Bijlage 5 Reactie op zienswijze gemeente Rhenen
Tekst van het document
Bezoekadres: Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht
Gemeente Rhenen Aan het College van B&W Postbus 201 3910 AE RHENEN
Naar1OD@odru.nl www.odru.nl www.rudutrecht.nl
Utrecht, 22 april 2025 Uw kenmerk: Ons kenmerk: Behandeld door:
1190524 INT20.1011-2407 B.J.N. Behrens-Benne/P. Verkerk
Onderwerp:
Beantwoording zienswijze ontwerp gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht
Geacht college,
Op 24 oktober 2024 heeft u van de stuurgroep ‘Naar één Omgevingsdienst Utrecht’ de Ontwerp gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht ontvangen, met het verzoek deze zo spoedig mogelijk aan uw raad aan te bieden voor het kenbaar maken van zijn zienswijze aan u. Op 27 februari 2025 heeft u uw reactie aan de stuurgroep gestuurd. Grote lijnen reacties deelnemers ODU Aan alle toekomstige deelnemers van de ODU is een zienswijze gevraagd op de Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling. Alle colleges en raden/staten ondersteunen de vorming van één Omgevingsdienst in de provincie Utrecht. De ingezonden zienswijzen tonen brede steun voor de fusie en het beoogde kwaliteitsvoordeel. Er wordt erkend dat de vorming van één Omgevingsdienst kansen biedt voor synergie en verbetering van de dienstverlening. De Stuurgroep naar één OD (verder te noemen: Stuurgroep) is verheugd met deze brede steun en reageert in deze notitie op de grote lijn die uit alle 27 reacties te destilleren valt. Deze lijn heeft betrekking op het financieel kader en de besluitvorming hierover en daarnaast op lokale betrokkenheid, nabijheid en maatwerk. Uit de reacties blijkt dat deelnemers duidelijkheid behoeven over de bijdragen per deelnemer vanaf 2026. Die duidelijkheid is er nu nog niet.
De rudimentaire begroting voor 2026 geeft een algemeen beeld van de betaalbaarheid van de ODU, maar de exacte kosten per deelnemer moeten nog worden uitgewerkt in de volgende fase van het proces. Om deelnemers in staat te stellen tijdig een goed onderbouwde beslissing te nemen over hun deelname aan de nieuwe dienst, vragen zij om een transparant en voorspelbaar financieel kader. Verschillende deelnemers hebben verzocht om een eerdere beschikbaarheid van de bijdrageverordening en de begroting 2026, zodat zij op tijd inzicht krijgen in de financiële impact en de gevolgen voor hun eigen begrotingen. Daarnaast vragen ze om een strikte monitoring van de kostenontwikkeling en de effecten van de fusie. Ten slotte is er behoefte aan waarborgen voor de lokale betrokkenheid, nabijheid en mogelijkheden voor maatwerk door de nieuwe dienst.
1 van 4
Financieel kader en besluitvorming De Stuurgroep heeft het geluid om een tijdig en goed onderbouwd financieel kader beschikbaar te stellen goed gehoord. De Stuurgroep is ervan doordrongen dat grote wijzigingen of afwijkingen ten opzichte van de deelnemersbijdrage over 2025 onwenselijk zijn. De zienswijzen hebben we daarom zorgvuldig betrokken bij de verdere uitwerking van het financieel kader en de besluitvorming hierover. Collega’s van de ODRU en RUD werken samen met een klankbordgroep van regievoerders aan een transparante en evenwichtige financieringssystematiek. Hoewel het hele proces onder grote tijdsdruk staat, is in overleg met de regievoerders gezocht naar de mogelijkheden om al op zo kort mogelijke termijn meer inzicht in de financiële bijdrage vanaf 2026 te geven. Daarmee is het de planning om begin juni (ambtelijk) inzicht te geven in de raming van de te verwachte deelnemersbijdrage 2026. Als kader hiervoor hanteren we het richtingsplan uit fase 1 en de afspraken die in het addendum van de Algemene Vergadering van 17 oktober 2024 zijn vastgesteld, samen. Hierin is onder meer besloten dat voor het jaar 2026 eenmalig 5% aan uren mag worden teruggenomen, wanneer het totaal van deze terugname geen expliciet kostenverhogende effecten (frictiekosten) met zich meebrengen. Deze uren zullen ook de basis vormen voor 2027 en verder.
Het proces voor de besluitvorming ziet er nu als volgt uit: • De uitgangspunten voor de nieuwe financieringssystematiek voor de ODU leggen we ter vaststelling voor in de vergadering van het (gezamenlijk) algemeen bestuur van 18 april 2025. • Eind april tot half mei stellen de RUD en de ODRU samen met de regievoerders de uitvoeringsprogramma’s (UVP’s) 2026 op. • Medio juni 2025 ontvangen de deelnemers de hoogte van de deelnemersbijdrage 2026 vooruitlopend op de ontwerp begroting. • Op basis van voorgaande worden de ontwerpbegroting 2026 en de ontwerp-bijdrageverordening opgesteld. Deze zullen we agenderen in het (gezamenlijk) algemeen bestuur van 11 juli 2025. De beoogde deelnemers krijgen daarna tot 17 oktober 2025 de mogelijkheid om hierop een zienswijze in te dienen. • In de vergadering van 11 juli leggen we eveneens de Producten- en dienstcatalogus en de regeling met uittredingsregels (artikel 41 ontwerp-GR ODU) en de regeling voor vermindering van taken met minder dan 5% (artikel 6 lid 7 ontwerp-GR ODU) ter vastlegging voor. Op deze wijze geven we gehoor aan de wens om gemeenten eerder inzicht te geven in de financiële impact. Dit biedt in onze ogen de toekomstige deelnemers voldoende gelegenheid om de financiële informatie mee te nemen in hun eigen begrotingsproces en weloverwogen een besluit te nemen over hun deelname.
Monitoring van de kostenontwikkeling en effecten van de fusie Voor de fusie is een begroting opgesteld voor de eenmalige kosten. Deze begroting wordt periodiek besproken binnen de Stuurgroep, afwijkingen worden hierbij tijdig gesignaleerd en hierop worden acties ondernomen om de totale kosten binnen deze begroting te houden. De fusie is voornamelijk gefinancierd door middel van eenmalige middelen van Provincie, Rijk en ODNL. Het restant van de dekking zal afkomstig zijn van de deelnemers. De omvang hiervan is beperkt door de extra financiering van het Rijk. De algemeen besturen van RUD Utrecht en ODRU hebben besloten om deze bijdrage te financieren. Dit kan zowel uit de reserves van de eigen dienst als via een eenmalige bijdrage zijn. De Ontwerp Begroting 2026 levert samen met de meerjarenraming en de SWOT-analyse een integraal beeld over de betaalbaarheid van de ODU, nu en in de toekomst. Ook de daarbij eventueel behorende onzekerheden en risico’s komen hierbij in beeld.
2 van 4
Lokale betrokkenheid, nabijheid en maatwerk Naast de financiële aspecten is er behoefte aan waarborgen voor de lokale betrokkenheid van de omgevingsdienst. De nieuwe dienst moet blijven functioneren als een verlengstuk van het lokaal bestuur en een dienstverlenende en ondersteunende rol behouden voor inwoners en bedrijven. Nabijheid wordt van groot belang geacht, zo blijkt uit de reacties. Door regionale samenwerking wordt niet alleen synergievoordeel bereikt, maar ook de nabijheid versterkt, zo is de gedachte. Enkele gemeenten vragen expliciet om maatwerkafspraken met betrekking tot de kwaliteit, flexibiliteit en snelheid van de dienstverlening, zodat lokale behoeften voldoende worden geborgd binnen de nieuwe organisatie. Wij begrijpen en waarderen de wens om maatwerk te behouden, aangezien elke gemeente unieke uitdagingen en prioriteiten heeft. Tegelijkertijd is het belangrijk te onderkennen dat een sterke nadruk op maatwerk ook een keerzijde kan hebben. Wanneer er op grote schaal uitzonderingen en specifieke afspraken worden gemaakt, zal dit ten koste gaan van efficiëntie. Juist door samen te werken binnen één robuuste organisatie kunnen schaalvoordelen worden benut, wat leidt tot efficiënter en effectiever optreden.
Het vinden van de juiste balans tussen flexibiliteit en doelmatigheid is daarom een gezamenlijke opgave van ODU, eigenaren en opdrachtgevers, waarbij we samen streven naar een organisatie die zowel responsief als efficiënt is. We hebben er het vertrouwen in dat we in goed contact en open gesprek met de deelnemers deze balans vinden. Vraag naar de kwaliteit van diensten van de nieuwe omgevingsdienst Voor wat betreft de kwaliteit van de diensten van de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht houden wij vast aan het uitgangspunt van het richtingsplan Omgevingsdienst Utrecht waarin staat dat één robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht zorgt voor een noodzakelijke kwaliteitsimpuls in de uitvoering van de omgevingsdiensttaken. Het levert voordelen op voor zowel bedrijven, inwoners als deelnemers en zekerheid voor de kwaliteit in de uitvoering van het werk en daarmee een betere kwaliteit van de leefomgeving in de provincie Utrecht. Robuustheid betekent een vergroting van betrouwbaarheid en continuïteit van taakuitvoering, hetgeen tevens leidt tot beter toezicht en handhaving. De nu bestaande kwetsbare en dunne bezetting op enkele specialistische functies in zowel primaire taken als overhead taken maakt plaats voor een robuustere invulling met meer kwaliteit.
De robuustheidscriteria van het IBP-VTH vereisen onder andere een minimale omzet voor een omgevingsdienst op het gebied van basistaken, milieu-gerelateerde plustaken en overhead. De Omgevingsdienst Utrecht sluit aan bij deze eis om kwetsbaarheid te minimaliseren. Inhoudelijke reactie op uw individuele zienswijze Wij danken het college en de gemeenteraad van Rhenen voor het indienen van hun zienswijze op de Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU). De uitgesproken steun voor het doel van de fusie en het belang dat wordt gehecht aan een robuuste uitvoeringsorganisatie worden gewaardeerd. Graag gaan wij in op de aandachtspunten die door de raad zijn benoemd. Erkenning van de noodzaak tot fusie en oproep tot efficiëntie De raad van Rhenen onderschrijft de noodzaak van het samengaan van de omgevingsdiensten en het belang van een robuuste organisatie die kan adviseren bij de uitdagingen in de fysieke leefomgeving. Tegelijkertijd wordt gewezen op de financiële druk bij gemeenten en wordt gepleit voor doelmatigheid en volledige benutting van schaalvoordelen. De Stuurgroep herkent deze oproep. Binnen de ontwikkeling van de ODU wordt actief gestuurd op een efficiënte en kosteneffectieve inrichting van de organisatie, waarbij de kwaliteit van de dienstverlening leidend blijft.
Ook wordt outcome-sturing toegepast om de maatschappelijke en financiële effecten inzichtelijk te maken. Zorg over het ontbreken van tijdige financiële duidelijkheid De raad geeft aan dat pas laat in 2025 inzicht ontstaat in de financiële bijdrage per deelnemer, terwijl de regeling dan al vastgesteld moet zijn. In die context wordt terecht gesteld dat een robuuste dienst alleen mogelijk is als de gemeenten zelf financieel in staat zijn daaraan deel te nemen. Zoals opgenomen in de algemene beantwoording, wordt in juni 2025 ambtelijk inzicht geboden in de voorlopige deelnemersbijdragen voor 2026. Daarmee wordt beoogd gemeenten tijdig te voorzien van relevante informatie voor hun besluitvorming vóór het zomerreces. 3 van 4
In het addendum van 17 oktober 2024 is bovendien opgenomen dat deelnemers in 2026 eenmalig tot 5% van hun uren kunnen terugnemen zonder frictiekosten. Deze uren vormen het uitgangspunt voor de begroting van de jaren daarna. De Stuurgroep is zich bewust van het financieel moeilijke tij bij veel gemeenten en werkt daarom aan een evenwichtige, transparante en voorspelbare verdeling van lasten. Wens tot betrokkenheid bij vervolg en actuele informatievoorziening De raad spreekt de wens uit om gedurende fase 2 goed op de hoogte te worden gehouden van de voortgang. Die wens wordt gedeeld. De gemeente Rhenen wordt, net als andere deelnemers, actief betrokken bij de verdere uitwerking van de regeling en inrichting van de organisatie, via bestuurlijke overleggen, ambtelijke werkgroepen en periodieke communicatie. Wij danken de gemeente Rhenen voor de zorgvuldige en opbouwende zienswijze en blijven ook in de verdere fasen graag met u in verbinding. Met vriendelijke groet, namens stuurgroep ‘Eén Omgevingsdienst in Utrecht’,
Sjors Fröhlich Voorzitter Stuurgroep
Hugo Jungen Kwartiermaker ODU /secretaris Stuurgroep
4 van 4