CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Motivering incl bijlagen WOP Rijksstraatweg achter 79 geanonimiseerd

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente RhenenBij agendapunt: Vaststelling omgevingsplan Rijksstraatweg achter 79 Elst19.164 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.1

Zorgvuldig ruimtegebruik

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De aard en omvang van de ontwikkeling bepalen het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte wordt afgewogen. Planspecifiek Voor onderhavig initiatief is de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen in paragraaf3.1.3. Hiermee is er sprake van duurzaam ruimtegebruik. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

5.2

Archeologie, cultuurhistorie en landschap

De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van projecten onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. De Erfgoedwet en de Omgevingswet vormen samen het fundament voor de duiding en de bescherming van het cultureel erfgoed. De vuistregel voor de verdeling tussen Erfgoedwet en Omgevingswet is als volgt: de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet; de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet. Voor gebouwde of aangelegde monumenten betekent dit dat de vergunningverlening voor het wijzigen van rijksmonumenten is geregeld via de Omgevingswet. Ook aanwijzing en omgang met beschermde stads- en dorpsgezichten gebeurt straks op grond van de Omgevingswet. Datzelfde geldt voor de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving (vergunningverlening en integratie in de planvorming). Deze aspecten vallen nu nog onder het Overgangsrecht in de Erfgoedwet. 32

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

Besluit kwaliteit leefomgeving In het Bkl is ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is veelal opgenomen op de archeologische beleidskaart en/of de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal vertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst. Planspecifiek Cultuurhistorie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten zoals (rijks)monumenten of andere waardevolle objecten aanwezig. In paragraaf 3.2.3 is gemotiveerd dat het initiatief geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische hoofdstructuur van de provincie Utrecht.

Daarmee zijn negatieve effecten van het initiatief ten aanzien van het aspect cultuurhistorie op voorhand uitgesloten. Archeologie Op de archeologische waarden en –verwachtingenkaart is te zien dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft en deels valt binnen dorpskernen, historische lintbebouwing.

Uitsnede archeologische beleidskaart (gemeente Rhenen) Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

33

Voor gronden met de een hoge archeologische verwachting geldt een onderzoeksplicht voor bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en dieper dan 30 cm. Met voorliggend plan wordt deze drempelwaarde overschreden. Daarom is een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is toegevoegd als Bijlage 6. Uit het onderzoek komt naar voren dat aanvullend onderzoek nodig is om de verwachting te toetsen. Hiertoe zijn in het rapport adviezen opgenomen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd bij de definitieve vergunningaanvraag. Ter bescherming van de aanwezige waarden blijft de bestaande dubbelbestemming gelden in het omgevingsplan. Negatieve gevolgen ten aanzien van archeologie zijn daarmee uitgesloten. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

5.3

Ecologie

De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Uitgezonderd van de toets ten aanzien van stikstof. Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Omgevingswet. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Na de -nog te bepalen- datum dient stikstof te worden gemonitord als omgevingswaarde. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).

Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 34

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: •

er soorten aanwezig zijn; en

•

welke soorten dat zijn.

In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. Planspecifiek Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd, zie Bijlage 7. De belangrijkste conclusies zijn in het vervolg van voorliggende paragraaf opgenomen. Soortenbescherming Uit de Quickscan komt naar voren dat er geen sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten als gevolg van het plan. Dit wordt bevestigd en nader toegelicht in een aanvullende notitie (zie Bijlage 8). Voorafgaand worden de in de notitie beschreven maatregelen getroffen. Verder dient rekening te worden gehouden met de algemene regels, waaronder de algemene zorgplicht. Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kan worden voorkomen door de locatie buiten het broedseizoen bouwrijp te maken. Gebiedsbescherming De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende Natura 2000. Het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op circa 55 meter afstand van het plangebied. Uit de Quickscan blijkt dat, gelet op de aard en omvang van het initiatief en de duur van de werkzaamheden, geen negatieve effecten in het kader van trillingen, licht, geluid en dergelijke te verwachten zijn. Om Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

35

de effecten van stikstofdepositie te beoordelen, is een voortoets stikstofdepositie uitgevoerd (zie Bijlage 9). Op grond van de uitgevoerde AERIUS-berekeningen blijkt dat zowel in de aanleg- als gebruiksfase geen sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Daarmee bestaan er geen belemmeringen ten aanzien van het plan in het kader van gebiedsbescherming. Voorafgaand aan de vaststelling van het plan wordt een geactualiseerde berekening aangeleverd op basis van de actuele versie van de AERIUS-calculator. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

5.4

Verkeer en parkeren

De omgevingsvisie van de gemeente moet een visie op verkeer en vervoer op gemeentelijk niveau bevatten. Het initiatief dient hieraan getoetst te worden. Daarnaast blijven de bekende richtlijnen vanuit het CROW bestaan. De toename aan functies zorgen voor verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s (en evt. ook fietsen en/of scooters). Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. De gemeente stelt parkeerbeleid op met daarin parkeernormen waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. De activiteit dient dus aan het gemeentelijk beleid getoetst te worden. Planspecifiek Verkeersgeneratie en ontsluiting De beoogde vrijstaande woning wordt in de toekomstige situatie ontsloten door de Rijksstraatweg. Daarnaast worden de overige woningen ontsloten via de bestaande inrit aan de Schoolweg, waar de doodlopende straat wordt verlengd richting het plangebied. Ter plaatse van het plangebied wordt de weg voorzien van een versmalling en drempel. Ten aanzien van de verkeersgeneratie en ontsluiting is een verkeerskundige analyse opgemaakt, welke is bijgevoegd als Bijlage 10. Hieruit komt naar voren dat de parkeerplaatsen naast de supermarkt beperkt worden gebruikt.

De rijloper van deze parkeerplaatsen is voldoende breed om het bijkomende verkeer van en naar het plangebied af te kunnen wikkelen. Tevens is de breedte van de rijloper ruim voldoende om twee auto’s naast elkaar te kunnen laten passeren. De extra voertuigbewegingen zullen daarbij hoofdzakelijk tussen de huidige drukke perioden plaatsvinden. Parkeren Wat betreft parkeren moet worden voldaan aan de parkeernormen uit de ‘Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds’ van de gemeente Rhenen. Het initiatief voorziet voor de vrijstaande woning in 2 parkeerplaatsen op eigen terrein. Hier is voldoende ruimte aanwezig. Voor de overige woningen kan de parkeerbehoefte als volgt worden beschouwd: Type woning

36

Aantal

Parkeernorm

Parkeerbehoefte

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

Appartement, sociale

7

1

7

7

1,4

9,8

Rijwoning

7

1,8

12,6

Totaal

21

huur (<50 m2) Appartement, vrije sector 29,4

Uit het voorgaande volgt dat voor onderhavig initiatief minstens 30 parkeerplaatsen benodigd zijn. Het initiatief voorziet voor deze woningen in voldoende openbare parkeerplaatsen en voldoet daarmee aan de beschreven parkeerbehoefte (zie tekening in paragraaf 2.2). Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

5.5

Duurzaamheid en klimaatadaptatie

Het klimaat verandert en steeds vaker worden we geconfronteerd met de gevolgen, zoals hitte, droogte, extreme neerslag en overstromingen. Klimaatverandering is in een vergaand stadium en de effecten en risico’s voor onze samenleving worden steeds groter. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zodat de opwarming beperkt blijft. Aan de andere kant is het noodzakelijk om ons als samenleving aan te passen en voor te bereiden op de reeds ingezette klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Niet alleen om schade te beperken, maar ook om kansen te benutten. De nationale opgave voor klimaatadaptatie is beschreven in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie met daarin een prominente rol voor gemeenten. Lokale gevoeligheden voor klimaatverandering moeten in kaart worden gebracht en als integraal onderdeel van beleid daadkrachtig worden aangepakt. Daarbij is het van belang zowel te kijken naar aanpassingen aan de bestaande openbare ruimte als naar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Planspecifiek In paragraaf 3.3.3 is toegelicht op welke wijze in voorliggend plan is omgegaan met mogelijke effecten van klimaatverandering op het gebied van wateroverlast, hittestress en droogte. De gronden van het plangebied zijn hoger gelegen dan de ten zuiden gelegen gronden.

Hiermee zijn de mogelijke risico’s met betrekking tot overstroming ter plaatse klein, blijkt ook uit de kaartbeelden van de Klimaateffectatlas. Hiermee bestaat er voldoende inzicht in dit aspect dat wordt meegewogen in hoofdstuk 6.

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

37

Hoofdstuk 6

Conclusie

De Omgevingswet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: 1. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en 2. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat daartoe instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en de veiligheid tot doel hebben. Daarnaast kent het Besluit kwaliteit leefomgeving instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Om het bouwplan te kunnen vergunnen, moet worden aangetoond dat er met het bouwplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In deze paragraaf wordt een conclusie getrokken ten aanzien van de integrale weging van de aspecten die bij een veilige en gezonde fysieke leefomgeving (uit hoofdstuk 4) en een goede omgevingskwaliteit (uit hoofdstuk 5) van toepassing. Immers, één omgevingswaarde of –norm voor gezondheid en/of veiligheid bestaat er niet. Dit is een optelsom en weging van de verschillende deelaspecten.

Uit voorgaande hoofstukken blijkt dat er geen aspecten zijn die beperkend werken op de gewenste ontwikkeling. Ten aanzien van de aspecten geluid, geur, trilling, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid en bodem worden geen normen overschreden of bijna overschreden. Dat laatste is van belang omdat bij gezondheid en veiligheid juist de cumulatieve beoordeling van deze sectorale aspecten van belang is. Tevens leidt het plan er niet toe dat waarden worden geschaad. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat met de ontwikkeling een veilige en gezonde fysieke leefomgeving kan worden gewaarborgd en dat daarmee sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

38

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding

De juridische basis voor het wijzigen van een omgevingsplan is vastgelegd in de in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb.

7.2

Juridische systematiek

Voor onderhavige wijziging omgevingsplan worden de Standaard officiële publicaties (STOP) en Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD) gehanteerd. Standaard officiële publicaties (STOP) De Standaard officiële publicaties (STOP) ondersteunt het opstellen en publiceren van alle officiële overheidspublicaties via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB). De standaard omvat de volgende functies: opstellen, vaststellen, bekendmaken, consolideren en het beschikbaar stellen van documenten. Toepassingsprofielen (TPOD) Naast de STOP zijn er de Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD). Ieder omgevingsdocument heeft een eigen toepassingsprofiel. De toepassingsprofielen leggen vast hoe de tekst ingedeeld en geannoteerd moet zijn. Ook is vastgelegd hoe tekst een locatie is gekoppeld, welke waardelijsten van toepassing zijn en hoe de documenten uitgewisseld worden. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat in het Omgevingsloket op een kaart te zien is welke regels gelden op een bepaalde locatie gelden. Ook kunnen verschillende kenmerken gefilterd worden.

7.3

Beschrijving per functie

Onderhavig initiatief kent de volgende functies: Groen Deze gronden zijn bedoeld voor onder meer groenvoorzieningen, paden, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Wonen Deze gronden zijn onder meer bedoeld voor wonen, tuinen en erven met parkeren, beroep of bedrijf aan huis, bed and breakfast, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen de functie

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

39

‘Wonen’ zijn bouwvlakken opgenomen met de bij de beoogde woningen behorende typologieën en maatvoeringen. Verkeer Deze gronden zijn onder meer bedoeld voor wegen en paden, parkeer-, groen- en nutsvoorzieningen, waaronder ook ondergrondse huisvuilcontainers. Waarde – Archeologie 3 Deze aanduiding is gegeven ter bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden.

40

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

Hoofdstuk 8

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk worden twee onderwerpen aangehaald die onderdeel uitmaken van de brede motvering van het initiatief, maar geen onderdeel vormen van de onderbouwing etfal. Onder de Omgevingswet is het belang van participatie toegenomen. De gemeenteraad moet aangeven in welke gevallen participatie verplicht wordt gesteld. Daarbij moet aandacht besteed worden aan de rol en/of het doel van de participatie. Of een initiatiefnemer heeft geparticipeerd is een vraag bij het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning. Het is echter geen weigeringsgrond. Wel is het zo dat de gemeente beoordeeld in hoeverre betrokkenen zijn meegenomen in de ontwikkeling en waartoe eventuele reacties hebben geleid. Deze betrokkenheid is dan ook geen onderdeel van de afweging of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Wel kan het inzicht geven in hoe het initiatief is ontvangen en/of er naar aanleiding van participatie planaanpassingen zijn gedaan. De economische uitvoerbaarheid van een concreet initiatief dat met een omgevingsvergunning wordt gerealiseerd, wordt eveneens door de gemeente beoordeeld.

8.1

Participatie

Inspraak Voor het initiatief heeft de initiatiefnemer de direct belanghebbenden in de omgeving op de hoogte gebracht. Een verslag hiervan is opgenomen in Bijlage 11. Overleg Onderhavig initiatief wordt in het kader van overleg voorgelegd aan de belanghebbende instanties.

8.2

Kostenverhaal

Het kostenverhaal is het door de overheid verhalen van kosten op een initiatiefnemer. Het gaat over overheidskosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen. Bijvoorbeeld kosten voor het wijzigen van het omgevingsplan en het aanleggen van openbare voorzieningen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het exploitatieplan komen te vervallen. Het publiekrechtelijk kostenverhaal is daarmee geïntegreerd in het omgevingsplan, het projectbesluit of de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De overheid (meestal een gemeente) en een initiatiefnemer kunnen een overeenkomst sluiten over kostenverhaal voorafgaand aan het besluit dat de aangewezen activiteit mogelijk maakt: een zogenoemde ‘anterieure overeenkomst’. De Omgevingswet biedt daarvoor een grondslag in paragraaf 13.6.2 van de Omgevingswet. Onderdeel van deze overeenkomst is ook dat hier wordt vastgelegd op welke wijze omgegaan wordt met de nadeelcompensatie.

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

41

Naast het kostenverhaal kan ook een vrijwillige ‘financiële bijdrage gebiedsontwikkeling’ worden afgesproken. Dat is een bijdrage voor ontwikkelingen die niet onder het kostenverhaal vallen, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van een gebied.

8.3

Procedure

Het ontwerpwijzigingsbesluit voor onderhavig initiatief heeft met ingang van 15 januari 2026 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. In Bijlage 12 is opgenomen welke wijzigingen aan het plan zijn aangebracht naar aanleiding van de terinzagelegging.

42

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

Bijlagen

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

43

Watertoets

44

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

Waterhuishoudkundig onderzoek

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

45

Memo milieuzonering

46

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

Bodemonderzoek

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

47

Akoestisch onderzoek

48

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

Archeologisch onderzoek

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

49

Ecologisch onderzoek

50

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

Notitie aanvullende informatie (ecologie)

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

51

Voortoets Stikstofdepositie

52

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

Verkeerskundig onderzoek

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

53

Participatieverslag

54

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

Nota van zienswijzen/wijzigingen

Wijziging Omgevingsplan – gemeente Rhenen

55

Digitale Watertoets

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. normale procedure

Op basis van onderstaande locatie

02-04-2024 13:34

1

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Vragen en antwoorden uit de check Blijft de bebouwing staan en gaat het alleen om een interne functiewijziging?

nee

Maakt het plan deel uit van een groter plan dat in ontwikkeling is?

nee

Overige_waterkeringen

nee

Belangrijke_watergangen

nee

Rioolwaterzuiveringsinstallatie

nee

invloedszone Primaire waterkering

nee

Rioolpersleidingen

nee

Invloedszone Regionale waterkeringen

nee

Is er sprake van een toename van verhard oppervlak ja van meer dan 500 vierkante meter in stedelijk gebied of meer dan 5000 vierkante meter in landelijk gebied? uiterwaarden

nee

Drinkwaterwingebieden provincie Utrecht

nee

Wateropgave wateroverlast

nee

Watergangen met ecologische doelstellingen KRW

nee

02-04-2024 13:34

2

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets

Details 1. normale procedure Voor uw plan moet u de normale procedure volgen.

Wat moet ik doen? U heeft via de website www.dewatertoets.nl een watertoetsproces gestart. Door het starten van een watertoetsproces via deze website, zorgt u er voor dat het waterschap alle relevante informatie krijgt om een goed advies te kunnen geven. Bij geen of weinig gevolgen voor water, kunt u snel door in uw procedure, zonder dat u hoeft te wachten op een reactie van het waterschap.

Onze conclusie Naar aanleiding van uw ingevulde informatie volgt de procedure: Waterschapsbelang, normale procedure. Op basis van uw ingevoerde gegevens blijkt dat uw ruimtelijke ontwikkeling (grote) gevolgen heeft voor water en dat nog niet duidelijk is of uw plan voldoet aan onze belangrijkste minimale voorwaarde: ""het standstill beginsel"". Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. Voor uw ruimtelijke plan(procedure) kunt u geen gebruik maken van een standaard tekst.

Acties Bovenstaande conclusie betekent dat u samen met het waterschap een watertoetsproces gaat doorlopen. Dit betekent dat er in overleg (informeel) met het waterschap gekeken moet worden naar waterkansen en -knelpunten. Dit voorafgaand aan de formele ro-procedure! Wij verzoeken u om allereerst meer informatie, bijvoorbeeld een concept toelichting en plankaart of onderbouwing naar ons toe te sturen. Op basis van deze informatie kunnen wij een (beter) beeld vormen van de ontwikkeling. Daarnaast vragen wij u om alvast te kijken of uw plan klimaatbestendig is? Zie voor de kansen en mogelijkheden www.ruimtelijkeadaptatie.nl U kunt informatie toesturen naar emailadres: watertoets@hdsr.nl Per gemeente hebben wij een contactpersoon RO-plannen en rioleringsplannen. Een overzicht van de contactpersonen vindt u op onze website http://www.hdsr.nl/watertoets Nadat u informatie hebt toegestuurd nemen wij contact met u op om het plan te bespreken. Onze focus ligt daarbij op het voorkomen of compenseren van eventuele negatieve gevolgen voor water en om kansen te pakken om het watersysteem en de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren.

Formele Wro- procedure U dient met het waterschap een vooroverleg te hebben in het kader van de Wro. Tijdens dit overleg zullen we samen met u de gevolgen voor water inzichtelijk maken en bespreken. Vervolgens dient u het plan eventueel aan te passen en de afspraken vast te leggen in uw ruimtelijke plan (in de onderbouwing, toelichting, regels en plankaart). Tijdens de formele overlegprocedures (art 3.1.1 of art 5.1.1) van het bestemmingsplan of projectbesluit zal het waterschap vervolgens een formeel (schriftelijk) wateradvies geven.

Disclaimer Dit wateradvies is 1 jaar geldig. Indien u graag deze termijn wilt verlengen, dan kunt u contact met ons opnemen. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden streeft naar correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Hoogheemraadschap aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld."

02-04-2024 13:34

3

https://dewatertoets.nl

Weging van het waterbelang Ontwikkeling centrumplan Elst (gemeente Rhenen) Ingenious 1 Ontwikkeling centrumplan Elst - Ingenious

WEGING VAN HET WATERBELANG Ontwikkeling centrumplan Elst (gemeente Rhenen) S.A.B. Arnhem B.V.

Project Ontwikkeling centrumplan Elst

Projectnr.(-doc) P23-0838(-009)

Ontwikkeling centrumplan Elst - Ingenious

Datum

Opgesteld door

Gecontroleerd door

16 mei 2024

2

01 INLEIDING 1.1. Aanleiding In de kern Elst (gemeente Rhenen) vindt een ontwikkeling plaats. Bij de ontwikkeling wordt een stuk grasland omgevormd tot een inbreiding van 22 woningen inclusief bijbehorende infrastructurele en landschappelijke inrichting. Voor de omgevingsplanplanprocedure heeft Ingenious BOOT verzocht een weging van het waterbelang (voorheen: watertoets) op te stellen. In figuur 1-1 is het plangebied (rood kader) weergegeven en heeft een oppervlak van circa 0,5 ha. Het plangebied is gelegen in het zuiden van de kern Elst, nabij de Schoolweg. Het plangebied is een grasland bedekt met groen en enkele bomen. Het wordt omsloten door bebouwing (woningen en winkels). Circa 400 m ten zuiden van de locatie ligt de rivier de Nederrijn.

1.2. Doel Deze weging van het waterbelang wordt opgesteld om zo de belangen van het watersysteem in de planvorming te borgen en invulling te geven aan een duurzame waterhuishouding.

1.3. Leeswijzer In voorliggende uitwerking wordt allereerst de huidige situatie binnen het plangebied in beeld gebracht. Hierbij worden de verharde oppervlakken in de huidige en toekomstige situatie bepaald. Daarnaast worden ook de (geo)hydrologische eigenschappen van het plangebied toegelicht. In hoofdstuk 3 volgt een toelichting op het geldende beleid op nationaal-, provinciaal-, waterschaps- en gemeentelijk niveau. Hierop volgt een hoofdstuk waarin de toekomstige waterhuishouding in beeld wordt gebracht waarbij aangesloten wordt op het geldende beleid. Hierin worden onder andere de watercompensatie en de wijze van afwatering uitgewerkt.

Ontwikkeling centrumplan Elst - Ingenious

Figuur 1-1: Locatie plangebied (bron: Cyclomedia)

3

02 BESCHRIJVING PLANGEBIED 2.1. Inrichting In de huidige situatie is het plangebied volledig onverhard en ingericht als grasland. Aan alle zijden van het plangebied zijn particuliere percelen aanwezig. De ontwikkelende partij is voornemens ter plaatse van het plangebied 22 woningen incl. tuinen te realiseren met parkeerplaatsen, rijbaan en voetpad. Daarnaast worden groene voorzieningen gerealiseerd zoals groenstroken. De inrichting van het plangebied is weergegeven in figuur 2-1. In de huidige situatie is het plangebied volledig onverhard. Met de nieuwe inrichting van het plangebied neemt het verhard oppervlak toe. Door de ontwikkelingen neemt het verhard oppervlak met 3.180 m² toe, zie tabel 2-1. De parkeerplaatsen wordt aangelegd met grasbetonblokken. Ter plaatse van de parkeerplaatsen zal het water deels infiltreren. Daarom is gerekend met 50% verharding ter plaatse van de parkeerplaatsen. Tabel 2-1: Overzicht oppervlakken toekomstige situatie TYPE OPPERVLAK Bebouwing Kavel Onverhard Parkeerplaats Verhard Subtotaal Totaal

% AFVLOEIEND 100% 60% 0% 50% 100% -

AFVLOEIEND ONVERHARD OPPERVLAK [M²] OPPERVLAK [M²] 1.040 975 650 120 200 195 1.655 3.870 965 4.835

OPPERVLAK [%] 22 34 2 8 34 100

Figuur 2-1: Overzicht oppervlakken toekomstige situatie

Op basis van de huidige en toekomstige oppervlakken, neemt met de ontwikkelingen binnen het plangebied het verhard oppervlak met 3.870 m² toe.

Ontwikkeling centrumplan Elst - Ingenious

4

2.2. Bestaande (geo-)hydrologische gesteldheid Voorafgaand aan de voorliggende weging van het waterbelang is een geohydrologisch bureauonderzoek inclusief infiltratieonderzoek (P23-0838-008) door BOOT uitgevoerd. De resultaten van het geohydrologische bureauonderzoek zijn onderstaand beschreven. Het geohydrologische bureauonderzoek is opgenomen in bijlage A.

 Binnen het plangebied ligt het maaiveld op een niveau van circa NAP +14,3 m richting de N225 zakt het maaiveld naar circa NAP +13,40;

 De regionale bodemopbouw wordt gekenmerkt door een deklaag van fijn tot matig grof zand tot circa 6,5 m-mv. Daaronder ligt een pakket met hoofdzakelijk matig grof tot grof zand tot einde boorprofiel (60 m-mv);

 Uit de boringen blijkt dat binnen het plangebied de ondergrond bestaat uit een humeuze toplaag (matig fijn, zwak siltig, zwak grindig zand) tot ongeveer 0,7 m-mv. Daaronder ligt een laag met matig grof, zwak siltig, zwak grindig zand tot minimaal 4 m-mv;

 Voor de ondergrond onder de humeuze toplaag (vanaf 0,7 m-mv) is een doorlatendheid van 10 m/dag representatief. In sommige lagen met een grovere zandfractie zal de K-waarde hoger zijn;

 De humeuze laag tot 0,7 m-mv is waarschijnlijk slechter doorlatend. Geadviseerd wordt bij de realisatie van ondiepe infiltratievoorzieningen deze laag volledig af te graven zodat hydrologisch contact met de goed doorlatende zandlaag ontstaat;

 Bij de dimensionering van infiltratievoorzieningen wordt geadviseerd een veiligheidsfactor van 2 voor de infiltratie capaciteit te hanteren.

 Het plangebied ligt niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringsvrije zone;

 Er is geen risico op opbarsten, en het toepassen van bemaling bij werkzaamheden in de ondergrond is waarschijnlijk niet noodzakelijk;

 Gezien de goede doorlatendheid en relatief diepe grondwaterstand wordt het risico op grondwateroverlast als laag ingeschat.

 Op basis van het Landelijk Hydrologisch Model (LHM) ligt de GHG grotendeels op een diepte van 6,6 m-mv. Tijdens de veldwerkzaamheden op april 2024 is in de boringen tot 4 m-mv geen grondwater aangetroffen;

Ontwikkeling centrumplan Elst - Ingenious

5

03 BELEID Het algemeen waterbeleid dat van toepassing is binnen het plangebied staat beschreven in het Nationaal waterplan, in het Waterbeleid in de 21e eeuw (WB21) en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van de Rijksoverheid. Daarnaast gelden de Waterschapsverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2024 en Waterbeheerprobramma 2022-2027: Stroomopwaarts van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en het Verbreed Gemeentelijke Rioleringsplan van de gemeente Rhenen. Op Europees-, nationaal- en stroomgebiedsniveau wordt gewerkt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal en Europees beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en stand-still (géén verdere achteruitgang in de huidige (2000) chemische en ecologische waterkwaliteit). Het bovenstaande resulteert in twee drietrapsstrategieën die zijn vastgelegd in de Nota Ruimte (2006):

 Waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren)  Waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren) De trits voor waterkwantiteit betekent dat neerslag bij voorkeur wordt vastgehouden op de plaats waar het valt. Indien vasthouden niet mogelijk is, wordt neerslag geborgen in oppervlaktewater. De trits voor waterkwaliteit houdt in dat gestreefd moet worden naar het voorkomen van verontreinigingen. Indien schoonhouden niet mogelijk is, worden schone en vervuilende bronnen gescheiden.

Vanaf 22 december 2021 is het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden van kracht. In het beheerplan beschrijft het hoogheemraadschap wat ze in de planperiode willen bereiken en hoe ze dat wil doen. Verder beschikt Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden over een ‘Waterschapverordening Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden’. Deze is sinds 1 januari 2024 van kracht. De waterschapverordening vervangt de Keur en de algemene regels. In de waterschapverordening staan alle regels die bepalen welke activiteiten waar in het beheersgebied mogen plaatsvinden en welke voorwaarden hiervoor gelden. Hierin staan de voorwaarden waaraan voldaan moet worden bij de inrichting, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, ondersteunende kunstwerken en grondwater. Voor bepaalde werkzaamheden dient een watervergunning aangevraagd te worden. Compensatie verhard oppervlak – Hoogheemraadschap De Stichtse Rijlanden Uitbreiding van verhard oppervlak moet, vanuit hydrologische oogpunt, waterbalansneutraal plaatsvinden. Indien dit niet kan door infiltratie in de bodem, kan dat door nieuwe bergingscapaciteit aan te leggen die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert dan wel de piekafvoer opvangt.

Voor het bepalen van de vereiste hoeveelheid compensatie extra oppervlaktewater per m² toenemend verhard oppervlak wordt de onderstaande tabel toegepast. Tabel 2: Compensatie oppervlaktewater per m² toenemend verhard oppervlak Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

De Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, onderdeel van het Deltaprogramma 2015, schrijft voor dat rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimtelijke omgeving moeten opnemen in het beleid. Doel van de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is het sturen van het veranderingsproces om het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland een vanzelfsprekend onderdeel te maken van ruimtelijke (her)ontwikkeling. Hierbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers mag ontstaan voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is.

Ontwikkeling centrumplan Elst - Ingenious

TOENEMEND VERHARD OPPERVLAK

MINIMAAL BENODIGD OPPERVLAK EXTRA OPEN WATER UITGEDRUKT PERCENTAGE VAN DE TOENAME VERHARD OPPERVLAK

500 m² < toename verhard oppervlak < 10.000 m² (stedelijk gebied) 1.000 m² < toename verhard oppervlak < 10.000 m² (overig gebied) Toename verhard oppervlak > 10.000 m²

15% 15% Maatwerkberekening

6

ALS VAN

Op 8 februari 2023 is vanuit het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden het handboek ‘Water in Ruimtelijk Plannen’ uitgebracht. In dit handboek staan nieuwe richtlijnen en adviezen vanuit het hoogheemraadschap beschreven. In het handboek staat het volgende: ‘Bij nieuwbouw/uitleg/uitbreiding adviseren wij dat minimaal 70 mm neerslag van de totale verharding wordt gecompenseerd via infiltrerende of waterbergende voorzieningen in samenhang met waterberging door extra oppervlaktewater te realiseren (richtlijn minimaal 22,5% van de totale verharde oppervlakte, op basis van een peilstijging 30 cm bij compensatie met alleen

Ontwikkeling centrumplan Elst - Ingenious

oppervlaktewater)’. Voor alsnog betreft dit handboek een advies vanuit het hoogheemraadschap en worden er geen aanvullende eisen gesteld. Compensatie verhard oppervlak – Gemeente Rhenen De gemeente heeft een bergingseis van 46 mm/m² afstromend oppervlak richting het infiltratiesysteem. Daarbij dient bepaald te worden of geen schade optreedt bij een neerslagsituatie van 74 mm.

7

04 HEMELWATER EN RIOLERING 4.1. Wateropgave Om de huidige afvoersituatie ter plaatse van het plangebied niet te laten verslechteren dient voor de toename van verharding watercompensatie gerealiseerd te worden. Vanuit het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden geldt dat over de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² 15% aan oppervlaktewater gerealiseerd dient te worden. Het voornemen is om geen oppervlaktewater te realiseren maar de waterberging in de vorm van infiltratiesystemen. Daarom wordt gerekend met neerslag situaties van 45 mm en 70 mm zoals beschreven staat in het handboek van het hoogheemraadschap. Vanuit de gemeente Rhenen dient over het totaal toekomstig verhard oppervlak binnen het plangebied 46 mm berging gerealiseerd te worden. Op basis hiervan is onderstaande berging benodigd voor de ontwikkelingen binnen het plangebied:

 Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden: 3.870 m² * 45 mm = 174m²  Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden: 3.870 m² * 70 mm = 271m²  Gemeente Rhenen: 3.870 m² * 46 mm = 178 m³  Gemeente Rhenen: 3.870 m² * 74 mm = 286 m³ Met het realiseren van 178 m³ berging binnen de bergingsvoorziening wordt binnen het plangebied voldoende waterberging gerealiseerd. Daarbij dient er 286 m³ water geborgen kunnen worden binnen het plangebied zonder dat er schade optreedt.

4.2. Watercompensatie Binnen het plangebied wordt waterberging gerealiseerd in de vorm van infiltratiekratten op eigenterrein en een IT-riool omringd door waterbergende fundering in de openbare ruimte. Het schetsontwerp van de infiltratiekratten en het IT-riool is weergegeven in figuur 4-1.

Ontwikkeling centrumplan Elst - Ingenious

Figuur 4-1: schetsontwerp ligging waterbergende voorzieningen

Infiltratiekratten op eigen terrein De eerste waterberging voor de woningen wordt gerealiseerd op het eigenterrein in de vorm van infiltratiekratten. Per kavel wordt 4,2 m³ a 4,8 m³ statische berging gerealiseerd. De woning aan de N225 krijgt 32 m³ statische berging. In totaal wordt er 152 m² aan infiltratiekratten toegepast dit resulteert in circa 116 m³ statische berging. De infiltratiekratten hebben gezamenlijk een infiltrerend oppervlak van 73 m² (rekening houden met 2/3 van de omtrek) en daarmee infiltratiecapaciteit van 15 m³/uur. De dynamische berging van de infiltratiekratten is 131 m³.

8

IT-riool In de rijbaan wordt een Ø800 mm IT-riool gerealiseerd. Rond het IT-riool wordt 0,25 m waterbergende fundering aangebracht. Waterbergende fundering (bijvoorbeeld Grauwacke, gewassen en gezeefd betongranulaat of lavasteen) kenmerkt zich door een porositeit van 35%. De beschikbare berging in het IT-riool en het grauwacke pakket is weergegeven in tabel 4-1. Tabel 4-1: Kenmerken waterberging IT-riool met waterbergende fundering

OMSCHRIJVING

HOEVEELHEID

EENHEID

Lengte 75 m Doorstromend oppervlak IT-riool 0,50 m² Grauwacke pakket 2,10 m²/m Infiltrerend oppervlak* 130 m² Statische berging riool 38 m³ Statische berging grauwacke 55,0 m³ Statische berging totaal 93 m³ Infiltratie** 27 m³/uur Dynamische berging 120 m³ in het eerste uur *) 2/3 van de zijkanten van het grauwackepakket **) rekening houdend met een k-waarde van 5 m/dag

Uit tabel 4-1 blijkt dat het IT-riool omringd met waterbergende fundering een statische berging heeft van 93 m³. Rekening houdend met een k-waarde 5 m/dag is de dynamische berging 120 m³ in het eerste uur. Resumé Door het realiseren van infiltratiekratten en het IT-riool wordt een dynamische berging van 230 m³ gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de bergingseisen binnen bergende voorzieningen van de gemeente en het hoogheemraadschap. Tabel 4-2: Kenmerken waterbergende voorzieningen

OMSCHRIJVING

HOEVEELHEID

EENHEID

Statische berging infiltratiekratten Statische berging IT-riool Statische berging totaal Infiltratie capaciteit infiltratiekratten Infiltratie capaciteit IT-riool Dynamische capaciteit totaal

115 93 208 15 27 250

m³ m³ m³ m³/uur m³/uur m³ in het eerste uur

Ontwikkeling centrumplan Elst - Ingenious

Met een dynamische berging van 229 m³ is de openstaande bergingsopgave voor een extreme neerslagsituatie (74 mm) 6 m³. De openstaande bergingsopgave kan op straat worden gevonden tussen de trottoirbanden. Met een gemiddelde waterdiepte van 0,01 op de rijbaan en parkeerplaatsen (totaal oppervlak circa 850 m²) wordt voldoende waterberging gerealiseerd. Met een waterdiepte van 0,01 m blijft het water tussen de trottoirbanden en treedt geen schade op.

4.3. Wijze van afwatering De woningen worden aangesloten op de infiltratiekratten op eigen terrein. Indien de infiltratiekratten volledig gevuld zijn storten deze via elkaar over richting het IT-riool in de openbare ruimte. Het water op de wegen en uit de voortuinen stroomt oppervlakkig naar de kolken aan de randen van de weg. Via de kolken met zandvang stroomt het water het ITriool in. Rond het IT-riool wordt een grauwacke pakket toegepast. Vanuit het IT-riool dat omringd is met waterbergende fundering en vanuit de infiltratiekratten infiltreert het schone hemelwater. Door de verspreiding van het infiltratie systeem over het hele plangebied infiltreert het hemelwater zo dicht mogelijk op de plaats waar het valt.

4.4. Meekoppelkansen in het gehele plangebied Om binnen het plangebied klimaatadaptieve kansen te benutten op het gebied van verkoeling en biodiversiteit kunnen onderstaande meekoppelkansen toegepast worden:

 Biodiverse beplanting toepassen in groenstroken;  Realiseren van flora- en faunavoorzieningen;  Realiseren van schaduw door het aanplanten van bomen in de groenvoorzieningen en ter plekke van verblijfsvoorzieningen en langzaamverkeerroutes;  Toepassen van halfverharding of open verharding, zodat het hemelwater kan infiltreren op de plek waar het valt.

9

4.5. Overige randvoorwaarden Om vervuiling van het hemelwater te beperken, wordt geadviseerd het gebruik van uitlogende bouwmaterialen te voorkomen conform het beleid van de gemeente en het waterschap.

4.6. Vuilwater Het vuilwater dient aangesloten te worden op de gemeentelijke riolering. In de rijbaan ten westen van het plangebied is gemengde riolering aanwezig waarop vanuit het plangebied aangesloten kan worden. De toename van vuilwater vanuit het plangebied is:

 22 woning x 2,5 woningbezetting x 12 l/uur = 660 l/uur = 0,183 l/s

4.7. Oppervlaktewater Binnen een straal van 100 m is geen oppervlaktewater gelegen.

Ontwikkeling centrumplan Elst - Ingenious

10

BIJLAGE A Geohydrologische quicscan inclusief infiltratieonderzoek

NOTITIE PROJECT

:

Elst, Ontwikkeling Centrumplan (Ingenious)

PROJECTNUMMER

:

P23-0838

ONDERWERP

:

Geohydrologisch onderzoek en infiltratieadvies

DATUM

:

8 mei 2024 (revisie 13 mei 2024)

OPGESTELD DOOR

:

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Ingenious is bezig met de uitwerking van een woningbouwplan in het centrum van Elst, Utrecht (zie Figuur 1.1). BOOT is betrokken bij deze ontwikkeling en heeft in opdracht van de initiatiefnemer een geohydrologisch- en infiltratieonderzoek uitgevoerd.

Figuur 1.1: Plangebied. 1.2

Doel Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de lokale geohydrologische opbouw (bodemopbouw, grondwaterstanden, oppervlaktewatersysteem, etc.). Met deze informatie kan BOOT in het vervolgtraject eventuele grondwater gerelateerde risico’s vroegtijdig signaleren en adviseren in een optimale waterhuishouding in het plangebied.

PROJECT

1/8

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Elst, Ontwikkeling Centrumplan (Ingenious) P23-0838-008 13 mei 2024

1.3

Leeswijzer Hoofdstuk 2 van deze notitie gaat in op de huidige situatie en de geohydrologie en opbouw van de ondergrond. In hoofdstuk 3 wordt het uitgevoerde infiltratieonderzoek beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft enkele geohydrologische risico’s. De notitie sluit af met hoofdstuk 5 waar de conclusies en adviezen in een samenvatting zijn opgenomen. De notitie bevat de volgende bijlagen: A. Situatietekening boringen en infiltratiemetingen B.

Boorprofielen

C. Resultaten infiltratiemetingen

PROJECT

2/8

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Elst, Ontwikkeling Centrumplan (Ingenious) P23-0838-008 13 mei 2024

2

Huidige situatie

2.1

Locatie plangebied Het plangebied is gelegen in het zuiden van de kern Elst, nabij de Schoolweg. Het plangebied is een grasland bedekt met groen en enkele bomen. Het wordt omsloten door bebouwing (woningen en winkels). Circa 400 m ten zuiden van de locatie ligt de rivier Nederrijn.

2.2

Maaiveld Regionaal gezien ligt het plangebied op circa 1 km ten zuiden van de voet van de Utrechtse Heuvelrug. Binnen het plangebied is het maaiveld relatief vlak en ligt op een niveau van circa NAP +14,3 m. Het regionale en lokale maaiveldverloop op basis van het AHN4 is weergegeven in Figuur 2.1.

NAP +14,0 m

NAP +14,3 m

Figuur 2.1: Maaiveldverloop plangebied (rode kader). Bron: AHN4, 2024.

2.3

Bodemopbouw De regionale en lokale bodemopbouw zijn bepaald op basis van DINOloket (model GeoTOP v1.6) en een uitgevoerd booronderzoek (BOOT, d.d. 19 en 22 april 2024). Regionale bodemopbouw In Figuur 2.2 is een overzicht weergegeven met de geologische eenheid (meest linkse profiel in de figuur) en de meest waarschijnlijke lithoklasse (2 rechtse profielen). Ter plaatse

PROJECT

3/8

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Elst, Ontwikkeling Centrumplan (Ingenious) P23-0838-008 13 mei 2024

van het plangebied is de bodem vanaf maaiveld naar beneden opgebouwd uit de Formaties van Boxtel (lichtgeel) en de Formaties van Peize en Waalre (donkergeel). De regionale bodemopbouw wordt gekenmerkt door een deklaag van fijn tot matig grof zand tot circa 6,5 m-mv. Daaronder ligt een pakket met hoofdzakelijk matig grof tot grof zand tot einde boorprofiel (60 m-mv). De regionale bodemopbouw vanaf de stuwwal tot over de Nederrijn is weergegeven in Figuur 2.3. Over het algemeen is de omliggende bodemopbouw gelijk aan het beschreven profiel. In het profiel wordt ook zichtbaar dat de rivier insnijd tot in het grofzandige pakket.

Figuur 2.2: Geologische eenheid en lithoklasse op basis van profiel DINOloket, model GeoTOP v1.6 (2024).

Figuur 2.3: Dwarsprofiel zuidwest-noordoost met meest waarschijnlijke lithoklasse (bron: DINOloket, model GeoTOP, 2023). Plangebied bij rode pijl. Legenda weergegeven in Figuur 2.2.

Lokale bodemopbouw De lokale bodemopbouw is bepaald aan de hand van geohydrologisch booronderzoek door BOOT. De locaties van de boringen zijn weergegeven in bijlage A, de boorprofielen in bijlage B.

PROJECT

4/8

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Elst, Ontwikkeling Centrumplan (Ingenious) P23-0838-008 13 mei 2024

Uit de boringen blijkt dat binnen het plangebied de ondergrond bestaat uit een humeuze toplaag (matig fijn, zwak siltig, zwak grindig zand) tot ongeveer 0,7 m-mv. Daaronder ligt een laag met matig grof, zwak siltig, zwak grindig zand tot minimaal 4 m-mv (verkendeboordiepte). 2.4

Grondwater In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen peilbuizen met gemonitorde grondwaterstanden. Op basis van het Landelijk Hydrologisch Model (LHM) ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) grotendeels op een diepte van 6,6 m-mv. De grondwaterstroming is waarschijnlijk, onder andere gezien de ligging van de stuwwal, zuidwestelijk gericht. Tijdens de veldwerkzaamheden in april 2024 is in de boringen tot 4 m-mv geen grondwaterstand aangetroffen. Dit bevestigt het beeld vanuit het LHM dat de GHG relatief diep licht.

2.5

Oppervlaktewater In Figuur 2.4 is een uitsnede van de legger van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden weergegeven. Op basis van deze legger zijn er binnen en in de directe omgeving van het plangebied, behalve de Nederrijn, geen watergangen gelegen.

Figuur 2.4: Uitsnede legger Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (2020).

PROJECT

5/8

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Elst, Ontwikkeling Centrumplan (Ingenious) P23-0838-008 13 mei 2024

3

Infiltratieonderzoek Op 3 boorlocaties is een infiltratiemeting uitgevoerd om de doorlatendheid van de onverzadigde zone te bepalen. De onverzadigde doorlatendheid (infiltratiecapaciteit) is bepaald met behulp van het K-Sat meetinstrument. De meetprocedure staat bekend als "constanthead", "permeametertest" of "boorgat-infiltratietest". Na verzadiging van de betreffende bodemlaag wordt het debiet dat nodig is om het waterniveau constant te houden gemeten. De resultaten van de doorlatendheidsmetingen zijn weergegeven in bijlage C. In Tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de bodemlagen waarin een doorlatendheidsproef is uitgevoerd en het resultaat van de doorlatendheidsproef. Tabel 3.1: Overzicht bodemlagen, bodemsamenstelling en resultaat doorlatendheid. MEETPUNT

DIEPTE METING

BODEMSAMENSTELLING

[M-MV]

K-WAARDE [M/DAG]

1

2,00

Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig

21,7

2

1,55

Zand matig grof, zwak siltig, matig grindig

12,2

3

1,05

Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig

14,4

Op basis van de classificatie doorlatendheid (Cultuurtechnisch Vademecum, 2000) worden alle K-waarden goed doorlatend (1-10 m/dag) en zeer goed doorlatend (>10 m/dag). Bij een doorlatendheid boven de 10 m/dag is het meetinstrument niet meer 100% nauwkeurig, maar desondanks geven de gemeten k-waarden wel duidelijk weer dat de ondergrond geschikt is voor infiltratie. Voor de ondergrond onder de humeuze toplaag (vanaf 0,7 m-mv) is een doorlatendheid van 10 m/dag representatief. In sommige lagen met een grovere zandfractie zal de Kwaarde hoger zijn. De humeuze laag tot 0,7 m-mv is waarschijnlijk slechter doorlatend. Geadviseerd wordt bij de realisatie van ondiepe infiltratievoorzieningen deze laag volledig af te graven zodat hydrologisch contact met de goed doorlatende zandlaag ontstaat. Bij de dimensionering van infiltratievoorzieningen wordt geadviseerd een veiligheidsfactor van 2 te hanteren.

PROJECT

6/8

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Elst, Ontwikkeling Centrumplan (Ingenious) P23-0838-008 13 mei 2024

4

Geohydrologische risico’s

4.1

Kwel Op basis van gegevens uit het Landelijk Hydrologisch Model (HHM4.1, bron: NHI) ligt het plangebied op de grenszone tussen kwel en wegzijging. Kwelwater komt vermoedelijk omhoog in de uiterwaarden.

4.2

Grondwaterbeschermingszones Het plangebied ligt niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringsvrije zone (bron: Atlas Provincie Utrecht).

4.3

Opbarsten Vanaf maaiveld bestaat de ondergrond uit een dik zandpakket, zonder veen- of kleilagen. Het risico op opbarsten is niet aanwezig.

4.4

Noodzaak bemaling Gezien de relatief diepe grondwaterstand is bemaling bij aanleg van riolering, funderingen en kelders waarschijnlijk niet noodzakelijk.

4.5

Grondwateroverlast Gezien de goede doorlatendheid en relatief diepe grondwaterstand wordt het risico op grondwateroverlast als laag ingeschat.

PROJECT

7/8

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Elst, Ontwikkeling Centrumplan (Ingenious) P23-0838-008 13 mei 2024

5

Samenvatting  Binnen het plangebied ligt het maaiveld op een niveau van circa NAP +14,3 m.  De regionale bodemopbouw wordt gekenmerkt door een deklaag van fijn tot matig grof zand tot circa 6,5 m-mv. Daaronder ligt een pakket met hoofdzakelijk matig grof tot grof zand tot einde boorprofiel (60 m-mv).

 Uit de boringen blijkt dat binnen het plangebied de ondergrond bestaat uit een humeuze toplaag (matig fijn, zwak siltig, zwak grindig zand) tot ongeveer 0,7 m-mv. Daaronder ligt een laag met matig grof, zwak siltig, zwak grindig zand tot minimaal 4 m-mv.

 Op basis van het Landelijk Hydrologisch Model (LHM) ligt de GHG grotendeels op een diepte van 6,6 m-mv. Tijdens de veldwerkzaamheden op april 2024 is in de boringen tot 4 m-mv geen grondwater aangetroffen.

 Voor de ondergrond onder de humeuze toplaag (vanaf 0,7 m-mv) is een doorlatendheid van 10 m/dag representatief. In sommige lagen met een grovere zandfractie zal de K-waarde hoger zijn.

 De humeuze laag tot 0,7 m-mv is waarschijnlijk slechter doorlatend. Geadviseerd wordt bij de realisatie van ondiepe infiltratievoorzieningen deze laag volledig af te graven zodat hydrologisch contact met de goed doorlatende zandlaag ontstaat.

 Bij de dimensionering van infiltratievoorzieningen wordt geadviseerd een veiligheidsfactor van 2 te hanteren.

 Het plangebied ligt niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringsvrije zone.

 Er is geen risico op opbarsten, en het toepassen van bemaling bij werkzaamheden in de ondergrond is waarschijnlijk niet noodzakelijk.

 Gezien de goede doorlatendheid en relatief diepe grondwaterstand wordt het risico op grondwateroverlast als laag ingeschat.

PROJECT

8/8

DOCUMENTNUMMER REVISIEDATUM

Elst, Ontwikkeling Centrumplan (Ingenious) P23-0838-008 13 mei 2024

Bijlage A Situatietekening boorlocaties

Bijlagen

Bijlage B Boorprofielen

Bijlagen

Boring: 01 Datum: 0

Boring: 02

19-4-2024

Datum: 0

gras

0

19-4-2024 0

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten glas, sporen houtskool, sporen wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor, M50=165

braak Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten aardewerk, resten baksteen, resten beton, donker grijsbruin, Edelmanboor, M50=160

40

50

50

75

50 Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, neutraalbruin, Edelmanboor, M50=160 Zand matig grof, zwak siltig, matig grindig, donkergeel, Edelmanboor, M50=250

100

60

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten keien, lichtbruin, Edelmanboor, M50=160 Zand matig grof, zwak siltig, matig grindig, neutraalgeel, River, M50=230. In-situ infiltratiemeting op 1,5 m-mv, K-waarde 12,19 m/dag

100

125

Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht geelbeige, Edelmanboor, M50=230 150

150

175

200

200

Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, beigegeel, River, M50=225. In-situ infiltratiemeting op 2,0 m-mv, K-waarde 21,69 m/dag

200 210

Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, resten keien, lichtbeige, River, M50= 260

250

300

Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbeige, River, M50= 220

250

300

300 Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak keien, lichtbeige, River, M50= 275

350

310

Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbeige, River, M50= 240

350 365

385

400

400

400

400

Zand zeer grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbeige, River, M50= 375 Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbeige, River, M50= 240

Onderwerp: Boorbeschrijving Projectnaam: Elst, Ontwikkeling Centrumplan (Ingenious) Projectcode: P23-0838 Pagina 1 van 2 d.d. 23-04-2024

Boring: 03 Datum: 0

22-4-2024 0

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor, M50= 160 40

50 65

Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, lichtbruin, Edelmanboor, M50= 190 Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbeige, River, M50= 270. In-situ infiltratiemeting op 1,0 m-mv, K-waarde 14,39 m/dag

100

150 165

Zand matig grof, zwak siltig, zwak grindig, lichtbeige, River, M50= 230

200

200

Onderwerp: Boorbeschrijving Projectnaam: Elst, Ontwikkeling Centrumplan (Ingenious) Projectcode: P23-0838 Pagina 2 van 2 d.d. 23-04-2024

Bijlage C Infiltratiemetingen onverzadigde zone

Bijlagen

Aardvark Permeameter

SimplyData Software Suite

Water Consumption Rate Location: Site: Time interval: Ksat Method:

Total Water Consumed

centrumplan, Elst 1 1

minutes

Glover Solution

Steady Flow Rate: Tmp Adj Flow Rate: Percolation Rate:

Steady Flow Rate achieved when Water Consumption Rate changes less than +/- 2 % for 6 consecutive readings

743,367 ml/min 744,020 ml/min 0,106 min/cm

Ksat:

21,69

Meters / day Site Details:

Notes:

Site GPS Position Time Longitude: 0 degrees 0 minutes 0 seconds East Latitude: 0 degrees 0 minutes 0 seconds North

10 cm

Hole Diameter

15 º C

Water Temperature

200 cm

Hole Depth

7 cm

Water Height in Hole

Water Table Depth

Soil Texture Structure Category: Most structured soils from clays through loams; also includes unstructured medium and fine sands. The category most frequently applicable for agricultural soils.

19-4-2024 13:52:24 19-4-2024 13:53:24 19-4-2024 13:54:24 19-4-2024 13:55:23 19-4-2024 13:56:24 19-4-2024 13:57:24 19-4-2024 13:58:24 19-4-2024 13:59:24 19-4-2024 14:00:24 19-4-2024 14:01:24 19-4-2024 14:02:24

Reservoir Water Elapsed Time Level (ml) Interval (minutes) 9087,6 8084,6 7265,8 6494,8 5725,6 4970,8 4223,6 3479,6 2743,6 2003,8 1265,4

0 1 1 0 1 1 1 1 1 1 1

Interval Water Consumed (ml) 1003 818,8 771 769,2 754,8 747,2 744 736 739,8 738,4

Water Total Water Consumption Rate Consumed (ml) (ml / min) 1003 1821,8 2592,8 3362 4116,8 4864 5608 6344 7083,8 7822,2

1003 818,8 784,068 756,59 754,8 747,2 744 736 739,8 738,4

Ignore this Reading?

Aardvark Permeameter

SimplyData Software Suite

Water Consumption Rate Location: Site: Time interval: Ksat Method:

Total Water Consumed

centrumplan, Elst 2 1

minutes

Glover Solution

Steady Flow Rate: Tmp Adj Flow Rate: Percolation Rate:

Steady Flow Rate achieved when Water Consumption Rate changes less than +/- 4 % for 11 consecutive readings

417,578 ml/min 417,945 ml/min 0,188 min/cm

Ksat:

12,19

Meters / day Site Details:

Notes:

Site GPS Position Time Longitude: 0 degrees 0 minutes 0 seconds East Latitude: 0 degrees 0 minutes 0 seconds North

10 cm

Hole Diameter

15 º C

Water Temperature

155 cm

Hole Depth

7 cm

Water Height in Hole

Water Table Depth

Soil Texture Structure Category: Most structured soils from clays through loams; also includes unstructured medium and fine sands. The category most frequently applicable for agricultural soils.

19-4-2024 14:09:11 19-4-2024 14:10:11 19-4-2024 14:11:11 19-4-2024 14:12:11 19-4-2024 14:13:11 19-4-2024 14:14:11 19-4-2024 14:15:11 19-4-2024 14:16:11 19-4-2024 14:17:11 19-4-2024 14:18:11 19-4-2024 14:19:11 19-4-2024 14:20:11 19-4-2024 14:21:11 19-4-2024 14:22:11 19-4-2024 14:23:10

Reservoir Water Elapsed Time Level (ml) Interval (minutes) 9229,8 8435,4 7981,2 7583,4 7179,2 6773,6 6355,2 5931,2 5504 5089,8 4683,8 4266,6 3841,8 3421 2997

0 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 0

Interval Water Consumed (ml) 794,4 454,2 397,8 404,2 405,6 418,4 424 427,2 414,2 406 417,2 424,8 420,8 424

Water Total Water Consumption Rate Consumed (ml) (ml / min) 794,4 1248,6 1646,4 2050,6 2456,2 2874,6 3298,6 3725,8 4140 4546 4963,2 5388 5808,8 6232,8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17167178/1