Bijlage 4 - Bestemmingsplan Woonzorgcomplex Bantuinweg 2 te Rhenen ¿ Bijlagen
Tekst van het document
Woonzorgcomplex Bantuinweg 2 te Rhenen
bestemmingsplan Woonzorgcomplex Bantuinweg 2 te Rhenen
Inhoudsopgave
Bijlagen
3
Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing incl. onderzoeken behorende bij omgevingsvergunning 16-10-2017
4
Bijlage 2
Plattegrond woonzorgcomplex Bantuinweg
383
Bijlage 3
Archeologisch bureau onderzoek
385
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Woonzorgcomplex Bantuinweg 2 te Rhenen
Bijlagen
Bijlagen (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Woonzorgcomplex Bantuinweg 2 te Rhenen
Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing incl. onderzoeken behorende bij omgevingsvergunning 16-10-2017
4
Bijlagen (vastgesteld)
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
15 februari 2017
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Verantwoording Titel
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Opdrachtgever
Zideris Paul Lammers Paulien Bloemenkamp 1239654 42 (exclusief bijlagen) 15 februari 2017
Projectleider Auteur(s) Projectnummer Aantal pagina's Datum Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon Tauw bv BU Water & Ruimtelijke Kwaliteit Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon +31 57 06 99 91 1
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem worden gebruikt voor het doel waarvoor het is vervaardigd met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Tauw. Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij Tauw hoge prioriteit. Tauw hanteert daartoe een managementsysteem dat is gecertificeerd dan wel geaccrediteerd volgens: -
NEN-EN-ISO 9001
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
5\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
6\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Inhoud Verantwoording en colofon .......................................................................................................... 5 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding .......................................................................................................................... 9 Aanleiding en doel ........................................................................................................... 9 Ligging plangebied .......................................................................................................... 9 Geldende bestemmingsplannen .................................................................................... 11 Leeswijzer ..................................................................................................................... 12
2 2.1 2.2
Beschrijving van het plangebied ............................................................................... 13 Ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling ....................................................................... 13 Ruimtelijke en functionele context ................................................................................. 14
3
Beschrijving initiatief .................................................................................................. 15
3.1 3.2
Projectomschrijving ....................................................................................................... 15 Stedenbouwkundige opzet en landschappelijke inpassing ........................................... 15
4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3
Beleidskaders .............................................................................................................. 17 Rijk ................................................................................................................................ 17 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ......................................................................... 17 Barro / AMvB Ruimte (2012) ......................................................................................... 17 De Ladder voor duurzame verstedelijking ..................................................................... 18
4.2 4.3 4.4 4.4.1
Provincie ........................................................................................................................ 19 Waterschap ................................................................................................................... 20 Gemeente ...................................................................................................................... 20 Stedenbouwkundige Structuurvisie Rhenen ................................................................. 20
4.4.2 4.4.3 4.4.4
Woonvisie ...................................................................................................................... 21 Welstandsnota Rhenen 2013 ........................................................................................ 22 Welstandsadvies ........................................................................................................... 23
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Omgevingsaspecten ................................................................................................... 24 Algemeen ...................................................................................................................... 24 Bodem ........................................................................................................................... 24 Akoestiek ....................................................................................................................... 24 Luchtkwaliteit ................................................................................................................. 26 Externe veiligheid .......................................................................................................... 28 Archeologie ................................................................................................................... 30
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
7\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
5.7 5.8 5.9
Milieuzonering ............................................................................................................... 32 Water ............................................................................................................................. 35 Flora en Fauna .............................................................................................................. 36
5.10
Verkeer en parkeren ...................................................................................................... 39
6
Economische uitvoerbaarheid ................................................................................... 41
7
Conclusie ..................................................................................................................... 42
Bijlage(n) Bijlagen bij de toelichting
8\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel
Op de locatie Bantuinweg 2 in Rhenen staat een pand dat momenteel in gebruik is als bibliotheek. Initiatiefnemer is voornemens het pand te slopen en een complex met 32 zorgwoningen en 16 parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. De ontwikkeling ter plaatse past niet binnen het geldende bestemmingsplan. De maximale toegestane bouwhoogte voor het complex betreft 10 meter, het complex wordt op delen 12 meter hoog. Ook zal het complex een groter bouwoppervlakte krijgen dan op dit moment is toegestaan in het bestemmingsplan. Het college van burgemeester en Wethouders wil in principe meewerken aan de sloop van de bibliotheek, de bouw van een complex met 32 zorgwoningen en 16 parkeerplaatsen op eigen terrein. Op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het bijbehorende Besluit omgevingsrecht (Bor) kan dit door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 van de Wabo, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Op grond van artikel 4, lid 1 van bijlage ll van het Bor is het mogelijk om af te wijken van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk. Onder bijbehorend moet volgens de begripsbepalingen van artikel 1 ook worden verstaan een hoofdgebouw. Lid 9 van artikel 4 van bijlage ll van het Bor maakt het mogelijk om af te wijken van het bestemmingsplan ten behoeve van een andere functie.
De functieverandering mag gepaard gaan met bouwactiviteiten.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied betreft de voormalige bibliotheek aan de Bantuinweg 2 in Rhenen. Zie figuur 1.1 voor de ligging in groter en kleiner verband.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
9\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Figuur 1.1 Ligging van het projectgebied
10\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
De locatie grenst aan de Bantuinweg, de Dokter Wallerstraat en de Nieuwe Veenendaalseweg. De omgeving bestaat uit een gemengd gebied met woningen, maatschappelijke functies, detailhandel, horeca en enkele bedrijven.
1.3
Geldende bestemmingsplannen
De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan Rhenen Stad 2012, vastgesteld door de raad op 28 mei 2013 en onherroepelijk in werking sinds 28 januari 2014. Zie figuur 1.2 voor een uitsnede van de verbeelding ter plaatse.
Figuur 1.2 Uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan (rode contour; indicatieve ligging plangebied)
Het pand heeft de bestemming ‘Maatschappelijk’ en is voorzien van een bouwvlak. Tevens is de locatie voorzien van een dubbelbestemming ‘Archeologie 3’. Het volledige bouwvlak mag bebouwd worden, met een maximale goothoogte van 10 meter en een nokhoogte van 10 meter. Op basis van de bestemmingsregels ‘Maatschappelijk’ is een zorgcomplex toegestaan, alsmede daarbij behorende parkeer- en andere voorzieningen.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
11\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
1.4
Leeswijzer
In tabel 1.1 is een leeswijzer voor onderliggende ruimtelijke onderbouwing opgenomen.
Tabel 1.1 Leeswijzer Hoofdstuk
Inhoud
1. Inleiding
Kort wordt ingegaan op de aanleiding en de reden van afwijken van het bestemmingsplan
2. Beschrijving van het plangebied
Hier wordt de huidige stand van zaken van het plangebied aan de hand van de ontstaansgeschiedenis, de ontwikkeling van het gebied en de ruimtelijke en functionele context
3. Beschrijving initiatief 4. Beleidskaders
In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling beschreven Aangegeven wordt binnen welke beleidskaders van het rijk, provincie, waterschap en de gemeente het bestemmingsplan is opgesteld
5. Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de milieuaspecten getoetst die van belang zijn voor de ontwikkeling.
6. Economische uitvoerbaarheid
Toegelicht wordt of de uitvoering van het bestemmingsplan financieel haalbaar is
7. Conclusie
In dit hoofdstuk wordt de finale conclusie getrokken ten aanzien van de haalbaarheid van het voornemen
12\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
2 Beschrijving van het plangebied 2.1
Ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling
Figuur 2.1 Bestaande situatie plangebied
Momenteel is op de locatie een (voormalige) bibliotheek aanwezig. In de vijftiger jaren kwam het woongebied rondom de Dr. Wallerstraat, de Bantuinweg en de Willem van Nasstraat tot stand. De opzet van het gebied is vrij ruim, wat nog versterkt wordt door de hoogteverschillen in het terrein. In dit gedeelte zijn tevens maatschappelijke voorzieningen als scholen, het gemeentehuis en sportcentrum gevestigd. Het gebied kenmerkt zich door kleine groenelementen welke zijn gevormd door taluds en steilranden. De Nieuwe Veenendaalseweg vormt een belangrijke route binnen Rhenen. Het totale ruimtelijke beeld vormt geen eenheid. Enerzijds is sprake van een lijnrechte en symmetrische opzet (zoals aan de Dr. Wallerstraat) anderzijds is er sprak van een organisch patroon (bijvoorbeeld aan de Platanenlaan). Veelal volgt de bebouwing een strakke rooilijn, evenwijdig aan de straat. De plaatsing op de kavels is in de omgeving van het plangebied verschillend. Vooral naoorlogse woningen zijn dieper op de kavels geplaatst. Door de relatief ruime opzet en de kleinschaligheid van de woningen is de indeling in percelen smal. Het aantal bouwlagen in de buurt varieert van één tot maximaal zes. Vooroorlogse woningen hebben meestal één bouwlaag met kap. Naoorlogse eengezinswoningen zijn veelal voorzien van twee bouwlagen.
Massa’s bestaan hoofdzakelijk uit enkelvoudige en recht vormen, vooral de naoorlogse woningen. Moderne bebouwing en vooroorlogse bebouwing vertonen een gevarieerd beeld hierin.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
13\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Figuur 2.2 Straatbeeld omgeving plangebied
2.2
Ruimtelijke en functionele context
De locatie grenst aan de Bantuinweg, de Dokter Wallerstraat en de Nieuwe Veenendaalseweg. De Veenendaalseweg maakt onderdeel uit van de ruimtelijke en beeldbepalende hoofdstructuur van Rhenen en is een historisch bebouwingslint. Het lintkarakter is in de begeleidende bebouwing deels nog zichtbaar. Naast de nodige variatie in ouderdom, type, plaatsing en architectuur is er ook verschil in massa en hoogte. De toevoegingen van gebouwen van grotere massa en hoogte zijn vooral van de laatste jaren. De betreffende kavel, met leegstaande bibliotheek, grenst aan de noordzijde aan een recente, grotere ontwikkeling in het lint: het verzorgingstehuis de Tollekamp. Ten zuiden en aan de overzijde van de locatie bevindt zich de kleinschaligere en historische lintbebouwing van één tot twee bouwlagen met kap. Uitzondering daarop is het apotheekgebouw direct ten zuiden van de bibliotheek, uitgevoerd in één bouwlaag met nagenoeg platte afdekking. Over het geheel gezien heeft de bebouwing langs de Nieuwe Veenendaalseweg een zeer gevarieerde uitstraling en huisvest diverse functies. Hierdoor is een enigszins rommelig beeld ontstaan, mede omdat sommige functies ruimtegebrek hebben, sommige gebouwen leeg staan of een sterk afwijkende vormgeving hebben.
14\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
3 Beschrijving initiatief 3.1
Projectomschrijving
Het gebouw op de locatie Bantuinweg 2 is momenteel niet in gebruik. Voorheen was er bibliotheek gevestigd. Er is gezocht naar een nieuwe functie voor het gebouw, deze is niet gevonden. Het voortzetten van de maatschappelijke functie sluit aan bij de omliggende functies. Initiatiefnemer is voornemens om 32 zorgwoningen te realiseren in een nieuw te bouwen complex op de locatie van de voormalige bibliotheek. De zorgwoningen zullen huisvesting bieden aan mensen met een verstandelijke beperking. Daarnaast worden 16 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. In figuur 3.1 worden gevelaanzichten van de nieuwe situatie weergegeven.
Figuur 3.1 Gevelaanzichten complex 32 zorgwoningen
Het is van belang een evenwichtige verdeling te behouden tussen de relatief lagere (lint) bebouwing en de locaties met meer zelfstandige, relatief grootschalige en hoge bebouwing. Het doorzetten van de hoogtes en bebouwingswanden zoals toegepast bij het gemeentehuis en naastgelegen verzorgingshuis de Tollekamp is daarom niet aan de orde. Hierdoor zou een doorgaande hoge wand ontstaan, waarbij dit ook nog eens versterkt wordt door het oplopen van de Nieuwe Veenendaalseweg.
3.2
Stedenbouwkundige opzet en landschappelijke inpassing
Kijkend naar de ruimtelijke opzet van het plan, is voor een groot deel gebruik gemaakt van de opzet en footprint van de bestaand bibliotheek. De opdeling van het volume in verschillende delen (afzonderlijke ‘huizen’ met kappen) komt in de nieuwbouw terug. De nieuwe foodprint is alleen richting de Bantuinweg iets groter. Hierdoor ontstaat een betere aansluiting op de aangrenzende beneden-boven woningen en maakt het gebouw meer contact met de binnenstad. Gezien de hoogteverschillen in het terrein (sterk oplopend richting de Tollekamp) is het ook logisch het gebouw meer naar de binnenstad te richten.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
15\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
De gebouwhoogte, maximaal drie bouwlagen met kap, sluit goed aan bij de bestaande bebouwing. De vorm is echter anders en gevarieerder. Samen met het beoogde materiaalgebruik maakt dit het gebouw minder sober en onopvallender dan het bestaande gebouw. Dit past binnen de lintbebouwing aan de Nieuwe Veenendaalseweg waar veel bebouwing een individuele uitstraling heeft. In figuur 3.2 wordt de indeling van de begane grond weergegeven inclusief de buitenruimte en parkeergelegenheid. Getracht wordt zoveel mogelijk groen en bomen te behouden op het terrein.
Figuur 3.2 Nieuwbouwplan
16\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
4 Beleidskaders 4.1
Rijk
4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De ruimtelijke kaders van het Rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. Deze visie heeft als centrale doel: ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’. Van de in de SVIR gedefinieerde 13 nationale belangen zijn te noemen het versterken van de mainportfunctie en het verbeteren van de Rijksinfrastructuur, het behoud van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en ruimte voor een Nationaal Netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora en fauna. Voor dit bestemmingsplan zijn met name de volgende nationale belangen van belang: Efficiënt gebruik van de ondergrond. In de ondergrond moet rekening gehouden worden met archeologie, ondergrondse infrastructuur (kabels & leidingen) en de bescherming van de grondwaterkwaliteit en -kwantiteit Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem en water) en bescherming tegen geluidoverlast en externe veiligheidsrisico’s Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van floraen faunasoorten.
De natuur binnen de EHS blijft goed beschermd met een ‘nee, tenzij’regiem Wat betreft Rhenen en omgeving is de ambitie van het Rijk, zoals weergegeven in de Kaart Ambitie 2040, een veilige en gezonde woon- en werkomgeving, voldoende zoet water in droge perioden, behoud van biodiversiteit en energietransitie. De realisering van het gewenste complex met daarin 32 zorgwoningen draagt bij aan een gezonde woon- en werkomgeving, andere uitgangspunten van de nationale belangen worden niet verstoord. De toetsing op de omgevingsaspecten vindt in hoofdstuk 5 plaats. 4.1.2 Barro / AMvB Ruimte (2012) In samenhang met de SVIR is het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro / AMvB Ruimte) opgesteld, waarin de nationale belangen uit de SVIR zijn opgenomen die juridische borging vragen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen moeten gemeenten zich houden aan in de AMvB Ruimte of verordening gestelde regels. De regels uit de AMvB Ruimte hebben onder meer betrekking op hoofdwegen en hoofdspoorwegen, defensie, Rijksvaarwegen, kustverdediging, de elektriciteitsvoorziening en de Ecologische Hoofdstructuur. De AMvB Ruimte voorziet niet in onderwerpen die op het plangebied van toepassing zijn.
De bepalingen in de AMvB Ruimte hebben daarom geen directe consequenties voor onderhavige ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
17\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
4.1.3
De Ladder voor duurzame verstedelijking
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening is vastgelegd dat bij plannen die een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maken, de toelichting moet aantonen dat voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Deze ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd om de ruimte in stedelijke gebieden optimaal te benutten. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. In een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de ladder aan de hand van drie stappen de locatiekeuze te motiveren. In de eerste stap (trede 1) moet aangetoond worden dat er een regionale behoefte bestaat voor de voorgenomen ontwikkeling. In de tweede trede wordt geïnventariseerd of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied plaats kan vinden. Pas als dit niet mogelijk is, omdat er geen financieel haalbare locaties in bestaand stedelijk gebied zijn met voldoende ruimte, kan in de derde trede de ruimtevraag buiten bestaand stedelijk gebied opgevangen worden, mits de locatie multimodaal ontsloten wordt.
Trede 1 Regionale behoefte In 2016 is door de regio FoodValley een onderzoek uitgevoerd voor de regio WageningenRhenen-Veenendaal-Barneveld-Ede om de kwalitatieve en kwantitatieve match tussen de planvoorraad en de vraag binnen de regio en per gemeente in kaart te brengen middels de Monitor Wonen Zorg - Rhenen 2016. Dit leverde voor de gemeente Rhenen het beeld op dat tot 2021 de vraag toeneemt naar zorgwoningen voor mensen met een verstandelijke beperking, mede door de veranderende vraag en trend op gebied van huisvesting voor deze specifieke doelgroep. De voorgestelde ontwikkeling van een complex met 32 zorgwoningen voldoet aan de regionale vraag naar ruimte, waardoor voldaan wordt aan trede 1. Trede 2 Oplossing in bestaand stedelijk gebied De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats ter vervanging van de voormalige bibliotheek. De ontwikkeling past binnen de ambities van de gemeente Rhenen. De situatie en de dynamiek in het gebied zelf is tevens aanleiding tot verandering in ruimtegebruik. Er is sprake van een goede bereikbaarheid, toekomstbestendigheid en belevingswaarde van terrein en omgeving. Op basis van dit beleid wordt voldaan aab trede 2. Hiermee is voldoende motivering voor duurzame verstedelijking gegeven en is onderzoek voor trede 3 niet nodig.
18\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
4.2
Provincie
Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Provinciale Ruimtelijke Verordening De Provinciale Staten hebben op 4 februari 2013 de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (2013-2028) en de Provinciale Ruimtelijke Verordening 2013 vastgesteld. Binnen dit ruimtelijke beleid kunnen gemeente onder andere woningen bouwen, natuur aanleggen, bedrijven huisvesten of recreatievoorzieningen ontwikkelen. Het nieuwe ruimtelijke beleid van de provincie heeft als uitgangspunt: lokaal wat kan, regionaal wat moet. Gemeenten krijgen hierdoor meer ruimte om binnen de gestelde kaders zelf beslissingen te nemen. Ruimtelijke kwaliteit staat voorop. De provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) is gebaseerd op artikel 4.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Op basis van dit artikel kunnen, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, Provinciale Staten regels stellen omtrent de inhoud, toelichting of onderbouwing van ruimtelijke plannen. Hieronder vallen onder andere de bestemmingsplannen, besluiten. Doel van de verordening is om een aantal provinciale belangen te laten doorwerken naar het gemeentelijk niveau. De regels van de verordening richten zich primair tot gemeenteraden, verantwoordelijk voor het vaststellen van bestemmingsplannen. De verordening bevat géén zogenaamde burgerbindende bepalingen.
De normen uit de artikelen moeten eerst “vertaald” worden in een gemeentelijk planologisch besluit. Pas dan worden burgers daardoor gebonden. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan de regels van Provincie. In de Structuurvisie zijn onder andere de volgende provinciale belangen vastgesteld: 1. Ontwikkelen van een robuust en duurzaam bodem- en watersysteem en een waterveilige provincie 2. Behoud van de strategische grondwatervoorraden 3. Ruimte voor duurzame energiebronnen 4. Anticiperen op de lange termijn gevolgen van klimaatverandering 5. Behouden en versterken van de kwaliteit van de cultuurhistorische hoofdstructuur en de aardkundige waarden 6. Realiseren van voldoende en op de behoefte aansluitend woningaanbod, met een accent op binnenstedelijke ontwikkeling 7. Optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte 8. Een goede bereikbaarheid voor woon-, werk- en vrijetijd verkeer Voorliggend plan ligt in het binnenstedelijke gebied, zoals geformuleerd in de Structuurvisie. De ambitie is hier gericht op stedelijke vernieuwing en kwaliteitsvergroting van bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling op de locatie Bantuinweg 2 voldoet aan de provinciale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
19\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
4.3
Waterschap
Waterbeheerplan 2016-2021 In het Waterbeheerplan 2016-2021 zijn door het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden opgestelde uitgangspunten voor water-, waterkeringen- en waterwegbeheer vastgelegd. In het waterbeheerplan beschrijft het Hoogheemraadschap hoe zij in de periode tot 2021 zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, voor een goed functionerend regionaal watersysteem en voor het zuiveren van afvalwater. In het plan zijn tevens de benodigde maatregelen beschreven. Onderdeel van het plan is het omgaan met klimaatverandering. Onder meer door de zoetwatervoorziening in Midden Nederland onder de loep te nemen en door adaptatie en mitigatie wil het waterschap beter inspelen op extreme weersituaties die het gevolg zijn van klimaatverandering. Het Hoogheemraadschap heeft de ambitie om in 2050 de bebouwde omgeving, inclusief vitale en kwetsbare objecten, voorzieningen en infrastructuur zo goed mogelijk klimaatbestendig in te richten. Maatregelen om het risico op overstroming te beperken blijven daarbij de belangrijkste basis vormen. Daarnaast zijn er strategieën om de gevolgen bij een overstroming te beperken en wordt er meer aandacht besteed aan crisisbeheersing en -bestrijding, bijvoorbeeld meerlaagse veiligheid. Om dit te bereiken werkt het waterschap bij ruimtelijke ontwikkelingen samen met gemeenten in de vorm van de Watertoets.
Met de watertoets worden waterbelangen ingebracht in de planvorming. Ook voor onderhavige ontwikkeling is de watertoets doorlopen (zie paragraaf 5.8). Ten aanzien van het plangebied gelden geen aanvullende bepalingen vanuit het waterbeheerplan.
4.4
Gemeente
4.4.1 Stedenbouwkundige Structuurvisie Rhenen De gemeente Rhenen heeft in 2008 een stedenbouwkundige structuurvisie opgesteld, die perspectief biedt voor de woningbouw op de langere termijn. Het is een ontwikkelingsvisie die richting geeft aan de gewenste bouwinitiatieven passend bij de schaal en het karakter van de 3 kernen Elst, Achterberg en Rhenen. Onderhavig plangebied is op de visiekaart van Rhenen aangeduid als 'locatie wonen en voorzieningen' (zie figuur 4.1), zie het gebied waarbij staat ‘Boven de Binnenstad’. In de visie is het gebied ten noorden van de binnenstad aangewezen als een gebied dat door renovatie, gedeeltelijk sloop, nieuwbouw, verdichting en herschikking moet veranderen tot een gebied met een nieuwe stedenbouwkundige uitstraling met een gedifferentieerd woningbouwprogramma, waarbij groen een belangrijke randvoorwaarde is.
20\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Figuur 4.1 Uitsnede Visiekaart Gemeente Rhenen aanduiding ‘locatie wonen en voorzieningen’
De ontwikkeling past in het voornemen van sloop en nieuwbouw en de bijdrage aan een nieuwe stedenbouwkundige uitstraling. Het plan past dan ook binnen de structuurvisie. 4.4.2 Woonvisie De gemeente Rhenen heeft in oktober 2013 een geactualiseerde woonvisie vastgesteld. Deze visie gaat in op de nieuwe rol van de gemeente op de woningmarkt, waarbij de nadruk meer komt te liggen op de zelfredzaamheid van de maatschappij. In de visie worden verschillende doelgroepen (starters, gezinnen, senioren en diverse inkomensgroepen) en specifieke thema’s (zorg en welzijn, de bestaande sociale huurvoorraad, duurzaamheid en nieuwbouwproductie) onderscheiden en worden de acties beschreven, die de gemeente hiervoor gaat ontplooien.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
21\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
De belangrijkste conclusie is dat de bestaande overcapaciteit aan woningbouwplannen voor de gemeente geen aanleiding is om regie te voeren om overaanbod tegen te gaan. De gemeente zal de komende tijd met name een stimulerende rol op de woningmarkt op zich nemen. De nieuwbouwproductie is vooral een taak van de marktpartijen. Het aantal mogelijke toevoegingen per jaar wordt geschat op 40 tot 45 woningen per jaar, exclusief de vervangende nieuwbouw in de herstructurering door de Rhenense Woningstichting. De gemeente gaat zich niet inzetten voor Faseren en Doseren van bouwplannen. Wel gaat de gemeente procedures waar mogelijk versnellen en kaders en eisen (behoudens het bovengenoemde voor seniorenhuisvesting) verminderen. Daarnaast informeert de gemeente de ontwikkelaars over de bevindingen op de woningmarkt en het totale bouwprogramma.
Nieuwe verzoeken voor projecten worden in behandeling genomen na een toets op basis van transparante criteria: Het plan is planologisch aanvaardbaar Het plan moet de identiteit en kwaliteiten van een kern versterken, met bijzondere aandacht voor niches en particulier opdrachtgeverschap Plannen in en rond de binnenstad van Rhenen zijn voorzien van een woning-plattegrond die voldoet aan de eisen van Woonkeur Alle woningen zijn bij voorkeur aanpasbaar De gemeentelijke kosten ten behoeve van het plan zijn gedekt Uit deze toetsing volgt een advies van de gemeente aan de indiener voor de ontwikkeling van het plan. Afhankelijk van de reactie op het advies, wordt beoordeeld in welke mate de gemeente medewerking verleent aan het plan. Het plan voldoet aan bovenstaande criteria. De conclusie is dan ook dat het plan past binnen de doelstellingen van de woonvisie. 4.4.3
Welstandsnota Rhenen 2013
De gemeenteraad van de gemeente Rhenen heeft op 23 april 2013 de Welstandsnota Rhenen 2013 vastgesteld. De locatie valt onder ‘alle bebouwing grenzend aan de Nieuwe Veenendaalseweg’: Niveau 1 Intensieve Toetsing. Gebiedsnummer 6 Omgeving Binnenstad. De welstandcriteria waar de geplande ontwikkeling aan getoetst dient te worden wordt hieronder beschreven. De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering, kleuren materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen.
22\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Bijgebouwen zijn in plaatsing ondergeschikt ten opzichte van het hoofdgebouw, dit geldt ook voor aan- en uitbouwen. De massaopbouw is per rij/cluster in onderlinge samenhang. De gevelopbouw dient in samenhang en evenwichtig te worden uitgevoerd. De detaillering, kleur- en materiaalgebruik zijn passend bij de omgeving. Voor bebouwing gelegen aan de Nieuwe Veenendaalseweg gelden aanvullende criteria. De hoofdgevel of representatieve zijde is op de belangrijkste openbare ruimte gericht. Hiermee wordt de straat of een openbare groene ruimte bedoeld. Het plan voldoet aan de hiervoor genoemde welstandscriteria. 4.4.4 Welstandsadvies Op 2 februari 2016 is door de gemeente Rhenen een positief welstandsadvies uitgebracht. Ten opzichte van de functie, het volume, de overschrijding van het bestemmingsplan en de gekozen architectuur heeft de gemeente positief gereageerd. Ten aanzien van het ontwerp adviseert de gemeente enkele wijzigingen toe te passen. Het Welstandsadvies is opgenomen in Bijlage K.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
23\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
5 Omgevingsaspecten 5.1
Algemeen
In dit hoofdstuk is de haalbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling in ogenschouw genomen. Dit hoofdstuk geeft de randvoorwaarden van de milieukundige aspecten en overige aspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij het bouwen en bij de inrichting en het beheer van het plangebied. Deze aspecten kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van bepaalde locaties.
5.2
Bodem
Wettelijk kader In het kader van de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan moet op basis van artikel 3.1.6. Besluit ruimtelijke ordening worden onderzocht of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. In de Wet bodembescherming is bepaald dat als de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen moeten bij voorkeur op schone grond worden gerealiseerd. Plangebied Tauw heeft een onderzoek bodem uitgevoerd volgens de Nederlandse norm NEN 5740 om te bepalen of de locatie verdacht is voor bodemverontreiniging (zie bijlage A). Door middel van dit bodemonderzoek is de milieu hygiënische kwaliteit van de grond op de locatie vastgelegd. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat de locatie nagenoeg vrij is van verontreinigingen, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan PAK in de bovengrond en een licht verhoogd gehalte aan PCB in de ondergrond. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar wat betreft het onderdeel bodem.
5.3
Akoestiek
Wettelijk kader In de Wet geluidhinder zijn geluidhindernormen voor toelaatbare equivalente geluidniveaus opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in buitennormen (geluidbelasting op de gevel) en binnennormen (binnenwaarde). De geluidhindernormen gelden voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de geluidzone van een (spoor)weg of gezoneerd industrieterrein. Een geluidzone is een aandachtsgebied aan weerszijden van een (spoor)weg en rondom een industrieterrein waarbinnen de geluidhindernormen van de Wet geluidhinder van toepassing zijn.
24\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Plangebied Dit bestemmingsplan biedt ruimte voor een geluidsgevoelige functie, te weten een complex met 32 zorgwoningen. Er is daarom een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage B). Voor de beschouwing van de geluidsbelasting ten behoeve van de beoordeling van een goed woon- en leefklimaat is aansluiting gezocht bij de grenswaarden die zijn opgenomen in de Wet geluidhinder. Aan deze grenswaarden wordt niet getoetst, maar een vergelijking met deze waarden geeft wel een indicatie van de mogelijke hinderbeleving als gevolg van het wegverkeerslawaai. De gecumuleerde geluidsbelasting van de omliggende wegen bedraagt 50 tot 63 dB op de gevels van het nieuwe pand. In vergelijking tot de maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor stedelijk gebied, is de geluidsbelasting gelijk of lager. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, kan binnen de systematiek van de Wet geluidhinder een hogere waarde (ontheffing op de geluidbelasting) worden verleend door de gemeente. De gemeente Rhenen heeft geen beleidsregel ten aanzien van geluid. In de nabijheid van het nieuwe pand zijn bestaande woningen gelegen die op gelijkwaardige afstand van de omliggende wegen liggen. De geluidsbelasting op deze woningen zal gelijkwaardig zijn aan de geluidsbelasting op het pand aan de Bantuinweg.
Op basis van bovenstaande wordt dan ook geconcludeerd dat ter plaatse van het nieuwe pand aan de Bantuinweg het woon- en leefklimaat gelijkwaardig is aan de bestaande woningen in de directe omgeving. De geluidsluwe gevel aan de achterzijde draagt hier positief aan bij. Op basis van het akoestisch onderzoek moeten hogere grenswaarden aangevraagd worden. Ten behoeve van de hogere grenswaarde procedure dienen voor deze overschrijdingen de mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen te worden beschouwd. De maatregelen aan de bron in de vorm van het verlagen van de maximale rijsnelheid of het toepassen van ‘stil wegdek’ kunnen er in dit geval niet voor zorgen de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde teniet wordt gedaan. Daarnaast stuiten de maatregelen op bezwaren van verkeerskundige en financiële aard. Overdrachtsmaatregelen bestaan in de praktijk meestal uit geluidsschermen. Gezien de stedelijke omgeving zijn schermen vanuit stedenbouwkundig en verkeerskundig oogpunt niet wenselijk op deze locatie. Op basis van deze bezwaren is deze maatregel niet verder uitgewerkt en beschouwd. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag dient vervolgens nog wel onderzocht te worden welke maatregelen er aan de ontvangen (de gevel) getroffen moeten worden om te kunnen voldoen aan de binnenwaarden (33 dB). Hiervoor is een gevelweringsonderzoek uitgevoerd.
Op basis van dit onderzoek is vastgesteld dat de binnenwaarde van niet alle appartementen met de standaard aangegeven voorzieningen kan worden gewaarborgd. Er zullen voor een aantal appartementen extra voorzieningen getroffen moeten worden. Hierbij gaat het om een hogere geluidisolatie voor bijvoorbeeld het glas of de ventilatievoorziening.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
25\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar wat betreft het onderdeel geluid. Daarbij moet rekening gehouden wordt met hetgeen gesteld is in deze paragraaf (aanvraag hogere waarde, geluidsluwe achtergevel en het uitvoeren van een gevelweringsonderzoek).
5.4
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Bestuursorganen nemen bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen voor de luchtkwaliteit kunnen hebben, de regelgeving omtrent luchtkwaliteit in acht. Vanaf 15 november 2007 is de ‘Wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen)’ van kracht, in dit stuk verder de ‘wet luchtkwaliteit’ genoemd. Uit de wet luchtkwaliteit volgt dat een voorgenomen ontwikkeling vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit inpasbaar is, indien in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. Er worden geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschreden 2. Er treedt geen verslechtering van de luchtkwaliteit op, of er vindt per saldo een verbetering van de luchtkwaliteit plaats door compenserende maatregelen 3. De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging 4. De voorgenomen ontwikkeling is onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) De ontwikkeling is niet opgenomen in het NSL, waardoor alleen de eerste drie voorwaarden gronden zijn waarop een bestuursorgaan kan besluiten dat de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. Plangebied Om te bepalen wat het effect is van dit initiatief op de luchtkwaliteit is door Tauw een ‘niet in betekenende mate’ toets uitgevoerd (zie bijlage C).
De effecten op de luchtkwaliteit worden inzichtelijk gemaakt met de NIBM-tool (‘niet in betekenende mate’) en de NSL-monitoringstool. De uitkomst is berekend voor jaartal 2015 met worst case rekenparameters. Uit de tool (figuur 5.1) wordt berekend dat de bijdrage aan de NO2 en PM10 concentraties niet in betekende mate bijdragen (niet meer dan 1,2 μg/m3 voor NO2 en PM10) aan de luchtkwaliteit. De berekening laat zien dat het extra verkeer maximaal 0,19 μg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2. Voor de concentratie PM10 zal het verkeer maximaal 0,04 μg/m3 bijdragen. Er is gerekend met jaartal 2015 met worst case parameters aangezien de effecten in 2016 en 2017 gunstiger uitpakken. Als gerekend wordt met rekenparameters van 2015 is sprake van worstcase.
26\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Figuur 5.1 Resultaat NIBM Tool
Om te beschouwen of de gecumuleerde concentraties voldoen aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit wordt het planeffect opgeteld bij de heersende concentraties. Dit is inzichtelijk gemaakt door middel van de NSL-monitoringstool 2015. Het beschouwde rekenpunt is 38906 en geeft de totale concentraties in de nabije omgeving van het plangebied. In figuur 5.2 wordt de ligging van het rekenpunt in de NSL-monitoringstool weergegeven. Voor het jaartal 2015 bedraagt de totale concentratie NO2 22,6 μg/m3 en voor PM10 23,2 μg/m3. Wanneer het planeffect hierboven op wordt geteld blijven de totale concentraties voor NO2 en PM10 respectievelijk 22,6 μg/m3 en 23,2 μg/m3. De concentraties voldoen aan de grenswaarde van 40 μg/m3.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
27\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Figuur 5.2 NSL-monitoringstool (rood omcirkeld betreft het beschouwde rekenpunt (38906)
De NIBM-tool rekent met de voor luchtkwaliteit relevante stoffen NO2 en PM10. Per 1 januari 2015 moet ook voldaan worden aan de PM2.5 grenswaarde van 25 μg/m3 jaargemiddeld. De totale concentratie PM2.5 die is opgenomen in de NSL-monitoringstool is 14,5 μg/m3. Gezien de PM10 bijdrage (waar de fractie PM2.5 in is opgenomen) ten gevolge van het plan 0,04 μg/m3 bedraagt is te verwachten dat de PM2.5 niet hoger zal zijn dan 14,5 μg/m3. De concentratie PM2,5 voldoet aan de grenswaarde van 25 μg/m3. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar wat betreft het onderdeel luchtkwalliteit.
5.5
Externe veiligheid
Wettelijk kader Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Voor externe veiligheid gelden strikte risicogrenzen (plaatsgebonden risicocontour) en toetswaarden (groepsrisico). Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing.
28\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi)
Het Besluit risico's Zware Ongevallen (Brzo)
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (cRvgs). Naar verwachting zal deze regeling overgaan in het Besluit externe veiligheid Transport (Bevt). Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en Regeling externe veiligheid buisleidingen van toepassing. Het doel van het externe veiligheidsbeleid is om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. (Beperkt) kwetsbare objecten Onder beperkt kwetsbare objecten wordt onder andere verstaan verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare en dienst- en bedrijfswoningen van derden, hotels, restaurants, kantoren en winkels voor zover deze objecten niet tot de kwetsbare objecten behoren en bedrijfsgebouwen en vergelijkbare objecten. Kwetsbare objecten zijn onder andere woningen (met uitzondering van de beperkt kwetsbare objecten) en andere objecten waar zich gedurende een groot deel van de dag grote groepen mensen bevinden.
Bestemmingen speciaal bedoeld of geschikt voor groepen mensen die als verminderd zelfredzaam beschouwd kunnen worden krijgen eveneens het predicaat ‘kwetsbaar’. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon dodelijk getroffen wordt door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag en gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting. De grenswaarde voor het PR is voor nieuwe kwetsbare objecten (op enkele uitzonderingssituaties na) gesteld op een niveau van 10-6 per jaar op het object. Voor beperkt kwetsbare objecten is deze waarde een richtwaarde, wat wil zeggen dat hiervan alleen om gewichtige redenen van afgeweken kan worden. De norm 10-6 per jaar betekent dat de kans op een dodelijke situatie door een ongeval met gevaarlijke stoffen op een te bebouwen plek maximaal één op de miljoen per jaar mag zijn. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) drukt de cumulatieve kans per jaar uit dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting, waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is.
Dit wordt vertaald in een dichtheid van personen binnen het invloedsgebied van de inrichting. Voor het GR geldt een oriëntatiewaarde die gebruikt kan worden als referentie voor maatschappelijke ontwrichting.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
29\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Plangebied Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. In figuur 5.1 is te zien dat er geen risicobronnen rondom het plangebied liggen. Het pand, de voormalige bibliotheek, wordt aangemerkt als kwetsbaar object.
Figuur 5.3 Uitsnede Risicokaart
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar wat betreft het onderdeel externe veiligheid.
5.6
Archeologie
Wettelijk kader Met het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg in september 2007 is het verdrag wettelijk verankerd en is de Monumentenwet 1988 herzien. Het belangrijkste doel van deze wet is het behoud van het archeologisch erfgoed ter plekke. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en een afweging te maken. Vroegtijdig onderzoek maakt ruimte voor de overweging om archeologievriendelijke alternatieven toe te passen.
30\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Wie dan ondanks de aanwezigheid van archeologische waarden toch de grond in wil, moet archeologisch (voor)onderzoek doen en de kosten daarvan op zich nemen. Ook als het onderzoek uiteindelijk tot een opgraving leidt. Gemeente Rhenen heeft een archeologische beleidsadvieskaart laten opstellen waarop de archeologische vindplaatsen en verwachtingszones zijn aangegeven. Afhankelijk van de (verwachtings)waarde in een (deel)gebied zal het beschermingsregime meer of minder streng zijn. Plangebied Uit de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Rhenen blijkt dat er op de locatie sprake is van een onbekende archeologische verwachting Categorie 7. In onderstaand figuur is de archeologische verwachtingskaart weergegeven.
Figuur 5.4 Archeologische beleidsadvieskaart
Vanwege de onbekende archeologische verwachting is door adviesbureau Transect een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (zie bijlage D). Uit het archeologisch bureauonderzoek blijkt dat voor het plangebied een lage archeologische verwachting geldt op het aantreffen van (nederzettings)resten uit de periode Laat-Paleolithicum - Nieuwe tijd. Het is de verwachting dat de stuwwal ter plaatse van het plangebied, waarvan de top het archeologisch niveau vormt, vergraven en afgegraven is als gevolg van de aanleg van de huidige bebouwing.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
31\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
De kans dat er nog intacte archeologische waarden aanwezig zijn is gering. Verder onderzoek is daarom ook niet aanbevolen. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Rhenen) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is inpasbaar wat betreft het onderdeel archeologie.
5.7
Milieuzonering
Wettelijk kader Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven / inrichtingen een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven / inrichtingen gesitueerd worden. Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. De VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009) geeft richtafstanden (zie tabel 2.1) die gemotiveerd kunnen worden toegepast bij ruimtelijke ordening. De thema’s die bij milieuzonering beschouwd worden zijn geur, geluid, stof en gevaar. De richtafstanden die vastgesteld zijn voor deze thema’s hangen samen met gebiedskenmerken. Het is mogelijk om door middel van maatregelen overlast te beperken en daardoor af te wijken van de afstanden. In dit geval moet aangetoond worden welke maatregelen worden genomen om de overlast te beperken. Aan de hand hiervan kan dan gemotiveerd worden afgeweken van de standaard adviesafstanden. In de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’ zijn bedrijven ingedeeld in milieucategorieën met richtafstanden (zie tabel 5.1). Deze richtafstanden geven een indicatie van de afstand die er moet zijn tussen milieubelastende functies (bedrijven) en milieugevoelige functies.
32\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Tabel 5.1 Richtafstanden conform VNG-publicatie Milieucategorie
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
Gebieden kunnen op twee manieren getypeerd worden. Afhankelijk van de functies waaraan het gebied plaats biedt, wordt een gebied getypeerd als een rustige woonwijk / rustig buitengebied of een gemengd gebied. Een gemengd gebied is bijvoorbeeld een gebied waar woon- en werkfuncties gemengd aanwezig zijn. In het algemeen geldt dat wanneer sprake is van een gemengd gebied, de richtafstand tussen “milieubelastende” en “milieugevoelige” inrichtingen met één afstandstrap verlaagd mag worden. In tabel 5.2 zijn de omschrijvingen te vinden van de twee gebiedstyperingen. Eerste stap van een milieuzoneringsonderzoek is het bepalen van de gebiedstypering: ‘gemengd gebied’ of ‘rustige woonwijk’ / ‘rustig buitengebied’.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
33\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Tabel 5.2 Verschil gebiedstypering volgens de VNG-publicatie
Rustige woonwijk en rustig buitengebied
Omgevingstype gemengd gebied
Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht
Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot
volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van
sterke functiemening. Direct naast woningen komen
wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere
andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine
functies voor. Langs de randen (in de overgang naar
bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met
mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door
overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als
verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua
gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct
aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied,
langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot
stiltegebied of een natuurgebied
het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal van belang
Plangebied De inventarisatie van bedrijven en andere milieubelastende inrichtingen in de omgeving van het plangebied heeft plaats gevonden op basis van vigerende bestemmingsplannen, onderzocht is welke ruimte de vigerende bestemmingen bieden. De nabijgelegen apotheek (categorie 1) kent een richtafstand van 10 meter, deze afstand geldt voor het thema gevaar. De geplande nieuwbouw wordt gerealiseerd binnen 10 meter van de bibliotheek. Dit hoeft geen belemmering te zijn. In de apotheek worden geen producten gemaakt of verhandeld die ter plaatse voor een gevaarlijke situatie zorgen. Voor het zorgcomplex de Tollenkamp geldt een richtafstand van circa 30 meter. Deze afstand is aanwezig tussen het zorgcomplex en de geplande nieuwbouw. Daarnaast worden beide instellingen ook als milieugevoelig object gezien, deze kunnen dus goed naast elkaar bestaan. Het plangebied wordt omringd door een gebied dat te typeren is als een rustig gebied. De in de wijk gelegen functies zijn aan te merken als een wijkgebonden voorzieningen. Het is qua omgevingstype te vergelijken met de milieubelasting van een rustig buitengebied, stiltegebied of een natuurgebied. Conclusie Gezien het bovenstaande, en het feit dat het hier om een inbreidingslocatie gaat, gelegen in een bestaande woonwijk waar ook andere functies voorkomen, is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Er is geen sprake van een beperking van de bedrijfsvoering van nabij gelegen bedrijven of een beperking voor het nieuw te realiseren milieugevoelige object vanuit bedrijven in de omgeving. Vanuit milieuzonering bestaan er geen belemmeringen voor het ontwikkelen van een complex met 32 zorgwoningen.
34\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
5.8
Water
Wettelijk kader Eind 2000 heeft het kabinet het standpunt “Anders omgaan met water” vastgesteld. Het op een andere manier omgaan met water én ruimte is nodig om in de toekomst bescherming te bieden tegen overstromingen en wateroverlast. De watertoets is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. De watertoets heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De toets heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het plangebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. De waterhuishoudkundige gevolgen van de ontwikkeling zijn onderzocht en weergegeven in de Watertoets, welke in de bijlage E is opgenomen. Plangebied Op 23 augustus is contact geweest met het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden waarin zij aan hebben gegeven dat volstaan kan worden met een standaard wateradvies van het Waterschap. De ruimtelijke ontwikkelingen hebben weinig tot geen gevolgen voor het watersysteem. In het kort gaat het om: Het verhard oppervlak neemt gering toe (Zie de Keur bepalingen voor de grenswaarden).
Deze geringe toename van verhard oppervlak heeft weinig gevolgen voor het watersysteem. Het bestaande watersysteem kan tijdens een hevige regenbui al het hemelwater vanaf dit oppervlak verwerken en bergen Het bestaande oppervlaktewater wordt niet aangepast Water wordt niet buiten het plangebied geborgen Er vindt geen lozing plaats van verontreinigingen en/of verontreinigd water naar oppervlaktewater Het plangebied ligt niet op of nabij een waterkering of belangrijke watergang Het plangebied ligt niet nabij een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) of rioolpersleiding vGRP+ 2015-2019 Op 30 juni 2015 heeft de gemeente Rhenen het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (vGRP+) vastgesteld. In dit verbreed gemeentelijk rioleringsplan, ofwel vGRP+, staat het beleid van Gemeente Rhenen voor stedelijk afvalwater, regenwater en grondwater voor de periode 2015-2019. Het beschrijft de stand van zaken, reikwijdte, ambities, planning en kosten van de gemeentelijke watertaken. Acties zijn gericht op onderhoud, vervanging en verbeteringen. De belangrijkste thema’s zijn: het in goede staat houden van de riolering, meer inzicht in de toestand en werking van de systemen, verminderen van de vuilemissie en het verminderen van risico’s op wateroverlast.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
35\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Afvoer hemelwater Hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem. In het waterbeleid van het waterschap is afvoer van overtollig hemelwater door middel van infiltratie in de bodem het uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi’s is daarbij mogelijk.
Afvalwater Afvalwater wordt via het riool afgevoerd.
Toekomstige ontwikkelingen Indien in de toekomst ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, waarbij het verhard oppervlak uitbreidt met meer dan 500m² in stedelijk gebied en/of 1000m² in landelijk gebied, heeft dit tot gevolg dat het hemelwater van dit oppervlak versneld tot afvoer komt. Om de waterhuishouding niet te verslechteren, moet deze versnelde afvoer worden voorkomen of gecompenseerd. Er is geen sprake van een toename van verhard oppervlak van meer dan 500m². Conclusie Wanneer rekening gehouden wordt met hetgeen gesteld in de watertoets, is het plan voor wat betreft het thema water uitvoerbaar. Het plan heeft geen groot effect op water (geen groot waterbelang).
5.9
Flora en Fauna
Wettelijk kader Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (hierna “Wnb”) in werking getreden. De Wnb vervangt het tot dan bestaande stelsel voor natuurbescherming, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw), de Flora- en faunawet (Ffw) en de Boswet. Dit is gedaan door deze in één integrale wet op te nemen met een onderdeel gebiedenbescherming, soortenbescherming en houtopstanden. In de Wnb is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. Voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke “Europese” bescherming is voorzien zijn in de Wnb aanvullende, als zodanig kenbare ‘nationale’ beschermingsvoorwaarden opgenomen. In essentie zijn hierbij de Nbw en Boswet zonder ingrijpende veranderingen overgegaan in de Wnb; ten opzichte van de Flora- en faunawet is echter een aantal wezenlijke wijzigingen doorgevoerd. Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur genoemd) is een netwerk van natuurgebieden waarmee de biodiversiteit behouden en versterkt wordt. Plangebied In 2014 en 2015 heeft Tauw onderzoeken uitgevoerd (zie bijlage F, G, H en I) naar de consequenties van natuurwetgeving voor het slopen van een bibliotheek aan de Bantuinweg 2 te Rhenen in de provincie Utrecht.
36\42
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Soortenbescherming Uit de in 2014 opgestelde natuurtoets bleek dat negatieve effecten op gierzwaluw, huismus en vleermuizen niet op voorhand uitgesloten konden worden. Naar aanleiding van de natuurtoets is in 2015 onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van deze soorten. Bij dit onderzoek zijn op drie verschillende locaties nesten aangetroffen van de huismus (zie figuur 5.5). Verblijfplaatsen van gierzwaluw en vleermuizen zijn niet aangetroffen. Voor de huismuis is een mitigatieplan opgesteld en een ontheffing aangevraagd en verkregen (zie bijlage J).
Figuur 5.5 De locaties van de drie huismussennesten
De sloop van het bibliotheekgebouw is destijds getoetst aan de Flora- en faunawet (Ffw). Per 1 januari 2017 is de Ffw overgegaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). De wetsovergang zorgt voor een aantal wijzigingen die betrekking hebben op soortbescherming en beschermingsregimes. In verband met de invoering van de Wnb per 1 januari 2017 heeft een update van de toetsing plaatsgevonden van de effecten op de aanwezige soorten. Hieronder worden de resultaten hiervan weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing Bantuinweg Rhenen
37\42
Kenmerk R005-1239654PMB-evp-V01-NL
Flora Uit de natuurtoets blijkt dat de planlocatie niet voorziet in geschikte groeiplaatsen voor beschermde planten (Tauw, 2014). Negatieve effecten op door de Ffw beschermde flora wordt daarom uitgesloten. Met het in werking treden van de Wnb verliezen veel planten hun beschermde status, waaronder alle planten die in de natuurtoets besproken worden. Er komen ook nieuwe beschermde planten bij. Het gaat hierbij vooral om (zeer) zeldzame soorten van grasen akkerlanden, waarvan er veel op de Rode Lijst staan. Het plangebied voor ziet echter niet in geschikt habitat voor deze soorten waardoor negatieve effecten op beschermde planten uitgesloten kunnen worden. Grondgebonden zoogdieren Uit de natuurtoets blijkt dat negatieve effecten op door de Ffw beschermde grondgebonden zoogdieren uitgesloten kunnen worden (Tauw, 2014). In de Wnb zijn echter een aantal algemene grondgebonden zoogdieren beschermd. Deze vallen onder de categorie “Nationale soorten”. Voorbeelden hiervan zijn bunzing, egel, hermelijn, konijn, wezel, en een aantal muizensoorten. Deze soorten waren hoofdzakelijk opgenomen in tabel 1 van de Ffw en hiervoor gold een vrijstelling bij ruimtelijke inrichting en ontwikkeling. Provincie Utrecht heeft bevoegdheid om bij verordening soorten “vrij te stellen” van de ontheffing/vergunningsplicht.