Bijlage 3 Memo wetswijzigingen
Tekst van het document
Memo Aan: Van: Onderwerp: Datum:
Wethouders regio FoodValley Wouter Schepers (RIGO) Aanstaande wetswijzigingen die de huisvestingsverordening raken 24 augustus 2023
Inleiding De (demissionair) Minister van Volkshuisvesting heeft in 2022 een aantal wetswijzigingen aangekondigd die de Huisvestingswet – en daarmee ook het bijbehorende instrument de Huisvestingsverordening – raakt. Een deel van deze wetgeving is voor de val van het Kabinet aangenomen in de Tweede Kamer, maar nog niet behandeld in de Eerste Kamer. Een ander deel is alleen nog in consultatie geweest. Gezien de demissionaire status van de regering is het aan de Tweede Kamer om te bepalen of voorliggende wetgeving wordt behandeld, of wordt aangehouden tot na de verkiezingen / formatie. Het is dus uiterst onzeker óf de beoogde wetswijzigingen ook daadwerkelijk worden doorgevoerd. Met het oog op de inwerkingtreding van de huisvestingsverordeningen per 1 januari a.s. is het wel zeer aannemelijk dat de wijzingen nog niet in de verordeningsteksten kunnen worden opgenomen: er kunnen immers geen verordeningen worden opgesteld die in strijd zijn met de (huidige) wet. De beoogde wijzigingen zijn dus nog niet in de regionale modeltekst terug te vinden. Dit memo is opgesteld om te beschrijven wat de beoogde wijzingen inhouden en wat het betekent als de wijzigingen op enig moment worden doorgevoerd.
Evaluatie Huisvestingswet (wijzigingen blok I) Het eerste blok wijzigingen (al behandeld en akkoord bevonden in de Tweede Kamer) kan gezien worden als een ‘natuurlijke’ ontwikkeling van de Huisvestingswet en bevat enkele door veel gemeenten gewenste aanpassingen:
Een uitbreiding van de mogelijkheid om toe te wijzen aan lokaal woningzoekenden (van bij 25% naar bij 50% van het aanbod). Hier geldt tegelijkertijd bij dat verduidelijkt is wanneer iemand lokale binding heeft. In het geval van de gemeenten in de FoodValley geldt dit bijvoorbeeld ook voor nagenoeg alle urgentiecategorieën; De mogelijkheid om bij de betaalbare koop in de nieuwbouw toe te kunnen wijzen aan lokaal woningzoekenden; De mogelijkheid om met voorrang toe te kunnen wijzen aan woningzoekenden met een bijzondere beroepsgroep (bijvoorbeeld leraren, zorgmedewerkers).
De Wet Regie (wijzigingen blok 2) Waar het bovenstaande blok vooral meer mogelijkheden biedt, komen uit de Wet Regie vooral nieuwe verplichtingen voort:
Gemeenten worden verplicht om een huisvestingsverordening met in ieder geval een urgentieregeling te hebben; Daarin worden door het Rijk verplichte urgentiecategorieën opgenomen; Gemeenten worden regionaal verplicht afspraken te maken over een evenwichtige verdeling van deze urgente groepen te bewerkstelligen; Gemeenten met een ondergemiddeld aandeel sociale huur worden verplicht om de particuliere sociale huur ook onder de huisvestingsverordening te scharen; De provincie krijgt een stevigere handhavingstaak op het gebied van de Huisvestingswet.
De Wet op de Huurtoeslag (wijzigingen blok 3)
Onderdeel van deze nog in de Tweede Kamer te behandelen wetswijziging is o.a. het verlagen van de huurtoeslaggerechtigde leeftijd voor jongeren van 23 naar 21 jaar.
Wat moet er veranderd worden aan de verordening als de nieuwe wetgeving van kracht wordt?
Het aanpassen van het % lokale binding (indien gewenst) van 25% naar maximaal 50% is een kleine tekstuele aanpassing; Het sturen op toewijzing in de koop vraagt veel meer: het bereik van de verordening zal moeten worden verruimd en er zal – en daar zit het meeste werk in – onderbouwd moeten worden waarom deze sturing gewenst is vanuit het oogpunt van schaarste en verdringing. Dat vergt onderzoek; Het verlenen aan voorrang aan bijzondere beroepsgroepen vergt aanpassing van artikel 13 (voorrangsbepalingen) en ook weer onderzoek t.b.v. onderbouwing; De verplichting een urgentieregeling te hebben heeft geen impact, want al aanwezig; De verplichte urgentiecategorieën vragen om aanpassing van de artikelen die urgentie aangaan, in het bijzonder artikel 20 t/m 28. Het gaat daarbij niet alleen om de categorieën, maar ook om de onderliggende criteria; De verplichte regionale afspraken vragen vermoedelijk om aanpassing van de bindingseisen richting urgenten (regionaal i.p.v. lokaal). Verder vragen verplichte afspraken vermoedelijk ook om een andere manier van uitvoeren van de urgentieregels (regionaal?); De verplichting om particuliere sociale huur onder het bereik van de verordening te brengen, heeft best veel invloed op de tekst van de huisvestingsverordening.
Welke eisen worden bijvoorbeeld gesteld aan particuliere verhuurders (denk aan inkomenstoets, aanbodplatform, wel/geen urgenten huisvesten, etc.). Veenendaal stuurt al op delen van de particuliere sociale huurvoorraad, daar kan de rest van de regio desgewenst tekstueel op meeliften. Daarnaast is er vooral ook een fors uitvoeringsvraagstuk, omdat particuliere verhuurders doorgaans niet gemandateerd zijn huisvestingsvergunningen te verlenen, waardoor gemeenten een balie zullen moeten inrichten om vergunningsaanvragen te kunnen toetsen en zullen ze handhaving moeten organiseren; De toezichtstaak van de provincie zal betekenen dat zij nadrukkelijker een partij zullen worden bij het opstellen en evalueren van de huisvestingsverordeningen. Het voorrangslabel voor jongeren is o.a. gebaseerd op de Huurtoeslagwetgeving (en daarom 23 jaar). Het ligt voor de hand om dit label in artikel 13 te wijzigen in 21 jaar.
1
Het ligt voor de hand om – als de onzekerheid is verdwenen – een ‘Plan van Aanpak’ te maken om te bezien hoe en wanneer het bovenstaande kan worden verwerkt in de huisvestingsverordeningen.
2