CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Formats niet ingezet voor taakstelling 500k in 2025

Raadsvergadering 27 mei 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Taakstelling Sociaal Domein6.277 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

KERNTAAK Kerntaak Taakveld

Individuele voorzieningen Wmo 6.81a Beschermd wonen (Wmo)

ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.

Antwoord onderzoeksvraag data-analyses

OMBUIGING

Ombuiging:

D4

Welk voordeel levert het opheffen van de regionale reserve ‘Beschermd wonen’ (gemeente Ede) de gemeente Rhenen op?

Toelichting

1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.

€

2025 910.000

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -

Toelichting: Tijdens het BO Wmo van 20 maart is regionaal gesproken over het voorstel van Ede om de reserve BW uit te keren. Regiogemeenten kunnen afviseren. De gemeente Ede is beslissingsbevoegd. Deze reserve is bedoeld om fluctuaties in de zorgvraag naar beschermd wonen te kunnen opvangen. De gemeente Ede stelt voor om de opgebouwde reserve van ca. € 12 mln. naar rato uit te keren aan de deelnemende gemeente. Voor Rhenen gaat het dan om € 949k. Daar staat tegenover dat voor de Maatschappelijke- en Vrouwenopvang een tegenvaller op de begroting wordt verwacht (reeds bekend en gemeld in 2024) van ca. 39k. Per saldo blijft een meevaller van 910k over.

1b. Opbrengst in anders: Toelichting:

1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Incidenteel.

2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: In het Regionaal Bestuurlijk Overleg Wmo van 20 maart jl. is door de bestuurders ingestemd met het voorstel. De gemeente Ede Ede is echter zelfstandig bevoegd te besluiten over de reserve BW. Daarom wordt dit besluit nu verwerkt in de Perspectiefnota van de gemeente Ede. Pas wanneer de Raad van Ede op 26 juni 2025 instemt, is het besluit definitief.

3. Op welke termijn? Toelichting: In 2025.

4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X

Redelijk

Groot

Niet X

Redelijk

Groot

Toelichting:

5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging?

Toelichting inhoudelijk:

Toelichting formatief:

EINDE FORMULIER

KERNTAAK Kerntaak Taakveld

Individuele voorzieningen Jeugd Alle

ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.

Antwoord onderzoeksvraag data-analyses

OMBUIGING

Ombuiging:

D20 Welk bedrag levert het laten vrijvallen van het restantbudget 'Hervormingsagenda Jeugd' (Bestuursprogramma) op?

Toelichting

1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.

2025 €

141.439

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -

Toelichting: De gemeente Rhenen moet verder werken aan een stevige sociale basis. Het bedrag dat op het Bestuursprogramma is opgenomen, is daar mede voor bedoeld. Er is een bedrag van €190.000,- op het Bestuursprogramma opgenomen om aan twee doelen te werken: vroegsignaleringen en het versterken van de samenwerking tussen de gemeente en onze maatschappelijke partners rond jeugd. Er resteert nog € 141.439,-. Dit bedrag willen we inzetten voor de volgende opdrachten: Leerplicht Doordat de leerplichtamtenaar vroegtijdig kan inspringen (schoolverzuim is vaak een teken dat er meer aan de hand is), kon er de afgelopen vroegtijdig worden ingezet. Er zijn zorgstructuren opgezet, zoals het ZorgAdviesTeam waardoor verschillende displines snel met elkaar konden schakelen. Doordat er vanaf 2025 minder uren beschikbaar zijn, vallen er nu al taken weg. Namelijk geen/ minder preventie (Niet meedenken en volgen; Project back to a Future kan niet meer doorgaan; geen overleg ouders + SWV + GGD + LPA ivm liever geen vrijstellingen 5 sub a). Daarnaast minder actief meedoen met het regionaal beleid. - 55.000 (afgerond)Voorliggende voorzieningen Risico op toenemende vraag naar jeugdhulp, waardoor er wachtlijsten ontstaan. Met een breder aanbod aan voorliggende voorzieningen, kan - naar verwachting - de vraag naar jeugdhulp worden afgeschaald. - 87.000,-.

1b. Opbrengst in anders: Toelichting:

1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Leerplicht: Incidenteel, tijdelijke versterking van de leerplichtfunctie. Voorliggende voorzieningen: structrureel: het te besparen bedrag op de afnemende vraag naar jeugdhulp is nu nog niet te bepalen. We verwachten bij de Perpectiefnota 2027 een uitspraak te kunnen doen.

2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: - Het niet uitvoeren van niet-wettelijke, maar wel belangrijke leerplicht-taken. - Niet kunnen opzetten van voorliggende voorzieningen: algemene voorzieningen, bijvoorbeeld voor opvoedvragen, om de stijgende vraag naar Jeugdhulp af te remmen.

3. Op welke termijn? Toelichting: In 2025.

4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot x Toelichting: Leerplicht Doordat de leerplichtamtenaar vroegtijdig kan inspringen (schoolverzuim is vaak een teken dat er meer aan de hand is), kon er de afgelopen vroegtijdig worden ingezet. Er zijn zorgstructuren opgezet, zoals het ZorgAdviesTeam waardoor verschillende displines snel met elkaar konden schakelen. Doordat er vanaf 2025 minder uren beschikbaar zijn, vallen er nu al taken weg. Namelijk geen/ minder preventie (Niet meedenken en volgen; Project back to a Future kan niet meer doorgaan; geen overleg ouders + SWV + GGD + LPA ivm liever geen vrijstellingen 5 sub a). Daarnaast minder actief meedoen met het regionaal beleid. Voorliggende voorzieningen Risico op toenemende vraag naar jeugdhulp, waardoor er wachtlijsten ontstaan. Een bedrag van €90.000 reserveren om voorliggende voorzieningen uit te werken en op te zetten. Dit moet leiden naar een afname van jeugdhulp. Denk aan voorzieningen als de inloop autisme en ADHD (D8), en bijvoorbeeld nog uit te werken opvoedondersteuning.

5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet Redelijk Groot x Toelichting inhoudelijk: Er is tijdelijk extra formatie nodig om uitvoering te geven aan de niet-wettelijke leerplichttaken en om uitwerking te geven aan het uitwerken en opzetten van voorliggende voorzieningen.

Toelichting formatief:

EINDE FORMULIER

KERNTAAK Kerntaak Taakveld

Individuele voorzieningen Wmo 6.71c Dagbesteding (Wmo)

ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Er zit tussen de 12 en 23 euro per inwoner verschil in uitgaven in vergelijking met alle referentiegroepen. De beleidsvrijheid in dit taakveld is 35%. Waarom zijn de dagbestedingskosten per inwoner zoveel hoger dan die in de referentiegemeenten?

Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Als alle maatwerkvoorzieningen samen worden genomen, verschillen we nauwelijks van de referentiegemeenten. De opbouw van de bevolking laat zien dat er sprake is van dubbele vergrijzing. Daarnaast zijn er relatief weining collectieve voorzieningen.

OMBUIGING

Ombuiging:

A10

Hoe en met hoeveel kunnen we de kosten verminderen op dagbesteding Wmo?

Toelichting

1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.

€

2025 -10.000,00

2026 -10.000,00

2027 PM

2028 -

2029 -

Toelichting: Binnen dagbesteding is er onderscheid naar dagbesteding licht en midden (en zwaar, maar dat wordt sporadisch ingezet). Als er meer wordt ingezet op collectieve (preventieve zorgvormen), dan heeft dit vooral gevolgen voor de clienten die 'dagbesteding licht' hebben. Ook kan er gekeken worden naar clienten die nu 'dagbesteding regulier' hebben: kan er iets aangeboden worden in een collectieve vorm? Dit betekent een besparing op de lichtere vormen van maatwerk en niet op de dure vormen van maatwerk. Een voorbeeld hiervan is de pilot 'Ontmoeting+' voor mensen met een voor-, begin- en middenstadium van dementie. Deze start in april 2025 en wordt georganiseerd door Welzijn, voor 2 uur per week. Bij grotere belangstelling kan gekeken worden uitbreiding. Deze mogelijke ombuiging vraagt om investering en onderzoek. Wat kan er georganiseerd worden, zodat er geen maatwerk meer nodig is? Is het mogelijk om aan te sluiten bij andere gemeenten? Is het aantal potentiele gebruikers dan groot genoeg (omdat we een kleine gemeente zijn) om een voorliggende voorzienng op te zetten? 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:

1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Het vraagt een geschatte investering van €20.000 in de periode 2025-2026, om dit verder te onderzoeken en te beoordelen of en hoeveel het incidenteel, dan wel structureel kan opleveren.

2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Het risico is dat er collectieve voorzieningen zijn, waar onvoldoende clienten voor zijn of waarbij er uiteindelijk toch maatwerk nodig is. En het vraagt denkwerk om te bepalen welke voorzieningen er moeten komen.

3. Op welke termijn? Toelichting: 2025 en 2026 zijn jaren om dit verder te ontwikkelen en in gesprek te gaan met andere gemeenten, zorgaanbieders, welzijn.

4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet x

Redelijk

Groot

Niet

Redelijk x

Groot

Toelichting:

5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging?

Toelichting inhoudelijk: Het vraagt capaciteit bij team Leefbaarheid om te onderzoeken wat er nodig is en vervolgens om dit op te zetten.

Toelichting formatief:

EINDE FORMULIER

KERNTAAK Kerntaak Taakveld

Onderwijs 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken

ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Obv begroting en jaarrekeningen geven wij ongeveer 8 euro per inwoner meer uit. Waar komt dit door?

Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Hier zouden we nader onderzoek naar moeten doen.

OMBUIGING

Ombuiging:

A21 Hoe en met hoeveel kunnen wij de kosten in 2026 verlagen op Onderwijsbeleid en Leerlingzaken?

Toelichting

1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.

€

2025 700

2026 14.800

2027 14.800

2028 14.800

2029 14.800

Toelichting: - Een mogelijke ombuiging kan zijn: de bijdrage voor vroegsignalering aan scholen en Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO). De Jeugdwet en de Wet op het passend onderwijs stellen het OOGO (op overeenstemming gericht overleg) verplicht als overleg tussen de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en gemeentebestuurders binnen een regio. Het OOGO stemt onder andere de samenwerking van onderwijs en door gemeenten gefinancierde hulp af. Het OOGO-budget is gereserveerd op € 4.126. Daarvan is € 3.426 vastgelegd met de overige gemeenten. Er blijft dus € 700 over in 2025. - Het is een mogelijkheid om te stoppen met de pilots vroegsignalering op de Willem Teelinck school (€ 8800,-) en de Eben Haezer school (€ 6000,-).

1b. Opbrengst in anders: Toelichting:

1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: OOGO-budget: incidenteel. Vroegsignalering: structureel.

2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Het risico voor het OOGO-budget is, dat er in de komende jaren meer budget nodig is voor samenwerking. Het risico is dat de vraag naar jeugdhulp stijgt als we stoppen met de vroegsignalering.

3. Op welke termijn? Toelichting: Stoppen met de vroegsignalering is mogelijk met ingang van schooljaar 2025- 2026.

4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot x Toelichting: Het stoppen van vroegsignalering heeft naar verwachting veel impact. We denken dat jeugdhulp minder nodig is door de inzet van vroegsignalering. Dit jaar wordt een evaluatie gehouden, om te kunnen bepalen of en hoe we verder gaan.

5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet Redelijk Groot x Toelichting inhoudelijk: We verwachten een toename van zorgvragen bij het Jeugdteam als de vroegsignalering stopt. We verwachten dat daarmee ook de kosten stijgen. Bovendien legt dit een druk op de organisatie.

Toelichting formatief:

EINDE FORMULIER

KERNTAAK Kerntaak Taakveld

Individuele voorzieningen Jeugd Alle

ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Rhenen geeft op jeugd als geheel (6.72 en 6.82) in 2022 14 euro meer en in 2023 bijna 100 euro meer per inwoner uit dan de referentiegemeenten. O.b.v. de begroting 2025 en de begroting 2024 incl NJN is dit ook het geval. Wat is de reden hiervan?

Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Er kunnen verschillende redenen zijn: een hogere vraag naar jeugdhulp, complexere problematiek (wat leidt tot meer uren en duurdere zorg), meer verblijfskosten, weinig voorliggende voorzieningen of een te ruime toekenning van zorg. We zien deze stijging ook ten opzichte de FoodValley-gemeenten. In het najaar van 2024 is een actieplan voor jeugdhulp opgesteld. Dit plan bevat onder andere het versoberen van de uitvoering van de Jeugdwet via de nieuwe Verordening Jeugdhulp, het aantrekken van een teamleider voor het jeugdteam. En de start van een pilot voor een inloopspreekuur Autisme en ADHD als voorliggende voorziening.

OMBUIGING

Ombuiging:

C3

Welk bedrag kunnen we besparen als we het budget op de Jeugdhulp en Jeugdzorg niet indexeren (in 2025), als we vervolgens - na uitnutting van het budget - een wachtlijst gaan instellen voor een aantal zorgvormen?

Toelichting

1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.

€

2025 -

2026 -

2027 385.000,00

2028 385.000,00

2029 385.000,00

Toelichting: Let op: maatregel A12 gaat vooraf aan maatregel C3. Maatregel C3 volgt na evaluatie A12, bij de perspectiefnota 2027. Analoog aan A9 en C4. Als we het budget voor Jeugdhulp en Jeugdzorg in 2025 niet indexeren besparen we ongeveer € 385.000 op de zorgkosten. Als het zorgbudget is uitgenut, stellen we vervolgens een wachtlijst in. De indexering van de tarieven voor 2025 is 4,91% en 5,71% voor de landelijke tarieven, waaronder jeugdbescherming. Dit zou, berekend op de zorgbudgetten, een besparing van circa € 385.000 kunnen opleveren.

1b. Opbrengst in anders: Toelichting:

1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel.

2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: - Er mag niet met wachtlijsten worden gewerkt voor die zorgvormen waarbij de veiligheid van het kind in het geding is. - Daarnaast zoeken ouders en jeugdigen vaak hulp bij de huisarts voor een verwijzing naar jeugdhulp, waardoor de kosten alsnog voor de gemeente komen. Zonder dat de gemeente invloed heeft op het aantal of soort jeugdhulp dat wordt verstrekt. Ook is er geen mogelijkheid om af te schalen naar voorliggende voorzieningen. - De huisartsenpraktijken ziitten o.h.a. overvol, waardoor de samenwerking zal verslechteren. - Oplopende wachtlijsten. - Geen reele begroting. Het risico van de ombuiging is dat ongeveer 70% van de uitgaven in jeugdhulp wordt besteed aan ongeveer 20% van de jeugdigen (data Rhenen). Dit betreft de kwetsbare kinderen in verblijf, jeugdbescherming (wettelijke voogden/ondertoezichtstelling) en kinderen met complexe ambulante/ GGZ-problematiek. Deze kinderen blijven ook in 2025 in de jeugdhulp. Voor hen worden de hogere tarieven conform contractafspraken in rekening gebracht. Dit betekent dat we geen reële begroting voor 2025 en verder kunnen opstellen en dat de budgetten voor jeugdhulp bij de najaarsrapportage 2025 alsnog verhoogd moeten worden.

3. Op welke termijn? Toelichting: De indexering van de jeugdhulpbudgetten voor 2025 wordt verwerkt in de voorjaarsnota 2025.

4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot x Toelichting: De maatregel om met wachtlijsten te werken heeft gevolgen voor de inwoners. Jeugdhulp kan dan niet op korte termijn worden gegeven. Ouders kunnen de gemeente omzeilen door naar de huisarts te gaan voor een verwijzing naar jeugdhulp. Dit verhoogt de werkdruk voor huisartsen. Door de drukte bij huisartsen wordt waarschijnlijk sneller doorverwezen naar de 2e lijns jeugdhulp, waardoor de besparingen op ambulante jeugdhulp waarschijnlijk niet worden gehaald.

5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet Redelijk Groot x Toelichting inhoudelijk: Door een budgetplafond in te stellen en wachtlijsten te laten oplopen bij een open-einde regeling, kunnen ouders bezwaar maken. Bezwaarprocedures kosten veel tijd en beleidscapaciteit.

Toelichting formatief:

EINDE FORMULIER

KERNTAAK Kerntaak Taakveld

Individuele voorzieningen WMO Alle

ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Obv de jaarrekeningen geven wij gemiddeld 14 per inwoner meer (voor WMO als geheel) uit dan referentiegemeentes. Obv de begrotingen 2025 en de begroting 2024 inclusief NJN is dit ook het geval.

Antwoord onderzoeksvraag data-analyses

Als alle maatwerkvoorzieningen samen worden genomen, verschillen we nauwelijks van de referentiegemeenten. Een nadere analyse van de referentiegemeenten levert op dat de gemeente Rhenen een gemiddelde waarde heeft betreffende de SES-WOA (sociaal economische status gebaseerd op welvaart, opleiding en arbeid). Alle referentiegemeenten hebben een hoog (5) tot heel hoge (5) SES-WOA waarde, waardoor er over het algemeen minder ondersteuning nodig is. Daarnaast voert de gemeente Rhenen binnen het sociaal team bemoeizorg, algemeen maatschappelijk werk, mantelzorgondersteuning, gehandicaptenparkeerkaarten uit. Dit zijn geen officiele taken van de Wmo maar worden wel uitgevoerd binnen het sociaal team. Andere gemeenten hebben dat soms elders belegd en vallen dan niet onder de Wmo. Daarom is het over het algemeen moeilijk om een vergelijking te maken en kan het zijn dat de gemiddelde uitgaven hoger zijn. N.B. Deze SES heeft een andere invulling, dan de SES die voor de IV-3 gebruikt wordt. De laatste is ingevuld conform de toekenning van de rijksmiddelen aan gemeenten (een financiele indicator), terwijl deze SES een beleidsmatig instrument is, met andere indicatoren (elementen). De vergelijking gaat dan ook mank in het sociaal domein met de referentiegemeenten vanuit de IV-3.

OMBUIGING

Ombuiging:

C4

Welk bedrag kunnen we besparen als we de indexatie van 2025 structureel niet toepassen op de zorgbudgetten van de Wmo en vervolgens - na uitnutting van het budget - de zorg gaan uitstellen?

Toelichting

1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.

€

2025 -

2026 -

2027 106.146

2028 106.146

2029 106.146

Toelichting: Let op: omdat maatregel A9 onderdeel is van het raadsvoorstel taakstelling SD 2025, wordt eerst geevalueerd en wordt de maatregel C4 pas onderdeel van de perspectiefnota 2027. Voorop staat dat gemeenten verplicht zijn om reële tarieven te bieden aan zorgaanbieders. De indexatie voor 2025 is vastgesteld voor begeleiding/dagbesteding, hulpmiddelen en wordt op basis van onze contracten uitbetaald. De indexering voor Huishoudelijke ondersteuning is nog niet vastgesteld, omdat deze afhankelijk is van de cao VVT die nog in onderhandeling is. Ook hier liggen contractuele afspraken onder. Voor 2025 is de indexering van de tarieven van begeleiding en dagbesteding: +3,8%. De begroting van beide budgetten is respectievelijk € 1.311.953 en € 344.929 = € 1.656.882. 3,8% van dit bedrag is € 62.962. De indexatie voor huishoudelijke ondersteuning is nog niet bekend, vanwege de onderhandelingen voor de CAO VVT. Het huidige voorstel is om de lonen per 1 juli met 4% te laten stijgen. Daarnaast zijn er nog andere maatregelen vanuit de CAO die kostenopdrijvend zijn. De loonstijging over het gehele jaar is +2%. Daar komen dan nog bij de verschuiving in loonschalen en andere aanpassingen. Aanname is nu +3%. De begroting van dit budget is € 1.439.467. 3% van dit berag is € 43.184. Bij niet toepassen van deze indexatie is er onvoldoende budget om alle WMO-clïënten te ondersteunen.

Tegen het einde van het kalenderjaar zal het budget uitgenut zijn en kunnen we geen cliënten meer helpen. Er ontstaat een wachtlijst die aan het begin van het nieuwe kalenderjaar, met een nieuw budget, ingelopen kan worden. Er is momenteel een kleine wachtlijst bij het sociaal team van ca. 20 meldingen. Deze bestaat sinds 2023. Daaruit worden de spoedmeldingen wel eerder opgepakt.

1b. Opbrengst in anders: Toelichting:

1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel. Het niet indexeren voor 1 jaar (2025) werkt structureel door.

2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting:

•De Wmo is een open einde regeling, wat betekent dat aan een financiele regeling geen budgettair plafond wordt toegekend. Deze maatregel is in tegenspraak met het karakter van een open einde regeling. - Als mensen langer moeten wachten op zorg, kan dat leiden tot verergering van problematiek en meer bezwaren. Duidelijke communicatie is hier-bij belangrijk. - De wettelijke termijnen van het onderzoek worden weliswaar gehaald, maar een toekenningsbeschikking schept de plicht van de gemeente om zorg te leveren (zorgplich). als de levering van zorg op zich laat wachten omdat er bijvoorbeeld wachtlijsten zijn is dat overmacht. maar het bewust uitstellen van zorg vanwegen een budgetplafond is schending van de zorgplicht (juridisch gegeven). •Vanaf een bepaald moment in het jaar, als het budget is uitgenut, worden geen indicaties meer afgegeven, waardoor de wachtlijsten oplopen. •De consulenten blijven wel het onderzoek doen, echter alle indicaties starten dan pas per 1 januari 2026. Hierdoor heb je het jaar erop (2027) mogelijk een personeelsprobleem, omdat de herindicaties niet verspreid zijn over het jaar maar er een piek ontstaat per 1 januari. •Bovendien stel je de uitgaven uit met bijbehorende oplopende wachtlijst. De complexe ca-sussen worden mogelijk nog complexer en vragen meer tijd (en geld).

•Het percentage dat zich mogelijk zelf oplost door de wachtlijst, is naar verwachting bij bege-leiding en dagbesteding minimaal, omdat er weinig tot geen eigen alternatieven zijn. 3. Op welke termijn? Toelichting: Bij realisatie kun je dit jaar de indexatie besparen. Zie 1c en 2. Dit kan alleen een structurele besparing worden als de maatregel jaarlijks wordt toegepast en niet alleen in 2025. Echter, zal dan het moment dat er geen nieuwe meldingen meer wordt opgepakt steeds meer naar voren in de tijd worden geschoven. Immers, de indicaties van het jaar ervoor worden uitgesteld naar januari van het volgende jaar. Als voorbeeld dat 80% van de nieuwe meldingen opgpeakt kan worden in 2025 en 20% wordt doorgeschoven naar 2026 en je pst dan de plafondmaatregel opnieuw toe, kun je in 2026 maar 60% van de nieuwe meldingen oppakken. Daardoor worden alle bovenstaande en onderstaande risico's extra versterkt.

4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot x Toelichting: Er ontstaat een wachtlijst voor onze inwoners om een beroep te kunnen doen op de Wmo. Inwoners met complexe problematiek moeten langer wachten, zodat de problematiek mogelijk nog zwaarder wordt. Gecontracteerde zorgaanbieders krijgen gedurende de laatste maanden van 2025 geen indicaties, waardoor personeel minder clienten heeft. En per 1 januari 2026 krijgen de zorgaanbieders een grote piek van aanvragen te verwerken om de wachtlijst weg te werken. Het is dan mogelijk dat er nog steeds geen ondersteuning is voor clienten, omdat de zorgaanbieders een dergelijke piek van clienten niet op kunnen vangen. Hierdoor moeten clienten nog langer wachten op de juiste ondersteuning. Dit heeft een groot effect op de kwaliteit van de dienstverlening aan inwoners en dus ook een groot effect op de clienttevredenheid. Bij huishoudelijke ondersteuning is er al een wachtlijst bij zorgaanbieders, waardoor deze maatregel al impliciet is doorgevoerd. Dit product leent zich er ook meer voor dat clienten zelf een alternatief kunnen kiezen en het probleem zich dus soms mogelijk oplost.

5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet Redelijk Groot x Toelichting inhoudelijk: Het werk voor consulenten wordt niet gelijkmatig verdeeld: i.v.m. de wachtlijst die het jaar ervoor is opgebouwd, staan de zorgvragen en herindicaties allemaal gepland op 1 januari het jaar erop, terwijl er in de periode daarvoor juist minder herindicaties zijn. Dit werk kun je niet naar voren halen omdat doelen voor de client over het algemeen zijn afgegeven voor een jaar. Herindicaties verder in de tijd zetten is ook niet wenselijk, omdat je dan mogelijke afschaling vroegtijdig mist. Het sociaal team dat de Wmo uitvoert, is op dit moment een zeer stabiel team met weinig verloop. Dit is uiterst zeldzaam in deze tijd. Dit soort maatregelen heeft een effect op het werk en het contact met de clienten, waardoor er door een dergelijke maatregel mogelijk meer verloop zal gaan ontstaan.

Toelichting formatief:

EINDE FORMULIER

KERNTAAK Kerntaak Taakveld

5.2

Sport, cultuur en recreatie Sportaccommodaties

ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.

Antwoord onderzoeksvraag data-analyses

OMBUIGING

Ombuiging:

C11 Welke besparing levert het niet realiseren van het multicourt bij het MFG op, inclusief ontmoetingsplaats op in 2025?

Toelichting

1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.

€

2025 € 9.543

2026 € 9.543

2027 € 9.543

2028 € 9.543

2029 € 9.543

Toelichting: Jongeren die elkaar ontmoeten bij het ‘oude’ Gastland (MFG Rhenen), zijn sinds de nieuwbouw de door hen zelf ingerichte en vormgegeven (muur graffiti) kwijt. Sindsdien verblijven ze meer in het centrum, wat tot meer overlast leidt voor omwonenden, ondernemers en winkelend publiek. Het gevoel van onveiligheid in het centrum is toegenomen bij sommige bewoners. Diverse jongeren hebben de wens geuit voor een vervangende ontmoetingsplek op een geschikte locatie, verder bewoning, in combinatie met een multicourt zodat ze met elkaar iets positiefs te doen hebben. Zo wordt verveling/baldadigheid/onveiligheid voorkomen. Diverse tieners en jongeren hebben de wens om ook samen buiten sporten en bewegen. Ook leerlingen vanuit de Pantarijn hebben deze wens geuit. De structurele lasten van het multicourt en de ontmoetingplek ramen we op €9.543 per jaar (inclusief onderhoud en kapitaallasten). Hiervoor is dekking uit het beschikbare budget t.b.v. investeringen en onderhoud sportaccommodaties. De kapitaallasten worden dus gedekt vanuit bestaande middelen. 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:

1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Zie hierboven bij toelichting.

2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: De maatschappelijke impact is groot. Elkaar op een geschikte plek ontmoeten en samen sporten en bewegen heeft een grote impact op de lange termijn voor het welzijn en de gezondheid van jonge inwoners. Daarnaast zullen jongeren als ze niet gefaciliteerd worden met een locatie, zelf op zoek gaan naar plekken waar ze willen verblijven. Er is dan minder sturing op. Dit kan tot gevolg hebben dat jongeren naar ongewenste plekken zullen gaan en er minder zicht is op de jongeren door jongerenwerk, politie en BOA's. Dit kan de onveiligheid in een buurt vergroten. Er is een toezegging gedaan dat er een nieuwe ontmoetingsplek voor jongeren komt. De betreffende jongeren zijn al gestart met een participatietraject onder begeleiding van jongerenwerk om de ontmoetingsplek en multicourt voor elkaar te krijgen. Zij hebben hierover reeds overleg gevoerd met ons als gemeente en zijn in gesprek geweest met de raad. Het afbreukrisico is groot. Wanneer we dit niet uitvoeren, raken we het vertrouwen in de lokale overheid kwijt.

3. Op welke termijn? Toelichting: In 2025.

4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot X Toelichting: - De maatschappelijke impact: jongeren voelen zich niet welkom, dit heeft negatieve gevolgen op hun mentale gezondheid. '- De onveiligheid in de openbare ruimte neemt toe, doordat jongeren zelf op zoek gaan naar locaties waar zij elkaar willen ontmoeten, waarbij er mogelijk minder zicht is op wat ze doen. '- Jongeren raken uit beeld en gaan naar omliggende gemeenten of locaties elders; dit vraagt extra capaciteit van jongerenwerk en handhavende partijen om ze op te sporen en contact op te bouwen. '- Omwonenden kunnen zich onveilig voelen in het centrum. '- Het aantal jongeren die zich positief in willen zetten voor de samenleving zal afnemen, immers ze zijn reeds betrokken bij het creeren van dit multicourt en ontmoetinsgplek. '- Bewegen en sporten vergroten de mentale, sociale en fysieke gezondheid van inwoners. Hiermee verminderen we zorgkosten. '- In vergelijking met andere gemeenten geven we weinig uit aan bewegen en sport. Wanneer er geen multicourt geplaatst wordt stimuleren we jonge en oudere inwoners niet om meer te bewegen en te sporten, wat bijdraagt aan het welbevinden en een goede gezondheid.

5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet X Toelichting inhoudelijk:

Toelichting formatief:

EINDE FORMULIER

Redelijk

Groot

KERNTAAK Kerntaak Taakveld

6.3

Participatie Inkomensregelingen

ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Welke re-integratieactiviteiten kunnen we verminderen of stoppen?

Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Verminderen of stoppen met re-integratieactiviteiten is vaak een sigaar uit eigen doos: als je minder (passend) re-integratieaanbod hebt, blijven mensen langer in een uitkering. En dat is uiteindelijk veel duurder. We zouden kunnen onderzoeken of het mogelijk is om te bezuinigen op trajecten waar geen directe uitstroom (binnen 6 tot 12 maanden) mogelijk is. Het is op dit moment niet duidelijk welke trajecten dit precies zijn, maar waarschijnlijk vallen ook JobHulpMaatje en De Steiger hier onder. Wel is het goed meer te investeren in het re-integratiemiddel loonkostensubsidie (LKS). Omdat de LKS het voor werkgevers aantrekkelijker maakt om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Daarnaast krijgen we de daadwerkelijk gemaakte kosten hiervoor volledig vergoed, met vertraging van een jaar. Dit vraagt wel extra inzet: de consulenten werk en inkomen kunnen hier extra op sturen en we zouden vanuit de gemeente werkgevers kunnen benaderen om deze mogelijkheid onder de aandacht te brengen/het aanvraagproces makkelijker te maken.

OMBUIGING

Ombuiging:

C17 Wat levert meer investeren in het re-integratie instrument loonkostensubsidie (LKS) op?

Toelichting

1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.

€

2025 19.605

2026 106.194

2027 106.194

2028 -

2029 -

Toelichting: Het méér gebruikmaken van re-integratieinstrument LKS levert besparingen op uitkeringen. Werkgevers kunnen loonkostensubsidie krijgen voor werknemers waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn. Deze loonkostensubsidie compenseert een lagere productiviteit. De werkgever kan loonkostensubsidie (LKS) ontvangen voor een werknemer met een arbeidsbeperking die onder de verantwoordelijkheid van een gemeente valt. Hierdoor betaalt de werkgever alleen loon voor werkelijke productiviteit. De besparing is niet eenduidig te benoemen of uit te rekenen. Dit hangt onder andere samen met de hoogte van de uitkering en de loonwaarde van de werknemer. Als er wordt uitgegaan van een besparing van 5 gemiddelde uitkeringen (dus 5 LKS extra), dan levert dat een geschatte besparing van €106.194,40 op jaarbasis. Omdat aansturen op meer inzet van LKS flink wat capaciteit kost, gaan we voor 2025 uit van 2 extra LKS. Vanaf juli betekent dit een besparing van ongeveer €19.605,12. De gemeente betaalt de LKS, maar dat bedrag krijgen we volledig vergoed, het erop volgende jaar. In 2025 betalen we dus wel meer op de post LKS, dat krijgen we in 2026 vergoed. Dit bedrag komt dan ten gunste aan de bijstandsbudgetten.

1b. Opbrengst in anders: Toelichting: LKS draagt bij aan duurzame uitstroom uit de bijstand.

1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Incidenteel. Het incidentele karakter heeft te maken met het feit dat het BUIG-budget grotendeels op basis van historische informatie wordt toegekend. Dit betekent dat wanneer we een aantal jaar achter elkaar minder bijstandsgerechtigden hebben, het te ontvangen BUIG-budget kleiner wordt. Als we dus gedurende een aantal jaar meer mensen met een LKS hebben en daardoor minder in de bijstand, zal het BUIG-budget afnemen.

2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: - Het is van tevoren niet in te schatten voor hoeveel mensen dit re-integratieinstrument passend is. '- Werkgevers moeten hier ook voor open staan. '- Als er structureel minder uitkeringsgerechtigden hebben zal in de toekomst minder BUIG uitgekeerd worden. De de eerste jaren zal dit wel een besparing kunnen opleveren, omdat de BUIG altijd een paar jaar achterloopt. '- Veenendaal zal mogelijk om extra budget vragen voor de uitvoering. Een andere optie is om de extra aansturing op LKS zelf uit te voeren. Dit zal betekenen dat er binnen gemeente Rhenen keuzes moeten worden gemaakt over prioriteiten en de eventuele inzet van extra capaciteit.

3. Op welke termijn? Toelichting: Vanaf 2025.

4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet

Redelijk X

Groot

Toelichting: Positief: voor inwoners een passende plek en voor ondernemers meer werknemers met afstand tot de arbeidsmarkt.

5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet Redelijk Groot X Toelichting inhoudelijk: Het vraagt een tijdsinvestering van de gemeente Rhenen wanneer we ervoor kiezen om zelf aan te sturen op meer inzet van LKS. Als we ervoor kiezen om dit via de reguliere afspraken te doen (DVO), zal Veenendaal hiervoor mogelijk om aanvullend budget vragen.

Toelichting formatief:

EINDE FORMULIER

KERNTAAK Kerntaak Taakveld

4.3

Onderwijs Onderwijsbeleid en leerlingzaken

ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Welke mogelijkheden zijn er om een eigen bijdrage te innen voor leerlingenvervoer of vergoeding eigen vervoer (i.p.v. taxiververvoer)?

Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Daar waar we wettelijk een eigen bijdrage mogen innen doen we dit al, verwerkt in de verordening Leerlingenvervoer Rhenen 2023. Meer wettelijke mogelijkheden om een eigen bijdrage te vragen zijn er niet.

OMBUIGING

Ombuiging:

C20 Is er een besparing te realiseren binnen het leerlingenvervoer?

Toelichting Sinds augustus 2023 werken we met een nieuwe verordening Leerlingenvervoer. We gaan met iedere ouder in gesprek over de meest zelfstandige manier van vervoer. Vijf dagen per week met de taxi naar school is de minst zelfstandige manier van reizen en komt dus pas in beeld als andere opties niet mogelijk zijn. In 2024 heeft dit een besparing van €67.000 opgeleverd ten opzichte van de begroting (€ 682.200,-). Komend schooljaar gaan we voor meer routes 'opstapplaatsen' invoeren. Dat levert minder taxikilometers op en verkort de reistijd voor de leerlingen.

1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.

€

2025 67.000

2026 68.000

2027 68.000

2028 68.000

2029 68.000

Toelichting: Sinds augustus 2023 stimuleren we zelfstandiger- en goedkopere vormen van vervoer, bijvoorbeeld door ouders zelf te laten rijden tegen een kilometervergoeding, we helpen leerlingen zelfstandig met OV te reizen of zelfstandig met de fiets (e-bike) naar school te gaan. Dit heeft in 2024 een besparing van € 67.000,- opgeleverd. Door meer te werken met opstapplaatsen verwachten we een extra besparing van € 1000,- vanaf 2026. 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:

1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel.

2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Leerlingenvervoer is een open-einde-regeling, met een wettelijke verplichting. De gemeente heeft geen invloed op het aantal leerlingen dat recht heeft op Leerlingenvervoer. Als er in een schooljaar meer 'dure' aanvragen komen voor taxi-vervoer zal de besparing minder zijn.

3. Op welke termijn? Toelichting: Bovenstaand risico bestaat altijd

4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X

Redelijk

Groot

Toelichting: De nieuwe werkwijze is in augustus 2023 al ingevoerd, de ombuiging is dus al in gang gezet. Voor ouders, leerlingen en scholen is het soms wennen maar over het algemeen is de impact niet zo groot.

5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet X

Redelijk

Groot

Toelichting inhoudelijk:

Toelichting formatief: Per 2023 is in de formatie rekening gehouden met de nieuwe werkwijze. De consulent leerlingenvervoer is meer tijd kwijt aan gesprekken met ouders. Tegelijk is de administratieve last verminderd door te werken met een digitaal systeem en door meerjarige beslissingen te nemen. Ouders hoeven dan niet elk jaar weer een nieuwe aanvraag te doen bij ongewijzigde situaties.

EINDE FORMULIER

KERNTAAK Kerntaak Taakveld

8.3

Infrastructuur, ruimte en milieu Wonen en Bouwen

ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Kunnen we stoppen met de inhuur specialist Wonen en Zorg in 2025?

Antwoord onderzoeksvraag data-analyses We hebben een contract met de specialist tot 31 oktober 2025. Hierna zouden we kunnen stoppen.

OMBUIGING

Ombuiging:

C21 Welke besparing levert het stoppen met de specialist Wonen en Zorg in 2025 en 2026 op?

Toelichting

1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.

€

2025 35.280

2026 50.000

2027 -

2028 -

2029 -

Toelichting: We hebben een contract met de specialist tot 31 oktober 2025. Hierna zouden we kunnen stoppen. Het stoppen met de inhuur na 31 oktober 2025 levert een besparing op van € 35.280,- in 2025 (dit vanwege een toegekende provinciale subsidie van € 29.440,- voor 2025) en een besparing van € 50.000,- in 2026. Zowel voor 2025 als voor 2026 is vanuit het bestuursprogramma € 50.000,- toegekend voor inhuur van een projectleider wonen met zorg. We hebben op dit moment een contract met een projectleider tot 31 oktober 2025 voor een totaalbedrag van € 44.160. Hiervoor hebben we ook een provinciale subsidie toegekend gekregen van € 29.440, waardoor we zelf € 14.720 moeten bijdragen. In totaal kunnen we in 2025 dus nog € 35.280,- besparen (50.000 - 14.720). In 2026 kunnen we het totale bedrag van € 50.000,- besparen. 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:

1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Incidenteel, want het gaat om incidenteel toegevoegde bedragen uit het Bestuursprogramma (nu nog 2025 en 2026). Daarna stopt het.

2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Op dit moment zijn we met stakeholders op het gebied van wonen-welzijn-zorg bezig om samen te werken aan een Volkshuisvestingsprogramma met een concrete uitvoeringsagenda. Het werkveld van Wonen Welzijn Zorg is erg in beweging en vraagt veel samenwerking de komende jaren tussen gemeente, zorg-en welzijnspartijen en woningcorporatie. Om als gemeente hierbij de noodzakelijke regierol te kunnen uitvoeren is inhuur van een projectleider (of uitbreiding van fte) noodzakelijk. Het risico is ook aanwezig dat wat partijen op dit moment hebben opgebouwd niet kan worden voortgezet en misschien wel voor niets is geweest.

3. Op welke termijn? Toelichting: Dit zou dan na 31 oktober 2025 ingaan.

4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot X Toelichting: Voor inwoners en maatschappelijke partijen is de gemeente de aangewezen partij om op dit vlak de regierol te pakken. Het gaat om goede efficiënte samenwerking tussen alle partijen zodat inwoners op een waardevolle manier zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en zodat er voldoende goede huisvesting in de gemeente is en voldoende maatschappelijke partijen die hun rol samen oppakken.

5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet Redelijk Groot X Toelichting inhoudelijk: Door deze ombuiging kan noodzakelijke inzet, zoals op dit moment wordt opgehaald in het kader van het Volkshuisvestingsprogramma Rhenen, niet worden uitgevoerd. We zijn nu bezig met nieuw beleid, waarin we aangeven wat we gaan doen. Zonder deze inhuur kunnen we de verwachtingen niet waarmaken. Als we de verwachtingen wel willen waarmaken, dan moet dat met eigen capaciteit gebeuren. Daar moeten dan scherpe keuzes in gemaakt worden. Een concreet voorbeeld is: het samenbrengen van alle zorg- en welzijnspartijen, met de woningcorporatie, om woonzorg-ideeen uit te werken.

Toelichting formatief:

EINDE FORMULIER

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15465130/1