CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 6 februari 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vvgb Bouw recreatiegebouw Nieuwe Veenendaalseweg 229 Rhenen9.191 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing nieuwbouw voorzieningen gebouw & recreatiewoningen Thijmse Berg Vakantiepark de Thijmse Berg Nieuwe Veenendaalseweg te Rhenen

Opdrachtgever: De Thijmse Berg Nieuwe Veenendaalseweg 229-231 3911 MJ Rhenen T: 0317-612384 Opsteller Ruimtelijke Onderbouwing: Architektenburo Guido Bakker Citadel 24 II 3905 NK Veenendaal T: 0318 552 247

07-02-2023

1. Inleiding Verstopt in het bos aan de Nieuwe Veenendaalseweg ligt recreatiepark de Thijmse Berg. Het park is geliefd bij recreanten vanwege de gunstige ligging aan de voet van Nationaal Park de Utrechtse Heuvelrug, een prettig startpunt is om dit gebied, de Grebbelinie en de Veluwe verder te verkennen en tot rust te komen. Het park is verder zeer groen en om dit karakter te behouden schrijft het bestemmingsplan voor dat het niet te vol gebouwd mag worden. Het bebouwingspercentage van het kavel van de Thijmse Berg mag binnen bouwvlak maximaal 5% zijn. Momenteel bedraagt het oppervlak van de bestaande bebouwing circa 1038 m 2. Bouwvlak van het kavel is ongeveer 14.422 m2 vervolgens geldt dus dat de bebouwing eigenlijk, 5% van het bouwvlak en daarmee, 721 m 2 mag bedragen. Echter is de wens vanuit de Thijmse Berg (voortaan wordt naar hen verwezen als de initiatiefnemer) ontstaan om uit te breiden. Het vakantiepark komt namelijk in het hoogseizoen een huisvestingsmogelijkheid voor personeel tekort (welke in het laagseizoen aan recreanten verhuurd kan worden) en heeft behoefte aan meer recreatieruimtes. Centraal in het park is er momenteel een recreatievoorziening te vinden waarin hoofdzakelijk verschillende soorten entertainment, denk hierbij bijvoorbeeld aan een kids-club, worden georganiseerd voor de recreanten van het park.

Dit pand stamt uit 1988 en voldoet niet meer aan de wensen van de initiatiefnemer. Zo zou de initiatiefnemer bijvoorbeeld graag een bowlingbaan willen realiseren voor de recreanten en is er behoefte aan meer recreatieruimtes zodat er meer activiteiten kunnen worden georganiseerd. Verder is er de wens om 7 duurzame recreatiewoningen te realiseren als huisvesting voor maximaal 14 leden van het recreatieteam in het hoogseizoen, welke tevens in het laagseizoen aan recreanten verhuurd kunnen worden. Vanuit dit pakket aan wensen is dan ook het voorstel ontstaan om het bestaande voorzieningengebouw te vervangen door nieuwbouw waarin dit nieuwe programma gehuisvest kan worden. Hoewel er door de ontwerpers gekeken is naar hoe dit programma zo compact mogelijk op deze locatie kan worden ingepast, neemt de voetafdruk van de nieuwbouw ten opzichte van het bestaande pand toe. De voetafdruk van het bestaande gebouw is ongeveer 279 m 2 en van het voorstel heeft een voetafdruk van circa 456 m2. Daarmee is het voorstel in strijd met het bestemmingsplan, maar er is sprake van meer strijdigheden. Deze zullen nader worden besproken in hoofdstuk twee. Ondanks de strijdigheden zal er in deze ruimtelijke onderbouwing worden gemotiveerd waarom het initiatief passend is op een voorgestelde locatie, bezien vanuit milieuzaken, beleid en ruimtelijke aspecten.

waardoor er na voorlegging aan de gemeente bepaald kan worden of de medewerking kan worden verleend aan de voorgestelde ontwikkeling. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt daarom gemotiveerd waarom het initiatief, hoewel niet passend binnen het geldende bestemmingsplan, ruimtelijk en beleidsmatig en qua milieu gezien wel aanvaardbaar, haalbaar en acceptabel is.

2. Omschrijving project 2.1 Ligging van het project Zoals hieronder te zien is het project gelegen aan de Nieuwe Veenendaalseweg te Rhenen, temidden van het bestaande recreatiepark de Thijmse Berg. De huidige recreatievoorziening is tevens te zien op figuur 2 en 3. In de omgeving zien we verschillende typen bebouwing, typische vakantie chalets, klassieke bebouwing met rieten kap maar ook bebouwing met een modernere uitstraling zoals de bestaande recreatievoorziening met het platte dak (zie de fotoreeks van figuur 2 en figuur 3).

Figuur 1: Satellietbeeld vakantiepark de Thijmse Berg, bestaande recreatie pand aangegeven in oranje

Figuur 2: Fotoreeks bestaande recreatiegebouw.

De meeste bebouwing op het park is kleinschalig, aangezien dit veelal vakantiewoningen zijn. Echter zien we in de directe omgeving van de huidige recreatievoorziening veel relatief grootschalige bebouwing, zoals het restaurant waarvan de nok naar schatting op 7.5m ligt (t.o.v. maaiveld) en welke tevens op een verhoging is gebouwd (zie foto hieronder).

Figuur 3: Vogelperspectief locatie, links bovenin aan de linkerzijde van de speeltuin bevindt zich het bestaande recreatiegebouw

2.2 Vigerend bestemmingsplan en strijdigheid Het projectgebied is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Recreatiepark de Thijmse Berg, herontwikkeling bestaand terrein’ dat op 15 november 2011 is vastgesteld en op 12 mei 2015 is bijgewerkt en wederom onherroepelijk is vastgesteld. Zoals eerder benoemd wijkt de voorgenomen ontwikkeling af van dit bestemmingsplan (tevens weergegeven in figuur 6). Allereerst is er sprake van strijdigheid aangezien het bebouwingspercentage overschreden wordt. Het bebouwingspercentage mag binnen bouwvlak max. 5% zijn. De oppervlakte gebouwen bedraagt momenteel al 1038 m 2 terwijl het bouwvlak circa 14.422 m 2 is waarvan 5% van het bouwvlak slechts 721 m 2 is. Daarmee bedraagt de oppervlakte in de huidige situatie al meer dan 5% van het bouwvlak. Hier komt bij dat het bestaande gebouw een voetafdruk heeft van ongeveer 279 m 2 en de vervangende nieuwbouw ongeveer 456 m2. Ten tweede is er beleid van toepassing betreffende de maximale goot- en bouwhoogte, welke overschreden wordt. De goothoogte mag niet meer dan 3,5 m (ten opzichte van het peil) bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 6,5 meter (ten opzichte van het peil).

Het bestemmingsplan 'Recreatiepark de Thijmse Berg (2015)' schrijft in artikel 1.24 betreffende het peil het volgende voor: ‘Voor een bouwwerk op een bouwperceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het aansluitende, afgewerkte maaiveld ter hoogte van het hoofdgebouw.’ In dit geval is het hoofdgebouw de receptie van het vakantiepark, direct gelegen aan de entree van het park aan de Nieuwe Veenendaalseweg.

Figuur 4: In 2020 zijn er diverse hoogte metingen gedaan voor de bouw van de receptie. Deze metingen zijn op 03-11-2022 gedeeld met de gemeente (via mail aan mevr. L. van Enckevort). Op basis van deze metingen is met de gemeente afgestemd dat: voor het nieuw te bouwen voorzieningengebouw wordt aangehouden Peil =0 is op circa 18.9m+NAP.

In 2020 zijn er diverse hoogte metingen gedaan voor de bouw van de receptie. Deze metingen zijn op 03-11-2022 gedeeld met de gemeente (via mail aan mevr. L. van Enckevort). Op basis van deze metingen is met de gemeente afgestemd dat: voor het nieuw te bouwen voorzieningengebouw wordt aangehouden Peil =0 is op circa 18.9m+NAP. Via het Actueel hoogtebestand Nederland is vervolgens nagegaan op welke hoogte het huidige voorzieningengebouw ligt. Hierbij is geconcludeerd dat het maaiveld rondom het huidige voorzieningengebouw op circa 21.38m+NAP ligt. Vanuit het peil gemeten ligt daarmee de nieuwe bouwhoogte op 8970 mm + peil en voldoet daarmee niet aan de maximale bouwhoogte. Ook wordt de nieuwbouw niet voorzien van een kap, maar van een plat dak, de maximale goot- en bouwhoogte zijn daarmee gelijk waardoor wederom strijdigheid met het bestemmingsplan optreed. Verder bleek uit de reactie van de gemeente op het voorstel (april 2022) dat het gebruik niet helder was, waardoor er mogelijk ook sprake was van strijdigheid. Het bestemmingsplan geeft aan dat er op dit kavel enkel bouwwerken gerealiseerd mogen worden met de enkelbestemming recreatie. Zoals toegelicht in de inleiding, is de nieuwbouw een combinatiegebouw, als het ware bestaande uit een voorzieningengebouw en recreatiewoningen.

Deze recreatiewoningen dienen zowel als huisvesting voor maximaal 14 personeelsleden van het vakantiepark in het hoogseizoen, als recreatiewoningen welke tijdens het laagseizoen aan recreanten verhuurd kunnen worden. De overige ruimtes zullen gebruikt worden als recreatieruimtes waarin verschillende activiteiten kunnen worden georganiseerd, kortom belangrijk programma voor de entertainment op het vakantiepark voor de recreanten waarmee het gebruik aansluit bij de bestemming recreatie. Dit wordt dan ook in deze ruimtelijke onderbouwing niet als strijdigheid beschouwt en wordt daarom niet verder besproken. Een laatste mogelijke strijdigheid is de parkeervoorziening ten behoeve van het nieuwe gebouw. Betreffende het parkeren geldt dat in eerste instantie de parkeernormen niet volledig helder waren, echter is in de reactie van 28 maart 2022 vastgesteld dat er 13 nieuwe parkeerplaatsen nodig zijn ten behoeve van de te verhuren recreatieappartementen, bowlingbanen en recreatieruimten. Voorheen waren deze parkeerplekken dan ook ingetekend op de situatietekening. In de reactie van 19 juli 2022 wordt echter aangegeven dat dichtbij parkeren in dit geval niet verplicht is. Recentelijk is er een nieuwe parkeervoorziening gerealiseerd op het vakantiepark.

Deze nieuwe voorziening heeft voldoende capaciteit om deze 13 plekken op te vangen, maar dit zal verder inzichtelijk worden gemaakt in hoofdstuk 4.11.

Figuur 5: Uitsnede vigerend bestemmingsplan

2.3 Ruimtelijke toelichting nieuwe situatie De figuren 6-12 zijn de belangrijkste verschaalde omgevingsvergunnings tekeningen inclusief de tekeningen van de bestaande situatie (voor volledige set op schaal zie tekeningen behorende tot de vergunningsaanvraag). Hierop is te zien hoe het bestaande pand vervangen wordt door nieuwbouw met meer recreatieruimtes en recreatiewoningen ten behoeve van de huisvesting van het recreatieteam in het hoogseizoen/ verhuur aan recreanten in het laagseizoen. Het vergroten van het recreatieprogramma is nodig aangezien er gebleken is dat er meer behoefte is aan meer recreatiefaciliteiten op het vakantiepark. Specifieke voorzieningen die nog ontbraken, naast de flexibel te gebruiken recreatieruimtes, zijn een bowlingbaan en een sportvoorziening. Twee functies die relatief veel ruimte innemen en bij realisatie de ruimtelijke impact van het gebouw mogelijk aanzienlijk zou vergroten. Indien deze voorzieningen bovengrond gerealiseerd zouden worden, zou dat resulteren in een gebouw met drie bouwlagen, een bouwmassa welke niet goed zou passen in de directe omgeving waar, zoals bijvoorbeeld figuur 3 liet zien, geen enkel gebouw te vinden is met drie bouwlagen. Vandaar dan ook dat ervoor gekozen is om een nieuwe kelder in het ontwerpvoorstel op te nemen (zie ook vergunningstekeningen) waarin de bowlingbaan en sportschool worden geplaatst.

De flexibel te gebruiken recreatieruimtes dienen echter grotendeels op het maaiveld aangesloten te worden. De indeling van de grootste recreatieruimte is zeer flexibel en door de ruimte te voorzien van verschillende deuren kunnen de activiteiten gemakkelijk zowel binnen als buiten plaatsvinden.

Figuur 6: Bestaande situatie, voor tekening op schaal zie vergunningstekening

Figuur 7: Nieuwe situatie, voor tekening op schaal zie vergunningstekening

Figuur 8: Plattegrond bestaand, voor vergrootte tekening zie tekeningen vergunningsaanvraag.

Figuur 9: Plattegronden nieuw, voor vergrootte tekening zie tekeningen vergunningsaanvraag.

Figuur 10: Plattegronden nieuw, voor vergrootte tekening zie tekeningen vergunningsaanvraag.

Figuur 11: Gevels nieuwbouw, voor vergrootte tekening zie tekeningen vergunningsaanvraag.

Figuur 12: Doorsneden nieuwe situatie, voor vergrootte tekening zie tekeningen vergunningsaanvraag.

De eerste verdieping zal bestaan uit de prefab woonunits voor het recreatieteam. Hierdoor komt het dak van het voorstel op 8970 mm+peil te liggen (zoals aangegeven op geveltekeningen). Hoewel het nieuwe gebouw hierdoor één bouwlaag hoger wordt dan het huidige bouwwerk, is de verwachting dat deze verhoging geen afbreuk doet aan de ruimtelijke structuur van de omgeving. In de directe omgeving zien we immers ook relatief grootschalige bebouwing, zoals bijvoorbeeld het restaurant waarvan de nok ook hoger ligt dan de in het bestemmingsplan voorgeschreven 6.5m. Verder geldt dat de nieuwe bebouwing tevens fors lager blijft dan de achtergelegen heuvel zoals de geveltekeningen laten zien, waardoor er geen belemmering van het zicht van de bovengelegen vakantiewoningen ontstaat (zie voorbeeld ligging vakantiewoningen hieronder).

Figuur 13: Vanwege de hoogte van de bestaande heuvel zal de nieuwe bebouwing, ook al wordt deze hoger, geen belemmering vormen voor het zicht vanuit de woningen op de heuvel.

Op de recreatieruimtes van de kelder en begane grond worden MegaPlex woonunits geplaatst welke huisvesting bieden aan het recreatieteam. MegaPlex zijn innovatieve, duurzame, prefab woonunits, in een groene, duurzame omgeving, zoals het bos, hoort immers groene, duurzame architectuur thuis. De MegaPlex woningen zijn compact, maar worden toch ervaren als luxe woningen vanwege de hoge kwaliteit van het ontwerp (om een impressie te krijgen, zie foto’s hieronder van een reeds gerealiseerde MegaPlex woning). Deze compactheid samen met een aantal andere duurzame ingrepen, zoals de geïntegreerde zonnepanelen in de dakrand zorgen ervoor dat de energievraag en verbruik van de woningen sterk ingeperkt is. Maar de duurzaamheidsaspecten houden daar niet op, de units worden tevens vervaardigd uit duurzame materialen zoals houtskeletbouw elementen en CLT. Hout is een fraai materiaal wat oneindig geproduceerd kan worden in productiebossen niet ver van de fabriek. Hout slaat verder CO 2 op in tegenstelling tot veel alternatieve materialen die met name in de productie veel CO2 uitstoten.

Figuur 14: Fotoreeks bestaande MegaPlex woning ter referentie (tevens ontwikkeld door MegaPlex en AGB)

Zoals de geveltekeningen krijgen de buitengevels een houten uitstraling, hierdoor sluit de gevel materialisatie goed aan bij de natuurlijke omgeving van deze locatie. De gevels gaan als het ware overgang vormen van gebouw naar natuur vormt. De gevel aan de begane grond wordt voorzien van hoogwaardige antraciete sandwichpanelen met daarvoor houtlook staanders, de verdieping daarboven wordt voorzien van houtlook composietplaten en wanneer we bij het dak aankomen zien we nog meer natuurlijke elementen, namelijk het sedumdak waardoor het gebouw aansluiting vindt met de natuur van de achterliggende helling. Dit is in de huidige situatie overigens niet het geval zoals figuur 15 illustreert.

Tevens dient te worden opgemerkt dat de woonunits ook aan de binnenzijde een zeer natuurlijke uitstraling krijgen. Vanwege duurzaamheidsoverwegingen is de constructie namelijk gemaakt van hout (CLT) elementen welke niet afgewerkt worden, zie ook hierboven, een houten interieur past natuurlijk ook perfect in een natuurlijke omgeving zoals op vakantiepark de Thijmse Berg. Verder kunnen de woonunits inclusief buitengevels en balkon modules gedemonteerd worden en in korte tijd elders weer worden opgebouwd. Mochten de woningen in de toekomst toch niet nodig zijn kunnen deze dus eenvoudig worden gedemonteerd in verschillende onderdelen en veel recyclebare grondstoffen of zelfs helemaal ergens anders weer hergebruikt worden! Kortom, hoewel het voorstel door de implementatie van de recreatiewoningen niet voldoet aan de eis van het bestemmingsplan betreffende de maximale goothoogte en door het vergroten van het programma het maximale bebouwingsoppervlak overschreden wordt, tonen de bovenstaande toelichting en de ontwerptekeningen dat het ontwerp wel ruimtelijk goed ingepast kan worden: door de slimme keuze voor een kelder blijft de schaal van het gebouw zich goed verhouden tot die van de bebouwing in de omgeving en ook dankzij de compacte en slimme MegaPlex woningen wordt het geheel niet te grootschalig.

Verder wordt het ontwerp door de gekozen materialisatie ook goed ingepast in de omgeving en komt er dankzij het nieuwe sedum dak zelfs extra groen bij!

3. Toepasselijk beleid In het kader van onderhavige ruimtelijke onderbouwing wordt een onderscheid gemaakt tussen het rijksbeleid, het provinciale beleid en het beleid van de gemeente Rhenen.

3.1 Rijksbeleid Verondersteld is dat het initiatief past binnen het rijksbeleid, voor zover het rijksbeleid al van toepassing is op dit soort kleinschalige plannen.

3.2 Provinciaal beleid Het plangebied valt binnen het provinciale beleid van de provincie Utrecht. De provincie heeft in een aantal verschillende visies haar beleid vastgelegd waarvan de provinciale ruimtelijke structuurvisie 2013-2028 (PRS 2013-2028) en de provinciale ruimtelijke verordening 2013 (PRV 2013) de belangrijkste zijn voor dit project. Eén van de speerpunten uit deze beleidsstukken betreft duurzaamheid. Zo spreekt de PRS over duurzaam

ruimtegebruik,

duurzame

energiebronnen,

duurzaam

bouwen

en

duurzame

hemelwaterberging. In hoofdstuk 2 is toegelicht hoe er duurzaam om wordt gegaan met ruimte door, hoewel de nieuwe voorzieningen meer ruimte in zullen nemen dan het bestaande voorzieningen gebouw, de nieuwbouw zo compact mogelijk te houden. Tevens wordt er een divers groendak toegepast waardoor er gecompenseerd wordt voor het groen wat als resultaat van de vergroting van

het programma verloren gaat, wederom een voorbeeld van duurzaam ruimtegebruik: een duurzaam natuurinclusief dak in plaats van een reguliere dakafwerking zoals nu het geval is (zie ook figuur 15).

Figuur 15: Bestaande dak zal vervangen worden door sedum dak

Door het toepassen van zonnepanelen en dankzij de toepassing CLT, zoals besproken in het vorige hoofdstuk, vindt het ontwerp ook aansluiting bij het volgende uitgangspunt uit het provinciaal beleid: ‘Het gebruik van duurzame energiebronnen en duurzaam bouwen met zoals bijvoorbeeld met hout als constructiemateriaal wordt sterk aangemoedigd.’ En dankzij de inpassing van het groendak en de halfverharding ter hoogte van de parkeervakken kan tevens een duurzame waterberging gewaarborgd worden. Tevens is er sprake van provinciaal beleid betreffende het toerisme in de provincie, dit stelt het volgende: ‘De verwachting is dat de recreatiebehoefte vanuit de steden de komende jaren verder toeneemt, mede als gevolg van de grote binnenstedelijke woningbouwambitie. (...) De bestaande recreatieve voorzieningen willen we behouden en waar nodig versterken.’ De visie van de initiatiefnemer sluit hierbij aan, de Thijmse Berg ziet ook graag dat de capaciteit van het vakantiepark aansluiting vindt bij de recreatiebehoefte en wil dit door middel van dit plan realiseren binnen de bestaande grenzen van het park. Geconcludeerd is dan ook dat nieuwe voorzieningengebouw goed in dit provinciaal beleid past.

3.3 Gemeentelijk beleid De gemeente Rhenen heeft in de documenten ‘Visie op Rhenen 2035’ in hoofdlijnen de beoogde ontwikkelingen, ambities en wensen voor de gemeente van de aankomende jaren vastgelegd. Belangrijke uitgangspunten hierin zijn de duurzame omgang met water en natuur, het behoud van karakteristieke eigenschappen van de omgeving (voorlopige visie 2) en het streven naar innovatie. Dit kleinschalige project is in lijn met deze visie aangezien het duurzaam omgaat met water(berging) en natuur, door het groendak wordt immers nieuwe diverse natuur toegevoegd. Dankzij een relatief

kleinschalige maar slimme verdichting van het programma op vakantiepark de Thijmse Berg, kan het programma van het vakantiepark binnen de bestaande contouren blijven en krijgt het park nieuw programma wat de bezoekers van het park aanspreekt. Vaste bezoekers zullen daardoor graag blijven komen en het kleinschalige karakteristieke karakter van het vakantiepark wordt door de nieuwe voorziening niet aangetast. Door het integreren van de MegaPlex recreatiewoningen, een innovatief en duurzaam concept, is ontwerpvoorstel ook een innovatief voorstel. Verder zal dit plan, zoals toegelicht in hoofdstuk 2 en verder wordt besproken in hoofdstuk 4, de ruimtelijke structuur niet verstoren waarmee verondersteld wordt dat het bouwplan voldoet aan de gemeentelijke eisen voor het gebied.

4. Milieu en omgeving In dit hoofdstuk worden de omgevingsaspecten behandeld die binnen de ruimtelijke ordening, en daarmee dus ook voor deze ruimtelijke onderbouwing, van belang zijn. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de milieuaspecten, aangezien de beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe zijn gegroeid. Het milieubeleid stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen en is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren.

4.1 Bezonning Het project heeft geen negatieve impact op de bezonningssituatie van omliggende percelen

4.2 Ecologie Het voorstel van het nieuwe voorzieningengebouw en recreatiewoningen voor de Thijmse Berg wordt getoetst aan de wet natuurbescherming. Deze wet is in grote lijnen in drie onderdelen te splitsen, te weten soortenbescherming, gebiedsbescherming en de bescherming van houtopstanden. Voor dit project is soortbescherming en gebiedsbescherming van belang. Verder geldt dat er geen houtopstanden gekapt, waardoor de bescherming van houtopstanden niet van toepassing is. Echter voorziet het plan wel in de sloop van een gebouw waarin mogelijk beschermde soorten voorkomen. Bij de sloop van gebouwen wordt niet altijd gedacht aan de bescherming van diersoorten. Er zijn echter een aantal soorten dieren die juist afhankelijk zijn van menselijke bebouwing en die als strikt beschermde soort zijn aangewezen onder de Wet natuurbescherming. Het betreft gebouwbewonende vleermuissoorten, huismus en gierzwaluw. Soms kunnen ook andere strikt beschermde soorten nog gebruik maken van gebouwen, zoals uilen. Bij de sloop van gebouwen moet goed worden nagegaan of de functionaliteit van het leefgebied van deze soorten niet wordt verstoord. Als wel verstoringen plaatsvinden of zeer waarschijnlijk zijn, is een ontheffing noodzakelijk.

Verder moet in het algemeen worden opgemerkt dat op grond van de Wet Natuurbescherming is het verboden beschermde planten te vernielen of te beschadigen, beschermde dieren te verstoren,

verwonden of te doden. Daarnaast is het verboden rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten te beschadigen, weg te nemen of te vernielen. Vanzelfsprekend geldt dan ook voor iedereen in Nederland altijd dat ook op het moment van uitvoering, hoewel er nu geen sprake lijkt te zijn van beschermde flora en fauna in het directe plangebied, de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Blom Ecologie heeft ecologisch onderzoek verricht op vakantiepark De Thijmse Berg en de bevindingen betreffende soortenbescherming, gebiedsbescherming en de bescherming van houtopstanden samengevat in de rapportage van de quickscan wet natuurbescherming Nieuwe Veenendaalseweg 229 te Rhenen. Zij concluderen dat de beoogde ruimtelijke ingreep uitvoerbaar is in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze rapportage is op 05-09-2022 ingediend bij het OLO en de uitgebreide bevindingen zijn dan ook daar terug te lezen. Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie van Blom Ecologie is per soortgroep besproken wat de potentie van de planlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ruimtelijke ingreep. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.

In de voorliggende beoordeling is specifiek gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt.

4.2.1 Soortenbescherming Planten Ter plaatse van de planlocatie is slechts sprake van inheemse of aangeplante planten zonder beschermde status. Enkele waargenomen soorten betreffen: es, gewone braam, grote brandnetel, grove den, kleine ooievaarsbek, laurierkers en zomereik. Verharding is aanwezig in de vorm van bestrating rondom de bebouwing. Op de muren van de bebouwing is geen (beschermde) muurvegetatie aangetroffen. De beoogde ruimtelijke ingreep leidt niet tot aantasting van beschermde en/of kwetsbare vegetatie. Gelet op de functie, ligging en het gebruik van het perceel in relatie tot de habitatpreferentie van kwetsbare en zeldzame soorten wordt de aanwezigheid hiervan niet verwacht. Daarnaast zijn beschermde planten niet aangetroffen gedurende het veldbezoek. Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van het opzettelijk vernielen van beschermde planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Grondgebonden zoogdieren Op basis van de karakteristieken van de planlocatie (de openheid, de hoge mate van menselijke verstoring etc.) is geconcludeerd dat deze locatie enkel mogelijk een functie voor algemene soorten. Dit betreft met name egel en bosmuis (niet beschermd onder de Wet natuurbescherming) Dergelijke soorten zijn dermate opportunistisch dat in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar habitat aanwezig is waar ze zich al dan niet tijdelijk kunnen ophouden.

Bovendien geldt voor dergelijke algemene soorten vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Er is ten aanzien van

grondgebonden zoogdieren geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Vleermuizen De te slopen bebouwing is nauwkeurig geïnspecteerd op de aan- dan wel afwezigheid van potentiële verblijfplaatsen en geschikte invliegopeningen. Alle gevels en daken van de betreffende bebouwing zijn gecontroleerd op eventuele openingen als open stootvoegen, kierende daklijsten, scheefliggende dakpannen, ontbrekende specie en overige gevelafwerkingen die vleermuizen toegang kunnen verlenen tot een open dakruimte en/of spouwmuur. De te slopen gebouw is opgebouwd uit potdeksels met een plat bitumen dak. Achter de potdeksels is een betonnen muur aanwezig. Op meerdere plekken in de bebouwing zijn openingen aanwezig, welke leiden naar een ruimte tussen de betonnen muur en de potdeksels. Hierdoor is het mogelijk dat de beoogde ruimtelijke ingreep resulteert in het wegnemen van vleermuisverblijfplaatsen. Gebaseerd op de bekende verspreidingsgegevens, de ligging van de planlocatie (bosrijk gebied) en de type bebouwing is potentie voor verblijfplaatsen van de volgende vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Uit de resultaten van het aanvullend vleermuisonderzoek zijn er geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld.

Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied.De beoogde ingreep leidt tot niet overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Er zijn derhalve geen vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd. Amfibieën Amfibieën leven zowel in een aquatisch als terrestrische omgeving. Deze omgevingen betreffen voortplantingswater, foerageergebieden en overwinteringsstructuren. Deze habitatonderdelen dienen op korte afstand van elkaar te liggen. Er is geen sprake van oppervlaktewater op en rondom de planlocatie. Tevens is er sprake van veel verharding. Aanwezigheid beschermde soorten zoals de poelkikker kan derhalve op voorhand uitgesloten worden. Daarnaast wordt de rugstreeppad momenteel niet verwacht wegens de afwezigheid van functioneel leefgebied. Gezien de rugstreeppad niet waargenomen is in de omgeving van de planlocatie wordt tevens kolonisatie van rugstreeppad niet verwacht in de toekomst. Maatregelen ten aanzien van de rugstreeppad zijn derhalve niet noodzakelijk. Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad voorkomen op de planlocatie. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen op basis van de vastgestelde provinciale verordeningen.

Er is ten aanzien van amfibieën geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming.

Reptielen Reptielen zijn over het algemeen verbonden aan structuurrijke en weinig verstoorde biotopen als heidevelden, bosgebied en natuurlijke oevers. De planlocatie ligt centraal binnen het vakantiepark waardoor er sprake is van een hoge mate van menselijke verstoring. Daarnaast is de planlocatie grotendeels verhard. Derhalve is er geen sprake van functioneel leefgebied voor de beschermde noch inheemse reptielen op de planlocatie. Structuren als strooisellagen, oppervlaktewater, zand of broeihopen welke essentieel zijn voor de voorgenoemde soorten ontbreken op de planlocatie. Er is ten aanzien van reptielen daarom geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Insecten en andere ongewervelden Op de planlocatie zijn gedurende het veldbezoek geen (sporen en/of delen van) beschermde vlinders, libellen of andere ongewervelden aangetroffen. Op de planlocatie zijn geen plantensoorten aangetroffen die specifiek voor een beschermde ongewervelde een waardplant vormen. Er is ten aanzien van insecten en andere ongewervelden geen sprake van overtreding van verbodsbepalingen in het kader van de Wet natuurbescherming. Vogels Op de planlocatie en de directe omgeving hiervan zijn tijdens het veldbezoek de volgende soorten waargenomen: grote bonte specht, houtduif en putter.

Gedurende het veldbezoek zijn individuen, nesten en/of sporen niet aangetroffen van vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestlocatie en/of leefgebied. Binnen een straal van 100 meter van de planlocatie is vastgestelde aanwezigheid van nestlocaties van jaarrond beschermde vogels niet bekend (NDFF 2012-2022). Betreffende jaarrond beschermde nestlocaties (cat. 1 t/m 4) geldt dat de planlocatie in theorie verblijfplaats kan bieden aan huismussen welke mogelijk nestelen rondom zonnepanelen. Echter is de planlocatie in een bosrijke omgeving gelegen en wordt het gebouw omringd door hoge bomen. Hierdoor gaat predatie van sperwer een risico vormen, wat het leefgebied voor de huismus ongeschikt maakt. Daarnaast zijn huismussen niet waargenomen of gehoord en zijn waarnemingen van huismus in het bosrijke gebied vrijwel afwezig (NDFF 2012-2022). Ook heeft het recreatiegebouw geen geschikt dak voor gierzwaluwen en is het gebouw ontoegankelijk voor broedende uilen, noch zijn er nesten van uilen aangetroffen rondom de planlocatie.

Door het voorgenoemde kan het voorkomen van deze soorten op de planlocatie uitgesloten worden en geldt dat bij implementatie van het plan wat betreft vogels met jaarrond beschermde nesten geen sprake van het vangen of doden van individuen, het wegnemen van rust- of nestplaatsen, of het wegnemen van structuren die essentieel zijn in het functioneren van rust- of nestplaatsen. Wanneer het aankomt op algemene broedvogel en cat. 5 geldt dat de planlocatie voorziet in beperkt voedselaanbod en structuurrijke schuilgelegenheden voor algemene soorten. De struiken, bomen en bebouwing vormen voor algemene broedvogels zoals merel, duiven en kleine zangvogels geschikte nestlocaties. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van voornoemde soorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische

omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart t/m 15 juli. Ten aanzien van algemene broedvogels en categorie 5 soorten kunnen de kap- en sloopwerkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen en/of na het ongeschikt maken van de planlocatie. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een terzake deskundige. Conclusie soortenbescherming Tijdens het aanvullend onderzoek zijn er geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tevens maakt het plangebied (in beperkte mate) onderdeel uit van het leefgebied, maar is er geen sprake van het wegnemen van essentiële onderdelen van het leefgebied.De beoogde ingreep leidt tot niet overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming. Er zijn derhalve geen vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming benodigd. Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op individuen, nesten en/of verblijflocaties van andere soorten in het plangebied. Er zijn in geen nesten van vogelsoorten aangetroffen binnen het plangebied. Er is voor cat. 5 vogelsoorten geen sprake van ecologische zwaarwegende redenen en derhalve ook geen ontheffing Wnb noodzakelijk. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen.

Indicatief betreft het broedseizoen de periode 15 maart t/m 15 juli. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen werkzaamheden die mogelijk leiden tot verstoring of aantasting van nesten buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Voor de uitvoering van de ingreep is geen ontheffing Wnb nodig (tabel 4.1). Er gelden in het kader van de Wnb geen verdere vervolgstappen.

4.2.2 Gebiedsbescherming Natura 2000 Zoals hieronder te zien is maakt de planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Op een afstand van circa 1,6 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’.

Figuur 16: De planlocatie ligt op een afstand van circa 1.6km tot het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ (Nationaal Georegister PDOK, 2022)

De beoogde ruimtelijke ingreep betreft de realisatie van een recreatiegebouw. Ondanks dat deze buiten een Natura 2000-gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is om te resulteren in negatieve effecten. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Ten opzichte van de huidige situatie leidt de beoogde ruimtelijke ingreep in de gebruiksfase niet tot een toename in het aantal verkeersbewegingen. De voorziening vervangt in de eerste plaats immers een bestaande voorziening, in dit opzicht blijft het aantal verkeersbewegingen dus behouden en in de tweede plaats heeft het als hoofddoel het tijdelijk huisvesten van flexwerkers van het recreatieteam in het hoogseizoen. Zonder deze voorziening zouden zij naar het werken terug moeten rijden naar hun verblijfplaats buiten het vakantiepark wat nu leidt tot extra verkeersbewegingen maar in de toekomst dus tot een vermindering. Verder geldt dat gedurende de bouwfase er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht kan worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. De Wet natuurbescherming bevat ten gevolge van de Stikstofwet per d.d.

1 juli 2021 een partiële vrijstelling voor activiteiten gedurende de bouwfase. Hiermee kunnen de gevolgen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door aangewezen activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten (Wnb art. 2.9a). De juridische status van deze partiële vrijstelling kan in de toekomst wijzigen. Als activiteiten van de bouwsector worden aangewezen (algemene maatregelen van bestuur stikstofreductie en natuurverbetering): 

het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen;

het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen.

Gezien de afstand (1,6 km) tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, er geen toename in verkeersbewegingen wordt verwacht en er sprake is van een ontwikkeling van beperkte omvang wordt op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS-Calculator kan derhalve achterwege blijven.

Provinciaal aangewezen gebieden: NNN gebied De planlocatie maakt deel uit van het Natuurnetwerk Nederland en ligt op een afstand van circa 280m ligt het Natuurnetwerk Nederland. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is.

Figuur 17: Ligging van de planlocatie in NNN gebied en relatie tot Groene Contour (ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl, 2022)

Het uitgangspunt met betrekking tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is dat een bestemmingsplan geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maakt in het NNN die de wezenlijke kenmerken en waarden, kwaliteit, oppervlakte en samenhang van NNN aantasten. De volledige planlocatie heeft reeds de bestemming ‘Recreatie’. Derhalve is er binnen de beoogde ontwikkeling geen sprake van een bestemmingsplanwijziging of uitbreiding van een bestemming. Het streven is om geen bomen te kappen, hier is het ontwerp dan ook naar opgezet. Echter kan hierdoor niet uitgesloten worden dat in latere stadia, zoals de voorbereidingsfase, zal blijken dat enkele bomen gekapt dienen te worden. Wederom dient benadrukt te worden dat deze kans nihil is. Echter zijn de omliggende groenstrook zijn geen Rode lijst-soorten waargenomen (NDFF 2012-2022). Tevens is de groenstrook te midden van het vakantiepark gelegen en zou het mogelijk gaan om enkele te kappen bomen waardoor er geen sprake is van significante negatieve effecten op de samenhang en oppervlak van het NNN. Gezien de beperkte omvang van de beoogde ontwikkeling en er sprake is van een gelijkblijvende situatie kunnen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het NNN uitgesloten worden.

4.2.3 Houtopstanden In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan (i) zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer of (ii) een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet noodzakelijk.

Naast het landelijk en provinciaal beleid waar deze beoordeling op wordt getoetst hebben gemeenten echter vaak een eigen beleid omtrent het kappen dan wel vellen van bomen en struiken. Dit is vaak opgenomen in een Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Gemeentelijke Verordeningen mogen niet strijdig zijn met landelijk/provinciaal beleid. Het is derhalve aanbevelingswaardig om in de voorbereidende fase de bepalingen in de APV af te stemmen met de gemeente om conflicterende situaties in een later stadium te voorkomen.

4.2.4 Groen dak Hoewel er bij de nieuwbouw groter terug wordt gebouwd dan het bestaande gebouw, wordt er ook meer groen teruggeplaatst. Hoewel het maximale bebouwingspercentage dus overschreden wordt staat daar meer en diverser groen tegen over. Het gehele dak van de nieuwbouw wordt zoals eerder benoemd voorzien van sedum dak met diverse beplanting ter bevordering van de biodiversiteit (zie voorbeelden figuur 18).

Figuur 18: Voorbeeld sedum cassette en een dak na toepassing, het groen is divers wat bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit.

4.3 Bodemonderzoek In de ‘Wet bodembescherming’ zijn bepalingen opgenomen ter behoud en verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Wanneer (graaf-) werkzaamheden worden uitgevoerd is een (verkennend) bodemonderzoek aan de orde om te bepalen of het nodig is om eventuele vervuilde grond te saneren. Aangezien de realisatie van het voorgelegde initiatief gepaard zal gaan met graafwerkzaamheden is een bodemonderzoek noodzakelijk. Vandaar dan ook dat er een bodemonderzoek heeft plaatsgevonden waarvan de bevindingen zijn ingediend bij het OLO. Conclusies vanuit het verkennend en aanvullend bodemonderzoek: Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: 

In de opgebrachte laag zand onder de bestrating op het oostelijk gedeelte van de locatie is een lichte verontreiniging met PAK geconstateerd. Zintuiglijk zijn geen afwijkingen waargenomen.

In de geroerde humeuze laag in de boven- en de ondergrond op het westelijk gedeelte van de locatie is sprake van een (matige tot) sterke verontreiniging met zink en PAK, alsook lichte verontreinigingen met overige zware metalen, PCB en minerale olie. Zintuiglijk is zwakke bijmenging van puinresten waargenomen, alsook plaatselijk sporen hout, metaal, glas, plastic, kolengruis en slakken.

In de boven- en de ondergrond ter plaatse van het bestaande gebouw zijn, zowel zintuiglijk als analytisch, geen verontreinigingen geconstateerd.

Op basis van de resultaten van het aanvullend is vastgesteld dat de verspreidingoppervlakte van de sterke verontreiniging met zink en PAK in de boven- en de ondergrond ter plaatse van de noordwestelijke terreinstrook circa 20 m2 bedraagt. De sterke verontreiniging bij de boringen 2, 8 en 14 is aangetroffen binnen het traject van 0.2 tot 1.2 meter beneden maaiveld. De voorlopige omvang van de sterke verontreiniging op de noordwestelijke terreinstrook wordt geschat op circa 10 à 20 m.

Bij het onderzoek op asbest is in de geroerde laag in de boven- en de ondergrond op het westelijk gedeelte van de locatie, zowel visueel als analytisch, geen verontreiniging geconstateerd.

Omdat de grondwaterstand zich dieper dan 5 meter beneden maaiveld bevindt, heeft geen onderzoek van het grondwater plaatsgevonden.

Aanbevelingen vanuit het verkennend en aanvullend bodemonderzoek: Voor de aangetroffen sterke verontreiniging met zink en PAK in de grond ter plaatse van de noordwestelijke terreinstrook (zie figuur 19 in rood) bestaat formeel een aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek. De initiatiefnemer heeft samen met het betrokken bodemadviesbureau een onderbouwing aangeleverd dat het niet aannemelijk is dat de sterke verontreiniging met zink en PAK in de bodem van deze strook ook aan de andere kant van de keerwand in het natuurlijke talud doorloopt. Op basis daarvan heeft het bevoegd gezag (de ODRU, namens de gemeente Rhenen) geconcludeerd dat afperkende boringen in het talud niet zinvol zijn en dat de vastgestelde bodemverontreiniging als een niet-ernstig geval beschouwd mag worden. Lawijn Advies (het betrokken adviesbureau) stelt een plan van aanpak op met betrekking tot de sterke verontreiniging. Deze zal ter beoordeling bij het bevoegd gezag (ODRU) worden ingediend. In de vergunning wordt als voorwaarde (bodemvoorschrift) het indienen van het plan van aanpak opgenomen.”

Figuur 19: Vervuilde zone bevindt zich niet onder het nieuw te bouwen voorzieningengebouw maar er achter (Bodemrapport Lawijn, 2022)

4.4 Archeologisch onderzoek en cultuurhistorische waarden Op de beleidskaart archeologie van de gemeente Rhenen heeft de locatie van de nieuwbouw een lage archeologische verwachting. In het vigerende bestemmingsplan is voor het plangebied daarom geen dubbelbestemming archeologie opgenomen. In het kader van de voorgenomen bouwactiviteiten hoeft dus geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Vanzelfsprekend geldt wel de algemene meldplicht uit de Monumentenwet. Als bij uitvoering van de werkzaamheden vondsten worden gedaan waarvan wordt vermoed dat het archeologische vondsten betreft, is de initiatiefnemer op grond van art. 5.10 van de Erfgoedwet verplicht om deze te melden bij de bevoegde overheid. Om praktische redenen kan de initiatiefnemer deze melding doen bij de gemeente. De melding dient vergezeld te gaan van een foto van de vondst en gegevens over de exacte locatie van de vondst. Verder geldt dat het plan geen betrekking heeft op een monument en is niet gesitueerd binnen het beschermd stadsgezicht vandaar dat het ook dat cultuurhistorische waarden niet verder worden toegelicht in deze beschouwing. Op basis hiervan en gelet op het vorenstaande is de conclusie dat er geen nader archeologisch bureau- en/of veldonderzoek hoeft te worden uitgevoerd. De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen daarmee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6 M.e.r. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van zeven duurzame recreatiewoningen op een voorzieningengebouw.

Het

bestaande

voorzieningengebouw

wordt

daarbij

vervangen

door

nieuwbouw. De ontwikkeling voldoet in dit geval, gelet op de aard en omvang, niet aan de omschrijving van ‘een stedelijk ontwikkelingsproject’ in de zin van categorie D 11.2 in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Er is ook geen sprake van een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan in de zin van categorie D 9 in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Kortom het Besluit m.e.r. niet van toepassing op dit project.

4.7 Milieuzonering Het project zal het milieu (van de omgeving) niet belasten en ook zullen er geen milieugevoelige functies in worden geplaatst. Daarom hoeven er voor de realisatie geen extra onderzoeken betreffende milieuzonering worden aangeleverd en is het verder bespreken van dit onderwerp in deze beschouwing niet van toepassing.

4.8 Externe veiligheid Inrichtingen In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen inrichtingen die onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen vallen. Transport Het plangebied valt niet binnen een zone van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Nader onderzoek naar externe veiligheid is daarom niet nodig. Buisleidingen In het kader van het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen dient te worden beoordeeld of het perceel in een invloedssfeer daarvan is gelegen. Dit is niet het geval waardoor het plan niet in strijd is met de regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Kortom er hoeft geen extra onderzoek worden verricht naar de externe veiligheid.

4.9 Waterhuishouding De

gemeente

Rhenen

is

aangesloten

bij

het

Platform

Water,

Vallei

en

Eem,

een

samenwerkingsverband op het gebied van waterbeheer tussen Waterschap Vallei en Veluwe en gemeenten uit de regio. Aangezien er echter sprake is van een uitgebreide procedure van de bouwaanvraag waarmee het zicht op een snelle bouw is verkeken en aangezien er in dit stadium nog geen uitgebreide reactie vanuit de gemeente is ontvangen op het ontwerpvoorstel, is het voorstel niet voorgelegd aan de waterbeheerder. Nadat er een positieve reactie op dit plan vanuit de gemeente wordt ontvangen, kan dit, kan het ontwerp worden voorgelegd en kan het, en deze ruimtelijke onderbouwing, worden aangepast indien nodig. Het bestaande rioleringssysteem is ingericht om voldoende afvalwater te verwerken. Vanwege de kleinschaligheid van het project en de inpassing van het sedum dak waardoor regenwater langer vastgehouden kan worden, zal de hoeveelheid hemelwater wat op het dak komt niet voor problemen voor het riool zorgen. Daarmee voldoet het plan aan het beleid van het waterbeheer. Watercompensatie is daarmee niet nodig.

4.10 Luchtkwaliteit Op basis van de meest recente gegevens van de concentraties stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van het Geoportaal (zie hieronder) kan geconcludeerd worden dat deze concentraties voldoen aan de wettelijke normen.

Tabel 1: Huidige en toekomstige concentraties stikstofdioxide (NO2)

Aangezien het project dusdanig kleinschalig is, zal het niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging en kan geconcludeerd worden dat er voldaan wordt aan de eisen uit de Wet luchtkwaliteit en nader onderzoek naar de luchtkwaliteit niet noodzakelijk is.

4.11 Parkeren Betreffende de benodigde parkeervoorziening behorende tot het nieuwe combinatiegebouw geldt dat er in het verleden is vastgesteld dat er 13 nieuwe parkeerplaatsen nodig zijn ten behoeve van de te verhuren recreatieappartementen, bowlingbanen en recreatieruimten. Voorheen waren deze parkeerplekken dan ook ingetekend op de situatietekening. In de reactie van de gemeente van 19 juli 2022 wordt echter aangegeven dat dichtbij parkeren in dit geval niet verplicht is. Aangezien er recentelijk (met het oog op de toekomst) is gewerkt aan het uitbreiden van de parkeergelegenheid van het park (zie figuur 21) is het ook goed mogelijk om de 13 plekken op deze nieuwe voorziening op te vangen. De luchtfoto laat zien dat hier meer dan genoeg ruimte voor het parkeren. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat deze nieuwe voorziening voldoende capaciteit hebben om deze 13 plekken op te vangen, en dat daarmee in de parkeerbehoefte voldaan kan worden.

Figuur 20: Luchtfoto vakantie met hierop aangegeven de locatie van het net nieuw gerealiseerde parkeerterrein, nu nog niet op de luchtfoto’s te zien (vakantiewoningen zijn inmiddels al verdwenen).

Figuur 21: Huidige situatie gebied met blauw aangegeven (figuur 18) - er is een nieuwe parkeervoorziening gerealiseerd met overcapaciteit waardoor op deze locatie voorzien kan worden in de 13 plekken die voor het nieuwe initiatief van het combinatiegebouw nodig zijn.

4.12 Duurzaamheid De ROM adviesbrief van 14-10-2022 gaf het advies een aparte duurzaamheidsparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing op te nemen waarin de duurzaamheidsmaatregelen die verspreid staan in de ruimtelijke onderbouwing eens samen te vatten en waarin de toegepaste duurzaamheidsmaatregelen staan beschreven. Deze paragraaf vormt dan ook een beknopte samenvatting van de voornaamste duurzame ingrepen.

4.12.1 MegaPlex Eén van de belangrijkste duurzaamheids uitgangspunten van dit ontwerp zijn de MegaPlex logie units, dit zijn namelijk prefab MegaPlex units (zie figuur 14). MegaPlex maakt woon-/ logie-units welke gemakkelijk verplaatst kunnen worden.. Zodra ze niet meer nodig zijn op een locatie kunnen ze dan ook verplaatst kunnen worden naar een andere locatie, daarmee zijn ze circulair en dus zeer duurzaam. Om dit te kunnen verzekeren worden er hoogwaardige materialen toegepast voor de constructie en afwerking van de unit. De composiet beplating op de voorgevels gaat lang mee en vergt weinig onderhoud, de CLT (houten) constructie zorgt ervoor dat het interieur een warme, natuurlijke uitstraling krijgt welke lang mooi blijft en waarin bewoners zich prettig voelen, verder slaat het ook CO2 op, een duurzaam leefklimaat dus, op locatie Thijmse Berg of in de toekomst ergens anders! Boven de galerijen en/of balkons van de MegaPlex units wordt standaard over een diepte van circa 2,00 m een overstek van PV panelen aangebracht. In dit geval is elke unit dus voorzien van 2x 6 PV

panelen, waarbij elk zonnepaneel momenteel ca 450 Wp levert. Hierdoor leveren, zoals de BENG rapportage laat zien, de zonnepanelen meer energie dan de MegaPlex units zelf nodig hebben. Dit overschot wordt in dit geval gebruik voor de energievraag van het voorzieningengebouw waar de units op staan en met de toevoeging van slechts 7 extra PV panelen voldoet ook dit voorzieningengebouw aan de BENG eisen. Bij een moderne woning wordt 80% van het warme water gebruikt bij het douchen. Om die reden kiest Megaplex voor een efficiënte industriële warmtewisselaar op het douchewater welke 78% rendement heeft. Het overgrote deel van alle warmte wordt dus teruggewonnen en hergebruikt. Om die reden kan Megaplex af met een zeer compacte (50 L) boiler voor zowel keuken als badkamer tegen minimale energie- en onderhoudskosten. Door het ontbreken van een warmtepomp is er geen buitenunit nodig en geen geluidsoverlast. Om ervoor te zorgen dat de MegaPlex units in de toekomst inderdaad makkelijk ergens anders kunnen worden geplaatst is het van groot belang dat de units uniform zijn, anders zouden MegaPlex units van verschillende locaties later niet gecombineerd kunnen worden. Vandaar dan ook dat de oriëntatie van de pv-panelen, en de inpassing van andere installaties, een vast gegeven is bij het toepassen van deze units en daarmee niet aangepast kunnen worden.

MegaPlex units zijn standaard voorzien een volledig afgewerkte badkamer en keukenblok, hierbij kiest MegaPlex keukenapparatuur van ATAG. Deze keukenapparatuur is specifiek gekozen omdat deze extreem zuinig is wat belangrijk is voor het verlagen van het energieverbruik in de gebruiksfase, daarmee zijn de units ook daadwerkelijk duurzaam is niet alleen in de bouwfase maar ook in de gebruiksfase, iets wat in de statische BENG berekening niet meegenomen kan worden. De standaard Megaplex unit is voorzien van een o.a. een oven, koel/vrieskast, vaatwasser, wasmachine, inductie kookplaat met afzuigkap. Omdat de montage fabrieksmatig gebeurd en de inkoop grootschalig is is met de fabrikant een unieke 10 jaar garantie overeengekomen, daarmee wordt gegarandeerd dat de keuken lang meegaat, extra duurzaam dus.

4.12.2 Sedum dak Zoals in paragraaf 4.2.4 wordt toegelicht zal het dak van de nieuwbouw, voor zover mogelijk, voorzien worden van sedumcassettes (zie figuur 18). De sedumcassettes zijn voorzien van diverse soorten planten waardoor het een geschikt verblijfsklimaat kan worden voor verschillende soorten fauna. Deze ingreep werkt daarmee biodiversiteit bevorderend. Tevens zorgt de ingreep ervoor dat hemelwater langer vastgehouden kan worden en vervolgens middels evaporatie weer aan de omgeving kan worden afgestaan, de ingreep werkt hiermee dus ook verkoelend.

4.12.3 PV panelen Momenteel voorziet het plan in 91 zonnepanelen, conform de BENG berekening, maar zoals er op figuur 10 te zien is, is er nog meer ruimte voor PV en is het dak ook zeer geschikt voor meer

zonnepanelen, het sedum werkt immers verkoelend waardoor de PV panelen beter werken, zeker op warme dagen, en daarmee meer opleveren. Deze extra PV panelen zouden dan vervolgens ook een deel van de rest van de energievraag van het vakantiepark duurzaam kunnen opwekken. De initiatiefnemer is dan ook voornemens om op termijn meer zonnepanelen op het dak te plaatsen.

4.12.4 Materiaalgebruik Hieronder zijn de resultaten van de MPG berekening te zien voor het ontwerp. Te zien is hoe het voorzieningengebouw duurzamer scoort dan de logie units op het dak. Hoewel beide onderdelen beter scoren dan de wet verplicht, oogt de score van de MegaPlex unit in eerste instantie vreemd, paragraaf 4.12.1 beschreef immers de duurzame kwaliteiten van de MegaPlex unit. Het grote aantal PV panelen verklaart echter de relatief hoge score. De logie units zijn voorzien van meer PV panelen dan nodig zijn voor de units zelf (zie vorige paragraaf), hierdoor zijn de schaduwkosten van de elektrische installaties, waar de duurzame ingreep voor PV panelen onder valt (zie figuur 23 en MPG rapport) zeer hoog.

Figuur 22: Resultaten MPG berekening (HBA B.V. 2022)

Figuur 23: MPG Resultaten MegaPlex logie units (HBA B.V. 2022)

Volgens de MPG berekening van het voorzieningen gedeelte van het gebouw scoort dit gedeelte relatief ver onder de wettelijke eis met een score van 0,519. Wanneer er ingezoomd wordt op de totstandkoming van dit resultaat (zie figuur 24 en MPG rapport) valt op dat de fundering, waaronder ook de kelder valt, de meeste milieu impact heeft. Dit is het resultaat van het beton gebruik, waarvoor helaas nog geen volledig duurzaam alternatief op de markt is. Bij de uiteindelijke bouw kan er echter wel voor gekozen worden om bijvoorbeeld afgedankt en verpulverd beton te gebruiken als aggregaat waardoor de kelder en fundering duurzamer kan worden uitgevoerd. Echter vraagt dit om een dergelijke expertise van de aannemer en beton leverancier en aangezien deze partijen nog niet geselecteerd zijn, vraagt dit bij de bouwvoorbereiding om nader onderzoek.

Figuur 24: MPG resultaten voorzieningengebouw (HBA B.V. 2022)

4.12.5 Toelichting resultaten BENG berekening Zoals in de BENG berekening te zien is voldoet het gebouw aan de BENG eisen en heeft het een energielabel van A+++. Hierbij geldt dat het voorzieningen gedeelte van het gebouw 62,69 kWh/m² fossiele energie per jaar gebruikt wat neerkomt op een uitstoot van 14,70 kg CO /m² per jaar. Om het energielabel in de toekomst verder te verbeteren wenst de initiatiefnemer op termijn meer zonnepanelen te realiseren op het dak, hierdoor zal de afhankelijk van fossiele brandstoffen in de toekomst verder afnemen. Verder zou het verbeteren van de kierdichting van het gebouw de energievraag van het gebouw sterk kunnen verlagen. Het realiseren van een betere kierdichting vraagt echter ook om een zekere expertise van de uiteindelijke aannemer, maar aangezien deze nog niet definitief is geselecteerd is er bij de BENG berekening gekozen voor een aannemelijke waarde. Bij het uitwerken van de werktekeningen voor de bouw kan hier nader onderzoek naar worden gedaan.

Betreffende de BENG berekening voor de logiesfuncties geldt dat de unit 35,43 kWh/m² fossiele energie per jaar verbruikt, wat neerkomt op een uitstoot van 8,31 kg CO /m² per jaar. Wederom geldt dat dit verbruik verder naar beneden kan zodra er meer PV panelen worden gerealiseerd, maar het is vrijwel onvermijdelijk dat er in de winter, wanneer er te weinig zon is, alsnog alternatieve energiebronnen moeten worden gebruikt, echter is het goed mogelijk dat in de wintermaanden de logie units veel minder gebruikt worden dan de BENG suggereert, ze staan immers op een vakantiepark. Verder ook wederom dat er in een later stadium met de aannemer gesproken kan worden over een betere kierdichting. Wanneer het aankomt op de verwarmings- en koelvraag van de woningen, is de verwachting dat deze in de gebruiksfase zullen afwijken van de BENG berekening. De pilotversie van de prefab units staat inmiddels al een aantal jaar in Noordwolde (te zien in figuur 14) en is in die periode veel gemonitord. Hier is gebleken dat in de praktijk het energieverbruik van de unit zeer laag is, veel lager dan BENG rapportages doen vermoeden. Verder blijft, hoewel dit op basis van de BENG rapportage niet het geval zou lijken, het in de zomer koel in de unit, dit komt doordat (stationaire) BENG berekeningen het effect dat de zonnepanelen-luifel heeft niet volledig meenemen.

Door de praktijkervaringen uit Noordwolde hebben wij er daarom volledig vertrouwen in dat de MegaPlex units, in de gebruiksfase, veel duurzamer zijn dan de BENG-berekening (toegelicht in paragraaf 4.12.5) suggereert en dat het binnenklimaat dus ook zeer behaaglijk zal zijn.

4.12.6 AERIUS Berekening In het rapport van Hedgehog Company is een berekening van de stikstofdeposties gemaakt. Hieruit is de volgende conclusie getrokken: Voor

de

aanleg-

en

beoogde

gebruiksfase

van

een

voorzieningengebouw

met

daarop

vakantiewoningen aan de Nieuwe Veenendaalseweg te Rhenen (op vakantiepark ‘De Thijmse Berg’) is een stikstofdepositie berekening uitgevoerd. De uitkomsten bedragen in alle scenario’s en op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jr. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten in omliggende Natura 2000-gebieden ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage treden geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Deze rapportage is ingediend bij het OLO.

5. Economische & maatschappelijke haalbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid De kosten voor deze ruimtelijke onderbouwing komen voor rekening van de initiatiefnemer. Verder is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor de uiteindelijke exploitatiekosten en eventuele planschade. Daarmee is het plan economisch uitvoerbaar en is het opstellen van een exploitatieplan niet nodig. Het plan heeft verder geen consequenties voor de gemeentelijke kas.

5.2 Privaatrechtelijke belemmeringen Privaatrechtelijke belemmeringen zullen niet in de weg staan aan de vaststelling en (economische of maatschappelijke) uitvoerbaarheid van het project. Het project wordt namelijk gerealiseerd op een perceel waarvan de initiatiefnemer eigenaar is. Verder overschrijdt het plan ook geen perceelsgrenzen waardoor eigenaren van andere percelen mogelijk last van het project zouden ondervinden.

5.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project De bewoners uit de directe omgeving zijn door de initiatiefnemer op de hoogte gesteld van het plan, door middel van een brief, hier zijn momenteel (geschreven op 18-11-2022) nog geen reacties opgekomen. De verwachting is echter dat er voldoende draagvlak bij bewoners in de omgeving is voor het plan. Zeker aangezien het project ten midden van het bestaande terrein gerealiseerd zal worden, tussen andere recreatiewoningen, is de verwachting dat de realisatie niet zal resulteren in problemen voor de omwonende. Het plangebied bevindt zich daarmee immers relatief ver van andere woningen aan de Nieuwe Veenendaalseweg. Lichtoverlast voor omwonende is daarmee uit te sluiten en aangezien er sprake is van recreatiewoningen voor personeel zal er geen extra geluidsoverlast ontstaan. Dit personeel komt verder nu ook al naar het recreatiepark om te werken waarmee er tevens geen sprake zal zijn van extra verkeersbewegingen, personeel kan in de nieuwe situatie zelfs langer op het park blijven. Verder zal participatie en inspraak geboden worden door de aanvullingen die de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geeft op afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Zo worden omwonenden en betrokken instanties wederom geïnformeerd over het ontwerpbesluit en het definitieve besluit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13681616/1