Bijlage 4 Bestemmingsplan Utrechtsestraatweg ongenummerd (naast 21) ¿ Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Utrechtsestraatweg ongenummerd (naast 21) Gemeente: Rhenen
Opdrachtgever: Van Swaay Projectontwikkeling
Organisatie
Telefoon
Documentnummer
Lievense Milieu BV
+31 (0)88 910 20 00
SLM011802
Adres
Datum
Versie
Geatano Martinolaan 50
6 november 2020
NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01
6229 GS Maastricht
Colofon Rapporthistorie Voorontwerp n.v.t Ontwerp 18 december 2020 Vastgesteld .. ..... 2020 Onherroepelijk .. ..... 2020 Contactgegevens R. Bouman +31 6 22835288 rbouman@lievense.com
Autorisatie Documentnummer
Versie
Status
SLM011802
NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01
ontwerp
Opgesteld door
Functie
Datum
Paraaf
R. Bouman
Adviseur Stedelijke Ontwikkeling
18 december 2020
Geverifieerd door
Functie
Datum
Paraaf
Akkoord projectleider
Functie
Datum
Paraaf
R. Bouman
Adviseur Stedelijke Ontwikkeling
Bijlagen bij de toelichting
3/394 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020
4/394 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Erfinrichtingsschets
6
Bijlage 2
Advies Landschap Erfgoed Utrecht
22
Bijlage 3
ROM INTEGRAAL ADVIES
25
Bijlage 4
Verkennend Bodemonderzoek NIPA 29102019
36
Bijlage 5
Verkennend asbestonderzoek BOOT 23052018
81
Bijlage 6
Verkennend asbest in grondonderzoek NIPA 18102018
134
Bijlage 7
Resultaten Watertoets
166
Bijlage 8
Geluidshinder wegverkeer
171
Bijlage 9
Archeologisch bureauonderzoek KSP 15052017
212
Bijlage 10
PvA Archeologie KSP 04-10-2019
241
Bijlage 11
Integraal ROM advies (ecologie en archeologie)
250
Bijlage 12
Onderzoek stikstofdepositie
254
Bijlage 13
Voortoets Natura2000 BLOM 09052019
271
Bijlage 14
Quickscan F&F NIPA 11 oktober 2018
301
Bijlage 15
Integraal ROM advies ecologie
348
Bijlage 16
Verslag Buurtspraak Utrechtsestraatweg
351
Bijlage 17 28-01-2020
Verslag en presentatie informatiebijeenkomst buurtbewoners d.d.
Bijlage 18
Reactie Provincie Utrecht
372
Bijlage 19
Advies Veiligheidsregio Utrecht
375
Bijlage 20
Explosievenonderzoek
379
357
5/394 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020
Bijlage 1 Erfinrichtingsschets
6/394 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020
E rfinrichtingsschets L ocat i e U t re chtesest raat weg o n g .
zandpad op locatie
talud
Utrechtsestraatweg
fietspad
voetpad
voortuin
bebouwing
Rhenen|gemeente Rhenen
Ontwikkelingslocatie
+8,50m +7,00m
mei 2017
8,00m
21,00m
+7,00m
+5,00m
3,00m
60,00m
+0,00m
E rfinrichtingsschets L o cat ie U t re c htsestra atweg ong . Rhenen|gemeente Rhenen me i 2 0 17
Opdrachtgever H e n k va n Pa a ssen D O RPenL AND a dvi es, Ede
Auteur J a n n e ke Hoensel a a rs LA N D p l us | c ul tuur hi stor i s adv ies Sum atraplei n 21, Ni jm egen M 06 127 128 23 ja nne ke @ l a n d p l u s . n l w w w.l a ndp l u s . n l
I
n l e id i n g
Aan de westzijde van de kern van Rhenen ligt tussen de Utrechtsestraatweg nr. 21 en 25 een open, onbebouwd terrein, verder locatie Utrechtsestraatweg ong. genoemd. De eigenaar heeft plannen om op deze plek een woning te realiseren. Door B&W is op 20 oktober 2016 een pricipebesluit genomen om ter compensatie van het bouwrecht dat vrijgekomen is op de Cueralaan 65 t.b.v. de realisatie van een Ecologische Verbindingszone, op een vergelijkbare plek een woning met eenzelfde inhoud (750m3) terug te mogen bouwen. Voordat de gemeente komt met een definitief besluit is naast een goede ruimtelijke onderbouwing ook een goede landschappelijke inpassing een van de voorwaarden. Bovendien zal de maatschappelijke haalbaarheid van de woning getoetst worden. De maatschappelijke haalbaarheid is getoetst aan de hand van een buurtspraak, waarbij individuele gesprekken gevoerd zijn met de bewoners woonachtig aan de Utrechtsestraatweg 21 , 58 -74. De locatie Utrechtsestraatwg ong. ligt op een gevoelige plek op de overgang van de stuwwal naar het uiterwaardengebied van de Palmerswaard aan de Nederijn. Om te komen tot een zorgvuldige ruimtelijke onderbouwing en landschappelijke inpassing van de woning en het erf is LANDplus | Cultuurhistorisch advies gevraagd een aantal inrichtingsschetsen te maken, waarbij de variatie aan mogeljikheden inzichtelijk gemaakt wordt.
Bij het maken van de inrichtingsschetsen zijn de wensen van de eigenaar en de omwonenenden zo veel als mogelijk meegenomen. Ook is gebruik gemaakt van de Kwaliteitsgids Utrechtse landschappen (deelkatern Rivierengebied (OKRA, 2011)), de Welstandnota van de gemeente Rhenen (Bügel-Hajema, 2013), het Bestemmingsplan Buitengebied 2010.
De locatie Utrechtsestraatweg ong.
ontwikkelingslocatie Utrechtsestraatweg ong., RHENEN| 3 mei 2017
B
e le id
Be s l u it r u imtelijke o rd en ing
Op de locatie Utrechtsestraatweg ong. vindt een bestemmingsplanwijziging plaats. (Cultuur)historisch onderzoek vormt sinds januari 2012 een verplicht onderdeel bij een bestemmingsplanwijziging (Bro art. 3.1.6). (Cultuur)historische waarden dienen nadrukkelijk te worden meegenomen in de toekomstige ontwikkeling van een locatie.
Kwa l i teit sg id s Ut rec ht se la ndschappen, gebiedskatern R ivierengebied2 0 1 1
Voor de locatie is gebruik gemaakt van de Kwaliteitsgids Utrechtse landschappen, gebiedskatern Rivierengebied, deelgebied Flank. Het doel van de kwaliteitsgids is het concreet maken van de kernkwaliteiten van de Utrechtse landschappen. Bovendien biedt het inspiratie en houvast voor het omgaan met ontwikkelingen. In de gids staat een aantal ontwerpprincipes die meegenomen kan worden in de uitwerking van de locatie. • De Utrechtsestraatweg vormt o.a. de ruggengraat van de flank met een hoge zijde aan de noordzijde en een lage zijde aan de kant van de Nederrijn. • Engen en voormalige tabaksplantages vormen grote open ruimtes aan de noordzijde van de doorgaande weg. • Reguliere bebouwing richt zich op de weg. • De bebouwingsdichtheid en afstand tot de weg variëert, van dichter in de bebouwingskernen tot openen verder erbuiten. • Tabaksschuren staan meestal met hun lange zijde parallel aan de hoogtelijnen. • De helling en hoge ligging geven zicht over het lager gelegen gebied. • Bebouwing is verbonden aan zichten op het landschap beneden de stuwwal.
We l sta n d sn o ta gemeente Rhenen 2013
Voor de locatie dient rekening gehouden te worden met de criteria die zijn opgenomen in de Welstandsnota 2013 van de gemeente Rhenen. Hieronder vindt een opsomming plaats van de meest belangrijke criteria. Voor de gehele tekst wordt verwezen naar de Welstandsnota zelf. Objectgerichte criteria| De volgende objectgerichte criteria voor ‘overige bebouwing in het buitengebied‘ zijn van toepassing op de locatie Utrechtsestraatweg ong.: • de woningen hebben een individuele uitstraling, • de plaatsing van bijgebouwen is ondergeschikt aan het hoofdgebouw, • de massa en gevels zijn opgebouwd uit enkelvoudige en geometrische vormen, • moderne vormgeving is toegestaan, • de gevelgeleding wordt gekenmerkt door een evenwichtige, hiërarchische opbouw, • er wordt geen gebruik gemaakt van lichtgekleurde bakstenen, • er mogen binnen een dakvlak geen kleurverschillen zijn; • de volgende hoofdmaterialen gebruikt kunnen worden: steen, hout, dakpannen en staal (ondergeschikt zijn ook zink en koper mogelijk). Gebiedsgerichte criteria| Er is ook nog een aantal gebiedsgerichte criteria van toepassing. De locatie Utrechtsestraatweg ong. valt in het deelgebied ‘Uiterwaarden‘. Het beleid is gericht op het behouden en versterken van de landschappelijke kenmerken van de uiterwaarden.
Voor bebouwing aan de Utrechtsestraatweg geldt een intensieve welstandstoets, met extra aandacht voor de uiterlijke verschijningsvorm. Opgaande beplantingen komen in beperkte mate voor, waardoor het gebied het open karakter behoud. De bouwwerken dienen te passen in de omgevingskarakteristiek, rekening houden met de bestaande organisatie op het perceel en passend binnen de landschappelijke inrichting.
ontwikkelingslocatie Utrechtsestraatweg ong., RHENEN| 4 mei 2017
De volgende gebiedsgerichte criteria zijn van toepassing op de locatie Utrechtsestraatweg ong.: • • • • • • • •
aan- en uitbouwen zijn in een zelfde stijl uitgevoerd als de hoofdmassa, er is sprake van een samenhangende en evenwichtige gevelopbouw, detaillering, kleur- en materiaalgebruik zijn passend bij de omgeving, er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke materialen zoals baksteen, hout en pleisterwerk, de hoofdgevel of representatieve zijde is op de belangrijkste openbare ruimte gericht. Hiermee wordt de straat of een openbare groene ruimte bedoeld, aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa, bij grote bouwelementen is sprake van samenhang in de massaopbouw, wat betreft detaillering kleur- en materiaalgebruik dient extra aandacht besteed te worden aan de representativiteit van de bebouwing.
Be ste mmin g sp lan Bu iten gebied 2010
In het bestemmingsplan Buitengebied 2010 staan bouwregels opgenomen. Artikel 3 ‘Agrarisch’ en artikel 23 ‘Wonen‘ zijn ook van toepassing op de locatie Utechtsestraatweg ong. Voor de volledige beschrijving wordt verwezen naar de betreffende artikelen in het bestemmingsplan.
ontwikkelingslocatie Utrechtsestraatweg ong., RHENEN| 5 mei 2017
H
i sto r ie
H i sto r isc h e kaar ten reeks
De ruimtelijke ontwikkelingsgeschiedenis van de locatie Utrechtsestraatweg ong. is aan de hand van een historische kaartenreeks bestudeerd. Kadastrale Minuut 1811 - 1832| De eerste kaart betreft een kaart uit 1811 - 1832. De locatie is rood omlijnd en in gebruik als tabaksland. Dit geldt voor alle landerijen ten zuiden van de Utrechtsestraatweg tot aan ‘de weg van de Stad Rhenen‘ die ten zuiden van de locatie ligt. Ten noorden van de Straatweg is bouwland aanwezig. Aan weerszijden van de Straatweg staan (tabaks) schuren evenwijdig aan de straat. Deze positionering heeft te maken met het zonlicht en de windrichting, die nodig is om de tabak in de schuren optimaal te laten drogen. Net ten oosten van de locatie staat ook een tabaksschuur. Hier bevindt zich nu de tuin van Utrechtsestraatweg 21. Ook ter hoogte van het huidige hek, nabij Utrechtsestraatweg 25, staat een lange tabakschuur. Op de locatie zelf staat geen bebouwing.
B o u w l a n d
huidige Utrechtsestraatweg
T a b a k s l a n d
weg van d
T a b a k s l a n d e Stad Rh
enen
Boven: de Kadastrale Minuut van 1811 - 1832
locatie locatie
Historische kaart uit 1917
Kaart uit 1966
ontwikkelingslocatie Utrechtsestraatweg ong., RHENEN| 6 mei 2017
1917|Op de kaart uit 1917 zijn langs de Utrechtsestraatweg veel tabaksschuren zichtbaar. Deze zijn globaal oostwest georiënteerd, in de lengterichting van de straatweg. Dit is een gunstige ligging ten opzichte van de zon en de meest voorkomende windrichting om de tabak te laten drogen. Ook tegenwoordig staat er nog een aantal tabaksschuren langs de Utrechtsestraatweg. 1951|Een aantal foto’s uit 1951 geven een goed beeld van de Utrechtsestraatweg. De foto’s zijn gemaakt tijdens archeologische opgravingen bij de Donderberg ten behoeve van de verbreding van de Straatweg. Te zien is dat er nog een tabaksschuur op de Donderberg staat (foto linksboven) en ook nog een schuur aan de overzijde van de Straatweg (foto rechtsboven). De foto linksonder toont de zijgevel van de Utrechtsestraatweg 74 en in de verte is de schuur zichtbaar op het perceel van nr. 21. Ook de locatie is aan de rechterzijde zichtbaar. Op de foto rechtsonder is ook de locatie zichtbaar evenals Utrechtsestraatweg nr. 25. 1966|Op de kaart uit 1966 is te zien dat veel tabaksschuren zijn verdwenen. Deze hebben plaatsgemaakt voor woonbebouwing. Het merendeel van de woonbebouwing, vooral aan de zuidzijde van de Straatweg, is in de diepte ontwikkeld. De locatie zelf is nog steeds onbebouwd.
In de tweede helft van de 20e eeuw is de locatie een tijd in gebruik geweest als volkstuincomplex voor arbeiders van steenfabriek Leccius de Ridder. De steenfabriek heeft het perceel in het jaar 2002 aan de huidige eigenaar verkocht. locatie
locatie
Foto’s uit 1951. Bij de verbreding van de Utrechtsestraatweg stuit men bij de Donderberg op een vroeg Middeleeuwse begraafplaats. Aan de overzijde van de Straatweg is de locatie zichtbaar (bron: Huiskes, 2011). ontwikkelingslocatie Utrechtsestraatweg ong., RHENEN| 7 mei 2017
H
u i d i ge s it uati e
H o o gteversc h illen
De hoogtekaart van Nederland geeft een beeld van de hoogteverschillen in het maaiveld. Goed is te zien dat de locatie Utrechtsestraatweg ong. aan de rand van de stuwwal ligt op de grens van de lager gelegen uiterwaarden in het zuiden. Van het noorden richting het zuiden daalt het maaiveld.
locatie
De Hoogte Kaart van Nederland waarop de locatie staat aangegeven.
Ook op de locatie Utrechtsestraatweg ong. is sprake van een hoogteverschil van +5,00m tussen de voorgrens en de achtergrens van het perceel. Met de woningen aan de noordzijde van de weg is sprake van een hoogteverschil van +8,50m gemeten vanaf de drempel van de woningen tot aan de achtergrens van de locatie.
zandpad op locatie
talud
Utrechtsestraatweg
fietspad
voetpad
voortuin
bebouwing
Boven: de Utrechtsestraatweg ter hoogte van de locatie. Onder: een dwarsdoorsnede waarbij de hoogteverschillen ter hoogte van de locatie goed zichtbaar zijn.
Ontwikkelingslocatie
+8,50m +7,00m
+7,00m
+5,00m +0,00m
8,00m
21,00m
3,00m
60,00m ontwikkelingslocatie Utrechtsestraatweg ong., RHENEN| 8 mei 2017
De woningen aan de noordzijde van de Utrechtsestraatweg
Ut
rec
str a
atw
eg
locatie Utrechtsestraatweg ong.
20
60
,00
m
Woning Utrechtsestraatweg 25
hts e
,00
De Palmerswaard met een hek op de grens van het perceel Utrechtsestraatweg ong.
m
Villa in chaletstiijl Utrechtsestraatweg 21
ontwikkelingslocatie Utrechtsestraatweg ong., RHENEN| 9 mei 2017
L o cat ie Ut rec ht sest raat weg ong.
Op de locatie Utrechtsestraatweg staan momenteel volwassen dennenbomen. Het zicht over het perceel richting de Palmerswaard is hierdoor beperkt.
1
2
Linksboven foto 1: zicht op de locatie met de dennenbomen vanaf de Utrechtsestraatweg vanuit het noordoosten. Rechtsboven foto 2: zicht op de locatie vanuit de noordwestzijde.
3
1 3 2
60,00m
locatie
20,00m Linksonder foto 3: het zicht op de locatie vanaf de Utrechtsestraatweg. Rechtsonder: zichtlijnen over de locatie. De nummers verwijzen naar de foto’s.
Zicht op de locatie en Palmerswaard| Vanuit de woningen aan de noordzijde van de Utrechtsestraatweg ong. wordt het zicht momenteel belemmerd door de volwassen dennenbomen op de locatie. Deze woningen hebben in de huidige situatie geen zicht op de Palmerswaard. Wat verder van de locatie af is wel zicht op de Palmerswaard. Vanuit westelijke richting is goed zicht op de locatie met de dennenbomen.
o n t w i k k e l i n g s l o c a t i e U t r e c h t s e s t r a a t w e g o n g . , R H E N E N | 10 mei 2017
V
is i e
Uitzicht vanaf de Utrechtsestraatweg zoveel mogelijk behouden| Vanaf de Utrechtsestraatweg en vanuit de woningen die tegenover de locatie liggen is er uitzicht richting de Palmerswaard. Door de volwassen kersbomen die op de ontwikkelingslocatie staan wordt dit zicht belemmerd. Door de glooiing in het gebied, is het verschil tussen de zichthoogte vanuit de woning, het zicht van een persoon die voor het raam staat (ca. 1,50m), en het begin van de locatie Utrechtsestraatweg ong. ca. 5,00 meter. Verder loopt de locatie 5,00 meter af richting de achtergrens. Het totale hoogteverschil is 10,00 meter. Door het meer naar achteren plaatsen van de nieuwbouw kan de bebouwing grotendeels ‘onder‘ de zichthoogte vanaf de woningen gesitueerd worden.
+10,00m
Zichthoogte +7,00m +5,00m +0,00m 32,00m
60,00m
De zichthoogte vanaf de woningen aan de noordzijde van de Utrechtsestraatweg over de locatie
Aansluiten bij de (cultuur)historie van de locatie e.o.| Van oorsprong hebben er evenwijdig aan de Utrechtsestraatweg vele tabaksschuren gestaan. Deze stonden in de lengterichting dicht tegen de straatweg aan. Dit is goed te zien op de foto uit 1951 op bladzijde 7. De locatie zelf is lange tijd in gebruik geweest als tabaksland en in latere tijd heeft er een volkstuincomplex gestaan. Door de tijd heen is de bebouwing langs de Utrechtsestraatweg meer haaks op de weg gesitueerd. Dit is vooral goed te zien aan de zuidzijde van de Utrechtsestraatweg. De nieuwbouw op de locatie Utrechtsestraatweg ong. kan vanuit historisch perspectief zowel in de lengterichting als de diepte ontwikkeld worden. Aansluiten bij beleidsuitgangspunten| Met de toekomstige bebouwing en inrichting van het erf vormen de gebiedcriteria uit de Kwaliteitsgids, de Welstandsnota en het bestemmingsplan het uitgangspunt. Deze criteria staan vermeld op bladzijde 4 en 5 van deze rapportage. Inrichting erf sluit aan bij open landschapl Met de inrichting van het erf wordt aangesloten bij het open karakter van de oorspronkelijke tabakslanden/engen en de uiterwaarden.
o n t w i k k e l i n g s l o c a t i e U t r e c h t s e s t r a a t w e g o n g . , R H E N E N | 11 mei 2017
I
n r ic ht i n g s s c hetsen
Voorgaande visie is vertaald in een schetsen die inzicht geven in de positionering van de bebouwing, bouwhoogte de vorm van het grondvlak en de dakvormen. Positionering/ bouwhoogte| De positionering en de bouwhoogte zijn van groot belang voor de impact van de bebouwing op de omgeving. In onderstaande tekening is een dwarsdoorsnede gemaakt met de zichtlijn vanuit de bestaande bebouwing aan de noordzijde van de Straatweg. De nieuwbouw krijgt 1 bouwlaag met kap/opbouw (zie dakvormen). Onder deze bouwlaag wordt een bouwlaag geschoven die deels in het talud ligt. Gerekend is met een bouwhoogte van 3 meter per bouwlaag. Om te voorkomen dat de nieuwbouw het blikveld verkleind is er voor gekozen om de bebouwing naar achter te plaatsen. Vanaf het talud van de Straatweg is dat ten minste 15m. Vorm grondvlak| Op de locatie zijn meerdere grondvormen denkbaar. Evenwijdig aan de weg sluit de vorm aan bij de langwerpige historische bebouwing van de tabaksschuren. Dwars op de weg daarentegen op de later toegevoegde woonbebouwing. Variaties hierop zijn mogelijk.
Zichthoogte
8,00m
21,00m
3,00m
15,00m
12,00m
33,00m
De positionering en bouwhoogte van de woning is zodanig dat het zicht vanuit de woningen aan de noordzijde gehandhaaft blijft
Utrechtsestraatweg
Verschillende vormen van het grondvlak zijn op de locatie mogelijk o n t w i k k e l i n g s l o c a t i e U t r e c h t s e s t r a a t w e g o n g . , R H E N E N | 12 mei 2017
Dakvormen| Er zijn verschillende dakvormen mogelijk. In hoofdzaak is er een drietal hoofdvormen te noemen: plat dak, lesselaarsdak en een zadeldak. Van elke kapvorm zijn weer afgeleide, zoals op onderstaand schema zichtbaar is. Ook is er een variatie aan dakhellingen mogelijk. In onderstaande schema zijn de verschillende dakvormen weergegeven. Met een pijl is de voorgevel aangegeven. Het gearceerde deel betreft het gedeelte van de woning (deels) dat in het talud komt. Aan de voorzijde van de woning is 1 bouwlaag met kap/ dakopbouw zichtbaar. De andere bouwlaag wordt hier als het ware onder geschoven en is aan de zijkant van de woning deels zichtbaar.
zadeldak + varianten
platdak + varianten
lessenaarsdak + varianten
Verschillende dakvormen en de varianten. De pijl geeft de voorgevel aan gericht op de Utrechsestraatweg. Het gearceerde deel van de woning komt in het talud van de helling.
o n t w i k k e l i n g s l o c a t i e U t r e c h t s e s t r a a t w e g o n g . , R H E N E N | 13 mei 2017
Inrichting erf| Onderstaande inrichtingsschets geeft globaal aan waar de woning gedacht is. Om het zicht op de Palmerswaard zo min mogelijk te belemmeren wordt voorgesteld de woning zoveel als mogelijk naar het oosten te positioneren tegen de grens met het perceel van nr. 21. Tussen de nieuwe woning en het perceel van nr. komt een 5 meter brede strook met een wandelpad naar de Palmerswaard. Dit wandelpad wordt aan weerszijde begeleid door beshoudende struiken die passen in het landschap van de uiterwaarden. De ontsluiting van het perceel vindt plaats in de noord-oosthoek van het perceel. Op onderstaande kaart is het zoekgebied aangegeven waar de woning en evt. bijgebouw worden gepositioneerd. inrit
atweg
tsestra Utrech
wandelpad naar de Palmerswaard
beshoudende struiken zoekgebied woning
Globale Inrichtingsschets erf
o n t w i k k e l i n g s l o c a t i e U t r e c h t s e s t r a a t w e g o n g . , R H E N E N | 14 mei 2017
B
ronnen en literatuur
L i te rat u u r • • •
BugelHajema, Welstandsnota gemeente Rhenen, 2013 Provincie Utecht, Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen, gebiedskatern Rivierengebied, 2011 Huiskes, B. Eeuwige rust op de Donderberg, een groot vroegmiddeleeuws grafveld bij Rhenen, 2011.
C o rre sp o n d ent ie • • • • • • • •
Mol, P.H., Principeverzoek voor verplaatsing van het bouwrecht van Cueralaan 65 (Vogelenzang) naar het perceel Utrechtsestraatweg (ong.) ....... 7 juli 2015 Gemeente Rhenen, Verplaatsing bouwmogelijkheid Cuneralaan 65 ... 2 september 2015 Bentum, A. van, Palemrswaard, perceel Utrechtsestraatweg ....... 8 augustus 2016 Rooder, J.G. Palmerswaard, Utrechtsestraatweg.........3 augustus 2016 College van B & W, Principeverzoek....., 11 oktober 2016 College van B & W, Beantwoording principeverzoek...... 24 okotber 2016
We bs ites ( jan u ar i - feb r u ari 2017) www.ahn.nl www.arcgis.com www.hisgis.nl www.provincie-utrecht.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl maps.bodemdata.nl
Ka a rten • • • • •
Kadastrale Minuut 1811 – 1832, Oorspronkelijke Aanwijzende Tafels (OAT) Nationaal Archief, Topografische Militaire Veldminuut, 1846 Kadaster, Bonneblad 1912 Kadaster, Topografische kaart 1958 STIBOKA ,Bodemkaart van Nederland blad 39 oost, 1972
o n t w i k k e l i n g s l o c a t i e U t r e c h t s e s t r a a t w e g o n g . , R H E N E N | 15 mei 2017
Bijlage 2 Advies Landschap Erfgoed Utrecht
22/394 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020
U t r e c h t s e s t r a at w e g , R h e n e n
vrijhouden van beplanting langs de weg om het panoramazicht te waarborgen
bouwlocatie 20 x 60 m
Belangrijke panorama’s van N-weg.
Opgave
De heer Mol wil graag een nieuwe woning realiseren aan de Utrechtsestraatweg (kadaster sectie I nummer 634). Het bouwrecht voor deze woning wordt verworven door de woning aan de Cuneralaan 65 te slopen en deze locatie in te zetten voor de realisatie van het Nederlands Natuur Netwerk. Zowel de gemeente als de provincie hebben een positieve grondhouding ingenomen voor deze ontwikkeling. Enkele omwonenden hebben bezwaren kenbaar gemaakt bij de gemeente. Mede naar aanleiding daarvan heeft DORPenLANDadvies voorjaar 2017 een buurtspraak gehouden. De landschappelijke inpassing van de te realiseren woning vormt een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing voor de bestemmingsplanwijziging. Het behouden en versterken van de bijzondere kwaliteit, het zicht op het Rijndal, is essentieel en staat in dit advies centraal. Tijdens de buurtspraak is de wens voor een openbaar wandelpad richting de uiterwaarden uitdrukkelijk naar voren gekomen. Voorafgaand aan dit advies heeft bureau LANDplus een erfinrischtingsschets opgesteld (mei 2017).
Dit panorama is van grote waarde voor de landschappelijke beleving vanaf de N225. De beleving van het reliëf is een kernkwaliteit van de Utrechtse Heuvelrug.
Perspectiefwerking in panorama.
Kwaliteiten
Op de locatie is reliëfbeleving, één van de drie kernkwaliteiten uit de kwaliteitsgids van de Utrechtse Heuvelrug, in optimale vorm beleefbaar. Het uitzicht verbindt hier het landschap van de Heuvelrug met het rivierenlandschap. Maar ook op een veel kleiner schaalniveau is er reliëf: Het landschap ‘golft’ in een richting ‘dwars’ op de flank en dat is treffend zichtbaar als je op deze open plek bent.
Streekeigen landschapselementen op de voor- en achtergrond versterkten de perspectiefwerking in het panorama, waardoor de beleving van het reliëf versterkt wordt.
Kwaliteiten van het landschap • • •
De gradiënt van de Zuidflank van de Heuvelrug met de overgang van bossen via een ruimtelijk divers gebied langs de straatweg naar het rivierenlandschap. Het panoramische uitzicht op de locatie vanaf de Utrechtsestraatweg, die als een balkon aan het open landschap van de rivier is gelegen. Deze N225 is vrij besloten en soms bebost of dichter bebouwd, daardoor is het panorama op deze plek extra van betekenis en wordt de blik extra naar de rivier getrokken. Door de afwisseling van ‘scenes’ heeft de route een ‘filmische’ kwaliteit (picturale enscenering).
Het microreliëf is een belangrijke kwaliteit op de locatie. Deze versterkt de enscenering van de landschapsbeleving. (schema’s uit de kwaliteitsgids Utrechtse Heuvelrug)
geen gesloten rand, maar variatie in hoogte, waardoor de perspectiefwerking van het panorama versterkt wordt.
Kwaliteiten op de locatie • • •
Het microreliëf binnen de kavel, maar ook de afwisseling tussen glooiend terrein en steilrandjes tot aan de rivier. Dit microreliëf versterkt de ruimtelijke werking en de enscenering met elementen op de voorgrond en op de achtergrond. Het bestaande pad in de richting van het natuurgebied met de haakse bocht aan het einde.
• •
rand van de bouwkavel
de laagte in het terrein: microreliëf
Kansen tot kwaliteitsverbetering •
steilrand langs de N225
Door het toevoegen van een nieuwe woning is het mogelijk om de naaldbomen te verwijderen, waardoor de openheid - hoewel er gebouwd wordt - juist groter kan worden dan in de huidige situatie. Realiseren/behouden van een mooi stuk bloemrijk hooiland, als element in het afwisselende landschap. Realiseren van een woonhuis dat in nauw verband met het landschap is ontworpen. Dit kan een bijzondere woonkwaliteit opleveren, maar ook vanuit de omgeving gezien zijn er veel kansen voor een mooie wisselwerking tussen gebouw en landschap.
Concept microreliëf versterken.
Door het microreliëf te versterken wordt de bebouwing onderdeel van de landschapsbeleving.
Steilrand aan de zuidzijde van het grasland en bouwkavel
Het is wenselijk om de bestaande entree om te vormen tot een landschappelijk wandelpad.
Diverse voorbeelden waarbij het woonhuisin nauw verband met het landschap en de hoogteverschillen is ontworpen.
R a n dvoo rwa a r d e n r u i m t e l i jk e kwa l i t e i t Conclusie
Het ervenconsulentschap staat positief tegenover deze ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de vele bijzondere kwaliteiten van de locatie en vooral met de belevingswaarde van deze plek vanuit de omgeving. Een extra kwaliteitsimpuls is goed mogelijk en kan dienen ter onderbouwing en ter compensatie voor de keuze om op deze plek een woning te realiseren. De bijbehorende schets is een mogelijke verbeelding van de ruimtelijke randvoorwaarden. Deze schets en de randvoorwaarden zijn opgesteld naar aanleiding van een bezoek aan de locatie door de ervenconsulenten. De schets is geen blauwdruk; binnen de randvoorwaarden zijn verschillende oplossingen om tot een ontwerp met kwaliteit te komen. De Agemeen Hoogtebestand Nederland (AHN) is als basis voor de tekening genomen. De hoogtes zijn indicatief. Er wordt geen vaste maatvoering meegeven om, binnen de gestelde randvoorwaarden, voldoende vrijheid te houden voor de totstandkoming van een goed ontwerp. Een ontwerp waarbij de bebouwing op een zorgvuldige manier onderdeel is van de landschapscompositie.
Algemeen
kw erk
vri
jho
ud
en
va n
op
ga a
nd
eb
ep
lan tin
g
microreliëf accentueren
naaldbos wordt open ruimte
g tin an n pl ere be tu de cen an ac ga te op f n lië va re n n de f e ou ctie ijh e vr sp n er le p de om
naaldbos wordt streekeigen landschapshaag naaldbos wordt open ruimte
• • • •
•
In het verslag van de buurtspraak (april 2017) wordt er wisselend gedacht over de inrit. Wij zijn voorstander om de inrit zo dicht mogelijk bij de woning te situeren, zodat het oppervlakte aan verharding tot een minimum beperkt kan worden. Daarbij mag deze zowel ruimtelijk als landschappelijk geen barrière vormen tussen de woning en het omliggende landschap. Het door de omwonende gewenste wandelpad naar de Palmerswaard (5m zone inclusief begeleidende besdragende struiken) is in de tekening weergegeven met een witte stippellijn.
wandelpad (5m) met beshoudende struiken naar de Palmerswaard
Versterk en verruim het panoramazicht vanaf de N225 door het naaldbos te verwijderen en de N225 vrij te houden van opgaande (niet streekeigen) beplanting. Versterk het panoramazicht door de bouwkavel onderdeel te laten zijn van het landschap Gebruik beplanting die aansluit bij hoog/laag en droog/ nat gradiënten. Versterk perspectief- en reliëfwerking in het panoramazicht door beplanting zowel op de steilrand langs de weg als op de steilrand onderaan het perceel deels weg te halen. (zie afbeelding) Maak een afwisselend erfsilhouet met streekeigen beplanting en een landschapshaag.
Locatie • • •
•
Wij zijn van mening dat, vanwege de grote waarde van het open perceel er in dit geval de meeste kwaliteitswinst is te bereiken door de woning geen onderdeel te laten worden van de lintbebouwing, maar door deze verder naar achteren te situeren. Door het bouwpeil en de bouwhoogte af te stemmen op de huidige maaiveldhoogtes is zicht over (in plaats van op) de woning mogelijk vanaf de Utrechtsestraatweg.
he
Landschap
• •
Versterk / accentueer het microreliëf zodat de woning en privé - buitenruimte erin opgenomen kunnen worden. Plaats de woning zoveel mogelijk naar achteren. De ontsluiting van het perceel, direct op de N225, aan de oostzijde van het perceel zodat de woning aan het landschap grenst en zodat het parkeren makkelijk uit het zicht kan plaatsvinden. Geen formalisering van de kavelgrenzen door opvallende afrasteringen of hekwerken. Creëer privacy door het strategisch positioneren van landschapselementen, de woning , het microreliëf van het terrein en streekeigen beplanting. Bijgebouwen en eventuele andere toegevoegde functies integreren in het ontwerp van de woning, zodat een eenheid ontstaat.
Bebouwing •
• •
De bebouwing wordt op een zorgvuldige manier onderdeel van de landschapscompositie. Dat kan op verschillende manieren: de woning kan min of meer opgaan in het landschap, maar ook is een wisselwerking mogelijk waarbij het gebouw een markanter deel van de enscenering wordt. Dàt de relatie hecht is, is wel een belangrijke voorwaarde. Naar onze mening is het voorschrijven van een kapvorm of richting in dit geval niet wenselijk. Ook het dak of de kap zal onderdeel van het landschapsontwerp dienen te zijn. Bijvoorbeeld is te denken aan een (licht glooiend of hellend) grasdak, in elkaar overlopen van maaiveld en de gebouwcontour inclusief begroeiing. Natuurlijke, stoere materialen, aardse/gedekte kleuren. Bouwpeil niet bepalen vanaf de kruinhoogte weg maar bouwen in het landschap. Bouwhoogte blijft onder de kruinhoogte van de weg.
Elementen • • •
zoekgebied bouwvlak
PROJECT
Datum: Locatie: Opdrachtgever/Adviseur: Ervenconsulenten:
Verplaatsen bouwrecht naar de Utrechtsestraatweg
mei 2017 Utrechtsestraatweg ongenummerd Henk Paassen, DORP en LAND advies Jolanda van Looij, Landschap Erfgoed Utrecht Rob Hendriks, Mooisticht
Gebruik streekeigen beplanting Beperk verhard oppervlak tot een minimum. Extra aandacht voor de inpassing van de inrit. Landschap Erfgoed Utrecht
Bunnikseweg 25 2732 HV De Bilt Postbus 121 3730 AC De Bilt 030 220 55 34
Bijlage 3 ROM INTEGRAAL ADVIES
25/394 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020
ROM INTEGRAAL ADVIES Aan T.a.v. Onderwerp
Olo-nummer Adviseur ROM Telefoon Datum Kenmerk
gemeente Rhenen Jan van Maanen ROM integraal advies Utrechtsestraatweg naast 21: Bestemmingsplan Utrechtsestraatweg naast 21, Rhenen Ruud Horijon Algemeen 088 - 022 50 00 rechtstreeks: 06-48629555 6 augustus 2020 Extern: Z/20/164517 / D – 425265; ODRU: z-20-007684
Inleiding De gemeente Rhenen heeft de ODRU opdracht verleend voor beoordeling van de bijlagen bij concept ontwerp-bestemmingsplan Utrechtsestraatweg ongenummerd, naast 21 (versie NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01) voor de aspecten bodem, geluid, archeologie, stikstof en natuurwaarden. De eigenaar is voornemens om op deze plek een woning te realiseren. Door B&W is op 20 oktober 2016 een principebesluit genomen om ter compensatie van het bouwrecht dat vrijgekomen is op de Cuneralaan 65 t.b.v. de realisatie van een Ecologische Verbindingszone, op een vergelijkbare plek een woning met eenzelfde inhoud (750 m3) terug te mogen bouwen. Hieronder achtereenvolgens de korte conclusies en vervolgens per thema de uitgebreidere adviezen en toelichting. Korte conclusie Thema
Blz.
Beoordeling
Bodem
2
Niet akkoord
Geluid
7
Akkoord onder voorwaarden
Archeologie
8
Akkoord onder voorwaarden
Ecologie
9
Niet akkoord
Pagina 1 van 9
Opmerkingen en/of belemmeringen Akkoord voor wat betreft bodemkwaliteit. Niet akkoord voor wat betreft niet gesprongen conventionele Explosieven. Er moeten hogere geluidwaarden worden verleend Er moet een vervolgonderzoek worden uitgevoerd. Het rapport moet worden aangepast. Geen ecologische quickscan aangeleverd, AERIUS-berekening is akkoord mits realisatie met alleen elektrische werktuigen wordt geborgd.
Bodem Advies 1. Het bodemonderzoek dat als bijlage 3 is opgenomen in de bijlagen bij de toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan, te accepteren als bewijsmiddel voor een geschikte bodemkwaliteit. 2. De toelichting van het (ontwerp)bestemmingsplan, met hierin de bodemparagraaf, ter beoordeling aan de ODRU voor te leggen. 3. De initiatiefnemer in de gelegenheid te stellen om aandacht te besteden aan het aspect Niet Gesprongen Conventionele Explosieven (NGCE) en een paragraaf NGCE aan de toelichting toe te voegen, inclusief explosievenonderzoek (conform WSCS-OCE) in de bijlagen hiervan. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 De milieuhygiënische bodemkwaliteit is in voldoende mate vastgelegd. Het getoetste bodemonderzoek geeft een representatief beeld van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. De locatie is in 2018 onderzocht op een mogelijke aanwezigheid van asbest. Dit rapport is in maart 2020 beoordeeld door de RUD Utrecht (zie de achtergrondinformatie / bijlagen). De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek of sanering. 1.2 De bodem van het plangebied (onderzochte deel van het perceel) is geschikt voor de voorgenomen functie. 2.1 De bodemparagraaf in ontwerpversie van het bestemmingsplan is nog niet beoordeeld. De ruimtelijke onderbouwing (Toelichting) van het ontwerpbestemmingsplan is niet ter beoordeling aangeleverd.
Er is op dit moment alleen verzocht om de bijlagen van de toelichting te toetsen. Wij adviseren om ook de bodemparagraaf uit de toelichting ter beoordeling voor te leggen. 3.1 Een rapport van explosievenonderzoek ontbreekt in de bijlagen van de Toelichting Uit bij de gemeente en de ODRU bekend vooronderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van Niet Gesprongen Conventionele Explosieven (NGCE) in een aangrenzende onderzoekscontour is bekend dat er aanwijzingen zijn om binnen het plangebied NGCE te kunnen verwachten. Een vooronderzoek naar NGCE of een projectgebonden risicoanalyse (PRA) van het plangebied ontbreekt in de bijlagen van de Toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. Het is hierdoor ook niet duidelijk of er in de ruimtelijke onderbouwing (toelichting) van het bestemmingsplan wel aandacht is besteed aan het aspect NGCE. Het is nodig om hier een paragraaf over op te nemen. Wat is getoetst? Verkennend bodemonderzoek perceel naast Utrechtsestraatweg 21 te Rhenen, Gemeente Rhenen, sectie I, nummer 1067 (Nipa Milieutechniek b.v./ kenmerk: 17798, d.d. 29-10-2019); Beoordelingsbrief RUD Utrecht: asbest-in-bodem onderzoek Perceel I 1067 te Rhenen (UT034000138 Utrechtsestraatweg), zaakkenmerk: Z-BHZMLD-2020-0483, briefnummer: Z/20/671881-775999, d.d. 16 maart 2020;
Bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan Utrechtsestraatweg ongenummerd (naast 21), Gemeente Rhenen (Lievense Milieu BV, documentnummer SLM011802, status: ontwerp, versie: NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01, datum: onbekend).
Vooronderzoek Conventionele Explosieven, noordelijk deel van Rhenen, door T&A Survey BV, projectnummer GPR6781, datum 2 november 2017
Waaraan is getoetst? Wet ruimtelijke ordening Wet Bodembescherming Circulaire bodembescherming Regeling bodemkwaliteit Normen voor bodemonderzoek: Pagina 2 van 9
o NEN5725 (vooronderzoek); o NEN5740 (regulier onderzoek); Werkveldspecifiek Certificatieschema – Opsporing Conventionele Explosieven (WSCS-OCE)
Bijlage Bodem Achtergrondinformatie Het perceel heeft een oppervlakte van 2.447 m2. Het onderzochte deel van het perceel heeft een oppervlakte van ca. 600 m2. Bij de ODRU is bekend dat deze locatie binnen de contour van een potentieel geval van ernstige bodemverontreiniging (Utrechtsestraatweg, UT034000138) valt. De bodem van een aantal percelen aan de Utrechtsestraatweg zijn aangemerkt als verdacht op het voorkomen van asbest in de grond. Naar aanleiding daarvan is door Nipa milieutechniek b.v. een verkennend asbestonderzoek in grond uitgevoerd (rapportnummer 16991, d.d. 18-10-2018). Dit rapport is in maart 2020 door het bevoegd gezag Wbb, RUD Utrecht (namens Provincie Utrecht), beoordeeld. Uit resultaten van dit onderzoek blijkt dat het onderzochte gedeelte van het perceel niet verontreinigd is met asbest. De RUD Utrecht heeft ingestemd met de conclusies en aanbevelingen van dit bodemonderzoek. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest wordt niet noodzakelijk geacht. Zintuiglijk zijn in de bovengrond van de boringen 102 en 105 bijmengingen met baksteen aangetroffen. Deze bijmengingen worden niet als asbestverdacht beschouwd. De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met lood, zink en PCB’s. De bovengrond met bijmengingen (zwak baksteen, matig roest) is licht verontreinigd met kwik en lood.
In de ondergrond zijn geen verontreinigingen met onderzochte stoffen aangetroffen. Het grondwater is niet onderzocht, omdat het niveau dieper dan 5 m-mv ligt. Conclusies: Het onderzoek voldoet aan NEN 5740. Eer zijn geen aanleidingen voor een aanvullend of nader bodemonderzoek.
Niet Gesprongen Conventionele Explosieven -> zie kaartbijlage 5
Pagina 3 van 9
Kaartbijlagen 1 t/m 5 Kaartbijlage 1: Ligging van de locatie uit het bestemmingsplan
Kaartbijlage 2: ligging van de Wbb-locatie UT034000138
Pagina 4 van 9
Kaartbijlage 3: Ligging van de onderzoekslocatie uit bodemonderzoek bodemonderzoek (Nipa milieutechniek b.v./ kenmerk: 17798, d.d. 29-10-2019)
Kaartbijlage 4: Ligging van de onderzoekslocatie m.b.t. asbest uit Nipa milieutechniek rapportnummer 16991, d.d. 18-10-2018, die beoordeeld is door RUD Utrecht
Pagina 5 van 9
Kaartbijlage 5: Uitsnede uit kaartbijlage Vooronderzoek NGCE Noordelijk deel van Rhenen Bron: Vooronderzoek Conventionele Explosieven, noordelijk deel van Rhenen, door T&A Survey BV, projectnummer GPR6781, datum 2 november 2017
Pagina 6 van 9
Geluid Advies: 1. Het akoestisch onderzoek goed te keuren. 2. Een procedure hogere waarde te starten. 3. Bij de aanvraag omgevingsvergunning bouwen een akoestisch rapport naar de gevelwering toe te voegen. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 Het akoestisch rapport is goed uitgevoerd. In het akoestisch onderzoek is het wettelijk kader goed onderbouwd en uitgelegd. De plansituatie is goed in beeld gebracht en gemodelleerd en de berekeningen zijn goed uitgevoerd. Wel merken wij op dat op pagina 10 de verkeersintensiteiten van de Utrechtseweg en Paardenveld verkeerd zijn weergegeven. De intensiteiten van deze wegen zijn verwisseld. Bij de berekening is overigens wel met de juiste intensiteiten gerekend. Het is dus een tekstuele fout. Wij adviseren om deze wel aan te passen. 1.2 De conclusies van het akoestisch onderzoek zijn correct. In het akoestisch onderzoek is goed onderbouwd dat er hogere waarden moeten worden verleend. 2.1 De geluidbelasting op de gevels is hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Op de zuidoost- en noordwestgevel is de geluidbelasting veroorzaakt door de Utrechtsestraatweg hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Dit betekent dat voor deze gevels een hogere waarde moet worden verleend. De procedure loopt gelijktijdig met de planprocedure. 2.2 Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn ondoeltreffend.
Het akoestisch onderzoek heeft aangetoond dat het treffen van bronmaatregelen en overdrachtsmaatregelen bezwaren treft van financiële aard. Dit betekent dat er hogere waarden moeten worden verleend. 3.1 Met een standaardgevelwering wordt niet voldaan aan het Bouwbesluit. Volgens het Bouwbesluit dient het geluidniveau in een woning (binnenniveau) maximaal 33 dB te zijn. De maximale geluidbelasting op de woningen is 57 dB, exclusief aftrek ex. art. 110g Wgh. Dit betekent dat er een geluidwering van 24 dB is vereist om aan het vereiste binnenniveau van het Bouwbesluit te kunnen voldoen. Een standaard gevel heeft een geluidwering van 20 dB. Er moeten dus extra geluidwerende maatregelen worden genomen. Deze dienen beschreven te worden in een akoestisch onderzoek naar de geluidwering van de gevels dat bijgevoegd moet worden bij de omgevingsvergunning bouwen.
Wat is getoetst? Utrechtsestraatweg te Rhenen Akoestisch onderzoek wegverkeer; d.d. 6 februari 2020; projectnummer SLM011802; documentnummer SLM011802.RAP001.AC.WL, versie 1; opgesteld door Lievense Milieu B.V. Waaraan is getoetst? Wet geluidhinder; Wet ruimtelijke ordening; Bouwbesluit
Pagina 7 van 9
Archeologie Advies: 1 Een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek verplicht te stellen. 2. Het verplichte Plan van Aanpak voor het booronderzoek ter beoordeling aan de ODRU voor te leggen. 3. Het rapport van het archeologische bureauonderzoek aan te laten passen op basis van de opmerkingen in de bijlage. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 Een vervolgonderzoek is noodzakelijk. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft de hoge archeologische verwachting voor het plangebied bevestigd. De voorgenomen ontwikkelingen kunnen archeologische waarden in de bodem aantasten. Er moet daarom een vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek worden uitgevoerd. Wij adviseren u om de initiatiefnemer het volgende mee te delen: “Het uitgevoerde vooronderzoek heeft de hoge archeologische verwachting voor uw plangebied bevestigd. In het plangebied kunnen archeologische resten uit het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd aanwezig zijn. Een archeologisch vervolgonderzoek is daarom noodzakelijk. Dit vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek. Het onderzoek behoort plaats te vinden conform de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en op basis van een Plan van Aanpak (PvA), dat voorafgaand aan het onderzoek ter goedkeuring aan de gemeente is voorgelegd.
De rapportage van het onderzoek moet bij de gemeente worden ingediend. Op basis van de resultaten van het onderzoek neemt de gemeente een besluit over de vervolgstappen. Deze vervolgstappen kunnen bestaan uit vrijgave, vervolgonderzoek, behoud van archeologische resten in de bodem, of een combinatie hiervan. Het archeologische onderzoek is pas afgerond als alle archeologische rapportages door de gemeente zijn ontvangen en goedgekeurd.” 2.1 Voor een archeologisch booronderzoek is een Plan van Aanpak verplicht. Wij adviseren om het Plan van Aanpak (PvA) ter beoordeling aan ons voor te leggen, zodat wij kunnen beoordelen of de onderzoeksmethodiek in het PvA voldoende is afgestemd op de archeologische verwachting van het plangebied. 3.1 Het rapport is niet volledig / bevat omissies en onjuistheden. Het verwachtingsmodel is niet voldoende onderbouwd. Wij adviseren u om het rapport aan te laten passen op basis van de opmerkingen in de bijlage en het aangepaste rapport ter beoordeling aan ons voor te leggen. Wat is getoetst? Schorn, E.A., 2017. Archeologisch bureauonderzoek Utrechtsestraatweg ongenummerd (ten NW van nr. 21) te Rhenen. Gemeente Rhenen. KSP Archeologie, Duiven. Versie 1.0 d.d. 15 mei 2017. Waaraan is getoetst? Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 4.1. Archeologiebeleid gemeente Rhenen: Brugman, B.A., R.M. van Heeringen, A. Lutz, R.
Schrijvers & C.A. Visser 2011: Archeologische beleidskaart gemeente Rhenen. Toelichting op de totstandkoming en de koppeling met de ruimtelijke ordening (planregels). Rapportnummer V817, Vestigia Archeologie en Cultuurhistorie, Amersfoort. Bijlage: opmerkingen Bureauonderzoek - p.8: a.u.b. een AHN-kaartje toevoegen; - p.9: foutmelding verwijderen; - p.17: welke kaarten uit de Late Middeleeuwen zijn bestudeerd om voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd een hoge verwachting te stellen?; - p.19: uit het bestudeerde kaartmateriaal bleek toch juist dat er geen bebouwing in het plangebied aanwezig is geweest? Wellicht een tabaksschuur, maar welke concrete aanwijzingen zijn er voor de aanwezigheid van een huisplaats? Pagina 8 van 9
Ecologie Advies: 1. De quickscan natuurwaarden voldoet niet om de aanwezigheid van en negatieve effecten op beschermde soorten uit te sluiten 2. De AERIUS-berekening is akkoord, maar uitvoering met volledig elektrisch materieel moet worden geborgd door voorwaarde in de omgevingsvergunning voor de realisatie.. Inhoudelijke onderbouwing 1.1 De quickscan natuurwaarden is opgesteld om negatieve effecten op beschermde natuurwaarden in het direct naastgelegen Natura 2000-gebied uit te sluiten. 1.2 In het kader van de bestemmingswijziging moet in beeld worden gebracht door middel van een ecologische quickscan of er mogelijk beschermde soorten in het plangebied of directe omgeving aanwezig zijn, die negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de beoogde ontwikkeling. Een dergelijk onderzoek is niet aangeleverd. 1.3 Er wordt in de quickscan natuurwaarden wel verwezen naar een ecolgische quickscan In paragraaf 1.1 staat dat ‘in oktober 2018 een quickscan flora en fauna [is] uitgevoerd door NIPA milieutechniek b.v. (van der Stroom, 2018)’. Geadviseerd wordt om dat onderzoek ter beoordeling aan de ODRU voor te leggen. 2.1 De AERIUS-berekening gaat uit van realisatie met volledig gebruik van elektrische werktuigen. Op basis van deze aanname treedt geen stikstofdepositie op.
Echter, om te borgen dat ook daadwerkelijk alleen elektrisch materieel wordt gebruikt, wordt geadviseerd om als voorwaarde op te nemen in de omgevingsvergunning voor de realisatie dat de mobiele werktuigen volledig elektrisch moeten zijn en het gebruik van niet-elektrische werktuigen niet is toegestaan. Ook wordt de gemeente geadviseerd om hier toezicht op te houden. Wat is getoetst? Voortoets effecten van woningbouw Utrechtsestraatweg ong. te Rhenen, Blom Ecologie, 19 mei 2019. AERIUS-berekening RZczubhbf6qz AERIUS-berekening S3TM9tA5pg94 Onderzoek stikstofdepositie Utrechtsestraatweg in Rhenen, SPA-WNP, 20 januari 2020 Waaraan is getoetst? Wet natuurbescherming (excl. onderdeel houtopstanden)
Pagina 9 van 9
Bijlage 4 Verkennend Bodemonderzoek NIPA 29102019
36/394 - ontwerp - NL.IMRO.0340.BPUSWnaast21-ON01 - 6 november 2020
RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK PERCEEL NAAST UTRECHTSESTRAATWEG 21 TE RHENEN Gemeente Rhenen, sectie I, nummer 1067 PROJECT: 17798
VERANTWOORDING Titel
VERKENNEND BODEMONDERZOEK PERCEEL NAAST UTRECHTSESTRAATWEG 21 TE RHENEN
Opdrachtgever
de heer P.H. Mol Utrechtsestraatweg 31 3911 TR Rhenen
Rapportnummer
17798
Datum
Projectleider
mevrouw J.P.E.E. van Kempen- Autorisatie
29 oktober 2019
mevrouw A.R. Oosterhof
Mesterom
handtekening
handtekening
NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss
tel. +31 (0)412 – 65 50 58 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl
Verkennend bodemonderzoek Utrechtsestraatweg te Rhenen, sectie I, nummer 1067
JvK/17798/2
INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1
INLEIDING _____________________________________________________________________ 4
2
LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 5
3
2.1
ALGEMEEN __________________________________________________________________ 5
2.2
VOORONDERZOEK _____________________________________________________________ 5
2.2.1
Omgeving _____________________________________________________________ 5
2.2.2
Bodemgebruik _________________________________________________________ 5
2.2.3
Uitgevoerde bodemonderzoeken ___________________________________________ 6
2.2.4
Bodemopbouw en geohydrologie __________________________________________ 7
2.3
DOELSTELLING _______________________________________________________________ 8
2.4
HYPOTHESE _________________________________________________________________ 8
UITGEVOERD BODEMONDERZOEK _________________________________________________ 9 3.1
ALGEMEEN __________________________________________________________________ 9
3.2
VELDWERKZAAMHEDEN _________________________________________________________ 9
3.3
LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN __________________________________________________ 9
4
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ______________________________________ 10
5
RESULTATEN __________________________________________________________________ 12 5.1
ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ___________________________________________________ 12
5.2
ANALYSERESULTATEN EN BODEMKWALITEIT ___________________________________________ 12
5.3
INTERPRETATIE ______________________________________________________________ 13
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 14
7
REFERENTIES _________________________________________________________________ 15
Bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8
Situering in de regio Kadastrale gegevens Locatieoverzicht Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond en grondwater Toetsingstabellen Fotobijlage Kwaliteitsborging Archimil
Verkennend bodemonderzoek Utrechtsestraatweg te Rhenen, sectie I, nummer 1067
JvK/17798/3
1
INLEIDING De heer P.H. Mol te Rhenen heeft, in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van nieuwbouw van een bedrijfspand, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 op een perceel naast de Utrechtsestraatweg 21 te Rhenen. NIPA milieutechniek b.v. te Oss is een ISO 9001:2015 gecertificeerd onderzoeksbureau. Tevens is NIPA milieutechniek b.v. op grond van artikel 12 van het Besluit bodemkwaliteit erkend voor de werkzaamheid “Veldwerk”. Deze erkenning geldt voor de volgende protocollen:
2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen
2002 – Het nemen van grondwatermonsters
2003 – Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek
2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem
NIPA milieutechniek b.v. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door mevrouw J.P.E.E. van Kempen-Mesterom.
Verkennend bodemonderzoek Utrechtsestraatweg te Rhenen, sectie I, nummer 1067
JvK/17798/4
2
LOCATIEGEGEVENS 2.1
Algemeen
De onderzoekslocatie betreft een perceel aan de Utrechtsestraatweg te Rhenen en staat kadastraal bekend als gemeente Rhenen, sectie I, nummer 1067. Het perceel heeft een oppervlakte van 2.447 2
2
m . De onderzoekslocatie betreft de nieuwbouw locatie en heeft een oppervlakte van 600 m . De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 3. 2.2
Vooronderzoek
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform hoofdstuk 6 van de NEN 5725. 2.2.1 Omgeving De onderzoekslocatie is gelegen tussen de bebouwde kom van Rhenen en de uiterwaarden van de Rijn. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: − Noord:
Utrechtsestraatweg met aan de overzijde woningen met tuin
− Oostzijde:
grasveld
− Zuidzijde:
uiterwaarden
− Westzijde:
bosschages (loofbomen)
2.2.2 Bodemgebruik Het perceel betreft een toekomstige bouwlocatie en is momenteel deels braakliggend en deels begroeid met dennenbomen. Uit de topografische kaarten van Topotijdreis blijkt dat de locatie in het verleden ook onbebouwd is geweest.
Verkennend bodemonderzoek Utrechtsestraatweg te Rhenen, sectie I, nummer 1067
JvK/17798/5
Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen tanks aanwezig of aanwezig geweest en hebben zich geen calamiteiten voorgedaan die een mogelijke bodemverontreiniging hebben veroorzaakt.
Het voornemen bestaat om ter plaatse een bedrijfspand te bouwen. 2.2.3 Uitgevoerde bodemonderzoeken Recent is op de locatie door NIPA milieutechniek b.v. een verkennend asbest in grond onderzoek uitgevoerd (rapportnummer 16991, d.d. 18 oktober 2018). Uit de resultaten bleek dat zowel op het maaiveld als in de bodem geen verontreiniging met asbest was aangetoond.
Volgens informatie van de gemeente Rhenen is het perceel direct naast de onderzoekslocatie in het verleden in gebruik geweest als volkstuinencomplex. Recent is op het talud direct ten zuiden van de
Verkennend bodemonderzoek Utrechtsestraatweg te Rhenen, sectie I, nummer 1067
JvK/17798/6
locatie een verkennend asbest in grondonderzoek uitgevoerd (BOOT, rapportnummer P18-0164-009, d.d. 23-05-2018). Uit de resultaten blijkt dat in de bodem geen asbest aanwezig is. Wel werd in de rapportage opgemerkt dat vanwege de begroeiing geen volledige maaiveldinspectie uitgevoerd kon worden. De bovengrond bleek licht verontreinigd te zijn met zware metalen en PAK.
In juli 2010 is op het talud grenzend aan de Utrechtsestraatweg 21 door BOOT een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer P10-0185-010, d.d. 13-07-2010). Uit de resultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met lood, PCB en PAK. De ondergrond en het grondwater zijn niet onderzocht. 2.2.4 Bodemopbouw en geohydrologie
Verkennend bodemonderzoek Utrechtsestraatweg te Rhenen, sectie I, nummer 1067
JvK/17798/7
code
hydrogeologische eenheid
lithologie
diepte
BXz2
Formatie van Boxtel, tweede
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit
14.36 m -
zandige eenheid
midden en fijn zand, met weinig zandige klei
14.17 m
en grof zand en een spoor klei, veen en grind BXz3
Formatie van Boxtel, derde
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit
14.17 m -
zandige eenheid
midden en fijn zand, met weinig zandige klei
13.73 m
en grof zand en een spoor klei, veen en grind BXz4
Formatie van Boxtel, vierde
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit
13.73 m -
zandige eenheid
midden en fijn zand, met weinig zandige klei
13.60 m
en grof zand en een spoor klei, veen en grind Dtc
Gestuwde afzettingen, com-
Complexe eenheid, hoofdzakelijk bestaande
13.60 m -
plexe eenheid
uit een afwisseling van grof en midden zand,
-10.40 m
met weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind en een spoor veen PZWAz1
WAk1
2.3
Formatie van Peize en For-
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit
-10.40 m
matie van Waalre, eerste
midden en grof zand, met weinig zandige klei,
- -12.85
zandige eenheid
fijn zand en grind en een spoor klei en veen
m
Formatie van Waalre, eerste
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit
-12.85 m
kleiige eenheid
zandige klei, klei en midden zand, met weinig
- -15.10
veen, fijn en grof zand en een spoor grind
m
Doelstelling
Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is, waardoor sprake kan zijn van beperkingen of belemmeringen ten aanzien van het huidige of toekomstige gebruik van het terrein. 2.4
Hypothese
Op basis van de beschikbare gegevens is de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie niet verdacht is met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging.
Verkennend bodemonderzoek Utrechtsestraatweg te Rhenen, sectie I, nummer 1067
JvK/17798/8
3
UITGEVOERD BODEMONDERZOEK 3.1
Algemeen
Verdeeld over de onderzoekslocatie met een oppervlakte van circa 600m² zijn conform de NEN 5740 volgens de strategie voor een onverdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging de volgende boringen verricht:
4 boringen tot 0,5 meter -mv (103 t/m 106)
1 boringen tot 2,0 meter -mv (102)
1 boring tot 5,0 meter –mv (101)*
* Aangezien het grondwater niet is aangetoond binnen de 5 meter –mv is, conform de NEN 5740 , grondwateronderzoek achterwege gelaten.
Twee boven- en één ondergrondmengmonster zijn geanalyseerd op de parameters van het standaard pakket voor grond vanuit de NEN 5740. Voor de berekening van de gestandaardiseerde meetwaarden zijn van de mengmonsters tevens de percentages aan lutum en organisch stof bepaald. 3.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het bemonsteren van de grond en de zintuiglijke beoordeling van de grondmonsters, zijn uitgevoerd volgens de methoden zoals aangegeven in de relevante NPR- en NEN-normen zoals beschreven in de beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek” [2]. De situering van de boringen is opgenomen in bijlage 3. Alle boringen zijn op 8 oktober 2019 met handkracht uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan Archimil en zijn uitgevoerd onder certificaat VB-040. De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer V.L. Burgers. 3.3
Laboratoriumwerkzaamheden
De chemische analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd door een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. Voor de toegepaste analysemethoden wordt verwezen naar bijlage 5.
Verkennend bodemonderzoek Utrechtsestraatweg te Rhenen, sectie I, nummer 1067
JvK/17798/9
4
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE De verontreinigingssituatie van de vaste bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de achtergrond- en interventiewaarde [3 & 4]. De streefwaarden voor grond zijn per 1 oktober 2008 vervangen door de achtergrondwaarden (AW2000), deze zijn vastgesteld in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De achtergrondwaarden zijn landelijk vastgesteld en worden in het Besluit bodemkwaliteit als volgt gedefinieerd: Achtergrondwaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehaltes aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. In gemeenten die beschikken over een bodemkwaliteitskaart kan bij een overschrijding van de achtergrondwaarde getoetst worden aan de P90-waarde. Deze geeft een regionaal vastgestelde verhoogde achtergrondwaarde aan. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013 [3]. De streefwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de bodem aan.
De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de vaste bodem en het grondwater hebben voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een “geval van ernstige bodemverontreiniging” te spreken dient voor ten minste één stof het gemiddelde gehalte van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. In bijzondere situaties, zoals bij volkstuinen en bij kruipruimten, kan reeds bij een geringere omvang en bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op grond van de daadwerkelijk optredende blootstelling aan de verontreiniging dient bekeken te worden of onaanvaardbare risico’s voor mensen en/of ecosystemen optreden.
Verkennend bodemonderzoek Utrechtsestraatweg te Rhenen, sectie I, nummer 1067
JvK/17798/10
Uit de NEN 5740 [1] kan het volgende worden afgeleid. De interpretatie van de onderzoeksresultaten en de noodzaak tot het uitvoeren van vervolgonderzoek hangen voor een belangrijk deel af van de aanleiding en doelstelling van het onderzoek en de ‘gevoeligheid’ van het gebruik en de bestemming van de locatie. Ook de onderzoeksinspanning van het vervolgonderzoek wordt voor een belangrijk deel hierdoor bepaald. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid te bepalen.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of organisch stofgehalte van de bodem. Bij de berekening van de gestandaardiseerde meetwaarden voor de vaste bodem is uitgegaan van gemeten lutum- en organisch stofgehaltes. De gestandaardiseerde meetwaarden zijn bepaald met behulp van BoToVa. De gestandaardiseerde meetwaarden en de toetsing aan de achtergrond- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 6.
Bij de interpretatie van de toetsingsresultaten is uitgegaan van de BodemIndex (BI) BodemIndex (BI) = (gestandaardiseerde meetwaarde - AW) / (IW - AW) AW = achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) IW = interventiewaarde BodemIndex < 0: