CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Bestuurlijke reactie

Raadsvergadering 23 mei 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadvoorstel Rekenkameronderzoek burgerparticipatie (advies niet behandelen)1.421 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie van het college van burgemeester en wethouders op het onderzoeksrapport “Burgerparticipatie in Rhenen” van de Rekenkamer Rhenen. 27 januari 2023 Het college nam kennis van het onderzoeksrapport “Burgerparticipatie in Rhenen” en kan zich in grote lijn in de conclusies vinden. In het bijzonder zal het college hieronder reageren op de aanbevelingen die de Rekenkamer doet. Bovendien wil het college enkele woorden in het algemeen wijden aan participatie.

Contact zoeken, in gesprek zijn, samen ontwikkelen en doen: zo zijn onze manieren Het college ervaart participatie in Rhenen als een standaardpraktijk. De ene keer is participatie grootschaliger en intensiever dan de andere keer, maar steeds is het de bedoeling dat mensen voelen “dit is ook van ons” – waar het ook over gaat. Het college erkent dat dit niet gemakkelijk is en dat dit de ene keer beter slaagt dan de andere keer. Maar iedere keer is dit het streven, ook naar mensen toe die zich van de overheid afkeren of die al genoeg andere zorgen hebben. Het college wil met iedereen het goede gesprek voeren. Hierbij is het uitgangspunt: eerst de ander begrijpen en dan pas zelf begrepen worden. Het college wil ook met de raad het goede gesprek blijven voeren over participatie. Het Rekenkameronderzoek is hier een aanleiding voor. Het college noemt drie voorbeelden. Het eerste voorbeeld gaat over het Rhenen-spreekt panel. De Rekenkamer schrijft op pagina 24 dat raadsleden vraagtekens plaatsen bij de representativiteit van het Rhenen Spreekt-panel. Het college vraagt zich af wat maakt dat raadsleden hier een punt van blijven maken? Deze vraag stelt het college in het licht van het feit dat de cijfers over wie er precies meedoen, zijn verstrekt aan de raad. Bovendien benoemt het bureau, dat de gemeente bij het panel ondersteunt, na iedere enquête de betrouwbaarheid van de uitkomsten.

De uitkomsten van de enquêtes informeren het college; zij zijn een hulpmiddel om tot raadsvoorstellen te komen. In hoeverre onderschrijft u als raad die de bevolking van Rhenen representeert, dit gebruik van de Rhenenspreekt-enquêtes? In hoeverre ziet de raad het als zijn verantwoordelijkheid om naar het bredere beeld te kijken, want Rhenen-spreekt is één manier voor mensen om mee te doen? Elke manier om mee te kunnen doen, spreekt andere mensen aan. Daarom is het ook belangrijk om te variëren met participatieen communicatiemethoden. Bijeenkomsten zijn belangrijk én het actief opzoeken van groepen mensen waarvan het college verwacht dat zij niet naar bijeenkomsten kunnen of willen komen. Het is de taak van raad en college om te zorgen dat iedereen mee kan doen. Ten slotte is het belangrijk om te benadrukken dat mensen zelf bepalen of ze het waard vinden om mee te doen aan het specifieke onderwerp of - deze keer - niet. Participatie gaat over het besturen van de gemeente en is geen exacte wetenschap waar de term representativiteit vandaan komt. Het tweede voorbeeld gaat over de opbrengsten van participatie. Op basis van het gesprek dat de Rekenkamer had met raadsleden, besteedt de Rekenkamer er twee zinnen aan op pagina 24/25. Het college vindt de opbrengsten van participatie een fundamenteel vraagstuk en gaat hier graag het gesprek over aan met de raad.

Voor het college zijn belangrijke opbrengsten ook immaterieel van aard. Bijvoorbeeld dat inwoners, professionals van maatschappelijke organisaties en ondernemers ook van invloed kunnen zijn en hun bijdrage kunnen leveren aan belangrijke onderwerpen voor onze gemeenschap die dus ok van hen is. Het is bekend dat de overgrote meerderheid van de mensen die onderdeel waren van een proces de resultaten kunnen accepteren, ook al zijn deze resultaten niet hun keuze. De opbrengst van participatie hoeft geen consensus te

zijn. Het is de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur (raad en college) om besluiten te nemen en te zorgen voor tastbare resultaten. Het derde voorbeeld gaat over de informatievoorziening aan de raad. Aan de ene kant erkent het college dat dit op punten beter kan – zie hieronder de reactie van het college op aanbeveling 2. Aan de andere kant wil het college benadrukken: “Participatie? Zo zijn onze manieren in Rhenen”. Het gebeurt dus én het kan altijd meer en beter. Met het oog op dit laatste investeert het college liever in het doen dan in het verslagleggen. De Rekenkamer benadrukt dat wat er gebeurt ook op schrift moet zijn terug te vinden. Het college onderschrijft deze norm dus niet. Hoe staat de raad hierin?

De aanbevelingen van de Rekenkamer en wat het college daarmee wil doen Aanbeveling 1: Verzoek het college jaarlijks een participatieagenda aan te leveren waarin wordt opgenomen op welke beleidsterreinen en rond welke thema’s en projecten participatie van burgers voorzien wordt. Bepaal dan als raad op basis van deze agenda in welke gevallen conform de richtlijnen in het Participatiestatuut wordt gewerkt of waar een lichtere, aangepaste vorm van participatie voldoende is. Reactie 1: Het college staat ervoor open om de raad jaarlijks een participatieagenda aan te leveren. Anders dan de Rekenkamer aanbeveelt, wil het college zich bij deze agenda beperken tot die trajecten waarbij besluitvorming uiteindelijk in de raad plaatsvindt. Bovendien kan het college maximaal één traject per jaar volgens het Participatiestatuut vormgeven. De raad kan bepalen welk traject. Aanbeveling 2: Stel nadere eisen aan de transparantie van de participatietrajecten. Denk daarbij aan een duidelijk startdocument (met doelen, kaders, speelruimte, financiële en communicatiemiddelen en beoogde doelgroepen), waar relevant tussentijdse rapportages en na afloop heldere verslaglegging over de resultaten van de participatietrajecten. Reactie 2: In de praktijk betekent aanbeveling 2 dat het Participatiestatuut op ieder traject van toepassing zou zijn.

Dit is niet uitvoerbaar binnen de ons beschikbare mensen en middelen. Het

was daarom ook de keuze van de raad zelf om twee trajecten helemaal volgens het statuut te doen. Dat waren de Nieuwe Veenendaalseweg en de visie op Rhenen 2035. Het college wil zich wel inspannen om de participatie- en communicatieparagraaf in raadsvoorstellen beter in te vullen met gedetailleerder informatie over - de fasen in het proces, - de verschillende groepen die bij iedere fase worden uitgenodigd, - waarvoor zij worden uitgenodigd (advisering, informatie delen, mee ontwikkelen, meebeslissen, meedoen) en - op welke verschillende manieren, zodat zo veel mogelijk belanghebbenden en belangstellenden de uitnodiging (kunnen) accepteren. Aanbeveling 3: Besteed aandacht aan het moment in de beleidscyclus dat burgers hun inbreng kunnen leveren. Bezie of de juiste communicatiemiddelen worden ingezet om zo veel mogelijk belanghebbenden (geïnteresseerde, deskundige of belanghebbende burgers, inclusief de ‘ongehoorde burgers’ en de burgers die in latere fasen van de beleidscyclus in beeld kunnen komen) te bereiken. Reactie 3: Het college kan zich vinden in deze aanbeveling.

Aanbeveling 4: Vraag het college te investeren in de evaluatie van participatietrajecten met deelnemers én belanghebbende burgers. Betrek in deze evaluatie ook de kosten van participatie, de doelstelling en meting van het beoogde succes. Hiermee wordt inzicht verkregen in de mate van doelrealisatie van het participatiebeleid. Dit inzicht kan dienen als basis voor het verbeteren van toekomstige participatietrajecten. Reactie 4: Het college kan maximaal één traject per jaar evalueren. Aanbeveling 5. Besteed aandacht in de raad aan de door het college opgestelde evaluatie van de participatietrajecten en betrek dat in de besluitvorming bij die thema’s. Reactie 5: Het college onderschrijft deze aanbeveling. Aanbeveling 6. Bereid een lokale aanpak voor over een goede, betekenisvolle invulling van burgerparticipatie die gemeente-overstijgende vraagstukken betreffen, denk bijvoorbeeld aan de RES, de uitwerking van de provinciale bouwopgave en de deelname aan gemeenschappelijke regelingen. Reactie 6: Het college vat deze aanbeveling op als een uitnodiging om de bestaande Rhenense aanpak van participatietrajecten te delen en af te stemmen met andere overheden voor gemeenteoverstijgende vraagstukken. De doelstelling is om consistent en consequent te zijn in de benadering van inwoners en organisaties in Rhenen.

Aanbeveling 7: Overweeg het Participatiestatuut te vervangen door een gemeentelijke participatieverordening waarin nadere regels zijn vastgelegd over de werkwijze bij burgerparticipatietrajecten, maar die tegelijk ook bepalingen kan bevatten over inspraak, overheidsparticipatie, uitdaagrecht, participatie in kader omgevingswet, evaluatie en de rol van de raad. Reactie 7: Het college stelt voor om het Participatiestatuut niet te vervangen, maar om deze fasegewijs aan te vullen met bepalingen voor specifieke onderwerpen, zoals de Rekenkamer deze benoemt. Het Participatiestatuut regelt de rol van de raad in participatietrajecten; dat is de kracht van het statuut. Het college wacht de behandeling in de Kamers af van de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Het college legt meer de nadruk op relaties aangaan met de mensen in onze gemeenschap om samen te ontwikkelen en te doen dan op het formeel en precies regelen van die relaties. Voor het college zijn ervaren en meemaken minstens even belangrijk als het op orde hebben van de administratie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12781082/1