CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3a concept Programma landelijk gebied

Commissie Ruimte en Economie 24 september 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: 12064 - Consultatie Programma Landelijk gebied, Randzonevisie en Gebiedsverkenning15.178 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Programma Landelijk Gebied Rhenen Concept werkdocument Buitenklank - Versie 26 augustus 2025

Inhoud Inleiding...........................................................................................................................................................................................3 Leeswijzer, status en achtergrond................................................................................................................................................6 1. Doelen en opgaven landelijk gebied...........................................................................................................................................7 Toekomstbestendige (agrarische) economie................................................................................................................................8 Vitale en robuuste leefomgeving...............................................................................................................................................12 Overige ruimtelijke ontwikkelingen............................................................................................................................................15 2.

Het gebied en haar inwoners in 2035 en verder.......................................................................................................................16 Van visie naar uitvoering............................................................................................................................................................18 3. Uitvoering en realisatiekracht...................................................................................................................................................19 Maatregelen en activiteiten Rhenen..........................................................................................................................................19 Realisatiekracht bij andere (gebieds-)partijen............................................................................................................................21 Doelbereik: hoe ver komen we hiermee?...................................................................................................................................21 4.

Programmaregie en budget.......................................................................................................................................................23 Programma-organisatie..............................................................................................................................................................23 Capaciteit en aanvullende expertise..........................................................................................................................................24 Programmabegroting.................................................................................................................................................................24 Monitoring en evaluatie.............................................................................................................................................................25 5. Uitwerking maatregelen............................................................................................................................................................26

Inleiding Voor u ligt het Programma landelijk gebied van de gemeente Rhenen. Dit gaat ons komende jaren helpen zelf regie te voeren op wat er in het landelijke gebied gebeurt. Bovendien helpt het ons in gesprekken met overheden en gebiedspartijen, in een tijd waarin er veel opgaven in ontwikkeling zijn, op alle overheidslagen. Te denken valt aan de doorontwikkeling of transitie van de landbouw, het herstel van onze natuurlijke leefomgeving, het bouwen van nieuwe woningen en het duurzaam opwekken en goed verdelen van energie. Dit vraagt ruimte, slimme oplossingen in dubbel ruimtegebruik en het samen leren denken in wat wel kan en welke middelen daarvoor nodig zijn. Er is in een sterke agrarische sector die wil blijven boeren maar nu te weinig perspectief heeft om te ontwikkelen. Het natuurlijk systeem van bodem, water en natuur staat door menselijk handelen onder druk. We willen dit herstellen. Het heeft intrinsieke waarde en het levert ons gezonde lucht en drinkwater. Een robuust natuurlijk systeem vangt extremen als gevolg van klimaatverandering op. Ook juist de agrarische sector heeft daar baat bij. Inwoners van de gemeente en daarbuiten bezoeken het Binnenveld, de Utrechtse Heuvelrug en de Rijn met uiterwaarden graag.

Gezien de ruimtevragen én veranderingen in het klimaat (droogte, natte perioden en hitte), is er nu het moment om standpunten in te nemen welke keuzen we waar maken en hoe dat zorgt voor duurzaam landgebruik. Er is behoefte aan een duidelijk lokaal perspectief. Dit vraagt om regie en visie vanuit de gemeente. Met het opstellen van het programma wordt de Visie op Rhenen voor het landelijk gebied verder uitgewerkt. Waarbij we staan voor een economisch gezonde agrarische gemeente die in balans is met het natuurlijk systeem.

Onze inzet als gemeente Bij de EU, het rijk, provincies en waterschappen is van alles in beweging op dit thema. Dat zal nog een hele tijd zo blijven en hier kunnen we niet op wachten. We leven in een tijd van transitie naar een klimaatneutrale, circulaire economie. Werken aan transities kost tijd en het zal nog decennia duren voor de diverse gestelde doelen bereikt zijn. Tegelijkertijd willen we nu stappen zetten. Dit programma is daarin een volgende stap. Het behalen van de programmadoelen zal ten dele afhankelijk zijn van wat er buiten Rhenen gebeurt. Het is afhankelijk van wat ontwikkeld wordt aan wetgeving, beleid en financiering vanuit de Regio, de Provincie, het Rijk en de EU. Maar ook van het gedrag van consumenten (bijv. in de vraag naar lokaal, duurzaam geproduceerd voedsel), en de mogelijkheden van consumenten om daarvoor te betalen. Daarmee is dit programma belangrijk als inzet voor de onderhandelingen met andere overheden. Rhenen staat hier soms anders in dan omliggende gemeenten of hogere overheden. Om deze gesprekken goed te kunnen voeren is het belangrijk dat Rhenen duidelijk heeft waar we op inzetten. Het programma focust daarom op wat de gemeente Rhenen zelf kan doen; welk handelingsperspectief er wél is, welke samenwerkingen aan maatregelen er lokaal wél mogelijk zijn.

Het programma helpt ook bij het herstellen van vertrouwen tussen boer, burger en (lokale) overheid. Dat begint met de gemeentelijke organisatie zelf in positie te brengen. Door het regelmatig en doelgericht betrekken van bestuur, raad en ambtenaren kan iedereen zijn of haar rol op strategisch, tactisch en praktisch vlak pakken. Vanuit die solide basis, kan de gemeente de partners in het landelijk gebied als vertrouwde en betrouwbare partij tegemoet treden.

3

gebieden kent een eigen natuurlijk systeem, landgebruik door de eeuwen heen, recreatieve waarde en verdienvermogen.

Managementsamenvatting In dit programma Landelijk gebied geeft Rhenen richting aan ontwikkelingen waar zij zelf invloed op heeft. Deze invloed wordt vertaald in beleid, in lobby of door inzet van menskracht om deel te nemen aan processen met andere (overheids)partijen.

De volgende doelen zijn in het programma opgenomen, onderverdeeld in twee pijlers. Deze pijlers zijn gekozen omdat ze samen uitdrukken wat de belangrijkste opgave is voor het landelijk gebied: een economisch gezonde agrarische gemeente, in balans met het natuurlijk systeem. En uiteraard hangen deze twee nauw samen.

Dit programma is ontwikkeld binnen vooraf vastgestelde kaders. Deze geven aan wat de gemeente belangrijk vindt om te behouden en te ontwikkelen, en waar dit programma aan bijdraagt 1. We zijn trots op het Rhenense landschap en de lokale identiteit. Het programma draagt daaraan bij. 2. De gemeente neemt de regie en wacht niet af tot andere overheden besluiten nemen. 3. Grondeigenaren met initiatieven die bijdragen aan de doelstellingen van dit programma, worden zoveel mogelijk gefaciliteerd. 4. We willen de natuur versterken in de gebieden waar het al is. Het gaat om de kwaliteit van de (bestaande) natuur is, niet de kwantiteit. 5. Om duurzaam en toekomstbestendig te boeren, is grond nodig. Het is belangrijk om landbouwgrond te behouden voor extensivering van de bestaande bedrijven. We gaan bij alle initiatieven uit van vrijwilligheid. 6. We werken aan herstel van het natuurlijk systeem door grondgebruik steeds meer te laten aansluiten bij wat past bij het water- en bodemsysteem. 7. We gaan duurzaam om met ons water voor toekomstige generaties.

Boeren verdienen een goed inkomen, dragen bij aan het landschap en een gezonde leefomgeving, en er is ruimte voor ondernemerschap en werk op het platteland. Menselijke activiteiten zijn in balans met natuur, water en bodem. Het natuurlijk systeem biedt bescherming tegen extreem weer, schoon water en lucht, en een omgeving waarin mensen kunnen wonen, werken en genieten. Het gemeentelijk beleid in het landelijk gebied houdt rekening met alle maatschappelijke belangen: van natuur tot landbouw, van huidige tot toekomstige generaties. Dit is in lijn met Europese, Provinciale, en regionale ontwikkelingen. Ook de waterschappen werken mee aan deze ontwikkelingen.

Het landelijk gebied van de gemeente bestrijkt het landschap rondom de kernen: Utrechtse Heuvelrug, de flanken, de uiterwaarden met de Rijn en het agrarisch landschap in het Binnenveld. Ieder van deze

4

Om toe te werken naar het behalen van de doelen, is een set aan maatregelen ontwikkeld: 1

2 3 4 5 6 7 .

uitvoering van de maatregelen in dit programma landt bij diverse teams in de ambtelijke organisatie.

Maatregelen programma Landelijk Gebied Rhenen Ruimte voor 8 Samenwerken aan herstel van toekomstbestendige het natuurlijk systeem bedrijvigheid (functieverandering) Behouden landbouwgrond 9 Regenwaterinfiltratie op de voor extensivering heuvelrug Inzichtelijk maken 1 Ecologisch beheer vergunningen 0 gemeentelijke gronden Duurzaam pachtbeleid 1 Samenwerken aan gemeente 1 basiskwaliteit natuur Wonen en boeren in balans 1 Landschappelijke 2 verbindingen Mobiliteitsmaatregelen 1 Regenwaterinfiltratie in het landelijk gebied 3 bewoond gebied Versterken streekidentiteit 1 Opwek duurzame energie en korte ketens 4

Deze set aan acties en maatregelen is gefocust op wat de gemeente Rhenen zelf kan doen, met beperkte capaciteit en middelen. Daarnaast is er landelijk en provinciaal beleid in ontwikkeling dat bij gaat dragen aan de doelen. De komende jaren zijn ook aanvullende (integrale, ruimtelijke) keuzes en acties nodig, die deels nu nog niet te voorzien zijn. Zonder samenwerking met gebiedspartijen is het niet mogelijk dit programma te realiseren. De gemeente heeft maar beperkt handelingsperspectief of invloed. De belangrijkste gebiedspartijen voor het landelijk gebied bestaan uit overheidsorganisaties, terreinbeheerders, de agrarische sector en natuurorganisaties. De ontwikkeling en de coördinatie van het programma ligt bij een vast programmateam van de beleidsadviseur landelijk gebied (verantwoordelijk voor de coördinatie van het programma), de adviseur (strategische) ruimtelijke ontwikkeling en de adviseur grondzaken. De

5

Leeswijzer, status en achtergrond

aantal randzones. Ook zijn de doelen als benoemd in dit programma van belang in gebiedsverkenning De Meent.

Leeswijzer In dit programma vind je de volgende onderdelen terug: -

De opgaves waarom we dit programma maken (H1) Toekomstvisie van het landelijk gebied van Rhenen in 2035, vanuit de kaders die de gemeenteraad heeft meegegeven. (H2) De uitvoering en realisatiekracht bij gemeenten en andere partijen. (H3) De kosten en inzet die hiervoor nodig is. (H4) Een beschrijving van de maatregelen onder dit programma. (H5)

Status – werking en reikwijdte Voor dit programma hebben gebiedspartijen de analyse verrijkt die aan de basis ligt van het programma en aangevuld welke maatregelen kansrijk zijn om op te nemen in het programma. Dit programma is vastgesteld door de gemeenteraad in 2025. De uitvoering van de huidige versie van het programma loopt door tot 2030. Het sluit aan bij de jaarlijkse begrotingscyclus en rapportage over de inhoudelijke voortgang gaat mee in de beleidscyclus. In 2030 voorzien we een evaluatie en herijking met nieuwe maatregelen tot 2035.

Focus Randzonevisie en programmapijlers De Randzonevisie, een tweede uitwerking van de visie op Rhenen, gaat ook over delen van het landelijk gebied. Samenhang tussen deze uitwerkingen is belangrijk. Hieronder zie je de samenhang tussen het Programma Landelijk Gebied en de randzonevisie. Het programma landelijk gebied gaat over beleid voor hele grondgebied van de gemeente, aangezien het water- en bodemsysteem in het hele gebied aanwezig en de basis is voor een toekomstbestendige economie en een vitale en robuuste leefomgeving. Dit zijn de twee inhoudelijke programmapijlers van het programma Landelijk Gebied. Deze pijlers vind je in onderstaande hoofstukken regelmatig terug. De randzonevisie kijkt specifiek naar de planologische invulling van een

Figuur 1: Deelgebieden op basis van de verschillende landschappen.

Deelgebieden Aangezien het programma sterk gestuurd worden door het bodem- en watersysteem en de verschillende landschappen, worden vier verschillende gebieden/landschappen vaak genoemd (zie fig. 2).

Belangrijke definities Het is belangrijk om zo duidelijk mogelijk te zijn over wat in het programma met diverse woorden bedoeld wordt. Onze definitie van de

6

belangrijkste twee begrippen staat hieronder begrippen en afkortingen staan in bijlage 6.

genoemd.

1. Doelen en opgaven landelijk gebied

Andere

Onderscheid natuur en natuurlijk systeem De natuur en het natuurlijke systeem beschrijven verschillende aspecten van het landelijk gebied. Natuur: verwijst naar gebieden waar de primaire functie "natuur" is, zoals o.a. Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hier ligt de focus op natuurbehoud en -ontwikkeling binnen (Europese) wettelijke kaders. Natuurlijk systeem: is de samenhang tussen de bodem, het water, planten en dieren, het klimaat en geologische processen. Het natuurlijk systeem vormt de basis voor een veerkrachtig landelijk gebied waarin we wonen en werken. Zonder het natuurlijk systeem zouden we geen schone lucht, drinkbaar water, voedsel of een leefbaar klimaat hebben. Dubbelgebruik: De inzet voor Rhenen is om in te zetten op slim ruimtegebruik door natuur en landbouwfunctie te combineren. Bijvoorbeeld met extensief agrarisch natuurbeheer en daarbij passende financiële compensatie.

Toekomstbestendige bedrijven Toekomstbestendige landbouwbedrijven zijn economisch rendabel, ecologisch verantwoord en sociaal duurzaam. Ze spelen in op veranderende omstandigheden zoals klimaatverandering en marktontwikkelingen. Belangrijke kenmerken: -

-

Economische veerkrachtig: activiteiten en inkomstenbronnen passen zich aan een veranderende economie en klimaat aan. Verantwoordelijk voor de leefomgeving: bijdragen aan natuurbehoud en klimaatadaptatie via circulaire, natuurinclusieve of klimaatneutrale maatregelen. Sociale duurzaamheid: Verbinding met de lokale gemeenschap en aandacht voor leefbaarheid en samenwerking tussen boer en buur (en consument).

In dit hoofdstuk is samengevat 1wat de belangrijkste doelen en opgaven zijn voor de komende jaren om te bouwen aan een economisch gezonde agrarische gemeente, in balans met het natuurlijk systeem. Deze twee begrippen zijn vervlochten met elkaar. Ze betekenen: Een economisch gezonde agrarische gemeenschap: waar je in het landschap kunt zien dat er voedsel wordt geproduceerd, waar boeren een goed inkomen kunnen verdienen, en waar mensen zich ook echt boer voelen. Er is een levendige gemeenschap met voorzieningen, werkgelegenheid op het platteland, en ruimte voor ondernemers om zich te ontwikkelen op hun eigen manier. Boeren zijn afhankelijk en dragen bij aan een gezonde en fijne leefomgeving. De gemeente houdt bij plannen en beleid rekening met de maatschappelijke belangen in het landelijk gebied. In balans met het natuurlijk systeem: Een gezonde en robuuste natuurlijke leefomgeving voor mensen, met ruimte voor water en natuur. “In balans” betekent bijvoorbeeld dat we beschermd zijn tegen extreem weer, droge of natte periodes, en dat er genoeg schoon water en schone lucht is. Ook voor de generaties na ons. De bodem is vruchtbaar, planten worden bestoven, en we hebben genoeg groen om in te spelen, wandelen of van te genieten. Zo voorkomen we ook extra kosten, zoals schade door water of ziektes.

Mensen zijn verbonden met het landschap en de natuur, die ook waardevol is op zichzelf. De doelen en opgaven zijn gesorteerd in twee programmapijlers (figuur 3). Per doel wordt aangegeven wat we zien gebeuren voor de toekomst, wat we zouden willen bereiken en wat dit betekent voor de gemeente Rhenen. Hoofdstuk 3 beschrijft wat nodig is voor uitvoering.

1

Zie bijlage 3, 4 en 5 voor de uitgebreide analyse van beleidsdoelen en opgaven

(inclusief bronnen).

7

Diverse doelen zijn nog niet geconcretiseerd voor Rhenen. Voor veel doelen is de gemeente niet eindverantwoordelijk, maar wordt er door het Rijk, de waterschappen, de provincie of de terreinbeherende organisaties een beroep gedaan op de gemeente. Daarom staat per doel ook aangegeven wat er door andere partijen van Rhenen gevraagd wordt. Dit levert soms spanningen. In het hoofdstuk uitvoering wordt met de gekozen maatregelen aangegeven waar Rhenen op inzet.

Toekomstbestendige (agrarische) economie De gemeente Rhenen heeft relatief een grote agrarische sector. Men is trots op de eigen boer. De sociale cohesie in de gemeenschap wordt medegevormd door de agrarische gemeenschap die het landschap al generaties beheert. 34% van het landoppervlak is agrarisch en 5,2% van de Rhenense banen heeft te maken met de agrarische sector 2. De agrarische sector in Rhenen kent, net als in de rest van Nederland, een trend naar minder bedrijven en een groei van de resterende bedrijven (meer grond en/of meer dieren). Sinds 2018 zien we een verjonging van de agrarische bedrijfshoofden in Rhenen. Er staat dus een nieuwe generatie klaar om de lokale landbouw en gemeenschap verder te brengen en dat is hoopvol. Rhenen heeft relatief veel veehouderijen en niet-grondgebonden bedrijven. Perspectief voor deze jongere bedrijfshoofden ontstaat als er ruimte is voor (jonge) boeren om een (door)start te maken. Dit is zowel fysieke ruimte (grond), als ruimte om te innoveren en te verbreden. Rhenense agrarische economie in cijfers: -

Figuur 2: Doelen per programmapijler (zoals vastgesteld door het college).

Verdeling oppervlakte: 34% landbouwgrond, 34% natuur, 10% bebouwd en 22% overig (water en overig groen). Er zijn 69 agrarische bedrijven, >85% veehouderijen. Het agrocomplex biedt 5,2% van de banen (ca. 350 arbeidsplaatsen) Ca. 75% van de 22 melkveehouderijen is “grondgebonden”: minder dan 2,5 grootvee-eenheden per ha. Tussen 2018 en 2023 is er een toename in jongere agrarische bedrijfshoofden.

Economische/agrarische vitaliteit Wat zien we gebeuren: We zien een jarenlange trend naar steeds minder agrarische bedrijven, die gemiddeld groter worden. Nederland 2

Bron: CBS Statline 2023, meer gedetailleerde informatie in de bijlage. Merk op

dat de gegevens in CBS niet altijd de werkelijkheid reflecteren.

8

is wereldwijd bekend om haar ongekend hoge productie en efficiëntie per bedrijf. Veel bedrijven draaien mee in een mondiaal systeem van inkoop (bijv. voer en kunstmest) en export van hun producten. De afzet van mest is (met name voor de melkveehouderijen) een steeds grotere uitdaging. Om mee te kunnen in de wereldeconomie en stijgende grondprijzen, is verdere schaalvergroting vaak nodig. Agrarische bedrijven hebben vaak hoge schuldenlasten om te kunnen blijven innoveren. Er staan jonge agrariërs in Rhenen klaar om bedrijfshoofd te worden en er is veel behoefte aan ontwikkelruimte en vrijheid van ondernemen. Die vrijheid lijkt steeds verder te worden ingeperkt door (milieu)wetgeving en juridische uitspraken. De grondmarkt is een van de grootste knelpunten in Rhenen. Als overheden niet actief gaan sturen gaan vrijkomende gronden naar de hoogste bieder in plaats van naar de (jonge) lokale agrariër. Wat willen we bereiken: We willen een agrarische gemeente zijn en blijven. Focus ligt op bedrijfscontinuïteit, innovatie, een goed lokaal verdienvermogen en tegelijk aanpassing aan strengere milieunormen. In 2035 is de inkomenspositie van agrarisch ondernemers versterkt via een verruiming van de mogelijkheden voor het ontwikkelen van passende nevenactiviteiten in lijn met de beleidskaders voor het landelijk gebied.

Wat vragen andere overheden: EU: in de “boer-tot-bord” strategie zet de EU zich in voor 1) voedselsystemen met positieve impact op milieu, klimaat en biodiversiteit en klimaatadaptief 2) genoeg, gezond en betaalbaar voedsel en 3) goed concurrentievermogen van de landbouwsector en eerlijke handel. Rijk: het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) richt zich op het aanmoedigen van innovatie en verduurzaming, goede marktwerking en modernisering en verjonging van de landbouwsector. Nederland zet zich in voor eenvoudiger Europees beleid en minder regeldruk voor boeren. Er wordt gewerkt aan een GLB-Nationaal strategisch plan. Provincie Utrecht: stelt als doel “een goede toekomst voor onze boeren”.

Speerpunten voor Rhenen: - Landbouwgrond behouden voor extensivering van de landbouw met actief grondbeleidActieve inzet om lokale (familie) bedrijven te behouden. - Flexibiliteit in vergunningverlening en functieveranderingsbeleid. - Per gebied heldere afweging maken tussen wonen, agrarisch en versterken van (bestaande) natuur. - Niet-landbouw activiteiten die veel landbouwgrond vragen (bijv. sierteelt of grootschalig zon-op-land) zijn onwenselijk. - Zorgen dat jonge boeren ondersteuning krijgen in deze onzekere tijden. Kaarten in bijlage: Agrarisch landgebruik (bestemming en feitelijk gebruik), Economische analyse, Gemeentelijke gronden.

Transitie landbouw Wat zien we gebeuren: We zien steeds meer de impact van menselijke activiteiten op het klimaat en onze leefomgeving. Landbouwactiviteiten dragen in significante mate bij aan vervuiling van bodem, water en lucht en aan klimaatverandering door gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en emissie van ammoniak en methaan. Er ligt een opgave voor het gehele agrocomplex (én consumenten) om voedsel te produceren in balans met het natuurlijk systeem en het klimaat. Concreet betekent dat een reductie van diverse emissies (ammoniak, methaan, lachgas, stikstof, fijnstof en geur) en om beheer van het landschap waarbij bodem, water en flora en fauna weer gaan floreren. We zien dat consumenten kritischer worden op gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de Rijksoverheid steekt veel moeite in het aanjagen van de biologische markt. Klimaatneutrale, circulaire en natuurinclusieve landbouw3 zijn sleutelwoorden die we terugzien in beleidsdoelstellingen voor 2050. De doelstelling klimaatneutraal gaat van (grote) invloed zijn op de agrarische sector en met name de veehouderij (methaandoelstellingen). Circulair is zowel relevant voor de niet grondgebonden sector 3

In de bijlage staan uitgebreide toelichting op deze definities.

9

(stalsystemen en innovaties), als inzetten van reststromen en kringlooplandbouw voor grondgebonden bedrijven. Diverse bedrijven in Rhenen werken met natuurinclusieve maatregelen zoals weidevogel- of landschapsbeheer. Er zijn twee biologische boeren (< 3%). Er liggen veel kansen om dergelijke maatregelen verder uit te breiden. Wat willen we bereiken: Boeren zijn als enige sector dag in dag uit bezig met het weer en klimaat. We willen dat de sector de mogelijkheden heeft en houdt om zich aan te passen aan het veranderende klimaat. Per bedrijf kan een andere mix aan circulaire, klimaatneutrale en/of natuurinclusieve maatregelen toegepast worden. Dat kan door extensiveren, door nieuwe, hoogtechnologische innovaties toe te passen of om te schakelen naar volledig nieuwe teelten (transitie). Rhenen ziet de meeste kansen voor circulaire landbouw. Het is dan belangrijk dat boeren zelf hun voer kunnen verbouwen, hun eigen mest weer lokaal de kringloop in kunnen brengen en dat de gronden dicht bij de bedrijven liggen, waardoor de koeien in de zomer buiten kunnen lopen. Daarbij is het belangrijk naar de toekomst toe, dat de omvang van productie en mest gaat passen bij wat het natuurlijk systeem aan kan. Door meer lokaal/circulair te werken moeten kosten in aan- en afvoer afnemen. Bedrijven voldoen aan de criteria van de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV).

Rhenen wil inzetten op maatregelen die de gezondheid nabij veehouderijen wat betreft geur, fijnstof en zoönosen bevorderen. Een belangrijke voorwaarde is financiële ondersteuning vanuit het Rijk en Provincie.

Wat vragen andere overheden: Rijk: Mede uitvoeren van nationale klimaatakkoord, schone luchtakkoord en nationaal actieplan versterken zoönosenbeleid. NPLGdoelen blijven staan. 15% biologische landbouw in 2030. Provincie: Utrechts Programma Landelijk gebied (UPLG): ontwikkeling naar een circulaire, natuurinclusieve en klimaatneutrale landbouw die economisch rendabel is en door de maatschappij gewaardeerd. Met

specifieke doelen voor uitstoot broeikasgassen uit veenbodems en koolstofvastlegging. Speerpunten voor Rhenen: - Inzet op dubbel ruimtegebruik van natuur en landbouw en natuurinclusieve maatregelen. Agrarisch natuurbeheer onderdeel van het verdienmodel met langjarige/structurele vergoedingen. - Inzet op circulaire landbouw; sluiten van kringlopen en extensivering. - Specifieke aandacht voor toekomstbestendigheid van bedrijven nabij N2000. - Methaan en lachgas reductie, meenemen in bedrijfsplannen, met name bij de melk-, kalver- en varkenshouderij. - Fijnstof en geurreductie bij doorgaande wegen en woonkernen. Heldere keuzes in waar wonen of agrarische activiteit prioriteit heeft. - CO2-reductie door minder energieverbruik in met name de Kaarten in bijlage: Agrarisch natuurbeheer, fijnstof (NO2, PM10), CO2-emissies, NH3 en NOx, geurbelasting.

Sociale samenhang Wat zien we gebeuren: De sociale samenhang in het landelijke gebied van Rhenen is over het algemeen sterk. Bewoners van het landelijk gebied voelen zich vaker verbonden met hun omgeving dan bewoners van woonkernen. Door de vergrijzing, het vertrek van jongeren en de dalende trend in aantal agrarische bedrijven komt het sociale netwerk onder druk te staan. Tegelijkertijd zijn er veel initiatieven van inwoners en organisaties die de leefbaarheid versterken, zoals dorpsactiviteiten, vrijwilligerswerk en buurthuizen. Wat willen we bereiken: In de Visie Sociaal Rhenen 2030 wordt het belang van sterke buurten, gezondheid en participatie benadrukt. Het is daarom van belang om deze bestaande kracht van het landelijk gebied te blijven ondersteunen. En samen met de agrarische

10

gemeenschap een landelijk gebied te behouden waar het fijn en gezond wonen, werken en recreëren is. Wat vragen andere overheden: EU: diverse Sustainable Development Goals (SDG’s) sluiten hierbij aan. Rijk streeft ernaar de brede welvaart te vergroten via zeven prioriteiten: bestaanszekerheid en kansengelijkheid, democratische rechtsorde, veiligheid en sterke samenleving, de internationale context, duurzaamheid, gezondheid en de economie. Deze doelen zijn nog niet heel concreet. Speerpunten voor Rhenen: -

-

-

Versterken van de streekidentiteit: Bijdragen aan de verbinding tussen boer en burger met helder beleid op lokaal voedsel en de korte keten. Inwonersparticipatie bij de ontwikkeling van het buitengebied, zodat plannen aansluiten bij wat er lokaal leeft en gemeenschapskracht wordt benut, bijvoorbeeld voor basiskwaliteit natuur. Inzet op de sociale samenhang met dorpshuizen, maatschappelijke organisaties en kerken, kleine horeca, natuurorganisaties en multifunctionele voorzieningen, als motor voor verbinding tussen

Duurzame energie

energiemixen: zon, wind, biomassa, vergisting en batterijen. Zon realiseren we zoveel mogelijk op daken, en slechts onder bijzondere voorwaarden op (landbouw)grond. Bijvoorbeeld een agrariër die naast zon op dak nog een deel zon op eigen land nodig heeft om een sluitende businesscase te krijgen. Duurzame energie waaronder mestvergisting zien we als onderdeel van het (agrarisch) businessmodel. Door deze slimme inzet van hernieuwbare bronnen kan een boerderij energieneutraal of zelfs energiepositief worden: niet alleen zelfvoorzienend, maar ook leverancier van groene stroom aan de omgeving. Daarnaast zorgt het model voor economische diversificatie van het boerenbedrijf, waardoor landbouw toekomstbestendiger wordt in een veranderend klimaat en energiebeleid. Wat vragen andere overheden: Regio: Rhenen werkt samen met de gemeenten in de Foodvalley aan de regionale energiestrategie. De RES 1.0 wordt doorontwikkeld tot energieperspectief. Hierin wordt niet alleen gekeken naar opwek op willekeurige locaties, maar wordt gebruik en opwek van energie aan elkaar gekoppeld. Provincie: De provincie vraagt om een combinatie van zon- en windopwek om het aanbod van energie beter te balanceren. Vanwege een tekort aan wind willen ze samen met de gemeente Wageningen verder werken aan onderzoek naar windenergie in het Binnenveld.

Wat zien we gebeuren: De transitie naar een fossielvrij energiesysteem is in volle gang. Opwek van energie vanuit groene en hernieuwbare bronnen zoals zonne-energie, windenergie of biogassen. Er is grote drukte op het stroomnet: “netcongestie”. Dit belemmert de toegang voor bedrijven tot het stroomnet en heeft een impact op de realisatie van nieuwbouw. Wat willen we bereiken: Een klimaatneutraal energiesysteem in 2050. Rhenense ondernemers hebben toegang tot (duurzame) energie voor hun bedrijfsvoering en worden niet gehinderd tot netcongestie. Hiertoe willen we slimme lokale energiesystemen ontwikkelen waarin lokaal vraag- en aanbod bij elkaar komt. We willen werken aan

11

Vitale en robuuste leefomgeving Rhenen heeft een grote diversiteit aan mooie landschappen en natuur. Van heuvel tot uiterwaarden, open landschap tot oude bossen en diverse rivieren en wateren. 34% van het landoppervlak is natuur en 4% van het oppervlak is water. Ook heeft de gemeente in haar omgeving Natura 2000 gebieden. De gemeente Rhenen staat voor de uitdaging om zich aan te passen aan een veranderend klimaat en de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving te behouden en versterken. Er spelen allerlei drukfactoren op het natuurlijk systeem zoals verdroging, verontreiniging, versnippering van natuurgebieden, verzuring & vermesting, en verstoring door menselijke activiteiten of recreatie. Herstel van het natuurlijk systeem vraagt om systeem-maatregelen die soms invloed hebben op het hele gebied – denk aan meer ruimte voor water. Het bodem-, water- en ecosysteem wordt meer medebepalend in ruimtelijke keuzes voor wat waar kan. Het doel daarbij is een klimaatrobuuste inrichting van het landelijk gebied van Rhenen, waar het veilig wonen, werken en recreëren is en waarbij het natuurlijk systeem van bodem, water, planten en dieren floreert. Mensen die in verbinding staan met hun leefomgeving en die het landschap beheren.

Watersysteem Wat zien we gebeuren: Steeds vaker is er te veel of juist te weinig water. Hierdoor ontstaat overlast en schade aan de gebouwde omgeving, natuur en landbouwgewassen. Huizen in de uiterwaarden (buitendijks) lopen meer risico op overstroming. De grondwaterstanden in het gebied zakken door o.a. meer verdamping en grondwateronttrekkingen, waardoor er minder grondwater is voor drinkwater en kwel gevoede natuur. De kwaliteit van het water is niet overal goed. Er zitten schadelijke stoffen in vanuit o.a. medicijnen en gewasbeschermingsmiddelen vanuit de land-, tuinbouw, fruit- en sierteelt. Dit is schadelijk voor planten en dieren en uiteindelijk voor onze eigen gezondheid en toegang tot schoon drinkwater. De

maatschappelijke kosten om het watersysteem in stand te houden en te herstellen nemen almaar toe. Wat willen we bereiken: Goede waterkwaliteit is van levensbelang. We willen het grondwater schoonhouden voor ons eigen drinkwatervoorziening en die van onze (klein) kinderen. We willen dat water ook beschikbaar blijft voor landbouw, natuur en recreatie en dat we in tijden van droogte hier slim mee omgaan. Daarvoor is meer (regen)water en voldoende grondwater nodig voor tijden van droogte, en betere afvoer of berging van water in natte periodes. Wat vragen andere overheden en partijen: EU/Rijk: Doelstellingen Kaderrichtlijn Water (KRW) behaald in 2027. Rijk: Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie vraagt “Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in 2050”. NPLG-doelen blijven staan. Provincie: Utrecht: vraagt diverse concrete maatregelen op het gebied van vermindering van gewasbeschermingsmiddelen bij grondwaterwingebieden en -beschermingszones; voorkomen van uitspoeling van nutriënten naar grond en oppervlaktewater, specifiek bij natte (natuur)gronden. Verwacht wordt dat kleine onttrekkingen nabij gevoelige N2000 gebieden beperkt gaan worden. De omgevingsverordening stuurt gemeenten in het borgen van KRWvereisten (lozingen, riool, RO). Waterschap: Omgaan met extremer weer door meer acceptatie en inrichting van het landgebruik.

Bodembeheer op orde, uitspoeling verminderen, sponswerking bodem vergroten. Woningbouw klimaatadaptief bouwen, minder verharding. Afkoppelen van hemelwaterafvoer. Vitens: De doelen voor beschermde gebieden, waaronder de drinkwaterwinningen halen. Inzetten op waterbesparing, beperkingen in grondwaterbeschermingszone.

12

Terreinbeherende organisaties (TBO’s): Voldoende en schoon water voor planten: minder uitspoeling van nutriënten naar het grondwater, versterken kwel gevoede natuur. Oftewel: minder vermesting en verzuring, minder verdroging, minder versnippering, minder verontreiniging, minder verstoring. Kaarten in bijlage: Oppervlaktewater, Geschiktheidskaart wonen en werken, grondwaterbeschermingsgebied, infiltratiegebieden, waterbergingsgebieden, waterkwaliteit KRW, regenwateroverlast, kwelwater, ecologische waterkwaliteit, KRW-factsheets. Speerpunten voor Rhenen: - Water afkoppelen en vasthouden: Regenwater infiltreren op de Utrechtse Heuvelrug (incl. Grebbeberg) en randzone Elst, zodat bij piekbuien minder regen afstroomt. Rioolwateroverstorten voorkomen door zoveel mogelijk af te koppelen en regenwater lokaal te infiltreren in de bodem. - Waterveiligheid vergroten: Rekening houden met buitendijkse gebieden bij nieuwbouw. Bestaande huizen klimaatadaptief maken. - Water kwantiteit vergroten: Grondwater in beschermingszone aanvullen. Voldoende grondwaterstromen en kwelstromen herstellen, ook voor kwel-gevoede natuur onderaan de heuvelrug en bij de Grift (N2000). - Waterkwaliteit verbeteren: KRW-doelen van de Grift halen, met name wat betreft ‘specifiek verontreinigde stoffen’. Grondwater in de grondwaterbeschermingszone schoonhouden.

In het hele gebied minder uit- en afspoeling van fosfaat en stikstof naar oppervlaktewater en nitraat naar grondwater, met extra aandacht voor gronden nabij uiterwaarden en N2000 gebieden. - Omgaan met weersextremen. Meer acceptatie dat niet altijd alles kan. Bijvoorbeeld in natte jaren “later het land op” en in droge jaren minder kwelstroom naar de natuur.

verzuring en vermindert de biodiversiteit. Dit zorgt ervoor dat bodems minder vruchtbaar zijn voor voedselproductie. Ook houdt de bodem minder water en andere stoffen vast. Dit zorgt voor (onnodige) uitspoeling van nutriënten en levert extra schade aan vegetatie bij droogte. Er zijn veel verschillende bodemsoorten in Rhenen. Niet overal wordt de kwaliteit van een grondsoort benut voor de functie die het heeft. Hiervoor zijn vaak maatregelen nodig om de grond dan toch geschikt te maken - denk aan gebruik van kunstmest. Deze maatregelen kunnen de nabije omgeving en het ecosysteem uit balans brengen. Wat willen we bereiken: Duurzaam bodembeheer waarbij de bodem goed doorlatend en organisch rijk is. Zodat deze optimaal kan worden ingezet voor voedselproductie en het natuurlijk systeem in balans blijft. Bodemtype meenemen in de keuzes over welke functies je waar wilt. Bijvoorbeeld goede landbouwgronden benutten voor landbouw en andere gronden voor andere functies. Wat vragen andere overheden: EU: gezonde bodems in 2050. Rijk: duurzaam beheer van alle landbouwgronden in uiterlijk 2030, invulling geven aan “water en bodem sturend”, NPLG-doelen blijven staan. Provincie Utrecht: verbeteren van bodemkwaliteit, aanpak van bodemverontreiniging, tegengaan bodemdaling. Omgevingsdienst: voert de wet bodembescherming uit.

Waterschap: verbeteren van de sponswerking van de bodem en gebruiksfuncties aanpassen aan het bodemtype.’ Kaarten in bijlage: bodemkaart, doorsnede met grondsoorten.

Bodemkwaliteit Wat zien we gebeuren: Minder bodemleven verstoort het ecosysteem. Door intensieve bewerking van de bodem ontstaat verdichting,

13

Speerpunten voor Rhenen: - Bodembeheer verbeteren: Meer water vasthouden en CO2 vastleggen, verbeteren sponswerking en bodemleven door aanpassen grondbewerking, minder uitputting van nutriënten, minder uitspoeling van nutriënten (specifiek bij natte gronden). - Functies wonen, agrarisch, natuur, recreatie meer aansluiten bij bodemtype (arme en droge zandgronden, rijke klei- en Esgronden, natte veengronden). - Passende vegetatie: Inzet op natuurlijke vegetatie en teelten kiezen die passen bij het bodemtype.

Landschap en biodiversiteit Wat zien we gebeuren: Rhenen heeft een bijzonder en divers landschap. Menselijke en economische activiteiten zorgen ervoor dat kenmerken van landschappen verloren gaan. Biodiversiteit staat binnen en buiten natuurgebieden onder druk door veel verschillende factoren; verdroging, verontreiniging, versnippering, verzuring, vermesting en verstoring. Plant- en diersoorten nemen in aantal en diversiteit af, ook de algemene soorten. Vaak komt dit door menselijke activiteiten (recreatie, uitstoot), menselijke ingrepen in het water- en bodemsysteem en te weinig groene en blauwe structuren in het landschap (“dooradering” - nu 5%). Verdere verslechtering van de biodiversiteit verstoort de balans in het ecosysteem. Het verhoogt risico op plagen en ziektes. Zowel bij mensen als planten en dieren. Minder insecten zorgen voor minder bevruchting van gewassen. In bossen vergroot een lage biodiversiteit het risico op natuurbranden. Door toenemende droogte en te hoge stikstofdepositie zijn er verschillende problemen in de ecosystemen in de (stikstofgevoelige) N2000 gebieden in de buurt van Rhenen en in NNN-gebieden binnen Rhenen. Wat willen we bereiken: We willen een vitale leefomgeving voor mens, plant en dier voor de lange termijn. We willen ecosystemen die tegen een veranderend klimaat kunnen. We herstellen de biodiversiteit.

Dit betekent dat er voldoende, verschillende soorten zijn en dat ze de ruimte hebben om te leven en verplaatsen, ook tussen de verschillende

landschappen, natuurgebieden en in stedelijk gebied. Bijvoorbeeld via (passende) groenblauwe dooradering. We willen specifieke, bijzondere natuurgebieden behouden en zorgen dat de ecosystemen in deze gebieden veerkrachtig zijn. Agrariërs dragen nog meer (betaald) bij aan landschapsbeheer, bijvoorbeeld met agrarisch natuurbeheer. Wat vragen andere overheden en organisaties: Rijk: NPLG-doelen blijven staan, stikstofdoelen zijn in ontwikkeling. Provincie Utrecht: Uitbreiding van Natuurnetwerk Nederland (NNN), groene contour en Groen Groeit Mee.(GGM) Groen Blauwe Dooradering (GBDA)-oppervlak naar 10% met kwaliteit. Extra bos, beschermen oude bosgroeiplaatsen, uitvoeren strategisch Bosbeleid. Ecologisch beheer van de al verplichte bufferstroken (5 meter) langs KRW-wateren. Uitvoering UPLG. Vermindering van de recreatieve druk op de biodiversiteit. Behalen van Natura2000 doelstellingen. 46% stikstofreductie t.o.v. 2018. Waterschappen: aanleg en beheer van natuurvriendelijke oevers, water vasthouden en infiltreren op de Heuvelrug. Dit in samenwerking met TBO's en landgoedeigenaren. Regio Foodvalley: realiseren van een basiskwaliteit natuur (BKN), buiten de bestaande natuurgebieden voor de hele regio. TBO’s: Het verbinden van natuurgebieden (specifiek in uiterwaarden en bij de Grift), zodat deze minder geïsoleerd zijn. Over-/onderdoorgangen maken bij wegen.

Ecologische verbinding tussen Grebbeberg/ Laarsenberg en Utrechtse Heuvelrug realiseren Kaarten in bijlage: Ecologische structuurkaart, hoofdbomenstructuur, oude bosgroeiplaatsen, NNN en N2000 gebieden, Zoekgebieden NNN, verdrogingsgevoelige natuur, stikstofgevoelige natuur, Landschapstypekaart, landschapsanalyse.

14

Speerpunten voor Rhenen: - Doorlopende groene structuren in hele gemeente; en nieuwe ecologische verbindingszones. Verbetering van bestaande GBDA (via medegebruik). Doorgaande wegen overbruggen. Meer agrarisch natuurbeheer. Ruimte voor groen en verkoeling in de uiterwaarden en ruimte voor weidevogels in het Binnenveld (geen weidevogelkerngebied). - Doorlopende waterstructuren in hele gemeente met op meer plekken toegankelijke natuurvriendelijke oeverranden voor fauna. - Utrechtse heuvelrug versterken: nieuw bos en bestaand bos revitaliseren, via type vegetatie kans op natuurbranden verminderen, verlagen van impact van recreatie op biodiversiteit, meer groen en verkoeling. - Natuurgebieden en gemeentegronden versterken: meer ecologisch beheer van bermen, perken, parken en begraafplaatsen. Verminderen van exoten door bestrijding. - Basiskwaliteit natuur bereiken. In samenwerking met de regio de basiskwaliteit van de natuur overal in Rhenen op orde brengen. Bij inwoners meer kennis brengen wat iedereen hier in hun eigen tuin aan kan doen. - Aandacht voor Natura2000-gebieden vanwege de impact van de herstelmaatregelen die genomen gaan worden (NDA’s).

randen van de kernen. Gebiedsverkenning de Meent is een onderzoek naar de ontwikkeling van woningen in Rhenen en een passende locatie daarvoor.

Overige ruimtelijke ontwikkelingen Het landelijk gebied van Rhenen staat onder toenemende ruimtelijke druk. De vraag naar woningbouw en duurzame energie (mede vanuit provincie en Rijk) vraagt op zijn minst om een creatieve puzzel met de wens tot behoud van landbouw- en natuurgrond. Ook neemt de recreatiedruk toe. Rhenen staat voor de uitdaging om keuzes te maken die recht doen aan de kwaliteit van het buitengebied. Deze ontwikkelingen worden vanuit de Visie op Rhenen verder uitgewerkt in de Randzonevisie en Gebiedsverkenning De Meent. De randzonevisie gaat in op de ontwikkeling van wonen en bedrijfsactiviteiten aan de

15

2. Het gebied en haar inwoners in 2035 en verder De visie op Rhenen kijkt tot 2035. Onderstaande visie bouwt aan een lange termijn toekomstbestendig landelijk gebied. Daarom kijken we naar 2035 en verder. We bekijken hiervoor specifiek de vier landschappen. De gemeente heeft in 2035 en verder een aantrekkelijk en levend landschap. Waarin een klimaatbestendig natuurlijk systeem samengaat met een vitale en toekomstbestendige agrarische sector. Boerenbedrijven zijn economisch rendabel en worden maatschappelijk gewaardeerd. De trend naar minder agrarische bedrijven is doorbroken en er staan jonge boeren te wachten om het stokje van de generatie erboven over te nemen. De fysieke en mentale verbinding tussen de woonkernen en het landschap is sterk. Boeren staan meer in direct contact met inwoners van Rhenen, de consumenten van het lokaal geproduceerde voedsel. Door slimme keuzes, duurzame samenwerking en regie is een balans ontstaan tussen ecologie, economie en gezonde leefomgeving.

Toekomstbestendige (agrarische) economie De economie in het landelijk gebied wordt gedragen door vitale (familie)bedrijven die er financieel goed voorstaan. De sector is in 2035 steeds meer klimaatadaptief, circulair en natuurinclusief. De meeste Rhenense boeren bevinden zich nog altijd in en om het Binnenveld. De sector is belangrijk voor Rhenen en daarom ondersteunt de gemeente deze ontwikkelingen met actief grondbeleid en begeleiding van (jonge) boeren. Zo begint er in 2035 vertrouwen te ontstaan dat er weer perspectief is voor de boer in het Binnenveld. De agrarische bedrijven hebben hun eigen manier gekozen om voedsel te produceren met een lagere impact op het milieu. Dat kan door extensiveren (op grondgebonden bedrijven) of door technische

innovaties toe te passen of door geheel nieuwe teelten of modellen te ontwikkelen. Op basis van wat past bij het karakter van de ondernemer en onderneming. Een goed verdienmodel en educatie is hiervoor de randvoorwaarde. Boeren maken een hogere marge op hun product. Bijvoorbeeld omdat ze hebben weten om te schakelen naar biologisch of omdat zij leveren aan een lokale gemeenschap van afnemers. Of omdat ze kosten weten te reduceren; slimmer in lokale kringlopen werken en in harmonie werken met het natuurlijk systeem. Zo worden Rhenense bedrijven minder afhankelijk van toevoer van nutriënten van buitenaf en heeft klimaatverandering minder effect op de bedrijfsvoering. Nevenactiviteiten zoals zorg, recreatie of energievoorziening zijn ondersteunende inkomstenbronnen. De sector zet zich in voor de volgende zaken en wordt daarbij ondersteund door financiering vanuit het Rijk: Meer circulair: Sluiten van kringlopen, al dan niet samen met de buren, toe naar (gebieds)kringlopen. Meer klimaatneutraal: Energieneutrale bedrijfsvoering door eigen energie opwek, en -opslag, elektrificatie en vergisting. Innovaties toepassen waardoor stallen naar minder uitstoot van methaan, stikstof en fijnstof gaan. Ontwikkelen van nieuwe landbouwactiviteiten die minder broeikasgassen uitstoten.

Zoals meer (eiwitrijke) plantaardige teelten voor menselijke consumptie, natte teelten of teelten voor de circulaire (bouw)economie. Meer natuurinclusief: extensivering door minder dieren per ha grond, waarbij agrarisch natuurbeheer ook financieel een aantrekkelijk alternatief wordt. In het bijzonder de gronden langs de Grift worden meer natuurinclusief. Meer klimaatadaptief: sector past zich aan het houdt rekening met extremer weer: waterbeschikbaarheid voor teelten en vee in droge jaren, hittestress bij vee, voorzorgsmaatregelen bij extreme buien. Meer verdienmodellen en nevenfuncties: Ontwikkelen van activiteiten die passen bij het (open) landschap. Bijvoorbeeld t.b.v. recreatie, gemeenschapslandbouw, educatie, energie en zorg.

16

Vitale en robuuste leefomgeving Rhenen is uniek door de diversiteit aan landschapstypen zo dichtbij elkaar; Rijn en uiterwaarden, bos, heide, veen, agrarische natuur en de Grift. Inwoners kunnen naar hartenlust genieten van het landschap met z’n rijke historie. De landschappen hebben hun oorsprong in grondtype en dat zie je in het grondgebruik. Door het hele gebied lopen grotere ecologische verbindingszones die de verschillende landschappen met elkaar verbinden zodat dieren van de uiterwaarden via de heuvelrug en het binnenveld naar de achterliggende landschappen kunnen. Door slimme ruilverkaveling is het areaal natuur niet zozeer vergroot, maar wel slimmer verbonden. Water is meestal overvloedig aanwezig en het is schoon. Er vinden weinig emissies van schadelijke stoffen meer plaats. De kosten voor het beheer van het watersysteem zijn te beheersen, ondanks het toenemende extreme weer. Agrariërs dragen als onderdeel van hun bedrijfsvoering bij aan beheer van het landschap. Waardevolle landbouwgronden 4 worden zoveel mogelijk behouden t.b.v. grondgebonden bedrijven. In Rhenen vind je deze vooral op de uitlopers van de flanken (de Esgronden en ook wel de lagere en iets nattere dekzandvlaktes en de rivierklei). De natte veengebieden en uiterwaarden zijn geschikter om (extensief) beweid worden. Ook begrijpen we als inwoners wat het natuurlijk systeem is.

En hoe we daar als individuen een positieve rol in kunnen spelen.

Concretisering per deelgebied/landschap In het Binnenveld is het belangrijkste grondgebruik agrarisch. Sinds lang wordt dit gebied ingezet voor voedselproductie en dit blijft ook zo. Het open landschap is belangrijk. Zodra een agrariër wil bouwen of met alle agrarische takken stopt, dan verplaatst deze nieuwe activiteit naar de randen van de kernen (bijvoorbeeld via kavelruil). Het is wenselijk 4

dat het familie-woonhuis behouden kan worden. Met duidelijke afspraken over milieunormen van omliggende agrarische gronden is het afhankelijk van het perceel mogelijk de woning te blijven gebruiken. De gebieden rond de Grift zijn natter geworden om de verdrogingsgevoelige vegetatie bij het N2000 gebied te herstellen en de ecologische verbindingszone die langs de Grift loopt te behouden. Veel agrariërs verdienen geld met agrarisch natuurbeheer, van weidevogels tot houtwallen tot uitgesteld maaien tot slootkantbeheer – het aanbod van compensatiegelden hiervoor is flink verruimd. Op alle agrarische gronden worden de groene en blauwe doorgaande structuren hersteld en met kennis van zaken beheerd door de agrariërs. Er komen ‘stapstenen’ van natuurvriendelijke oevers, waardoor op diverse plaatsen fauna in en uit de sloot kan. Ook worden bodems duurzaam beheerd, waardoor er minder uitspoeling plaatsvindt. Er is ook ruimte voor recreatie in het Binnenveld. Hiervoor zijn er uitkijklocaties, locaties voor kort recreatief verblijf, diverse wandel- en fietspaden en door het weren van (zwaar) doorgaand verkeer blijven alle lokale bedrijven goed bereikbaar en is de verkeersveiligheid vergroot. In de uiterwaarden (incl. N2000 gebied) ligt de focus op natuurversterking.

Agrarische gronden die hier verpacht worden voldoen aan hoge natuurinclusieve voorwaarden: minimale uitspoeling van nutriënten, geen chemische gewasbeschermingsmiddelen, ecologisch maaibeleid en diversiteit in vegetatie. Daarbij is er ruimte voor waterberging om hoge rivierstanden op te vangen en zijn de uitwaarden (deels) toegankelijk voor recreatie. Zodat bij hitte mensen koele plekken kunnen opzoeken. De impact van recreatie op het natuurlijk systeem is beperkt door o.a. geen loslopende honden, rustplekken in het broedseizoen en bewuste keuzes welke mensenlijke evenementen hier plaats kunnen vinden. Op grotere schaal wordt de ecologische verbindingszone die van de blauwe kamer langs de rivier

Hieronder verstaan we: Een vruchtbare bodem (klei, leem of zand met voldoende

organische stof); Niet te nat en niet te droog en de bodem kan goed water vasthouden; Een gezonde, doorwortelbare structuur.

17

richting het westen loopt versterkt via dubbelgebruik 5 zodat dieren kunnen verplaatsen.

TBO’s is afgestemd hoe recreatie ingepast kan worden biodiversiteit te behouden (losloopgebieden, parkeren etc.).

In de woonkernen ligt de focus op wonen, ontmoeten en bedrijvigheid. Wijken zijn doorweven met groen en water, voor koele plekken bij hittestress. Rond de kernen zijn voldoende wandel en fietspaden, zodat inwoners dicht bij huis in het groen kunnen recreëren en de druk op de natuurgebieden lager is. Grond in de kernen wordt zo efficiënt mogelijk benut, waardoor nieuwe woningen en bedrijven zo min mogelijk agrarische gronden hoeven te gebruiken. Inbreiding en uitbreiding aan de randen geven enige verlichting van de gronddruk. Echter de randen die richting de rivier gaan blijven vrij gezien eventuele hoge afvoeren in de Rijn. In de kernen is vol ingezet op waterbesparende maatregelen. Regenwater wordt gescheiden opgevangen en zo veel mogelijk afgekoppeld. Mensen vergroenen tuinen en nemen waterbesparende maatregelen. Riool overstorten zijn aangepakt en de gemeente beheert perken, parken en bermen ecologisch en biodivers waardoor de basiskwaliteit van de natuur op orde is en het gebied tegen klimaatverandering kan.

In de overgangsgebieden (de flanken en randen van de kernen) zijn slimme combinaties ontstaan van functies. Langs de randen van de kernen is het landschap meer verstedelijkt met bedrijven en (verplaatste) woningen. Er is een aparte planologische invulling voor deze overgangen beschikbaar (startend met de randzonevisie), waar duidelijke keuzes in wordt gemaakt waar wat kan en hoe combinatie van functies vorm wordt gegeven. Hierin wordt het type grond meegenomen zodat waardevolle landbouwgronden waar mogelijk behouden blijven en landgoederen en ecologische verbindingen op de flanken een plek krijgen.

De heuvelrug en de Grebbeberg zijn klimaatbestendiger; het watersysteem is versterkt en er is ruimte voor recreatie en beleving van de cultuurhistorie. Om de drinkwaterbel onder de heuvelrug voor de toekomstige generaties te herstellen en verdroging tegen te gaan zijn er infiltratiekuilen gegraven waardoor water minimaal afstroomt en maximaal infiltreert. Aan de voet van de heuvelrug is ruimte voor kwelgevoelige natuur. Op hooggelegen gronden die veel invloed hebben op de kwelstromen die deze natuur voeden wordt extra ingezet op vermindering van uitspoeling (van mest en gewasbeschermingsmiddelen). De wegen op de heuvelrug worden onder/overbrugd zodat dieren kunnen oversteken. De bossen zijn divers aan soorten zodat brandgevaar verminderd, biodiversiteit vergroot en ze beter tegen de wisselende weersomstandigheden kunnen. Met de

5

Met dubbelgebruik wordt hier bedoelt dat gronden die als functie agrarisch hebben ook

ruimte geven aan doorgang van dieren en/of structuren hiervoor inrichten.

om

De gemeente neemt de regie in het landelijk gebied. Samen met agrariërs, terreinbeherende organisaties en inwoners zorgen zij voor duurzame inrichting en beheer van het landelijk gebied. Door duidelijk beleid met keuzes wat waar kan en door samenwerking ontstaat een landschap dat werkt: voor mens, natuur en economie.

Van visie naar uitvoering Vanuit de brede opgaven en visie wordt in de uitvoering van het programma gefocust op wat de gemeente zelf kan doen. Om een realistisch programma met draagvlak te realiseren zijn maatregelen en activiteiten geselecteerd op basis van een aantal keuzes. Deze keuzes zijn de kaders die zijn vastgesteld door de gemeenteraad (bijlage 1), aangevuld met input uit het participatieproces. Ook de maatregelen en activiteiten zijn mede-opgesteld en aangevuld tijdens de participatieavonden. Meer informatie over het participatieproces staat in bijlage 1. Kaders die aan de basis liggen van de gekozen maatregelen en activiteiten: 1. We zijn trots op het Rhenense landschap en de lokale identiteit. Het programma draagt daaraan bij.

18

2. De gemeente neemt de regie en wacht niet af tot andere overheden besluiten nemen. 3. Grondeigenaren met initiatieven die bijdragen aan de doelstellingen van dit programma, worden zoveel mogelijk gefaciliteerd. 4. We willen de natuur versterken in de gebieden waar het al is. Het gaat om de kwaliteit van de (bestaande) natuur is, niet de kwantiteit. 5. Om duurzaam en toekomstbestendig te boeren, is grond nodig. Het is belangrijk om landbouwgrond te behouden voor extensivering van de bestaande bedrijven. We gaan bij alle initiatieven uit van vrijwilligheid. 6. We werken aan herstel van het natuurlijk systeem door grondgebruik steeds meer te laten aansluiten bij wat past bij het water- en bodemsysteem. 7. We gaan duurzaam om met ons water voor toekomstige generaties.

3. Uitvoering en realisatiekracht In dit hoofdstuk beschrijven wat nodig is voor uitvoering. Het programma focust op gebiedsgerichte maatregelen en activiteiten die de gemeente Rhenen zelf kan nemen voor een vitaal landelijk gebied, en welke andere partijen daarin een rol spelen. Daarnaast zijn er uiteraard nog generieke maatregelen en subsidieregelingen vanuit de Rijksoverheid en provincies. En individuele erf/stalmaatregelen waarvan de verantwoordelijkheid bij de (agrarisch) ondernemer of landeigenaar ligt. Deze zijn niet onderdeel van dit programma. De gemeente is eindverantwoordelijk voor uitvoering van het programma. College en raad hebben de kaders voor het programma gezet vanuit de Visie op Rhenen en in afstemming met andere ontwikkelingen. De gemeente heeft in de uitvoering de rol van vergunningverlener, verbinder en financier. Er wordt samenhang gezocht met overige ontwikkelingen zoals recreatie, woningbouw en duurzame energie.

Maatregelen en activiteiten Rhenen Maatregelen en activiteiten landelijk gebied Ruimte voor agrarische 8 Regenwaterinfiltratie op de bedrijvigheid / heuvelrug functieverandering 2 Samenwerken aan herstel 9 Landschappelijke van het natuurlijk systeem verbindingen realiseren 3 Behouden landbouwgrond 1 Duurzaam pachtbeleid voor extensivering 0 gemeente 4 Inzet op Basiskwaliteit 1 Wonen en boeren in balans Natuur 1 5 Inzichtelijk maken 1 Mobiliteitsmaatregelen vergunningen 2 landelijk gebied 6 Ecologisch beheer 1 Regenwaterinfiltratie in het gemeentelijke gronden 3 bewoond gebied 7 Versterken streekidentiteit 1 Opwek duurzame energie . en korte ketens 4 De maatregelen en activiteiten voor dit programma zijn specifiek gericht op regie vanuit de gemeente. Vanzelfsprekend zijn er ook zaken waarbij de gemeente afhankelijk is van andere partijen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de maatregelen en activiteiten die dit programma agendeert onder de twee pijlers. Ze staan onderaan het programmadocument (H5) verder uitgewerkt. 1

Maatregelen toekomstbestendige (agrarische) economie Vanwege het belang van de agrarische gemeenschap in het landelijk gebied zijn onderstaande maatregelen veelal op de agrarische bedrijvigheid en vestigingsklimaat gericht. Boeren kunnen en moeten zelf keuzes maken richting de toekomst. Met diverse maatregelen kan de gemeente voor de diversiteit van bedrijven in het landelijk gebied, zo goed mogelijk maatwerk bieden. Daarbij is persoonlijke aandacht voor bedrijf en mens essentieel. Maatregelen die vooral bijdragen aan de doelen in pijler 2 “Toekomstbestendige (agrarische) economie” Ruimte voor agrarische bedrijvigheid / functieverandering Een vitale agrarische sector waarin kleinere en familiebedrijven

19

prioriteit hebben. Op agrarische bedrijven kunnen ook nevenactiviteiten plaatsvinden. Voedselproductie is en blijft essentieel. Behouden landbouwgrond voor extensivering Zo optimaal mogelijke verdeling van de gronden en bijbehorende gebruiksfunctie in de gemeente. (Actief) Grondbeleid om de ruimtelijke verdeling van wonen, energie, landbouw en natuur te optimaliseren. Landbouwgrond behouden zodat bestaande agrarische bedrijven kunnen extensiveren en jonge, innovatieve boeren kansen krijgen. Inzichtelijk maken vergunningen Snel inzicht in de vergunde ruimte en mogelijkheden per (agrarisch) bedrijf. Efficiëntie verhogen: Het verkorten van de doorlooptijd voor vergunningaanvragen door een gestroomlijnde communicatie. Burgers en ondernemers ondersteunen: Het bieden van duidelijke informatie over vereisten en procedures voor vergunningaanvragen. Versterken streekidentiteit en korte ketens Een herkenbare streekidentiteit op voedsel en landschap. Een mooi aanbod van initiatieven voor de korte keten: voedselproductie van Rhenense boeren voor Rhenense consumenten en horeca. Duurzaam pachtbeleid gemeente Versterken biodiversiteit en waterkwaliteit op en nabij gepachte gronden. Zorgdragen voor een economisch haalbare en eerlijke prijsstelling voor pachters.

Het ontwikkelen van langdurige samenwerkingsovereenkomsten met pachters die gericht zijn op duurzame bedrijfsvoering en natuurbeheer. Wonen en boeren in balans Woningbouwprojecten en functieveranderingsbeleid moet zodanig worden ingericht dat ze de agrarische bedrijvigheid niet (achteraf) belemmeren. Mobiliteitsmaatregelen landelijk gebied Het landelijk gebied fysiek goed toegankelijk houden voor de (agrarisch) ondernemers. De wegen veilig voor inwoners en recreanten op de fiets. Bijdragen aan reductie van emissie (stikstof/CO2) vanuit mobiliteit. Opwek duurzame energie Opwek van duurzame energie vergroten. Bijdragen aan reductie van CO2 - emissie

Maatregelen vitale en robuuste leefomgeving Veel maatregelen die bijdragen aan de vitale, robuuste leefomgeving worden uitgevoerd door het waterschap, de terreinbeheerders, de provincie en andere belanghebbenden zoals boeren. De gemeente heeft daarin minder de regie. Dit programma moet zorgen voor een helder standpunt vanuit de gemeente. Hoe wordt bodem, water en biodiversiteit in concrete projecten versterkt en hoe werkt de gemeente daarin samen met uitvoerende partijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15931375/2