Bijlage 3a concept Programma landelijk gebied
Tekst van het document
Maatregelen die vooral bijdragen aan de doelen in pijler 2 “Vitale en robuuste leefomgeving” Samenwerken aan herstel van het natuurlijk systeem Bijdragen aan een vitaal natuurlijk systeem (bodem, water, ecologie), veiligheid bij extreem weer. Zonder hiervoor zelf de uitvoering op te hoeven pakken. Inzet op basiskwaliteit natuur Versterken van de basiskwaliteit natuur in samenwerking met de regio. Robuust natuurlijk systeem met een bepaalde basiskwaliteit, herstel van biodiversiteit buiten de bestaande natuurgebieden. Ecologisch beheer gemeentelijke gronden. Herstel van biodiversiteit, basiskwaliteit natuur en terugdringen van gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Regenwaterinfiltratie op de heuvelrug Aanvullen van de strategische grondwatervoorraad en wateroverlast bij piekbuien beperken. Landschappelijke verbindingen realiseren Robuust natuurlijk systeem in Rhenen en een aantrekkelijk landschap. Regenwaterinfiltratie in het bewoond gebied Wateroverlast bij piekbuien beperken, belasting rioolwater overstorten voorkomen.
20
Realisatiekracht bij andere (gebieds-)partijen Zonder samenwerking met gebiedspartijen is het niet mogelijk dit programma te realiseren. Er zijn veel zaken die bijdragen aan doelbereik, maar die buiten het handelingsperspectief of de invloed van de gemeente vallen. Voor het volledige beeld willen we de belangrijkste partijen en hun realisatiekracht hieronder noemen. De belangrijkste gebiedspartijen voor het landelijk gebied bestaan uit overheidsorganisaties, terreinbeheerders (TBO’s), de agrarische sector en natuurorganisaties. Afgelopen jaren is veel gepraat met gebiedspartijen en zijn er diverse initiatieven opgezet, waarvan diverse niet zijn afgerond. Daarmee is dit programma een nieuwe kans de betrokkenheid en het vertrouwen te herstellen. Diverse (agrarische) gebiedspartijen vertegenwoordigen het lokale landelijk gebied. De agrarische sector is goed georganiseerd en initieert individueel en gezamenlijk activiteiten die bijdragen aan de doorontwikkeling van de agrarische sector in het gebied. In de gemeente Rhenen gaat het om de partijen: Gebiedscoöperatie ‘Het Binnenveld’, LTO Gelderse Vallei, Agrarische Jongeren Gelderse Vallei, Boerennatuur (Utrecht Oost en Veluwe). Niet agrarische partijen in Rhenen, belangrijk voor dit programma: Stichting Mooi Binnenveld, WMR, STUR.
Provincie Utrecht biedt coaching bij bedrijfstransities met de “plattelandscoaches”, financiële middelen voor beheer en inrichting voor (terrein)beheerders (o.a. vanuit de UPLG-gelden) en subsidies voor agrariërs (bijv. de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw). De Utrechtse Stikstof Depositiebank gaat helpen om stikstofruimte uit te wisselen tussen verschillende (agrarische) bedrijven in Utrecht. De provincie werkt daarnaast aan het legalisatietraject PAS-melders. Regio Foodvalley heeft een grote set aan uitvoerende maatregelen vanuit het regionaal perspectief landelijk gebied. Het Regionaal functieveranderingsbeleid (VAB) kan voor de gemeente Rhenen specifiek gemaakt worden. In de regio wordt samengewerkt op doelsturing, meten en monitoring van de ontwikkelingen in het
landelijk gebied. Dit hoeft dus bij de gemeente niet lokaal ontwikkeld te worden voor dit programma. De Waterschappen (Waterschap Vallei en Veluwe, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden) hebben hun uitvoerende taken t.a.v. waterbeheer en waterveiligheid. Ze bieden daarnaast periodiek subsidies en mogelijkheden voor inwoners en ondernemers om klimaatadaptatie te bevorderen (afkoppelen/ontstenen). De terreinbeherende organisaties (Utrechts Landschap, Staatsbosbeheer, Landschap Erfgoed Utrecht) hebben een belangrijke taak om op hun terreinen bij te dragen aan het versterken van de natuur en daarnaast om mee te denken en -werken in gebiedsprocessen om tot mogelijke ruilverkavelingen te komen die verder bijdragen aan een robuust natuurlijk systeem (ecologische verbindingen). Het Rijk is een essentiële speler in de randvoorwaarden voor dit programma. Bijvoorbeeld in het beschikbaar stellen van geld aan gemeenten voor maatregelen en activiteiten die bijdragen aan de doelen als beschreven in dit programma. Het verschaffen van subsidies en vergoedingen voor agrarisch natuurbeheer (GLB). Daarnaast zet het Rijk in op landelijke regelingen voor stoppende boeren en daarbij coaching bij bedrijfstransities door de landelijke regeling BoerenPerspectief (nu nog niet in Rhenen maar op termijn mogelijk wel).
Het Rijk moet wetgeving en duidelijkheid bieden rondom de stikstofdoelen en landbouwperspectief. Ten slotte is het Rijk belangrijk voor de lobby naar Europa.
Doelbereik: hoe ver komen we hiermee? Met deze set aan acties en maatregelen werken we aan de doelen als eerder beschreven in dit programma. Ze zijn gefocust op wat de gemeente Rhenen zelf kan doen en wat realistisch is binnen de beperkte middelen en capaciteit. Naast dit programma is er Europees, Landelijk en Provinciaal beleid in ontwikkeling dat bij gaat dragen aan de doelen. Hierdoor zijn de komende jaren ook aanvullende (integrale, ruimtelijke) keuzes en acties
21
nodig, die deels nu nog niet te voorzien zijn. Hierbij kan ook herziening van bestaande wettelijke kaders nodig of wenselijk zijn. Daarnaast is ook nieuwe bronnen van financiering nodig, vanuit EU, Rijk of provincie. Bijvoorbeeld om agrarisch natuurbeheer ook aantrekkelijk te maken als volwaardig onderdeel van de financiële bedrijfsvoering.
Sociale samenhang Overige (ruimtelijke) ontwikkelinge n
Goed haalbaar Haalbaar.
Gemiddeld. De gemeente kan inzetten op lokale faciliteiten en voorzieningen. Groot. Scherpe keuzes maken (bijv. op woningbouw en opwek duurzame energie). Slimme functiecombinaties mogelijk maken. Dit vraagt creativiteit en ruimtelijk ontwerp.
Uit de analyse die gedaan is voor dit programma komt het beeld dat een deel van de doelen haalbaar is. Er is ook een deel wat niet binnen bereik ligt; ofwel omdat handelingsperspectief bij de gemeente ontbreekt of maatregelen niet wenselijk wordt geacht door de gemeente. Dit leidt tot de volgende inschatting op doelbereik per thema: Doelen per thema
Doelbereik
Handelingsperspectief gemeente
Waterkwantite it
Haalbaar
Waterkwalitei t
KRW doelen waarschijnlijk buiten bereik. Onbekend. Haalbaar op gemeentelijke gronden. Onbekend. Haalbaar op gemeentelijke gronden.
Redelijk. Rekening houden bij ruimtelijke ontwikkelingen met de waterkwantiteitsopgaven. Effect is wel sterk afhankelijk van het klimaat. Klein. Grotendeels afhankelijk van inzet inwoners, agrariërs, waterschap en provincie. Klein. Grotendeels afhankelijk van inzet van agrariërs, grondeigenaren, waterschap en provincie.
Bodem
Biodiversiteit
Klimaatneutra al
Moeilijk haalbaar.
Economische (agrarische) vitaliteit
Haalbaar
Gemiddeld. Veel perspectief op gemeentelijke gronden, bewustwording van burgers en agrariërs en samenwerking met TBO’s. Voor uitvoering grotendeels afhankelijk van inzet van alle grondeigenaren. Klein. Zeer afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen en de inzet van inwoners en ondernemers. Rhenen heeft handelingsperspectief op het aanwijzen van opweklocaties voor duurzame energie. Klein. Positie/inkomen van de Rhenense boeren is mede afhankelijk van het mondiale voedselsysteem en de keuzes die Rijk en (lokale) consumenten maken.
22
4. Programmaregie en budget
4
Inzet op basiskwaliteit natuur
5
Inzichtelijk maken vergunningen
6
Ecologisch beheer gemeentelijke gronden Versterken streekidentiteit en korte ketens
Programma-organisatie De ontwikkeling en de coördinatie van het programma ligt bij een vast programmateam. Dit team bevat de volgende functies en verantwoordelijkheden. Beleidsadviseur landelijk gebied. Verantwoordelijk voor de coördinatie van het programma. Het vaste aanspreekpunt in de gemeente voor alle zaken op landelijk gebied. Neemt deel aan samenwerkingsoverleggen met regio en provincie. Houdt subsidies en budgetten in de gaten. Adviseur (strategische) ruimtelijke ontwikkeling. Betrokken op de maatregelen die raken beleidsontwikkeling op RO en VAB. Adviseur grondzaken. Betrokken op de maatregelen die raken aan grondbeleid en verantwoordelijk voor actieve grondverwerving indien nodig.
De maatregelen in dit programma landen bij diverse teams in de ambtelijke organisatie. Dit is toegelicht in onderstaande tabel.
1
2
3
Maatregel
Betrokken teams/ functies
Fasering/ start
Ruimte voor agrarische bedrijvigheid / functieverandering
Team Ruimtelijke Ontwikkeling | Adviseur Ruimtelijke Ordening Team Vergunningen | Vergunningverlener Team Duurzaamheid, Groen en Klimaat | Beleidsadviseur Duurzaamheid en Klimaat Team Openbare Werken | Beleidsadviseur Groen, Beleidsadviseur Water en Riolering Team Ruimtelijke Ontwikkeling | Adviseur
2026 verder uitwerken, hoge prioriteit
Samenwerken aan herstel van het natuurlijk systeem
Behouden landbouwgrond
7
8
Regenwaterinfiltrat ie op de heuvelrug
9
Versterken landschappelijke verbindingen
10
Duurzaam pachtbeleid gemeente Wonen en boeren in balans
11
2025 loopt, hoge prioriteit
2025, loopt, meekoppelka
12
Mobiliteitsmaatreg elen landelijk gebied
13
Regenwaterinfiltrat
Grondzaken Team Duurzaamheid, Groen en Klimaat Team communicatie Team aantrekkelijk Rhenen Team Vergunningen, Team Ruimtelijke Ontwikkeling Team Openbare werken, Team Duurzaamheid, Groen en Klimaat Team Aantrekkelijk Rhenen | Beleidsadviseur Duurzaamheid en Economie, Team Communicatie| Communicatieadviseur Team Openbare werken | Beleidsadviseur Groen, Beleidsadviseur Water en Riolering, Team Duurzaamheid, Groen en Klimaat | Beleidsadviseur Duurzaamheid en Klimaat
ns Mee met regio, loopt
Team Ruimtelijke Ontwikkeling | Adviseur Ruimtelijke Ordening Team Duurzaamheid, Groen en Klimaat Team Ruimtelijke Ontwikkeling
2025, loopt
Team Ruimtelijke Ontwikkeling, Team Vergunningen Team Communicatie | Communicatieadviseur Team Aantrekkelijk Rhenen | Beleidsadviseur Mobiliteit Team Duurzaamheid, Groen en Klimaat | Beleidsadviseur Duurzaamheid en Klimaat). Team Openbare werken |
2026 2025, loopt 2027, of via meekoppelka ns 2027
Deels uitgevoerd, 2029 update 2026, mee in VAB
In uitvoering, 2028 update
Doorlopend
23
14
ie in het bewoond gebied
Beleidsadviseur Water en Riolering
Opwek duurzame energie
Team energie
als meekoppelka ns In voorbereidin g
Het eigenaarschap bij de uitvoering van de maatregelen van dit programma ligt bij de werkvelden en teams zelf. De uitvoering is een gezamenlijk verantwoordelijkheid van alle betrokken disciplines. De voortgang op dit programma is praktisch belegd bij de Beleidsadviseur Landelijk gebied, in opdracht van de directie. Het programma wordt bestuurlijk aangestuurd door de wethouder landelijk gebied. Er is zeer beperkte capaciteit is om allerlei extra projecten op te zetten. Vandaar dat het programma ook juist inzet op samenwerking met andere uitvoeringspartijen (zoals waterschap en TBO's). Initiatieven opzetten met (agrarisch) ondernemers is niet overal onderdeel van het programma omdat dat aanjagen veel capaciteit vraagt.
Capaciteit en aanvullende expertise De uitvoering van dit programma vraagt naast bovenstaande team aanvullende expertise aan capaciteit. Het programma voorziet de noodzaak van o.a. de volgende functies, die op dit moment niet aanwezig in de gemeente Rhenen.
Ecoloog. Een vast aanspreekpunt binnen of buiten de gemeente met expertise op ecologie, agrarisch natuurbeheer en affiniteit met landbouw. Deze functie is belangrijk voor een succesvolle uitvoering van de maatregelen op landschappelijke verbindingen en basiskwaliteit natuur. Bedrijfscontactfunctionaris: een vast aanspreekpunt voor boeren bij de gemeente. Deze functionaris is het aanspreekpunt bij concrete vragen van agrariërs over dingen die spelen; pachtovereenkomsten, PAS-melders, lokale ontwikkelingen, subsidiemogelijkheden etc.
Onderstaande tabel geeft een inschatting van de benodigde capaciteit voor de huidige en nieuwe functies.
Functie
Huidig
Beleidsadviseur landelijk gebied
0,9 FTE
Adviseur (strategische) ruimtelijke ontwikkeling Adviseur grondzaken Ecoloog Bedrijfscontactfunctionaris Totaal
0,25 FTE
Extra nodig
0,3 FTE 1,45 FTE
0,5 FTE 0,3 FTE 0,8 FTE
Programmabegroting Dit programma wordt gefinancierd vanuit de gemeentelijke begroting en uitgevoerd binnen de vaste bezetting. Het jaarlijks budget wat beschikbaar is voor uitvoering is daarmee afhankelijk van de prioriteiten van het gemeentebestuur en de beschikbare middelen. Er moet hierbij een keus gemaakt worden over de inzet van de hierboven genoemde extra functies. Een aantal maatregelen worden bij aanpalende teams uitgevoerd (tabel hierboven). Bijvoorbeeld de maatregelen ecologisch beheer, inrichting van de openbare ruimte voor regenwaterinfiltratie. Het is in de verdere uitwerking van de maatregel om de kosteninschatting te maken en deze mee te nemen in de teambegrotingen. Een aantal maatregelen heeft specialistische expertise nodig of additionele tijdelijke capaciteit. Denk aan de maatregelen inzicht in vergunningen, VAB, ecologische verbindingen of streekidentiteit en korte ketens. Voor dergelijke maatregelen kan aanvullende financiering nodig zijn, bijvoorbeeld voor het inhuren van specifieke expertise, advies of ontwerp. Deze afweging zal operationeel en per maatregel gemaakt worden in afstemming met betrokken teams.
24
Aanvullende financiering Andere overheden (met name provincie Utrecht en de waterschappen) voeren diverse projecten uit t.b.v. het herstel van het natuurlijk systeem. Vanuit de provincie Utrecht is binnen de maatregelpakketten vanuit de UPLG-gelden bijvoorbeeld financiering beschikbaar voor ontwikkelingen zoals landschappelijke verbindingszones. Met de uitvoering van dit programma (de maatregel: samenwerken op systeemherstel) zetten we capaciteit zodat deze aanvullende middelen op een passende manier in de omgeving van Rhenen worden ingezet voor herstel van het natuurlijk systeem. De rijksoverheid biedt via verschillende programma’s of financieringen zoals de CDOKE of SPUK financiële middelen voor de uitvoering van verduurzaming. Een deel van deze middelen zou aangewend kunnen worden voor het aantrekken van capaciteit voor de uitvoering van dit programma.
Monitoring en evaluatie Vanuit dit programma zijn zes doelen opgesteld om in het landelijk gebied de toekomstbestendige economie en de vitale en robuuste leefomgeving in balans te brengen. Maar de transitie hiernaartoe is complex, en we zullen niet van de ene op de andere dag concrete meetbare resultaten zien. Monitoring en evaluatie op de voortgang van dit programma is belangrijk om te blijven leren en de aanpak van het programma bij te sturen wanneer nodig. In de Regio Foodvalley wordt samengewerkt op doelbereik en monitoring. Vanuit dit programma sluiten we daarop aan. We gaan geen lokale monitoring opzetten voor dit programma. Het programma loopt na vaststelling tot 2030. In 2030 wordt het hele programma geëvalueerd en eventueel herijkt. Tussentijds kan door de beleidsadviseur landelijk gebied de voortgang op hoofdlijnen worden geëvalueerd.
25
5. Uitwerking maatregelen 1. Ruimte voor agrarische bedrijvigheid en functieverandering in het landelijk gebied Doel Een vitale agrarische sector waarin kleinere en familiebedrijven prioriteit hebben. Op agrarische bedrijven kunnen ook nevenactiviteiten plaatsvinden. Voedselproductie is en blijft essentieel. Omschrijving
Deelgebied
De gemeente kan agrarische bedrijven die willen omschakelen naar andere vormen van voedselproductie (met een lagere impact op het milieu) faciliteren. Om een vitale landbouwsector te behouden die op termijn circulair, energieneutraal en klimaatneutraal is (netto nul CO 2-/methaanuitstoot). Op boerderijen wordt in de toekomst niet alleen (circulair) voedsel geproduceerd, maar ook energieproductie (bijv. zonne-energie, vergisting) kan een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering zijn. De verwachting is, dat met de stoppersregelingen agrarische bebouwing gaat vrijkomen. Op basis van het regionale functieveranderingsbeleid en de doelstellingen in dit programma, kan het lokale VAB-beleid versneld worden. De doorlooptijd van een VAB-aanvraag duurt enkele jaren. Het is van belang voor alle partijen om de VABprocedures te versnellen, en mogelijk te verruimen zodat initiatieven die bijdragen aan de doelstellingen in dit programma niet vastlopen in procedures. Activiteiten gemeente Rhenen: - Invulling/aanscherping van het lokaal functieveranderingsbeleid (VAB). - Omgevingsplannen aanpassen om wenselijke ontwikkelingen toe te staan a.d.h.v. ruimtelijke keuzes - Voorsorteren op dit toekomstig beleid bij lopende VAB vragen. - Vergunningstrajecten versnellen. - Ondersteunen in oplossen van regelgevingsknelpunten bij energie neutrale of circulaire ambities.
- In vergunningen en aanbestedingen wensen t.a.v. duurzaamheid meenemen. - Pilots stimuleren die aan al bovenstaande bijdragen, denk bijv. aan project mestvergisting. De uitgangspunten voor het functieveranderingsbeleid staan in hoofdstuk 2 en zijn gebied specifiek. In onderstaande tabel is dit globaal samengevat. Deze tabel dient als indicatief voorbeeld en is geïnspireerd op VAB-beleid van andere Utrechtse gemeenten. V betekent: ja zonder sterke voorwaarden, X betekent: in principe niet, - betekent: bij voorkeur niet maar onder voorwaarden mogelijk.
Wonen (erfsplitsing) Kleinschalige energie-opwek (niet op land) Zorg/
Woonkernen
Grebbeberg en Heuvelrug
Binnenveld
Uiterwaarden
V
-
V
X
Flanken en randen van kernen V
V
-
V
X
V
V
-
-
X
V
kinderdagverblijf Horeca en recreatie Agrarische bedrijvigheid Niet-agrarische bedrijvigheid Bos en natuur
Realisatiekracht
Planning
V
V
V
X
V
X
-
V
-
-
X
X
X
X
-
-
V
Dubbelgebrui k
V
-
Wat is er nodig bij de gemeente? Als beleidsmaker verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid en de handhaving daarop. Inzet een capaciteit voor de volgende activiteiten: - Visie en keuzes vastleggen in samenhang met de Gebiedsverkenning Binnenveld en de Randzonevisie. Uitwerken in ruimtelijke vertaling. - Functieveranderingsbeleid (VAB) aanscherpen en implementeren, waaronder opzet en bijhouden van een gemeentelijk sloopmeterregistratiesysteem. Hierover vindt afstemming binnen de regio plaats. Uitvoering van deze maatregel ligt voornamelijk bij de beleidsadviseur Landelijk Gebied en de (strategisch) beleidsadviseur RO. Wat is er nodig bij andere partijen? Provincie Utrecht heeft een sloopmeterregeling en kan expertise leveren op het wijzigen VAB-beleid. Andere (Utrechtse) gemeenten hebben voorbeelden voor vernieuwd VAB-beleid. Vaststellen van de visies in najaar 2025. Daarna verder implementeren in beleid. Doorlopend handhaven en monitoren of met het aangepaste beleid de ontwikkelingen sneller doorlopen.
27
2. Samenwerken voor herstel van het natuurlijk systeem Doel Bijdragen aan een vitaal natuurlijk systeem (bodem, water, ecologie), veiligheid bij extreem weer. Zonder hiervoor zelf de uitvoering op te hoeven pakken. Omschrijvin g
Deelgebied Realisatiekr acht
Andere overheden (waterschap, provincie) werken vanuit hun wettelijke verplichting en op hun gronden aan systeemherstel van het bodem-, water- en ecologisch systeem. Ook terreinbeheerders dragen hieraan bij. Soms moeten zij onpopulaire maatregelen nemen om het natuurlijk systeem in stand te houden, denk aan realiseren van (natte) flora en fauna, peilverhogingen, water vasthouden, exotenbestrijding, etc. Het is in het belang van de gemeente om de balans in het natuurlijk systeem te bewaken, bijvoorbeeld voor de veiligheid van inwoners en economie bij extreem weer (denk aan natuurbranden of waterbeschikbaarheid voor de landbouw). Omdat het veelal om maatregelen gaat die de gemeente niet zelf uitvoert, maar die wel raakt aan de gemeentelijke belangen, is samenwerking met deze andere partijen nodig. De rol van de gemeente hierin is om een betrouwbare partner te zijn in deze samenwerkingen, deel te nemen aan gebiedsprocessen, overleggen, etc. en hiervoor capaciteit en (basis)kennis in huis te hebben. Het gaat in deze maatregel concreet om het deelnemen aan de volgende overleggen.
Ambtelijk: - Foodvalley regio-overleggen - kernteam en programmateam, themagerichte werkgroepen GBDA en BKN; - Gebiedsaapak Binnenveld - programmateamoverleg en opdrachtgeversoverleg; - Overleggen rondom het UPLG, de 3 gebiedsgerichte aanpakken Krommerijnstreek, Gelderse Vallei en Utrechtse Heuvelrug; - Overleggen rondom de natuurdoelstellingen en herstelmaatregelen in en rondom de N2000; - Overleggen over stikstof/ PAS-legalisatie. Bestuurlijk: - Regionale stuurgroep Oost; - UPLG-stuurgroep. - Aanpak Binnenveld Voet van de heuvelrug, uiterwaarden, rondom de grift. Wat is er nodig bij de gemeente? De gemeente moet voldoende capaciteit en expertise hebben om actief deel te nemen aan gebiedsprocessen en overlegstructuren met bijvoorbeeld het waterschap, de provincie en natuurbeheerders. De gemeente moet in staat zijn om het belang van het natuurlijke systeem en veiligheid van inwoners te waarborgen. Dit vraagt om een proactieve en betrouwbare rol in samenwerkingen, waarbij de gemeente in staat is om haar gemeentelijke belangen te behartigen. Deze rol ligt voornamelijk bij de beleidsadviseur Landelijk Gebied. Deze functionaris maakt regelmatig een afweging bij welke overleggen Rhenen actief deelneemt en bij welke Rhenen agendalid is.
Het helpt als de gemeente hiervoor een ruimtelijke vertaling heeft gemaakt van de verschillende maatregelen (versterken landschappelijke verbindingen, functieveranderingsbeleid, waterinfiltratie, etc.).
28
Planning
Rol andere partijen: Waterschappen: Verantwoordelijk voor waterbeheer en maatregelen zoals peilverhogingen, het vasthouden van water en het herstel van het watersysteem. Het waterschap speelt een sleutelrol in het beheersen van waterstanden en het voorkomen van wateroverlast. Provincie: De provincie werkt vanuit haar wettelijke taak aan de bescherming van natuurgebieden en biodiversiteit, en ondersteunt systeemherstel via bijvoorbeeld natuurinclusieve beleidsmaatregelen en subsidieregelingen voor ecologische herstelprojecten. Terreinbeheerders (zoals Staatsbosbeheer, Utrechts Landschap): Deze partijen zijn verantwoordelijk voor natuurbeheer in hun gebieden en kunnen maatregelen treffen om het natuurlijk systeem te herstellen, zoals het aanleggen van natte natuur, exotenbestrijding, en het verbeteren van de biodiversiteit. Agrariërs en andere grondeigenaren (zoals Gebiedscoöperatie Binnenveld): Spelen een belangrijke rol in het agrarisch natuurbeheer en het bevorderen van duurzame landbouwpraktijken die bijdragen aan het systeemherstel van bodem, water en biodiversiteit. Doorlopend, maatregel is al deels in uitvoering.
29
3. Behouden landbouwgrond voor extensivering Doel Zo optimaal mogelijke verdeling van de gronden en bijbehorende gebruiksfunctie in de gemeente. (Actief) Grondbeleid om de ruimtelijke verdeling van wonen, energie, landbouw en natuur te optimaliseren. Landbouwgrond behouden zodat bestaande agrarische bedrijven kunnen extensiveren en jonge, innovatieve boeren kansen krijgen. Omschrijvin g
Om duurzaam en toekomstbestendig te boeren, is grond nodig. Hoe komt de grond van stoppende bedrijven beschikbaar voor bedrijven die willen extensiveren? De gemeente kan hier een rol in spelen door (actief) grondbeleid te boeren of eisen te stellen bij functieverandering. Grond van stoppende boeren kan via ruilverkaveling en of een gebiedssamenwerking/ gebiedsproces beschikbaar worden gesteld aan omliggende bedrijven. Bij functieverandering willen we de balans met het natuurlijk systeem herstellen; maximaal natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen of bij afname landbouwgrond natuurgebieden geschikt maken voor dubbel ruimtegebruik, zodat daar agrarische activiteiten (en dus financiële compensatie) mogelijk zijn. Type natuur en agrarische activiteiten worden nader bepaald. Dit is een maatregel die ook raakt aan provinciale en landelijk ontwikkelingen. De gemeente gaat hier een rol in spelen door: Het vastleggen agrarische en natuurbestemmingen in omgevingsplannen, en dit koppelen aan het VAB-beleid (zie maatregel ruimte voor toekomstbestendige bedrijvigheid). Gemeente kan optreden als bemiddelaar. Deelnemen aan gebiedsprocessen. Eigen gronden ook inbrengen bij ruilverkavelingen zodat de puzzel nog optimaler gelegd kan worden. De gemeente kan aan actief grondbeleid/verwerving doen.
Daarbij is dan een ruimtelijke visie nodig zodat je weet wat er op de grond ontwikkeld kan worden. Versterken van samenwerking en uitwisseling kennis tussen agrarische sector en natuurorganisaties
Deelgebied
Met name in het open landschap van het Binnenveld, langs de flanken liggen ook diverse waardevolle landbouwgronden. Zie voor meer details hoofdstuk 2.
Realisatiekr acht
Wat is er nodig bij de gemeente? Als beleidsmaker is de gemeente verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het (grond)beleid. Ontwikkelen van visie wat waar gewenst is o.b.v. de visie als beschreven in hoofdstuk 2 in dit programma. Capaciteit om deel te nemen aan gebiedsprocessen en daarbij de Rhenense visie uitdragen. Als er gekozen wordt voor actief grondbeleid: capaciteit daarop inzetten. Hiervoor is capaciteit nodig van een adviseur grondzaken.
Planning
Rol andere partijen: Er zijn veel spelers actief op de grondmarkt: overheden, private partijen, lokale agrariërs, Mooi Binnenveld, coöperaties. Het helpt als de gemeente een duidelijke eigen visie en grondbeleid heeft om sterk te kunnen opereren tussen al deze partijen. Doorlopend
30
4. Inzet op basiskwaliteit natuur Doel Versterken van de basiskwaliteit natuur in samenwerking met de regio. Robuust natuurlijk systeem met een bepaalde basiskwaliteit, herstel van biodiversiteit buiten de bestaande natuurgebieden. Omschrijvin g
Met regio Foodvalley en gebiedspartijen werkt de gemeente aan een robuuste basis van algemene soorten (planten, dieren), in zowel de kernen als het landelijk gebied, de ‘basiskwaliteit natuur’. Hiermee wordt de biodiversiteit overal versterkt en verbetert. Het gaat om een meetbaar kwaliteitsniveau van de biodiversiteit, buiten de natuurgebieden. Het geeft aan wanneer een bepaalde locatie voldoet aan een minimale standaard van de aanwezigheid van algemene, wijdverspreide planten en dieren. De rol van de gemeente is: - Projecten initiëren met gebiedspartijen/inwoners/wijkverenigingen voor op peil brengen van de basiskwaliteit van de natuur. Het gebiedsnatuurplan wat door Rhenense agrariërs is ontwikkeld is daar een voorbeeld van. - Inwoners/vrijwilligers mobiliseren om te helpen bij monitoring. - Basiskwaliteit natuur opnemen in omgevingsvisie. - Inwoners en ondernemers informeren over interessante kennisbijeenkomsten of subsidiemogelijkheden - Natuur/biodiversiteit meenemen in aanbestedingsregels voor bijvoorbeeld nieuwbouw. Denk aan verplichtingen t.a.v. natuurinclusieve bouw of het hanteren van puntensystemen hiervoor bij de aanbesteding.
-
Herstel van natuur als inzet bij buitenstedelijke ontwikkelingen om te voldoen aan de provinciale regeling Groen Groeit mee, hierbij samenwerken met TBO’s (concreet voorbeeld is het herstel van de Graften i.s.m. Utrechts landschap) Bij evenementen tegengaan van verstoring door extra voorschriften/ vereisten bij vergunningverlening. Denk aan een opruimactie, geen vuurwerk in het broedseizoen of andere kwetsbare periodes (winterrust). Vooraf aan ontwikkeling of evenement nagaan of er een Quickscan Flora en Fauna is uitgevoerd. Hierop samenwerken met de regio Foodvalley.
Het gaat in deze maatregel concreet om het deelnemen aan de volgende overleggen: - Deelname aan de themagerichte werkgroep BKN (valt samen met werkgroep GBDA) Deelgebied
Overal buiten de natuurgebieden, inclusief de kernen. Door Regio Foodvalley is een kaart in ontwikkeling die specifieke aandachtsgebieden zal opleveren.
Realisatiekr acht
Wat is er nodig bij de gemeente? Als grondeigenaar en beleidsmaker, verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid en de juiste uitvoering daarvan. Als vergunningverlener voor activiteiten/evenementen meer oog hebben voor de mogelijke extra druk die dit kan hebben op nabijgelegen natuur. Denk aan: verlichting (o.a. van sportvelden), geluidsoverlast. Vanuit de rol als bedrijfscontactfunctionaris dat we agrariërs, natuurorganisaties en andere belanghebbenden informeren wanneer er interessante bijeenkomsten en subsidiemogelijkheden (voor bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheer) zijn. De gemeente kan inwoners en (agrarisch) ondernemers beter informeren wanneer er interessante bijeenkomsten of initiatieven zijn om aan deel te nemen. Gemeente kan deelnemen aan de sessies die in de Regio hierop worden georganiseerd. Uitvoering van deze maatregel ligt voornamelijk bij de beleidsadviseur landelijk gebied en bij voorkeur een gemeentelijk ecoloog.
31
Planning
Rol andere partijen: Grondbezitters (particulieren, agrariërs, terreinbeheerders, landgoederen): spelen een rol bij de inrichting van hun tuin/land/terrein/grond. Inwoners: kunnen een rol spelen in de monitoring. Utrechts Landschap (en andere TBO’s): aandragen van suggesties waar natuurontwikkeling/versterking kan plaatsvinden als compensatie bij andere ontwikkelingen. De Regio Foodvalley: onderneemt diverse activiteiten op dit onderwerp. Doorlopend, maatregel is al deels in uitvoering
32
5. Inzichtelijk maken vergunningen Doel Snel inzicht in de vergunde ruimte en mogelijkheden per (agrarisch) bedrijf. Efficiëntie verhogen: Het verkorten van de doorlooptijd voor vergunningaanvragen door een gestroomlijnde communicatie. Burgers en ondernemers ondersteunen: Het bieden van duidelijke informatie over vereisten en procedures voor vergunningaanvragen. Omschrijvin Het inzichtelijk en toegankelijk maken van de vergunningen per (agrarisch) bedrijf. g
De uitvoerende organisaties (RUD en ODRU) vragen om het vergunningenarchief op orde brengen. De RUD en ODRU (vanaf 1-1-2026 samen als ODU) gaan over de natuur- en milieuvergunningen respectievelijk. De Provincie Utrecht heeft de RUD opdracht gegeven om het veehouderijregister op orde te brengen en dat er loopt een project FOLG loopt (Fundament Omgevingsinformatie Landelijk Gebied). Het in kaart brengen van de verleende vergunningen en latente ruimte6 per bedrijf zal duidelijk maken wat er wel en niet kan per bedrijf en wat er sinds 2018 al gereduceerd is. Dit is ook belangrijke informatie voor de PAS melders. Deelgebied
Met name het Binnenveld en de flanken
Realisatiekr acht
Wat is er nodig bij de gemeente? Verantwoordelijk voor het beheren van het vergunningenarchief, i.s.m. met ODRU (milieuvergunningen) en RUD (natuurvergunningen) en provincie Utrecht (PAS melders). Het (versneld) op orde brengen kan uitbesteed worden, eventueel in samenwerking met een andere gemeente. Inzicht in huidige functiegebruik om dit mee te kunnen nemen in toekomstige keuzes. Beter inzicht (obv actuele data) welke bedrijven in welke omvang operationeel zijn. Merk daarbij op dat openbare gegevens vanuit het CBS niet altijd het juiste inzicht geven.
Planning
6
Rol andere partijen: Provincie Utrecht verleent de natuurvergunningen en beheert de dossiers van de PAS melders. Ook heeft zij de “vraagbaak”; een loket waar Utrechtse boeren kunnen aankloppen met vragen aan de provincie, bijvoorbeeld over hun vergunningen. ODU* voor milieuvergunningen en Natuurvergunningen. (*vanaf 1-1-2026 gaan de RUD en ODRU samen en wordt het de ODU). Juridische adviseurs: Voor het correct inrichten van vergunningen en het naleven van wet- en regelgeving. Gebiedscoöperatie: inzet op leveren van actuele kennis van operationele bedrijven, ter aanvulling van de openbaar beschikbare data in CBS Z.s.m. Hoe eerder er snel duidelijkheid is richting ondernemers die een vraag hebben over hun vergunningen, hoe sneller zij duidelijkheid kunnen krijgen over hun plannen. Ook helpt dit in het ontlasten van ambtenaren die moeten werken met een onoverzichtelijk archief.
Inzicht in verschil tussen de vergunde ruimte en de ruimte die benut is in de feitelijke huidige situatie.
33
34
6. Ecologisch beheer gemeentelijke gronden Doel Ecologisch beheer gemeentelijke gronden. Herstel van biodiversiteit, basiskwaliteit natuur en terugdringen van gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Omschrijvin De gemeente beheert haar groen binnen de bebouwde kom en de bermen zelf. Speerpunten zijn klimaat, biodiversiteit g en leefbaarheid. Deze speerpunten zijn geborgd in het groenbeleidsplan. Het gaat hierbij in eerste instantie niet om de verpachtte gronden, maar om bermen, perkjes, parken, sportvelden en begraafplaatsen. Deze worden natuurvriendelijk beheerd, bijvoorbeeld door gefaseerd maaien, inheemse beplanting, het vermijden van chemische gewasbeschermingsmiddelen en het stimuleren van natuurlijke vijanden van plaagdieren. Het in stand houden van het gemeentelijke meldpunt voor Jacobs Kruiskruid in de bermen is belangrijk benoemd in het participatietraject voor dit programma. Deelgebied Van toepassing op gemeentelijke gronden vaak in en rondom de kernen zoals beplanting, bomen, grasstroken en bermen (geen pachtgronden). Realisatiekr acht
Planning
Wat is er nodig bij de gemeente? Uitvoering van het groenbeheerplan loopt al. Als grondeigenaar en beleidsmaker, verantwoordelijk voor de aansturing. Ontwikkeling en uitvoering van het beleid en de juiste uitvoering daarvan. Groen dat nu weinig bijdraagt aan de biodiversiteit kan aangepast worden om beter te fungeren binnen de ecologische verbindingszones. Aanbestedingen en contracten van partijen die beheer uitvoeren zo opstellen dat ze zo veel mogelijk bijdragen. Zorgen voor een ruimtelijke vertaling waar helder wordt waar welke bijdrage aan biodiversiteit wordt geleverd. Hierbij wordt ook rekening gehouden met andere drukfactoren als: verdroging en verontreiniging, versnippering, verzuring, vermesting en verstoring. Uitvoering van deze maatregel ligt voornamelijk bij het team Openbare Werken en Remmerden. Rol andere partijen: Contracteerders/uitvoerders: De uitvoerende beheerders moeten de juiste expertise hebben en uitvoeringstechnieken beheersen. Gebiedspartijen/agrariërs: Kunnen uitvoerders zijn voor het beheer (met passende vergoeding) Inwoners: inwoners kunnen bijdragen aan duurzaam beheer van kleine stukjes gemeentelijke grond (“adopteren”) Natuur en Milieu Utrecht: project “bermscouts” waarbij inwoners helpen met monitoren en beheren Doorlopend, al in uitvoering.
35
7. Versterken streekidentiteit en korte ketens Doel Werken aan een herkenbare streekidentiteit op voedsel en landschap en initiatieven voor de korte keten (voedselproductie van Rhenense boeren voor Rhenense consumenten en horeca). Omschrijvin g
Rhenen heeft een hechte gemeenschap en eigen (streek)identiteit. Dat gaat over (agrarische) familiebedrijven, lokale voedselproductie en het open landschap met weidevogels. Door dit verhaal in samenhang te vertellen en te koppelen aan sociaaleconomische thema’s versterken we wat er aan moois is in het landelijk gebied van Rhenen. Dit vergroot kansen voor ondernemerschap en draagt bij aan een vitale leefomgeving. Deze maatregel richt zich erop om deze streekidentiteit te versterken; het beleefbaar maken van het verhaal van Rhenen. De waardering voor lokaal geproduceerd voedsel vergroten en de binding van inwoners met het gebied versterken. Het creëren van een uitzichtlocatie met een link naar een platform als Fietsen voor m’n Eten is daar een voorbeeld van, het ontwikkelen van recreatieve faciliteiten op boerderijen in het Binnenveld of het stimuleren van horeca om lokaal in te kopen. Rol gemeente: Visie ontwikkelen op streekidentiteit en beleid ontwikkelen op korte ketens (in een update van de omgevingsvisie). Communicatie richting inwoners. Als gemeente lokaal inkopen, en dit in aanbestedingen mee (laten) nemen. Stimuleren horeca om lokaal in te kopen. Inzichtelijk maken welk beleid er nu al is bij de gemeente Rhenen en welke aanpassingen we als gemeente zouden moeten doorvoeren om succes te bereiken in korte-keten verkoop.
Ontwikkelen uitzichtpunt in het Binnenveld. Betrokken partijen en hun rol: De uitvoering ligt grotendeels bij partijen in het gebied. Gemeente gaat faciliteren met communicatie, marketing, verbinding tussen partijen. Regio Foodvalley werkt hier al veel aan, de gemeente kan hierin samen optrekken met de regio.
Deelgebied
Alle gebieden, maar specifiek in de kernen en op recreatieve plekken zoals bijvoorbeeld Kwintelooijen.
Realisatiekr acht
Wat is er nodig bij de gemeente? Bij deze maatregel aansluiten op Merkversterking Grebbeline als het gaat om recreatie en verbinden van consumenten en agrariërs in het Binnenveld. Gemeente heeft een faciliterende en stimulerende rol. Capaciteit en inzet om de hierboven beschreven activiteiten uit te voeren. Samenwerking tussen landelijk gebied, economie, recreatie en communicatie en de Regio.
Planning
Rol andere partijen: Ondernemers: het initiatief voor de uitvoering ligt bij Rhenense ondernemers. Maatregel te starten in de loop van 2027, of als er meekoppelkansen/capaciteit is eerder.
8. Regenwaterinfiltratie op de heuvelrug
36
Doel
Aanvullen van de strategische grondwatervoorraad en wateroverlast bij piekbuien beperken.
Omschrijvin g
De opgave is om zoveel mogelijk regenwater te infiltreren op de heuvelrug om overlast bij droogte en zware piekbuien tegen te gaan. Vanaf de heuvelrug kunnen stroombanen/modderstromen ontstaan die ook door de kernen van de gemeente heen lopen. In de gemeente Amerongen zijn een aantal infiltratiekuilen aangelegd op strategische locaties op de heuvelrug om de banen om te leiden. Een dergelijke maatregel kan ook uitgevoerd worden in Rhenen om overlast te voorkomen. Daarnaast is het voor de kwaliteit van het grondwater van belang dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de heuvelrug wordt teruggedrongen.
Deelgebied
Heuvelrug en Grebbeberg
Realisatiekr acht
Wat is er nodig bij de gemeente? Ontwerp laten maken/locaties aanwijzen en in gesprek met grondeigenaren uit laten voeren. Uitvoering van deze maatregel ligt voornamelijk bij het team Openbare Werken en team Duurzaamheid, Groen en Klimaat.
Planning
Rol andere partijen: Waterschap: kennisdelen en meedenken. Vitens: verantwoordelijke voor de drinkwaterwinning en daarmee belangrijkste belanghebbende partij voor gezond grondwater. 2027 en verder
37
9. Versterken landschappelijke verbindingen Doel Robuust natuurlijk systeem in Rhenen en een aantrekkelijk landschap. Omschrijvin g
Deelgebied
Realisatiekr acht
Door het aanplanten van landschapselementen zoals bomen, houtwallen of heggen en beheer van bloemrijke randen wordt de biodiversiteit versterkt, het landschap aantrekkelijker en wordt ook de afspoeling van water verminderd. Sloten en wateren kunnen o.a. door aanleg van natuurvriendelijke oevers zorgen voor ecologische verbindingen. Deze maatregel gaat zowel over grotere ecologische verbindingen tussen verschillende landschappen in, als op kleinere schaal groenblauwe dooradering (GBDA) door landschappen heen. Er liggen daarbij kansen om het natuurlijk systeem robuuster te maken en droogteproblematiek aan te pakken met het diversifiëren en verjongen van het huidige bos. Er liggen kansen om in het aanleggen van verbindingen de grond dubbel te gebruiken: natuurgrond met extensief agrarisch beheer of agrarische grond waar ruimte is in het beheer en gebruik voor vernatting, bredere oevers of groene elementen zoals houtwallen, heggen of bomen, etc. Er zijn een aantal grote ecologische verbindingen in het gebied waar dit voor geldt: Langs de rivier door de uiterwaarden; langs de Grift; van de Grebbenberg naar de Heuvelrug en verder (zie voor de laatste ook het omgevingsplan). Daarnaast gaat het om het verbinden van de deelgebieden, bijvoorbeeld van de grebbeberg over de flanken naar het binnenveld richting de grift (zie daarvoor de kaarten die i.h.k.v.
de gebiedsverkenning De Meent zijn gemaakt). Wat is er nodig bij de gemeente? Als beleidsmaker verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid en de juiste uitvoering daarvan. Bijvoorbeeld bij het opstellen van bestemmingsplannen/ inrichtingsplan eisen stellen aan ecologische verbindingen. Als grondeigenaar verantwoordelijk voor het beheer van (natuur)gronden en aanleggen van verbindingszones (GBDA) op gemeentelijke gronden. In augustus 2024 is het “Projectplan herstel graften” goedgekeurd, hiermee wíl de gemeente cultuurhistorische veldterrassen en hagen herstellen én zichtbaar maken, ter versterking van landschap, biodiversiteit (vooral akkervogels) en beleving, in samenhang met Grebbelinie-structuren. Uitvoering van deze maatregel ligt voornamelijk bij de beleidsadviseur landelijk gebied en bij voorkeur een gemeentelijk ecoloog. Rol andere partijen: Grondeigenaren en gebruikers (incl. agrariërs): aanbrengen en beheren van landschapselementen op hun grond (met een passende vergoeding). Agrarisch collectieven: Er is een “gebiedsnatuurplan” opgesteld voor Rhenen wat dergelijke activiteiten concreter omschrijft. Terreinbeheerders (Staatsbosbeheer, Utrechts Landschap en particuliere landgoederen): verantwoordelijk voor natuurbeheer op hun terreinen.
Visie ontwikkelen waar verbindingen het meeste waarde toevoegen, aanjagen dat deze verbindingen gerealiseerd worden. Rijk/provincie: De agrarisch natuurbeheer-subsidies vanuit het Rijk of de monitor duurzame landbouw vanuit de provincie Utrecht kunnen aangewend worden voor vergoeding aan agrariërs die hieraan bijdragen. De Regio Foodvalley: onderneemt diverse activiteiten op dit onderwerp, zoals het uitvoeren van de 0-meting GBDA en het betrekken van gebiedspartijen. Door Regio Foodvalley is een kaart in ontwikkeling die specifieke aandachtsgebieden zal opleveren voor versterking van groenblauwe dooradering.
38
Planning
Doorlopend
10. Duurzaam pachtbeleid gemeente Doel Versterken biodiversiteit en waterkwaliteit op en nabij gepachte gronden. Zorgdragen voor een economisch haalbare en eerlijke prijsstelling voor pachters. Het ontwikkelen van langdurige samenwerkingsovereenkomsten met pachters die gericht zijn op duurzame bedrijfsvoering en natuurbeheer. Omschrijving De gemeente heeft recent opgesteld pachtbeleid ‘(Nota (erf)pachtbeleid 2024 inclusief de Algemene erfpachtbepalingen gemeente Rhenen 2024’ (sinds 30-11-2023 van kracht). Dit beleid richt zich op het bevorderen van natuurinclusieve landbouwpraktijken, het versterken van de biodiversiteit, en het verduurzamen van de agrarische sector in Rhenen. Het merendeel van de pachten gaat om erfpachten (60-70%). De huidige erfpachten lopen nog door tot 2044 en kunnen in de tussentijd niet gewijzigd worden. De reguliere pacht in Rhenen is ca. 10%. Daarnaast is er nog de geliberaliseerde pacht die loopt voor kortere termijn.
Deelgebied Realisatiekra cht
Voor de geliberaliseerde pacht van de gemeente is het van belang om de doelen als gesteld in dit programma op termijn zoveel mogelijk te implementeren. Dat kan door bij de volgende pachtafspraken nog verder in te zetten op ecologisch beheer. Maakt het pachtbeleid inzichtelijk voor boeren en ga het gesprek aan over de wenselijkheid van meer ecologisch beheer. Breng nuances aan in gebieden in het pachtbeleid. Houd daarbij bijvoorbeeld rekening met grondwaterbeschermingsgebieden, de aanwezigheid van natuur / uiterwaarden. Er kan bijvoorbeeld zonering toegepast worden in gebieden die kwetsbaarder zijn. Onderscheid tussen productiegerichte pachtgronden en pachtgronden gericht op natuurbeheer met een bijgestelde pachtprijs/m2. Stel aanvullende eisen: bijvoorbeeld alleen toepassen ruige mest (geen drijfmest) en geen bestrijdingsmiddelen, zeker in de bovengenoemde “strengere” zones. Overal waar de gemeente pachtgronden heeft. Waarbij er onderscheid kan worden gemaakt in het beleid tussen pachtgronden op de heuvelrug, in het binnenveld of in de uiterwaarden. Wat is er nodig bij de gemeente? Als grondeigenaar en beleidsmaker, verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid. Uitvoering van deze maatregel ligt bij de adviseur grondzaken en rentmeester van de gemeente. Handhaving op de pachtafspraken die er al zijn.
Rol andere partijen: Agrarische ondernemers/ pachters: Als directe uitvoerders van het landbouwgebruik, essentieel voor het succes van het beleid.
39
Provincie Utrecht: Voorbeeld pachtbeleid, financier. Collectieven (lokaal/LTO): Om te zorgen voor aansluiting bij landelijke trends en belangen van de agrarische sector. Natuurorganisaties (bijv. Utrechts Landschap, Staatsbosbeheer): hebben hun rol in het creëren van ecologische verbindingen op hun terreinen en duurzaam beheer op hun de gronden (in pacht). Maatregel is al grotendeels uitgevoerd
Planning
11. Wonen en boeren in balans Doel Woningbouwprojecten en functieveranderingsbeleid moet zodanig worden ingericht dat ze de agrarische bedrijvigheid niet (achteraf) belemmeren. Omschrijvin In de randzonevisie wordt het ruimtelijk beleid t.a.v. wonen verder uitgewerkt. Dit kan gaan over nieuwe woningen, g maar ook over bedrijfswoningen die een burgerwoning worden. Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied kan de gemeente geurnormen, geluidnormen, ontwikkelruimte, gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en werktijden (24/7) van agrariërs helder communiceren. Bijvoorbeeld via kettingbedingen waarin bewustwording over de nabijheid van agrarische activiteiten wordt vastgelegd bij verkoop van woningen. Deelgebied Binnenveld en flanken. Voor meer details zie hoofdstuk 2. Realisatiekr acht
Wat is er nodig bij de gemeente? Als beleidsmaker verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid en de handhaving hierop. Inzet een capaciteit voor de volgende activiteiten: - Uitwerken randzonevisie en functieveranderingsbeleid - Bij woningbouw en andere initiatieven in of rond het landelijk gebied bovenstaande punten meenemen (heldere communicatie). - Voor gestopte boeren die in hun woning willen blijven kunnen deze in afstemming met de provincie aangemerkt worden als voormalig plattelandswoningen met lager beschermingsniveau (afhankelijk van het perceel en als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties). - De gemeente kijkt actief welke gronden ten behoeve van een intensieve veehouderij of kwekerij gebruikt worden en een plan maken wat de toekomstige passende bestemming is. - In beeld brengen gevestigde niet-agrarische bedrijven in Binnenveld binnen agrarische bestemming en nagaan of hierop gehandhaafd kan worden. Uitvoering van deze maatregel ligt voornamelijk bij de beleidsadviseur Landelijk Gebied en beleidsadviseur RO en mogelijk de communicatieafdeling. Rol andere partijen: Woningcorporaties/ Vastgoedontwikkelaars: Voor het integreren van kettingbedingen bij de verkoop van woningen en het informeren van kopers.
40
Planning
Doorlopend, maar in elk geval bij elke ontwikkeling rondom wonen in het landelijk gebied
41
12. Mobiliteitsmaatregelen landelijk gebied Doel Het landelijk gebied fysiek goed toegankelijk houden voor de (agrarisch) ondernemers. De wegen veilig voor inwoners en recreanten op de fiets. Bijdragen aan reductie van emissie (stikstof/CO 2) vanuit mobiliteit. Omschrijvin g
Er ligt een conceptadvies Binnenveld wat inzet op een verkeersveilig en leefbaar Binnenveld. Het advies is om te starten met het pakket van onderstaande maatregelen.
a. Weren van doorgaand verkeer d.m.v. borden. b. Duidelijk maken waar de belangrijke fietsroutes zijn en maak die veiliger. Fietsstroken aan de belangrijkste fietsroutes, en onderscheid tussen hoofdfietsroutes en overige wegen. c. Wegen en kruispunten veiliger maken, zorg dat verkeer de snelheid aanpast en geef aan waar gevaarlijke punten zijn. d. Zorg ervoor dat mensen meer rekening houden met elkaar en hun gedrag aanpassen d.m.v. attentieborden en maak een campagnes. Daarnaast kunnen er borden geplaatst worden waarin Rhenen uitleg geeft over het agrarische karakter van het Binnenveld. De gemeente kan regie voeren op welke functie je waar toestaat. Bedrijven die veel verkeer genereren aan geschikte wegen situeren. Deelgebied
Binnenveld en eventueel andere doorgaande wegen.
Realisatiekr acht
Wat is er nodig bij de gemeente? Als beleidsmaker verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid, communicatie hierover en de handhaving hierop.
Planning
Rol andere partijen: Provincie Utrecht: De provincie coördineert regionale mobiliteitsoplossingen. Vervoerders: Vervoerders bieden openbaar vervoer en verbindingen in het buitengebied. Inwoners en ondernemers in het landelijk gebied: input en wensen meegeven. Verkeersveiligheidsorganisaties Fietsersbond en Duurzaamheidsorganisaties: meedenken Partijen voor duurzame energie/mobiliteitsoplossingen: meedenken wat er mogelijk is Maatregel is al in uitvoering
42
13. Regenwaterinfiltratie in het bewoond gebied Doel Wateroverlast bij piekbuien beperken, belasting rioolwater overstorten voorkomen Omschrijving
Zoveel mogelijk regenwater in de bodem infiltreren, in plaats van het riool, afkoppelen en ontstenen. Deze maatregel richt zich zowel op het landelijk gebied als op de kernen. Eén van de uitdagingen is dat er in de kernen onvoldoende ruimte is voor waterberging, waardoor de kernen dan afhankelijk zijn van het buitengebied (m.n. de uiterwaarden) voor waterberging. Dit speelt het meest in Elst. De samenhang tussen stedelijk en landelijk gebied blijven bewaken. Doel is om overstort van huishoudelijk afvalwater in oppervlaktewater van het landelijk gebied zoveel mogelijk te voorkomen. Inwoners/perceeleigenaren spelen hierin een essentiële rol. De gemeente kan richting inwoners het ontstenen van achtertuinen en afkoppelen van regenpijpen promoten of mogelijk zelfs financieel ondersteunen. Motiveren van inwoners is doorgaans maar beperkt zinvol. Er is nu geen verplichting, dus gebeurt het vaak niet. Onderzoek laat ook zien dat volledig ontzorgen en bekostigen door gemeente het enige is wat echt iets oplevert.
Deelebied
Figuur 1: Programma Landelijke samenhang met Randzonevisie
Gebied
in
Figuur: Rioolwateroverstorten in het buitengebied in de gemeente Rhenen. Bron: gemeente
14. Opwek duurzame energie Doel Opwek van duurzame energie vergroten. Bijdragen aan reductie van CO2 – emissie. Omschrijvin g
De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de regionale energiestratie. Voor de opwek van duurzame energie wordt er vooral gekeken naar zon op dak. Daarnaast is de ontwikkeling van groen ga d.m.v. een mestvergister is een alternatief.
43
Het project richt zich op de realisatie van een biogasinstallatie waarin dierlijke mest, eventueel aangevuld met co-substraten (zoals gewasresten of organische reststromen), wordt vergist. Tijdens dit proces ontstaat biogas, dat na opwerking wordt omgezet in groen gas en ingevoed op het aardgasnet. Hierdoor wordt lokaal een duurzame energiebron beschikbaar gesteld. Daarnaast levert de installatie een restproduct dat als meststof kan worden gebruikt, waardoor kringlooplandbouw wordt gestimuleerd. Deelgebied
Binnenveld
Realisatiekr acht
Wat is er nodig bij de gemeente? Als beleidsmaker verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van de Regionale Energie Strategie.Faciliteren van initiatieven als een mestvergister / ontwikkelen van groen gas kan daar een onderdeel in zijn Rol andere partijen: Agrarische ondernemers in het landelijk gebied zijn initiatiefnemer in een dergelijk project.
Planning
Maatregel is in voorbereiding
44