Bijlage 3 Bijlagen bij de toelichting bestemmingsplan Weteringsteeg 12-16
Tekst van het document
Voortoets stikstofdepositie Weteringsteeg 16, Rhenen 17
Voortoets stikstofdepositie Weteringsteeg 16, Rhenen 18
Voortoets stikstofdepositie Weteringsteeg 16, Rhenen 19
Quickscan soorten sloop agrarische opstallen Weteringsteeg 12 en 16 te Rhenen
Opdrachtgever
Buro Van Blijderveen Rijnstraat 7 4031 KJ Ingen
Contactpersoon
Willem van Blijderveen willem@burovanblijderveen.nl
Uitvoering
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur Dossiernummer
2020-078
Versie
Jun.21-v1
Behandeld door
Lex Groenewold
Datum
5 juni 2021
Dokter Holtropstraat 97 • 3851 JH • Ermelo• Tel.: 06-533 616 75 Website: www.groenewoldmilieu.nl • e-mail: info@groenewoldmilieu.nl KvK: 08178662 • BTW: NL001508693B90 • Bank: NL26 INGB 0673 0025 27
Inhoudsopgave 1 2 3 4
Aanleiding en doel ........................................................................................................ 3 Beschrijving situatie ...................................................................................................... 3 Relevante wetgeving .................................................................................................... 4 Aanpak onderzoek ........................................................................................................ 4 4.1 Gewenste ontwikkeling .......................................................................................... 4 4.2 Bronnenonderzoek ................................................................................................ 5 4.3 Locatiebezoek ....................................................................................................... 5 5 Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna ................................................................. 5 5.1 Vaatplanten ........................................................................................................... 5 5.2 Amfibieën, reptielen, vlinders en libellen ................................................................ 5 5.3 Zoogdieren ............................................................................................................
6 5.3.1 Vleermuizen ................................................................................................... 6 5.4 Vogels ................................................................................................................... 6 5.4.1 Vogels algemeen ............................................................................................ 7 5.5 Overige soorten ..................................................................................................... 7 6 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................... 8 6.1 Algemeen .............................................................................................................. 8 6.2 Beschermde soorten.............................................................................................. 8 6.3 Voorbehoud en zorgplicht ...................................................................................... 8 7 Advies ........................................................................................................................... 9 8 Literatuur .................................................................................................................... 10 Bijlagen .............................................................................................................................. 10
Bijlagen 1. Overzicht situatie 2. Foto’s plangebied 3. Samenvatting natuurwetgeving 4. Uitdraai NDFF
FF Weteringsteeg 12 en 16 Rhenen Jun.21-v1.doc
2
Versie: 5 juni 2021
1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft een aanvraag in voorbereiding voor sloop van een aantal agrarische opstallen aan de Weteringsteeg 12 en 16 te Rhenen. De gemeente heeft gevraagd een quickscan uit te voeren om te bepalen of beschermde natuurwaarden in het geding zijn. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur is gevraagd dit onderzoek uit te voeren.
2 Beschrijving situatie Een overzicht van de situatie is weergegeven in de figuren hieronder en in de bijlage. Het betreft twee aangrenzende percelen in het buitengebied ten noorden van Rhenen. Het betreft twee aangrenzende percelen met een aantal oude agrarische opstallen. Deze worden gesaneerd in het kader van de regeling Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB). Op beide percelen betreft het twee oude stallen. De opstallen zijn oud en gedateerd en reeds gesaneerd voor het onderdeel asbest. De quickscan moet duidelijk maken of er beschermde soorten of verblijfplaatsen in het geding zijn.
Te slopen schuren Weteringsteeg 16 (links) en 12
FF Weteringsteeg 12 en 16 Rhenen Jun.21-v1.doc
3
Versie: 5 juni 2021
3 Relevante wetgeving De natuur in Nederland is beschermd. Er zijn beschermde gebieden en beschermde soorten. De bescherming is per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie is in de meeste gevallen bevoegd gezag voor ontheffingen en vergunningaanvragen. Voor wat betreft de Europees beschermde gebieden en daarin levende soorten sluit de Wet hierop aan (Habitat- en Vogelrichtlijn en Verdrag van Bern en Bonn). Dit omvat ook de bescherming van de Natura2000 gebieden. Ook de soortbescherming sluit aan bij de Europese regelgeving. Alle in het wild voorkomende vogels zijn beschermd (art. 3.1 Wnb, conform Vogelrichtlijn). Verder alle soorten uit de Habitatrichtlijn (strikt beschermde soorten, art. 3.5 Wnb). Tot slot is er nog een nationale lijst met ‘Andere soorten’. Deze nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb, 1e lid) zijn aangewezen in de Bijlage bij de Wnb. Onderdeel A betreft een verbod op het opzettelijk doden of vangen van de genoemde in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Onderdeel B verbiedt het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van de genoemde vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. In het voorliggende onderzoek worden de consequenties in beeld gebracht van de beoogde plannen en vindt toetsing plaats.
Er is geen ontheffing nodig als overtreding van verbodsbepalingen is te voorkomen én de functionaliteit van beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen komt niet in het geding. In sommige gevallen is het noodzakelijk of raadzaam om vooraf een ontheffing aan te vragen bij de Provincie. Ook kan het zijn dat voor een aantal van de geplande activiteiten vrijstelling geldt. Dit kan per provincie enigszins verschillen. Als het plan invloed heeft op Natura 2000 gebied of gelegen is in het Nationaal natuurnetwerk moet dit inzichtelijk worden gemaakt en is mogelijk een vergunning noodzakelijk. Ook hiervoor is de provincie het bevoegd gezag. Een samenvatting van de natuurwetgeving is weergegeven in Bijlage 3.
4 Aanpak onderzoek De voorliggende quickscan is gebaseerd op een locatiebezoek, beschikbare gebiedskennis, verspreidingsgegevens, literatuurgegevens en bekende ecologische principes. Hieruit moet blijken of en zo ja welke beschermde soorten in het plangebied voorkomen of kunnen voorkomen. Verder is gekeken of de voorgenomen activiteiten invloed hebben op beschermde gebieden. Als er negatieve effecten mogelijk zijn zal kort worden ingegaan op mogelijke mitigerende (verzachtende of inpassings-) en compenserende maatregelen. Ook op basis van de algemene zorgplicht kan het nodig zijn maatregelen te treffen.
4.1
Gewenste ontwikkeling
Het plan omvat sloop van de bestaande agrarische opstallen en het opschonen van het terrein. Deze activiteiten vallen onder de definitie van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling op basis van de Wet natuurbescherming. De effecten op beschermde soorten zijn beoordeeld op basis van de diverse uit te voeren activiteiten.
FF Weteringsteeg 12 en 16 Rhenen Jun.21-v1.doc
4
Versie: 5 juni 2021
Uitgangspunten hiervoor zijn: - het slopen van de bestaande agrarische opstallen - het verwijderen van enige opslag en vegetatie - het uitvlakken van het terrein
4.2
Bronnenonderzoek
Het nieuw geplande woongebouw ligt in kilometerhok x:169/y:443. Een eerste indruk is te verkrijgen bij het Natuurloket en waarneming.nl. Met deze gegevens in combinatie met een locatiebezoek en ecologische kennis kan een goede inschatting worden verkregen van de locatie en het belang daarvan voor verschillende soorten. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen is verder gebruik gemaakt van openbaar toegankelijke en betrouwbare bronnen, zoals verspreidingsatlassen, rapporten, recente artikelen, eigen gegevens en internetsites (zie literatuurlijst). Daarbij is ook gebruik gemaakt van een recente uitdraai van Quickscanhulp.nl uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) uit de nabije omgeving. Deze is voor dit onderzoek ook voldoende bruikbaar.
4.3
Locatiebezoek
Tijdens het locatiebezoek op 4 juni 2021 is het gebied en de directe omgeving opgenomen. Het bezoek levert informatie over de op dat moment aanwezige soorten. Een quickscan is geen volledige inventarisatie. Om toch een goed beeld te krijgen van te verwachten soorten is een locatiebezoek bij de quickscan wel van groot belang. Samen met beschikbare literatuurgegevens is dan een inschatting te maken van de geschiktheid van het plangebied voor mogelijk hier voorkomende beschermde soorten.
5 Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna Dit hoofdstuk gaat in op de vraag of er beschermde soorten voorkomen in of om het plangebied. Hierbij zijn de meest voorkomende soortgroepen apart benoemd.
5.1
Vaatplanten
Het terrein rond de te slopen schuren is deels verhard en bestaat deels uit groen. Langs de zuidgrens van Weteringsteeg 12 is een bloemrijke berm aanwezig met een aantal Prunus bomen (foto). Er zijn op beide percelen alleen algemene planten, bomen en struiken aangetroffen, zoals smalle weegbree, paardenbloem, kompassla, gewone melkdistel, melganzevoet, fluitekruid, koolzaad, brandnetel en diverse grassen. Langs de randen zijn houtwallen ingeplant met o.a. zwarte els en diverse struiken. Er zijn in de huidige situatie geen beschermde soorten aangetroffen of te verwachten. De bomen aan de rand van het plangebied blijven behouden. Bij verdere realisatie van de plannen is geen sprake van overtreding van art. 3.5 of 3.10 Wnb. Het aanvragen van een ontheffing is voor de nog aanwezige flora niet nodig.
5.2
Amfibieën, reptielen, vlinders en libellen
Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën, reptielen, vlinders, of libellen aangetroffen. Wegens het ontbreken van geschikt voortplantingswater op het terrein is het niet geschikt
FF Weteringsteeg 12 en 16 Rhenen Jun.21-v1.doc
5
Versie: 5 juni 2021
als voortplantingsgebied voor amfibieën en libellen. De opstallen en de directe omgeving zijn geen typisch leefgebied voor reptielen of beschermde vlindersoorten. Er zijn daarmee door realisatie van de plannen geen negatieve effecten te verwachten op deze soortgroepen. Een ontheffing op basis van art. 3.5 of 3.10 van de Wnb is voor deze soortgroepen niet nodig.
5.3
Zoogdieren
Uit de wijdere omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van eekhoorn, egel, haas, bunzing, das en egel. Er zijn in de te slopen stallen geen zoogdieren, verblijfplaatsen of sporen daarvan aangetroffen. Op basis van de waarnemingen en de lokale situatie verdwijnen met zekerheid geen beschermde verblijfplaatsen. Bij de planrealisatie kan een klein aantal verblijfplaatsen van de algemene en laag beschermde kleine zoogdieren verloren gaan. Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten hier echter niet nodig, omdat hiervoor behoudens de algemene zorgplicht, vrijstelling geldt conform de Omgevingsverordening Utrecht. 5.3.1 Vleermuizen Volgens de literatuurgegevens komen in de omgeving van het plangebied diverse soorten vleermuizen voor, zoals de gewone en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis. Deze soorten zijn strikt beschermd onder de Wet natuurbescherming, op basis van Bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Zowel de zomer- als winterkolonies, als paarplaatsen en kraamkamers zijn beschermd tegen verstoring en vernietiging. De opstallen zijn grotendeels vervallen en de asbest is al van de daken gehaald. Daarmee zijn de opstallen in de huidige staat niet geschikt als vaste verblijfplaats voor vleermuizen. Vleermuizen volgen vaak lijnvormige structuren zoals houtwallen. De Weteringsteeg is daarvoor goed geschikt.
Het is daarom denkbaar dat vleermuizen in het gebied jagen. Dat blijft ook na realisatie van het plan mogelijk. Er vindt daarmee geen aantasting plaats van (potentieel) onmisbare vliegroutes en foerageergebied. Er is als gevolg van de beoogde ingrepen geen schade te verwachten op vleermuizen. Het aanvragen van een ontheffing op basis van de Wnb is voor zoogdieren niet nodig.
5.4
Vogels
Er is geen broedvogelinventarisatie uitgevoerd. Op basis van waarnemingen tijdens de veldbezoeken, de terreingesteldheid, waarnemingen uit de directe omgeving, bekende verspreidingsgegevens en ervaring is een inschatting gemaakt over mogelijk aanwezige soorten in het gebied. Tijdens het bezoek zijn de volgende soorten in of om het plangebied gezien of gehoord: houtduif, merel, Turkse tortel, kauw, huismus, vink, zware kraai en zwartkop. Er is gelet op mogelijke jaarrond beschermde rust- of nestplaatsen. De huismus is aanwezig in de bestaande woningen. De woningen blijven behouden. De te slopen opstallen zijn ongeschikt als nestplaats of foerageergebied. De sloop van de stallen heeft geen negatieve gevolgen voor de soort. De steenuil is bekend vanuit de omgeving, o.a. aan de andere zijde van de weg op nr. 23. Er is gezocht naar braakballen, poepsporen, prooiresten e.d. die zouden kunnen wijzen op een verblijfplaats van de steenuil. Deze zijn niet aangetroffen. Ook potentiële vaste rust- of verblijfplaatsen zijn in de huidige staat van de bebouwing niet te verwachten en met zeker-
FF Weteringsteeg 12 en 16 Rhenen Jun.21-v1.doc
6
Versie: 5 juni 2021
heid uit te sluiten. Het plangebied maakt mogelijk wel onderdeel uit van het foerageergebied van de steenuil. Dat blijft ook in de situatie na de sloop mogelijk. Op basis van de bevindingen verdwijnen met zekerheid geen beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen van vogels. Een ontheffing is niet nodig. Er is wel een merelnest gevonden in de schuur op nr. 16 (foto) en ook in de berm aan de zuidzijde van Weteringsteeg 12 is het mogelijk dat vogels een nestje hebben. Alle broedende vogels zijn beschermd totdat de jonge vogels zijn uitgevlogen. 5.4.1 Vogels algemeen In het algemeen geldt dat ingrepen in een plangebied tijdens het broedseizoen (15 maart – 15 juli – huismus 15 augustus) sterke negatieve effecten hebben op de meeste vogelsoorten door vernietiging van broedplaatsen en verstoring van de reproductie. Wettelijk gezien is dat verboden (art. 3.1 Wnb). Verstoring van broedvogels is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op de populatie (art. 3.1 lid 5). Het beschadigen of vernietigen van nesten is wel verboden en dient te allen tijde te worden voorkomen. Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezige vogels. Is dat niet mogelijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nesten van broedvogels zal plaatsvinden. Als bijv.
met de inrichting van het terrein wordt gewacht tot het broedseizoen bestaat een kans dat grondbroeders eieren gaan leggen. Dan moet met de realisatie worden gewacht tot de jonge vogels zijn uitgevlogen. De effecten op (broed)vogels in het plangebied en de directe omgeving zullen verder beperkt of nihil zijn. Na realisatie van het plan ontstaan door de aanleg van beplanting en tuinen overigens ook weer nieuwe broedmogelijkheden. Werkzaamheden die broedbiotopen van vogels verstoren of beschadigen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezige vogels. Is dat niet mogelijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nesten, eieren of jongen zal plaatsvinden.
5.5
Overige soorten
Van de overige beschermde soorten en soortgroepen is te stellen dat deze in het plangebied niet voorkomen of zijn te verwachten. Ook zullen de geplande activiteiten geen effect hebben op deze soorten.
FF Weteringsteeg 12 en 16 Rhenen Jun.21-v1.doc
7
Versie: 5 juni 2021
6 Conclusies en aanbevelingen 6.1
Algemeen
Verschillende soorten planten, dieren worden beschermd in de Wet natuurbescherming. Op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn, zijn in de Wet speciale beschermingsgebieden aangewezen. Een ruimtelijke ontwikkeling is alleen mogelijk als duidelijk is dat de nesten, holen of andere verblijfsplaatsen niet worden vernield of beschadigd. Verstoring is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op populatieniveau. Beschermde planten mogen niet worden verwijderd van hun groeiplaats. Ook mogen door een ruimtelijke ontwikkeling geen significant negatieve effecten plaatsvinden op beschermde gebieden. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur heeft in opdracht van initiatiefnemer een quickscan soorten uitgevoerd aan de Weteringsteeg 12 en 16 in het buitengebied van Rhenen. Plan is op beide percelen twee oude agrarische opstallen te slopen. Uit de quickscan moet blijken of de realisatie van het plan gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden.
6.2
Beschermde soorten
In de te slopen en reeds voor asbest gesaneerde agrarische opstallen zijn geen beschermde soorten of verblijfplaatsen aangetroffen of te verwachten. Specifiek is gezocht naar (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen, marters, uilen en eventuele jaarrond beschermde nesten van vogels. Deze zijn niet gevonden en met zekerheid uit te sluiten. Mogelijk is het plangebied onderdeel van het foerageergebied van de steenuil, gezien de waarnemingen in de nabije en wijdere omgeving. Er zijn verder geen poepsporen, braakballen of prooiresten gevonden. Er zijn ook geen aanwijzingen gevonden voor potentiële rust- of nestplaatsen. Na realisatie van het plan blijft het gebied beschikbaar als potentieel leefgebied voor de steenuil. Er geldt een vrijstelling voor de algemeen beschermde soorten (Omgevingsverordening Utrecht). Overigens blijft de algemene zorgplicht altijd van kracht.
6.3
Voorbehoud en zorgplicht
De voorliggende natuurtoets is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend terreinbezoek. Om de risico’s op verstoring van beschermde soorten (bijv. vogels) op het werkterrein te minimaliseren, wordt aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten. Algemene zorgplicht Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan ge-
FF Weteringsteeg 12 en 16 Rhenen Jun.21-v1.doc
8
Versie: 5 juni 2021
maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de kwetsbare perioden zoals de broed-/voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden kan per soortgroep verschillen. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar meestal geen problemen. Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broedtijd (15 maart-15 juli-huismus tot 15 augustus). Als bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie buiten het broedseizoen worden verwijderd of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht.
Beschermde soorten Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).
7 Advies 1) Initiatiefnemer heeft het plan een viertal vervallen en voor asbest gesaneerde agrarische opstallen aan de Weteringsteeg 12 en 16 te Rhenen te slopen en het terrein ter plaatse te schonen. 2) Er zijn geen beschermde soorten of verblijfplaatsen aangetroffen of te verwachten. Een ontheffing Wnb voor soorten is niet nodig. 3) Bij uitvoering van de werkzaamheden altijd invulling geven aan de ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming), wat inhoudt dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten (bijv. broedende vogels) te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
FF Weteringsteeg 12 en 16 Rhenen Jun.21-v1.doc
9
Versie: 5 juni 2021
8 Literatuur
Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. Van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, 3de herziene druk. BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Huismus 1.0 BIJ12, Juli 2017 Kennisdocument Steenuil 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Gierzwaluw 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Das 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Gewone dwergvleermuis 1.0 Eekeren, N. van & F. Smeeding, 2006, Praktijkhandleiding Evenwichtige verschraling van natuurgronden door uitmijnen van fosfaat met grasklaver en kalibemesting. Janssen, J.A.M. en Schaminée, J.H.J., 2008: Soorten van de habitatrichtlijn Lange, R., P.Twisk, A. van Winden & A. van Diepenbeek, 1994. Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.) (1997). Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. Ministerie van BiZa, juli 2019, Factsheet woningbouwplannen, stikstof en Natura-2000 gebieden Provincie Utrecht: Omgevingsverordening Provincie Gelderland: Mitigatiecatalogus gebouwbewonende soorten, Arcadis, 27 september 2018 Regiebureau Natura 2000, Naslagwerk Natura 2000
www.gegevensautoriteitnatuur.nl www.infomil.nl http://mineleni.nederlandsesoorten.nl/ www.Natura 2000.nl www.Natuurloket.nl
www.RAVON.nl
www.rijksoverheid.nl www.soortenregister.nl http://www.synbiosys.alterra.nl/Natura 2000 http://www.vleermuis.net www.waarneming.nl (website met soortenwaarnemingen in Nederland) www.wetten.nl
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Overzicht situatie Foto’s plangebied Samenvatting natuurwetgeving Uitdraai NDFF
FF Weteringsteeg 12 en 16 Rhenen Jun.21-v1.doc
10
Versie: 5 juni 2021