Bijlage 3 Toelichting
Tekst van het document
Toelichting
Algemeen Op grond van artikel 35 Participatiewet is het mogelijk om bijzondere bijstand te verstrekken. Degene, die als gevolg van bijzondere individuele omstandigheden geconfronteerd wordt met noodzakelijke bestaanskosten, waarin de algemene bijstand niet voorziet en die niet uit de bijstandsnorm, het vermogen en het inkomen boven bijstandsniveau kunnen worden betaald (de zogenaamde financiële draagkracht), heeft recht op bijzondere bijstand. Welke kosten daarvoor in aanmerking komen, hangt af van de individuele omstandigheden van het geval. Het is een kwestie van maatwerk: een individuele beoordeling is vereist.
De gemeenteraad van Rhenen heeft in november 2023 besloten om de minimaregelingen aan te passen. 1. Er zijn minder verschillende budgetten waarbij het totale budget gelijk blijft. De bestedingsdoelen zijn verruimd voor volwassenen door kleding, witgoed, elektronica, fiets, bouwmarkt, gezonde voeding en het rijbewijs toe te voegen. Voor kinderen zijn de bestedingsdoelen verruimd door de fiets en gezonde voeding toe te voegen. Voor Jongeren is ook de categorie gezonde voeding toegevoegd. Dit is opgenomen in de specifieke artikelen. a. Volwassenen: Het Doe mee-budget en het Sport budget worden samen het Doe mee-budget voor Volwassenen. b. Kinderen: De regeling voor Kledingbudget, het Doe mee-budget wordt samengevoegd tot het Doe mee-budget Kinderen. c.
Jongeren: Het kledingbudget, Doe mee-budget en de afzonderlijke regelingen voor schoolbenodigdheden, fiets en mobiele telefoon worden samen het Doe mee-budget Jongeren.
In de verordening betekent dit dat de volgende artikelen worden geschrapt: o
Sport en bewegen volwassenen
o
Mobiele telefoon
o
Fiets
o
Kledingpakket
Deze regelingen/budgetten zijn namelijk ondergebracht in de verruimde Doe mee -budgetten. 2. Het budget van de Doe-mee-tegoeden voor Volwassenen, Kinderen en Jongeren vervallen niet aan het einde van het pasjaar maar na drie jaar, vanaf toekenning. Dit geldt ook voor inwoners die uitstromen uit de bijstand. Dit is in de artikelen over de specifieke Doe mee-regelingen opgenomen. En om deze reden is de bepaling in artikel 2 lid 11 geschrapt.
3. Het maximale inkomen blijft 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Definities Begrippen die in de Participatiewet, de Awb of de Gemeentewet voorkomen, hebben in deze verordening dezelfde betekenis als in de Participatiewet, Awb of Gemeentewet. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in deze wetten zelf staan, is een definitie gegeven in deze verordening.
Peildatum De peildatum is de datum waarop bepaald wordt of een inwoner, of een van de leden uit zijn huishouden, voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn in het artikel. Dit betreft de hoogte van het inkomen maar ook de leeftijd van de kinderen.
Artikel 2 doelstelling
Doelstelling De doelstellingen van de minimaregelingen komen voort uit het Integraal beleidskader sociaal domein: a.
het vergroten van de kansen om de spiraal van armoede te doorbreken;
b.
het bevorderen van sport en andere vormen van maatschappelijke participatie
c.
het voorkomen van sociale uitsluiting;
d.
het bevorderen dat schoolgaande kinderen zo min mogelijk belemmeringen ondervinden als gevolg van het feit dat hun ouders tot de minima behoren;
e.
het tegengaan van onderverzekering op het gebied van ziektekostendekking.
Artikel 3 Doelgroep
We sluit in deze paragraaf voor veel onderdelen aan bij Participatiewet. De kostendelersnorm staat niet meer expliciet genoemd want in de verwijzing naar de geldende bijstandsnorm zit de kostendelersnorm besloten. Het is overbodig dit hier te noemen.
Om duidelijk te maken dat het ‘vermogensbegrip’ in de minimaregelingen afwijkend is van de Pw is in lid 1 sub c, een verwijzing opgenomen naar artikel 4.5.1, onder k.
Geen recht Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregeling heeft de belanghebbende die op het moment van aanvraag in detentie of een asielzoekerscentrum verblijft of studiefinanciering ontvangt. Een uitzondering hierop betreft (alleenstaande) ouder(s) m et studiefinanciering. Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregeling heeft de belanghebbende aan wie op grond van artikel 11 van de Participatiewet geen bijstand kan worden verleend omdat deze persoon geen Nederlander dan wel een daar aan gelijkgestelde vreemdeli ng is.
Artikel 4 Reikwijdte en voorwaarden •
Verduidelijking: Toevoeging lid 3 met de afwijking van de CZM op de algemene regel dat het recht op de vergoeding geldt voor de gehele periode. Voor de CZM geldt dat bij het niet meer ingeschreven staan in het BRP het recht op deelname aan de CZM eindigt.
•
Verduidelijking van de bedoeling van de inkomenstoets: daar stond dat “het inkomen wordt berekend op basis van het gemiddelde inkomen van drie aaneengesloten maanden. Deze drie maanden bevinden zich in de periode zes maanden voor de start van de aanvraagperiode tot en met het einde van de aanvraagperiode.” Dat is het einde van het pasjaar wat niet logisch is. Theoretisch gaat het dan om een periode van anderhalf jaar. Het voorstel is om daarvan te maken: drie aaneengesloten maanden voorafgaand aan de aanvraag. Mocht er sprake zijn van sterk wisselende inkomsten dan kan de toetser het inkomen van een ruimere periode opvragen.
•
Toevoeging van lid 4: het inkomen van een uitkeringsgerechtigde wordt aan de hand van de meest recente uitkeringsspecificatie vastgesteld. Dit is de (logische) uitvoeringspraktijk en volledigheidshalve voegen we dit toe.
•
Het lid waarin werd gesteld dat het recht op een vergoeding niet kan worden meegenomen naar een volgende aanvraagperiode is vervallen. Dat is een politieke keuze die in december 2023 is gemaakt.
Vergoedingen in natura
Vergoedingen worden verstrekt in natura. Dit houdt in dat er geen geld wordt overgemaakt aan rechthebbenden maar dat vergoedingen worden verstrekt middels (korting op) producten of voorzieningen. Bij een vergoeding mag altijd worden bijbetaald. Het betreft dan een tegemoetkoming in de kosten.
Artikel 5 Aanvragen Het onderscheid is verduidelijkt tussen de CZM (lid 3) en de minimaregelingen (lid 2) voor wat betreft de aanvraagperiode en de looptijd (kalenderjaar en pasjaar). Vanwege persoonlijke omstandigheden kan bij de collectieve ziektekostenverzekering hiervan a fgeweken worden. Voorbeelden hiervan zijn inwoners die uitstromen uit de Regeling Ziektekostenverzekering Asielzoekers, inwoners die verhuisd zijn naar de gemeente Rhenen en in hun oude gemeente reeds recht hadden op de collectieve ziektekostenverzekering en inwoners die vallen onder de Regeling Uitstroom Bijstandsgerechtigden of Regeling Uitstroom Overig.
Aan lid 6 is voor de volledigheid het vermogen toegevoegd en ‘inkomensnormen’ is aangepast naar ‘normen’ omdat dit de term is die we consequent hanteren.
Artikel 6 Inhoud vergoedingen De vergoedingen bestaan uit regelingen die aansluiten bij bovengenoemde doelstellingen.
Uit onderzoek is gebleken dat gelijke kansen op scholing, het versterken van de eigen waarde en ‘mee kunnen doen’ de grootste invloed hebben op de kans om de spiraal van erfelijke armoede te doorbreken. Hiermee bevorderen we dat schoolgaande kinderen zo min mogelijk belemmeringen ondervinden als gevolg van het feit dat hun ouders tot de minima behoren. De regelingen die daarop zien zijn o.a.: •
Doe mee-budget Kinderen;
•
Doe me-budget Jongeren;
•
Computer of tablet basisschool;
•
Computer middelbare school;
•
Huiswerkbegeleiding.
Om sociale uitsluiting van volwassenen die rond moeten komen van een minimum inkomen te verminderen en hierdoor maatschappelijke participatie en sport & bewegen te bevorderen, zijn er regelingen voor o.a.:
•
Doe mee-budget Volwassenen;
•
Vergoeding ID kaart.
Om onderverzekering op het gebied van ziektekostendekking tegen te gaan biedt de gemeente tevens een uitgebreide keuze aan pakketten aan voor de collectieve ziektekostenverzekering.
Doe mee-budget Volwassenen, Kinderen en Jongeren •
Dit zijn drie nieuwe artikelen.
•
De bestedingsdoelen zijn volledig overgenomen uit het Voorstel aanpassingen Minimaregelingen, Bijlage A.
•
Het gaat om een persoonlijke vergoeding.
•
De vergoeding vervalt na drie opeenvolgende aanvraagperiodes. Ook als het inkomen stijgt boven de norm zoals bepaald in artikel 3.
Artikel 7 Doe mee-budget Volwassenen Dit behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 8 Doe mee-budget Kinderen Dit behoeft heen nadere toelichting.
Artikel 9 Doe mee-budget Jongeren Dit behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 10 Identiteitsbewijs
Het college kan een vergoeding aan inwoners verstrekken voor de kosten van een ID-kaart. Vanaf 14 jaar is het verplicht om je te kunnen legitimeren. De werkelijke kosten voor de aanschaf of verlenging van een identiteitskaart kunnen worden vergoed. Dit betreft enkel de kosten van de identiteitskaart en niet van eventuele extra kosten voor vermissing, spoedaanvraag of pasfoto’s.
Een identiteitskaart van een Nederlander ouder dan 17 jaar, is 10 jaar geldig. Voor Nederlanders van jonger dan 18 jaar geldt een geldigheidsduur van 5 jaar. Om deze reden kan er voor een volwassene eens per 10 jaar een vergoeding worden aangevraagd en voor kinderen jonger dan 18 jaar eens per 5 jaar.
Toegevoegd is de mogelijkheid dat als een inwoner een paspoort wenst aan te schaffen in plaats van een ID-kaart, hij een vergoeding kan krijgen voor het verlengen of aanvragen van een paspoort ter hoogte van de kosten van het aanschaffen of verlengen van een ID -kaart. De aanvullende kosten kunnen vervolgens worden voldaan vanuit het Doe mee-budget uit artikel 7. 8 of 9.
Indien een inwoner niet in het bezit is van een Nederlands identiteitsbewijs maar wel van een vreemdelingendocument dan kan hij een tegemoetkoming krijgen in de kosten van de verlenging van het vreemdelingendocument. De hoogte van de vergoeding is even hoog als de kosten voor het verlengen van een Nederlandse Identiteitskaart. Bij een dubbele nationaliteit wordt enkel de Nederlandse identiteitskaart vergoed.
Artikel 11 Computer/ tablet basisschool Het college kan een vergoeding aan gezinnen verstrekken voor de kosten van de aanschaf van een computer, tablet, en/ of noodzakelijke benodigdheden zoals een printer, toetsenbord, beeldscherm, muis en headset.
Verduidelijking van de bedoeling door toevoeging van lid 4: ‘de vergoeding hoeft niet één keer besteed te worden’. Vanuit dit artikel kunnen namelijk verschillende producten worden aangeschaft zoals staat in lid 1 (printer, toetsenbord, muis etc). Deze pro ducten hoeven niet in één keer te worden gekocht. Er is wel een maximaal bedrag opgenomen, namelijk € 500, - per huishouden
Artikel 12 Computer/laptop jongere
Het college verstrekt een vergoeding voor de kosten van de aanschaf van een computer of laptop aan de jongere in de leeftijdscategorie 12 tot 19 jaar. Dat is de uitvoeringspraktijk. Dit kunnen ook thuiszitters zijn, leerlingen Mbo of leerlingen op een school waar gewerkt wordt met laptopkarren op school (en die dus geen laptop vragen). Aangezien het om één product per kind gaat is lid 3 toegevoegd.
Artikel 13 Collectieve ziektekostenverzekering voor minima Rechthebbenden kunnen vrijwillig deelnemen aan een collectieve ziektekostenverzekering die de gemeente heeft afgesloten met een zorgverzekeraar. Op basis van deze regeling verstrekt de gemeente een tegemoetkoming in de kosten van de premie. Hiervoor dient de belanghebbende en/of diens partner met de zorgverzekeraar als bedoeld in lid 1, een overeenkomst te sluiten voor een zorgverzekering in het kader van de Zorgverzekeringswet en het te verzekeren pakket dat overeenkomt met de eisen die het college aan een collectieve zorgverzekering voor minima stelt.
Een inwoner kan aan de collectieve zorgverzekering voor minima deelnemen vanaf de datum waarop de collectieve zorgverzekeraar hem accepteert. In de regel is dit 1 januari van het nieuwe kalenderjaar. Een uitzondering hierop betreffen statushouders en inwon ers die gedurende het jaar naar de gemeente Rhenen verhuisden en in hun oude gemeente reeds recht hadden op de collectieve ziektekostenverzekering van die betreffende gemeente.
In het vijfde lid wordt aangegeven dat de deelname aan de collectieve verzekering niet midden in een jaar eindigt, maar pas op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin men wat inkomen of vermogen betreft niet langer recht heeft op deelname aan dez e collectieve ziektekostenverzekering. Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat men midden in een jaar onverzekerd raakt omdat men niet meer aan de voorwaarden voldoet of de korting verliest. Het is bovendien van groot belang dat verzekeraar en verzekerde geen twijfel hebben over de verzekeringsvoorwaarden. Een voorbeeld: stroomt men per 1 augustus van enig jaar uit de bijstand en heeft men een inkomen boven de 120%, dan houdt men de korting en het recht op het extra pakket van de collectieve ziektekostenverzekering tot 1 januari van het jaar dat erop volgt. Daarna kan men bij dezelfde ziektekostenverzekeraar blijven, maar heeft men geen recht meer op de voordelen van de collectieve ziektekostenverzekering. Dit betekent ook dat de armoedeval kleiner is, dan wanneer direct de korting zou stoppen zodra men wat inkomen betreft boven de norm uitkomt. Artikel 14 Compensatie meerkosten chronisch zieken en gehandicapten Verduidelijk in lid 1 sub a: de inwoner ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend 18 jaar of ouder is. De regeling is bedoeld voor volwassenen.
Lid 1 sub c is gewijzigd. Eén keer het eigen risico opmaken betekent namelijk nog niet dat de inwoner chronisch ziek is of gehandicapt. Dit criterium was te ruim. Nu we het gebruik echt willen beperken tot de groep chronisch zieken en gehandicapten is deze gewijzigd. In lid 1 sub c is nu opgenomen dat een medische verklaring van een huisarts of een medisch specialist ook een bewijsstuk kan zijn. De reden is dat nu enkel mensen met een voorziening (een uitkering of Wmo voorziening) aanspraak kan maken. Daarmee ondervangt het voor een klein deel het schrappen van het bewijsstuk van het opmaken van het eigen risico, wat onvoldoende aantoont dat er sprake is van een chronische ziekte.
Lid 2 is aangepast ter verduidelijking want daar stond: ‘maximale vergoeding’. Dat moet vergoeding zijn. Het is namelijk één bedrag.
Artikel 15 Onjuiste en/of onvolledige gegevens De basis voor het minimabeleid is de Gemeentewet. In artikel 4:115 van de Awb is bepaald dat de bevoegdheid tot uitvaardiging van een dwangbevel – die een directe executoriale titel verschaft - slechts bestaat indien zij bij de wet [lees: wet in formele zin] is toegekend. In het onderhavige geval is de Gemeentewet de wet in de formele zin. In deze wet is echter – in tegenstelling tot de Pw (art. 60 lid 2) - geen bevoegdheid tot uitvaardigen van een dwangbevel opgenomen. Dit betekent dat als de inwoner weigert om terug te betalen er via de civiele rechter een executoriale titel voor (dwang)invordering moet worden verkregen.
Artikel 16 Hardheidsclausule Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 17 Verbinden van aanbieders Aanbieders van producten en/ of diensten waarvoor op basis van deze verordening vergoedingen aangevraagd kunnen worden kunnen op elk moment van het jaar aangesloten worden bij de voor dit doel beschikbaar gestelde online omgeving om producten toe te voegen . Ook producten van reeds aangesloten aanbieders kunnen ok elk moment worden toegevoegd, gewijzigd of verwijderd. Waar mogelijk zal zoveel mogelijk worden samengewerkt met lokale aanbieders binnen de gemeenten Veenendaal, Rhenen en Renswoude.