan Utrechtsestraatweg ong. (naast 21) wordt als bijlage bij de toelichting gevoegd. 3.1.2 Regels In de regels is het volgende aangepast: Diverse tekstuele en grammaticale aanpassingen. Diverse aanpassingen in bronverwijzingen. Onder artikel 1 zijn een aantal begripsbepalingen geschrapt welke niet voorkomen in het plan. De begripsbepaling voor het peil is aangepast. Deze als volgt aangepast: 1.42 peil: 1. Voor het hoofdgebouw: = 15,2 m + NAP = bouwkundig peil; 2. Voor bijgebouwen en bouwwerk geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatste van het gebouw of bouwwerk. Artikel 5.2.1, onder b is aangepast. Het plan staat een dakhelling toe tussen de 0 en 20 graden.