Bijlage 3 Artikelsgewijze toelichting regeling OdrU
Tekst van het document
Artikelsgewijze toelichting Wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht naar aanleiding van wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022
Inleiding Onderstaand wordt artikelsgewijs toelichting gegeven op de voorgestelde tekstwijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht. Deze toelichting behoort bij de brief aan de colleges van de deelnemende gemeenten d.d. 11 april 2023 met het ontwerp-wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst regio Utrecht.
Overwegingen -
Een verwijzing naar de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 is opgenomen. Het is overbodig om de zin over het treffen van de gemeenschappelijke regeling op te nemen; derhalve wordt deze geschrapt.
Artikel 1 definities De definities zijn aangescherpt, maar niet inhoudelijk gewijzigd. Het begrip gemeenten is nader gespecificeerd. De colleges zijn deelnemer in de omgevingsdienst. De raden zijn in de definities opgenomen. Artikel 2 Toekomstige tijd is vervangen door tegenwoordige tijd. Artikel 4 en 5 Ten gevolge van verbetering definities in artikel 1 is de tekst van artikel 4 en artikel 5 aangepast. Artikel 6 De Wet open overheid (Woo) is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en is per 1 mei 2022 in werking getreden. De tekst is hierop aangepast. Artikel 8 Ten gevolge van verbetering definities in artikel 1 is de tekst van artikel 8 aangepast. Artikel 9, 16 en 19 De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) schrijft voor dat in de regeling een bepaling wordt opgenomen over welke besluiten van het bestuur voor zienswijze aan de raden worden gestuurd. In de regeling is invulling gegeven aan de mogelijkheden die de wet geeft voor het geven van zienswijzen door de raden op besluiten van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Naast de zienswijzen die zijn vastgelegd in de wet en de regeling, blijft het mogelijk dat het bestuur van de Omgevingsdienst regio Utrecht de raden om een reactie vraagt, alvorens een besluit te nemen. Zie ook toelichting op artikel 36.
Artikel 13 (nu 14) Ten gevolge van verbetering definities in artikel 1 is de tekst van artikel 13 (nu 14) aangepast. Artikel 17 en 18 Ten gevolge van verbetering definities in artikel 1 is de tekst van artikel 17 lid 1 en lid 3 en artikel 18 aangepast.
1 van 4
Hoofdstuk 5 De Omgevingsdienst werkt in mandaat in opdracht van het college van de deelnemende gemeenten. De Omgevingsdienst is een uitvoerende organisatie; er is geen sprake van delegatie van bevoegdheden. Het woord “overgedragen” is vervangen door het woord “opgedragen”. Artikel 22 Ten gevolge van verbetering definities in artikel 1 is de tekst van artikel 22 aangepast. Lid 4 is een nieuw lid. De ‘gedeeltelijke uittreding’ oftewel, de urenvermindering en de gevolgen daarvan zijn op deze plek toegevoegd. Het artikel over uittreding (artikel 40) gaat nu alleen nog over daadwerkelijke uittreding uit de regeling. De uittredingsregeling moet dus worden gewijzigd en van toepassing worden verklaard op vermindering van taken/uren. Artikel 23 Ten gevolge van verbetering definities in artikel 1 is de tekst van artikel 23 aangepast. Artikel 24 Lid 1: de bevoegdheid om de directeur te benoemen, te schorsen of te ontslaan is een bevoegdheid die door de wet (artikel 33b WGR) aan het dagelijks bestuur is voorbehouden. Zie artikel 31. Lid 2 en 3: zijn toegevoegd om het mogelijk te maken dat de organisatie bijvoorbeeld kan aansluiten bij een werkgeversorganisatie (thans WSGO) of een pensioenstichting. Voor de raden is een recht op zienswijze opgenomen. Artikel 25 Ten gevolge van verbetering definities in artikel 1 is de tekst van artikel 25 aangepast.
Artikel 26 Dit nieuwe artikel gaat in op burgerparticipatie. Hoewel de Omgevingsdienst alleen taken uitvoert in opdracht van de colleges, kan het in voorkomende gevallen wenselijk zijn om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid van de Omgevingsdienst te betrekken. Daarom is opgenomen dat het algemeen bestuur daartoe kan besluiten. Artikel 27, 29 en 30 Ten gevolge van verbetering definities in artikel 1 is de tekst van artikel 27, 29 en 30 aangepast. Artikel 31 Per 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. Daarmee is een einde gekomen aan het benoemen van ambtenaren. Ambtenaren zijn in dienst van de regeling op basis van een arbeidsovereenkomst. Dit geldt ook voor de directeur. Op grond van artikel 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen is het dagelijks bestuur bevoegd de arbeidsovereenkomst met de directeur aan te gaan, te wijzigen en te beëindigen. De directeur is ook secretaris van het algemeen en dagelijks bestuur. In die hoedanigheid wordt de directeur aangewezen (vergelijkbaar met de secretaris en griffier bij een gemeente worden aangewezen (artikel 100-102 gemeentewet). In de Wet gemeenschappelijke regelingen is de functie en aanwijzing van de secretaris niet expliciet geregeld.
Om die reden is het niet nodig op te nemen dat de aanwijzing als secretaris van rechtswege eindigt als de functie van secretaris geen onderdeel meer uitmaakt van de werkzaamheden van de betreffende ambtenaar. Het woord “aanwijzing” is gebruikt, in plaats van “in dienst nemen”, omdat de directeur niet in dienst hoeft te zijn. Er kan ook (tijdelijk) sprake zijn van detachering of inhuur. De bevoegdheid tot aanwijzen, schorsen (“op non actief stellen”) en ontslaan wordt bij het dagelijks bestuur gelegd. Maar niet dan nadat het algemeen bestuur is geraadpleegd. De bestaande tekst over voordracht door tenminste drie AB leden is overbodig, nu het DB de voordracht doet, en het besluit voorlegt aan het AB. Artikel 28 oud Is verwijderd. De CAO Samenwerkende gemeenten is van toepassing op de Omgevingsdienst.
2 van 4
Artikel 29 oud Is verwijderd. Sedert de invoering van de Wnra (1 januari 2020) is er sprake van arbeidsovereenkomsten. Het dagelijks bestuur is op grond van artikel 33b WGR bevoegd tot het sluiten van een arbeidsovereenkomst. De voorzitter kan de rechtshandeling verrichten. Het dagelijks bestuur kan dit ook aan de directeur opdragen. Artikel 32, 33 en 34 Ten gevolge van verbetering definities in artikel 1 is de tekst van artikel 32 en artikel 34 aangepast. Tevens is nummerverwijzing aangepast. Artikel 34 In artikel 34 lid 3 is een tekstuele verduidelijking aangebracht; duidelijker is welke uren worden bedoeld. Artikel 36 Lid 1 en 2: de data zijn aangepast aan de gewijzigde Wgr. Lid 3: De wetgever heeft geen zienswijze op de kadernota opgenomen. Toch hecht het algemeen bestuur van Odru er waarde aan dat de raden in de gelegenheid worden gesteld hun reactie op de ontwerp-kadernota te geven. Dat zal dan ook ieder jaar gebeuren, waarbij de huidige reactietermijn van 8 weken in stand blijft. Met die termijn blijft het mogelijk om met cijfers te werken die zo actueel mogelijk zijn. Overigens is in de wet de zienswijze op begroting en begrotingswijziging behouden, maar met een verlenging van de termijn voor raden van 8 naar 12 weken. Lid 5 is een uitwerking van de gewijzigde Wgr.
Lid 6 geeft aan dat voor een wijziging van de begroting waarbij geen wijziging wordt gebracht in de bijdragen van de gemeenten niet de zienswijzeprocedure hoeft te worden gevolgd. Dit om de administratieve en bestuurlijke last te verminderen. Uiteraard stelt wel het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst, op voorstel van het dagelijks bestuur en na advisering door de auditcommissie, de begrotingswijziging vast. Artikel 37 Lid 1 en 2: ten gevolge van verbetering definities in artikel 1 is de tekst van lid 1 aangepast. Tevens is nummerverwijzing aangepast. Ter verbetering van efficiency wordt er geen apart bericht meer gestuurd van de vaststelling van de kadernota, maar wordt hierover bericht bij de toezending van de ontwerp begroting aan de raden, zoals bedoeld in artikel 36 lid 4. Lid 3: staat nu in artikel 36 lid 7. Artikel 38 Ten gevolge van verbetering van definities in artikel 1 is de tekst aangepast. Tevens zijn de data aangepast aan de gewijzigde Wgr. Artikel 39 De urenvermindering (“gedeeltelijke uittreding”) is geregeld in artikel 23 en de overige inhoud van deze bepaling is opgenomen in artikel 40. Artikel 40 In artikel 40 zijn de afspraken rondom uittreding vastgelegd. De tekst van het oude artikel 39 leidde tot vragen, omdat het leek alsof een college pas kon besluiten tot uittreden na instemming van het algemeen bestuur.
De tekst van artikel 40 is duidelijker, en in overeenstemming met hetgeen in de bestaande regeling en wet van toepassing is. Artikel 41 De wijziging van de Wgr is in dit artikel verwerkt. Artikel 42 De wijziging van de Wgr is in dit artikel verwerkt. Op grond van artikel 9 Wgr dient de regeling bepalingen te bevatten omtrent de vereffening van het vermogen bij ontbinding van de regeling. In lid 3 is een verdeelsleutel opgenomen.
3 van 4
Artikel 43 en 44 Ten gevolge van verbetering definities in artikel 1 is de tekst aangepast. De voorzieningen voor de Archiefwet zijn ten gevolge van de wijziging Wgr nader uitgewerkt in artikel 44. De tekst is conform het model uit de Handreiking Inrichting informatie-en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden (VNG/LOPAI). Artikel 45 en 47 Ten gevolge van verbetering definities in artikel 1 is de tekst aangepast. Artikel 46 De gewijzigde Wgr schrijft voor dat een evaluatie van de regeling in de regeling wordt opgenomen. Artikel 48 Aangepast aan de wettelijke voorschriften.
4 van 4