Bijlage 2E Quickscan overwegveiligheid N233 Achterbergsestraatweg
Tekst van het document
ONDERWERP
PROJECTNUMMER
Gevolgen veiligheid overweg Achterbergsestraatweg (lijncode D05041.000159 109, km 024.934) na aanpassen VRI-kruispunt
ONZE REFERENTIE
DATUM
D10025933:B
30 april 2021 VAN
Linda Janssen AAN
Provincie Utrecht KOPIE AAN
Robert-Jan van der Meijden (Arcadis) Anton van Meulen (Arcadis)
Uitbreiding kruispunt N233 – Achterbergsestraatweg - Bergweg De provincie Utrecht heeft de wens om de capaciteit van kruispunt N233 (Lijnweg) – Achterbergsestraatweg – Bergweg uit te breiden om daarmee de doorstroming van het verkeer over de N233 te verbeteren. Het plan is om op alle vier de takken van het kruispunt het aantal rijstroken uit te breiden. In de oostelijke tak ligt de, met een ahob beveiligde, overweg Achterbergsestraatweg (lijncode 109, km 024.934). In de gewenste eindsituatie gaat het aantal rijstroken over de overweg van oost naar west van één naar twee. In de richting van west naar oost blijft de huidige situatie met één rijstrook gehandhaafd. Daarnaast blijven de twee vrijliggende in één richting te berijden fietspaden over de overweg behouden.
Aanleiding Het aanbrengen van één extra rijstrook over de overweg voor het verkeer van oost naar west heeft invloed op de overwegveiligheid. Deze wijziging mag, volgens het “nee tenzij principe” uit de Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020-2025 van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat van februari 2020 [01], slechts uitgevoerd worden als de initiatiefnemer met een risicoanalyse aantoont dat de overwegveiligheid niet achteruit gaat. Elke wijziging op een overweg kan namelijk tot een afname van de overwegveiligheid leiden. Onderzocht moet worden of dan proportionele mitigerende maatregelen mogelijk zijn om deze afname van onveiligheid te mitigeren. Hierbij kan gedacht worden aan het opheffen van de overweg, al of niet onder het aanbieden van een alternatieve ontsluiting, of het beter beveiligen van de overweg. Met de methode van de risicoanalyse kunnen veiligheidsrisico’s en het effect van maatregelen inzichtelijk worden gemaakt. De uitkomsten van een risicoanalyse ondersteunen het besluitvormingsproces om te komen tot proportionele mitigerende maatregelen. De provincie Utrecht heeft Arcadis gevraagd om de overweg Achterbergsestraatweg te beschouwen op het bovengenoemde risico voor een afname van overwegveiligheid als gevolg van het aanbrengen van een extra rijstrook over de overweg.
Omdat de provincie Utrecht eerst graag inzichtelijk wil hebben of het haalbaar is om een extra rijstrook over de overweg aan te brengen en zo ja, welke invloed dit heeft op de overwegveiligheid, is afgesproken om nog geen officiële risicoanalyse overwegen uit te voeren. Dit dient uiteraard alsnog te gebeuren als besloten wordt om daadwerkelijk een extra rijstrook over de overweg te realiseren.
Aanpak onderzoek De overweg Achterbergsestraatweg is beschouwd met daarbij een conclusie over de invloed van de betreffende wijziging, het aanbrengen van één extra rijstrook over de overweg, op de overwegveiligheid. Uiteindelijk wordt een conclusie getrokken of door de bovengenoemde wijziging de overwegveiligheid toeneemt, gelijk blijft of afneemt. Indien de overwegveiligheid afneemt, worden zo mogelijk compenserende maatregelen voorgesteld om de afname van de overwegveiligheid te compenseren.
Arcadis Nederland B.V., Piet Mondriaanlaan 26, 3812 GV Amersfoort
T +31 (0)88 4261261
www.arcadis.com
Arcadis Nederland B.V. - Registered office: Arnhem - Registered number: 09036504 - AS1-Sensitive
Huidige situatie De overweg Achterbergsestraatweg bestaat uit 2x1 rijstrook met aan beide zijden van de weg een vrijliggend in één richting te berijden fietspad. Ten oosten van de overweg gaan de vrijliggende fietspaden over in suggestiestroken. Ten westen van de overweg sluiten de vrijliggende fietspaden aan op de daar gelegen vrijliggende fietspaden. Deze overweg ligt in de oostelijke tak van het viertaks kruispunt N233 (Lijnweg) – Achterbergsestraatweg – Bergweg. Dit kruispunt is voorzien van een VRI die gekoppeld is aan de overweginstallatie, waarvan er ook verkeerslichten direct vóór (ten oosten van) de overweg staan. In onderstaande afbeeldingen zijn de huidige overweg- en kruispuntinrichting weergegeven.
Afbeelding 1: Luchtfoto kruispunt N233 – Achterbergsestraatweg – Bergweg met rechts de overweg.
Afbeelding 2: Overweg Achterbergsestraatweg, gezien vanaf de oostzijde (Streetsmart / Cyclomedia, opnamedatum 15-9-2020).
Onze referentie: D10025933:B - Datum: 30 april 2021 - AS1-Sensitive
2 van 7
Afbeelding 3: Overweg Achterbergsestraatweg, gezien vanaf de westzijde (Streetsmart / Cyclomedia, opnamedatum 10-9-2020).
Plannen N233 op en nabij de overweg Achterbergsestraatweg In de huidige plannen van de provincie Utrecht wordt de capaciteit van het VRI-kruispunt N233 (Lijnweg) – Achterbergsestraatweg – Bergweg uitgebreid. Daarbij is het voorlopige plan dat het aantal rijstroken in de richting van oost naar west over de overweg uitgebreid wordt, van één naar twee rijstroken. Ook wordt op het naastgelegen kruispunt het aantal rijstroken in de richting van noord naar zuid en in de richting van zuid naar noord uitgebreid van drie naar vier rijstroken. Daarnaast worden de verkeerslichten en de weginrichting op de westelijke tak van het kruispunt mogelijk nog kleinschalig aangepast. De wijzigingen op het kruispunt staan nog niet geheel vast, omdat op basis van een verkeerssimulatie moet blijken of de voorgestelde uitbreiding van het kruispunt voldoende is om de doorstroming over het kruispunt en de N233 te verbeteren. Er kunnen dus nog kleinschalige wijzigingen in de plannen doorgevoerd worden. Voor de analyse in deze memo wordt uitgegaan van de nieuwe voorgestelde kruispuntinrichting zoals in figuur 1 weergegeven is.
Figuur 1: Door provincie Utrecht voorlopig voorgestelde aanpassingen kruispunt N233 – Achterbergsestraatweg – Bergweg (noordzijde links).
Onze referentie: D10025933:B - Datum: 30 april 2021 - AS1-Sensitive
3 van 7
Invloed plannen N233 op overwegveiligheid Binnen de plannen voor het aanpassen van het kruispunt N233 (Lijnweg) – Achterbergsestraatweg – Bergweg zien wij in iedere geval twee wijzigingen die invloed hebben op de veiligheid van de overweg Achterbergsestraatweg. Op basis van een nog te maken overwegontwerp van de nieuwe situatie kunnen wij bepalen of dat ook de enige wijzigingen zijn die invloed hebben of dat er nog meer speelt. Hieronder worden die wijzigingen beschreven met daarbij de gevolgen voor de overwegveiligheid. •
•
In de richting van oost naar west wordt er over de overweg één extra rijstrook aangebracht. In de richting van west naar oost handhaaft men de bestaande rijstrook over de overweg. In de eindsituatie zien we dan drie rijstroken (2 + 1) over de overweg in plaats van het huidige aantal, 2 x 1. Bij iedere rijstrook geldt dat er een 1e voertuig tot stilstand moet komen bij een sluitende overweg. Met een extra rijstrook op de overweg is er in de praktijk meer kans op roodlichtnegatie door een ‘1 e’ voertuig dat voor de overweg moet stoppen. Dat is een achteruitgang van de overwegveiligheid. Op het kruispunt N233 (Lijnweg) – Achterbergsestraatweg – Bergweg nemen in de richting van zuid naar noord en van noord naar zuid het aantal rijstroken toe, van drie naar vier rijstroken. Hoewel deze uitbreiding geen invloed heeft op de overwegveiligheid, hebben we bij het bestuderen van de situatie wel ontdekt dat de huidige VRI niet voldoet aan de huidige eisen voor een VRI die gekoppeld is aan een Ahob-installatie. Deze koppeling is overigens in deze situatie noodzakelijk wegens de korte afstand tussen het spoor in de overweg en de N233. Bij een dergelijke koppeling dient de ontruiming van de overweg mede geregeld te worden door de VRI.
Daarmee wordt er tijdig voor gezorgd dat het kruispunt vanaf start ahob zodanig vrij is dat een eventueel op de overweg stilstaand voertuig tijdig voor de komst van een trein de overweg kan ontruimen en vrij het kruispunt op kan rijden. Dat is een veiligheidseis uit het ontwerpvoorschrift [04] van ProRail dat opgesteld is op basis van afspraken tussen (de voorganger van) het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en (de voorganger van ProRail) NS van 18 september 1988. Het blijkt dat in de huidige VRI geen eisen zijn opgenomen voor het regelen van de ontruiming van de overweg. Op het oorspronkelijke overwegontwerp dat wij bij ProRail hebben kunnen achterhalen, zijn die eisen ook nog niet opgenomen omdat het ontwerp van ver voor 1988 is. Zodra de situatie wordt aangepast, dienen deze eisen alsnog in de VRI opgenomen te worden. Het opnemen van deze eisen in de VRI is wel een verbetering van de overwegveiligheid, maar die kan niet dienen als compensatie voor de achteruitgang van overwegveiligheid door het toevoegen van een extra rijstrook. Het toevoegen van deze eisen is eerder het voldoen aan de laatste versie van het ontwerpvoorschrift [04].
Wij hebben ook gekeken naar de verkeerslichten en de weginrichting op de westelijke tak van het kruispunt N233 (Lijnweg) – Achterbergsestraatweg – Bergweg. Ook die westelijke tak wordt mogelijk nog kleinschalig aangepast. Dit heeft echter geen invloed op de overwegveiligheid, omdat alle mogelijke richtingen ten westen van het kruispunt ‘afgedekt’ worden door de VRI en de VRI, in de nieuwe situatie, de ontruiming van de overweg regelt. In totaliteit is er, ten gevolge van het toevoegen van een extra rijstrook over de overweg voor verkeer van oost naar west, sprake van een achteruitgang van de overwegveiligheid die conform de Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020 – 2025 gecompenseerd dient te worden met proportionele maatregelen. Deze maatregelen dienen zoveel mogelijk op de overweg zelf getroffen te worden en indien dit niet mogelijk is, mogen ze in een ruimer gebied rondom de overweg uitgevoerd worden.
Mogelijke compenserende maatregelen Zoals hierboven aangegeven, dienen de compenserende maatregelen zoveel mogelijk op de overweg zelf getroffen te worden en indien dit niet mogelijk is, mogen ze in een ruimer gebied rondom de overweg uitgevoerd worden. Maatregelen in de directe nabijheid van de overweg Vanuit de bureaustudie komen wij tot een tweetal mogelijke maatregelen in de directe nabijheid van de overweg om de toename van onveiligheid op de overweg Achterbergsestraatweg als gevolg van het toevoegen van een extra rijstrook op de overweg te compenseren. Deze maatregelen staan los van elkaar en zijn weergegeven in volgorde van het behalen van de meeste winst in overwegveiligheid (1) tot de minste winst in overwegveiligheid (2). Het nemen van één van onderstaande maatregelen is naar onze mening voldoende om de toename van onveiligheid op de overweg als gevolg van de aanleg van de extra rijstrook op de overweg te compenseren.
Onze referentie: D10025933:B - Datum: 30 april 2021 - AS1-Sensitive
4 van 7
1. Het voor gemotoriseerd verkeer afsluiten van de aansluiting van de Bergweg (oost) op de Achterbergsestraatweg (voorkeur). 2. Het instellen van eenrichtingsverkeer op de Bergweg (oost), naar het zuidoosten, dus vanaf de Achterbergsestraatweg de Bergweg in, eventueel uitgezonderd (brom)fietsers. Zoals de Provincie Utrecht aangeeft, in de huidige situatie komt het regelmatig voor dat met name vrachtwagens (evt. met opleggers) komende vanaf de Bergweg linksaf de Achterbergsestraatweg oprijden, achter een enkele auto voor de overweg tot stilstand komen en dan de ontruiming van de overweg blokkeren. Deze vrachtwagens komen uit de Bergweg (oost) gereden en stellen zich op voor het verkeerslicht ten oosten van de overweg. Door de lengte van de vrachtwagen wordt de doorgang over de rijstrook van west naar oost geblokkeerd. Het gevolg daarvan is dat er verkeer van west naar oost op de overweg kan blijven stilstaan doordat dit verkeer niet verder de Achterbergsestraatweg in kan rijden als gevolg van de daar stilstaande vrachtwagen. Een aanrijding tussen een trein en een voertuig is daarmee niet ondenkbaar. Door de aansluiting van de Bergweg (oost) op de Achterbergsestraatweg af te sluiten of door op de Bergweg (oost) eenrichtingsverkeer in te stellen naar het zuidoosten, wordt in de praktijk het ontruimingsprobleem ten oosten van de overweg opgelost.
Afbeelding 4: Momentopname blokkade Achterbergsestraatweg West door vrachtwagen vanuit de Bergweg Oost. Naast bovengenoemde is ook gekeken naar andere mogelijke maatregelen om de toename van onveiligheid als gevolg van de aanleg van de extra rijstrook op de overweg te compenseren. Bij de overweg zelf zien wij geen andere mogelijke compenserende maatregelen als hierboven genoemd. Naar onze mening kan de overweg alleen nog verder verbeterd worden door de ontruimingssituatie ten oosten van de overweg aan te pakken. Daarbij is bijvoorbeeld ook gekeken naar het eventueel plaatsen van verkeerslichten op het kruispunt Achterbergsestraatweg – Bergweg (oost). Die verkeerslichten dienen dan gekoppeld te worden aan de verkeerslichten op het kruispunt N233 (Lijnweg) – Achterbergsestraatweg – Bergweg, zodat een voertuig dat de Bergweg Oost uit rijdt ook in één keer de overweg kan oversteken en niet alsnog voor het verkeerslicht direct ten oosten van de overweg moet wachten (en daarmee alsnog voor een ontruimingsprobleem van de overweg zorgt). Deze koppeling brengt naar verwachting in de praktijk teveel nadelen met zich mee. Zo dienen dan beide VRIrichtingen ten oosten van de overweg groen te tonen zodra het verkeerslicht op de Bergweg (oost) groen toont. Dit zorgt ervoor dat een groot deel van het kruispunt N233 (Lijnweg) – Achterbergsestraatweg – Bergweg stil moet worden gezet.
Ook kan naar verwachting op de Bergweg (oost) maar één VRI-richting toegepast worden. Verkeer dat vanaf de Bergweg (oost) naar het noorden rijdt, krijgt dan ongeloofwaardig lange wachttijden, omdat zij ook moeten wachten op het stilzetten van het verkeer ten westen van de overweg, terwijl ze daar geen relatie mee hebben. Daarnaast moeten mogelijk de vooraankondigingen in de spoorbaan aangepast worden, omdat er meer voorijling (vooraankondigingstijd t.b.v. het aansturen van de VRI voor een overwegsluiting) voor de VRI nodig is dan dat in de huidige treinbeveiliging aanwezig is. Om bovengenoemde redenen valt dit alternatief af.
Onze referentie: D10025933:B - Datum: 30 april 2021 - AS1-Sensitive
5 van 7
Maatregelen op nabijgelegen overwegen Indien het niet mogelijk is om één van de hierboven beschreven twee maatregelen te treffen in de directe nabijheid van de overweg, is het mogelijk om maatregelen te treffen op de nabijgelegen overwegen. De drie overwegen die hiervoor in aanmerking komen zijn: • • •
De overweg Zuidelijke Meentsteeg (lijncode 109, km 026.918) die circa 2 km ten noordwesten van de overweg Achterbergsestraatweg ligt en actief beveiligd is. De overweg Noordelijke Meentsteeg (lijncode 109, km 027.881) die circa 3 km ten noordwesten van de overweg Achterbergsestraatweg ligt en actief beveiligd is. De overweg Kampjesweg (lijncode 109, km 028.533) die circa 3,5 km ten noordwesten van de overweg Achterbergsestraatweg ligt en actief beveiligd is.
Vanuit de bureaustudie komen wij tot een tweetal mogelijke maatregelen voor één van bovengenoemde overwegen om de toename van onveiligheid op de overweg Achterbergsestraatweg als gevolg van het toevoegen van een extra rijstrook op de overweg te compenseren. Deze maatregelen zijn weergegeven in volgorde van het behalen van de meeste winst in overwegveiligheid (1) tot de minste winst in overwegveiligheid (2). 1. Het volledig opheffen van een overweg. 2. Het ombouwen van een overweg van een overweg voor al het verkeer naar een overweg voor uitsluitend fietsers en voetgangers. Het nemen van één van bovengenoemde maatregelen bij één van de drie eerder genoemde overwegen is naar onze mening voldoende om de toename van onveiligheid op de overweg als gevolg van de aanleg van de extra rijstrook op de overweg te compenseren. Het opheffen of ombouwen van een overweg heeft gevolgen voor de (directe) omgeving en dient in een separaat traject verder uitgewerkt te worden (indien hiervoor gekozen wordt).
Conclusie Het aanbrengen van een extra rijstrook over de overweg is een achteruitgang van de overwegveiligheid die conform de Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020 – 2025 gecompenseerd dient te worden met proportionele maatregelen. Deze maatregelen dienen zoveel mogelijk op of direct nabij de overweg zelf getroffen te worden en indien dit niet mogelijk is, mogen ze in een ruimer gebied rondom de overweg uitgevoerd worden. Wij zien in de directe nabijheid van de overweg Achterbergsestraatweg (wat de voorkeur heeft) twee mogelijke maatregelen om de achteruitgang van de overwegveiligheid te compenseren: • Het voor gemotoriseerd verkeer afsluiten van de aansluiting van de Bergweg (oost) op de Achterbergsestraatweg (voorkeur), of: • Het instellen van eenrichtingsverkeer op de Bergweg (oost), naar het zuidoosten, dus vanaf de Achterbergsestraatweg de Bergweg in, eventueel uitgezonderd (brom)fietsers. In de huidige situatie komt het regelmatig voor dat met name vrachtwagens (evt. met opleggers) die uit de Bergweg (oost) komen en naar de overweg rijden de ontruiming van de overweg blokkeren. Door de aansluiting van de Bergweg (oost) op de Achterbergsestraatweg af te sluiten of door op de Bergweg (oost) eenrichtingsverkeer in te stellen naar het zuidoosten, wordt in de praktijk het ontruimingsprobleem ten oosten van de overweg opgelost.
Indien het niet mogelijk of wenselijk is om één van de twee bovengenoemde maatregelen te treffen in de directe nabijheid van de overweg Achterbergsestraatweg, kan ervoor gekozen te worden om één van de drie nabijgelegen overwegen (Zuidelijke Meentsteeg, Noordelijke Meentsteeg of Kampjesweg) volledig op te heffen of deze om te bouwen van een overweg voor al het verkeer naar een overweg voor uitsluitend fietsers en voetgangers. Het volledig opheffen van de overweg heeft dan de voorkeur, omdat daarmee de meeste winst in overwegveiligheid wordt gehaald. Tenslotte zal na aanpassing van het kruispunt N233 / Achterbergsestraatweg de daarvoor aan te passen VRIregeling moeten worden uitgebreid met de eisen zoals gesteld in het ontwerpvoorschrift van ProRail voor dit soort situaties, de OVS20438, Ontwerpvoorschrift Overwegbeveiliging VRS Railway Industry bv, Additionele voorzieningen, ProRail, 1 augustus 2016 [04]. Dit is ook van toepassing indien de weginrichting over de overweg niet aangepast wordt.
Onze referentie: D10025933:B - Datum: 30 april 2021 - AS1-Sensitive
6 van 7
Referentiedocumenten Als input voor deze memo zijn de volgende referentiedocumenten gebruikt.
[01]
Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020-2025 van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 5 februari 2020.
[02]
PRC00200 “Risicoanalyse en risicocompensatie overwegveiligheid bij wijzigingen”, V002, ProRail, 1 november 2019.
[03]
“Veilig vervoeren, Veilig werken, Veilig leven met spoor, Derde Kadernota Railveiligheid”, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, juni 2010.
[04]
OVS20438, Ontwerpvoorschrift Overwegbeveiliging VRS Railway Industry bv, Additionele voorzieningen, ProRail, 1 augustus 2016.
Tabel 1: Referentiedocumenten.
Onze referentie: D10025933:B - Datum: 30 april 2021 - AS1-Sensitive
7 van 7