Bijlage 4 Consultatiedocument participatie
Tekst van het document
Consultatie - Participatiebeleid voor ruimtelijke procedures en processen onder de Omgevingswet 1. Inleiding Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het verplicht om in het kader van een omgevingsvisie, programma en omgevingsplan participatie toe te passen en daarvoor gemeentelijk beleid op te stellen. In de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling zijn regels over participatie opgenomen bij toepassing van gemeentelijke kerninstrumenten. Bij het instrument omgevingsvergunning wordt participatie een aanvraag vereist en is voor de initiatiefnemer vormvrij en vrijwillig. Een uitzondering hierop is de buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor de raad deze heeft aangewezen als ‘participatie-plichtig’. Dit betekent dat de initiatiefnemer verplicht is om te participeren, maar nog wel zelf mag bepalen hoe de participatie eruit zal zien. De wijze waarop participatie wordt toegepast is wettelijk gezien in alle gevallen vormvrij en kan op veel ambitieniveaus vorm krijgen. Participatie is verplicht voor het opstellen van een Omgevingsvisie, Omgevingsplan en de BOPA’s die zijn aangewezen als participatieplichtig. Het is wenselijk dat gemeenten voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een breder participatiebeleid vaststellen.
Een aanvulling op de verplichtingen voor de ruimtelijke procedures (de kerninstrumenten) wordt in dit stuk ook een voorstel gedaan hoe met participatie om te gaan voor zaken voorafgaand aan de formele wettelijke ruimtelijke procedure. De gemeente Rhenen past in haar (ruimtelijke) procedures al verschillende vormen van participatie toe. De Raad heeft bij de vaststelling van het plan van aanpak Omgevingswet ingestemd met het uitgangspunt dat we beleidsneutraal overgaan. In dit stuk worden een aantal voorstellen gedaan hoe we participatie inrichten voor de verschillende ruimtelijke procedures (kerninstrumenten) binnen de Omgevingswet en ruimtelijke processen voorafgaand aan een wettelijke procedure. Hoofdstuk 2 gaat in op het concept participatiebeleid. Hierin worden een aantal voorstellen gedaan hoe de participatie met de raad en de omgeving georganiseerd wordt. In hoofdstuk 3 worden een aantal vragen ter consultatie voorgelegd. De input uit de consultatieronde wordt meegenomen in het later op te stellen raadsvoorstel hoe we met participatie omgaan binnen de ruimtelijke procedures en processen.
2. Concept participatie beleid Omgevingsvisie In hun omgevingsvisie leggen overheden voor de lange termijn hun ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast. Voorstel: Toepassing van het eerder vastgestelde participatiestatuut bij de totstandkoming van een omgevingsvisie. Ruimtelijke procedure
Bevoegd gezag
Participatie raad
Participatie omgeving
Omgevingsvisie
Raad
Toepassing van participatiestatuut: kaders vaststellen vooraf en vaststelling visie achteraf
Toepassing van participatiestatuut: invulling is vormvrij op een waarderende manier
Tabel 1: participatie omgevingsvisie Programma In programma’s formuleren overheden maatregelen. Die maatregelen moeten leiden tot de gewenste ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving. Het karakter van ieder programma bepaalt welke partijen een rol gaan spelen bij de participatie. Voorstel: Voor nu geen specifiek participatiebeleid toepassen voor programma’s, omdat we vooralsnog geen gebruik maken van het kerninstrument ‘programma’. Omgevingsplan Het omgevingsplan vertaalt de doelen en het beleid uit de gemeentelijke omgevingsvisie en de programma’s naar juridische regels. Denk hierbij aan het toewijzen van functies aan locaties, het toestaan of niet toestaan van bepaalde activiteiten in bepaalde gebieden, algemene regels en meldingsplichten bij activiteiten, vergunningplichten en beoordelingsregels en regels over omgevingswaarden. De gemeente stelt eenmalig een omgevingsplan op voor de gehele gemeente Rhenen. Daarna wordt het omgevingsplan op onderdelen gewijzigd. Deze wijziging kan voor een groot gebied zijn Omgevingsplan welke afwijkt van de visie. In de gevallen waarvan het omgevingsplan afwijkt van de kaders van de visies. Omgevingsplan van rechtswege op 1-1-2022 Alle gemeenten hebben bij inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsplan van rechtswege met daarin onder andere de oude bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de bruidsschat.
Het gaat hier alleen om de formele juridische omzetting. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Uitgangspunt is dat we beleidsneutraal overgaan. Voorstel: Er vindt géén participatie plaats bij juridische omzetting naar een omgevingsplan van rechtswege. Overgangsfase van omgevingsplan van rechtswege naar omgevingsplan nieuwe stijl (vaststelling vindt plaats vóór 2029) In deze overgangsfase (van 2022 tot 2029) wordt het omgevingsplan van rechtswege omgezet naar een omgevingsplan nieuwe stijl. Dit omgevingsplan nieuwe stijl wordt voor 2029 vastgesteld. Alle regels moeten op 1 januari 2029 zijn opgenomen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. In de overgangsfase moeten gemeenten dus alle regels vanuit het tijdelijk omgevingsplan ‘overbrengen’ naar het nieuwe deel. Ook moeten gemeenten de regels uit de gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en waarvan zij dat nodig vinden op dat moment hebben toegevoegd. Het gaat hierbij om een ‘verhuizing’ van de bestaande regels. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Uitgangspunt is dat we beleidsneutraal overgaan. Voorstel: Er vindt géén participatie plaats bij de omzetting van het omgevingsplan van rechtswege naar een omgevingsplan nieuwe stijl.
Wijzigen van een omgevingsplan Het wijzigen van een omgevingsplan betekent dat er een nieuw stukje omgevingsplan wordt opgesteld dat het omgevingsplan voor een bepaald gebied of voor bijvoorbeeld een thema geheel of gedeeltelijk vervangt.
Voorstel: 1. Wel vormvrije participatie bij de wijziging van een omgevingsplan als de ontwikkeling valt onder een categorie waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven adviesrecht te willen hebben voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (zie lijst adviesrecht). 2. Geen toepassing van participatie door raad als de ontwikkeling niet valt onder een categorie waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven adviesrecht te willen hebben voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. In het laatste geval vindt participatie met de omgeving minimaal plaats op de manier zoals dat wordt gedaan voor de participatieplichtige buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (zie hieronder). Belangrijk!: er wordt voor het wijzigen van een omgevingsplan afgeweken van het vastgestelde participatiestatuut. Dit statuut geldt voor alle onderwerpen waarbij besluitvorming uiteindelijk in de raad plaatsvindt. 1 van die onderwerpen is nu het bestemmingsplan en in de toekomst het omgevingsplan. Bij het bestemmingsplan wordt er nu geen toepassing gegeven aan het participatiestatuut. Voorstel is om dat ook zo te doen voor het omgevingsplan. Ruimtelijke procedure (Wijzigen) Omgevingsplan
Bevoegd gezag Raad
Participatie raad
Participatie omgeving
1. Ontwikkeling valt binnen categorie waarvan raad heeft aangegeven adviesrecht te willen hebben voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten: vormvrije participatie vooraf en vaststelling omgevingsplan achteraf 2. ontwikkeling valt niet onder een categorie waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven adviesrecht te willen hebben voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten: geen participatie vooraf, vaststelling omgevingsplan achteraf
1. en 2. participatie met omgeving vindt minimaal plaats op de manier zoals dat wordt gedaan voor ‘participatieplichtige’ buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Tabel 2: participatie bij (wijzigen) omgevingsplan Omgevingsvergunning Onder de Omgevingswet is er geen participatieplicht voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteiten (de activiteiten die binnen het omgevingsplan vallen) en de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten welke de raad niet heeft aangewezen als ‘participatieplichtig’. Op dit moment voert de gemeente geen participatie als bouwaanvragen binnen het bestaande bestemmingsplan passen of waar we gemeentelijk beleid voor hebben opgesteld. Uitgangspunt is dat wij als gemeente beleidsneutraal over gaan. Binnenplanse omgevingsplanactiviteiten én buitenplanse omgevingsplanactiviteiten welke de raad heeft aangewezen als NIET- ‘participatieplichtig’. Voorstel: Er vindt géén participatie van de raad plaats bij: 1. binnenplanse omgevingsplanactiviteiten én 2. buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvan de raad heeft bepaald dat ze niet ‘participatieplichtig’ zijn.
Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die de raad heeft aangewezen als wel participatieplichtig. Twee categorieën: 1. Activiteit is aangewezen als participatieplichtig en raad heeft aangegeven vooraf advies te willen geven. 2. Raad heeft activiteit aangewezen als participatieplichtig maar hoeft zelf niet vooraf betrokken te zijn. Voorstel: 1. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvan de raad heeft gezegd adviesrecht te willen hebben, geldt vormvrije participatie van de raad vooraf. Participatie met de omgeving is verplicht. 2. Wanneer de raad aangeeft niet vooraf betrokken te zijn, dan geldt geen vormvrije participatie van de raad vooraf. Wel is participatie met de omgeving verplicht. Voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvan de raad heeft gezegd dat ze participatieplichtig zijn, moet de raad kiezen wanneer ze vooraf betrokken wil worden. Dit heeft een link met het adviesrecht en eventueel uitgebreide procedure. Voorstel is om de lijst waar de raad advierescht voor wil hebben gelijk te trekken met de lijst met gevallen waar participatie verplicht wordt gesteld. Er vindt participatie plaats op de manier zoals wij die nu ook toepassen bij vergunningaanvragen waarvoor een afwijking van het bestemmingsplan benodigd is. Er wordt gekeken naar de grootte van de ontwikkeling en de mate van gevoeligheid van de locatie.
Grofweg ziet dat er als volgt uit*: Omvang aanvraag Kleine verbouwing/verduurzaming eigen woning (aanbrengen dakkapel, aanbouw woning, zonnepanelen, etc.) Grotere verbouwing eigen woning en/of bouwwerkzaamheden eigen erf (dakopbouw, bouw schuur, etc.) Nieuwe en grotere ontwikkelingen: Bijvoorbeeld bouw van nieuwe woningen
Mate van participatie Initiatiefnemer overhandigt verslag met uitkomst overleg met directe buren. Initiatiefnemer overhandigt verslag met uitkomst overleg directe buren en eventueel andere belanghebbenden welke zicht hebben op de locatie waar de aanvraag betrekking op heeft. Straat en andere omwonenden en eventueel andere directe belanghebbenden (bijv. milieuorganisaties, belangengroepen, etc.). Initiatiefnemer organiseert informatiebijeenkomst. Gemeente woont desgewenst bij.
Tabel 3: mate van participatie met omgeving *belanghebbenden zoals bijvoorbeeld Rijkswaterstaat, waterschap, provincie, omdat zij wettelijk gezien bevoegd gezag zijn in het gebied waar de ontwikkeling plaatsvindt of waar zij een belang kunnen hebben, worden geconsulteerd. Samenvattend: Ruimtelijke procedure Omgevingsvergunning Binnenplanse omgevingsplanactiviteiten Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 1. Buitenplanse omgevingsplan activiteiten
Bevoegd gezag
Participatie raad
Participatie omgeving
college
Geen participatie raad
Informeren plannen door initiatiefnemer
college
Geen participatie raad
Participatie met omwonenden vindt
zonder adviesrecht raad en participatieplicht voor omgeving 2. Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zonder adviesrecht raad maar wel aangewezen als participatieplichtig 3. Buitenplanse omgevingplanactiviteiten mét adviesrecht raad én participatieplichtig
minimaal plaats zoals weergegeven in tabel 3 College Geen participatie raad Participatie met omwonenden vindt minimaal plaats zoals weergegeven in tabel 3 College Vormvrije participatie Participatie met raad vooraf omwonenden vindt minimaal plaats zoals weergegeven in tabel 3 Tabel 4: participatie bij binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Processen vooraf aan formele ruimtelijke procedures: Principeverzoeken en opgestelde (stedenbouwkundige) gebiedsvisies Principeverzoek Het instrument principeverzoek zal ook onder de Omgevingswet blijven bestaan. Met een principeverzoek wordt onderzocht in hoeverre het wenselijk is om mee te werken aan een ontwikkeling welke niet binnen het bestemmingsplan, en zo meteen, binnen het omgevingsplan past. In de praktijk voeren we nu geen participatie bij het principeverzoek. Dit is een voorwaarde die wordt meegegeven in de vervolgfase: de omgevingsvergunning of de wijziging van het omgevingsplan. Voorstel: Er vindt géén participatie plaats bij de procedure van het principeverzoek. (stedenbouwkundige) visies door externe initiatiefnemers In het kader van een principeverzoek wordt er soms een visie (of stedenbouwkundige uitgangspunten) voor het gebied opgesteld. Bij het opstellen van een visie of de behandeling van een principeverzoek kunnen zaken naar voren komen die om participatie vragen. Denk bijvoorbeeld aan een stedenbouwkundige visie welke het mogelijk maakt om in een nu ‘leeg’ gebied woningbouw toe te staan. Voorstel: 1. Als een ontwikkeling valt onder een categorie waarvoor de raad heeft aangegeven adviesrecht te willen hebben zal er vooraf vormvrije participatie door de raad plaatsvinden.
Daarna zal participatie plaatsvinden met de omgeving (minimaal zoals weergegeven in tabel 3). 2. Als een ontwikkeling niet valt onder een categorie waarvan de raad heeft aangegeven adviesrecht te willen hebben zal er vooraf geen participatie door de raad plaatsvinden. Er zal wel participatie plaatsvinden met de omgeving (minimaal zoals weergegeven in tabel 3).
3. Consultatievragen Er worden in hoofdstuk 2 voorstellen gedaan om het participatiebeleid vorm te geven. Graag leggen wij de volgende vragen ter consulatie voor aan de raad: 1. Hoe kijkt de raad tegen de verschillende voorstellen aan hoe om te gaan met participatie (raad en omgeving) bij de verschillende ruimtelijke procedures (kerninstrumenten)? 2. Hoe kijkt de raad tegen de verschillende voorstellen die vooraf gaan aan de formele procedures?
3. Hoe denkt de raad over het beleidsneutraal overgaan voor participatie bij het omgevingsplan? Het vaststellen is een raadsbevoegdheid en zou dus gebonden zijn aan het participatiestatuut, echter in de praktijk wordt het participatiestatuut nu niet toegepast bij het vaststellen van het bestemmingsplan. 4. Hoe kijkt de raad naar de koppeling tussen de lijst ‘participatieplichtig’ en het bindend adviesrecht?