Bijlage 4 Ruimtelijke verkenning windenergie Wageningen-Rhenen v3.0 nov 2023
Tekst van het document
Ruimtelijke verkenning windenergie Gemeenten Wageningen en Rhenen Gemeente Wageningen en gemeente Rhenen 723109 | V3.0 28-11-2023
Pondera
Colofon
Hoofdvestiging Nederland
Soort document
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com
Ruimtelijke verkenning windenergie
Postadres
Versienummer
Postbus 919 6800 AX Arnhem
Vestiging South East Asia Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia
Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea
Projectnaam Gemeenten Wageningen en Rhenen
V3.0
Datum 28-11-2023
Project nummer 723109
Opdrachtgever Gemeente Wageningen en gemeente Rhenen
Auteur Timon Schellekens
Nagekeken door Renee van der West
Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever. De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.
Pondera werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem dat door EIK gecertificeerd is volgens de ISO 9001:2015 norm.
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 1.2 1.3
2
1
Aanleiding _______________________________________________________________ 1 Voornemen ______________________________________________________________ 1 Leeswijzer _______________________________________________________________ 2
Ruimtelijke analyse 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
3
Inleiding_________________________________________________________________ 3 Overzicht uitgangspunten ruimtelijke analyse ____________________________________ 3 Hinder, normen geluid en slagschaduw ________________________________________ 4 Externe veiligheid _________________________________________________________ 6 Luchtvaart en radar ________________________________________________________ 9 Ecologie _______________________________________________________________ 10 Landschap, cultuurhistorie en archeologie _____________________________________ 13 Straalpaden_____________________________________________________________ 15 Conclusie ruimtelijke analyse _______________________________________________ 16
Ruimtelijk potentieel voor windenergie 3.1 3.2
18
Bepaling van potentiële ruimte ______________________________________________ 18 Potentiële opstellingen windturbines __________________________________________ 20
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 1 van 1
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
In opdracht van de gemeenten Wageningen en Rhenen verkent Pondera de (on)mogelijkheden voor windenergie op verschillende locaties binnen de gemeenten. Een ruimtelijke verkenning moet duidelijkheid geven wat de ruimtelijke belemmeringen zijn, en waar de gebieden liggen waar zich mogelijkheden bevinden.
1.2
Voornemen
1.2.1
Locatie
In Figuur 1.1 is de ligging van het studiegebied weergegeven. Aan de oostkant van het plangebied ligt de gemeente Wageningen en aan de westkant de gemeente Rhenen. In de gemeente Wageningen bevinden zich de woonkernen Wageningen en de (oude) Nude. In de gemeente Rhenen grenzen de woonkernen Rhenen en Achterberg aan het zoekgebied. De gemeenten Wageningen en Rhenen tellen respectievelijk circa 39.000 en 20.000 inwoners. Figuur 1.1 Studiegebied gemeenten Wageningen-Rhenen
1.2.2
Referentie windturbine
Voor het inzichtelijk maken van de ruimtelijke (on)mogelijkheden van het plaatsen van windturbines zijn de windturbine-afmetingen van belang. Omdat vooraf niet duidelijk is welke turbine-afmetingen optimaal zijn, is besloten om met twee referentiewindturbines te werken (Tabel 1.1).
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 1 van 28
De hoeveelheid opgewekte energie door een windturbine neemt exponentieel toe met de toename van de windsnelheid (hoogte) en de oppervlakte van de rotor. Voor de keuze van de referentieturbines wordt uitgegaan van grote moderne windturbines die passend zijn voor het windklimaat ter plaatse. Het betreft een locatie in het binnenland van Nederland waar de windsnelheden lager zijn dan aan de kust. Om met lagere windsnelheden toch voldoende energie op te wekken is het daarom van belang dat de windturbines een grote rotor hebben en een hoge tiphoogte. Op grotere hoogte neemt de windsnelheid namelijk toe zodat een hoge windturbine meer wind vangt en meer energie kan opwekken. Een grotere rotordiameter betekent meer oppervlakte en daarmee dat meer wind ‘gevangen’ wordt en meer energie wordt ‘geoogst’. Daarnaast stimuleert de Nederlandse overheid met de ondersteuningsregeling voor duurzame energie (SDE++) het toepassen van windturbines die zoveel mogelijk energie uit de beschikbare wind halen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat turbines worden toegepast die passend zijn voor de locatie. Met andere woorden, wordt een te kleine turbine toegepast, dan zal de subsidie niet toereikend zijn om met de geproduceerde elektriciteit de aanleg- en exploitatiekosten te dekken. Tabel 1.1 Gehanteerde referentieturbines
1.3
Referentieturbine
Ashoogte
Rotordiameter
Tiphoogte
1
132 meter
136 meter
200 meter
2
165 meter
170 meter
250 meter
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de ruimtelijke analyse. Per (milieu)aspect worden de voornaamste belemmeringen in kaart gebracht. Hierbij wordt met name aandacht besteed aan de belemmeringen die bepalend zijn voor de fysiek beschikbare ruimte voor windenergie. Per aspect wordt een korte toelichting gegeven op de resultaten van de analyse. Tot slot worden er in hoofdstuk 3 voorbeeldlocaties voor windturbines geschetst.
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 2 van 28
2 Ruimtelijke analyse 2.1
Inleiding
Aan de hand van een analyse met behulp van een geografisch informatiesysteem (GIS) is de beschikbare ruimte voor de plaatsing van windturbines in het onderzoeksgebied geanalyseerd en zijn de kansen en belemmeringen in beeld gebracht. Daarbij wordt rekening gehouden met aandachtspunten en aan te houden afstanden op basis van beleid en wet- en regelgeving. Daarnaast worden relevante milieutechnische aspecten en gevoelige functies die een belemmering voor de haalbaarheid van windenergie vormen op basis van vuistregels bij de analyse betrokken. Voor de analyse in deze scan zijn twee typen turbines onderzocht (zie Tabel 1.1). Beide turbines zijn passend bij de huidige ondersteuningsregeling (SDE++) en het windklimaat ter plaatse. Het zijn moderne, grote turbines waarbij de tweede type turbine tot de grootste behoort die op dit moment beschikbaar zijn.
2.2
Overzicht uitgangspunten ruimtelijke analyse De uitgangspunten die zijn gebruikt voor de ruimtelijke analyse zijn in onderstaande tabel samengevat. In de toelichting per milieuthema worden de uitgangspunten nader toegelicht. Tabel 2.1 Overzicht uitgangspunten ruimtelijke analyse Milieuthema
Beoordeling potentiële effecten
Afstand in meters tot referentieturbine
Leefomgeving (geluid en slagschaduw)
Minimaal 500 meter afstand tot geluidsgevoelige woningen
500
Hoogspannings- leidingen
Adviesafstand minimaal ashoogte + ½ rotordiameter
200 - 250
Buisleidingen
Adviesafstand minimaal ashoogte + ½ rotordiameter
200 - 250
Risicobronnen
Adviesafstand minimaal ashoogte + ½ rotordiameter
200 - 250
Hoofdwegen
Adviesafstand minimaal ½ rotordiameter
68 - 85
Spoorwegen
Adviesafstand minimaal ½ rotordiameter + 7,85 meter
76 - 93
Vaarwegen
Adviesafstand minimaal ½ rotordiameter
68 - 85
Adviesafstand minimaal buiten de beschermingszone binnenkant
100
Aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (zoals Natura-2000, Nederlands Natuur Netwerk, vogelgebieden)
Nvt
Externe veiligheid
Primaire waterkeringen Ecologie
Provincie Gelderland: Geen windturbines in weidevogelgebied Provincie Utrecht: Geen wind in ganzenrustgebied (1/2 rotordiameter buffer) Geen wind in Natura 2000-gebied (1/2 rotordiameter buffer)
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 3 van 28
Landschap en Archeologie
Luchtvaart en radar
2.3
Aanwezigheid van nationale landschappen, beschermde stads- of dorpsgezichten, rijksmonumenten en archeologische monumenten
Nvt
Aanwezigheid van toetsingsvlakken en hoogtebeperkingszones
Nvt
Hinder, normen geluid en slagschaduw
Windturbines kunnen een hinderlijk effect veroorzaken op de leefomgeving in de vorm van geluid en slagschaduw.
Geluidsbelasting De omvang van de effecten is van meerdere factoren afhankelijk, waaronder de afstand tot gevoelige objecten. Voor een eerste scan kan van de vuistregels worden uitgegaan die zijn gebaseerd op tal van geluid- en slagschaduwberekeningen voor windturbines en windparken. Een algemene vuistregel is dat een moderne windturbine op een afstand van circa 500 meter van een geluidgevoelig object geen geluidbelasting veroorzaakt die leidt tot onaanvaardbare hinder. Eventuele hinder kan met mitigerende maatregelen worden beperkt tot een aanvaardbaar niveau. Bij mitigerende maatregelen draait de turbine tijdens bepaalde dagdelen (dag, avond of – meestal - nacht) op een productiemodus waarbij minder geluid wordt geproduceerd. Dit heeft een beperkt productieverlies tot gevolg. Kader 2.1 Nieuwe landelijke normen windturbinebepalingen
Op 12 oktober 2023 zijn de ontwerpturbinebepalingen ter inzage gelegd. Tot en met 22 november 2023 kunnen zienswijzen worden ingediend. Vervolgens worden de definitieve turbinebepalingen vastgesteld en vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit. Tijdens het uitvoeren van dit onderzoek waren de nieuwe normen nog niet bekend. Wel is met de afstandsnormen alvast rekening gehouden met de naar verwachting strenger wordende ontwerpturbinebepalingen. Met een afstand van 500 meter kan, met het mogelijk nemen van maatregelen en een relatief stille windturbine, nog voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde en is er nog ruimte tot de maximale grenswaarde uit de normen. Daarnaast voldoet de afstand van 500 meter aan de voorwaarde van twee keer de tiphoogte tot windturbinegevoelige objecten.
Slagschaduw De draaiende rotorbladen van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen. Deze ‘slagschaduw’ kan onder bepaalde omstandigheden als hinderlijk worden ervaren. De mate van hinder wordt onder meer bepaald door de frequentie en de intensiteit van de flikkering en de blootstellingsduur. Daarbij zijn de afstand tot de turbines, de stand en aanwezigheid van de zon en het al dan niet draaien van de windturbines bepalende aspecten. De rijksoverheid heeft landelijke normen vastgesteld voor de blootstelling van woningen aan slagschaduw. De ontwerpturbinebepalingen (die nu ter inzage liggen) gaan uit van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar en niet meer dan 20 minuten per dag. Ook voor slagschaduw wordt in deze verkennende fase uitgegaan van de vuistregel dat vanaf een afstand van 500 meter tot een windturbine met mitigeerde maatregelen onaanvaardbare hinder kan worden
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 4 van 28
voorkomen. Voor slagschaduw kan doorgaans met toepassing van mitigatie in de vorm van het gericht stilzetten van turbines op het moment dat hinderlijke slagschaduw optreedt, relatief eenvoudig en doorgaans met beperkte opbrengstverliezen, aan de normen worden voldaan. De ligging van gevoelige objecten ten opzichte van windturbines, is bij slagschaduw van belang omdat de meeste slagschaduw optreedt ten noordwesten (bij zonsopkomst) en noordoosten (bij zonsondergang) van de windturbines.
Molenaarswoningen Molenaarswoningen zijn woningen die in tegenstelling tot gevoelige objecten onderdeel uitmaken van een windenergieproject en daarmee bij de ‘inrichting’ horen. Voor deze woningen geldt dat ze bij het windpark horen, zoals een boer die bij zijn boerderij woont. Hierdoor hoeft niet voldaan te worden aan de normen voor geluid en slagschaduw. Echter, er dient altijd aan een goede ruimtelijke ordening te worden voldaan, wat betekent dat de turbine niet onaanvaardbaar dicht bij een molenaarswoning geplaatst mag worden. Aan het aanmerken van molenaarswoningen of bedrijfswoningen zijn regels verbonden. Op grond van de wet en de jurisprudentie dient er tussen woning en inrichting (het windpark) een onderling technische, organisatorische of functionele binding te bestaan en dienen woning en inrichting in elkaars onmiddellijke nabijheid te zijn gelegen1 en dient er verband te zijn tussen het aantal turbines en het aantal molenaarswoningen2. Verder heeft een uitspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State ertoe geleid dat niet elke woning als molenaarswoning kan worden aangemerkt. De relatie tussen de betreffende molenaarswoningen en het windpark moet duidelijk en aantoonbaar aan de hiervoor genoemde voorwaarden voldoen. De aanwijzing van molenaarswoningen dient daarom zorgvuldig en per geval nader te worden onderzocht.
In Figuur 2.1 is een 500 meter contour rondom de geluidsgevoelige objecten (woningen, onderwijs-engezondheidsinstellingen) in het studiegebied weergegeven. Informatie over de ligging van gevoelige gevoelig is verzameld uit de onlinedatabase van het BAG3. Er zijn voor deze scan geen woningen aangewezen als molenaarswoning in het studiegebied. Het studiegebied is dichtbevolkt, waarvan het grootste deel van het studiegebied wordt uitgesloten door de woonkern van Wageningen. Verder zijn er veel verspreide woningen, van wie allen 500 meter afstand moet worden gehouden.
1
Zie ABRvS 14 november 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY3038, r.o. 3.1 en ABRvS 16 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ7747, r.o. 2.3.3 2 Zie ABRvS, 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4180 3 Basisregistratie Administratie en Gebouwen
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 5 van 28
Figuur 2.1 Geluid en slagschaduwcontouren rondom de gevoelige objecten
2.4
Externe veiligheid Voor de afstanden van windturbines tot infrastructuur en overige externe veiligheidsrelevante objecten is uitgegaan van de richtlijnen uit het Handboek Risicozonering Windturbines4. In Tabel 2.2 en Tabel 2.3 zijn per aspect de toetsingsafstanden weergegeven op basis van de gekozen turbineafmetingen. De afstanden betreffen generieke toetsingsafstanden. Buiten de genoemde afstand is er in principe geen sprake van een (aanvullend) veiligheidsrisico, binnen de afstand moet het risico nader worden onderzocht. De praktijk leert dat windturbines soms geplaatst kunnen worden op kortere afstand dan de toetsingsafstand van objecten op basis van nader (veiligheids)onderzoek, mitigerende maatregelen en overleg met de eigenaar of beheerder van het object of de infrastructuur. Tabel 2.2 Infrastructuur-objecten en bijbehorende aan te houden afstanden voor referentieturbine 1 (conform Handboek Risicozonering Windturbines of vuistregels) Object
4
Toetsafstand (m)
Richtlijn Handboek Risicozonering Windturbines / vuistregels
Kwetsbare objecten (woningen)
200
Tiphoogte (op grond van geluidsnormering wordt 500 meter afstand gehanteerd, zie par. 3.2)
Molenaarswoning
200
Vuistregel voor molenaarswoningen (tiphoogte)
Buisleidingen
200
Ashoogte + halve rotordiameter
Hoofdwegen
68
Halve rotordiameter (vanaf rand van de weg)
versie 3.1, september 2014
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 6 van 28
Spoorwegen
76
Halve rotordiameter + 7,85m
Hoogspanningsleidingen
200
Ashoogte + halve rotordiameter
Bestaande turbines
408
3 x de rotordiameter. Expert judgement
Risicovolle inrichtingen
200
Ashoogte + halve rotordiameter
Vaarwegen
68
Halve rotordiameter
Beperkt kwetsbare objecten (panden)
68
Halve rotordiameter
Tabel 2.3 Infrastructuur-objecten en bijbehorende aan te houden afstanden voor referentieturbine 2 (conform Handboek Risicozonering Windturbines of vuistregels) Object
Toetsafstand (m)
Richtlijn Handboek Risicozonering Windturbines / vuistregels
Kwetsbare objecten (woningen)
250
Tiphoogte (op grond van geluidsnormering wordt 400 meter en 500 meter afstand gehanteerd, zie par. 3.2)
Molenaarswoning
250
Vuistregel voor molenaarswoningen (tiphoogte)
Buisleidingen
250
Ashoogte + halve rotordiameter
Hoofdwegen
85
Halve rotordiameter (vanaf rand van de weg)
Spoorwegen
93
Halve rotordiameter + 7,85m
Hoogspanningsleidingen
250
Ashoogte + halve rotordiameter
Bestaande turbines
510
3 x de rotordiameter. Expert judgement
Risicovolle inrichtingen
250
Ashoogte + halve rotordiameter
Vaarwegen
85
Halve rotordiameter
Beperkt kwetsbare objecten (panden)
85
Halve rotordiameter
In de gemeenten Wageningen en Rhenen bevinden zich meerdere risicobronnen en lopen er verschillende infrastructuurnetwerken (zie Figuur 2.2 en Figuur 2.3). Met name de afstand tot hoogspanningskabels zorgen binnen de gemeenten voor een lichte beperking van de beschikbare ruimte voor windenergie. Verder zijn er ook relatief veel beperkt kwetsbare objecten (kantoorgebouwen, winkels, restaurants, bedrijfsgebouwen, etc.) binnen het studiegebied, maar die vallen veelal samen met de ruimte van gevoelige objecten waarvoor vanwege geluidnormen al meer afstand gehouden moet worden. Hierdoor vormt dit geen extra beperking voor het realiseren van windenergie. Ook liggen er twee risicovolle inrichtingen in het gebied die grotendeels overlappen met andere contouren. Het gaat hierbij om het bedrijf Royal Lactalis Leerdammer B.V. waar opslag van gas onderdeel uitmaakt van de bedrijfswerkzaamheden. En om het bedrijf VARO Energy Tankstorage B.V. waar brandstoffen worden opgeslagen.
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 7 van 28
Figuur 2.2 Infrastructuur & Externe veiligheid voor referentieturbine 1
Figuur 2.3 Infrastructuur & Externe veiligheid voor referentieturbine 2
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 8 van 28
2.5
Luchtvaart en radar De hoogte van windturbines is relevant voor het vliegverkeer in Nederland. Zo gelden er harde bouwhoogtebeperkingen voor laagvlieggebieden, helikopteroefengebieden en voor een correcte werking van de defensie- en burgerradars. Het projectgebied valt binnen het toetsingsgebied van de Defensie radarposten van Volkel, Herwijnen, Soesterberg, Nieuw Milligen en de luchtverkeersleiding van TAR Schiphol West (zie Figuur 2.4). Er geldt binnen de toetsingsvelden voor hoge objecten een onderzoekplicht naar mogelijke verstoring van de radar. Wanneer er een concreet gebied is aangewezen voor de plaatsing van windturbines zal een radarverstoringsonderzoek door TNO moeten uitwijzen wat de verstoringsgraad is en of het daadwerkelijke effect op de radars aanvaardbaar is. Het kan zijn dat de uitkomst van het radaronderzoek een aanpassing vereist van de exacte locatie, grootte of typekeuze van de windturbines. Daarom wordt het aangeraden om al in een vroeg stadium contact op te nemen met TNO 5. Doordat de gemeenten binnen vijf radarposten vallen is er kans dat verstoring van één post door andere posten kan worden opgevangen. Een hoger aantal posten betekent doorgaans dat de minimale dekkingsgraad van 90% gewaarborgd kan worden. Figuur 2.4 Radarposten Nederland
5
Radartoetsing en windturbines 2020 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2020/07/Infoblad%20windturbines%20en%20radar.pdf
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 9 van 28
Daarnaast ligt het westelijke deel van de gemeente Wageningen in een beschermingsvlak van defensie van de militaire luchthaven van Deelen (zie Figuur 2.5). Dit gebied valt onder het Besluit Militaire Luchthavens. Wanneer de gemeente in dit gebied windturbines wil realiseren, moet er worden afgestemd met de Rijksoverheid. Dit is benodigd voor zowel accumulatie van geluidsbelasting, als voor de plaatsing van een bouwwerk dat de maximaal toelaatbare hoogte van objecten binnen de beschermingszone overschrijdt. Figuur 2.5 Luchtvaart en defensie
2.6
Ecologie Windturbines kunnen effect hebben op de ecologische waarden van natuurgebieden en op specifieke flora en fauna. De bescherming van ecologische waarden is geregeld in de Wet natuurbescherming, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming betreft de bescherming van ecologisch waardevolle gebieden als Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat over de instandhouding van specifieke soorten. In deze analyse is bepaald in hoeverre er ecologische waardevolle gebieden in of nabij het studiegebied aanwezig zijn en in hoeverre effecten op de waarden van deze gebieden te verwachten zijn. Veldonderzoek en ecologische beoordeling daarvan is nodig om meer zekerheid te verkrijgen over de mogelijke effecten; veldonderzoek valt echter buiten de scope van deze haalbaarheidsscan.
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 10 van 28
2.6.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 Zoals te zien in Figuur 2.6 liggen er binnen de gemeenten Wageningen en Rhenen twee Natura 2000gebieden: •
de Veluwe;
•
de Rijntakken;
Beide natuurgebieden hebben instandhoudingdoelstellingen voor habitattypen, habitatsoorten (waaronder vleermuizen) en vogelsoorten (waaronder veel watervogels). Bovendien liggen er meerdere Natura 2000gebieden in de nabijheid van de gemeentegrenzen. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, wat betekent dat ook windturbines buiten deze gebieden van invloed kunnen zijn op de natuurlijke waarden waarvoor deze gebieden zijn aangewezen. Gezien de hoeveelheid en omvang van Natura 2000-gebieden in en rondom Wageningen en Rhenen kan dit een relevante belemmering zijn voor de toekomstige ontwikkeling van windturbines in dit gebied. De Veluwe is het grootste landelijke Natura-2000 gebied van noordwest Europa met een grootte van 91.200 hectare. Een relatief klein deel hiervan heeft betrekking op het zoekgebied voor windenergie in Wageningen en Rhenen. De wespendief is een belangrijke beschermde vogelsoort op de Veluwe. In 2022 is er vanwege de Wespendief een maatregel gekomen dat er binnen acht kilometer van de Veluwe geen windparken gebouwd mogen worden6. Aangezien het gehele zoekgebied binnen deze beschermingszone valt, moeten er dus maatregelen genomen worden om de wespendief in bescherming te nemen. Eén van de mogelijkheden hiervoor is het installeren van een vogeldetectiesysteem, dat de wespendief kan herkennen en de windturbines stil kan zetten zodra deze gespot wordt.
De wespendief is slechts één van de vele unieke soorten die in de Veluwe leeft en wordt beschermd, waardoor ecologisch onderzoek een groot onderdeel gaat spelen in de mogelijkheden voor windenergie in Wageningen en Rhenen. Het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ is verdeeld in vier deelgebieden: -
Uiterwaarden IJssel
-
Uiterwaarden Neder-Rijn
-
Gelderse Poort
-
Waal
Het deelgebied dat van belang is voor windenergie in Wageningen en Rhenen is de Uiterwaarden NederRijn. Dit gebied is gevarieerd in breedte en hoogteligging en heeft een directe relatie met aangrenzende stuwwallen van de Veluwe en de Utrechtse heuvelrug. Hierdoor wordt de mogelijkheid gecreëerd voor uitwisseling van dieren tussen de stuwwallen en de uiterwaarden bij verschillende waterstanden. Voor windenergie relevante soorten die door Natura 2000 in bescherming worden genomen in dit gebied zijn onder andere de kwartelkoning en de porseleinhoen7.
Natuurnetwerk Nederland Daarnaast liggen er enkele Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebieden verspreid binnen (en rondom) de gemeentegrenzen. In het NNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. Dit houdt in dat ingrepen waarbij de
6 7
https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5354562/wespendief-veluwe-verbod-windmolenpark https://www.natura2000.nl/gebieden/gelderland/rijntakken/rijntakken-doelstelling
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 11 van 28
oppervlakte of de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN significant worden aangetast, niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. Het NNN kent geen externe werking.
Stiltegebieden In de provincies Utrecht en Gelderland zijn enkele stiltegebieden aangewezen. Voor deze stiltegebieden geldt geen uitsluiting voor het plaatsen van windturbines. Wel gelden er aanvullende regels met betrekking tot geluid.
2.6.2 Soortenbescherming Naast gebiedsbescherming is ook de soortenbescherming van belang. Hierbij gaat het om alle soorten die beïnvloed kunnen worden door de bouw en exploitatie van de windturbines zoals allerlei grondgebonden soorten (vooral bij de bouw), vogels (waaronder ganzen, trekvogels en weidevogels) en vleermuizen. Zoals te zien in Figuur 2.6 is er in het studiegebied één gebied aangewezen als leefgebied voor weidevogels, aan de zuidkant van de Neder-Rijn. De provincie Gelderland sluit in haar omgevingsverordening weidevogelgebieden uit voor de ontwikkeling van windenergie. Er is ook een groot gebied aangewezen als rustgebied voor ganzen, dat, net als het weidevogelgebied, volledig samenvalt met Natura 2000 gebied. Deze gebieden kunnen erg dynamisch zijn en hebben daardoor aanvullend onderzoek nodig om de daadwerkelijke impact van windturbines op soorten in deze gebieden in beeld te krijgen. Omdat windparken vrijwel altijd enige mate van aanvaringsslachtoffers onder vogels- en/of vleermuizen veroorzaken is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming vrijwel altijd benodigd. Voor de daadwerkelijke effecten van een windproject op natuurwaarden zal een ecologisch onderzoek uitgevoerd moeten worden op basis van specifieke turbineposities en afmetingen, en op basis van gedetailleerde informatie over het voorkomen en gebiedsgebruik van soorten in het gebied.
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 12 van 28
Figuur 2.6 Ligging van Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland en weidevogelgebieden.
2.7
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
2.7.1 Landschap Bij het plaatsen van windturbines ontstaan landschappelijke effecten op verschillende schaalniveaus: van regionale tot lokale schaal. Bij het beoordelen van landschappelijke effecten is de opstelling van de windturbines van belang. Ook de visuele interferentie met andere windturbines en hoge elementen in het landschap zijn van belang. Regelmatige goed herkenbare opstellingen (bijvoorbeeld in een regelmatige lijn) worden hoger gewaardeerd (of als minder negatief) dan opstellingen die onregelmatig zijn en moeilijk herkenbaar (bijvoorbeeld een cluster van turbines). Ook de aansluiting op grote infrastructuur zoals snelwegen, spoorwegen, dijken en rivieren wordt als positief gezien. Het aspect landschap is in deze studie niet meegenomen. In deze fase is het effect op het landschap nog niet concreet in beeld te brengen. Daarnaast heeft het aspect landschap geen harde grenzen waardoor het in de fase niet bepalend is voor de haalbaarheid van windenergie. In een vervolgonderzoek dienen de landschappelijke effecten nader onderzocht te worden, mede met behulp van visualisaties van de opstelling.
2.7.2 Cultuurhistorie In deze ruimtelijke verkenning is voor het aspect cultuurhistorie gekeken naar de aanwezigheid van Rijksmonumenten en Rijksbeschermde dorps- en stadsgezichten. Binnen de gemeentegrenzen zijn er
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 13 van 28
meerdere Rijksmonumenten en werelderfgoed gebieden aanwezig. Verder zijn er in en rondom het zoekgebied geen Rijksbeschermde dorpsgezichten gelegen. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed 8 (RCE) adviseert een afstand van 1.800 meter aan te houden zodat het contrast tussen de windturbines en het beschermde dorpsgezicht wordt afgezwakt (zie Figuur 2.7). Dit is geen voorgeschreven norm en vormt daarom geen ‘harde belemmering’.
Bij de realisatie van windenergie is het van belang om de cultuurhistorische waarde van de verschillende objecten zoveel mogelijk te behouden. Hierbij kan het zicht op en vanuit de cultuurhistorische gebouwen beschermd en/of van belang zijn. Bij de inrichting van een potentiële locatie voor windenergie kan hier doorgaans rekening mee worden gehouden. Figuur 2.7 Rijksmonumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten.
2.7.3 Archeologie Voor het aspect archeologie is de indicatieve kaart archeologische waarden (IKAW) en de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geraadpleegd (zie Figuur 2.8). De IKAW geeft aan welke gebieden een hoge (rood), middelhoge (oranje), lage (geel) of zeer lage trefkans (wit) op archeologisch waardevolle resten in de bodem hebben. De AMK geeft aan waar zich archeologische monumenten (terreinen) bevinden. Terreinen die aangeduid zijn als archeologische monument kennen geen instandhoudingsplicht, maar wel regels voor een wijziging of aanpassing. Zo is er
8
https://cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/advies/een-erfgoedvisie-op-windturbines
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 14 van 28
voor het verstoren van een archeologisch Rijksmonument altijd een monumentenvergunning nodig, bijvoorbeeld wanneer er bouwplannen zijn. Zoals te zien in Figuur 2.8 kent het studiegebied verschillen in de verwachtingswaarde. Het westelijke deel van de gemeente Rhenen en het oostelijke deel van de gemeente Wageningen kent met name een hoge verwachtingswaarde (rood/oranje). Ook in het centrale deel van de gemeenten loopt een strook met hoge verwachtingswaarde. Het overige deel van de gemeenten kent een lage verwachtingswaarde (geel). Over het algemeen kan in de uitvoeringsfase doorgaans goed rekening worden gehouden met eventuele archeologische waarden door aanvullend archeologisch onderzoek, of het verplaatsen van een turbinepositie met tientallen meters, zodat eventuele unieke waarden niet worden aangetast. Figuur 2.8 Archeologische waarden
2.8
Straalpaden Een straalpad is een draadloze verbinding tussen twee plaatsen, waartussen transport van spraak-, data-, radio- en tv-signalen plaatsvindt. De twee connectiepunten van een dergelijke verbinding moeten ‘in zicht’ van elkaar staan. Dat betekent dat het pad vrij moet zijn van fysieke obstakels. De aanwezigheid van windturbines kan de signaaloverdracht van straalpaden verstoren of verzwakken. Figuur 2.9Figuur 2.9 geeft een overzicht van de straalpaden in de gemeente. De kaart is gebaseerd op de meest recente data van Antennekaart.nl. Hoewel er geen exacte datum bij de informatie staat wordt ervan uit gegaan dat deze data recent en accuraat is.
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 15 van 28
Over het algemeen vormen straalpaden geen grote belemmering voor windenergie en kan een eventueel effect goed gemitigeerd worden. Bovendien is het gebruik van straalverbindingen behoorlijk dynamisch. Veel van de ca. 10.000 verbindingen in Nederland kunnen relatief eenvoudig worden gewijzigd (lees: verplaatst/verschoven). De volgende verbeelding betreft dus een momentopname. Figuur 2.9 Ligging straalpaden
2.9
Conclusie ruimtelijke analyse
Wanneer de ruimtelijke belemmeringen over elkaar heen worden gelegd, wordt zichtbaar waar de ruimtelijke belemmeringen aanwezig zijn in het gebied. Deze zogenoemde belemmeringenkaarten voor beide referentieturbines zijn weergegeven in Figuur 2.10 en Figuur 2.11.
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 16 van 28
Figuur 2.10 Belemmeringenkaart voor referentieturbine 1.
Figuur 2.11 Belemmeringenkaart voor referentieturbine 2.
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 17 van 28
3 Ruimtelijk potentieel voor windenergie 3.1
Bepaling van potentiële ruimte In dit hoofdstuk wordt de potentieel kansrijke ruimte voor de plaatsing van windturbines in het studiegebied van de gemeenten Wageningen en Rhenen op basis van de voorgaande ruimtelijk-technische analyse in beeld gebracht. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen: • Groene kleur: potentieel kansrijke ruimte voor windenergie (buiten harde belemmeringen en Natura 2000 en NNN) • Oranje kleur: potentieel kansrijke ruimte voor windenergie onder voorwaarden (buiten harde belemmeringen maar met aandachtspunten (binnen Natura 2000 en NNN)) • Rode kleur: harde belemmeringen (inclusief effectafstanden) voor windenergie De verkenning wijst uit dat er een aantal gebieden zijn die op basis van ruimtelijke belemmeringen in principe potentie hebben voor de plaatsing van windturbines. Hierbij is op te merken dat de verkenning een momentopname van de aanwezige belemmeringen betreft. Voor de ruimtelijke analyse is gekeken naar vier zoekgebieden. De zoekgebieden zijn in samenspraak met de gemeente Wageningen en de gemeente Rhenen tot stand gekomen. Bij het identificeren van de potentiële ruimte is binnen deze zoekgebieden gekeken naar de groene gebieden, de gebieden die zowel buiten de harde belemmeringen als natuurgebieden vallen. Deze gebieden zijn het meest kansrijk voor het plaatsen van windturbines.
In Figuur 3.1 en Figuur 3.2 worden de voor windenergie kansrijke gebieden weergegeven voor referentieturbine 1 en referentieturbine 2 respectievelijk. In deze kaart worden ook de zoekgebieden weergegeven.
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 18 van 28
Figuur 3.1 Overzicht onderzoeksgebieden voor windenergie van windturbines met 200m tiphoogte
Figuur 3.2 Overzicht onderzoeksgebieden voor windenergie van windturbines met 250m tiphoogte
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 19 van 28
3.2
Potentiële opstellingen windturbines Na het uitvoeren van de ruimtelijke verkenning zijn er verschillende gebieden overgebleven die een potentie hebben voor de realisatie van windenergie. Afhankelijk van de beschikbare ruimte en de beperkingen die gelden voor de betreffende referentieturbine kan er een eerste voorstel worden gemaakt voor de locaties van de windturbines. Deze locaties kunnen individueel of in combinatie worden bekeken. Het opwekkingsvermogen van referentieturbine 1 is 3.45 MW, en het opwekkingsvermogen van referentieturbine 2 is 6.2 MW. Wanneer wordt gekozen voor een grotere turbine zijn er dus minder turbines nodig om hetzelfde vermogen op te wekken, en daarmee de doelstelling te behalen. Een overzicht van de voorbeeldopstellingen is opgenomen in Figuur 3.3 en Figuur 3.4. De voorbeeldopstellingen per zoekgebied en per referentieturbine zijn afgebeeld in Figuur 3.6 tot en met Figuur 3.15.
NB. De potentiële locatie voor windturbines zijn nadrukkelijk indicatief. Het geeft een eerste inzicht van de maximale potentie in de zoekgebieden. De informatie kan gebruikt worden voor verdere gesprekken en beleidsontwikkeling over de (on)mogelijkheden van windenergie in gemeente Wageningen en gemeente Rhenen.
De onderlinge afstand tussen de windturbines die gehanteerd wordt staat gelijk aan 3.5 keer de rotordiameter. Voor referentieturbine 1 (met een rotordiameter van 132 meter) betekent dit dat de onderlinge afstand 476 meter zal bedragen. Referentieturbine 2 (met een rotordiameter van 165 meter) heeft een onderlinge afstand van 578 meter nodig voor een acceptabele energiewinning. Naast ruimtelijke inpassing zorgt dit ook voor een extra belemmering voor windturbines met een grotere tiphoogte. In Tabel 3.1 is een overzicht gegeven met het verwachtte maximale aantal turbines per potentiële zoeklocatie en het opwekvermogen. Tabel 3.1 Maximale turbineaantallen per zoeklocatie Zoekgebied
Aantal Referentieturbines 1
Opwekbare vermogen RT 1
Aantal Referentieturbines 2
Opwekbare vermogen RT 2
1
1
3.45 MW
1
6.2 MW
2
4 (2 x 2)
13.8 MW
4 (2 x 2)
24.8 MW
3
4
13.8 MW
3
18.6 MW
4
1
3.45 MW
1
6.2 MW
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 20 van 28
Figuur 3.3 Voorbeeld windturbineposities referentieturbine 1
Figuur 3.4 Voorbeeld windturbineposities referentieturbine 2
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 21 van 28
3.2.1 Gevoeligheidsanalyse molenaarswoningen Aan de hand van een gevoeligheidsanalyse is gekeken of het aanhouden van een kortere afstand (dan de gebruikte norm) tussen woningen en windturbines tot meer potentiële ruimte voor windturbines leidt. Wanneer je een kortere afstand hanteert, betekent dit het gebruik maken van molenaarswoningen. In de gevoeligheidsanalyse is uitgegaan van een afstand van 250 meter tussen een woningen en een windturbine. Dit staat gelijk aan de tiphoogte van referentieturbine 2. In Figuur 3.5 zijn de resultaten weergegeven. In zoekgebied 2 en zoekgebied 4 kunnen molenaarswoningen leiden tot extra potentiële ruimte voor windturbines.
Figuur 3.5 Voorbeeld windturbineposities referentieturbine 2 in geval van molenaarswoningen
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 22 van 28
Figuur 3.6 Voorbeeld turbineposities zoekgebied 1, referentieturbine 1 (tiphoogte 200m)
Figuur 3.7 Voorbeeld turbineposities zoekgebied 1, referentieturbine 2 (tiphoogte 250m)
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 23 van 28
Figuur 3.8 Voorbeeld turbineposities zoekgebied 2, referentieturbine 1 (tiphoogte 200m)
Figuur 3.9 Voorbeeld turbineposities zoekgebied 2, referentieturbine 2 (tiphoogte 250m)
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 24 van 28
Figuur 3.10 Voorbeeld turbineposities zoekgebied 2, referentieturbine 2 (tiphoogte 250m) in geval van molenaarswoningen
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 25 van 28
Figuur 3.11 Voorbeeld turbineposities zoekgebied 3, referentieturbine 1 (tiphoogte 200m)
Figuur 3.12 Voorbeeld turbineposities zoekgebied 3, referentieturbine 2 (tiphoogte 250m)
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 26 van 28
Figuur 3.13 Voorbeeld turbineposities zoekgebied 4, referentieturbine 1 (tiphoogte 200m)
Figuur 3.14 Voorbeeld turbineposities zoekgebied 4, referentieturbine 2 (tiphoogte 250m)
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 27 van 28
Figuur 3.15 Voorbeeld turbineposities zoekgebied 4, referentieturbine 2 (tiphoogte 250m) in geval van molenaarswoningen
Ruimtelijke verkenning windenergie 723109 723109| Gemeenten Wageningen en Rhenen | V3.0 | 28-11-2023 Pagina 28 van 28