Bijlage 3 Ontwerp-omgevingsvisie provincie Utrecht
Tekst van het document
Klimaatbestendig en waterrobuust Provinciaal belang Ontwikkelen van een robuust en duurzaam bodem- en watersysteem
Bijdragen aan het afremmen van bodemdaling en aan CO₂-reductie in veenweidegebieden Duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening
Toelichting De provincie heeft wettelijke taken op het gebied van de bodem- en watersystemen (zowel grond- als oppervlaktewater), schoon en gezond water (waterkwaliteit) en omgang met teveel en te weinig water. Toekomstige veranderingen en ontwikkelingen vragen om het behoud van een duurzaam evenwicht tussen benutten en beschermen, op provinciaal niveau. Het regionale bodem- en watersysteem ‘draagt’ de bovengrondse ruimtelijke ontwikkelingen. Het systeem stopt niet bij gemeentelijke grenzen en vraagt om regionale keuzes. Hierbij houdt de provincie rekening met gebiedsspecifieke belangen en opgaven. Afremmen van bodemdaling vergt een regionale en ‘bovenregionale’ aanpak. De provincie heeft een zorgplicht voor drinkwater en heeft wettelijke taken op het gebied van het aanwijzen van beschermingszones ten behoeve van de openbare drinkwaterwinning. Provinciale betrokkenheid is nodig om de in samenwerking de leveringszekerheid van schoon en voldoende drinkwater blijvend veilig te stellen.
27 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Toekomstbestendige natuur en landbouw Provinciaal belang Behouden en versterken van de biodiversiteit
Ontwikkelen, versterken en in stand houden van een robuust netwerk van natuurgebieden van hoge kwaliteit Behouden en versterken van ‘natuurwaarden’ voor de mens
Uitbreiden, revitaliseren en beschermen van houtopstanden
Bevorderen van een duurzame en economisch rendabele landbouw die dicht bij de inwoners staat en bijdraagt aan een vitaal landelijk gebied
Bevorderen van een duurzame consumptie van lokaal geproduceerd voedsel en gezonde voeding
Toelichting De provincie heeft een wettelijke taak voor het behouden of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van beschermde en bedreigde plantensoorten en diersoorten en hun leefomgeving. Hetzelfde geldt voor het onder controle krijgen van de aanwezigheid van invasieve uitheemse soorten. Daarnaast heeft de provincie een zorgplicht voor het behouden en versterken van de biodiversiteit. De provincie heeft een wettelijke taak voor de totstandkoming en instandhouding van het Europees en Nationaal Natuurnetwerk. Een groene en biodiverse leefomgeving en het kunnen recreëren in de natuur dragen bij aan de fysieke en mentale gezondheid. De provincie bevordert de betrokkenheid bij en de beleving van natuur. Als mensen zich betrokken voelen bij de natuur, is er meer draagvlak voor de bescherming ervan. De provincie heeft een wettelijke en bovenregionale taak voor behouden en beschermen van ‘houtopstanden’ (bossen en bomen). Vanuit het Klimaatakkoord heeft de provincie samen met andere partijen de opdracht tot het vergroten van het oppervlak bos en bomen in de provincie. De agrarische sector beheert ongeveer de helft van het grondgebied in de provincie Utrecht. Het is belangrijk dat de sector economisch vitaal blijft en deze rol kan blijven vervullen.
De provincie biedt mogelijkheden voor een transitie naar een circulaire, natuurinclusieve, klimaatneutrale en diervriendelijke landbouw (kringlooplandbouw), met behoud van gebiedskwaliteiten en een gezonde leefomgeving. De provincie stimuleert dat er meer aanbod is van lokaal geproduceerd voedsel en dat inwoners gezond eten.
Duurzame energie en circulaire samenleving Provinciaal belang Bijdragen aan het verminderen van energiegebruik
Bevorderen van en voldoende ruimte bieden aan de realisatie van duurzame energiebronnen
Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Toelichting De provincie stimuleert energiebesparing, ook om de impact van de energietransitie te verminderen. Want als de energievraag afneemt, wordt de druk op de ruimte voor het realiseren van duurzame energie kleiner. Voldoende duurzame energie is van belang voor wonen, economische ontwikkeling, verduurzaming en weerbaarheid. Het is een essentieel onderdeel van klimaataanpak vanwege de grote bijdrage van energie aan broeikasgasuitstoot. Ook om afwenteling naar andere plekken of later te voorkomen. Het heeft bovenlokale effecten en integrale sturing op provinciaal niveau nodig om te zorgen dat vraag, aanbod, opslag en transport van verschillende energiedragers in balans blijft. 28
Bevorderen van een duurzaam, robuust en betaalbaar energiesysteem voor het opwekken, opslaan, distribueren en omzetten van energie
Beschermen strategische locaties voor de circulaire samenleving
De energievoorziening overstijgt lokale en regionale grenzen. Het is belangrijk om het energiesysteem zo optimaal en zo duurzaam mogelijk te realiseren en af te stemmen met andere ‘ruimtelijke ontwikkelingen’. Dit zorgt voor een betere balans van vraag en aanbod en ook voor een efficiënter energiegebruik. De aanwezigheid van clusters van circulaire bedrijven voor iedere regio noodzakelijk. De locaties vervullen een bovenregionale functie. Deze locaties zijn echter schaars en nieuw aanbod creëren is zeer complex. Het is van belang om de bestaande locaties te behouden, en zo optimaal mogelijk te benutten en ontwikkeling, behoud en gebruik (boven)regionaal af te stemmen.
Goede bereikbaarheid Provinciaal belang Zorgdragen voor en voldoende ruimte bieden aan goede, duurzame en veilige bereikbaarheid van woon-, werk- en vrijetijdslocaties
Zorgdragen voor de instandhouding van de provinciale wegen, vaarwegen, de fiets- en wandelinfrastructuur en de traminfrastructuur Zorgdragen voor een adequaat provinciaal ov-netwerk
Toelichting Mobiliteit gaat voorbij lokale en regionale grenzen. Ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteit moeten op elkaar worden afgestemd, vraag en aanbod moeten op elkaar worden afgestemd en verschillende manieren van vervoer en netwerken moeten verder met elkaar geïntegreerd worden. De provincie heeft een wettelijke verantwoordelijkheid voor het instandhouden van de provinciale infrastructuur. De provincie heeft als decentrale ov-autoriteit een wettelijke verantwoordelijkheid voor het instandhouden van het regionale openbaar vervoer.
Vitale steden en dorpen Provinciaal belang Bevorderen van een zorgvuldig en efficiënt ruimtegebruik in de stad
Bevorderen van en voldoende ruimte bieden voor het realiseren van een op de behoefte aansluitend aanbod van woningen en woon(zorg)voorzieningen
Toelichting Regionale afstemming en het creëren van een gelijk speelveld in alle gemeenten is nodig. De markten voor woon- en werk- en kantoorlocaties functioneren regionaal. Ook de invloed van binnenstedelijke ontwikkelingen (transformatie, herstructurering en het aanpakken van leegstand) gaan soms voorbij de gemeentegrens. Er is een regionale woningmarkt die vraagt om provinciale programmering en afstemming per regio. Het gaat om een aanbod dat op regionaal niveau in kwantitatieve en kwalitatieve zin is afgestemd op de (toekomstige) behoefte en de vraag van alle woningzoekenden (inclusief aandachtsgroepen). Dan gaat het om zowel het type woningen als de betaalbaarheid ervan.
29 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Bevorderen van en voldoende ruimte bieden voor het functioneren en versterken van een vitale, circulaire en innovatieve regionale economie
Ruimte bieden voor behoud en versterking van een aantrekkelijk voorzieningenniveau in centrumgebieden
De markten voor kantoren en bedrijventerreinen hebben een regionale functie. Dit vraagt dus om een provinciale aanpak die aansluit bij de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Ook de ontwikkelingen van en op innovatielocaties en op defensieterreinen spelen bovengemeentelijk. Gevarieerde en bereikbare voorzieningen bepalen mede de kwaliteit van de binnenstad en het ‘woonmilieu’ (de woning en de omgeving ervan). Ontwikkelingen in de ene gemeente kunnen gevolgen hebben voor de het voorzieningenniveau in de andere gemeente.
Gezonde omgeving en vrije tijd Provinciaal belang Bevorderen van een gezonde leefomgeving
Bevorderen van een veilige inrichting van de leefomgeving
Versterken van de onderlinge relatie tussen stedelijk en landelijk gebied
Behouden en versterken van goede en aantrekkelijke recreatieve voorzieningen
Toelichting De provincie heeft wettelijke regionale en bovenregionale taken op het gebied van geluid, stilte, de luchtkwaliteit, geur, trillingen en de bodem- en waterkwaliteit. De belasting van het milieu moet beperkt worden, in het belang van de natuur zelf en dat van de inwoners. De provincie houdt bij keuzes voor ruimtelijke ontwikkelingen en gebruik rekening met het bevorderen van gezond gedrag, met sociale veiligheid en met inclusiviteit van de leefomgeving. De provincie heeft wettelijke regionale en bovenregionale taken op het gebied van waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid op en rond de provinciale infrastructuur. De zones die de verbinding zijn tussen stedelijk en landelijk gebied hebben invloed op de kwaliteit en uitstraling van de steden en dorpen en van het landelijk gebied. Het tegengaan van leegstand en verrommeling draagt bij aan de kwaliteit van die zones. Groene verbindingen voor lopen en fietsen tussen stedelijke omgeving en landelijk gebied bevorderen meer bewegen en ontspannen. De zorg voor fiets- en wandelpaden, routenetwerken, waterwegen, recreatieterreinen, accommodaties en schoon zwemwater gaat voorbij de grenzen van gemeenten of de provincie. Doel is een evenwichtige spreiding van recreanten en toeristen over stad en landelijk gebied, een op de vraag aansluitend aanbod en zorg voor behoud van stilte voor de rustzoekende mens.
Om dat voor elkaar te krijgen wordt onder andere gekeken naar zonering.
Levend landschap, erfgoed en cultuur Provinciaal belang Richting geven aan behoud en ontwikkeling van kernkwaliteiten van het landschap en aardkundige waarden
Toelichting De structuur en de kwaliteiten van landschappen gaan voorbij de grenzen van gemeenten. ‘Aardkundige waarden’ (bijvoorbeeld stuwwallen) zijn deel van de landschappelijke kwaliteiten. 30
Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Beschermen, benutten en beleven van de cultuurhistorische waarden
Beschermen en benutten van de uitzonderlijke universele waarde van UNESCO Werelderfgoed
Bijdragen aan een sterke en toegankelijke cultuursector
De cultuurhistorische hoofdstructuur van Utrecht gaat voorbij de grenzen van gemeenten en soms ook van de provincie zelf. De provincie zorgt voor een eenduidige aanpak, zowel als het gaat om het gebruik van de gebieden als het beschermen en benutten ervan. De provincie heeft een wettelijke taak om ervoor te zorgen dat de kernkwaliteiten van de Neder-Germaanse Limes en de Hollandse Waterlinies als UNESCO Werelderfgoed niet worden aangetast. De provincie bevordert het restaureren van rijksmonumenten, het beheren van archeologische vondsten (wettelijke taak), het in stand houden van molens en kasteelmusea, het organiseren van festivals, het aanbieden van cultuur- en erfgoededucatie via het onderwijs en het faciliteren van het bibliotheeknetwerk (wettelijke taak). Hiermee dragen wij bij aan een sterke en toegankelijke cultuursector, zodat zoveel mogelijk mensen cultuur kunnen beoefenen, beleven en ervaren.
31 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
4. Beleid In dit hoofdstuk beschrijven we aan de hand van zeven thema’s ons beleid voor een gezonde, veilige en toekomstbestendige leefomgeving. Wij werken met dit beleid aan een provincie die klimaatneutraal, klimaatbestendig en waterrobuust is, die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft, waarin plek is voor duurzame energie en een circulaire samenleving, met goede bereikbaarheid voor vitale steden en dorpen, waarin inwoners kunnen leven in een gezonde omgeving met voldoende vrijetijdsmogelijkheden en de kwaliteiten van landschap, erfgoed en cultuur levend worden gehouden. Acht leidende principes geven richting aan de beleidsthema’s en geven ook randvoorwaarden mee.
Afbeelding 6. Wiel met daarin de 7 thema's (bron: Provincie Utrecht)
4.1
Leidende principes
Wijzigingen ontwerp Omgevingsvisie 2025 paragraaf 4.1 - Update van de leidende principes We werken met acht leidende principes. Ze komen op diverse plekken terug in de beschrijvingen van de beleidsthema’s. Ze sluiten aan op het doel van meer brede welvaart. Het gaat om meer dan materiële en economische welvaart. Het gaat om wat bijdraagt aan de kwaliteit van leven, zoals: gezondheid, onderwijs en opleiding, leefomgeving, persoonlijke ontplooiing en veiligheid. Bovendien gaat het niet alleen om de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, maar ook om de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen ‘elders’ (buiten onze provincie) en ‘later’ (toekomstige generaties). We streven hierbij naar het zoveel mogelijk voorkomen van afwenteling. Dit betekent een transitie naar een duurzame, klimaatneutrale, circulaire en inclusieve samenleving. Tegelijkertijd kunnen we als provincie niet in alles zelfvoorzienend worden. We streven ernaar om de toekomstige effecten van ons beleid in beeld te hebben, maar kunnen ze niet allemaal nu al voorzien.
33 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Gezondheid en veiligheid Elementen in de fysieke leefomgeving hebben effect op de gezondheid en veiligheid van mensen. Bijvoorbeeld woningen en woonmilieus en de aanwezigheid en goede bereikbaarheid van verschillende voorzieningen: winkels, het ov, scholen en zorginstellingen. Groen en water dragen in grote mate bij aan de gezondheid van mensen. We willen dat de inrichting van de omgeving bevordert dat mensen gezondere keuzes maken, zoals vaker de fiets pakken of lopen en meer sporten. Slechte milieukwaliteit is een belangrijke veroorzaker van gezondheidsverlies (Volksgezondheidstoekomstverkenning, RIVM, 2024). Vooral als gevolg van de huidige luchtkwaliteit en geluidbelasting. De kans op incidenten moet beperkt worden voor de veiligheid van onze inwoners. Klimaatverandering brengt meer en grotere weersextremen, die ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid, veiligheid, welzijn en de economie. Behalve de fysieke leefomgeving is de sociale omgeving belangrijk voor de gezondheid en veiligheid. Mensen moeten zich thuis kunnen voelen, andere mensen kunnen ontmoeten en zich veilig voelen, zowel sociaal als in het verkeer. Wij bepalen in grote lijnen waar stedelijke ontwikkelingen plaats kunnen vinden en daarmee deels ook de mogelijkheden voor een gezonde en veilige leefomgeving.
Werken aan een gezonde en veilige leefomgeving Voor het beschermen en bevorderen van een gezonde en veilige leefomgeving hanteren we 6 hoofdprincipes, die aansluiten bij elementen van brede welvaart. De basis voor deze hoofdprincipes wordt gevormd door het natuurlijke systeem van bodem, water en natuur. Per hoofdprincipe zijn er een groot aantal belangen, inrichtingsprincipes en advieswaarden samengebracht in de Gezondheidsscan. Onze inzet is om tot integraal afgewogen inrichtingskeuzes te komen waarbij ook gezondheid en veiligheid goed worden meegenomen. De Gezondheidsscan is hiervoor een hulpmiddel. We benutten hierbij de kennis en expertise van de GGD en de VRU.
Afbeelding 7. Een gezonde leefomgeving (bron: provincie Utrecht)
34 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Kwaliteit en aantrekkelijkheid De kwaliteit en aantrekkelijkheid van de leefomgeving zijn erg belangrijk voor de inwoners, gebruikers en bezoekers van onze provincie. Denk aan cultuur en erfgoed, aan landschappen en natuurgebieden en aan de diversiteit van bebouwing en functies in het stedelijk gebied. Dit draagt bij aan een gezonde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving en daarmee aan de kwaliteit van leven. Met beleid proberen we de kwaliteit en aantrekkelijkheid steeds meer te verhogen, ook door inwoners meer bij de inrichting van de omgeving te betrekken en door de creatieve verbeeldingskracht van kunstenaars en vormgevers in te zetten (onder andere via ontwerpend onderzoek). We kijken daarbij zowel naar de gebiedseigenheid als naar de functionaliteit en de toekomstbestendigheid. In paragraaf 3.3 was al meer te lezen over de kwaliteit van de leefomgeving.
Welzijn De inrichting van de leefomgeving moet bijdragen aan het algemene welzijn van inwoners en bezoekers. Zo stimuleert de provincie Utrecht een inclusieve samenleving waarin iedereen betrokken is en mee kan doen, ongeacht iemands beperking, gender, geaardheid, culturele of etnische achtergrond, religie, leer- of werkniveau of financiële situatie. Ons beleid is mensgericht, gebruikersgericht en inclusief. Bij de inrichting van de leefomgeving is van belang dat die toegankelijk is voor verschillende doelgroepen. We kijken hoe inwoners een gebied beleven en nemen drempels weg, zowel letterlijk (voor mensen met een fysieke beperking) als figuurlijk (bijvoorbeeld voor prikkelgevoelige mensen). We ondersteunen de ontwikkeling van noodzakelijke basisvaardigheden voor deelname aan de digitale samenleving. En we stimuleren de sociale cohesie in de samenleving: het ‘wij-gevoel’.
Klimaatmitigatie en klimaatadaptatie De nationale klimaatdoelen voor 2030, 2040 en 2050 zijn alleen te halen als CO2-reductie bij de bron en CO2verwijdering uit de atmosfeer hand in hand gaan en we landelijk bereid zijn om middelen en ruimte hiervoor vrij te maken. Ook onze provincie staat hiermee voor een aantal grote maatschappelijke opgaven die gekoppeld zijn aan klimaatverandering. Volgens de klimaatscenario’s van het KNMI wordt het warmer, natter in de winter en droger in de zomer. Bovendien stijgt de zeespiegel en neemt de biodiversiteit af. Deze veranderingen hebben grote gevolgen voor de leefomgeving, de natuur, de landbouw en de infrastructuur. Om het tempo van de klimaatverandering te remmen, zetten we in op het zuinig en zorgvuldig omgaan met energie, grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen. Voor Utrecht betekent dit dat het energiegebruik omlaag moet, er meer duurzame energie moet worden opgewekt, koolstof met name in landbouwgrond, gewassen en in hout(bouw) langdurig en meetbaar kan worden ‘vastgelegd’, en dat het vervoer en de gebouwde omgeving moeten verduurzamen.
Om ons aan te passen aan klimaatverandering gaan we slimmer om met water, maken we meer ruimte voor biodivers groen en schaduwplekken, versterken we het natuurlijke bodem- en watersysteem, houden we de provincie veilig tegen overstromingen, beperken we de wateroverlast en de gevolgen van droogte, houden we Utrecht brandveilig en bouwen we met oog voor de toekomst. Daarbij nemen we de eerste maatregelen op de plekken waar klimaatadaptatie het hardste nodig is (bijvoorbeeld vanwege de kwetsbaarheid van de plek zelf of van de inwoners van de plek). Door het sterk veranderende klimaat is klimaatadaptatie erg belangrijk om de omgeving leefbaar te houden en schade te voorkomen.
Water en bodem sturend We laten het bodem- en watersysteem leidend zijn voor (land)gebruik en nieuwe ontwikkelingen. Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld woningbouw, houden we dus rekening met de kwaliteit en eigenschappen van de bodem, het reliëf van het landschap en het ‘watersysteem’ (het oppervlaktewater, zoals meren en rivieren, en het grondwater). De grote regionale verschillen in ons bodem- en watersysteem geven ons een gevarieerd landschap. Dit is in het verleden bepalend geweest voor de natuurkwaliteit, het (grond)gebruik en de inrichting van onze provincie. Dit is ook van belang voor de toekomst. We nemen de lange termijn (2100 en verder) mee in de keuzes die we op korte termijn maken.
35 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Klimaatverkenning Utrecht 2050 Op 19 juni 2025 kwamen in de Statenzaal van het Huis voor de provincie Utrecht zo’n twintig vertegenwoordigers van gemeenten, partnerorganisaties en bewonersinitiatieven bijeen voor de klimaatverkenning 2050: samen bogen zij zich over de vraag hoe een klimaatneutrale provincie Utrecht eruit kan zien, welke dilemma’s er spelen en welke keuzes voorrang zouden moeten krijgen. De verkenning begon met twee uitersten: ‘Hoe hoop je dat de provincie Utrecht er in 2050 uitziet?’ en ‘Waar ben je bang voor?’ Het droomscenario schetst een provincie met een gezond en natuurlijk karakter. Biodiversiteit is overal zichtbaar, voedselproductie is lokaal, de landbouw is duurzaam en de economie is circulair. Energie wordt schoon en eerlijk opgewekt, slim gekoppeld en opgeslagen. Wijken zijn groen, gezond en betaalbaar en mobiliteit is stil en collectief. Ecologie en economie versterken elkaar, brede welvaart is de norm. Het doemscenario toont het tegenovergestelde: een dichtgeslibde en versteende provincie waarin infrastructuur en woningbouw de natuur verdringen. Auto’s en vliegtuigen domineren, de vervuiling neemt toe en duurzame alternatieven komen niet van de grond. Biodiversiteit en leefkwaliteit brokkelen af, ongelijkheid groeit en beleidsvoornemens leveren weinig tastbare veranderingen op.
Tussen deze uitersten formuleerden deelnemers aan de verkenning uitgangspunten voor het behalen van ons klimaatdoel voor 2050: een klimaatneutrale provincie in dat jaar. Volgens hen moet Utrecht samenwerken over grenzen en belangen heen, met duurzaamheid als motor van verbinding. Groen en natuurinclusiviteit worden de norm, net als circulair leven zonder afval. Energie is eerlijk, hernieuwbaar en zoveel mogelijk lokaal opgewekt. Het platteland blijft vitaal met (onder andere) regeneratieve landbouw, terwijl steden en dorpen klimaatbestendig en gezond zijn ingericht. Deze uitgangspunten zijn verbeeld in een toekomstschets voor 2050: het gaat om meer dan CO₂-reductie alleen: het draait om een provincie die gezond, leefbaar en inclusief is, met brede welvaart voor huidige én toekomstige generaties.
Afbeelding 8. Toekomstschets van provincie Utrecht met ideeën uit de Klimaatverkenning
Natuurinclusief We streven naar een natuurinclusieve samenleving. Hierin is biodiversiteit meer sturend en wordt biodiversiteit expliciet meegenomen bij alle ruimtelijke keuzes. Maatschappelijke en economische activiteiten worden verweven met de natuur en met biodiversiteit. De natuur in de provincie wordt sterker, robuuster en veerkrachtiger, zowel in de natuurgebieden als daarbuiten. We streven naar een ‘Basiskwaliteit Natuur’ in de stad en in het agrarisch gebied, wat betekent dat de omstandigheden voor planten, dieren en mensen zo zijn dat ze gezond kunnen leven. Met onder andere het Convenant Toekomstbestendig Bouwen zorgen we ervoor dat bij ontwikkelingen natuurinclusief gewerkt wordt. In het landelijk gebied zorgen we voor herstel van de biodiversiteit, onder andere door het stimuleren van natuurinclusieve landbouw.
36 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Verdienvermogen Een sterke provincie heeft een sterke economie nodig. We versterken het verdienvermogen van Utrecht. Samen met ondernemers, kennisinstellingen en andere overheden leggen we focus op innovatie, de aanwezigheid van voldoende en toekomstbestendige werklocaties, goed opgeleide mensen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Een gezond verdienvermogen maakt de provincie Utrecht weerbaar en versterkt onze economische autonomie. Het zorgt voor middelen om te investeren in leefbaarheid, duurzaamheid en maatschappelijke doelen. Utrecht bouwt aan een duurzame, circulaire economie waarin kennisintensieve diensten, het mkb en de maakindustrie elkaar versterken en samen bijdragen aan de brede welvaart van onze inwoners. De kennis, diensten en producten die worden ontwikkeld dragen bij aan het verdienvermogen van onze provincie en aan de noodzakelijke transities binnen andere thema’s zoals klimaat, landbouw, gezondheid en circulair.
Innovatie De provincie Utrecht stimuleert ondernemerschap en innovaties die bijdragen aan maatschappelijke transities en een duurzaam, toekomstgericht economisch perspectief. Nieuwe technologieën, digitalisering en circulaire ketens (gericht op het hergebruik van materialen en het verminderen van energiegebruik) bieden kansen om onze economie schoner, slimmer en concurrerender te maken. We zetten in op samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke partners om innovatieve oplossingen te ontwikkelen voor de volgende sectoren: gezondheid, energie, mobiliteit, klimaatadaptatie, circulariteit, bouw en voedsel. Innovatie vraagt ruimte om te experimenteren en te leren en om investeringen in medewerkers, startups en het mkb. Daarom maken we initiatieven mogelijk die creativiteit, innovatie en ondernemerschap verbinden aan maatschappelijke uitdagingen. Zo zorgen we dat Utrecht een aantrekkelijke regio blijft om in te werken en te ondernemen.
37 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
4.2
Klimaatbestendig en waterrobuust
Wijzigingen ontwerp Omgevingsvisie 2025 paragraaf 4.2 - Inhoudelijke aanpassingen m.b.t. water en bodem sturend, zoekgebieden (boven)regionale waterberging, bescherming waterkwaliteit, sturende rol verminderen uitstoot broeikasgassen en bodemdaling in veenweidegebieden - Klimaatadaptatie toegevoegd aan het thema - Update teksten Het bodem- en watersysteem in de provincie Utrecht maakt onderdeel uit van de grote Rijn-Maasdelta en wordt gekenmerkt door een grote diversiteit en kwaliteiten. Het laaggelegen veenweidegebied in het westen (Groene Hart) en noordoosten (Eemland) van de provincie heeft overwegend venige en kleiige bodems. In delen is het veen ontgonnen voor turfwinning; soms zijn daarbij plassen achtergebleven. Ook moerasgebieden zijn kenmerkend voor dit landschap. Het waterbeheer wordt in deze polderlandschappen via de slootpeilen geregeld door de waterschappen. Ook voeren de waterschappen water aan uit de grote rivieren om de gebieden in droge periodes van voldoende water te voorzien. De bodem is hier door eeuwenlange ontwatering voor landbouwkundig gebruik sterk gedaald. De bodem langs de grote rivieren en in het Kromme Rijngebied bestaat hoofdzakelijk uit klei en is daarmee vruchtbare landbouwgrond. De rivieren en kanalen zelf zijn van belang vanwege de aan- en afvoer van water en voor de scheepvaart.
Langs de rivieren ligt een netwerk aan dijken en keringen om het achterland te beschermen tegen overstromingen. De ondergrond van de Utrechtse Heuvelrug en de flanken bestaat uit zandgrond. Regenwater infiltreert goed in deze zandgronden. De Utrechtse Heuvelrug bevat een belangrijke grondwatervoorraad voor onder andere drinkwater, natuur en landbouw. Het grondwater komt als kwelwater omhoog in de flanken van de Heuvelrug en voedt diverse sprengen en watergangen. Ook wordt kwelwater aan de oppervlakte afgevoerd via beekdalen in de Gelderse vallei. Het bodem- en watersysteem is letterlijk de basis van veel van onze provinciale doelen en maatschappelijke opgaven. De doorsnede van het bodem- en watersysteem provincie Utrecht in afbeelding 9 visualiseert de globale werking en de belangrijkste processen van het bodem- en watersysteem van de provincie Utrecht. Schaal, grootte en oriëntatie zijn soms vereenvoudigd of uitvergroot om de werking te verhelderen.
Afbeelding 9. Doorsnede van het bodem en watersysteem Utrecht anno 2025 (bron: flux, 2025)
38 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Een goede bodem- en waterkwaliteit draagt bij aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor mens, plant en dier. Het bodem- en watersysteem faciliteert functies en gebruik (onder andere draagkracht om te wonen, schoon water voor drinkwater en natuur, duurzame energieproductie en voedingsbodem voor landbouw). Het helpt ons bovendien om beter om te gaan met extreme neerslagsituaties en perioden van droogte.
Afbeelding 10. Collage met sfeerbeeld van een aantal beoogde ontwikkelingen vanuit het thema Klimaatbestendig en waterrobuust (bron: BVR i.s.m. provincie Utrecht, 2025)
Opgaven De grenzen van de maakbaarheid zijn bereikt en door toenemend gebruik en de gevolgen van een veranderend klimaat staat het bodem- en watersysteem onder druk. De gevolgen van klimaatverandering zijn niet langer abstracte toekomstscenario’s, maar in toenemende mate dagelijkse realiteit: extreme hoeveelheden neerslag in korte tijd en langdurige perioden van droogte en hitte. Extreme neerslag kan leiden tot (maatschappij-ontwrichtende) wateroverlast en de kans op overstromingen vergroten. Langdurige droogte betekent ook dat er in het voorjaar en zomer steeds vaker onvoldoende zoetwater beschikbaar is en dat er een groter risico is op natuurbranden. Deze droogte en toenemende hitte hebben negatieve gevolgen v00r de gezondheid van mens, plant en dier. Dit brengt diverse bodem- en wateropgaven met zich mee, die zijn uitgelicht en weergegeven op kaart 5: Opgavekaart Bodem, water en klimaatadaptatie. Om maatschappelijke ontwrichting door wateroverlast en risico’s op overstromingen te beperken, werken we met andere partijen aan een combinatie van opgaven op verschillende schaalniveaus. De belangrijkste opgaven zijn: het behouden en ontwikkelen van robuuste watersystemen (inclusief keringen) en het zoeken naar ruimte voor waterberging en het vasthouden van water.
Met een robuust bodem- en watersysteem bedoelen we een systeem dat is opgewassen tegen extremen (te nat en te droog) als gevolg van klimaatverandering. In de beekdalen ligt er daarnaast ook een opgave op het gebied van de waterkwaliteit. Deze is onderdeel van een opgave voor de hele provincie om de kwaliteit van het water (waaronder het grondwater) en ook de kwantiteit van het oppervlaktewater (volgens de Europese Kaderrichtlijn Water, KRW) te verbeteren. Rondom de Natura 2000-gebieden ligt er, ook vanuit 39 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
de KRW, een opgave om de waterhuishouding in deze gebieden op orde te brengen. Uiterwaarden van de grote rivieren (Lek en Nederrijn) dienen als ruimte voor water bij hoogwater en zullen daardoor regelmatig overstromen. Daarom wordt bouwen in de uiterwaarden niet meer toegestaan. Groenblauwe dooradering en een betere kwaliteit en vitaliteit van de bodem in landelijke en stedelijke gebieden dragen bij aan het opvangen van extreme weersituaties, een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving, het verbeteren van de biodiversiteit en een sterkere natuur. We zetten ons daarbij ook in op het beperken van de negatieve gezondheidseffecten door langdurige hitte, zoals hittestress, in stedelijk en landelijk gebied. We moeten ons voorbereiden op minder zoetwater via het hoofdwatersysteem en een steeds groter wordend neerslagtekort bij een veranderend klimaat. Om toekomstige zoetwatertekorten tegen te gaan zullen we anders moeten omgaan met ons water: van zo snel mogelijk afvoeren naar veel meer vasthouden en infiltreren van (regen)water. Dit alleen zal echter niet genoeg zijn om het gehele tekort aan zoetwater op te lossen. Daarom zal de provincie Utrecht ook weerbaarder tegen droogte moeten worden.
Bij tekorten komen er keuzes op tafel: welke ‘functie’ wordt nog wel voorzien van water en welke niet? We zullen iets moeten doen aan het beperken van de vraag naar water en mogelijk ook aan het landgebruik. Het beperken van grondwateroverlast is in de flanken van de Heuvelrug een extra opgave geworden, mede door langdurige neerslagperioden. In het westelijk deel van de provincie is voldoende zoetwater nodig om de CO₂-uitstoot uit veenbodems tegen te gaan, de bodemdaling te remmen en verzilting in het westen van Nederland tegen te gaan. In hetzelfde gebied als waar verzilting optreedt, ligt ook een opgave om opbarsting tegen te gaan (scheurvorming in de bovenste grondlaag). Het toekomstbestendig en waterrobuust maken van droogmakerijen (zoals polder Groot Mijdrecht) zal in combinatie met de andere opgaven opgepakt moeten worden. Die andere opgaven zijn onder andere: het tegengaan van bodemdaling, verzilting, de zoetwaterbeschikbaarheid en wateroverlast. Willen we ook in de toekomst voldoende en schoon drinkwater, dan moeten er nieuwe waterwinningen komen. Doordat de ondergrond óók steeds meer wordt gebruikt voor duurzame warmte- en koudevoorziening, is duurzaam en veilig gebruik van de ondergrond een belangrijke opgave.
Ambities ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪
2027: we voldoen aan de vereisten van de Kaderrichtlijn Water (KRW), ook na 2027, en blijven ons maximaal inzetten om de KRW-doelen te realiseren. 2035: in het landelijk veenweidegebied is de CO₂-uitstoot uit veenbodems met 50% afgenomen en de bodemdaling met gemiddeld 50% geremd. 2050: het bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater) is blijvend robuust bij een veranderend klimaat en kan veerkrachtiger omgaan met grote hoeveelheden neerslag en droogte. 2050: ruimtelijke ontwikkeling, inrichting en gebruik zijn gebaseerd op het (natuurlijk) bodem- en watersysteem (water en bodem zijn sturend) en zijn voorbereid op het veranderende klimaat, waarbij de juiste functie en het juiste gebruik op de juiste plek liggen. 2050: de ondergrond wordt duurzaam gebruikt en in samenhang met bovengrondse opgaven. 2050: de duurzame energie die het bodem- en watersysteem levert wordt zo optimaal mogelijk en op een veilige en verantwoorde manier benut. 2050: de kwaliteit van de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater is sterk verbeterd ten opzichte van 2025. Nog niet genormeerde schadelijke stoffen als medicijnresten, microplastics en PFAS staan een duurzaam bodem- en watersysteem niet in de weg. Ook dragen ze niet bij aan een verdere verslechtering van de grondwaterkwaliteit.
Het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen is maximaal teruggedrongen, zodat het past bij een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, dier en plant. 2050: er zijn voldoende schone bronnen voor drinkwater. Om dat te bereiken zijn nieuwe bronnen nodig, moet er zuiniger worden omgesprongen met drinkwater en moet verspilling van grondwater worden voorkomen. 2050: de provincie is en blijft klimaatbestendig en waterveilig ingericht en bij de inrichting wordt rekening gehouden met voldoende ruimte voor water en groen om wateroverlast, overstromingen en overlast door hitte en droogte zoveel mogelijk te voorkomen.
Deze ambities worden uitgewerkt in de volgende paragrafen. 40 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Beleid Duurzaam en robuust bodem- en watersysteem Het integrale, samenhangende bodem- en watersysteem vormt van nature de basis voor onze leefomgeving. De grenzen van de maakbaarheid zijn bereikt en door toenemend gebruik en de gevolgen van een veranderend klimaat staat het bodem- en watersysteem onder druk. Om hiermee om te gaan en de provincie Utrecht beter voor te bereiden op de toekomst zetten wij erop in om het bodem- en watersysteem meer sturend te laten zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent onder andere dat we niet steeds maar zoeken naar technologische oplossingen en meer uitgaan van natuurlijke processen. Als we het natuurlijke bodem- en watersysteem versterken, worden het bufferend vermogen en de flexibiliteit van het systeem groter en daarmee zijn we beter voorbereid op toenemende weersextremen als gevolg van klimaatverandering (zie afbeelding Klimaatadaptatiepiramide). ‘Water en bodem sturend’ betekent ook dat functies als wonen, landbouw en energiewinning op sommige plekken in de toekomst niet meer mogelijk zijn. Of het moet op een andere manier, bijvoorbeeld drijvend bouwen of bouwen op palen.
Afbeelding 11. Klimaatadaptatiepiramide (bron: CAS)
We maken gebruik van de kwaliteiten van het bodem- en watersysteem en zetten in op een duurzaam gebruik van de ondergrond. Met behulp van een gebiedsgerichte 3D-systematiek wordt ondergronds ruimtegebruik afgestemd op de kenmerken van de ondergrond en ook op de maatschappelijke opgaven in een gebied. Dit helpt om een balans te vinden tussen beschermen en benutten, en bijvoorbeeld het gebruik van de ondergrond voor energiewinning en drinkwaterwinning. We werken samen met waterbeheerders, gemeenten, drinkwaterbedrijven en andere partners aan een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater), bijvoorbeeld in de Blauwe Agenda Utrechtse Heuvelrug (zie box Blauwe Agenda). Versterken van het bestaande bodemsysteem We versterken het bestaande bodemsysteem en zetten in op een vitale bodem. Een vitale bodem zorgt voor voldoende voedsel van goede kwaliteit, zuivert en beschermt ons drinkwater, versterkt de biodiversiteit, kan water infiltreren en vasthouden en koolstof vastleggen. Hoe we ons inspannen voor een vitale bodem is uitgewerkt in het Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond Provincie Utrecht 2025-2027. In dit uitvoeringsprogramma gaat het ook over hoe we samenwerken met andere overheden bij bodem- en grondwaterverontreinigingen en bodemsaneringen.
De provincie sluit aan bij landelijke ontwikkelingen, onder andere de implementatie van de Europese bodemmonitoringsrichtlijn.
42 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Verbeteren van de grondwaterkwaliteit We willen dat het grondwater in onze provincie schoon is en daar waar nodig beter van kwaliteit wordt. We beschermen de kwaliteit door het stellen van regels in de Omgevingsverordening en door het nemen van ‘KRWmaatregelen’. De maatregelen staan in ons Bodem- en waterprogramma en in het Uitvoeringsprogramma Impuls Kaderrichtlijn Water 2025-2027 Provincie Utrecht. In grondwaterbeschermingsgebieden is behoud van de kwaliteit van het grondwater een minimum; liever nog zien we een verbetering. Dat doen we door het gebruik van het gebied zo te veranderen dat het bijdraagt aan een betere kwaliteit van het grondwater. Behouden en uitbreiden van bestaande locaties voor drinkwaterwinningen en ontwikkelingen nieuwe drinkwaterwinningen Drinkwaterbedrijven en overheden hebben samen een ‘zorgplicht drinkwater’. Voor de bescherming van de bestaande drinkwaterwinningen en van de strategische grondwatervoorraad zijn de beschermingszones drinkwaterwinning ingesteld. Het beschermingsbeleid is erop gericht om die zo goed mogelijk te beschermen tegen bedreigingen door activiteiten aan het maaiveld of in de ondergrond. Onze inzet moet ervoor zorgen dat er in 2035 en daarna geen drinkwatertekorten ontstaan. Vanwege de bevolkingsgroei en de toenemende bedrijvigheid hebben we extra drinkwater nodig, wat uit het oppervlakte- en grondwater wordt gehaald.
Hiervoor werken we (samen met de drinkwaterbedrijven, de waterschappen en de gemeenten) in de Drinkwaterraad aan mogelijkheden voor nieuwe locaties waar drinkwater kan worden gewonnen (inclusief alternatieve bronnen). Ook wordt gekeken naar uitbreidingen van bestaande grond-, oever- en oppervlaktewaterwinningen. Deze keuzes worden onderdeel van een drinkwaterstrategie. Een nieuwe winning bij Schalkwijk en uitbreiding van de winning Eemdijk zien we als kansrijk; beide locaties zijn aangewezen als zoekgebied drinkwaterwinning. Het drinkwaterbedrijf onderzoekt of de realisatie van een winning hier mogelijk is. De door ons aangewezen strategische grondwatervoorraad (in de landelijke Structuurvisie Ondergrond ‘aanvullende strategische voorraad’ genoemd) heeft als doel om de groei van de vraag naar drinkwater op te kunnen vangen, ook op de langere termijn en in extreme situaties. Zoals bij een extra sterke bevolkingsgroei of in het geval van calamiteiten. Deze strategische grondwatervoorraad mag indien noodzakelijk worden aangesproken, maar niet worden uitgeput. Het Rijk heeft een nationale grondwaterreserve voor de lange termijn (na 2050) en voor calamiteiten aangewezen en gaat de begrenzing aanpassen. Er komt ook nationaal beleid om deze voorraad te beschermen. Dit kan mogelijk gevolgen hebben voor onze strategische grondwatervoorraad.
Samen met de drinkwaterbedrijven en andere stakeholders stimuleren we waterbesparing. We sluiten aan bij het landelijke doel om het gebruik te verlagen naar 100 liter per persoon per dag. Dit doel gaat verder dan het gebruik van drinkwater beperken; we gaan ook laagwaardig gebruik van drinkwater ontmoedigen (bijvoorbeeld: niet je tuin ermee besproeien) en verspilling van grondwater voorkomen. We streven naar circulaire watersystemen. Verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit We werken hard aan het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit. In het Bodem- en waterprogramma hanteren we drie sporen: maximaal inzetten op het bereiken van de doelen, voldoen aan de vereisten van de KRW en het verankeren en realiseren van de doelen voor de ‘overige wateren’. Op de kortere termijn ronden we het Uitvoeringsprogramma Impuls Kaderrichtlijn Water 2025-2027 Provincie Utrecht in 2027 af. Uit landelijk onderzoek en uit metingen blijkt dat er met name extra maatregelen nodig zijn met betrekking tot ‘nutriënten’ (voedingsstoffen in het water), gewasbeschermingsmiddelen en ‘invasieve exoten’ als de Amerikaanse rivierkreeften. Dit met het doel om de ecologische KRW-doelen te halen. De aanwezigheid van meststoffen in het landelijk gebied wordt aangepakt via rijksbeleid en in het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG), in combinatie met andere opgaven.
Vanaf eind 2027 worden doelen voor de ecologie en de ‘chemie’ (de samenstelling) voor KRW-waterlichamen in het vierde stroomgebiedbeheerplan vastgelegd in het Bodem- en waterprogramma 2028-2033. Met name de waterbeheerders voeren maatregelen uit om deze doelen te bereiken. Gemeenten zijn formeel niet verplicht om bij te 43 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
dragen aan de ‘verbeteropgave’ vanuit de KRW, maar kunnen niettemin een bijdrage leveren via de omgevingsplannen en met name via vergunningverlening voor indirecte lozingen. Voor wateren die niet als KRW-waterlichaam zijn aangewezen, stellen we nieuwe ecologische doelen vast. Nieuw Europees beleid en regelgeving ten aanzien van schadelijke stoffen en microplastics maken we onderdeel van ons water- en milieubeleid. Veilig en verantwoord meer energie uit bodem- en watersysteem halen Als onderdeel van de energietransitie wordt steeds meer gebruik gemaakt van duurzame warmte- en koudebronnen en opslag van warmte en koude in het bodem- en watersysteem, inclusief de diepe ondergrond. Het gaat daarbij om aquathermie, ondiepe bodemenergie en aardwarmte. We zetten ons ervoor in om meer duurzame energie uit het bodem- en watersysteem te halen, op een voor mens, bodem, water, milieu en natuur veilige en verantwoorde wijze. We stimuleren onderzoek, innovatie en de inzet van nieuwe technieken en maken waar mogelijk ruimte voor ondiepe bodemenergiesystemen (zie ook paragraaf 4.4.1 Duurzame energie). De samenhang met andere functies en belangen in de boven- en ondergrond is belangrijk. Vanuit de Mijnbouwwet heeft de provincie een wettelijke adviesrol bij vergunningaanvragen voor mijnbouwactiviteiten. Bijvoorbeeld voor de winning van aardwarmte.
Een advies aan het Rijk hierover geven we na overleg met gemeenten, waterbeheerders en drinkwaterbedrijven, zodat regionale en lokale belangen worden meegenomen in de vergunningverlening en in de uitvoering van aardwarmteprojecten in de provincie Utrecht. Mijnbouw, anders dan de winning van aardwarmte, wordt zoveel mogelijk geweerd. Dit past niet in een duurzaam bodem- en watersysteem en ook niet bij een duurzame energievoorziening. De provincie is bevoegd gezag voor open bodemenergiesystemen (ook wel warmte-/koudeopslag: WKO). Deze leveren een bijdrage aan de warmtetransitie, maar gebruik van de ondergrond voor bodemenergie moet worden afgewogen tegen ander gebruik en bescherming van de ondergrond en het grondwater. Waar nodig passen we functiescheiding toe: zo staan we in grondwaterbeschermingsgebieden (een deel van de beschermingszone drinkwaterwinning) geen bodemenergiesystemen toe.
Kaart 6. De beleidskaart toont de geografische ligging van de werkingsgebieden van ons beleid op het gebied van een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem (bron: provincie Utrecht)
44 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Uitvoering geven aan beleid voor een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem Vanuit de rollen Stimuleren
Participeren Realiseren
Reguleren
Toelichting ▪ Subsidies en kennisdeling (onder andere het Nationaal Strategisch Plan als Nederlandse invulling van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid). ▪ Versnellen maatregelen dreigend drinkwatertekort in de Drinkwaterraad. ▪ Nationaal Programma Bodem en Ondergrond en Nationaal Waterprogramma. ▪ Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027. ▪ Opstellen Beleidsprogramma Bodem en Water 2028-2033 provincie Utrecht. ▪ Uitvoeringsprogramma’s Bodem en Ondergrond 2025-2027, Impuls Kaderrichtlijn Water 2025-2027 Drinkwater 2021-2027; en Bewustwording drinkwaterbronnen provincie Utrecht. ▪ Utrechts Programma Landelijk Gebied 2026-2035. ▪ Blauwe Agenda Utrechtse Heuvelrug. ▪ Regels voor duurzaam gebruik van ondergrond, bescherming van grondwaterlichamen en drinkwaterwinningen, zoekgebieden voor drinkwaterwinningen, bescherming van het (toekomstig) grondwater en oppervlaktewater voor de productie van drinkwater, en Kaderrichtlijn Water/ waterkwaliteit.
Klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving Klimaatbestendig en waterveilig Met ons beleid en ons handelen dragen we bij aan het opvangen van de effecten van klimaatverandering. Aanpassen aan de gevolgen van het veranderd klimaat, klimaatadaptatie, is een voorwaarde voor een gezonde en veilige leefomgeving, vitale steden en dorpen, robuuste natuur, duurzame landbouw en toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling. We werken gebiedsgericht samen met andere overheden en partijen aan klimaatadaptatie. Dit doen we onder ander via het Bodem- en waterprogramma en het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie. Ook doen we mee aan het programma Ruimte voor de Rivier 2.0 van het Rijk. Aan waterveiligheid werken we volgens de principes van meerlaagsveiligheid, waarbij voor de provincie Utrecht in de komende jaren vooral preventie, gevolgbeperking en waterbewustzijn aandacht zullen vragen. Verder werken we een klimaatbestendige en waterveilige provincie door het uitvoeren van (regionale) stresstesten, het houden van risicodialogen en het opstellen van adaptatiestrategieën en uitvoeringsagenda’s (zie kader). In die uitvoeringsagenda’s staan maatregelen waarmee het risico op maatschappelijke ontwrichting door wateroverlast wordt verkleind, zowel in de regio als daarbuiten.
Stresstesten, risicodialogen, adaptiestrategieën en uitvoeringsagenda’s Na de zomer van 2021 (toen Limburg werd getroffen door extreme wateroverlast) is de nationale Beleidstafel wateroverlast en hoogwater opgericht. Die onderzocht hoe Nederland beter voorbereid kan worden op perioden van extreme neerslag. In het eindadvies uit 2022 wordt aan onder meer provincies gevraagd om in samenwerking met medeoverheden ‘bovenregionale stresstesten’ uit te voeren: een manier om te beoordelen wat de effecten zijn van extreme neerslag en hoe we ons daar beter tegen kunnen wapenen. In de provincie Utrecht zijn in de deelgebieden Centraal Holland, Vallei en Veluwe en Rivierengebied de eerste analysefase uitgevoerd. In 2026 volgt een impactanalyse en een risicodialoog: een gesprek tussen provincie, gemeenten, waterschappen en andere belanghebbenden over de gevolgen van klimaatverandering en de kwetsbaarheden van de regio. Samen met de waterschappen, aangrenzende provincies, gemeenten en het Rijk ambiëren we om het watersysteem toekomstbestendig te maken. Belangrijk is om de inrichting en het beheer van de wateren te verbinden met onderwerpen als ruimtelijke ordening, bodemdaling, de landbouw en natuurbeheer (zie kader ‘samenwerken aan water en ruimte in deltaregio Centraal Holland’). Het beperken van wateroverlast Klimaatverandering zorgt onder andere voor meer en hevigere neerslag.
Dit kan resulteren in water op straten, in huizen of op het land en mogelijke schade. De hoeveelheid neerslag is in de afgelopen honderd jaar met 30% toegenomen; steeds vaker valt een grote hoeveelheid neerslag in korte tijd (piekbelasting). De huidige inrichting van 45 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
de fysieke leefomgeving levert het probleem op dat water niet opgevangen kan worden op de plek waar het valt en voor overlast kan zorgen. We zien dat de grootste problemen zich voordoen in (diepe) polders, de lage delen van de Gelderse Vallei en aan de flanken van de Utrechtse Heuvelrug, zowel in stedelijk als landelijk gebied. De opgave om wateroverlast te beperken is erg groot en de te nemen maatregelen verschillen per gebied. In een aantal gebieden zit het watersysteem al aan zijn grenzen. Daar waar dat kan maken we samen met onze partners het bodem- en watersysteem robuuster. Dat doen we door maatregelen in het hoofdwatersysteem en in het regionale watersysteem, door het beperken van ‘afstroming’ en door het (tijdelijk) opvangen van water in (water)bergingsgebieden en door andere maatregelen (zie box Centraal Holland). In de flanken van de Utrechtse Heuvelrug is als gevolg van de extreme neerslag van 2023-2024 grondwateroverlast opgetreden. Deze situatie wordt als uitzonderlijk beschouwd, maar is wel aanleiding om het risico voor grondwateroverlast als gevolg van klimaatverandering te onderzoeken. Binnen de verantwoordelijkheden van de overheden bekijken we wat we kunnen bijdragen aan het beperken van de overlast of aan de mogelijkheden voor adaptatie.
Dit kan echter niet alle overlast voorkomen; ook perceel- en woningeigenaren moeten maatregelen nemen of zich aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. De provincie Utrecht wijst in samenwerking met de waterbeheerders zoekgebieden waterberging aan. In de komende jaren worden mogelijk (na een integrale afweging) daarin waterbergingslocaties aangewezen. Bij deze afweging wordt ook gekeken naar mogelijke functiecombinaties. Waterberging kan plaatsvinden op verschillende niveaus, zoals ter ontlasting van het hoofdwatersysteem (met name het Amsterdam-Rijnkanaal), regionaal (bijvoorbeeld voor het voorkomen van wateroverlast in meerdere polders) en lokaal (bijvoorbeeld in de diepste delen van een polder). In het westelijk deel van Utrecht gaat het daarbij om een aantal regionale piekbergingen, maar vooral om noodoverloopgebieden nabij het Amsterdam-Rijnkanaal. Bij waterberging in noodoverloopgebieden wordt water vanuit het hoofdwatersysteem (het Amsterdam-Rijnkanaal) en/of de boezem in de polder gebracht. In geval van (regionale) piekberging gaat het om de tijdelijke opslag van lokaal water voordat het wordt afgevoerd richting het boezem- en hoofdwatersysteem. In het gebied van waterschap Vallei en Veluwe wordt vooral in de beekdalen naar ruimte voor water gezocht.
Hier wordt geen waterbergingsgebied aangelegd, maar wordt water na extreme neerslag geborgen via natuurlijke inundatie, wat betekent dat land tijdelijk onder water komt. Van belang is dat in de hierboven beschreven gebieden geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden die het in de toekomst moeilijker maken om ze voor waterberging te gebruiken. In alle polders zal er rekening mee gehouden moeten worden dat bij extreme neerslag in de diepere delen vaker water op het maaiveld komt te staan. Hiermee zal in de ruimtelijke plannen rekening gehouden moeten worden. Voor een aantal gebieden zal de wateroverlastnormering (zoals opgenomen in de Omgevingsverordening) aangepast moeten worden. Die normering geeft aan hoe vaak een gebied door wateroverlast vanuit het regionale watersysteem mag worden getroffen. In de komende periode wordt door een landelijke werkgroep gewerkt aan een manier om risico’s nadrukkelijker mee te nemen bij het vaststellen van de wateroverlastnormering. De provincie Utrecht is hier nauw bij betrokken; na 2027 passen we de normeringen naar verwachting aan. Die zal met name veranderen voor het veenweidegebied en de beekdalen, want door het veranderende klimaat en de maatregelen die genomen moeten worden is de huidige normering niet meer te handhaven.
In stedelijk gebied kan wateroverlast na extreme regenval worden tegengegaan door minder te verharden, zodat water in de bodem kan infiltreren. Sowieso moet water ook in de stad de ruimte krijgen om tijdelijk te worden opgevangen. Bij nieuwbouw en bij de ontwikkeling of herinrichting van gebieden wordt aangestuurd op meer groen, meer water, meer klimaatadaptieve elementen (bijvoorbeeld: schaduwplekken) en meer biodiversiteit. Ook vergroten we de sponswerking van de bodem, om water beter te laten infiltreren. Een klimaatadaptievere inrichting van de leefomgeving stimuleren we via de in 2021 vastgestelde Afspraken klimaatadaptief bouwen en met het convenant Toekomstbestendig Bouwen (zie paragraaf 4.6 Vitale steden en dorpen). Gemeenten en waterschappen zijn samen verantwoordelijk voor voldoende bergings- en afvoercapaciteit van de riolering en het regionaal watersysteem.
46 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Het beperken van de effecten van overstromingen In de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) hebben de Europese lidstaten afspraken gemaakt om de overstromingsrisico’s te beperken. De provincie zorgt voor de overstromingsgevaar- en risicokaarten; die zijn te vinden op www.risicokaart.nl. In de provincie Utrecht zorgen we er samen met de waterbeheerders voor dat de dijken (de primaire keringen en de regionale keringen) op orde zijn, zodat wordt voorkomen dat rivieren, randmeren, kanalen en regionale wateren overstromen. De normen voor primaire keringen zijn door het Rijk vastgelegd. De omgevingswaarden voor regionale keringen hebben we zelf vastgelegd in de Omgevingsverordening. Om ruimte vrij te houden voor toekomstige dijkverbeteringen hebben we in de Omgevingsverordening vrijwaringszones voor regionale keringen opgenomen. Ook hebben de waterbeheerders langs de primaire waterkeringen profielen van vrije ruimte vastgelegd in de waterschapsverordening. Voor 31 december 2029 toetsen en actualiseren de waterbeheerders de profielen van vrije ruimte. Voor de huidige profielen van die vrije ruimte verwijzen we naar de waterbeheerders. De provincie neemt deel aan het onderzoeksprogramma Ontwikkeling Regionale Keringen (ORK). Als het ondanks de waterveiligheidsmaatregelen toch misgaat, willen we voorbereid zijn.
We gaan de gevolgen van overstromingen beperken door woningen, bedrijven en wegen beter bestand te maken tegen overstromingen. Daarnaast zorgen we voor een goede rampenbestrijding en crisisbeheersing. Gemeenten werken samen in werkregio’s om het beleid wat dit aangaat vorm te geven. De gevolgbeperking bij overstromingen voor de vitale en kwetsbare functies, zoals de energie- en drinkwatervoorziening, zijn belangrijk. In de Omgevingsverordening is een aangescherpte regel voor overstroombaar gebied opgenomen. In de gebieden met het hoogste risico op een overstroming moet bij bouwen rekening gehouden worden met deze risico’s. In de uiterwaarden van de Lek en Nederrijn staan we geen nieuwe ontwikkelingen toe voor wonen en werken. Uiterwaarden van de grote rivieren dienen namelijk als ruimte om overtollig water heen te laten stromen en overstroming van de primaire waterkeringen te voorkomen. Vanuit hun wettelijke taak toetsen provincies de plannen voor dijkversterkingen van de primaire keringen langs de Nederrijn en Lek. De Nederrijn-Lekdijk beschermt een groot deel van Midden- en West-Nederland tegen overstromingen. Als hij doorbreekt, kan, afhankelijk van de locatie van de doorbraak, een groot deel van de Randstad, de Gelderse Vallei of Alblasserwaard overstromen. Samen met de waterbeheerders en gemeenten werken wij daarom aan veilige dijken.
We zetten bij versterkingen van de primaire en regionale waterkeringen in op een integrale aanpak. Dat betekent dat behoud en verbetering van landschappelijke waarden, natuur, cultuurhistorie, verkeer en recreatie allemaal worden meegenomen. De dijk en het landschap eromheen dragen bij aan de identiteit en kwaliteit van het Utrechtse landschap. Belangrijke dijkversterkingsprojecten zijn de Sterke Lekdijk van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, de dijkversterking bij Vianen en het project SAFE (Streefkerk-Ameide-Fort Everdingen) van waterschap Rivierenland en de Grebbedijk van waterschap Vallei en Veluwe.
47 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Hoe extreem kan het worden? Door klimaatverandering komen extreme weersomstandigheden vaker voor en ook vaker onverwacht. Wat vandaag nog ondenkbaar lijkt, kan morgen werkelijkheid zijn. De extremen van nu worden het normaal van de toekomst. Steeds vaker worden we verrast door extreem weer - met ontwrichtende gevolgen voor onze samenleving, infrastructuur, natuur, economie en gezondheid. Als we niets doen zullen deze onvoorziene weersextremen ons steeds vaker raken. Door nu te investeren in klimaatadaptatie - in zowel de fysieke leefomgeving als in sociale weerbaarheid – kunnen we ons voorbereiden en schade beperken. We schetsen hier drie voorbeelden van extreme weersomstandigheden die realistischer zijn dan we misschien willen geloven: Scenario regenwaterrivieren: van levensader naar droogvallende rivier Smeltend water van gletsjers en regen voeden de Rijn. Dit zorgt voor een constante aanvoer van water door de Rijn. Door klimaatverandering worden gletsjers kleiner en verwachten we meer perioden van droogte. In een extreem scenario waarin de gletsjers verdwijnen en er minder regen valt, daalt het waterpeil in de Rijn drastisch. Buurlanden onttrekken hun deel en Nederland blijft achter met een lege rivierbedding. De gevolgen zijn ingrijpend: ▪ Zout water vanuit zee dringt diep het binnenland in. ▪ Drinkwaterwinning uit rivierwater stopt, met drinkwatertekorten als gevolg.
▪ Scheepvaart is niet meer mogelijk, wat directe economische schade oplevert. ▪ Water uit de grote rivieren de polders in laten stromen is niet meer mogelijk. De gevolgen voor het veenweidegebied, de landbouw en de natuur zijn groot. Scenario snikheet: langdurige hitte boven 40 ℃ De kans op langdurige perioden van extreme hitte neemt toe. Een langdurige hittegolf met temperaturen boven de 40 ℃ heeft ontwrichtende gevolgen voor de maatschappij en natuur: ▪ Mens en dier raken oververhit. Hittestress leidt tot gezondheidsklachten, uitputting en sterfte, vooral onder kwetsbare groepen. ▪ Natuurbranden ontstaan razendsnel, zelfs op onverwachte plekken zoals bermen en stadsranden. ▪ Energie- en vervoerssystemen vallen uit, omdat deze niet meer gekoeld kunnen worden. Het kan voorkomen dat het eerste scenario van droogvallende rivieren samenvalt met dit scenario van langdurige extreme hitte. Dan zullen de gevolgen van beide scenario’s nog groter zijn. Scenario watersnood uit de lucht: regenbuien met een hoge intensiteit De intensiteit van regen neemt toe. Een recent voorbeeld hiervan is de regenbui met hoge intensiteit die in 2021 in Limburg viel. De hoeveelheid regen was ongekend en de afvoer en berging lieten te wensen over. Als een soortgelijke bui valt in de provincie Utrecht, zijn de gevolgen groot: ▪ Steden en dorpen lopen binnen minuten onder water.
▪ Huizen en tunnels en vitale infrastructuur raken beschadigd en onbruikbaar. ▪ Verzekeringsclaims lopen op, net als herstelkosten en mentale schade. ▪ De hoeveelheid water overschrijdt de capaciteit van ons huidige systeem. Het beperken van de effecten van droogte, (grond)watertekort en zoetwaterbeschikbaarheid Het vaker voorkomen van langdurige perioden van droogte zorgt voor lage waterstanden in de rivieren, watertekorten op het land, een afname van kwelwater, verzilting van het grond- en oppervlaktewater en minder aanvulling van het grondwater. In droge perioden komt de zoetwaterbeschikbaarheid steeds meer onder druk te staan en in de toekomst zal er niet genoeg water zijn voor alle functies. Ook wordt de kans op (veen)dijkdoorbraken en versnelde bodemdaling groter; hetzelfde geldt voor de kans op natuurbranden en schade aan funderingen en archeologische resten. Voldoende zoetwater is essentieel voor onder andere de natuur, de drinkwatervoorziening, de landbouw en de scheepvaart. Het beperken van de effecten van droogte kan door voldoende wateraanvoer in droge perioden en voldoende infiltreren en vasthouden van water in natte periodes. Het verminderen van de vraag helpt natuurlijk ook.
48 Ontwerp Omgevingsvisie provincie Utrecht
Het Rijk, de regio en gebruikers zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het beperken van tekorten aan zoetwater. In het Deltaprogramma Zoetwater wordt samengewerkt aan het toekomstbestendig maken van het hoofdwatersysteem en het regionaal watersysteem, waaronder het gebied rond het Amsterdam-Rijnkanaal, het Merwedekanaal, het Valleikanaal en de wateraanvoer naar het veenweidegebied. Om verdroging op de Utrechtse Heuvelrug tegen te gaan, werken we in de Blauwe Agenda samen met gemeenten, waterschappen, drinkwaterbedrijven en terreinbeherende organisaties (waaronder Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten) aan integrale wateroplossingen. Samen met partners werkt de provincie Utrecht aan een zoetwaterstrategie die aansluit op het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) en ook op trajecten buiten de regio. In Noordwest-Nederland wordt samengewerkt in ‘Centraal Holland’ (zie box). De focus ligt daarbij op de relatie van watertekorten met de inrichting van de fysieke leefomgeving en het landgebruik. Binnen het Deltaprogramma moet in de komende jaren een keuze gemaakt worden over de afvoerverdeling (hoe water wordt verdeeld over de verschillende riviertakken). Daarnaast wordt de noodzaak steeds groter om de vraag naar water te verminderen.