Bijlage 3b Statenbrief Keuze gebieden projectbesluiten windenergie provincie Utrecht jan 2025
Tekst van het document
Statenbrief
Aan Provinciale Staten Onderwerp Datum Documentnummer Van Telefoonnummer E-mailadres Domein/opgave Team Portefeuillehouder
Keuze gebieden projectbesluiten windenergie provincie Utrecht 14‑01‑2025 UTSP-27969493-59333 Wijnand Jonkers & Robin Hoenkamp +31628918807 robin.hoenkamp@provincie-utrecht.nl SLO PL1 Van Essen
Bijlagen
1. 2. 3. 4.
Onderbouwing keuze gebieden windenergie Cultuurhistorisch onderzoek Vechtzone en Hollandse Waterlinies Rapport Energie van Utrecht over lokaal eigendom Verslag informatiebijeenkomsten windenergie
Geachte leden van Provinciale Staten, Essentie / samenvatting: Zoals aangekondigd in de Statenbrief Tussenbalans II RES hebben wij een besluit genomen over in welke gebieden een provinciale projectprocedure voor windenergie wordt vervolgd. Dit is nodig om de RESdoelstelling van 2,4 TWh duurzame opwek in 2030 te realiseren. Bij het vaststellen van de Tussenbalans II bleek al dat veel gemeenten extra stappen hebben gezet, waardoor het halen van de doelen dichterbij is gekomen. In de afgelopen maanden zijn er in regio U16 nog meer stappen gezet, waardoor we nog verder zijn gekomen in het halen van dit RES-bod. In deze brief is te lezen hoe ons besluit tot stand is gekomen en voor welke gebieden de provincie het initiatief neemt om de projectprocedure te vervolgen in gemeenten die ons daar niet om verzocht hebben. Het gaat om twee gebieden, waarvan één in de gemeente Stichtse Vecht en één in de gemeenten Montfoort en Oudewater. Daarnaast omarmen we de keuzes van gemeenten Woerden, Montfoort, Vijfheerenlanden en Lopik voor windenergiegebieden en verwachten we dat in deze gebieden voldoende opwek gerealiseerd wordt in relatie tot de ruimtelijke mogelijkheden en RES doelen. Voor 15 juli 2025 wordt bepaald of de plannen in de gemeenten voldoende zijn en indien dat niet zo is in welk(e) gebied(en) aanvullende projectprocedures nodig zijn.
Voor de gebieden waar de provincie het initiatief neemt om de projectprocedure te vervolgen start het participatieproces conform het door u vastgestelde Beleidskader lokaal eigendom en participatie. Voor de regio’s Foodvalley en Amersfoort wordt voor 15 juli 2025 besloten of aanvullende projectprocedures toch nodig zijn. Inleiding: Voorgeschiedenis: Om de in het Klimaatakkoord afgesproken opwekcapaciteit van zonne- en windenergie op land te realiseren hebben 30 regio’s in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) in 2021 een bod gedaan richting het Rijk. In de afgelopen jaren hebben wij samen met de drie regio’s in de provincie Utrecht gewerkt aan het halen van het bod voor grootschalige duurzame elektriciteit van in totaal 3,05 TWh in 2030. Regio Foodvalley ligt
1 van 9
gedeeltelijk in Gelderland, waarmee het Utrechtse deel van de drie regio’s opgeteld 2,4 TWh omvat. Deze boden zijn vastgelegd in de RES’en 1.0 welke op 30 juni (regio Foodvalley en regio Amersfoort) en 6 oktober 2021 (regio U16) door uw Staten en andere RES-partners (m.u.v. gemeente Montfoort) zijn vastgesteld. Realisatie van de boden is noodzakelijk voor het behalen van de door u in de Omgevingsvisie opgenomen doelstelling om in 2030 minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht op te wekken uit hernieuwbare bronnen. Op 21 september 2022 heeft u een besluit genomen over het statenvoorstel Tussenbalans Regionale Energiestrategieën (RES) Provincie Utrecht. Hierin is besloten dat de provincie start met een projectprocedure indien er op 1 december 2022 onvoldoende windlocaties in beeld zijn om 1 TWh windenergie in 2030 te realiseren. Zoals aangegeven in de Statenbrief Voortgang Windenergie van 14 februari 2023 waren de totale plannen van gemeenten onvoldoende (concreet) om zicht te hebben op realisatie van de afgesproken doelstelling voor 2030. In de periode erna is dit beeld niet veranderd, zoals ook blijkt uit de voortgangsrapportages U16, Amersfoort & Foodvalley.
Bovendien blijkt uit de onlangs gepubliceerde Monitor RES 2024 van het PBL dat dat de vraag naar duurzame energie blijft stijgen, maar het aanbod achterblijft en bovendien de gezamenlijke ambities van 55 TWh niet gehaald worden met de huidige koers. Omdat uit de eerste Tussenbalans is gebleken dat aanvullende windlocaties nodig zijn voor de realisatie van de totale 2,4 TWh zijn we begin 2023 gestart met de eerste stappen van een projectprocedure en is een kennisgeving voornemen en participatie gedaan. Ook is de verkenningsfase gestart met onder meer een plan-m.e.r. procedure ten behoeve van locatiekeuzes voor windenergie. Voor dit planMER is een concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld en op 14 februari 2023 in ontwerp ter inzage gelegd. In de Nota van Beantwoording is een reactie gegeven op de zienswijzen die daarop zijn ingediend. In het Coalitieakkoord 2023-2027 is uitgewerkt hoe het proces zoals aangekondigd in de Tussenbalans wordt vormgegeven. Hierin is het belang van het verbeteren van de balans tussen zonne- en windenergie en het halen van de doelstelling van 2,4 TWh duurzame opwek bevestigd. Dit betekent dat er geen apart doel voor windenergie is, zoals bijvoorbeeld de eerdergenoemde 1 TWh, maar dat het gaat om realisatie van de totale doelstelling van de RES’en via wind en zonne-energie.
Daarbij kregen RES-regio’s en gemeenten extra tijd om het vastgestelde RES doel met zon en/of windprojecten concreet te maken In het startgesprek deel 1 dat op 11 oktober 2023 heeft plaatsgevonden zijn we met uw Staten aan de hand van de Statenbief proces windenergie in gesprek gegaan over het vervolgproces. In januari 2024 bent u geïnformeerd over de uitkomsten van het planMER en het burgerforum windenergie, die samen hebben geleid tot de 27 meest kansrijke gebieden voor windenergie. In maart 2024 is de motie ‘wie goed doet, goed ontmoet’ aangenomen, waarin u oproept gemeenten met reeds concrete plannen voor klimaatneutrale energieopwekking als laatste te overwegen voor projectbesluiten voor windenergie. In juni 2024 heeft u het Beleidskader lokaal eigendom en participatie bij windenergieprojecten vastgesteld waarmee lokaal eigendom in de projectbesluiten voor windenergie wordt geborgd. Op 17 september jl. hebben wij een besluit genomen over de Tussenbalans RES II. Hierin is geconstateerd dat gemeenten in de eerste helft van 2024 veel extra plannen hebben geconcretiseerd én dat het nodig is om aanvullend projectbesluitprocedures voor 0,25-0,5 TWh voor windenergie te vervolgen in de regio’s U16 en Foodvalley. Op 16 oktober jl.
heeft u in het tweede startgesprek op basis van dit besluit over de Tussenbalans RES II aandachtspunten kunnen meegeven voor het besluit over de gebieden. Dit besluit baseert zich voor de regio U16 op de uitgevoerde verkenning conform de Werkwijze Programma’s en Projectbesluiten. Een overzicht van het hele proces is te vinden in de eerdere memo Proces meest kansrijke gebieden windenergie. Bepaling van het ‘tekort’ aan duurzame opwek In de Tussenbalans II is geconstateerd dat een aantal plannen van gemeenten nog net niet concreet genoeg is om zicht te geven op realisatie voor 2030, maar dat er een goede kans is dat dit aan het einde van het jaar wel het geval is. Dit zijn de zogenaamde ‘categorie 2’ plannen. In de Tussenbalans II is ook geconstateerd dat RESregio Amersfoort voldoende concrete plannen heeft waardoor het niet aan de orde is om in dit stadium aanvullende projectbesluiten te vervolgen. In de volgende paragraaf zijn de recente ontwikkelingen met betrekking tot concretisering van plannen dan wel planuitval beschreven en de gevolgen hiervan voor de provinciale besluitvorming.
2 van 9
➢ Foodvalley Voor regio Foodvalley is in de Tussenbalans II aangegeven dat de onderzoeken naar opwek met windenergie in gebied 99 in Rhenen in samenhang met Wageningen, die eind dit jaar verwacht werden, afgewacht zouden worden. Inmiddels is bekend dat deze onderzoeken pas na besluitvorming over de keuze voor gebieden afgerond zijn en daarmee zal in het eerste kwartaal van 2025 duidelijk zijn of windenergie mogelijk is in gebied 99 in Rhenen. Als het plan vanuit Rhenen en Wageningen gezamenlijk wordt vervolgd, kan het zijn dat uiteindelijk in het ruimtelijke ordeningstraject blijkt dat de turbines beter allemaal aan de kant van Wageningen gepositioneerd kunnen worden. Indien de gemeente Rhenen bij voorbaat wel medewerking heeft verleend aan het project zal dit beschouwd worden als een bijdrage aan de Utrechtse RES-doelen. Het nader onderzoek wordt afgewacht alvorens als provincie verdere stappen te nemen in de regio Foodvalley. Zowel gebied 99 als gebied 96 (het enige andere kansrijke gebied in de regio Foodvalley) blijft daarmee in beeld voor provinciale projectbesluiten. Na afronding van het onderzoek zal de gemeente Rhenen een besluit nemen over gebied 99. De gemeenteraad heeft een motie aangenomen om geen medewerking te verlenen aan windturbines en het is dan ook in de lijn der verwachting dat de gemeente Rhenen geen windenergie mogelijk wil maken in dit gebied.
De provincie zal daarom met de regio in overleg treden over hoe dit opgevangen wordt als inderdaad blijkt dat Rhenen bij voorbaat geen medewerking verleent aan windenergie, waarbij bezien moet worden welk gebied eventueel in aanmerking komt voor een projectprocedure. Hierover zal voor 15 juli van 2025 een besluit genomen worden. ➢ U16 Voor regio U16 is in de Tussenbalans II aangegeven dat er een tekort is van minimaal 0,25 TWh om het doel van 1,8 TWh in 2030 te behalen (ca. 12 moderne windturbines) en dat dit mogelijk groter zou kunnen worden als plannen afvallen of duidelijkheid over categorie 2 plannen uitblijft. De volgende categorie 2 plannen zijn concreet genoeg geworden om mee te tellen in categorie 1: windplannen gemeenten Utrecht en de Bilt en zonplannen gemeenten De Ronde Venen en Oudewater. De aanvullende zonplannen van de gemeente Utrecht (bovenop meerdere wind- en zonplannen die al meetellen in categorie 1) blijven in categorie 2 (zie ook hoofdstuk 2.2 van bijlage Onderbouwing). Het tekort komt hiermee op 0,33 TWh, waarvan de helft ingevuld kan worden in gebieden die al gekozen zijn door gemeenten en de andere helft in aanvullende (door de provincie gekozen) gebieden. In de tabel hieronder is een overzicht gegeven. In hoofdstuk 2 van bijlage 1 is meer informatie te vinden.
Bovenkant bandbreedte zon op dak Categorie 1 plannen Tussenbalans II (inclusief gerealiseerd)* Categorie 2 plannen Tussenbalans II die voldoende concreet zijn geworden (Utrecht, de Bilt, Oudewater, DRV)** Opwek in windgebieden waar gemeenten actief zijn (bij redelijke benutting Woerden, Montfoort, Lopik, VHL) Benodigde opwek in overige meest kansrijke gebieden in U16 Totaal
Aantal TWh opbrengst per jaar 0,5 0,82 0,15 0,17*** 0,16 1,8
* Voor windenergie zijn hiervan vergund: Rijnenburg (Utrecht) en Goyerbrug (Houten). En is AmsterdamRijnkanaal (Wijk bij Duurstede) in procedure ** Voor windenergie zijn hiervan in voorbereiding: Lage Weide in Utrecht en gebied 67 in de Bilt *** deze opwek is exclusief de opwek die al in ‘categorie 1’ is meegerekend: 55 GWh in Lopik en 44 GWh in Woerden
3 van 9
Planuitval RES-regio Amersfoort Nadat wij de Tussenbalans II hebben vastgesteld, zijn er in RES-regio Amersfoort ontwikkelingen geweest waardoor het overgrote deel van de plannen voor opwek op land onderhevig is aan planuitval. Het gaat om de volgende windplannen: • 10 GWh Knooppunt Hoevelaken: Uit nader onderzoek in het kader van OER A28 is gebleken dat er op de locatie Poort van Amersfoort op Rijksgronden geen ruimte is voor windenergie. Dit vanwege de ruimtelijke belemmeringen (o.a. geluid, externe veiligheid), de geplande uitbreiding van knooppunt Hoevelaken en verkeersveiligheid. • 200 GWh Leusderheide en Vlasakkers: De plannen die hiervoor sinds 2020 door de regio in samenwerking met het Ministerie van Defensie (gebruiker van de gronden) en sinds 2023 in het kader van OER (Opwek Energie op Rijksgronden) zijn ontwikkeld kunnen niet vervolgd worden. De reden hiervoor is dat het Ministerie van Defensie heeft aangegeven de gronden niet meer in te zetten voor windenergie. Meer informatie is te vinden in het memo dat op 9 december met uw Staten is gedeeld. • 10 GWh windturbine Baarn: op 27 november jl. heeft de gemeenteraad van Baarn een motie aangenomen om de onderzoeken voor windenergie tot in ieder geval 2026 te stoppen. De volledige bijdrage van Baarn in de opwek op land in de regio komt hiermee te vervallen.
Door deze recente ontwikkelingen is 0,22 TWh van het totale doel van 0,5 TWh voor de regio uitgevallen. Momenteel wordt het gesprek met de regio gevoerd hoe deze planuitval opgevangen moet worden. Wij zullen uw Staten op korte termijn informeren over de uitkomsten van deze gesprekken en wat dat betekent voor de inzet van provinciale projectbesluiten. We streven ernaar om ook hier voor 15 juli 2025 een besluit te nemen over de inzet van eventuele provinciale projectbesluiten voor de gebieden die nog in beeld zijn. Totstandkoming keuze aanvullende gebieden Zoals aangegeven bij de Tussenbalans II worden bij de keuze voor aanvullende gebieden voor windenergie bestaande, door uw Staten vastgestelde, kaders toegepast. In het kort zijn dat: ➢ Motie M24-21 Wie goed doet, goed ontmoet ➢ De provinciale Omgevingsvisie ➢ Besluit Tussenbalans 2022 ➢ Beleidskader Lokaal eigendom en Participatie ➢ Advies burgerforum Op basis van deze kaders is gekozen om in gebied 43 in gemeente Stichtse Vecht en in gebied 8 in de gemeenten Montfoort en Oudewater de projectprocedure te vervolgen. Deze keuze wordt hieronder toegelicht. Zie voor gebieden en bijbehorende nummers de afbeelding op pagina 7. Voor de keuze van de gebieden wordt als eerste stap uitvoering gegeven aan de motie.
Zoals aangegeven in de Statenbrief Tussenbalans II wordt gekeken welke gemeenten concrete plannen hebben voor duurzame opwek en daarmee al vergevorderd zijn (vergunning verleend of project gerealiseerd). Dit betekent dat eerst gekeken wordt naar gemeenten die nog geen vergunningen verleend hebben voor wind- en zonneparken, namelijk: IJsselstein, Oudewater, Stichtse Vecht en Zeist. Gemeente Zeist heeft geen meest kansrijk gebied voor windenergie en hier kan dus geen gebied gekozen worden. In de gemeente IJsselstein ligt een heel klein stukje van gebied 42 (grotendeels in gemeente Lopik). In de gemeente Stichtse Vecht liggen 3 meest kansrijke gebieden voor windenergie (35, 39 en 43). In de gemeente Oudewater liggen (deels) 3 meest kansrijke gebieden voor windenergie (1, 8 en 18). Vervolgens is vanuit de hierboven genoemde kaders het clusteren van windparken langs infrastructuur een rode draad. Dit komt terug in de Omgevingsvisie, de Tussenbalans I, de RES 1.0 en ook het burgerforum had, na bescherming leefomgeving en ecologie, clustering als derde prioriteit. Het deel van gebied 42 in IJsselstein is niet in lijn met dit uitgangspunt omdat hier slechts 1 of 2 turbines aan de kant van IJsselstein mogelijk zijn. Bovendien kwam dit gebied als meest kansrijk naar voren in de optimalisatie in het planMER waarbij afstand gehouden wordt tot de woonkern in IJsselstein.
Daarmee zouden de windmolens dus in de gemeente Lopik komen en bovendien westelijker in plaats van de oostzijde van dit gebied. Daarmee zou, als windenergie in
4 van 9
Lopik in gebied 42 mogelijk gemaakt zou worden, de westzijde geschikt zijn, waarmee de turbines in IJsselstein niet één park zouden vormen met de turbines in Lopik (zoals wel het geval is bij gebied 8 in Montfoort en Oudewater). Ook worden gesprekken met gemeente IJsselstein gevoerd over woningbouwplannen in dit gebied, hetgeen moeilijk te combineren is met windenergie. Daarom wordt ervoor gekozen de projectprocedure in deze gemeente niet te vervolgen. Voor een verdere onderbouwing zie hoofdstuk 4 van bijlage 1. De gebieden in Stichtse Vecht sluiten alle drie aan op hoofdinfrastructuur, waarbij gebied 43 de meeste ruimte voor clustering biedt. Aangezien deze gebieden in de buurt van de Hollandse Waterlinies liggen is een Heritage Impact Assessment (HIA) uitgevoerd naar de mogelijkheden voor windenergie in relatie tot de Hollandse Waterlinies en erfgoed (zie bijlage 2). Uit deze analyse blijkt dat gebied 43 het enige gebied is waar nog ruimte overblijft voor clustering en dat de andere gebieden grotendeels onverenigbaar zijn met windenergie vanwege het werelderfgoed. De keuze voor het eerste aanvullend projectbesluit voor windenergie valt daarom op gebied 43, waar naar verwachting circa 80 GWh opgewekt kan worden. Voor een verdere onderbouwing van de keuze voor dit gebied zie hoofdstuk 4 en 5 van bijlage 1. Overigens is de HIA ook uitgevoerd voor gebied 38 in De Ronde Venen.
Ook daar blijkt windenergie niet verenigbaar te zijn met Hollandse Waterlinies. Van de drie gebieden in Oudewater sluit alleen gebied 8 aan bij hoofdinfrastructuur (A12/spoor) en kan bovendien aangesloten worden bij het cluster langs de A12 vanuit Utrecht Rijnenburg, Woerden Reijerscop en de plannen voor windenergie van Montfoort. De keuze voor het tweede aanvullend projectbesluit voor windenergie valt daarom op gebied 8, waar naar verwachting circa 80 GWh opgewekt kan worden. Voor een verdere onderbouwing zie hoofdstuk 4 en 5 van bijlage 1. Dit gebied ligt ook in gemeente Montfoort, waarmee in deze gemeente, naast een deel van gebied 24, in een tweede gebied windenergie mogelijk gemaakt wordt. De reden hiervoor is dat er is gekeken naar clustering langs hoofdinfrastructuur. In dit geval worden gebieden gekozen langs de A12, waardoor gebieden in het open gebied van Lopikerwaard buiten beeld blijven. Voor de gemeente Montfoort betekent dit dat door in gebied 24 alleen het noordelijke deel te benutten en deze lijn langs de A12 door te trekken naar gebied 8, het zuidelijke deel van gebied 24 en gebied 18 in deze gemeente buiten beeld blijven. In beide gebieden gezamenlijk gaat het in de gemeente Montfoort naar verwachting om 4 tot 5 turbines.
Gebied 8 komt naar voren vanuit de motie Wie goed doet goed ontmoet (gemeente Oudewater heeft nog geen vergunningen verleend of projecten gerealiseerd). Dit gebied zou daarbij ook naar voren komen als gekeken zou worden naar alle gemeenten in de RES U16 gezien de mogelijkheden voor clustering langs hoofdinfrastructuur en overige criteria. Plannen voor windenergie in door gemeenten gekozen gebieden Gemeenten Utrecht, de Bilt, Woerden, Montfoort, Lopik en Vijfheerenlanden hebben concrete plannen voor windenergie. De gemeente Utrecht heeft het gebied op Lage Weide (49) als focusgebied opgenomen in de beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie’. De provincie gaat ervanuit dat de gemeente dit gebied verder brengt en dat daar minimaal 40 GWh met windenergie opgewekt zal worden. De gemeente de Bilt heeft een besluit genomen om verder te gaan met gebied 67. De provincie gaat ervanuit dat de gemeente dit gebied verder brengt en dat daar minimaal 20 GWh met windenergie opgewekt zal worden. Met de opwek in de gebieden van de gemeenten Utrecht en de Bilt worden de ruimtelijke mogelijkheden voldoende benut en gaan wij ervan uit dat deze opwek ook minimaal behaald wordt. Als de planvorming in deze gemeenten alsnog stagneert om andere dan juridische of technische gronden, komen de gebieden in deze gemeenten weer in beeld voor een projectbesluit.
Voor de gemeenten Woerden, Montfoort, Lopik en Vijfheerenlanden is nog niet zeker hoeveel opwek hier mogelijk gemaakt wordt. In deze gemeenten is gezamenlijk een minimum opwek nodig van 270 GWh om niet voor méér gebieden projectprocedures te vervolgen dan genoemd in voorgaande paragraaf. Gemeente Woerden is een proces gestart voor windenergie in polder Reijerscop. Hiervoor is een participatieproces in het gebied geweest en de uitkomst hiervan is verwerkt in een toetsingskader dat in december 2024 is voorgelegd aan de gemeenteraad. De provincie is verheugd met de inzet van de gemeente Woerden voor windenergie en hoe de gemeente het proces oppakt in polder Reijerscop. In haar beleid heeft de
5 van 9
gemeente staan windenergie ten zuiden van de A12 in meest kansrijk gebied 24 mogelijk te maken met een maximum van 44 GWh. Omdat hiermee de ruimtelijke mogelijkheden niet voldoende benut worden heeft de provincie op 5 november 2024 een zienswijze ingediend op dit toetsingskader met de oproep meer opwek mogelijk te maken. Naar verwachting zal de gemeente Woerden in maart 2025 het toetsingskader vaststellen. De gemeenteraad heeft dan de mogelijkheid de maximale opwek te verwijderen of te verhogen. Het zal nodig zijn om aanzienlijk meer windenergie in het gebied bij Reijerscop mogelijk te maken om geen extra gebiedennodig te hebben en een goede clustering te borgen. Er is in dit gebied bij optimale invulling ruimte voor 140 GWh aan de kant van de gemeente Woerden. Ook de gemeente Montfoort heeft besluiten genomen over windenergie in gebied 24 door het toepassen van de wet voorkeursrecht gemeenten op percelen voor windenergie in dit gebied. In de eerste helft van 2025 wordt verwacht dat de gemeente een besluit zal nemen over haar beleid voor windenergie in dit gebied langs de A12. Het college van de gemeente heeft dit op 7 januari per brief bevestigd. Ook hier is het nodig om de opwekpotentie goed te benutten om geen extra gebieden nodig te hebben en een goede clustering langs infrastructuur te borgen. In gebied 24 is aan de kant van Montfoort ruimte voor 140 GWh.
Dan zou echter een lijn naar het zuiden gevolgd moeten worden, waarmee het uitgangspunt van clustering langs infrastructuur niet gevolgd kan worden. Als alleen de lijn langs de A12 gevolgd wordt is in ieder geval ruimte voor circa 60 GWh in gebied 24 aan de kant van de gemeente Montfoort. Door het gebied 24 goed te benutten wordt een cluster gevormd met in het oosten windpark Rijnenburg en wat verder in het westen gebied 8 waarvoor de provincie een projectprocedure vervolgt. In de gemeente Lopik werken verschillende partijen samen om een energiepark mogelijk te maken bij bedrijventerrein de Copen, waarbij de huidige windturbines vervangen zouden kunnen worden. De provincie heeft dit proces omarmd door de intentieovereenkomst over Energiepark de Copen mede te ondertekenen. Gemeente Lopik heeft in haar beleid circa 55 GWh duurzame elektriciteitsopwekking in 2030 opgenomen, waarbij wordt aangegeven dat dit met name in gebied 23 op de Copen gerealiseerd moet worden. Ook hier is het nodig de opwekmogelijkheden in het gebied goed te benutten om geen extra gebieden nodig te hebben. In het planMER kwam naar voren dat er ruimte is voor 73 GWh aan windenergie. In navolging van de intentieovereenkomst (zie memo) worden nadere afspraken gemaakt tussen provincie en gemeente over de ruimtelijke procedure voor windenergie.
Daarin kan afgesproken worden dat een provinciale projectprocedure vervolgd wordt voor gebied 23. Gemeente Vijfheerenlanden heeft plannen voor windenergie in de gebieden 57 en 59 en aansluitend aan huidig windpark Autena. De provincie is verheugd met de inzet van de gemeente Vijfheerenlanden voor windenergie en dat de gemeente concreet aan de slag gaat. Hoeveel opwek met dit proces uiteindelijk mogelijk gemaakt wordt is nu nog onbekend. In deze gebieden gezamenlijk is het volgens het planMER mogelijk om circa 170 GWh op te wekken. Zoals aangegeven bij het besluit over de meest kansrijke gebieden voor windenergie gelden er wel veel aandachtspunten voor ecologie, waardoor deze potentie waarschijnlijk niet volledig benut kan worden. Er is voor gekozen om op dit moment nog geen besluit te nemen over het vervolgen van de projectbesluitprocedure in de gemeenten die zelf windenergie mogelijk maken, omdat we de lokale processen niet willen verstoren. Omdat voor bovenstaande gebieden nog niet overal zeker is of en zo ja, hoeveel windenergie mogelijk gemaakt wordt, zou het meer zekerheid geven op het halen van de doelen om hier direct over te gaan op projectbesluiten. Dit zou ook in lijn zijn met het besluit over de meest kansrijke gebieden, waar we deze duidelijkheid voor de zomer van 2024 gevraagd hadden met vervolgens uitstel naar eind 2024 bij het besluit van de Tussenbalans II.
Er is echter gekozen om coulant te zijn en gemeenten de lokale processen zelf te laten doorlopen. Er is nu voor gekozen om nog geen besluit tot het vervolgen van een provinciale projectprocedure te nemen in deze gemeenten die windenergie op hebben gepakt, maar waar voldoende opwek en tijdige realisatie op dit moment nog onvoldoende is geborgd. Deze vier gemeenten (Vijfheerenlanden, Woerden, Montfoort en Lopik) staan gezamenlijk voor de resterende opgave van in totaal 270 GWh windenergie. De volledige potentie van de gebieden 23, 24 57 en 59 is op basis van het planMER 508 GWh. Met 270 GWh opwek in deze gebieden is het niet nodig om aanvullend aan de gebieden 8 en 43 voor extra gebieden projectbesluiten te nemen. Het is echter wel nodig dat deze gemeenten, zoals in ieder geval al in de gemeenten Woerden en Montfoort is voorzien, uiterlijk 15 mei 2025 een besluit hebben genomen over de opwek in deze gebieden. Aan de hand van deze besluiten zal bekeken worden of de benodigde 270 GWh
6 van 9
gezamenlijk gehaald wordt. Indien dit niet het geval is, wordt voor 15 juli 2025 een besluit genomen in welk(e) gebied(en) de provinciale projectprocedure alsnog vervolgd wordt. Figuur 1 gebieden voor windenergie in U16
Vervolg bij constatering planuitval Zoals aangegeven treedt al aanzienlijke planuitval op in regio Amersfoort. Hier volgt overleg met de regio over. De overige meest kansrijke gebieden voor windenergie in de regio Amersfoort met nummers 75 en 93 kunnen hiermee weer in beeld komen. Voor Foodvalley geldt dat de gebieden voor windenergie in beeld blijven, waarbij binnen de regio een besluit moet worden genomen over de mogelijke planuitval van de windturbine in Rhenen. Bij mogelijk toekomstige planuitval in de regio U16 komen de overige meest kansrijke gebieden in beeld, tenzij in de regio in de tussentijd voldoende concrete plannen zijn opgepakt om het tekort op te vangen. Communicatie/Participatie Zoals aangekondigd in de Statenbrief Tussenbalans II zijn er in het najaar 2024 een aantal informatiebijeenkomsten windenergie georganiseerd. Het doel was om inwoners te informeren en gelegenheid te geven om vragen te stellen en zorgen/aandachtspunten te delen. Hiervoor zijn 6 sessies verdeeld over 3 avonden in Breukelen, Bunnik en de Meern georganiseerd. Een kort verslag van de informatiebijeenkomsten is te vinden in bijlage 4. Inwoners van de provincie Utrecht en stakeholders zullen breed geïnformeerd worden over ons besluit over de keuze van gebieden via onze site, media en advertenties in huis-aan-huisbladen. Bestuurders van gemeenten van gekozen gebieden zijn 1 op 1 geïnformeerd.
Grondeigenaren in de gekozen gebieden worden ook 1 op 1 benaderd per brief en zullen in het kader van fase 2 van het beleidskader een belangrijke rol vervullen in de totstandkoming van de omgevingsovereenkomst. Ook zullen alle partners in de regio’s geïnformeerd worden
7 van 9
en zullen gemeenten en provincies die aan de gebieden 8 en 43 grenzen geïnformeerd worden en betrokken worden bij het vervolgproces. In de gekozen gebieden 8 en 43 zal het participatieproces zo snel mogelijk opgestart worden volgens de kaders die u heeft vastgesteld in het Beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie bij windenergieprojecten. Hiermee krijgen alle inwoners in de omgeving de kans om mee te doen, zowel in het proces als via lokaal eigendom. Conform het beleidskader zullen inwoners binnen een straal van 10x tiphoogte betrokken worden. Dit betekent dat ook inwoners van buurgemeenten (en in sommige gevallen buurprovincies) benaderd zullen worden om mee te doen. Het participatieproces wordt in het gebied in Wijk bij Duurstede ook opgestart, conform afspraken met de gemeente. Zie voor meer informatie het memo dat op 12 december met uw Staten is gedeeld. In enkele gebieden waar gemeenten (De Bilt, Woerden en Vijfheerenlanden) zelf de procedure trekken is de participatie reeds in 2024 (of eerder) gestart. Dit zal de komende tijd vervolgd worden en de provincie zal waar nodig ondersteuning bieden en toetsen dat de uitgangspunten uit het beleidskader gehanteerd worden. In de gemeente Lopik wordt de komende periode het participatieproces opgezet in samenwerking met lokale partners, zie hiervoor het memo dat op 12 december met uw Staten is gedeeld.
Voor de gemeente Montfoort zal de gemeente op korte termijn een besluit nemen over het windenergieproces. De provincie zal in gesprek treden met de gemeente over hoe de participatie in gebied 24 (samen) vormgegeven kan worden. Voor het gebied Lage Weide in de gemeente Utrecht zal begin 2025 het proces door de gemeente verder vormgegeven worden. Vervolgprocedure / voortgang: Op 29 januari wordt u over dit besluit geïnformeerd middels een informatiesessie. De komende periode start fase 2 van het Beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie voor de gebieden 8 en 43, die in het teken staat van het opstellen van een omgevingsovereenkomst. Als de overeenkomst gesloten wordt, zullen uw Staten hierover geïnformeerd worden via een memo. Vervolgens zal het ruimtelijk spoor vervolgd worden (fase 3) en wordt u geïnformeerd via een statenbrief als het ontwerp-projectbesluit genomen is. Dat zal vanaf begin 2026 zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zijn dan ook de nieuwe Rijksnormen voor windturbines vastgesteld en kan daaraan getoetst worden. Daarnaast zal de komende periode fase 2 van het beleidskader vervolgd worden voor het gebied in Wijk bij Duurstede waar de gemeente ons verzocht heeft de projectbesluitprocedure te vervolgen.
Na overleg in de regio’s Amersfoort en Foodvalley zullen we voor 15 juli 2025 besluiten of aanvullende projectprocedures toch nodig zijn in één of meerdere gebieden en we zullen u informeren over het vervolg in deze regio’s. Ook zal in voor 15 juli 2025 door GS een besluit genomen waarin vastgesteld wordt hoeveel windenergie in de gemeenten Woerden, Montfoort, Lopik en Vijfheerenlanden wordt mogelijk gemaakt en, indien nodig, in welk(e) gebied(en) de provinciale projectprocedure alsnog vervolgd wordt.
8 van 9
Figuur 2 stappen projectbesluit
GS besluit 14-1-2025
Gedeputeerde Staten van Utrecht,
Voorzitter, mr. J.H. Oosters
Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen
9 van 9