CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Benchmark Huishoudelijk Afval 2022 (NVRD)

Raadsvergadering 5 november 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel scenario’s verminderen restafval en optimalisatie Afvalbrengstation14.292 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ANALYSE PEILJAAR 2022

Datum:13 november 2023 Status: definitief

De Benchmark Huishoudelijk Afval is een product van de NVRD, in samenwerking met Rijkswaterstaat en uitgevoerd door Cyclusmanagement.

Pagina 2 van 52

Inhoudsopgave 1. Hoofdlijnen

4

2. Prestaties

8

2.1 Kernprestaties 2.2 Prestaties per stroom 2.3 Bijplaatsingen

8 12 24

3. Best practices

26

3.1 Inzamelstrategieën 3.2 Inzamelmiddelen 3.3 Nascheiding 3.4 Best practice-gemeenten per klasse

26 30 33 34

4. Grondstofketens in kaart

36

5. Over de benchmark

38

Bijlagen

41

Pagina 3 van 52

1. Hoofdlijnen Jaarlijks organiseert de NVRD de benchmark huishoudelijk afval: een prestatiemeting op het gebied van afval en grondstoffenbeheer met als doel de deelnemende gemeenten en inzamelbedrijven te laten leren van elkaar. 'Benchlearning' staat centraal in de deze benchmark. De data die met deze benchmark wordt verkregen maakt het mogelijk om milieu- en kosteneffectiviteitsanalyses te maken. Door de inzamelprestaties te relateren aan gemeentelijke kenmerken, toegepaste inzamelstrategieën en inzamelmiddelen, wordt inzicht verkregen in de effecten van beleidskeuzes.

Dekking 2022

Dit peiljaar deden in totaal 116 gemeenten en inzamelbedrijven mee aan de benchmark. Zij hebben 154 vragenlijsten ingevuld die in totaal 183 gemeenten vertegenwoordigen (sommige inzamelbedrijven hebben voor meerdere gemeenten meegedaan of voor meerdere gemeenten een vragenlijst ingevuld). Daarmee beslaat de benchmark 53% van de Nederlandse gemeenten. Verantwoording Deze benchmarkanalyse bevat de geaggregeerde, gemiddelde resultaten van de Benchmark Huishoudelijk Afval, peiljaar 2022. Het is daarmee een samenvatting op hoofdlijnen. De gemiddelde resultaten zijn ongewogen, ofwel iedere (groep) gemeente(n) weegt even zwaar door in de weergegeven gemiddelden. Ofschoon de benchmark een dekkingsgraad heeft van 53% doen ook grote delen van Nederland (met name in Zeeland, Noord-Brabant, Limburg en Friesland) niet mee aan de benchmark. De getoonde gemiddelden zijn dus representatief voor de benchmark en niet voor Nederland als geheel. --> bijlage 2. De door de gemeenten en bedrijven aangeleverde gegevens die aan deze benchmarkanalyse ten grondslag liggen zijn meerdere malen gevalideerd. Extreme onrealistische waarden zijn uitgesloten.

De betrouwbaarheid van de in dit rapport weergegeven gemiddelden wordt mede bepaald door het aantal gemeenten dat hiervoor gegevens heeft aangeleverd (in dit rapport weergegeven met de n-waarde) en de spreiding van de individuele waarden (vooraf gescreend)--> bijlage 2. Post-corona Peiljaar 2022 kan worden gezien als het eerst jaar na de coronajaren 2020 en 2021 dat er weer 'normaal' geleefd, geconsumeerd en afval en grondstoffen afgedankt werden. Vergelijking van peiljaar 2022 met de jaren ervoor, levert in veel gevallen vreemde curves op. De coronajaren 2020 en 2021 waren uiteindelijk niet alleen jaren waarin veel verbouwingen werden verricht en schuren en zolders werden opgeruimd (met veel grof huishoudelijk afval tot gevolg), ook werd er veel thuisgewerkt, met een verschuiving van bedrijfsafval naar huishoudelijk afval tot gevolg. Het is dan ook niet vreemd dat de totale hoeveelheid huishoudelijk afval die vrijkwam in 2022 10% is afgenomen in vergelijking met de jaren daarvoor --> zie paragraaf 2.1.

Kernprestaties

Ontwikkeling kosten-effectiviteit

Het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeheer beoogt over het algemeen zo min mogelijk ongescheiden restafval (te realiseren door preventie, reparatie en hoogwaardig hergebruik) tegen zo laag mogelijke kosten. De hoeveelheid afval die na bron- en nascheiding resteert en naar de afvalverbranding wordt afgevoerd is een kernprestatie-indicator in deze benchmark, ook wel de hoeveelheid restafval genoemd. In 2022 bedroeg de gemiddelde hoeveelheid restafval in de benchmark 145 kilogram per inwoner, 10% minder dan in 2021. Ook ten opzichte van de pre-corona jaren 2018-2019 is dat een sterke daling en lijkt dit het gevolg van de afnemende economische groei en afnemende hoeveelheid huishoudelijk afval die vrijkomt.

Pagina 4 van 52

De totale kosten die met het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeheer gemoeid gaan is een andere belangrijke kernprestatie-indicator in deze benchmark, ook wel de totale beheerkosten genoemd. In 2022 bedroegen de gemiddelde totale beheerkosten €209,- per huishouden, 4% hoger dan in 2021. Op basis van de afname van de hoeveelheid huishoudelijk (rest)afval zou juist een kostenafname te verwachten zijn. De loon- en prijsinflatie die in 2022 opdoemde, lijkt hier de oorzaak te zijn--> zie paragraaf 2.1.

Restafval (kg/inw)

Per hoogbouwklasse Hoogbouw De omstandigheden voor het goed scheiden van afval 300 zijn in de hoogbouw minder gunstig dan in de laagbouw. De geringe beschikbare binnen- en buitenruimte speelt 250 daarbij een belangrijke factor. Omdat de mate van hoogbouw sterk prestatiebepalend is, maar hierop A 200 nauwelijks invloed is uit te oefenen, zijn de gemeenten in de benchmark ingedeeld in hoogbouwklasses. De B 150 gemeenten in klasse D (0 tot 19% hoogbouw; n=55) C hebben bijna twee keer zo weinig restafval dan de D 100 gemeenten in klasse A (50 tot 100% hoogbouw; n=15). Daarnaast zijn ook de totale beheerkosten van de 50 gemeenten in klasse D substantieel lager dan in klasse 180 200 220 A. Uit de gehele data-analyse van de benchmark blijkt Beheerkosten (€ per huish) een sterke correlatie tussen de hoeveelheid restafval en de hoogte van de beheerkosten: hoe minder restafval, hoe lager de beheerkosten. De verschillen in kosteneffectiviteit tussen de klassen B (n=41) en C (n=43) zijn minder groot.

240

Restafval (kg/inw)

Diftar versus geen diftar Tariefdifferentiatie 250 Een andere sterk prestatiebepalende factor in de benchmark is tariefdifferentiatie (ook wel diftar genoemd): huishoudens betalen naar rato de 200 hoeveelheid of het aantal keer restafval wordt Geen diftar aangeboden. Diftar blijkt een zeer sterke stimulans te 150 zijn voor afvalscheiding en het reduceren van restafval. In alle hoogbouwklassen hebben diftar-gemeenten significant minder restafval en lagere kosten dan Diftar 100 gemeenten die geen diftar hebben toegepast. Over de gehele benchmark (alle hoogbouwklasses samen) 50 hebben diftargemeenten (n=71) 43% minder restafval 180 200 220 240 en 13% lagere beheerkosten dan niet-diftargemeenten Beheerkosten (€ per huish) (n=83)-->paragraaf 3.1. Zonder tariefdifferentiatie is het praktisch onmogelijk om de hoeveelheid restafval te reduceren onder de 100 kg per inwoner. Slechts 1 gemeente die aan de benchmark heeft meegedaan heeft minder dan 100 kg restafval, zonder diftar te hebben ingevoerd-->paragraaf 2.1.

Servicedifferentiatie Zowel gemeenten met als zonder diftar zetten momenteel in op servicedifferentiatie om inzamelprestaties (verder) te verbeteren. Servicedifferentiatie is een combinatie van serviceverlaging op de restafvalinzameling (minder vaak inzamelen 'aan-huis' of geheel vervangen door wijkverzamelcontainers = restafval op afstand) en serviceverhoging op grondstoffeninzameling (extra containers of vaker inzamelen). Met andere woorden, de service wordt verlegd van restafval naar grondstoffen waardoor een extra impuls wordt gegeven aan afvalscheiding en het reduceren van restafval. Diftar-gemeenten met servicedifferentiatie (n=53) hebben gemiddeld 21% minder restafval en 6% lager kosten dan diftargemeenten zonder servicedifferentiatie (n=18). Niet-diftargemeenten met servicedifferentiatie (n=52) hebben 7% minder restafval en 4% hogere kosten dan gemeenten zonder servicedifferentiatie (n=31). Servicedifferentiatie is dus een effectieve strategie in het reduceren van restafval. De verschillen in beheerkosten zijn minder significant --> paragraaf 3.1.

Pagina 5 van 52

Restafval (kg/inw)

Per inzamelstrategie Combinatie van inzamelstrategieën 250 In de praktijk worden ook vaak combinaties van inzamelstrategieën toegepast. Hiernaast zijn de combinaties van inzamelstrategieën weergegeven op de 200 Basis gemiddelde hoeveelheid restafval (inclusief grof Servicedifferentia restafval en gecorrigeerd voor nascheiding) en totale 150 beheerkosten. Tariefdifferentiatie in combinatie met servicedifferentiatie laat de beste resultaten zien. Deze Tariefdifferentiatie strategie resulteert in 49% minder restafval en 12% 100 Tarief- en servicedifferentiatie lagere beheerkosten ten opzichte van het basissysteem (zonder tarief- en servicedifferentiatie). 50 180

200

220

240

Beheerkosten (€ per huish)

Inzamelmiddelen Serviceverhoging op grondstoffeninzameling kan worden bereikt door grondstoffen zoveel mogelijk op te halen aan huis (indien mogelijk) in plaats van ze te laten brengen naar verzamelcontainers in de wijk. Ook het soort ophaalmiddel maakt uit. De minicontainer levert over het algemeen de hoogste respons op van de ophaalmiddelen. Een minicontainer voor oud papier en karton (n=73) levert gemiddeld 17% meer kilo's per aangesloten huishouden op dan losse bundels (n=44) en 67% meer dan verzamelcontainers (n=83). Een minicontainer voor PMD (n=38) levert gemiddeld 32% meer op dan de zak (n=35) en 146% meer dan de verzamelcontainer (n=45)**. Deze effecten kunnen echter mede het gevolg zijn van andere verschillen in het inzamelsysteem (bijvoorbeeld tariefdifferentiatie)--> paragraaf 3.2. Het effect van het soort inzamelmiddel en de toegepaste inzamelstrategie op de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen (aanwezigheid van stoorstromen en vervuiling) kan door het geringe aantal opgegeven waardes niet worden vastgesteld in deze benchmark. Oud papier en karton

Plastic, metalen en drankenkartons

100

150 105 90 63

50 0

BENCHMARK Minicontainer Losse bundels, krat Verzamelcontainer

pmd (kg/huish.)

opk (kg/huish.)

150

100 79 60

50 0

32

BENCHMARK Minicontainer Zak Verzamelcontainer

Nascheiding Met nascheiding wordt vooral het mechanisch nascheiden van pmd uit het ongescheiden restafval bedoeld. In de benchmark onderscheiden we drie groepen: gemeenten die pmd alleen aan de bron scheiden, gemeenten die pmd alleen nascheiden en gemeenten die zowel aan bron- als nascheiding van pmd doen. Bij deze laatste groep gaat het vooral om 'aanvullende nascheiding' in woonbuurten waar bronscheiding onvoldoende resultaat oplevert (met name hoogbouw). De hoeveelheid gescheiden pmd van de groep 'uitsluitend bronscheiding' (n=76) bedraagt gemiddeld 30 kg per inwoner, die van de groep 'uitsluitend nascheiding' (n=19) 20 kg per inwoner, en van de groep 'zowel bron als nascheiding' (n=59) 32 kg per inwoner. Helemaal zuiver vergelijkbaar zijn deze indicatoren niet omdat het meetpunt van brongescheiden pmd niet gelijk is aan die van nagescheiden pmd--> paragraaf 3.3.

** Omdat er voor oud papier en pmd soms meerdere inzamelsystemen per huishouden worden toegepast overstijgt het aantal metingen (som van n-waarden) de totale benchmarksteekproef.

Pagina 6 van 52

Dat afvalscheiding lonend is bewijst de nevenstaande figuur waarin de gemiddelde kosten van inzameling en verwerking van restafval zijn afgezet tegen die van vijf belangrijke grondstoffen (exclusief vergoedingen Afvalfonds). Geconstateerd kan worden dat de totale inzamel- en verwerkingskosten per ton voor bijna alle grondstoffen lager liggen dan die voor restafval. Dit komt mede door de verbrandingsbelasting die van rijkswege is opgelegd aan restafval, en die bij de kosten van restafval zijn opgeteld.

kosten (€/ton)

Kosten per afval- en grondstofstroom Afvalscheiding loont De benchmark laat een sterke correlatie zien tussen de 500 mate van afvalscheiding en de beheerkosten. 475 450 Gemeenten die het meest succesvol zijn in het 425 400 stimuleren van afvalscheiding en het reduceren van 375 336 350 restafval hebben ook de laagste beheerkosten --> 325 300 paragraaf 3.4. 275

250 225 200 175 150 125 100 75 50 25 0

235

189

52

58

72

BENCHMARK opk textiel restafval pmd

glas

gft

Pagina 7 van 52

2. Prestaties 2.1 Kernprestaties De Benchmark Huishoudelijk Afval maakt de milieu- en kosteneffectiviteit van gemeentelijke inzamelsystemen inzichtelijk. De kernprestatie-indicatoren hierbij zijn:

In peiljaar 2022 kwam er gemiddeld 463 kilogram per inwoner aan huishoudelijk afval vrij, waarvan 68% werd gescheiden ten behoeve van hergebruik en 32% - 145 kg per inwoner - belandde in de verbrandingsoven. De totale beheerkosten die gemoeid zijn met het gemeentelijke afval- en grondstoffenbeheer bedroegen in 2022 €209,- per huishouden. In deze paragraaf worden deze kernprestaties van de benchmark verder geanalyseerd. Prestaties van de individuele afvalstromen en best practices komen in de hoofdstukken hierna aan bod.

Huishoudelijk afval Huishoudelijk afval is in de benchmark gedefinieerd als zijnde al het afval (gescheiden + ongescheiden) dat bij particuliere huishoudens vrijkomt. Het voorkomen dat huishoudelijk afval vrijkomt (afvalpreventie) is een steeds belangrijker uitgangspunt in het landelijk afvalbeleid. In het Landelijk afvalbeheerplan (LAP3) is een doelstelling opgenomen van maximaal 400 kilogram per inwoner per jaar. In de benchmark bedroeg de hoeveelheid huishoudelijk afval in 2022 gemiddeld 463 kilogram per inwoner, 10% minder dan in 2021. De afname zat zowel in de gescheiden als ongescheiden afvalstromen. 2022 was een overwegend droog jaar waardoor er minder loof en takken van de tuinen afkwam met minder gft en grof tuinafval tot gevolg. Ook de hoeveelheid puin en hout dat vrijkwam in 2022 was beduidend minder dan in de coronajaren daarvoor.

Pagina 8 van 52

10% van de gemeenten die hebben deelgenomen aan de benchmark hebben een doelstelling voor het totale aanbod huishoudelijk afval geformuleerd. Steeds meer gemeenten onderkennen de importantie van een huishoudelijk afval-doelstelling om te kunnen nagaan wat het effect van het gevoerde afvalpreventiebeleid is. (n=154) 800

728

446

400

393

300

334

347

600 500

589 474

483

463

398 298

298

486

505

495

489

528

514 463

400 300 200

BENCHMARK

2022

2021

2020

2019

2018

2017

0

2016

KLASSE D

100

KLASSE C

200

448

KLASSE B

500

543

728

kg per inwoner

600

KLASSE A

kg per inwoner

700

Gemeenten met veel hoogbouw (klasse A) produceren over het algemeen minder afval en grondstoffen per inwoner per jaar dan huishoudens met veel laagbouw (klasse D). De kleinere huizen en geen tuinen in de hoogbouw zorgen voor minder afvalaanbod. Voorts valt ook de grote spreiding binnen de hoogbouwklassen op, vooral in hoogbouwklasse D. Het aanbod grof huishoudelijk afval (verschillen in acceptatiebeleid) is daarbij bepalend.

Afvalscheiding In de benchmark werd in 2022 gemiddeld 68% van al het vrijkomende huishoudelijk afval (bron- of na)gescheiden ten behoeve van hergebruik. Dat is exact hetzelfde scheidingspercentage als in 2021. De hoeveelheid gescheiden grondstoffen nam wel af tot 318 kilogram per inwoner, met name als gevolg van minder gft-aanbod (minder tuinafval als gevolg van droogte) en pmd. Maar doordat ook de restafvalstromen in hoeveelheid afnamen bleef dus het scheidingspercentage nagenoeg constant.

(n=154)

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

28%

64%

65%

66%

66%

68%

68%

40 20 0

2022

39% 28%

59%

2021

58%

60

2020

53%

KLASSE B

20

68

62

48

40

77 70

2019

60

80

2016

65%

92%

2018

76%

92%

Scheidings%

80

KLASSE A

Scheidings%

85%

2017

100

De verschillen tussen de hoogbouwklassen zijn groot. Daar waar er in hoogbouwklasse A slechts 48% van het huishoudelijk afval wordt gescheiden is dat in hoogbouwklasse D gemiddeld 77%. De minder optimale scheidingsomstandigheden bij gemeenten met veel hoogbouw speelt een belangrijke rol.

Pagina 9 van 52

Niet alleen de hoeveelheid maar ook de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen is van groot belang en bepaalt in grote mate de recyclingmogelijkheden van het materiaal. Een manier om de kwaliteit van de brongescheiden grondstoffen te meten is door periodiek sorteeranalyses op de grondstoffen uit te voeren. Daarmee kan het gewichtspercentage aan vervuiling en stoorstromen per ingezamelde grondstof worden vastgesteld. Lang niet iedere gemeente laat sorteeranalyses op de ingezamelde grondstoffen uitvoeren. Vanwege de beperkte aangeleverde data kunnen in deze analyse helaas geen betrouwbare kwaliteitsindicatoren worden gepresenteerd.

Restafval Restafval is de hoeveelheid afval die na bron- en nascheiding verbrand wordt, inclusief het grof restafval en het verbouwingsrestafval. Op deze indicator is veelal de gemeentelijke doelstelling van het afval- en grondstoffenbeleid gebaseerd. In het Landelijk afvalbeheerplan (LAP3) is een ambitie opgenomen van maximaal 100 kilogram per inwoner per jaar. In de benchmark bedroeg de hoeveelheid restafval in 2022 gemiddeld 145 kg per inwoner. Ten opzichte van 2021 is dat een afname van 10%. Het verschil tussen de hoogbouwklasses is groot. In hoogbouwklasse A is de hoeveelheid restafval bijna twee keer zo hoog als in hoogbouwklasse D (203 kg/inw. versus 112 kg/inw).

(n=154) 200

178

162

145

100 50 0

2022

41

150

165

2021

41

170

2020

76

182

2019

KLASSE A

0

112 89

50

145

198

2018

139

144

kg per inwoner

169

196

BENCHMARK

100

203

KLASSE D

150

217

KLASSE B

kg per inwoner

250 200

281

2017

281

2016

279

KLASSE C

300

Best practice De gemeenten met de minste hoeveelheid restafval in deze benchmark peiljaar 2022 zijn de gemeenten Land van Cuijk en Boekel met 41 kg per inwoner. Land van Cuijk en Boekel (101737 inw, 16% hoogbouw) hebben tariefdifferentiatie met een betaalzak (alleen voor restafval) en zamelen de meeste grondstoffen met een hoge frequentie aan huis in. Tariefdifferentiatie (ook wel diftar genoemd: huishoudens betalen naar rato de hoeveelheid restafval die wordt aangeboden) blijkt een zeer bepalende factor te zijn in het stimuleren van afvalscheiding en het verminderen van restafval. Zeker als het toegepast wordt met servicedifferentiatie, een combinatie van serviceverlaging bij de restafvalinzameling en serviceverhoging bij de grondstofinzameling. In alle hoogbouwklassen hebben diftar-gemeenten (al dan niet met servicedifferentiatie) significant minder restafval dan gemeenten die geen diftar hebben toegepast --> paragraaf 3.1. Een bijzondere vermelding verdient de Limburgse gemeente Peel en Maas. Dit is de enige gemeente in de benchmark die zonder tariefdifferentiatie en ook zonder servicedifferentiatie de hoeveelheid restafval heeft gereduceerd tot onder de 100 kg per inwoner. Fijn restafval wordt 26 x per jaar in zakken ingezameld. De meeste grondstoffen (gft, pmd, papier) worden in hoge frequentie aan huis ingezameld.

Gft/e wordt tot bijna wekelijks (44 keer per jaar) ingezameld. Voor het aanbieden van grof huishoudelijk afval (zowel halen als brengen) moet worden betaald.

Pagina 10 van 52

Beheerkosten De totale beheerkosten betreffen alle directe en indirecte kosten die gemoeid zijn met het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeheer. Deze kernindicator van de benchmark wordt uitsluitend over de participerende regiegemeenten in de benchmark berekend. De totale beheerkosten bestaan uit a) de directe kosten van inzameling, op-, overslag en verwerking, b) de indirecte kosten (overhead) die ten laste komen van de afvalstoffenheffing en c) (min-kosten) de vergoedingen voor onder producentenverantwoordelijkheid vallende grondstoffen en verwerkingsopbrengsten. Kosten die geen deel uitmaken van de totale beheerkosten zijn: kwijtscheldingskosten, btw-compensatie, kosten voor zwerfafval en bedrijfsafval. Om deze reden kunnen de totale beheerkosten lager uitvallen dan de gemeentelijke afvalstoffenheffing. In 2022 bedroegen de totale afvalbeheerkosten van de participerende regiegemeenten gemiddeld 209,per huishouden. Dat is 4% hoger dan in 2021. Op basis van de afnemende hoeveelheid huishoudelijk (rest)afval zou eerder een afname van de kosten verwacht mogen worden. De kostentoename vindt dan ook eerder z'n oorzaak in de toegenomen tarieven en prijzen (inflatie) dan in de hoeveelheden. Ook bij de totale beheerkosten zijn er verschillen tussen de hoogbouwklassen.

Bij de gemeenten met veel hoogbouw (klasse A) bedragen de totale beheerkosten gemiddeld € 225,- per huishouden, 14% meer dan bij gemeenten met weinig hoogbouw (klasse D) waar de totale beheerkosten gemiddeld € 198,- per huishouden bedragen. De verschillen tussen de hoogbouwklassen zijn minder groot dan bij Huishoudelijk Afval, Afvalscheiding en Restafval.

(n=105)

250

210

198

209

184

150

129

127

KLASSE D

BENCHMARK

KLASSE C

127

KLASSE B

100

157

162

201

210

175

100 50 0

2022

213

150

168

2021

225

200

178

2020

250

209

200

2019

303

2018

297

2017

303

2016

280

290

€ per aansluiting

300

KLASSE A

€ per aansluiting

350

Pagina 11 van 52

2.2 Prestaties per stroom Fijn restafval Hoeveelheden In 2022 bedroeg de hoeveelheid fijn restafval gemiddeld 125 kg per inwoner. Met fijn restafval wordt bedoeld het ongescheiden afval dat aan huis of in de wijk wordt ingezameld. De hier weergegeven cijfers zijn dus exclusief grof restafval. De nagescheiden grondstoffen zijn op de getoonde cijfers in mindering gebracht. Na een kortstondige stijging in coronajaar 2020 is de trend weer dalend. Ten opzichte 2021 is de hoeveelheid fijn restafval met 9% afgenomen. In hoogbouwklasse A (50 tot 100% hoogbouw) was de hoeveelheid in kilogram per inwoner bijna 2 keer zo hoog als in hoogbouwklasse D (0 tot 19% hoogbouw). De scheidingsomstandigheden bij gemeenten met veel hoogbouw zijn minder ideaal dan bij gemeenten met weinig hoogbouw, waardoor er meer ongescheiden restafval overblijft. (n=154)

176 125 93

2022

2021

BENCHMARK

125

0

2020

27

138

50

2016

27

151

100

62

KLASSE D

76

KLASSE A

125

145

2019

115

150

2018

148

160

150

2017

180

50 0

178

205

150 100

200

263

KLASSE C

200

263

KLASSE B

kg per inwoner

250

248

kg per inwoner

300

Samenstelling De meeste gemeenten laten periodiek hun fijn restafval analyseren op samenstelling (n=153). Zo kan het scheidingspotentieel worden vastgesteld: wat zit er nog aan herbruikbare grondstoffen in het restafval die ook gescheiden ingezameld hadden kunnen worden. De gemiddelde samenstelling van het ongescheiden fijn restafval laat zien dat er onder andere nog 35% groente-, fruit- en tuinafval (gft), 8% papier en 9% plastic verpakkingen, metalen en drankenkartons (pmd) in zit. Dat komt neer op 44 kg gft, 10 kg papier en karton en 11 kg pmd per inwoner. Door betere scheiding van het fijn huishoudelijk afval zou de hoeveelheid fijn restafval nog verder kunnen dalen.

35%

39%

5%

gft opk pmd glas textiel overig

8% 4%

9%

Pagina 12 van 52

Kosten Voor restafval bedroegen de kosten in 2022 gemiddeld € 73,- per huishouden, waarvan € 34,inzamelkosten (personeel, materieel en/of uitbestede kosten), en € 38,- overslag en verwerkingskosten. Het grote verschil tussen hoogbouwklasse A en D (bijna een factor 2) wordt veroorzaakt door de verschillen in de hoeveelheid ingezameld en verwerkt restafval. Per ton restafval bedroegen de totale inzamel- en verwerkingskosten in 2022 gemiddeld € 235,-. De verschillen tussen de hoogbouwklassen zijn minder groot dan bij de kosten per huishouden. De ontwikkeling van de inzamel- en verwerkingskosten van restafval zijn weergegeven in bijlage 3.

38

27

34

Inzamelkosten Overslag- en verwerkingskosten

122

237

242

235

116

117

119

121

125

117

BENCHMARK

35

29

126

150

223

KLASSE D

35

57

242

100 50 0

116

101

KLASSE B

50

36

€ per ton

50

73

71

BENCHMARK

45

KLASSE D

80

KLASSE C

56

0

200

106

KLASSE B

100

250

KLASSE A

€ per aansluiting

150

KLASSE C

Per ton (n=110)

KLASSE A

Per huishouden (n=110)

Inzamelkosten Overslag- en verwerkingskosten

Pagina 13 van 52

Groente-, fruit- en tuinafval Hoeveelheden In 2022 werd er gemiddeld 104 kg per inwoner aan gft gescheiden ingezameld, 9% minder dan in het jaar daarvoor. De afname lijkt het gevolg van het droge, niet groeizame weer in 2022, waardoor er minder tuinafval vrijkwam. Dit kan ook worden opgemaakt uit de hoeveelheid gft die in het fijn restafval zit, die eveneens een afname laat zien (van 50 kg in 2021 naar 44 kg per inwoner in 2022). In hoogbouwklasse D werd bijna 5 keer meer gft ingezameld dan in hoogbouwklasse A. Betere scheidingsomstandigheden (meer ruimte in en rond de woningen voor inzamelmiddelen) en de aanwezigheid van meer en grotere tuinen (dus meer tuinafval) verklaren het verschil. (n=154) 120 183

104

96

80 60 40

2022

2021

0

2020

1

BENCHMARK

KLASSE A

114

20

37

KLASSE D

1

35

KLASSE C

45

30

0

104

80

51

50

110

115

107

2019

100

137

107

2018

117

109

2017

150

100

2016

200

213

kg per inwoner

213

KLASSE B

kg per inwoner

250

Best practice De best presterende gemeente in 2022 was Meerssen met 213 kg gft per inwoner. Deze diftargemeente (18581 inw, 18% hoogbouw) zamelt gft 26x per jaar in met minicontainers. Tuinafval mag daarbij naast de minicontainer worden aangeboden. Er wordt geen variabel tarief op gft geheven. Uit de benchmark blijkt dat in iedere hoogbouwklasse het soort inzamelmiddel voor gft sterk prestatiebepalend is --> paragraaf 3.2. Dat geldt minder voor de inzamelfrequentie. Gemeenten met een wekelijkse inzameling gedurende de zomermaanden zamelen niet meer gft in dan gemeenten die dat niet hebben. 27% van de gemeenten die aan de benchmark hebben meegedaan hebben een gratis keukenbakje verstrekt: 5% bij alle huishouden, 7% bij alleen hoogbouw en 15% op pilotbasis--> bijlage 5.

Kosten De totale kosten voor inzameling, op- en overslag, en verwerking van gft bedroegen in 2022 gemiddeld € 37,- per huishouden. Bij hoogbouwklasse D zijn de kosten per huishouden ruim 2 keer hoger dan in hoogbouwklasse A. Dit komt doordat in klasse D substantieel meer gft wordt ingezameld en verwerkt per huishouden dan in klasse A. Per ton bedroegen de totale inzamel- en verwerkingskosten in 2022 gemiddeld € 189,-. De kosten per ton bij hoogbouwklasse A zijn beduidend hoger dan bij de overige klassen.

77

200 0

195 271

71

175 63

123

111

142

189 66

82

123

BENCHMARK

23

348

KLASSE D

Inzamelkosten Overslag- en verwerkingskosten

14

400

KLASSE C

26

37

KLASSE B

19

KLASSE A

46

€ per ton

19

24

KLASSE C

0

14

11

14

KLASSE B

19

38

BENCHMARK

31

Per ton (n=110)

KLASSE D

50

KLASSE A

€ per aansluiting

Per huishouden (n=110)

Inzamelkosten Overslag- en verwerkingskosten

Pagina 14 van 52

Oud papier en karton Hoeveelheden De hoeveelheid oud papier en karton die (gescheiden en ongescheiden) bij huishoudens vrijkomt laat al jaren een afname zien. De digitalisering van de samenleving en de afname van huis aan huis bezorging van reclamefolders en wijkbladen zijn daar de oorzaak van. Inmiddels heeft bijna een kwart van de in de benchmark participerende gemeenten een opt-in systeem voor reclamefolders en huis-aan-huisbladen ingevoerd (ja-ja-sticker) --->bijlage 5. In 2022 werd er 46 kg per inwoner gescheiden ingezameld, 10% minder dan in 2021. Analyse van het restafval laat zien dat er gemiddeld 10 kg per inwoner ongescheiden in het fijn restafval zit. (n=151) 71

60

71

63 54 43

39

40

52

28

29

17

0

46

36

29

20

47

50

17

kg per inwoner

60

54

56

53

51

51

51 46

40 30 20 10

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

BENCHMARK

KLASSE A

KLASSE D

KLASSE C

0

KLASSE B

kg per inwoner

80

Best practice Gemeente Bunnik is de best-presterende gemeente met 71 kg per inwoner. Deze gemeente met servicedifferentiatie (15590 inw, 17% hoogbouw) zamelt bij de laagbouw oud papier en karton in met minicontainers in een frequentie van 13x per jaar. De inzameling gebeurt in samenwerking met verenigingen die de beladers leveren. Bij de hoogbouw staan verzamelcontainers opgesteld. Ook voor opk geldt dat het soort inzamelmiddel sterk prestatiebepalend is. Minicontainers leveren verreweg de hoogste respons--> paragraaf 3.2. Bij bijna driekwart van de gemeenten gebeurt de inzameling in samenwerking met verenigingen --> bijlage 5.

Kosten De totale kosten voor inzameling, op- en overslag en verwerking van oud papier en karton, minus de opbrengsten, bedroegen in 2022 gemiddeld € 5 per huishouden. Bepalende factor is de papierprijs die over de jaren heen zeer fluctueert. Ten opzichte van 2021 zijn de kosten met een factor 2 toegenomen, nadat ze in 2021 ten opzichte van het jaar daarvoor met een factor 4 waren afgenomen. De gemiddelde kosten per hoogbouwklasse laten vooral in klasse A een uitschieter zien. De kosten per ton voor de inzameling en verwerking van oud papier en karton bedroegen in 2022 gemiddeld € 52,-.

0

48

40

52

BENCHMARK

28

KLASSE C

100

KLASSE D

Inzamel- en verwerkingskosten

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

2

150

KLASSE B

5

200

KLASSE A

5

€ per ton

5

5 0

Per ton (n=107)

8

KLASSE B

10

KLASSE A

€ per aansluiting

Per huishouden (n=107)

Inzamel- en verwerkingskosten

Pagina 15 van 52

Pmd Hoeveelheden Pmd staat voor plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons. In 2022 werd er in de benchmark gemiddeld 29 kg per inwoner aan pmd bron- en nagescheiden, waarbij het afgekeurde brongescheiden pmd niet is meegerekend. Voor het eerst is er sprake van een afname ten opzichte van het voorgaand peiljaar, en wel met 10%. Ook het ongescheiden pmd in het restafval laat een lichte afname zien (van 12 naar gemiddeld 11 kg per inwoner). De verschillen tussen de hoogbouwklassen worden steeds kleiner doordat steeds meer klasse A-gemeenten met veel hoogbouw overgaan op volledige nascheiding. Bronscheiding bij de hoogbouw levert over het algemeen weinig kilo's pmd op. (n=146)

17 11

6

20

25 22 18

15

BENCHMARK

KLASSE A

0

6

KLASSE D

8

KLASSE C

10

25

29

26

2022

29

2021

32

2020

24

20

30

32

30

2019

27

30

2018

35

30

35

45

2017

44

2016

40

45

kg per inwoner

45

KLASSE B

kg per inwoner

50

Best practice De gemeente met de meeste kilo's gescheiden pmd in deze benchmark is Lisse met 45 kg per inwoner. Deze voormalige diftargemeente (23015 inw, 31% hoogbouw) zamelt het pmd bij de laagbouw met minicontainers in (26 x per jaar) en heeft bij de hoogbouw verzamelcontainers geplaatst in een dichtheid van 1 container op 100 huishoudens. Er wordt geen pmd nagescheiden uit het restafval. Of Lisse ook de best-practice is is mede afhankelijk van de kwaliteit van het brongescheiden pmd en de aanwezigheid van stoorstromen. Voor Lisse is daar geen data voor aangeleverd. In z'n algemeenheid kan worden gesteld dat het soort inzamelmiddel voor pmd sterk bepalend is voor de hoeveelheid pmd die brongescheiden wordt ingezameld, zo blijkt uit de benchmark. Minicontainers leveren de hoogste respons op, zowel bij diftar als niet-diftargemeenten --> paragraaf 3.2.

Kosten De inzamelkosten voor brongescheiden pmd bedroegen in 2022 gemiddeld € 19,3 per huishouden. Voor pmd is producentenverantwoordelijkheid van toepassing. Voor de inzameling ontvangen gemeenten een vergoeding van het bedrijfsleven (Afvalfonds) terwijl de verwerkingskosten en opbrengsten veelal direct tussen het bedrijfsleven en de verwerkers worden verrekend. Om die reden worden in de benchmark alleen de inzamelkosten (excl. inzamelvergoeding) belicht. Per brongescheiden ton pmd bedroegen de totale inzamelkosten in 2022 gemiddeld € 336,-. Door de lage respons zijn de inzamelkosten per ton in klasse A bijna 2 keer hoger dan in de overige hoogbouwklassen. De kostenontwikkeling van pmd is weergegeven in bijlage 3.

326

295

336

BENCHMARK

326

KLASSE D

0

616

KLASSE C

500

KLASSE B

1000

KLASSE A

19,3

BENCHMARK

22,5

KLASSE D

20,6

KLASSE C

0

12,9

KLASSE B

20

15,4

€ per ton

Per ton (n=94)

40

KLASSE A

€ per aansluiting

Per huishouden (n=94)

Pagina 16 van 52

Glasverpakkingen Hoeveelheden De gemiddelde hoeveelheid glasverpakkingen die in 2022 gescheiden werd, bedroeg 22 kg per inwoner. Ook hier is een afname waarneembaar ten opzichte van voorgaand peiljaar, en wel met 4%. Het verschil tussen hoogbouwklasse A met de overige hoogbouwklassen is groot: in klasse A wordt bijna een kwart minder glas ingezameld dan in de overige klassen. Analyse van het restafval laat zien dat er nog gemiddeld 5 kg per inwoner aan glas ongescheiden in het restafval zit. (n=153) 25

40

42 36

34

30 23

20

17

10

22

23

23

15

15

15

10

0

22

kg per inwoner

42

10

20

22

21

21

22

24

23

22

15 10 5

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE A

KLASSE C

0

KLASSE B

kg per inwoner

50

Best practice Gemeente Bergen NH is in deze benchmark de gemeente die het meeste glas inzamelde in 2022, namelijk 42 kg glas per inwoner. Deze gemeente met servicedifferentiatie (29723 inw, 29% hoogbouw) zamelt glas in met (ondergrondse) verzamelcontainers in een dichtheid van 1 container op 416 huishoudens. Kanttekening is wel dat Bergen NH ook een bovengemiddelde hoeveelheid glas in het restafval heeft zitten (7,9 kg per inwoner). Er komt dus sowieso veel glas vrij bij de huishoudens in Bergen NH. Glas wordt vrijwel uitsluitend ingezameld met boven- dan wel ondergrondse verzamelcontainers (glasbakken). De gemiddelde dichtheid is 1 container op 522 huishoudens. Enkele gemeenten zamelen glas ook huis-aan-huis in, veelal in combinatie met oud papier en textiel. In afwijking tot wat bij veel grondstoffen wel het geval is, levert het aan-huis ophalen van glas niet meer kilo's op dan het laten brengen naar verzamelcontainers. De kosten van een haalsysteem zijn wel beduidend hoger.

Kosten De totale kosten voor inzameling, op- en overslag en verwerking van glasverpakkingen, inclusief de opbrengsten, bedroegen in 2022 gemiddeld € 3,4 per huishouden. De totale kosten per ton bedroegen gemiddeld € 72,-.

Per ton (n=109)

Inzamel- en verwerkingskosten

59

61

78

72

BENCHMARK

BENCHMARK

106

50 0

KLASSE D

KLASSE C

0

KLASSE B

2

100

KLASSE D

3.4

3.1

KLASSE C

2.7

KLASSE B

3.3

KLASSE A

4

150 4.2

€ per ton

6

KLASSE A

€ per aansluiting

Per huishouden (n=109)

Inzamel- en verwerkingskosten

Pagina 17 van 52

Textiel Hoeveelheden De hoeveelheid gescheiden ingezameld textiel in 2022 bedroeg gemiddeld 4,6 kg per inwoner, een fractie meer dan het jaar daarvoor. In hoogbouwklasse D werd bijna 2x meer textiel per inwoner ingezameld dan in hoogbouwklasse A. Analyse van het restafval laat zien dat er nog gemiddeld 6,2 kg textiel per inwoner ongescheiden in het restafval zit. (n=146) 6

9.3

7.9

4.6

2.7

4.6

3 2

0

2022

0.2

BENCHMARK

0.2

KLASSE A

0

4.5

1

1.5

KLASSE D

1.3

1.2

KLASSE C

2

4.6

2021

5.2

5.1

2020

4.6

4.9

2019

4.4

2017

4.2

4

4

4.8 4.2

2016

6

5

kg per inwoner

8

2018

9.3

8.9

KLASSE B

kg per inwoner

10

Best practice Gemeente Oude-IJsselstreek (39387 inwoners, 15% hoogbouw) zamelt de meeste kilo's textiel gescheiden in: 9,3 kg textiel per inwoner. Ongeveer een derde daarvan wordt aan-huis ingezameld met de zak (gemiddeld 3 x per jaar) en twee derde wordt ingezameld via de textielcontainers. Deze containers staan in een dichtheid van 1 op 614 huishoudens. De gemiddelde dichtheid in de benchmark waarop textielcontainers worden geplaatst is 1 op 1554 huishoudens. De ophaalfrequentie bedroeg in 2022 gemiddeld 5 x per jaar, berekend over alleen de gemeenten die dat daadwerkelijk doen (n=118). Zij halen daarmee gemiddeld 0,8 kg per inwoner aan textiel op. Dit gebeurt veelal in aanvulling op de textielcontainers die in de gemeente staan opgesteld. Van de top 10 van gemeente met het hoogste textielaanbod hebben er 7 een gecombineerd haalbrengsysteem.

Kosten De totale kosten voor inzameling, op- en overslag en verwerking van textiel, inclusief de opbrengsten, bedroegen in 2022 gemiddeld € 0,82 per huishouden. Daar waar textiel een aantal jaren geleden nog per saldo geld opbracht, kost het nu per saldo geld --> bijlage 3. Ofwel de inzamelkosten worden niet volledig gecompenseerd door de opbrengsten. Doordat sommige gemeenten de opbrengsten aan de charitatieve instellingen laten, en andere gemeenten dat niet doen, liggen de netto kosten van textiel per gemeente sterk uiteen. De kosten per ton bedroegen in 2022 gemiddeld € 112,-.

168 112

BENCHMARK

33

KLASSE D

0

52

KLASSE C

100

137

KLASSE B

BENCHMARK

KLASSE D

Inzamel- en verwerkingskosten

200

KLASSE A

0.82

0.28

KLASSE C

0

0.34

KLASSE B

1

0.99

1.27

€ per ton

Per ton (n=82)

2

KLASSE A

€ per aansluiting

Per huishouden (n=82)

Inzamel- en verwerkingskosten

Pagina 18 van 52

Overig fijn huishoudelijk afval Luiers

1.3

0.2

0.2

8.8

8

8.8

7.4

6

4.7

4.8

4

3.5

3.2

2

1.7

0

0

0.8

0.1

KLASSE C

0.5

1.3

BENCHMARK

0.8

0.3

1.4

KLASSE C

0.8

1.4

KLASSE B

0

1.2

KLASSE A

1

2.2

2.1

2

KLASSE D

3

3.1

kg per inwoner

3.1

0

BENCHMARK

10

KLASSE D

(n=38)

4 kg per inwoner

(n=150)

KLASSE B

KCA

In 2022 werd gemiddeld 1,3 kg per inwoner aan klein chemisch afval ingezameld. Over de hoogbouwklassen B t/m D liggen de resultaten vrij dicht bij elkaar. In hoogbouwklasse A (50 tot 100% hoogbouw) blijft de gemiddelde hoeveelheid gescheiden kca iets achter. Analyse van het ongescheiden restafval laat zien dat er gemiddeld nog 0,5 kg per inwoner niet wordt gescheiden. De best presterende gemeente (een diftargemeente in hoogbouwklasse D) zamelde 3,1 kg per inwoner in.

In 2022 werd gemiddeld 0,9 kg per inwoner aan luiers en incontinentiemateriaal apart ingezameld. Dit cijfer is berekend over de 38 gemeenten die hiervoor cijfers hebben aangeleverd in de benchmark. Analyse van het restafval laat zien dat er gemiddeld nog 9,3 kg per inwoner in het restafval zit (n = 128). De best presterende gemeente is een diftargemeente in hoogbouwklasse D en zamelde 8,8 kg per inwoner in.

Frituurvet

Nagescheiden stoffen

(n=103)

(n=39)

0.02

KLASSE B

0.01

KLASSE A

0.0

0.04

0.03

0.13

0.01

In 2022 werd gemiddeld 0,13 kg per inwoner aan frituurvet ingezameld, veelal ingezameld via de milieustraat. In hoogbouwklasse A (50 tot 100% hoogbouw) werd gemiddeld 0,05 kg ingezameld, terwijl in hoogbouwklasse D 0,14 kg werd ingezameld. De best presterende gemeente zamelde 0,37 kg per inwoner in.

60 44

40 20 0

47 30

29

1

21 12

12

1

1

3

1

BENCHMARK

0.05

0.14

78 65

KLASSE D

0.13

78

KLASSE C

0.09

80

KLASSE B

0.1

0.16

BENCHMARK

0.2

0.29

KLASSE D

0.3

100

KLASSE A

0.32

0.37

kg per inwoner

0.37

KLASSE C

kg per inwoner

0.4

Nagescheiden stoffen zijn minerale stoffen, metalen en biogranulaat. Het zijn veelal de bijproducten die ontstaan bij de nascheiding van pmd uit restafval. De gemiddelde hoeveelheid nagescheiden stoffen van de 39 gemeenten die hiervoor data hebben aangeleverd bedroeg in 2022 21 kg per inwoner.

Pagina 19 van 52

Grof huishoudelijk afval Hoeveelheden In 2022 werd in de benchmark gemiddeld 126 kilogram per inwoner aan grof huishoudelijk afval ingezameld. Daarvan werd 106 kg bron- en/of nagescheiden. Het restant (grof restafval + verbouwingsrestafval) bedroeg in 2022 gemiddeld 20 kilogram per inwoner. Uit de linker onderstaande figuur kan worden opgemaakt dat de hoeveelheid grof huishoudelijk afval toeneemt naarmate het hoogbouwpercentage afneemt. In hoogbouwklasse D (0 t/m 19% hoogbouw) zijn de huizen gemiddeld groter en hebben meer huizen een tuin, wat resulteert in 60% meer grof huishoudelijk afvalaanbod dan in hoogbouwklasse A (50 t/m 100% hoogbouw). Vooral de hoeveelheden tuinafval, hout en puin maken het verschil. De verschillen in de hoeveelheid grof restafval tussen de hoogbouwklassen zijn minder groot doordat er in de gemeenten met weinig hoogbouw beter wordt gescheiden (zie figuur afvalscheiding%). In hoogbouwklasse A wordt relatief veel grof huishoudelijk restafval nagescheiden. Grof huishoudelijk

Afvalscheiding% grof huishoudelijk

(n=153)

(n=153)

150 129

130 121

120

13

3

82% 5

4

70

26

20

KLASSE A

23

22

6

4

19

19

79

81

77

30

55

20

6

10 20

0

Grof restafval Nagescheiden grondstoffen Grof tuinafval AEEA Huisraad Oud Ijzer Hout AB Hout C Puin Overig gescheiden

BENCHMARK

6

23

BENCHMARK

14

25

KLASSE D

16

5 33

77

4

5

KLASSE C

30

5

40

KLASSE D

5

5

KLASSE B

5

KLASSE A

17

50

KLASSE C

25

Scheidings%

26 26 27

5

60

24

12

40

0

84%

74%

33

6

KLASSE B

kg per inwoner

88

50

10

5

18

70 60

81%

80

126

25

100 80

84%

14

14

14

110 90

90

138

140

Aandeel bronscheiding Aandeel nascheiding

Trend Ten opzichte van de coronajaren 2020 en 2021 is er duidelijke afname waarneembaar, niet alleen in de hoeveelheid grof huishoudelijk afval die vrijkomt (-14%), maar ook in de hoeveelheid afval die resteert na bron- en nascheiding (-20%). Er worden minder zolders opgeruimd, huizen verbouwd, etc. dan tijdens de coronaperiode. Maar ook opvallend is dat de hoeveelheid grof tuinafval sterk is afgenomen ten opzichte van 2021. Peiljaar 2022 was een relatief droog jaar, waarin bomen en struiken tot minder loofvorming kwamen dan gebruikelijk, met minder snoeiafval tot gevolg.

Pagina 20 van 52

Grof huishoudelijk

Grof restafval

(n=153)

(n=153)

200

30

143

134

134

151

27

25 146 126

100 50

kg per inwoner

25

23

20

20

20

20

20

15 10 5

2022

2021

2020

2019

2018

2016

2022

2021

2020

2019

2018

0

2017

0

2017

kg per inwoner

150

Grof tuinafval

(n=152) 40

kg per inwoner

34

34

30

29

29

28

23

20 10

2022

2021

2020

2019

2018

2017

0

Halen versus brengen Grof huishoudelijk afval wordt doorgaans op twee manieren ingezameld: halen aan huis (veelal op telefonische afspraak) en brengen naar de gemeentelijke milieustraat. Gemiddeld 92% van al het huishoudelijk afval wordt gebracht naar de milieustraat. Een goede zaak want het scheidingspercentage op de de milieustraat ligt beduidend hoger dan op het gehaald grof huishoudelijk afval (81% versus 49%). Daarbij is geen rekening gehouden met eventuele nascheiding. Percentage gebracht grof huishoudelijk

(n=152)

Scheidings% gebracht en gehaald grof huishoudelijk

(n=152)

150

49%

81%

84%

64%

82%

80%

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

KLASSE B

11%

0

KLASSE A

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

KLASSE B

KLASSE A

0

50

47%

50

48%

%

100

75%

92%

96%

93%

94%

70%

%

100

150

Scheidings% milieustraat Scheidings% halen

Een manier om het scheiden van grof huishoudelijk afval (en daarmee het reduceren van de hoeveelheid grof restafval) te verbeteren is door het brengen van grof huishoudelijk afval te stimuleren ten opzichte van het aan huis ophalen ervan. Dat kan bijvoorbeeld door huishoudens te laten betalen per keer dat er grof huishoudelijk restafval wordt opgehaald. Gemeenten die gratis grof afval ophalen, dus geen kosten in rekening brengen per keer dat er wordt opgehaald, halen gemiddeld 16 kg per inwoner aan grof restafval op. Bij gemeenten die tegen betaling ophalen is dat gemiddeld 3 kg per inwoner.

Pagina 21 van 52

Hoeveelheid gehaald grof restafval per acceptatiewijze

Toegangscontrole milieustraat? (n=151)

40

25% 5%

Gratis

54%

16

16%

Beperkt gratis

BENCHMARK

KLASSE D

1

3

7

9 6 3

5

KLASSE C

KLASSE A

0

KLASSE B

4

8

10

15

12

20

11

30

26

kg per inwoner

50

Ja, obv (milieu)pas Ja, steekproefgewijs

Ja, obv identiteitsbewijs Nee

Betaald

Kringloop en circulaire ambacht Preventie en hoogwaardig hergebruik van grof huisraad kan worden gestimuleerd door kringloopbedrijvigheid in de gemeentelijke inzamelstructuur op te nemen. Van de gemeenten die hebben deelgenomen aan de benchmark heeft 49% een aparte ophaalservice voor kringloopgoederen georganiseerd door de samenwerking met lokale kringloopbedrijven te zoeken. Bij nog eens 47% van de gemeenten zijn weliswaar kringloopbedrijven actief met de inzameling van bruikbaar huisraad, maar dat gebeurt buiten de gemeente om. De gemiddelde hoeveelheid kringloopgoederen en huisraad die in 2022 werd ingezameld bedroeg gemiddeld 5 kg per inwoner (berekend over uitsluitend de gemeenten die samenwerken met kringloopbedrijven). Steeds meer gemeenten en inzamelbedrijven in Nederland zijn bezig met de opwaardering van hun milieustraat tot circulair ambachtscentrum. Een circulair ambachtscentrum is een locatie van bestaande en/ of nieuwe initiatieven waar hoogwaardig product- en materiaalhergebruik plaatsvindt, bijvoorbeeld door de exploitatie van een reparatiewerkplaats of een secundaire bouwmarkt. Van de gemeenten die hebben deelgenomen aan de benchmark heeft 9% al een circulair ambachtscentrum operationeel en is 17% bezig met de voorbereidingen daarvan. De meeste gemeenten voorzien daarbij ook in een educatiecentrum en een reparatiewerkplaats.

Best practice Best practice is de gemeente Lochem die 91% van zijn grof huishoudelijk afval scheidt, dat resteert in 4 kg grof restafval per inwoner. Lochem (34071 inw, 16% hoogbouw) is een diftargemeente waar je niet alleen moet betalen voor het laten ophalen van grof huishoudelijk afval maar ook voor het zelf wegbrengen daarvan. Nagenoeg al het grof huishoudelijk afval wordt gebracht naar het Recycleplein (milieustraat) waar het goed wordt gescheiden. De gemeente heeft geen plannen voor de ontwikkeling va een circulair ambachtscentrum maar werkt wel actief samen met een lokaal kringloopbedrijf. Er vindt geen nascheiding van grof (verbouwings)restafval plaats. Ofschoon Lochem het grof (verbouwings)restafval niet nascheidt, blijkt nascheiding wel een bepalende factor te zijn in de benchmark. Gemeenten die hun grof restafval nascheiden hebben gemiddeld 22% minder grof restafval dan de gemeenten die dat niet doen --> paragraaf 3.3.

Pagina 22 van 52

Kosten De totale kosten van inzameling, op- en overslag en verwerking van grof huishoudelijk afval bedroeg in 2022 gemiddeld € 40,- per huishouden. De inzamelkosten zijn de personele, materiële en/of uitbestede kosten die zijn toegerekend aan de inzameling inclusief de kosten van de milieustraat. Deze bedroegen gemiddeld € 25,- per huishouden (€ 122,- per ton).

13

20

Inzamelkosten

25

25

150 100 50 0

BENCHMARK

27

KLASSE D

24

KLASSE C

0

25

KLASSE B

10

85

Verwerkingskosten

222

146 40 148

159

107

185 58

49

98

Inzamelkosten

69

146

122

BENCHMARK

13

234

200

KLASSE D

15

11

40

KLASSE C

15

37

39

250

KLASSE B

30

43

KLASSE A

40

40

KLASSE A

€ per aansluiting

50

Totale kosten (€ per ton) (n=107)

€ per ton

Totale kosten (€ per huishouden) (n=107)

Verwerkingskosten

De kosten van de milieustraat (personeel, inzamelmiddelen, kapitaallasten) bedroegen in 2022 gemiddeld € 22,- per huishouden.

30 24

25 22

19

20 13

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

0

KLASSE B

10

KLASSE A

€ per aansluiting

Kosten milieustraat (€ per huishouden) (n=99)

Pagina 23 van 52

2.3 Bijplaatsingen Omvang en beleid Met bijplaatsingen wordt het afval bedoeld dat naast verzamelcontainers wordt geplaatst. Bijna alle gemeenten (96%) die hebben deelgenomen aan de benchmark hebben er in meer of mindere mate last van. De gemeenten die geen last hebben van bijplaatsingen zijn overwegend landelijk van karakter (klasse D). Dit kan zijn omdat ze nauwelijks verzamelcontainers hebben staan in de gemeente of dat het aanbiedgedrag gewoonweg beter is (meer sociale controle). Gemiddeld bij 20% van de verzamelcontainers wordt structureel afval bijgeplaatst. Bij de meeste gemeenten (77%) wordt het bijgeplaatste afval direct na constatering en/of melding weggehaald, om meer bijplaatsingen te voorkomen. De overige 23% van de gemeenten verwijdert het afval op een vaste dag in de week of op de eerstvolgende ledigingsdag.

Verwijderbeleid bijplaatsingen (n=137) 17%

6%

Blijft liggen tot de eerstvolgende ledigingsdag Wordt direct na constatering/ melding weggehaald Wordt op vaste dag(en) in de week verwijderd

77%

Rol handhaving Om een duidelijk signaal af te geven dat het bijplaatsen van afval- en grondstoffen niet is toegestaan, kan de inzet van handhaving effectief zijn. Iets meer dan de helft van de gemeenten (53%) sturen hun handhavers alleen af op buitensporige bijplaatsingen (omvangrijk, gevaarlijk afval, verkeersonveilige plek). Bij 19% van de gemeenten gaan de handhavers nog wel af op iedere bijplaatsing. 16% van de gemeenten zetten nauwelijks tot geen handhaving in voor bijplaatsingen. Hier zitten ook de gemeenten bij die nauwelijks tot geen last hebben van bijplaatsingen (6%).

Welke rol heeft handhaving? (n=137) Alleen buitensporige bijplaatsingen gaan via afd. handhaving Alleen containers in specifieke buurten gaan via afd. handhaving Er vindt nauwelijks tot geen handhaving plaats Iedere melding/ constatering gaat via afd. handhaving

19%

16%

53%

12%

Pagina 24 van 52

Communicatie en participatie Ook communicatie en participatie zijn instrumenten om bijplaatsingen tegen te gaan. 44% van de gemeenten zet gerichte communicatie in tegen bijplaatsingen. Containeradoptie, waarbij bewoners worden betrokken bij het schoonmaken en -houden van de verzamelcontainerlocatie, vindt bij 30% van de gemeenten plaats.

Gerichte voorlichting (n=137)

Containeradoptie (n=137) Ja Nee

Ja Nee 30%

44% 56% 70%

Kosten De verwijderingskosten van bijplaatsingen in 2022 bedroegen gemiddeld € 4,50 per huishouden. De kosten omvatten de personele, materiële en/of uitbestede kosten die zijn toegerekend aan het verwijderen van bijplaatsingen, exclusief de verwerkingskosten. Niet iedere gemeente heeft deze kosten inzichtelijk, vooral niet de gemeenten die het schoonhouden van containerlocaties overlaten aan hun BOR-afdeling (beheer en onderhoud openbare ruimte). Bij het bepalen van de gemiddelde kosten zijn deze gemeenten uitgesloten.

6

5.8

5.4 4.5

4

3.2

2.8

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

0

KLASSE B

2

KLASSE A

€ per aansluiting

Kosten verwijderen bijplaatsingen (€ per huishouden) (n=33)

Pagina 25 van 52

3. Best practices 3.1 Inzamelstrategieën Welke aanpak (in deze benchmark inzamelstrategie genoemd) leidt tot optimale afvalscheiding, minimale hoeveelheid restafval en de laagste beheerkosten? Er zijn verschillende inzamelstrategieën voorhanden om afvalscheiding te bevorderen en de hoeveelheid restafval te minimaliseren. Hieronder een overzicht van de belangrijkste strategieën: Inzamelstrategie

Omschrijving

Tariefdifferentiatie

Ook wel diftar genoemd: betalen per keer of hoeveelheid restafval die wordt aangeboden. Onder diftar valt in deze benchmark niet de 'volume-diftar' (hoe groter de minicontainer voor restafval, hoe meer men betaalt)

Servicedifferentiatie

Grondstoffen worden met een hoog serviceniveau ingezameld (inzameling aan huis, hoge ophaalfrequentie) en restafval wordt met een laag serviceniveau ingezameld (met een lage ophaalfrequentie of met verzamelcontainers op buurtniveau).

Combinatie

In de praktijk komt het vaak voor dat diftar in combinatie met servicedifferentiatie wordt toegepast.

Basis-systeem

Met basis-systeem wordt een inzamelsysteem bedoeld zonder diftar en zonder servicedifferentiatie.

Diftar versus geen-diftar Van de genoemde inzamelstrategieën is tariefdifferentiatie de meest prestatiebepalend. Om die reden laten we eerst het onderscheid tussen de volledige groep diftar-gemeenten (n=71) en de volledige groep nietdiftar gemeenten (n=83) zien. Met gemiddeld 103 kilogram hebben de diftar-gemeenten 43% minder restafval dan de groep niet-diftargemeenten. Ook de totale beheerkosten van de groep diftargemeenten zijn met €193,- per huishouden 13% lager dan de die van de groep niet-diftargemeenten. In de onderstaande grafieken worden de verschillen tussen beide groepen weergegeven, zowel benchmarkbreed (aangeduid met BENCHMARK) als per hoogbouwklasse. Beheerkosten

250

150

117

100

110

94

103

Geen diftar

Diftar

BENCHMARK

192

222

215 189

193

150 100 50 0

KLASSE D

KLASSE C

0

KLASSE B

50

227 204

Geen diftar

BENCHMARK

149

220

KLASSE D

181

179

225

200

KLASSE C

191

KLASSE B

203

€ per aansluiting

200

KLASSE A

kg per inwoner

250

KLASSE A

Restafval

Diftar

Pagina 26 van 52

Inzamelstrategieën per hoogbouwklasse Hieronder worden de resultaten (hoeveelheid restafval, totale beheerkosten) per inzamelstrategie en per hoogbouwklasse weergegeven. Door het uitkristalliseren van de resultaten naar 16 sub-groepen (4 inzamelstrategieën x 4 hoogbouwklassen) is het aantal meting per subgroep (n-waarde) in sommige gevallen erg laag. Dit maakt deze analyse erg gevoelig voor individuele uitschieters. Aantal metingen (n-waarde)

Hoogbouwklasse A In hoogbouwklasse A komen slechts 2 van de 4 inzamelstrategieën voor: het basissysteem en servicedifferentiatie. Servicedifferentiatie wordt vooral toegepast in de vorm van 'restafval op afstand' (service op restafval wordt verlaagd door alleen nog maar restafval te laten brengen naar verzamelcontainers). Zowel op hoeveelheid restafval als op beheerkosten is servicedifferentiatie voordeliger dan het basissysteem. 300

217

214

192 164

150

139

232 215

200 185 168

150

BASIS

100

246

250

BASIS

200

280

SERV DIFF

250

€ per aansluiting

279

SERV DIFF

kg per inwoner

300

Hoogbouwklasse B In hoogbouwklasse B komen alle 4 inzamelstrategieën voor. Vooral de diftar-strategieën zijn effectief in het reduceren van restafval. Servicedifferentiatie lijkt weinig toegevoegde waarde te hebben in het reduceren van restafval. Op totale beheerkosten zijn de verschillen tussen de strategieën marginaal, met uitzondering van de strategie tariefdifferentiatie. Het aantal metingen dat aan deze waarde ten grondslag ligt is echter zeer klein.

150

249

215

213 182

155

168

167

TARIEF EN SERV DIFF

127

100

TARIEF DIFF

93

223

200

SERV DIFF

89

246

250

BASIS

116

€ per aansluiting

139

117

TARIEF EN SERV DIFF

105

136

TARIEF DIFF

137

100 50

186

SERV DIFF

150

199

290 268

253

250 200

300

281

BASIS

kg per inwoner

300

Pagina 27 van 52

Hoogbouwklasse C Ook in hoogbouwklasse C laten de diftar-strategieën de beste resultaten zien. Tariefdifferentiatie in combinatie met servicedifferentiatie is de meest kosten-effectieve strategie. 350

135

100

103 76

200

234

225

201

217 210 205

167

150 100

TARIEF EN SERV DIFF

SERV DIFF

50

95

129

250

282 220 187 157

TARIEF EN SERV DIFF

150

303

TARIEF DIFF

134

169

300

SERV DIFF

150

177

€ per aansluiting

185

215

TARIEF DIFF

200

BASIS

kg per inwoner

217

BASIS

250

Hoogbouwklasse D In hoogbouwklasse D laat de basis-strategie uitzonderlijk goede resultaten zien. Het aantal metingen waarop deze waarde berekend is, is zeer klein. Tariefdifferentiatie in combinatie met sevicedifferentiatie levert in ieder geval de minste kilo's restafval op. De gemiddelde beheerkosten van deze strategie zijn €181,- per huishouden.

41

249

200 150 100

268 210

246 206 181

168 148

149

159 129

TARIEF EN SERV DIFF

63

250

TARIEF DIFF

87

297

SERV DIFF

0

81

115

TARIEF EN SERV DIFF

50

112

134

300

BASIS

100

151

161

€ per aansluiting

145

196

TARIEF DIFF

150

190

SERV DIFF

200

350

BASIS

kg per inwoner

250

Pagina 28 van 52

Benchmark breed In onderstaande figuur zijn de gemiddelden per strategie(combinatie) weergegeven van de gehele benchmark, dus alle hoogbouwklassen samen. Met gemiddeld 96 kg restafval en € 190,- per huishouden aan beheerkosten is tariefdifferentiatie in combinatie met servicedifferentiatie (n=50) de meest kosteneffectieve inzamelstrategie in de benchmark. De basisstrategie zonder tarief- en servicedifferentiatie (n=28) levert gemiddeld 190 kg restafval per inwoner en € 216,- per huishouden aan beheerkosten op. De meest kosteneffectieve inzamelstrategie resulteert dus in 49% minder restafval en 12% lagere kosten ten opzichte van het basissysteem.

249

150

41

100

216

148

268

226 202 149

190

127

129

TARIEF EN SERV DIFF

250 200

297

TARIEF DIFF

63

96

303

SERV DIFF

81

105

300

BASIS

139

TARIEF DIFF

0

169 121

100 50

176

TARIEF EN SERV DIFF

150

BASIS

kg per inwoner

190

€ per aansluiting

253

250 200

350

281

SERV DIFF

300

Pagina 29 van 52

3.2 Inzamelmiddelen Niet alleen inzamelstrategieën hebben impact op de scheidingsprestaties en de hoeveelheid restafval, ook het soort inzamelmiddel dat wordt toegepast. In de benchmark wordt onderscheid gemaakt naar haalinzamelmiddelen die individueel worden toegepast (minicontainers, zakken, duocontainers) en brenginzamelmiddelen die collectief (door meerdere huishoudens) worden toegepast (boven- of ondergrondse verzamelcontainers in de wijk). Niet ieder inzamelmiddel is overal toepasbaar. Bij de hoogbouw is veelal geen ruimte voor het stallen van individuele inzamelmiddelen (uitgezonderd de zak), zodat daar collectieve inzamelmiddelen veelal de enige optie is. In deze paragraaf worden de verschillende soorten inzamelmiddelen vergeleken op respons: de gemiddelde hoeveelheid grondstof die per huishouden per inzamelmiddel wordt ingezameld. Ofschoon het soort inzamelmiddel ook effect op de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen kan hebben, wordt dat in deze analyse buiten beschouwing gelaten. Er hebben te weinig participerende gemeenten hieromtrent valide data aangeleverd.

Halen versus brengen Alvorens de prestatieverschillen tussen de afzonderlijke inzamelmiddelen te analyseren, eerst het verschil tussen halen en brengen. Hieronder wordt de minicontainer (als meest toegepaste haal-inzamelmiddel) vergeleken met de verzamelcontainer (als meest toegepaste breng-inzamelmiddel). Omdat diftar sterk prestatiebepalend is zijn er twee figuren opgemaakt: met diftar (linker figuur) en zonder diftar (rechter figuur). Voor praktisch alle afvalstromen kan worden geconstateerd dat het halen aan huis met de minicontainer meer kilo's per huishouden oplevert en lagere kosten met zich meebrengt dan de brengen naar verzamelcontainers. Diftar

Niet-diftar 500

Hoeveelheid (kg/huish.)

Hoeveelheid (kg/huish.)

500 400 300 200 100 0

400 300 200 100 0

0

200

400

Inzamelkosten (€/ton) gft minicontainer gft verzamelcontainer opk minicontainer opk verzamelcontainer pmd minicontainer pmd verzamelcontainer rest minicontainer rest verzamelcontainer

600

0

200

400

600

Inzamelkosten (€/ton) gft minicontainer gft verzamelcontainer opk minicontainer opk verzamelcontainer pmd minicontainer pmd verzamelcontainer rest minicontainer rest verzamelcontainer

Pagina 30 van 52

Per afvalstroom Hieronder is het effect van de verschillende inzamelmiddelen per afvalstroom weergegeven. Laten zien wordt hoeveel er gemiddeld met een bepaald inzamelmiddel wordt ingezameld, onderscheiden naar hoogbouwklasse en toepassing van diftar. Let op: de hoeveelheden zijn weergegeven in kilo per aangesloten huishouden, dus niet per inwoner van het verzorgingsgebied. Groente- fruit en tuinafval Voor groente-, fruit-, en tuinafval worden twee inzamelmiddelen belicht: de minicontainer en de verzamelcontainer. Andere inzamelmiddelen zoals de citybin, duocontainer of zak worden sporadisch toegepast en bieden voor deze analyse te weinig valide data. In alle hoogbouwklassen is de respons van de minicontainer beduidend hoger dan die van de verzamelcontainer.

Diftar

Geen diftar

Minicontainer

Minicontainer

95

KLASSE D

BENCHMARK

64

KLASSE C

KLASSE B

24

Verzamelcontainer

259

371 281

297 215 123

195

500 475 450 425 400 375 350 325 300 275 250 225 200 175 150 125 100 75 50 25 0

KLASSE A

KLASSE D

BENCHMARK

gft (kg/huish.)

108

172

319

347

320

KLASSE C

69

267

(minicontainer n= 45) (verzamelcontainer n=23)

212

KLASSE B

500 475 450 425 400 375 350 325 300 275 250 225 200 175 150 125 100 75 50 25 0

KLASSE A

gft (kg/huish.)

(minicontainer n=58) (verzamelcontainer n= 12)

Verzamelcontainer

Oud papier en karton Naast de minicontainer en de verzamelcontainer wordt oud papier en karton ook vaak los/ gebundeld ingezameld. Het grootste verschil in respons is weliswaar te constateren tussen de minicontainer en de verzamelcontainer, waarbij de minicontainer gemiddeld 67% meer oplevert dan de verzamelcontainer. De verschillen zijn bij de diftar-gemeenten groter dan bij de niet-diftargemeenten. Diftar

Geen diftar

(minicontainer n=39) (losse bundels n=17) (verzamelcontainer n=45)

Minicontainer Losse bundels, krat Verzamelcontainer

124

58

BENCHMARK

58

58

95 87

101

93

99 99

KLASSE C

0

KLASSE B

50

44 49

70

71 64

100

KLASSE A

69

BENCHMARK

KLASSE D

52

51 42

KLASSE C

0

KLASSE B

50

opk (kg/huish.)

118

150 92

128 109 103

109 95

110

100

KLASSE A

opk (kg/huish.)

150

KLASSE D

(minicontainer n=34) (losse bundels n=27) (verzamelcontainer n=38)

Minicontainer Losse bundels, krat Verzamelcontainer

Pagina 31 van 52

Plastic, metalen en drankenkartons Voor PMD worden minicontainers, zakken en verzamelcontainers met elkaar vergeleken. Overall gezien levert de minicontainer 32% meer op dan de zak en 146% meer dan de verzamelcontainer. Diftar is voor deze volumineuze afvalstroom sterk prestatiebepalend, zeker als dat op basis van volume en frequentie wordt toegepast.

Diftar

Geen diftar,/div>

(minicontainer n=17) (zak n=30) (verzamelcontainer n=17)

(minicontainer n=21) (zak n=5) (verzamelcontainer n=28)

74

83 39 28

41 31

KLASSE D

BENCHMARK

28

44

KLASSE C

17

KLASSE B

0

23

50

34

61

68

84

100

KLASSE A

35

BENCHMARK

pmd (kg/huish.)

89 39

64

66

Minicontainer Zak Verzamelcontainer

KLASSE D

35

KLASSE C

KLASSE B

0

32

50

60

74 67

100

87

101

150

KLASSE A

pmd (kg/huish.)

150

Minicontainer Zak Verzamelcontainer

** Omdat er voor oud papier en pmd soms meerdere inzamelsystemen per huishouden worden toegepast overstijgt het aantal metingen (som van n-waarden) de totale benchmarksteekproef.

Pagina 32 van 52

3.3 Nascheiding Nascheiding vervult een belangrijke rol in het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeheer. Daarbij gaat het vooral om het mechanisch nascheiden van pmd uit het fijn restafval en het nascheiden van grof (verbouwings)restafval.

PMD In de benchmark onderscheiden we drie groepen gemeenten in de wijze waarop pmd wordt gescheiden: gemeenten die pmd alleen bronscheiden, gemeenten die pmd alleen nascheiden en gemeenten die zowel aan bron- als nascheiding doen. De laatste groep zijn ondermeer gemeenten die in wijken waar het bronscheiden slechte resultaten oplevert (veelal hoogbouw), overgaan op nascheiden, maar in de rest van de gemeente doorgaan met bronscheiden. De hoeveelheid gescheiden pmd van de groep die alleen aan bronscheiding doet bedraagt gemiddeld 30 kg per inwoner (n=76), die van de groep die alleen aan nascheiding doet 20 kg per inwoner (n=19), en die van de groep die zowel aan bron- als nascheiding doet 32 kg pmd per inwoner (n=59). De geconstateerde verschillen kunnen echter mede het gevolg zijn van andere verschillen in het inzamelsysteem, waaronder tariefdifferentiatie. In de groepen 'alleen bronscheiding' en 'bron- en nascheiding' zitten meer gemeenten met tariefdifferentiatie dan in de groep 'alleen nascheiding'. Een tweede nuancering bij de getoonde indicatoren is dat het meetpunt van de brongescheiden pmd niet gelijk is aan het meetpunt van nagescheiden pmd. De hoeveelheid brongescheiden pmd wordt gemeten bij acceptatie overslag en kan nog stoorstromen bevatten. Nagescheiden pmd wordt direct na scheiding en voor sortering gemeten en bevat vrijwel geen stoorstromen meer.

Alleen bronscheiding Bron- en nascheiding

23 18

16

21

24

27

40

BENCHMARK

KLASSE D

KLASSE C

10 KLASSE B

BENCHMARK Alleen nascheiding

16

20

20

30

22

20

40

0 KLASSE D

KLASSE C

0

KLASSE B

10

kg per inwoner

30 32 22

17

20

50

33 34 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14594248/1