Bijlage 4 - adviesrapport raad voor cultuur lokale media niet te missen
Tekst van het document
Zijn er groepen bewoners die
51
Daadkracht 2020, p. 13
32
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
veel actiever participeren dan andere? Welke gevolgen heeft dat? Als de poli tiek zich meer verplaatst naar de samenleving, vraagt het van lokale media dat zij haar daarbij volgen. Ook bieden deze ontwikkelingen een kans voor media om op te treden als ‘informatiemakelaar’ tussen gemeente en burgers door niet alleen informatie naar burgers toe te brengen, maar ook informatie vanuit burgers bij de poli tiek neer te leggen en het gesprek tussen politiek en burger te faciliteren. Je zou dit kunnen zien als een combinatie van de eerder omschreven informe rende en agenderende functies die de Raden weggelegd zien voor (lokale) media. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een groot stadsgesprek over racisme in het lokale theater, zoals de lokale publieke omroep 1Twente met het regionale dagblad Tubantia organiseerde (zie kader bij paragraaf 5.1). Meer communicatie Terwijl lokale media door wegvallende advertentie-inkomsten steeds zwakker staan, worden lokale overheden communicatief steeds sterker. Veel gemeen ten zetten massaal in op de sociale-mediakanalen en online dienstverlening, op basis van groeiende budgetten. Uit recent onderzoek52 onder 154 gemeen ten blijkt dat de G4-gemeenten over communicatieafdelingen met minstens 25 fte beschikken. Alle deelnemende 154 gemeenten beschikken over een eigen communicatieadviseur.
Ook de kleinere gemeenten (tot 25 duizend inwoners) hebben drie tot vijf communicatiemedewerkers in dienst. Veel gemeenten hebben bovendien medewerkers in dienst genomen voor hun online communicatie. Vaak nemen deze ambtenaren ook ‘webcare’ voor hun rekening: het online beantwoorden van eveneens online gestelde vragen van burgers en het delen van berichten van hun gemeente via sociale media. Dit zijn logische ontwikkelingen, gezien het feit dat gemeenten complexe taken erbij hebben gekregen die grote impact kunnen hebben op het dagelijks leven van mensen en gezien de alomtegenwoordigheid van sociale media. Echter, de groeiende ‘gemeentelijke communicatiekracht’ leidt ertoe dat de balans tussen gemeentelijk en onafhankelijk nieuws zoek begint te raken. Dat gebeurt met name in middelgrote en kleine gemeenten waar de verschraling van lokale media het sterkst is (zie hoofdstukken 4 tot en met 6). Met name online hebben lokale media – zowel websites van lokale en regionale omroe pen als die van (oorspronkelijk) dagbladuitgeverijen – geduchte concurrentie gekregen in de strijd om de aandacht van de burger van gemeentelijke newsrooms met woordvoerders, ‘beeldvoerders’ en soms een door de gemeente betaalde journalist. Die laatste is een relatief nieuw fenomeen, dat bij onts tentenis van onafhankelijke journalisten van de lokale pers hier en daar
52 Verloop, R. 2020
33
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
opduikt.53 Als mensen al hun nieuws krijgen van lokale media, is de lokale overheid vaker wel dan niet de bron voor dit nieuws. In kleine gemeenten geldt dit het sterkst, daar is twee derde van de bronnen een lokale politicus of woordvoerder van de gemeente.54 Bij sommigen roept dit zorgen op over de onafhankelijkheid, originaliteit en kwaliteit van het nieuws en over journalistieke onafhankelijkheid van het nieuws dat mensen tot zich nemen.55 Het vermindert volgens sommigen ook het gemak waarmee lokale bestuurders bereikt kunnen worden. Zo wil de communicatieafdeling de vragen van lokale media steeds vaker van tevoren zien, of doen ze die zelfs zelf per mail af, meldt een van onze gesprekspart ners.56 Anderen zeggen hier weer minder last van te hebben; het zal dus per gemeente verschillen. Een meer positieve ontwikkeling is dat het groeiende aantal communicatiemedewerkers ingezet wordt om burgers via steeds uit gebreidere participatietrajecten te betrekken bij de besluitvorming en de uit voering van besluiten. Het zou zo makkelijker moeten worden voor burgers om informatie op te vragen bij de gemeente. 3.4
geografische spreiding De verschillen tussen de bediening van mensen door lokale media in verschil lende gebieden zijn groot. Er bestaan regio’s waar mensen nauwelijks lokaal nieuws voorhanden hebben en lokale bestuurders en andere lokaal invloed rijke partijen nauwelijks gecontroleerd worden door de media. Die regio’s bevinden zich logischerwijs buiten de grotere steden. Uit onderzoek blijkt dat deze regio’s vaak verstoken blijven van informatie, ook op langere termijn. ‘Daar waar het stil is, blijft het stil’, concludeerden onderzoekers van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, terwijl nieuws juist nog meer nieuws aantrekt.57 Zo ontstaan in het land her en der plaatsen waar de journalistiek zich concen treert, waar lokale journalistieke ecosystemen ontstaan. Die kunnen bestaan uit een streekeditie van een regionale krant, een nieuwsblad, een of twee huis-aan-huisbladen, een lokale omroep en een lokale website die door bur gers van informatie wordt voorzien. Het kan heel wel zijn dat vijftien kilome ter verderop geen enkele van deze, op elkaar inspelende en elkaar volgende media actief is.
53 54 55 56 57
Bij voorbeeld in gemeente Smallingerland, in het voorjaar van 2020: Kivits, N. 2020 Bakker, P. en Kik, Q. 2018, p. 43 Raad voor Cultuur & Raad voor het Openbaar Bestuur 2019; Democratie in actie 2020, p. 129 Gesprek met De Stentor, d.d. 17 augustus 2020 Gesprek met het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, d.d. 13 augustus 2020
34
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
De verklarende factor hiervoor is in veel gevallen de grootte van de gemeente. Hoe groter het bedieningsgebied van een lokaal medium, hoe hoger de bij drage uit het gemeentefonds (in het geval van lokale media) en/of hoe hoger de inkomsten uit advertenties. Met deze hogere inkomsten is het gemakkelij ker een lokaal medium in stand te houden en van kwalitatief hoogstaand nieuws te voorzien. Er tekent zich vooral een duidelijke scheidslijn af tussen de G4 plus de G28 (alle gemeenten met meer dan honderdduizend inwoners) en ‘de rest’.58
58 Kik, Q., Medendorp, M. & Ruigrok, N. 2019, p. 38
35
4 Omroepen
4.1
inleiding In de komende drie hoofdstukken bespreken de Raden de organisatie van ver schillende lokale mediatypen. Daarbij onderwerpen ze de in eerdere hoofd stukken besproken ontwikkelingen en obstakels voor het voldoen aan de democratische en maatschappelijke functies aan een nadere analyse. In dit hoofdstuk staan de lokale en regionale publieke omroepen centraal. Daarnaast bestaan er nog een aantal niet-landelijke commerciële omroepen. In 2012 kwamen er bij een inventarisatie van het Stimuleringsfonds 16 commerciële televisiezenders en 12 kabelkranten bovendrijven.59 Inmiddels zijn de meeste hiervan verdwenen of online voortgezet.60
4.2
organisatie In Nederland zijn er, naast de landelijke omroepen, voor de wet twee soorten publieke omroepen: regionale en lokale omroepen. Voor elke provincie kan één regionale omroep een publieke aanwijzing krijgen, behalve in Zuid-Holland, waar het historisch zo gegroeid is dat er twee regionale omroepen zijn (RTV West en RTV Rijnmond). In feite zijn regionale omroepen dus provinciale omroepen. Daarnaast zijn er de lokale omroepen. Voor elke gemeente kan één lokale omroep een publieke aanwijzing krijgen. Een variant van de lokale omroep is de streekomroep. Dit is een lokale omroep die de aanwijzing voor meerdere gemeenten heeft en dus meerdere gemeenten bedient.61 Deze komt in die gemeente, vanwege het feit dat er per gemeente maar één omroep een publieke aanwijzing kan hebben, in de plaats van de ‘gewone’ lokale publieke omroep. Lokale publieke omroepen moeten het doen met weinig middelen en ervaren ook nog eens problemen met het bereiken van bepaalde groepen burgers die voor het behalen van de wettelijk vastgestelde doelen essentieel zijn. Bij de tientallen omroeporganisaties in het land is sprake van versnippering en een gebrekkige inhoudelijke en organisatorische samenwerking. Verschillende pilots getuigen weliswaar van dappere pogingen om regiopers, lokale en regi onale omroepen bij elkaar te brengen. In kaders bij dit advies bespreken we
59 Kik, Q. & Landman, L. 2013, p. 22 60 Correspondentie met Quint Kik, onderzoeker bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. 61 Er bestaat wat verwarring rondom de definitie van streekomroep. De NLPO en VNG duiden stadsomroepen die meer dan 200 duizend mensen bedienen ook als streekomroep en spre ken soms ook over omroepen die met elkaar samenwerken als een streekomroep. De Raden reserveren het woord ‘streekomroep’ hier voor een omroep die beschikt over aanwijzingen van meerdere gemeenten.
36
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
een aantal van zulke pilots. Het algemene beeld is echter nog dat van een zwembad waarin op veilige afstand van elkaar allemaal mensen aan het watertrappelen zijn. Een badmeester wordt node gemist. Samenwerking tussen lokale omroepen Er bestaan in 2020 in ons land 245 publieke en commerciële lokale omroepen62 – van groot en professioneel ingericht tot zeer lokaal opererend en door vrij willigers vormgegeven. Volgens een plan van de Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), opge steld in samenspraak met vele tientallen gemeenten en lokale omroepen, zou den de vele publieke lokale omroepen uiteindelijk moeten fuseren tot tachtig streekomroepen. Deze schaalvergroting is nodig, stelt de NLPO, om de finan ciële en organisatorische slagkracht van lokale media te versterken. Daarmee zouden lokale omroepen zich professioneler kunnen organiseren met als doel kwalitatief meer hoogwaardige inhoud te produceren voor hun kijkers, lezers en luisteraars. Het uiteindelijke doel is om omroepen te hebben die een lokaal toereikend media-aanbod (LTMA) hebben.
De Mediawet eist nu al dat ‘op lokaal niveau in een toereikend media-aanbod kan worden voorzien’, maar specificeert niet nader wat dit zou moeten inhouden.63 De VNG en de NLPO hebben daarop afspraken gemaakt wat een lokaal toereikend media-aanbod volgens hen moet inhouden en hebben deze criteria vervolgens vertaald in een keurmerk voor lokale omroepen.64 Verzorgingsgebieden van streekomroepen zijn in het plan ingedeeld volgens de ‘natuurlijke habitat’ van de burger: de leefomgeving waar de burger in zijn dagelijks leven het meest mee te maken heeft. Dit zou logischerwijs ook het gebied zijn waarover hij graag informatie ontvangt. De NLPO hanteert een gemiddeld inwonertal van ruim 200.000 inwoners voor zo’n leefgebied en stelt dat elke streek een eigen, volwaardig, professioneel geleid en bemand radio- en televisiestation zou moeten hebben. Uiteraard zou zo’n streekom roep volgens de NLPO ook online en via sociale media moeten opereren.
Streekomroep Zuidwest: een samenwerking met opleidingen Streekomroep ZuidWest uit Bergen op Zoom is met zijn voorloper ABG TV één van de oudste lokale omroepen van Nederland. Na oprichting in 1969 volgde vele jaren later het samengaan met de lokale omroepen van de omliggende gemeenten Woensdrecht en Roosendaal. Vorig jaar betrok de omroep nieuwe huisvesting in een gemeentelijk pand waar 62 Per 31 december 2019 63 Mediawet 2008, artikel 2.170b lid 2. 64 Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen 2018
37
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
ook MBO-opleiding Curio en een facilitair bedrijf voor culturele instellin gen gevestigd zijn. Gemeenschappelijke ruimtes worden gedeeld, inhou delijk werken omroep, opleiders en facilitaire ondersteuners samen. ZuidWest leidt als erkend leerbedrijf ongeveer acht MBO-stagiairs per jaar op. Daarnaast maakt de omroep gebruik van de scholieren bij de bouw van decors of de inrichting van de studio. Voor de scholieren is het van toegevoegde waarde dat hun praktijkopdrachten ook echt gebruikt worden en op de lokale televisie zijn terug te zien. Ook wordt door de leerlingen van het vak ‘av-specialist’ radio en televisie gemaakt in televi sie- en radiostudio’s die de opleiding deelt met de omroep. Deze samen werking met de opleiding zorgt zo voor een logische verbinding met de jongeren uit de regio en hun bijbehorende netwerk. Vooral tijdens de carnavalsperiode speelt de West-Brabantse omroep een verbindende rol. Carnavalsverenigingen gaven acte de présence in de studio. De kennisquiz ‘Brainstorm’ voor basisscholen, waarbij de boven bouw met elkaar strijdt om de slimste klas van de regio te worden, zorgt ervoor dat een jong publiek maar natuurlijk ook hun ouders en groot ouders bij de omroep en streek betrokken worden, waarmee wordt de educatieve rol ingevuld. Het merendeel (80 procent) van de inkomsten van de streekomroep wordt ‘uit de markt gehaald’.
De omroep is daarnaast deelnemer van de pilot van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek die is gericht op de professionalisering van lokale omroepen. Het geld van deze subsidiere geling – met een looptijd van een jaar – is besteed aan (professionalise ring van het) personeel: twee ‘camjo’s’ ( journalisten die voorzien zijn van een camera om zowel geschreven als audiovisuele producties te kunnen maken), een bureauredacteur en onderzoeksjournalist. Het voortbestaan van de streekomroep en hun samenwerking met het opleidingsinstituut loopt gevaar door dalende advertentie-inkomsten en de coronacrisis.
Verschillende bestaande en nieuwe media-aanbieders zetten zich aan zo’n samenwerking, hetgeen medio 2020 heeft geresulteerd in een kleine zestig streekomroepen65 die beschikken over de aanwijzing van meerdere aaneen liggende gemeenten, zoals Regio8 (Oude IJsselstreek, Montfoort en Doetinchem), Zuidwest TV (Bergen op Zoom, Roosendaal en Woensdrecht) en BO Bollenstreekomroep met maar liefst vijf aanwijzingen in één hand. Die functioneren niet allemaal perfect (zie kader over de samenwerking in Twente). De problemen met samenwerking tussen lokale omroepen hebben
65 Bakker, P. 2019, 22 mei
38
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
vaak twee oorzaken: cultuurverschillen tussen de omroepen en/of onvrede over schaalvergroting. Deze schaalvergroting leidt ook tot een ander risico, namelijk een verlies van het lokale karakter van omroepen. Dat dit gebeurt is overigens niet noodzake lijk; het bewaken van het lokale karakter is aan de lokale omroepen zelf. De Raden wijzen er bovendien op dat samenwerking in de meeste gevallen zorgt dat er middelen vrijkomen die lokale media kunnen aanwenden om de samenleving in te gaan en daarmee het lokale karakter van de omroep juist te versterken.
1Twente: vallen en weer opstaan Een van de vaak aangehaalde ‘succesverhalen’ over lokale mediale samenwerking staat nog steeds flink onder druk. Het gaat om 1Twente, het samenwerkingsverband anno 2015 van de lokale omroepen van Enschede, Hengelo, Borne, Almelo en Haaksbergen. In een zogeheten ‘visual radio studio’ in Enschede vervaardigen de vooral onbezoldigde medewerkers op werkdagen een basisprogramma dat via radio en ‘visual radio’ door alle aangesloten omroepen wordt uitgezonden. De Ensche dese redactie zorgt voor journalistieke inhoud en de afzonderlijke lokale omroepen krijgen de mogelijkheid het gezamenlijke programma aan te vullen met nieuws uit hun eigen plaats. Daarnaast verzorgen de groten deels bezoldigde Enschedese en Hengelose redacties het actuele nieuws en grote lokale en regionale thema’s onder andere met een dagelijks live audiovisueel-programma van een uur, bijvoorbeeld over hoe Enschede en de regio omgaan met corona. Elke uitzending komt zowel geheel als in delen terecht op radio, televisie, social media en online. De samenwerking tussen de vijf omroepen – zomer 2019 nog goed voor de prijs ‘lokale omroep van het Jaar’66 – lijkt in augustus 2020 een forse deuk op te lopen. De drie kleinste omroepen stapten uit het samenwer kingsverband.
Te weinig meerwaarde vinden ze: ze gaan op eigen houtje verder.67 Maar hoewel inmiddels alleen de lokale omroepen van de twee grootste steden van Twente, Enschede en Hengelo, samenwerken, ver andert er in de nieuwsvoorziening weinig. Omdat die twee omroepen, in tegenstelling tot de omroepen die gestopt zijn, al waren geprofessionali seerd, werd het overgrote deel van de content al door deze twee plaatsen geproduceerd, stelt de leiding van 1Twente.
66 Louwes, W. 2019 67 1Twente z.d.
39
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
Samenwerking regionaal en lokaal Regionale omroepen zetten zich steeds vaker aan een samenwerking met lokale omroepen. Dit doen zij vooral met meer professioneel georganiseerde lokale omroepen. Zulke samenwerking wordt door het Rijk gestimuleerd via subsidies, onder andere via een pilot waarbij door het Rijk betaalde journalis ten vanuit regionale omroepen worden gedetacheerd bij lokale omroepen. Tussen regionale en lokale omroepen bestaan verschillende vormen van samenwerking. Sommige regionale omroepen bieden opleidingen aan waar ook lokale omroepen gratis gebruik van kunnen maken. Andere hebben afge sproken geen dubbele teams met verslaggevers te sturen maar bijvoorbeeld de lokale omroep een verslaggever en de regionale omroep een cameraman te laten sturen. In weer andere gevallen is de samenwerking nog veel hechter, zie het kader over NH Media. In alle gevallen wordt het idee van samenwerken gezien als iets positiefs: zo wordt voorkomen dat dingen dubbel gedaan wor den en krijgen zowel regionale als lokale omroepen een groter bereik en wordt de journalistieke output professioneler.
NH Media Een alternatief voor een ‘one size fits all’ benadering van streekomroe pen, is organische groei: samenwerken waar dat logisch is en waar dat kan. Tussen lokale omroepen onderling die daarvan de meerwaarde zien, maar ook tussen regionale omroepen en lokale omroepen. Vaak neemt in dat laatste geval de regionale omroep het voortouw, al dan niet gestimuleerd door subsidiegelden vanuit het Rijk. Zo wordt onder meer in Utrecht, Gelderland en Groningen samengewerkt tussen regionale en lokale omroepen. En in Noord-Holland. Daar is in 2014 NH Media – voorheen RTVNH, de regionale omroep van Noord-Holland – een samenwerking gestart met lokale omroepen. Dit leidde binnen twee jaar tot een netwerk van 45 omroepen die alle content aan elkaar beschikbaar stellen en die gebruik kunnen maken van door NH Media georganiseerde en betaalde oplei dingen. NH Media spreekt van een efficiëntieslag met het oog op een betere besteding van publiek geld, die ten goede is gekomen aan de inhoud van lokaal nieuws. In sommige regio’s is deze samenwerking verdiept. Tot nu toe is dit op twee plekken het geval: in West-Friesland is de streekomroep WEEFF gevormd, een samenwerkingsverband tussen lokale omroepen die hecht samenwerkt met NH Media, en in Gooi- en Vechtstreek is een streekomroep gevormd die NH Gooi heet. Beide zijn zelfstandige organisaties met een eigen bestuur, maar hun nieuwsre
40
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
dacties zijn samengevoegd met die van NH Media. Zo wil NH Media het cement vormen tussen een groot netwerk van lokale publieke omroepen. Het ministerie van OCW heeft aan NH Media 2,3 miljoen euro subsidie verstrekt om deze samenwerking verder vorm te geven en te evalueren. Uiteindelijk streeft NH Media naar een regionetwerk waarbij de centrale studio en organisatie in Amsterdam-West vergezeld gaat van zeven ‘edities’ in Noord-Holland. In 2021 komt naar verwachting Stadsomroep Amstelveen er als derde editie bij.68 Met deze samenwerkingen hoopt NH Media te zorgen voor inhoudelijke kruisbestuiving tussen omroepen, de continuïteit van de lokale nieuws voorziening te waarborgen en ervoor te zorgen dat er minder geld naar gebouwen en materiaal gaat en meer naar journalistieke inhoud. Dit is al gelukt bij WEEFF en NH Gooi. Beide lokale omroep-organisaties werk ten vanuit twee gebouwen; ze zijn beide teruggegaan naar één vestiging en lenen daarnaast kostbaar productiemateriaal uit het depot van NH Media als ze dat nodig hebben. Daardoor heeft de ene lokale omroep onder meer een extra redacteur kunnen aannemen en de andere een extra redacteur en een verslaggever.69
Zowel regionale als lokale omroepen noemen in onze gesprekken gelijkwaar digheid en wederkerigheid als kernwaarden bij samenwerking. Wel waarschu wen vooral lokale omroepen dat er van gelijkwaardigheid nog vaak geen sprake kan zijn vanwege het relatief zeer grote verschil in budgetten: er gaat qua structurele basisfinanciering ruim tien keer zo veel geld naar regionale omroepen als naar lokale omroepen. Ook zijn regionale omroepen in veel gevallen professioneler georganiseerd dan lokale omroepen (al zijn er ook zeker professioneel georganiseerde lokale omroepen) en werken er vaak meer professioneel opgeleide journalisten. Een groter probleem bij de gelijkwaar digheid zijn verschillen van inzicht tussen de partners over de vraag: wie pro fiteert het meest van onze samenwerking? Als de stroom content vooral één kant opgaat kan dat de samenwerking onder druk zetten. In voorkomende gevallen verruilen lokale publieke media hun samenwerking voor een model waarin wordt afgerekend per afgenomen mediaproductie. Regionale omroepen zijn professioneler opgezet70 en ontvangen van rijkswege meer geld dan lokale omroepen. Daarom krijgen zij in een samenwerking al snel de overhand, signaleren lokale omroepen en de NLPO. Marc Visch, direc 68 Amstelveens Nieuwsblad 2020 69 Gesprek met NH Media, d.d. 20 augustus 2020.
70 Zo blijkt uit gesprekken van de Raden met zowel regionale als lokale omroepen en hun koepelorganisaties, de NLPO en RPO.
41
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
teur van de NLPO, stelt dat hij ‘vermoedt dat door regionale omroepen soms opzettelijk gebruik gemaakt wordt van de beroerde materiële en financiële situatie waarin veel lokale omroepen zich op dit moment nog bevinden’.71 Ook regionale omroepen geven aan dat het cultuurverschil tussen professioneel en vrijwillig geleide organisaties de samenwerking soms lastig maakt. Regioomroepen twijfelen nogal eens over de meerwaarde van samenwerking met lokale omroepen, omdat zij die soms als amateuristisch zien.72 Behalve het grote verschil in de omvang van de budgetten is er ook een groot verschil in de wijze van financiering – zie daarvoor paragraaf 4.3. Om samenwerkingen tussen regionale en lokale omroepen van de grond te trekken is de NLPO in augustus 2020 een ‘servicedesk’ begonnen.73 Daarbij is de stichting Regionale Publieke Omroepen (RPO) niet geconsulteerd. Dat heeft daar geleid tot verbazing: ‘We vinden het jammer’.74 De RPO vermoedt dat de desk in de praktijk vooral een klachtenpunt is voor lokale omroepen over al te veel bemoeienis van ‘de regionalen’.75 De Raden constateren dat van het fraaie adagium ‘samen sterk’ van publieke lokale en regionale media-organisaties in de meeste gevallen nog niet altijd veel terecht komt.
Lokale omroep Venlo Lokale Omroep Venlo is één van de twintig lokale omroepen die meedoet aan de pilot ‘professionalisering’ van het Stimuleringsfonds voor de Jour nalistiek (SvdJ). De omroep, die is ontstaan na de gemeentelijke herinde ling van Venlo, Tegelen en Belfeld, bedient eerst en vooral de inwoners van deze drie voormalige gemeenten maar is in bijna heel noord- en midden-Limburg te ontvangen. Hoewel samenwerken op regionaal niveau door cultuurverschillen en andere financieringsmodellen nog wel eens lastig blijkt, werkt Omroep Venlo goed samen met regionale omroep L1. De regionale omroep heeft een regiokantoor in het pand van Omroep Venlo. Er is dagelijks redac tioneel overleg over de onderwerpen en de verdeling daarvan zodat de capaciteit van beide publieke omroepen op effectieve wijze kan worden ingezet. Ruw beeldmateriaal wordt gedeeld waarvan beide omroepen eigen items monteren met bijpassende diepgang en signatuur. Voor het in beeld brengen van evenementen, zoals de halve marathon van Venlo,
71 72 73 74 75
Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen 2020 Gesprek met de RPO, d.d. 20 augustus 2020 Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen 2020 Gesprek met de RPO, d.d. 20 augustus 2020 Idem
42
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
is het zinnig om geen dubbel werk te gaan doen en met elkaar de taken te verdelen. Bij evenementen in de gemeente Venlo is Omroep Venlo altijd hoofdproducent en worden de registraties (indien provinciaal relevant en interessant) ook door L1 uitgezonden. Directeur Evert Cuijpers wil met zijn omroep agendasettend zijn en niet volgend. Het enkel aanwezig zijn bij raadsvergaderingen waar de besluiten worden genomen, is daartoe volgens Cuijpers niet toereikend. Juist de aanloop, de bijbehorende discussie en de consequenties van de besluiten dienen onder de aandacht gebracht te worden. Hoewel Omroep Venlo een relatief grote begroting heeft van 1 mil joen euro, zien ze de afhankelijkheid van advertenties en commerciële opdrachten (bij elkaar goed voor 75 procent van de begroting) als een kwetsbaarheid. Hierbij merkt Cuijpers nog op dat de suggestie dat televisie maken duur is niet geheel opgaat. Bij het verdienmodel van de Omroep Venlo wordt een substantieel deel met tv-commercials verdiend (350 duizend euro), die zeker opwegen tegen de kosten daarvan. Daar naast is de bekostiging van de gemeente een risico voor de duurzaam heid. De gemeente Venlo is ruimhartig en verleent viermaal de minimaal voorgestelde bekostiging aan de omroep. Omdat dit geen wettelijke verplichting is, kan de gemeenten dit op enig moment weer intrekken of verminderen.76
Samenwerking landelijk en regionaal De dertien regionale omroepen in ons land werken samen met de NOS om regionaal nieuws dichter bij mensen te brengen. In 2019 tekenden zij een Convenant Versterking Publieke Journalistiek, waarin ze zich voornamen met elkaar nieuws uit te wisselen. Sinds 29 juni 2020 is op de voorpagina van NOS. nl en de NOS-app het nieuws van twee regionale omroepen naar keuze te zien. Verder zijn er regionale blokken in de NOS Journaals van 12.00 en 15.00 uur, plaatsing van artikelen van regionale omroepen op de NOS-site en -app, wisselen de partijen agenda’s, interviews en video uit, doen ze gezamenlijk research, detacheren ze onderling redacteuren en verslaggevers en maken regionale omroepen gebruik van het door de NOS ontwikkelde redactiesys teem iNOS. Het bereik van de dertien regionale omroepen is door het publice ren van berichten bij de NOS naar eigen opgave met 15 procent gegroeid.77
76 Werkbezoek bij Streekomroep ZuidWest, d.d. 21 augustus, waar gesproken werd met Evert Cuijpers, directeur Omroep Venlo 77 Stichting Regionale Publieke Omroep 2020b
43
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
Deze samenwerking is er nog niet met (al dan niet samenwerkende) lokale omroepen. Wel is de NLPO is bezig met aanpassingen van de technische infra structuur zodat lokale omroepen content uit kunnen wisselen en koppeling/ integratie plaats kan vinden met de regionale omroep en mogelijk ook met de NOS.78 Dit kan natuurlijk alleen als de nieuwsberichten professioneel journa listiek zijn gemaakt. 4.3
financiering Lokale omroepen worden niet zoals regionale omroepen gefinancierd uit de Mediabegroting van het ministerie van OCW. Wel ontvangen gemeenten een bedrag via het vrij besteedbare gemeentefonds dat bedoeld is om gemeenten in staat te stellen een lokale omroep te financieren. Voor 2020 hanteert het ministerie van BZK hiervoor een richtlijn van 1,34 euro per huishouden79, wat neerkomt op krap 0,64 euro per inwoner.80 Dit is, zeker voor lokale omroepen buiten de grote en middelgrote steden, te weinig om financieel gezond te zijn, wat ertoe heeft geleid dat het Commissariaat voor de Media 28% van de lokale omroepen als financieel ongezond beschouwt.81 Omdat het gemeenten vrij staat om dit geld niet aan hun lokale publieke omroep of andere lokale media te besteden, zijn er ook gemeenten (waaronder die zonder lokale omroep) die het geld (deels) ergens anders aan besteden. Wel moeten gemeenten, wanneer er wel een lokale publieke omroep is en ze minder dan het richtlijnbedrag aan deze omroep besteden, deze beslissing kunnen moti veren. Ze hebben, als er een lokale publieke omroep is, hier een zorgplicht voor. In totaal is er in 2020 volgens de BZK-richtlijn van ongeveer 1,34 euro per huis houden ca. 10,6 miljoen euro structureel beschikbaar.
Gemiddeld besteden gemeenten ruim 15 miljoen euro aan de basisfinanciering van lokale publieke omroepen82; zij plussen dit gemiddeld dus op, al zijn er ook gemeenten die geen publieke lokale omroep hebben en er dus niks aan besteden. Daarnaast bestaan tal van incidentele financieringen gefiatteerd door gemeenteraden, bijvoorbeeld voor speciale producties. Het totaal van deze financiering kwam neer op ruim 1,8 miljoen euro.83
78 Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen 2019, p.11 79 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 2020. In 2015 was het bedrag per huishouden 1,14 euro, voor 2020 is het vastgesteld op 1,34 euro. 80 Uitgegaan van een gemiddelde huishoudengrootte van 2,1, zoals dat het geval was in 2018. (Volksgezondheidenzorg.info 2019). Het precieze bedrag per inwoner hangt uiteraard af van de gemiddelde grootte van huishoudens in de betreffende gemeente. 81 Commissariaat voor de Media 2019, p. 3. Dat 72% van de lokale publieke omroepen finan cieel gezond is, betekent natuurlijk niet dat zij inhoudelijk, bekeken vanuit de lens van de publieke functies, ook goed functioneren. 82 Commissariaat voor de Media 2019, p. 9, tabel 6 83 Commissariaat voor de Media 2019, p. 16, tabel 15
44
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
De overheidsmiddelen die voor de publieke omroepen in het land beschikbaar zijn, komen dus uit twee bronnen: regionaal afkomstig van het ministerie van OCW, lokaal van gemeenten die dit geld vrijwel geheel krijgen uit het gemeen tefonds van het ministerie van BZK. Dit verschil in financiering is historisch gegroeid, maar lijkt geen inhoudelijke reden te hebben. Ook is er een enorm verschil in de grootte van de financiering: de 13 regionale omroepen samen hebben in 2019 147,1 miljoen euro ontvangen84, gemiddeld 11,3 miljoen euro per omroep, terwijl alle ongeveer 250 lokale publieke omroepen (in 2018) samen nog geen 17 miljoen euro kregen uit publiek geld. Per inwoner is er in het gemeentefonds voor lokale publieke omroepen 0,64 euro per inwoner gela beld, terwijl regionale omroepen 8,55 euro uit de Mediabegroting ontvangen.85 Een andere belangrijke inkomstenbron voor publieke omroepen zijn recla me-inkomsten. Regionale omroepen halen hier 10,3% van hun inkomsten uit.86 Voor lokale omroepen is het onduidelijk hoe groot het aandeel reclame-in komsten op de totale baten is. Wel is duidelijk dat dit een groter deel moet zijn dan bij regionale omroepen.
Van de baten van lokale omroepen komt namelijk 46% niet van de basisfinanciering van gemeenten, terwijl bij regionale omroe pen slechts 16% niet van de vaste Rijksbijdrage komt.87 Dit maakt de financiële positie van lokale omroepen, ten opzichte van regionale omroepen, onzeker der en maakt hen financieel afhankelijker van commerciële partijen. Ten slotte is ook sprake van projectgebonden incidentele financiering van publieke omroepen. Ook hiervan zijn lokale omroepen afhankelijker dan regi onale omroepen. Ten eerste loopt deze financiering via landelijke mediafond sen als het Stimuleringsfonds voor de media en provinciale, regionale en/of gemeentelijke mediafondsen. Ten tweede via incidentele betalingen door gemeenten op projectbasis. Ten derde ontvangen sommige publieke omroe pen inkomsten uit het bedrijfsleven. Zulke betalingen mogen wettelijk geen programma-inhoudelijke gevolgen hebben. Met geld van het bedrijfsleven kunnen wel (relatief dure) thema-uitzendingen worden gemaakt. Zo droegen regionale private partijen bij aan de productie van uitzendingen van streek omroep 1Twente.
84 Stichting Regionale Publieke Omroep 2019, p. 28 85 Gebaseerd op de totale publieke inkomsten zoals beschreven in de begroting voor het jaar 2020 van de RPO (149,3 miljoen) en het inwoneraantal van Nederland in oktober 2020. Bronnen: Stichting Regionale Publieke Omroep 2019, p. 28 en Centraal Bureau voor de Statistiek z.d. 86 Stichting Regionale Publieke Omroep 2019, p. 28 87 Commissariaat voor de Media 2019, p. 9, tabel 6; Stichting Regionale Publieke Omroep 2019, p. 28
45
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
Leids Mediafonds Lokale mediafondsen kunnen worden gezien als een effectieve manier om journalistieke projecten te financieren en zo bij te dragen aan bestendiging van lokale (onderzoeks-)journalistiek. Het Leids Mediafonds (LMF) is zo’n fonds. Onderzoekers van de Universiteit Leiden hebben in maart 2020 de ‘opbrengsten’ van het werk van het fonds onderzocht.88 Het fonds, op verzoek van de gemeenteraad opgericht in 2017, heeft in twee jaar tijd ruim 450 duizend euro verdeeld onder Leidse mediabedrij ven en – vooral – Leidse freelance journalisten. Doel van het fonds is om ‘kwaliteitsjournalistiek’ te bevorderen: ‘het vervaardigen van kritische, betrouwbare en onafhankelijke journalistieke producten met voldoende diepgang, op basis van zorgvuldig onderzoek.’89 Meer dan zeventig aanvragen in de eerste – onderzochte – ronde, heb ben geresulteerd in 33 gesubsidieerde journalistieke projecten. Onder vraagde mediaconsumenten in Leiden gaven aan dat de inhoud van deze producties toegevoegde waarde bevatte. Er is veel ‘spitwerk’ verricht en het multimediale karakter van mediaproducties werd gewaardeerd.
Kritiek gaven mediaconsumenten ook: soms oogden de producties niet heel professioneel, was onduidelijk welke bronnen werden gebruikt, was er een gebrekkige methodologische verantwoording en hadden de reportages een te institutionele focus.90 Of het Leids Mediafonds echt een succes is? Dat ligt eraan aan wie je het vraagt. Betrokken media zijn redelijk enthousiast, evenals bevraagde burgers. Sommige journalisten zijn kritisch in hun analyse: ‘Het is best nobel om geld in journalistiek te willen steken, maar als je dat doet zoals het Leids Mediafonds, krijg je heel veel losse projectjes die in essentie niet doen waar behoefte aan is: meer structurele politieke verslaggeving. Dat laatste is via het fonds niet structureel subsidieerbaar.’91
Pilotgelden Op 14 juni 2019 kondigde minister Slob in een visiebrief over de toekomst van de publieke omroep aan dat het kabinet incidenteel 15 miljoen euro beschik baar stelt voor de jaren 2019-2021.92 Daarmee wil hij de samenwerking tussen regionale en lokale publieke omroepen stimuleren. Een deel van het bedrag, 88 Jong, J.C. de & Koetsenruijter, A.W.M. 2020 89 Idem, p. 7 90 Idem, p. 5. 91 Aalbers, C. 2019 92 Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media 2019, 4 september
46
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
zes miljoen euro, zou worden aangewend voor de pilot Professionalisering Lokale Omroepen, conform de motie-Sneller.93 Over 2019 en 2020 zou dan drie miljoen euro per jaar beschikbaar zijn. De overige negen miljoen euro was bedoeld voor de vergroting van de kwaliteit en professionaliteit van lokale journalistiek via versterking van de samenwerking tussen regionale en lokale omroepen. Deze negen miljoen euro zou verdeeld worden in 4,5 miljoen voor 2020 en 4,5 miljoen voor 2021. De pilot is een (tijdelijke) subsidieregeling via het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ). De eerste pilot is op 1 maart 2020 van start gegaan en heeft een looptijd van één jaar.94 Het geld is bedoeld voor professionalisering door het creëren van meer arbeidsplaatsen voor jour nalisten, waaronder redacteuren en verslaggevers. Daarnaast is 10% per pilo tomroep gereserveerd voor trainingsdoeleinden, zoals het organiseren van workshops of het inhuren van externe kennis. Ze mogen het geld niet gebrui ken voor spullen en zaken die kunnen worden afgeschreven.95
Ondersteuning voor regionale en lokale samenwerking Behalve de pilot-gelden bestaat er ook een Subsidieregeling innovatie en samenwerking regionale publieke media-instellingen van het ministerie van OCW.96 Deze regeling, die geldt tot 31 december 2023, stelt regionale publieke omroepen in staat om subsidie aan te vragen voor projecten die (onder meer) gericht zijn op innovatie en op onderlinge samenwerking en op samenwerking tussen landelijke en lokale publieke media-instel lingen. Bij de motivering van aanvraag moeten de aanvragers expliciet aandacht besteden aan de duurzaamheid van het project. Eén van de regionale omroepen die een succesvolle aanvraag heeft gedaan voor deze regeling is Omroep West. Deze omroep is eerder, met ondersteuning van het SvdJ, een samenwerking met vijf lokale omroepen gestart via het Regionaal Nieuws Netwerk (RNN). Met de lokale omroepen WOS (Westland), Sleutelstad (Leiden), Studio Alphen, Stadsomroep Den Haag en BO (Bollenstreek) worden op dagelijkse basis items en onderwerpen uitgewisseld. Inmiddels is daar een omroep bij gekomen: voor de gemeenten Zoetermeer en Leidschendam-Voorburg is de aansluiting gevonden met Midvliet FM. Ook draagt Omroep West bij aan de professionalisering van de lokale omroepen door middel van coaching, coördinatie en opleiding.
Bij een aantal omroepen zit een ver slaggever van Omroep West op de redactie van de betreffende omroep. 93 94 95 96
Kamerstukken II, 2018/2019, 35000-VIII, nr. 132 Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media 2019, 4 september Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (z.d.) Subsidieregeling innovatie en samenwerking regionale publieke media-instellingen 2020
47
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
Tegelijkertijd maakt Omroep West gebruik van het netwerk van lokale omroepen, die meer in de haarvaten van de lokale gemeenschap zitten. Er wordt gewerkt vanuit de inhoud, om mooie verhalen met diepgang te brengen en op die manier elkaar te versterken. Er is sprake van samen werking op basis van wederkerigheid. Daardoor ontstaat er voor alle partijen meerwaarde, aldus Omroep West-hoofdredacteur Henk Ruijl. Omroep West heeft de ambitie om het netwerk met meer lokale omroepen uit te breiden. De kosten voor het in stand houden van het huidige netwerk vallen binnen de lopende begroting. De subsidie wordt door de omroep zelf begrotingstechnisch uitgesmeerd over een aantal jaren. Door die inpassing en door het verschuiven van budgetten en het doorvoeren van besparingen wordt gewerkt aan een duurzame samenwerking.97
Coronasteunfonds Minister Slob maakte op 7 april 2020 bekend dat 11 miljoen euro beschikbaar komt via een tijdelijk steunfonds.98 Met die eenmalige extra financiële injectie wil hij lokale media ondersteunen die door teruggelopen advertenties wegens het coronavirus in de problemen zijn gekomen. Vooral huis-aan-huis bladen zijn hoofdzakelijk afhankelijk van advertentie-inkomsten die, sinds de coro na-maatregelen in maart effectief werden en het land maandenlang ‘op slot ging’ fors, zijn teruggelopen. Deze media-instellingen konden, net als lokale publieke omroepen en andere lokale nieuwsmedia een bijdrage uit het steun fonds aanvragen bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. Uit de reeds bestaande subsidieregeling voor de pilots is in totaal 7,5 miljoen euro gehaald en in het tijdelijke steunfonds gestort. Vooralsnog komt dit geld niet in zijn geheel terug voor de subsidieregelingen. De pilot ‘professionalisering lokale omroepen’ wordt alsnog gecontinueerd, zij het in afgeslankte vorm (twee mil joen i.p.v. drie miljoen). Grofweg de helft (1,04 miljoen) daarvan is afkomstig uit het restant van de 11 miljoen van het Steunfonds. De rest komt uit het weerstandsvermogen van het SvdJ. Het tweede deel van het steunfonds is afkomstig van de 3,5 miljoen euro die gereserveerd was voor de versterking van de onderzoeksjournalistiek door het SvdJ.
Deze middelen waren op basis van het Regeerakkoord beschikbaar. Door de timing van de toekenningen in de verschillende jaren zou er geen gat moe ten vallen tussen de jaren. De middelen voor 2021 kunnen gebruikt worden
97 Gesprek met Omroep West, d.d. 26 augustus 2020 98 Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media 2020, 7 april
48
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
voor projecten en regelingen die in 2021 zullen starten.99 In de praktijk is dus geen sprake geweest van een verruiming van de gelden voor lokale media. Als de Raden het noodsteun-bedrag van 11 miljoen euro nader bekijken, valt op dat – ondanks de zwakke financiële positie van veel lokale omroepen – het merendeel van het bedrag bij de uitgevers terecht is gekomen. Er was effectief 10,9 miljoen euro beschikbaar: 0,1 miljoen is voor de uitvoeringskosten van het Stimuleringsfonds. Daarvan was 7,5 miljoen geoormerkt voor lokale omroepen. 2,13 miljoen euro is bij lokale omroepen terechtgekomen. Ook huis-aan-huisbladen, lokale betaalde nieuwsbladen en lokale nieuwswebsites konden een aanvraag indienen; zij ontvingen de rest van het toegekende bedrag. Van het beschikbare bedrag van 10,9 miljoen euro is echter niet alles toegekend (9,86 miljoen). Het restant vloeit weer terug naar de lokale omroe pen in de vorm van de verlengde pilot. Op 28 mei 2020 heeft het kabinet bekend gemaakt dat de duur dat het steun fonds operationeel is verlengd wordt en dat er nog eens 24 miljoen euro beschikbaar is gekomen.100 Van het vrijkomen en de besteding van die gelden hebben de Raden medio september 2020 nog geen beeld kunnen krijgen.
Naast extra geld van het Rijk hebben met name huis-aan-huisbladen ook extra steun ontvangen van de gemeenten waarin ze actief zijn, constateerden de Raden tijdens hun gesprekken. In de eerste maanden na de corona-uitbraak financierden gemeenten hen door de inkoop van extra ‘gemeentepagina’s’ waarop dan door de gemeente bijvoorbeeld berichten over coronamaatrege len werden gecommuniceerd. 4.4
inhoud Lokale omroepen kennen een paar handvatten om democratische taken te vervullen: het vrijblijvende LTMA en wettelijk geborgde onafhankelijkheid. Die staat echter onder druk door de precaire financiële positie van de omroepen. Lokaal toereikend media-aanbod De NLPO introduceerde samen met VNG in 2015 in een Vernieuwingsconvenant Gemeente-Lokale Omroep 2015-2018 een variant van de wettelijke voorwaar den voor lokale omroepen: het Lokaal Toereikend Media-aanbod (LTMA).101 Hoewel het LTMA in de wet is opgenomen102, wordt niet benoemd waaraan lokale media moeten voldoen om in een lokaal toereikend media-aanbod te voorzien. Het LTMA is in 2018 door NLPO en VNG wel verder uitgewerkt in
99 Tweede Kamer der Staten Generaal 2020 100 Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2020 101 Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland & Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen 2015 102 Mediawet 2008
49
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
twintig ‘criteria’, op inhoudelijk, organisatorisch, governance- en financieel gebied.103 Maar die criteria gelden als wenken, ze zijn niet afdwingbaar en het Commissariaat van de Media kan geen boetes opleggen of vergunningen intrekken bij niet-voldoen aan het LTMA of de uitwerking daarvan. Onafhankelijkheid Alle publieke media, dus ook lokale omroepen, dienen volgens de Mediawet vrij te zijn van politieke en commerciële invloeden (artikel 2.1, lid 2d). Door de financiering van lokale publieke media via gemeenten te laten lopen, de instantie die zij moeten controleren, wordt de kat in theorie op het spek gebonden: het wordt met een financiële stok achter de deur voor gemeenten eenvoudig om druk uit te oefenen op lokale publieke media. Uit de gesprekken voor het vorige advies van de Raden over lokale omroepen bleek al dat er ‘voorbeelden bekend zijn van lokale omroepen die kwesties die met hun gemeente(n) te maken hebben, laten liggen, of pas oppakken nadat de finan ciering rond is’.104 In de gesprekken voor dit advies kwam ook zo’n voorbeeld naar voren: de gemeente Enschede wilde bijvoorbeeld maar wat graag een reportage financieren over de innovatieve manier waarop de Twentse gemeenten omgaan met water, maar kwam niet met geld over de brug voor een serie onderzoeken naar de armoede in het gebied.
Dit weerhield 1Twente, de lokale omroep voor een deel van de Twentse gemeente, niet om hier alsnog over te berichten105, maar de precaire financiële situatie van lokale omroepen en het feit dat zij voor een groot deel van hun inkomsten afhankelijk zijn van gemeenten maakt (indirecte) beïnvloeding wel waarschijnlijker. Gemeenten stellen geen formele subsidievoorwaarden die de grenzen van de onafhanke lijkheid van lokale media overschrijden, voor zover het CvdM kon ontdekken in een valuatie: ‘gemeenten [respecteren] de redactionele en journalistieke onaf hankelijkheid van de media-instellingen’ en er ‘zijn geen voorwaarden aange troffen welke in strijd zijn met het bepaalde of krachtens de Mediawet 2008.’106 Het Commissariaat van de Media verleent – vijfjaarlijks – vergunningen aan lokale omroepen, gemeenteraden kunnen eigenstandig beslissen over additi onele financiering in de vorm van productie-overeenkomsten voor bijvoor beeld het uitzenden van ‘gemeenteraadsvergaderingen, carnavalsoptochten of bloemencorso’s’, zoals het staat in bovengenoemde evaluatie van de finan ciering van lokale omroepen.107 In een enkel geval (zie het eerdere voorbeeld van Venlo) besluit een gemeenteraad om de vrijwillige basisfinanciering uit het gemeentefonds ruimhartig te interpreteren.
Daartoe sluiten gemeenten 103 Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen 2018 104 Raad voor Cultuur & Raad voor het Openbaar Bestuur 2019, p. 13 105 Gesprek met 1Twente, d.d. 23 juli 2020. 106 Commissariaat voor de Media 2019, p. 20. 107 Commissariaat voor de Media 2019, p. 16.
50
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
wel productie-overeenkomsten die buiten de basisfinanciering uit het gemeentefonds vallen. Ook kan de relatief bescheiden geldpot van de overheid voor lokale omroepen afhankelijkheid van commerciële partijen in de hand werken. Omroepen zijn door de beperkte basisfinanciering vaak genoodzaakt flinke extra inkomsten te genereren om het hoofd boven water te houden. Soms doen ze dit via de eerder genoemde additionele productie-overeenkomsten met een welwil lende gemeente, soms ontvangen ze incidenteel subsidie vanuit een bepaalde pilot. Maar vaker moeten ze geld uit de markt halen. Er zijn gevallen bekend waar 70 procent van de inkomsten op die manier binnenkomt, wat tot een wankel businessmodel leidt.108 Dergelijke afhankelijkheid van extra geldstro men hoeft overigens niet te leiden tot programma-inhoudelijke verschraling. Tijdens het veldonderzoek van de Raden regen de voorbeelden van goed beke ken en beluisterde programma’s die mede gefinancierd waren uit extra gelden van lokale overheden en/of private partijen zich aaneen. Daarbij hanteren lokale omroepen naar eigen zeggen steevast een strikte scheiding tussen financiële ondersteuning en programma-inhoudelijke inmenging van zulke financiers. 4.5
gebruik Regionale omroepen hebben de taak om het hele verzorgingsgebied – door gaans begrensd door provinciale grenzen – te bestrijken. Maar die richten zich in de praktijk ook vooral op gebieden waar gemakkelijker nieuwsbronnen voorhanden zijn, meer kijkers en luisteraars woonachtig zijn en journalisten gemakkelijker hun weg vinden. Bovendien kampen ze over het algemeen met een afnemende kijk- en luisterdichtheid109 en veroudering van het publiek. Meer dan de helft van de tv-kijkers naar regionale omroepen is inmiddels ouder dan 65 jaar.110 De gemiddelde leeftijd stijgt dit jaar naar 63 jaar; de kijker is ook ouder dan bij de landelijke televisie. Daar steeg de gemiddelde leeftijd het afgelopen jaar van 54 naar 55 jaar.111 Regionale berichtgeving via publieke regionale omroepen wordt inmiddels vooral online gevolgd. Al scheelt het behoorlijk in welke provincie: buiten de Randstad is de kijk- en luisterdichtheid hoger dan in Randstedelijke gebieden, grofweg de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. Onderzoeksbureau Motivaction analyseerde in 2018 de luistercijfers van de publieke regionale radio-omroepen en stelde: ‘In Groningen en Friesland wordt een aandeel behaald dat tweemaal zo hoog is als het gemiddelde terwijl ook Zeeland rela
108 Raad voor Cultuur & Raad voor het Openbaar Bestuur 2019, p. 13 109 Bakker, P. 2019, 29 april 110 Motivaction z.d. 111 Gesprek met Stichting KijkOnderzoek, d.d. 9 september 2020, en daarna door Stichting KijkOnderzoek aangeleverde cijfers
51
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
tief hoog scoort. Randstedelijke omroepen als Flevoland, West en NH (NoordHolland) scoren relatief laag. Het onderscheid tussen de Randstad en de rest van Nederland is niet absoluut, ook Brabant scoort onder het gemiddelde.’112 Online groeien bereikcijfers van regionale omroepen over de hele linie fors. De RPO becijferde een groei van 200 miljoen ‘bezoeken’ aan regionale omroepen in 2011 tot 1,2 miljard ‘bezoeken’ in 2017.113 De Raden constateren dat het woord ‘bezoeken’ ruimte laat voor interpretatie, bedoeld worden paginabezoeken ofwel ‘page views’. Hoewel niet representatief voor heel Nederland, geeft een recent onderzoek naar de lokale media in de G4 een goed beeld van de mediavoorkeuren van verschillende groepen in Nederland. Met name praktisch opgeleide Nederlanders maken gebruik van audiovisuele media, oftewel de producties waar omroepen zich traditioneel op richten. Dit geldt met name voor ouderen, wiens ‘nieuwsmenu’ voor zo’n 70% bestaat uit audiovisuele media. Jongeren maken meer gebruik van online en sociale media, wat met name geldt voor hoogopgeleide jongeren. Hun ‘nieuwsmenu’ bestaat voor nog geen twintig procent uit audiovisuele media).114 Een derde van alle burgers consumeert zijn of haar nieuws voornamelijk via audiovisuele media.115 Daarmee vormen regionale en lokale omroepen, in ieder geval in de G4, dus nog een belangrijke nieuwsbron voor mensen.
Informatie, cultuur en educatie Toen de Mediawet in 1988 van kracht werd, zag het Nederlandse media landschap er heel anders uit dan nu. In dat jaar kwam er een derde Nederlandse publieke televisiezender en niet veel later volgden de eerste commerciële zenders. In de jaren ‘90 volgden meer commerciële omroep zenders, zowel op radio als op (kabel-)televisie. Vanaf halverwege de jaren negentig zorgde verregaande technische verbetering van het internet tot het ontstaan van online radio en -videozenders. Met de Mediawet werd in 1988 de norm van informatie, cultuur en educa tie (ICE)116 voor lokale (en regionale) omroepen ingevoerd. Hoewel er dus in de loop der jaren aan de aanbodkant heel veel veranderd is en burgers 112 Motivaction z.d. 113 Ibid. 114 Kik, Q., Medendorp, M. & Ruigrok, N. 2019, p. 52 115 Idem, p. 50 116 Deze norm bepaalt dat ten minste vijftig procent van de toetsingstijd een informatief, cultureel of educatief karakter moet hebben, gericht op de eigen gemeente. Van deze vijftig procent moet vervolgens ten minste zestig procent een lokaal informatief of educatief karakter bezitten. Zie Commissariaat voor de Media z.d.
52
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
kunnen kiezen uit een veelvoud aan radio- en televisiezenders en on-de mand kanalen, is deze norm dezelfde gebleven. De vraag wordt relevant of deze norm, die in kwalitatieve zin in de wet niet nader wordt geduid, nog het juiste doel bereikt. Bij het Commissariaat voor de Media (CvdM) bestaat de indruk dat een grote groep, van veelal kleine lokale (radio)omroepen, niet aan de norm kan voldoen. Om op een juiste wijze invulling te geven aan informatie, cultuur en educatie is specifieke kennis, waaronder bij bepaalde program ma’s een journalistieke achtergrond, vereist. Bij veel lokale omroepen die grotendeels met vrijwilligers werken ontbreekt het nog wel eens aan dat soort kennis. In de praktijk is het vrij eenvoudig om te voldoen aan de ‘vage’ ICE-norm via televisie-uitzendingen en online, maar radioprogramma’s ontbe ren in de regel wel de in de norm omschreven kwaliteiten. Zo bleek uit gesprekken met veertig lokale omroepen dat het gros van de radioma kers uitsluitend plaatjes wilde draaien.117 Met de kleine budgetten en een beperkt verzorgingsgebied lijkt zo’n norm voor deze groep omroepen dan ook niet passend. Met de norm heeft de wetgever beoogd dat de omroep voldoende aandacht heeft voor het eigen verzorgingsgebied in de pro grammering.
Het tegen het licht houden van deze norm om deze in lijn te brengen met het huidige medialandschap en de beoogde doelen lijkt dan ook wenselijk. Denkrichtingen daarbij zijn een nadere uitwerking van de norm, differentiatie per kanaal en het verstrekken van meer beleidsruimte voor het CvdM of het vastleggen van doelen in prestatieafspraken.
117 Schriftelijke opmerking van Piet Bakker naar aanleiding van diens SvdJ-onderzoek, 30 augustus 2020.
53
5 Printmedia
5.1
organisatie Door grote overnames van dagbladen en uitgevers in Nederland zijn er in feite nog maar twee aanbieders van kranten, beide Vlaams van origine: DPG Media en Mediahuis. In 2020 bereikte een derde grote krantenuitgever, de Noordelijke Dagblad Combinatie (NDC) – uitgever van onder meer Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant en Friesch Dagblad – een principeakkoord met Mediahuis over overname. Die moet mededingingsautoriteit ACM nog goed keuren.118 DPG Media en Mediahuis controleerden samen in 2017 88% van de oplage.119 NDC tekent voor een groot deel van de rest van de regionale media markt. Van de 25 dagbladen in Nederland zijn er in het najaar van 2020, als de geplande overname doorgaat, nog slechts vier geen eigendom van een Vlaams mediaconglomeraat.120 Deze extreme concentratiegolf vond met name plaats na de opheffing van de Tijdelijke wet mediaconcentraties (Twm) in 2010. Die wet maakte het vormen van mediale machtsblokken onmogelijk. Met het opheffen van de wet wilde het kabinet de sector steunen: afzonderlijke regionale dagbladuitgevers vreesden hun voortbestaan en het bieden van fusiemogelijkheden zou een uitweg kunnen bieden. Voor financiële overheidssteun van de pers was en is nooit een Kamermeerderheid geweest.
Het argument is telkens dat de pers onafhankelijk moet zijn en daarom niet afhankelijk moet zijn van overheidsgeld.121 Naast dagbladen zijn er nog de gratis huis-aan-huisbladen en betaalde nieuwsbladen, die minder dan vijfmaal per week verschijnen. Het eigenaar schap van deze bladen is minder geconcentreerd, al is DPG Media ook van veel ervan eigenaar. Mediahuis is in 2019 begonnen met het uitfaseren van zijn huis-aan-huisbladen. Samenwerking pers en omroepen Tussen regionale dagbladen en lokale en regionale omroepen bestaat nergens een succesvolle, duurzame samenwerking. In Amsterdam, Brabant, Limburg, Friesland en Twente zijn in het verleden samenwerkingen geïnitieerd die beoogd waren duurzaam te zijn, maar die zijn op enig moment gestrand of
118 Brandenburg-van de Ven, T. 2020 119 Bakker, P. 2017 120 Bakker, P. 2020. Het gaat hier om het Reformatorisch Dagblad, het Nederlands Dagblad, het Financieele Dagblad en de Barneveldse Krant. 121 Eindhovens Dagblad 2010
54
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
van karakter veranderd en uitgemond in ad-hoc samenwerkingen. Zo is de vervlechting van AT5 (de stadszender van de Publieke Omroep Amsterdam) en Het Parool in Amsterdam weer gestaakt122 en zijn in Twente doelen als het gezamenlijk bemensen van een regionale newsroom losgelaten.
Samenwerking Tubantia en 1Twente123 De Twentse regiokrant Tubantia en de lokale omroep 1Twente werken al geruime tijd in meer of mindere mate samen. De samenwerking heeft echter wel betere tijden gekend. Aanvankelijk was het plan om op basis van gelijkwaardigheid uit te zoeken of, en zo ja hoe, een publieke en een private mediaorganisatie samen kunnen werken aan een sterkere lokale journalistieke infrastructuur. In een newsroom werd structureel geza menlijke media-content geproduceerd; uiteindelijk betrokken ze zelfs een gemeenschappelijk pand. Tubantia-hoofdredacteur Martha Riemsma ziet inmiddels een ‘aanvul lende rol’ voor 1Twente, nu de regionale dagbladen van DPG zelf fors investeren in eigen video-producties, podcasts en online portals. Voor grote, thematische mediaprojecten wordt nog altijd samenwerking gezocht: talent van 1Twente kan doorstromen, grote stadsdebatten wor den gezamenlijk georganiseerd en Tubantia laat televisieprogramma’s produceren door de omroepmedewerkers zoals een regionaal sport programma dat via 1Twente en via de Tubantia-site wordt gestreamd. Maar van structurele samenwerking in de dagelijkse nieuwsvoorziening is geen sprake meer. Directeur Flip van Willigen begrijpt die terugtrekkende beweging wel.
Omdat het verdienmodel voor de regionale kranten door dalende inkomsten uit advertenties en abonnees onder druk staat, dienen kranten zich te beperken tot de onderdelen van de journalistieke infra structuur die geld opleveren. Het relevante dagelijkse nieuws verdwijnt achter een betaalmuur wat haaks staat op de publieke taak van een lokale omroep. Daardoor wordt samenwerken op dit gebied steeds lastiger. Daarbij is de opvatting van de DPG-bazen nooit echt positief geweest over de publieke omroep, stelt hij. Dat draagt bij aan het geringe enthousiasme voor structurele lokale samenwerkingsverbanden
122 Een analyse van dit project, waarbij ook de landelijke omroep AVRO was betrokken, is te vinden in een rapport over AT5 van de Amsterdamse Kunstraad: Amsterdamse Kunstraad 2016 123 Gesprek met Tubantia, d.d. 17 augustus 2020 en gesprek met 1Twente, d.d. 23 juli 2020
55
lokale media: niet te missen – advies van de raad voor het openbaar bestuur en de raad voor cultuur
met omroepen zoals de zijne. Tubantia gebruikt de door de 1Twente- redactie aangekaarte onderzoeksthema’s nog te vaak alleen voor een enkel achtergrondverhaal.
In het verleden is er, vaak met publiek geld, wel veel geëxperimenteerd met publiek-private samenwerking. Toch blijkt ook uit onderstaande kaders dat de cultuur- en belangenverschillen tussen publiek en privaat te groot zijn om een structurele samenwerking mogelijk te maken. Dit blijkt onder andere uit het verhaal van de door overheidssubsidie aangemoedigde samenwerking tussen Omrop Fryslân en de Noordelijke Dagblad Combinatie.
Samenwerking Omrop Fryslân en NDC vlot niet124 Op het gebied van televisie heeft de Friese regionale omroep Omrop Fryslân een relatief hoger bereik ten opzichte van regionale zenders in de randstad.125 Directeur Nina Hiddema en hoofdredacteur Ingrid Spij kers benadrukken dat dat komt door een sterk regionaal profiel. Er zijn uitzendingen in het Fries en verslaggevers zijn geworteld in de 11 steden en 30 dorpen van de provincie. Maar samenwerking met de Noorde lijke Dagblad Combinatie (NDC), uitgever van de Leeuwarder Courant, het Friesch Dagblad en het Dagblad van het Noorden en een reeks van betaalde nieuwsbladen en gratis huis-aan-huisbladen in de drie Noor delijke provincies, vlot niet. Er was een paar jaar geleden sprake van de opzet van een Fries Regionaal Media Centrum – een gemeenschappelijke newsroom voor omroep en pers – maar daarvan is inmiddels niets meer over. Volgens Hiddema en Spijkers is dat het gevolg van verwaarloosde relaties, maar algemeen hoofdredacteur Evert van Dijk van de NDC ziet dat anders. Met hun nieuws bereiken alle NDC-media ‘tachtig procent’ van de provincies, stelt hij. Er is geen noodzaak voor samenwerking, zeker niet als dat bijvoorbeeld een aparte nieuwswebsite oplevert naast zijn eigen kanalen.