CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Ruimtelijke Onderbouwing ETFAL Herenstraat 108

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Afgeven bindend advies Herenstraat 108 Rhenen7.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Herenstraat 108, Rhenen Onderbouwing ETFAL - gemeente Rhenen

COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam:

Herenstraat 108, Rhenen

Datum:

17 maart 2025

Projectnummer Buro SRO:

46.10.19

Opdrachtgever:

Wagenvoort Vastgoed BV

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem:

Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem

Telefoon:

026 - 35 23 125

E-mail:

arnhem@buro-sro.nl

Internet:

www.buro-sro.nl

2

Herenstraat 108, Rhenen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Ligging van het projectgebied

5

1.3

Planologische situatie

6

1.4

Leeswijzer

7

Hoofdstuk 2

Voorgenomen ontwikkeling

8

2.1

Huidige situatie

8

2.2

Toekomstige situatie

9

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

11

3.1

Rijksbeleid en rijksregels

11

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

12

3.3

Gemeentelijk beleid

13

Hoofdstuk 4

Veilige en gezonde leefomgeving

15

4.1

Weging van het waterbelang

15

4.2

Activiteiten en milieuzonering

16

4.3

Bodem

17

4.4

Luchtkwaliteit

18

4.5

Geur

19

4.6

Geluid

19

4.7

Omgevingsveiligheid

21

4.8

M.e.r.-beoordeling

22

Hoofdstuk 5

Goede omgevingskwaliteit

24

5.1

Zorgvuldig ruimtegebruik

24

5.2

Archeologie, cultuurhistorie en landschap

24

5.3

Ecologie

25

5.4

Verkeer en parkeren

27

5.5

Kabels en leidingen

28

5.6

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

28

Hoofdstuk 6

Conclusie

29

Bijlage 1

Akoestisch onderzoek

31

Herenstraat 108, Rhenen

3

4

Herenstraat 108, Rhenen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De initiatiefnemer is voornemens om het voormalige kantoorpand Herenstraat 108 in Rhenen geschikt te maken als woonruimte. Doel is om het pand de komende 3 jaar te gebruiken voor de huisvesting van statushouders en daarna voor een periode van 7 jaar voor woningzoekenden uit de gemeente Rhenen.

Dit gebruik kan niet worden gerealiseerd binnen de regels van het omgevingsplan van de gemeente Rhenen. Daarom wordt met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ex art. 8.0a lid 2 Bkl, medewerking verleend aan de voorgenomen activiteit. In voorliggende onderbouwing wordt toegelicht dat er hierbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal) conform de Omgevingswet. Het betreft een tijdelijke omgevingsvergunning voor een periode van 10 jaar.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied is gelegen aan de Herenstraat, de doorgaande weg door Rhenen en vlakbij de open afrit naar de brug over de Nederrijn. Onderstaande afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

Globale ligging plangebied in de omgeving (bron: openstreetmap.org)

Herenstraat 108, Rhenen

5

Het perceel Herenstraat 108 is kadastraal bekend onder nummer RNN01-E-3141 (Rhenen). Het perceel heeft een oppervlakte van 1.138 m².

Luchtfoto van het perceel Herenstraat 108 (bron: kadastralekaart.com)

1.3

Planologische situatie

Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 01-01-2024 vallen de bestemmingsplannen onder het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Rhenen. Voor de projectlocatie geldt het bestemmingsplan ‘Rhenen Stad 2012’, vastgesteld door de raad op 28 mei 2013 en onherroepelijk sinds 28 januari 2014. De locatie heeft de bestemming ‘Kantoor’. Binnen deze bestemming zijn geen woningen toegelaten. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’. Deze dubbelbestemming is opgenomen ter bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden.

6

Herenstraat 108, Rhenen

Uitsnede uit het bestemmingsplan ‘Rhenen Stad 2012’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Het initiatief is strijdig met het geldende bestemmingsplan, omdat er binnen de bestemming ‘Kantoor’ niet mag worden gewoond. Om hier toch mensen te kunnen huisvesten wordt een tijdelijke omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangevraagd voor een periode van 10 jaar.

1.4

Leeswijzer

Onderhavige motivering bevat de inhoudelijke onderbouwing van het besluit daar waar het gaat over een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hoofdstuk 2 begint met een beschrijving van de huidige en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt verwezen naar het voor het plan relevante beleid van gemeente, provincie en Rijk. In hoofdstuk 4 en 5 wordt de nieuwe situatie getoetst aan diverse aspecten die relevant zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Hoofdstuk 6 bevat de conclusie met de integrale weging van alle aspecten.

Herenstraat 108, Rhenen

7

Hoofdstuk 2

Voorgenomen ontwikkeling

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situatie

Het pand aan de Herenstraat 108 in Rhenen betreft een voormalig kantoorpand. Het staat al enige tijd leeg. Het betreft een L-vormig perceel waarbij het gebouw grotendeels staat aan de achterzijde van de woningen met de huisnummers 110-112. Door het hoogteverschil op het terrein heeft het gebouw aan de voorzijde één bouwlaag en aan de achterzijde, aan de kant van de Stationsweg, twee bouwlagen.

Voorzijde gebouw aan de Herenstraat (foto: Google streetview)

Achterkant van het gebouw aan de Stationsweg (foto: Google streetview)

8

Herenstraat 108, Rhenen

De toegang naar het perceel ligt aan de kant van de Herenstraat. Door het aanwezige hoogteverschil en de groenstrook is de locatie vanaf de Stationsweg niet direct toegankelijk.

2.2

Toekomstige situatie

Het plan is om het gebouw inpandig te verbouwen tot 14 studio’s. De studio’s variëren in oppervlakte van ca. 29 m² tot ca. 61 m² en zijn geschikt voor 1 of 2 personen. Alle studio’s beschikken over een eigen keuken en badkamer met toilet. Daarnaast wordt er een gezamenlijke wasruimte gerealiseerd met ruimte voor wasmachines.

Plattegrond niveau 1 (Stationsweg)

Niveau 1 betreft de onderste bouwlaag, zichtbaar vanaf de zijde van de Stationsweg. Hier komen 8 studio’s met elk een directe toegangsdeur naar buiten. De entree naar de bovenste etage ligt aan de kant van de Herenstraat. Op deze etage worden 6 grotere wooneenheden gerealiseerd.

Herenstraat 108, Rhenen

9

Plattegrond niveau 2 (Herenstraat)

Het plan is om de studio’s de eerste 3 jaar ter beschikking te stellen voor huisvesting van statushouders en daarna voor een periode van 7 jaar aan inwoners van de gemeente Rhenen. Parkeerruimte is aanwezig op eigen terrein, zowel aan de voorzijde van het gebouw (4 pp) als aan de achterzijde.

10

Herenstraat 108, Rhenen

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan beleid en regelgeving op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau.

3.1

Rijksbeleid en rijksregels

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving.

Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers.

De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. 3.1.2

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden en heeft geen directe uitwerking op de fysieke leefomgeving. Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in een Omgevingsplan of bij het vergunnen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit moeten de verschillende instructieregels en geformuleerde omgevingswaarden in acht genomen worden. Het gaat hierbij over de instructieregels met het oog op: •

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;

•

Het behoud van werelderfgoed en cultureel erfgoed;

•

Natuurbescherming.

Daarnaast gaat het om de volgende omgevingswaarden •

Veiligheid primaire waterkeringen;

Herenstraat 108, Rhenen

11

•

Veiligheid andere dan primaire waterkeringen in beheer bij het Rijk;

•

Kwaliteit van de buitenlucht;

•

Waterkwaliteit;

•

Kwaliteit van de zwemlocatie.

3.1.3

Huisvesting statushouders en vluchtelingen

Asielzoekers worden statushouders (of vergunninghouders) zodra ze een verblijfsvergunning krijgen. Ze gaan dan deel uitmaken van de Nederlandse samenleving. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) koppelt deze vergunninghouders aan gemeenten. De Rijksoverheid bepaalt elk half jaar het aantal statushouders dat elke gemeente moet huisvesten: de gemeentelijke taakstelling. Gemeenten moeten statushouders passende woonruimte aanbieden. Gemeenten beslissen zelf over wat voor soort woning ze aanbieden. Het kan een zelfstandige (huur)woning zijn, een flexwoning of een gedeelde woning met meer mensen. 3.1.4

Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Voorliggend initiatief betreft de transformatie van een bestaand gebouw naar woonruimte. Het is een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. Het initiatief is passend binnen de NOVI en draagt bovendien bij aan de behoefte aan woonruimte voor de opvang van statushouders.

De toetsing aan de van toepassing zijnde omgevingswaarden vindt plaats in hoofdstuk 4.

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

3.2.1

Omgevingsvisie provincie Utrecht

In de Omgevingsvisie provincie Utrecht wordt het ruimtelijk beleid voor de periode tot 2050 beschreven. De Omgevingsvisie is vastgesteld door de Provinciale Staten op 10 maart 2021. De provincie geeft aan welke doelstellingen zij van provinciaal belang acht, welk beleid bij deze doelstellingen hoort én hoe zij uitvoering geeft aan dit beleid. Deels gebeurt de uitvoering via de Omgevingsverordening provincie Utrecht die tegelijk met de Omgevingsvisie is vastgesteld.

Centraal staat een gezonde en veilige leefomgeving. Om dit centrale doel zijn zeven thema's uitgewerkt: •

stad en land gezond

•

klimaatbestendig en waterrobuust

•

duurzame energie

•

vitale steden en dorpen

•

duurzaam, gezond en veilig bereikbaar

•

levend landschap, erfgoed en cultuur

•

toekomstbestendige natuur en landbouw

12

Herenstraat 108, Rhenen

3.2.2

Omgevingsverordening provincie Utrecht

In de Omgevingsverordening provincie Utrecht zijn onder ander de regels uit de Omgevingsvisie rechtstreeks overgenomen, waarbij een verduidelijking is gegeven op de wijze van het overnemen van de provinciale regeling in (gemeentelijke) ruimtelijke plannen. De Omgevingsverordening vervangt de Interim Omgevingsverordening. Doel van de verordening is om een aantal provinciale belangen te laten doorwerken naar gemeentelijk niveau. 3.2.3

Toetsing van het initiatief aan het provinciale beleid

Met voorliggend initiatief wordt er woonruimte voor statushouders gecreëerd en daarmee draagt het bij aan de doelstellingen uit het thema ‘Vitale steden en dorpen’ om voldoende ruimte te bieden voor het realiseren van een op de behoefte aansluitend aanbod van woningen en woonvoorzieningen. Het betreft hier een ontwikkeling van beperkte omvang binnen bestaand stedelijk gebied en heeft geen verdere raakvlakken met het provinciale beleid. De activiteit past binnen het beleid en regels van de provincie Utrecht.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie ‘Visie op Rhenen 2035’

De omgevingsvisie ‘Visie op Rhenen 2035’ is op 20 juni 2023 vastgesteld door de raad van de gemeente Rhenen. De visie geeft aan waar de gemeente op inzet bij wonen, werken, samenleven, energie opwekken en recreëren in de gemeente Rhenen. Op deze manier wordt er richting gegeven aan ontwikkelingen aan de komende jaren.

In de Visie op Rhenen: •

moet er extra ruimte komen voor het realiseren van minimaal 1000 woningen tot 2040;

•

moet er minimaal 5 hectare extra bouwgrond komen voor bedrijfsactiviteiten;

•

moet er ruimte komen voor voorzieningen voor het opwekken van schone energie om in 2040 energieneutraal te zijn;

•

zijn nieuwe gebouwen en nieuwe inrichting van de openbare ruimte aangepast aan de veranderingen van het klimaat;

•

is het Rhenense Binnenveld een landelijk gebied. Het blijft primair bedoeld voor agrarische activiteiten op het gebied van voedselvoorziening en natuur.

•

telt iedereen mee en kan iedereen meedoen;

•

worden de Natura 2000-gebieden niet aangetast en in het Natuurnetwerk Nederland vinden in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats;

•

kunnen het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebied beperkt worden gebruikt;

•

wordt het Militair Erfgoed Grebbelinie beschermd.

Herenstraat 108, Rhenen

13

In de trendverkenning van het thema wonen dat in het kader van de Omgevingsvisie is uitgevoerd, komen een aantal belangrijke conclusies naar voren: 1. Rhenen wordt groter, grijzer en meer divers qua inwoners; 2. De woningmarkt is uit balans: er is een mismatch tussen vraag en aanbod en een tekort aan betaalbare woningen; 3. Er is minder ruimte voor jongeren. De wens is om in elke kern (Rhenen, Achterberg en Elst) woningen te bouwen op een schaal en in een stijl die past bij de kern. Ook kunnen woningen worden gerealiseerd door oude gebouwen om te bouwen. 3.3.2

Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijke beleid

Er is - landelijk en ook in Rhenen - een tekort aan huisvestingsmogelijkheden voor statushouders. Met voorliggend initiatief wordt woonruimte gecreëerd in een bestaand gebouw. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de vergroting van het aanbod aan betaalbare huisvesting. Voor een periode van drie jaar worden hier statushouders gehuisvest. In de 7 jaren daarna zal de woonruimte worden aangeboden aan andere inwoners van Rhenen, bijvoorbeeld aan jongeren of mensen die met urgentie woonruimte zoeken. Het initiatief heeft daarmee ook een belangrijke maatschappelijke waarde.

Het initiatief past binnen de omgevingsvisie van de gemeente Rhenen. De activiteit is echter in strijd met de regels van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan (zie paragraaf 1.3). Daarom wordt een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit aangevraagd waarvoor onderhavige onderbouwing is opgesteld.

14

Herenstraat 108, Rhenen

Hoofdstuk 4

Veilige en gezonde leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze met de voorgenomen ontwikkeling een veilige en gezonde fysieke leefomgeving ontstaat en behouden blijft voor nu en in de toekomst.

4.1

Weging van het waterbelang

Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap.

Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen, betrokken.

De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de omgevingswaarden ten aanzien van water zijn als volgt onderverdeeld: •

Rijk: omgevingswaarden voor (1) waterkwaliteit, (2) zwemwaterkwaliteit, (3) veiligheid van primaire waterkeringen en (4) de veiligheid van andere dan primaire waterkeringen, voor zover die in het beheer zijn bij het rijk (2.15 Ow);

•

Provincie: omgevingswaarden voor de veiligheid van (1) bij de omgevingsverordening aangewezen andere dan primaire waterkeringen die niet bij het rijk in beheer zijn en (2) de gemiddelde overstromingskans per jaar van bij de omgevingsverordening aangewezen gebieden met oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop (niet bij het rijk in beheer zijnde) regionale wateren moeten zijn berekend (2.13 Ow);

•

Gemeente: gemeenten kunnen ook zelf besluiten om omgevingswaarden vast te stellen. Indien hiervan sprake is dient een BOPA ook aan deze omgevingswaarde getoetst te worden.

Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de eerdere, verplichte watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. In elk geval worden de wateraspecten beschreven en wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het project moeten worden getroffen. Over het initiatief wordt advies gevraagd aan de betrokken waterbeheerder.

Toetsing Voorliggend initiatief betreft een functiewijziging van een bestaand pand. Er is geen sprake van sloop, nieuwbouw of een toename van verhard oppervlak. De activiteit is waterhuishoudkundig niet relevant.

Herenstraat 108, Rhenen

15

4.2

Activiteiten en milieuzonering

Bedrijven (die activiteiten uitvoeren/ ondernemen) kunnen niet zomaar naast een gevoelige functie, zoals een woning, gerealiseerd worden. Ook andersom moet er zorgvuldig gemotiveerd worden dat een nieuwe woning in de buurt van bestaande bedrijven gerealiseerd kan worden.

Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Ook zorgt dit ervoor dat (bestaande) bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. De publicatie “Bedrijven Milieuzonering” van de VNG is, zeker ook gezien jurisprudentie, een goed houvast hierbij. De in deze publicatie genoemde richtafstanden gelden voor gemiddelde situaties. Er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een andere afstanden uitgegaan kan of moet worden.

Op weg naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet is door de VNG een nieuwe publicatie uitgegeven: Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet 2023. Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen. In de nieuwe systematiek wordt de toelating van activiteiten niet meer gekoppeld aan een bij de regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten met milieucategorieën. Dit maakt het ook niet mogelijk de ontwikkeling van nieuwe gevoeligere objecten te toetsen aan bestaande bedrijven. Om die reden wordt voor de beoordeling van de omliggende activiteiten/ functies nog aangesloten bij de richtafstanden uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'.

Toetsing De te realiseren wooneenheden betreffen nieuwe milieugevoelige objecten. In de omgeving van de projectlocatie liggen twee locaties met een bedrijfsbestemming. Volgens het geldende bestemmingsplan (zie onderstaande afbeelding) zijn hier bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 2 toegelaten. De bedrijfsbestemmingen liggen op respectievelijk ruim 50 en 70 meter van de planlocatie. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand van 30 meter voor een categorie 2-bedrijf. De bedrijven vormen geen belemmering voor het initiatief. Andersom levert de woonfunctie geen belemmering voor deze bedrijven.

16

Herenstraat 108, Rhenen

Uitsnede uit het bestemmingsplan ‘Rhenen Stad 2012’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

4.3

Bodem

Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn er voor het aspect bodemkwaliteit instructieregels opgenomen in het Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang: •

de bodem te beschermen tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen;

•

evenwichtig functies toe te delen aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem;

•

het duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.

Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast (bodemkwaliteitskaart) en neemt dit op in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). De waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen.

Herenstraat 108, Rhenen

17

Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit.

Toetsing Onderhavige activiteit betreft een functiewijziging van kantoor naar wonen. De kantooractiviteiten vormen geen risico op het vervuilen van de bodem. Ten behoeve van voorliggend initiatief worden geen bouw- of graafwerkzaamheden uitgevoerd. Nader onderzoek naar de bodemkwaliteit is niet noodzakelijk.

4.4

Luchtkwaliteit

De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl en zijn de ‘omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit’ opgenomen in paragraaf 2.2.1.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10).

Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: •

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een resultaatverplichting;

•

het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

•

het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging.

Niet in betekende mate (NIBM) Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties.

Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties NO 2 en/of PM10. De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 en 3. De gemeente Rhenen ligt niet in een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit.

Toetsing Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is getoetst met behulp van de gegevens van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (cimlk.nl). Ter hoogte van het meest nabij gelegen toetspunt 30283218_38911 aan de Herenstraat ter hoogte van het plangebied) komen de volgende concentraties komen naar voren:

18

Herenstraat 108, Rhenen

Gemeten totale concentratie

NO2

PM10

PM2,5 (fijnere

(stikstofdioxide)

(fijnstof)

fractie van fijnstof)

18,5 µg/m3

19,0 µg/m3

10,5 µg/m3

40 µg/m3

40 µg/m3

25 µg/m3

jaargemiddelde 2022 (µg/m3) Resultaatverplichting concentratie (µg/m3) kalenderjaargemiddelde

De concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

Bijdrage van het initiatief Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof kan daarom achterwege blijven.

4.5

Geur

In de regelgeving is bepaald dat een omgevingsplan erin voorziet dat de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw (artikel 5.91 Bkl) aanvaardbaar moet zijn (artikel 5.92, tweede lid, Bkl). In artikel 5.91 van het Bkl is de definitie van een geurgevoelig gebouw opgenomen. Het gaat dan in ieder geval om woningen, onderwijsinstellingen, gebouwen met gezondheidszorgfuncties en kinderopvang met bedgebied (wat inhoudt dat er slaapgelegenheid is). Dit betekent dat de gemeente moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente moet onder de Omgevingswet rekening houden met mogelijke cumulatie van geur door meerdere activiteiten.

Toetsing De projectlocatie ligt in de kern Rhenen. Er liggen geen agrarische bedrijven in de buurt, er is derhalve geen sprake van geurhinder.

4.6

Geluid

Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige functies. Op grond van artikel 3.21 Bkl is een woonfunctie aan te merken als een geluidgevoelig gebouw. De instructieregels uit het Bkl zijn niet van toepassing op tijdelijk geluidgevoelige bouwwerken, behoudens artikel 5.78s, eerste en tweede lid van het Bkl. Hier bepaalt de gemeente zelf of het geluid

Herenstraat 108, Rhenen

19

door (spoor)wegen en industrieterreinen aanvaardbaar is. Dat doet zij vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'.

Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid en staan in de volgende tabel. Geluidbronsoort

Standaardwaarde, in dB.

Grenswaarde, in dB.

Rijks- en provinciale wegen. In Lden

50

60

Gemeente- en waterschapswegen. In Lden

53

70

Hoofd- en lokale spoorwegen. In Lden

55

65

Lden

50

55

Lnight

40

45

Industrieterrein

Standaardwaarde en grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw bij toelaten geluidbron, Tabel 3.34 en .3.35 Bkl

Bij wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand bouwwerk dat geen geluidgevoelig gebouw is, kan op grond van artikel 5.78w Bkl de grenswaarde met max. 5 dB worden overschreden.

Toetsing Vanwege de transformatie van het pand naar een woonfunctie is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten en de conclusie worden hieronder samengevat. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 1.

De waarde van het geluid door de lokale wegen bedraagt ten hoogste 59 dB. De waarde van het geluid door lokale wegen ligt in drie rekenpunten boven de standaardwaarde van 53 dB voor wegverkeer op de lokale wegen. De grenswaarde van 70 dB wordt niet overschreden.

De geluidbelasting door de provinciale wegen samen bedraagt ten hoogste 65 dB zonder aftrek. De geluidbelasting door de provinciale wegen wordt conform de Aanvullingswet Geluid getoetst aan de Wet geluidhinder. Omdat het gaat om tijdelijke woningen voor een periode van 10 jaar hoeft de geluidbelasting echter niet te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. Er zijn voor de ontwikkeling geen hogere waarden nodig. Het Besluit kwaliteit leefomgeving is niet van toepassing op tijdelijk geluidgevoelige bouwwerken (maximaal 10 jaar) behoudens art. 578s, eerste en tweede lid (beoordeling aanvaardbaarheid). Omdat de waarde van het geluid door de wegen in de omgeving hoog is, is nagegaan op welke wijze een acceptabel akoestisch klimaat te bereiken is voor wat betreft een geluidluwe buitenruimte, de geluidwering van de gevels en de interne geluidsisolatie.

20

Herenstraat 108, Rhenen

De westgevel van het gebouw is geluidluw en het westelijk deel van de zuidgevels heeft een waarde van het geluid die minder dan 5 dB hoger is dan de standaardwaarde. Aan deze gevels kan indien gewenst een gezamenlijke buitenruimte worden gerealiseerd.

In het akoestisch rapport is onderzocht met welke maatregelen voldaan kan worden aan de eisen voor de geluidwering. De binnenwaarde voldoet in alle verblijfsruimten aan een waarde van 33 dB. Ook zijn de maatregelen beschreven waarmee de interne geluidsisolatie sterk kan worden verbeterd. Doordat het project wordt gerealiseerd in een bestaand gebouw wordt, ondanks de gekozen opbouw van de constructies, het nieuwbouwniveau voor de lucht- en contactgeluidisolatie voor de totale constructie benaderd, maar voldoet daaraan op onderdelen mogelijk niet. Wel verbetert de resulterende lucht- en contactgeluidisolatie met ruime marge ten opzichte van het rechtens verkregen niveau. Met de genoemde maatregelen kan voor wat betreft het aspect geluid, sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.7

Omgevingsveiligheid

Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl).

Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Dit zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of

Herenstraat 108, Rhenen

21

zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV).

Toetsing Via de website atlasleefomgeving.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en/of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de omgevingsveiligheid van belang zijn. Bijgevoegd een screenshot van die website. Het projectgebied is hier globaal aangegeven met de rode cirkel.

Uitsnede risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl)

Uit bovenstaande kaart blijkt dat de planlocatie buiten de gifwolk-, explosie- en brandaandachtsgebieden vanwege het scheepvaartverkeer over de Waal ligt. Andere risicobronnen zijn er in de omgeving niet aanwezig.

4.8

M.e.r.-beoordeling

De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit.

In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn.

Beoordeling of een m.e.r.-procedure of m.e.r.-beoordeling plaats moet vinden volgt uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit.

22

Herenstraat 108, Rhenen

1. De eerste stap is te kijken of het project voldoet aan de omschrijving van een project in kolom 1. 2. Vervolgens moet gekeken worden of in kolom 4 'de omgevingsvergunning' of 'het omgevingsplan' staat. Het omgevingsplan is relevant als in het plan vergunningplichtige activiteiten worden aangewezen. 3. Als bovenstaande stappen van toepassing zijn op het project, moet bepaald worden of voor het project een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt. Dit gebeurt door te kijken naar de kolommen 2 en 3.

Als er voor het project een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een omgevingsplanactiviteit, dan wordt die omgevingsvergunning aangemerkt als het besluit in plaats van het besluit tot vaststelling van een omgevingsplan. Dit volgt uit artikel 11.8 onder 3 van het Omgevingsbesluit. Daarmee geldt er dus ook voor omgevingsvergunningaanvragen die niet in kolom 4 staan wel de m.e.r.-(beoordelings)plicht.

Toetsing Voorliggend initiatief behelst de ontwikkeling van 14 (tijdelijke) studiowoningen in een bestaand gebouw. Een nieuwe functie voor bestaand vastgoed wordt niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een m.e.r.-beoordeling is niet nodig.

Herenstraat 108, Rhenen

23

Hoofdstuk 5

Goede omgevingskwaliteit

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze een goede omgevingskwaliteit wordt gewaarborgd en verder ontwikkeld door de voorgenomen ontwikkeling.

5.1

Zorgvuldig ruimtegebruik

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De aard en omvang van de ontwikkeling bepalen het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte wordt afgewogen.

Toetsing De ladder is een instructieregel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Een nieuwe functie voor bestaand vastgoed is in beginsel laddervrij. Voorliggend initiatief voorziet in de ontwikkeling van 14 (tijdelijke) studiowoningen, in eerste instantie bedoeld voor de huisvesting van statushouders. Het gebouw wordt niet vergroot. Het betreft daarmee een functiewijziging die niet van wezenlijke aard en omvang is. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is niet nodig.

5.2

Archeologie, cultuurhistorie en landschap

De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van projecten onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap.

De Erfgoedwet en de Omgevingswet vormen samen het fundament voor de duiding en de bescherming van het cultureel erfgoed. De vuistregel voor de verdeling tussen Erfgoedwet en Omgevingswet is als volgt: de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet; de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet.

Besluit kwaliteit leefomgeving In het Bkl is ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan

24

Herenstraat 108, Rhenen

zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten.

Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is veelal opgenomen op de archeologische beleidskaart en/of de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal vertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst.

Toetsing Het voormalige kantoorpand dat wordt verbouwd tot woonruimte is geen gebouw met monumentale of cultuurhistorische waarde. Er worden in het kader van voorliggend initiatief geen grondwerkzaamheden uitgevoerd. Er is geen sprake van mogelijke aantasting van eventuele aanwezige archeologische waarden.

5.3

Ecologie

De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Uitgezonderd van de toets ten aanzien van stikstof. Het beoordelen van de effecten van een planontwikkeling op beschermde gebieden is geregeld in artikel 11.6 van het Besluit activiteiten leefomgeving. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Na de -nog te bepalen- datum dient stikstof te worden gemonitord als omgevingswaarde.

Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).

Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten,

Herenstraat 108, Rhenen

25

mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd.

Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: •

er soorten aanwezig zijn; en

•

welke soorten dat zijn.

In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is.

Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op circa 215 meter van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Het initiatief betreft een inpandige verbouwing en gebruik voor wonen van een bestaand pand. Het gebruik voor wonen zal naar verwachting niet leiden tot een toename van stikstofdepositie in vergelijking met de kantoorfunctie. Het aantal verkeersbewegingen neemt naar verwachting af (zie paragraaf 5.4). De afstand van het plangebied naar de provinciale weg is verwaarloosbaar klein, omdat het plangebied aan de provinciale weg N225 ligt. Er zijn bij dit plan geen extra parkeerplaatsen voorzien, waardoor er geen extra toename wordt verwacht in het aantal verkeersbewegingen. Daarnaast is de

26

Herenstraat 108, Rhenen

afstand tot openbaar vervoer op loopafstand, het NS station ligt op slechts 150 meter afstand en de dichtstbijzijnde bushalte op 250 meter afstand. Vanwege deze omstandigheden is de kans op stikstoftoename verwaarloosbaar klein, en wordt een stikstofdepositieonderzoek niet nodig geacht. Het is niet aannemelijk dat het plan leidt tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied.

Soortenbescherming Het initiatief betreft alleen een inpandige verbouwing. Dit zal geen negatief effect hebben op beschermde soorten. Nader ecologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Wel dient bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde de algemene zorgplicht in acht te worden genomen. Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moeten krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen plek waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden.

5.4

Verkeer en parkeren

Nieuwe ontwikkelingen kunnen leiden tot een toename van de hoeveelheid verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangegeven wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto's. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. De gemeente Rhenen heeft parkeerbeleid op met daarin parkeernormen waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. De activiteit dient dus aan het gemeentelijk beleid getoetst te worden.

Toetsing De verwachting is dat de verkeersaantrekkende werking als gevolg van voorliggend initiatief niet zal toenemen. Het pand met een bruto vloeroppervlak van 700 m² was voorheen in gebruik als kantoor. In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie berekend van het gebruik als kantoor, als ook van het toekomstige gebruik als woning (huurappartement < 30 m²).

Functie

m² / aantal

Kencijfers (min – max)*

Aantal mvt/etmaal

Kantoor

700 m² bvo

4,3 – 6,1 per 100 m² bvo

30 – 43

Wonen

14

1,2 – 1,7 per woning

17 – 24

*Bron: CROW Kennisbank, Parkeerkencijfers 2024

Om de parkeerbehoefte van het project te bepalen is gebruik gemaakt van de parkeernormen uit de ‘Beleidsnota parkeernomen en parkeerfonds’ van de gemeente Rhenen. In onderstaande tabel is dit aangegeven:

Herenstraat 108, Rhenen

27

Functie

m² / aantal

Parkeernorm (min – max)*

Aantal pp

Kantoor

700 m² bvo

1,2 – 2,0 per 100 m² bvo

9 – 14

Wonen

14

0,2 – 0,6 per woning

3–9

*Bron: Beleidsnota parkeernomen en parkeerfonds’, gemeente Rhenen.

Op eigen terrein is er aan de zijde van de Herenstraat ruimte om 4 auto’s te parkeren. Daarnaast is er voldoende ruimte aan de achterzijde van het perceel. In vergelijking met het gebruik als kantoor neemt de parkeerbehoefte af.

5.5

Kabels en leidingen

Er zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die invloed hebben op de locatie.

5.6

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

Het klimaat verandert en steeds vaker worden we geconfronteerd met de gevolgen, zoals hitte, droogte, extreme neerslag en overstromingen. Klimaatverandering is in een vergaand stadium en de effecten en risico’s voor onze samenleving worden steeds groter. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zodat de opwarming beperkt blijft. Aan de andere kant is het noodzakelijk om ons als samenleving aan te passen en voor te bereiden op de reeds ingezette klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Niet alleen om schade te beperken, maar ook om kansen te benutten.

De nationale opgave voor klimaatadaptatie is beschreven in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie met daarin een prominente rol voor gemeenten. Lokale gevoeligheden voor klimaatverandering moeten in kaart worden gebracht en als integraal onderdeel van beleid daadkrachtig worden aangepakt. Daarbij is het van belang zowel te kijken naar aanpassingen aan de bestaande openbare ruimte als naar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Toetsing Voorliggend initiatief betreft een functiewijziging van een bestaand gebouw. Er vindt alleen een interne verbouwing plaats, verder vinden er geen ruimtelijke ingrepen plaats. Het is derhalve klimaatneutraal. Er hoeft geen BENG- en MPG-toetsing te worden uitgevoerd in het kader van het Besluit bouwwerken leefomgeving (bbl), omdat het een tijdelijk gebruik betreft.

28

Herenstraat 108, Rhenen

Hoofdstuk 6

Conclusie

De Omgevingswet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: 1. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en 2. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat daartoe instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en de veiligheid tot doel hebben. Daarnaast kent het Besluit kwaliteit leefomgeving instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Voorliggend initiatief omvat het realiseren van woonruimte voor de huisvesting van statushouders in een bestaand pand voor een periode van 3 jaar en daarna voor een periode van 7 jaar voor andere woningzoekenden uit de gemeente Rhenen.

Om de nieuwe functie te kunnen vergunnen, moet worden aangetoond dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dit hoofdstuk wordt een conclusie getrokken ten aanzien van de integrale weging van de aspecten die bij een veilige en gezonde fysieke leefomgeving Uit voorgaande hoofstukken blijkt dat ten aanzien van de aspecten geur, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid en bodem geen normen worden overschreden. Het initiatief heeft geen nadelige effecten op natuur, cultuurhistorie of archeologie. Het voornemen leidt niet tot een onevenredige toename van verkeer. De geluidbelasting op het perceel is aan de hoge kant, maar door het nemen van maatregelen kan voldaan worden aan de eisen voor de geluidwering en ook de interne geluidisolatie sterk worden verbeterd ten opzichte het van rechtens verkregen niveau. Gelet op de grote vraag naar woningen, waaronder ook de vraag naar woonruimte voor statushouders, en de mogelijkheid om een bestaand, leegstaand gebouw een nieuwe functie te geven die past in de omgeving, wordt de geluidbelasting op de locatie aanvaardbaar geacht. Er is geen sprake van strijdigheid met de belangen van het Rijk of de provincie Utrecht.

Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat met de ontwikkeling een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit kan worden gewaarborgd en dat daarmee sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Herenstraat 108, Rhenen

29

30

Herenstraat 108, Rhenen

Akoestisch onderzoek

Herenstraat 108, Rhenen

31

32

Herenstraat 108, Rhenen

Herenstraat 108, Rhenen

33

34

Herenstraat 108, Rhenen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16259942/1