Bijlage 2c Bijlagen ontwerpomgevingsvergunning MFG Rhenen
Tekst van het document
19370.003
Analyse
Eenheid
13-10-2022 Tom Willems 2022160973 13-10-2022 20-10-2022
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
6
GSSD
Analytico-nr
Monster
6
13155101
A105-1 A105 (0-50)
Eindoordeel:
87,4 3,7 96
87,4 3,7
<0,050 1,3 0,66 3,4 1,9 2 0,96 1,7 1 1,5 14
0,035 1,3 0,66 3,4 1,9 2 0,96 1,7 1 1,5 14,46
Gebruikte afkortingen kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
*
groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
AW
T
I
*
0,35
1,5
20,8
40
Uitgevoerd
Overschrijding Achtergrondwaarde
-
RG
3,7 25
Legenda Nr.
Oordeel
Bijlage 4c Getoetste analyseresultaten (Regeling bodemkwaliteit; indicatief)
BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
19370.003
Analyse
Eenheid
13-10-2022 Tom Willems 2022160973 13-10-2022 20-10-2022
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
1
GSSD
3,3 25
Analytico-nr
Monster
1
13155096
A101-1 A101 (0-50)
Eindoordeel:
91,4 3,3
<0,050 3,4 0,63 5,4 2,5 2,4 1,1 2 1,3 1,9 21
0,035 3,4 0,63 5,4 2,5 2,4 1,1 2 1,3 1,9 20,66
Gebruikte afkortingen Gestandaardiseerd gehalte
AW
Achtergrondwaarde
<= AW
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
RG Eis
Vereiste rapportagegrens
IW
Interventiewaarde
AW
Wonen
Industrie
IW
0,5
1,5
6,8
40
40
#
91,4 3,3 96
Klasse industrie
GSSD
RG Eis
Uitgevoerd
Legenda Nr.
Oordeel
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Industrie
BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
19370.003
Analyse
Eenheid
13-10-2022 Tom Willems 2022160973 13-10-2022 20-10-2022
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
2
GSSD
2,3 25
Analytico-nr
Monster
2
13155097
A101-2 A101 (50-80)
Eindoordeel:
94,4 2,3
<0,050 0,28 0,15 0,71 0,49 0,6 0,27 0,5 0,36 0,42 3,8
0,035 0,28 0,15 0,71 0,49 0,6 0,27 0,5 0,36 0,42 3,815
Gebruikte afkortingen Gestandaardiseerd gehalte
AW
Achtergrondwaarde
<= AW
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
RG Eis
Vereiste rapportagegrens
IW
Interventiewaarde
AW
Wonen
Industrie
IW
0,5
1,5
6,8
40
40
#
94,4 2,3 97
Klasse wonen
GSSD
RG Eis
Uitgevoerd
Legenda Nr.
Oordeel
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Wonen
BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
19370.003
Analyse
Eenheid
13-10-2022 Tom Willems 2022160973 13-10-2022 20-10-2022
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
3
GSSD
2,7 25
Analytico-nr
Monster
3
13155098
A102-1 A102 (0-50)
Eindoordeel:
89,8 2,7
<0,050 1,1 0,42 2,6 1,6 1,7 0,84 1,5 0,86 1,3 12
0,035 1,1 0,42 2,6 1,6 1,7 0,84 1,5 0,86 1,3 11,96
Gebruikte afkortingen Gestandaardiseerd gehalte
AW
Achtergrondwaarde
<= AW
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
RG Eis
Vereiste rapportagegrens
IW
Interventiewaarde
AW
Wonen
Industrie
IW
0,5
1,5
6,8
40
40
#
89,8 2,7 97
Klasse industrie
GSSD
RG Eis
Uitgevoerd
Legenda Nr.
Oordeel
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Industrie
BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
19370.003
Analyse
Eenheid
13-10-2022 Tom Willems 2022160973 13-10-2022 20-10-2022
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
4
GSSD
2,5 25
Analytico-nr
Monster
4
13155099
A103-1 A103 (0-50)
Eindoordeel:
92,5 2,5
<0,050 0,68 0,27 1,6 0,95 1,1 0,47 0,96 0,63 0,74 7,4
0,035 0,68 0,27 1,6 0,95 1,1 0,47 0,96 0,63 0,74 7,435
Gebruikte afkortingen Gestandaardiseerd gehalte
AW
Achtergrondwaarde
<= AW
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
RG Eis
Vereiste rapportagegrens
IW
Interventiewaarde
AW
Wonen
Industrie
IW
0,5
1,5
6,8
40
40
#
92,5 2,5 97
Klasse industrie
GSSD
RG Eis
Uitgevoerd
Legenda Nr.
Oordeel
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Industrie
BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
19370.003
Analyse
Eenheid
13-10-2022 Tom Willems 2022160973 13-10-2022 20-10-2022
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
5
GSSD
2,9 25
Analytico-nr
Monster
5
13155100
A104-1 A104 (0-50)
Eindoordeel:
92,7 2,9
<0,050 0,55 0,13 1,3 0,8 0,94 0,44 0,76 0,55 0,66 6,2
0,035 0,55 0,13 1,3 0,8 0,94 0,44 0,76 0,55 0,66 6,165
Gebruikte afkortingen Gestandaardiseerd gehalte
AW
Achtergrondwaarde
<= AW
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
RG Eis
Vereiste rapportagegrens
IW
Interventiewaarde
AW
Wonen
Industrie
IW
0,5
1,5
6,8
40
40
#
92,7 2,9 97
Klasse wonen
GSSD
RG Eis
Uitgevoerd
Legenda Nr.
Oordeel
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Wonen
BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
19370.003
Analyse
Eenheid
13-10-2022 Tom Willems 2022160973 13-10-2022 20-10-2022
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
6
GSSD
3,7 25
Analytico-nr
Monster
6
13155101
A105-1 A105 (0-50)
Eindoordeel:
87,4 3,7
<0,050 1,3 0,66 3,4 1,9 2 0,96 1,7 1 1,5 14
0,035 1,3 0,66 3,4 1,9 2 0,96 1,7 1 1,5 14,46
Gebruikte afkortingen Gestandaardiseerd gehalte
AW
Achtergrondwaarde
<= AW
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
RG Eis
Vereiste rapportagegrens
IW
Interventiewaarde
AW
Wonen
Industrie
IW
0,5
1,5
6,8
40
40
#
87,4 3,7 96
Klasse industrie
GSSD
RG Eis
Uitgevoerd
Legenda Nr.
Oordeel
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Industrie
Bijlage 5a Toetsingskader Circulaire bodemsanering AW = achtergrondwaarde S = streefwaarde I = interventiewaarde t.b.v. sanering(-sonderzoek)
voorkomen in:
Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
Stof/niveau AW
I
S
I 20 60 625 6 30 100 75 0,3 75 300 75 800
I.
Metalen antimoon (Sb) arseen (As) barium (Ba) cadmium (Cd) chroom (Cr) chroom III chroom VI cobalt (Co) koper (Cu kwik (Hg) kwik (anorganisch) kwik (organisch) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) tin (Sn) vanadium (V) zink (Zn)
4,0 20 0,60 55 15 40 0,15 50 1,5 35 6,5 80 140
22 76 920* 13 180 78 190 190 36 4 530 190 100 720
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
II.
Anorganische verbindingen chloride cyaniden-vrij cyaniden-complex thiocyanaat
3 5,5 6,0
20 50 20
100 (Cl/l) 5 10 -
1500 1500 1500
III.
Aromatische verbindingen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen styreen (vinylbenzeen) fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som)
0,20 0,20 0,20 0,45 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5
1,1 110 32 17 86 14 13 -
0,2 4 7 0,2 6 0,2 0,2 -
30 150 1000 70 300 2000 200 -
IV.
Polycyclische aromatische waterstoffen (PAK's) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(1,2,3cd)pyreen PAK (som 10)
1,5
40
0,01 0,0007 0,003 0,003 0,0001 0,003 0,0005 0,0003 0,0004 0,0004 -
70 5 5 1 0,5 0,2 0,05 0,05 0,05 0,05
Gechloreerde koolwaterstoffen vinylchloride dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (cis- en trans-) dichloorpropanen trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra) tetrachlooretheen (Per)
0,10 0,10 0,20 0,20 0,30 0,30 0,80 0,25 0,25 0,3 0,25 0,30 0,15
0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8
0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01
5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40
monochloorbenzeen dichloorbenzenen trichloorbenzenen tetrachloorbenzenen pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen
0,20 2,0 0,015 0,0090 0,0025 0,0085
15 19 11 2,2 6,7 2,0
7 3 0,01 0,01 0,003 0,0009
180 50 10 2,5 1 0,5
monochloorfenolen(som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol
0,045 0,20 0,0030 0,015 0,0030
54 22 22 21 12
0,3 0,2 0,03 0,01 0,04
100 30 10 10 3
PCB's (som 7) chloornaftaleen (som) monochlooranilinen (som) dioxine (som I-TEQ)
0,020 0,070 0,20
1 23 50 0,00018
0,01 -
0,01 6 30 -
V.
pentachlooraniline
kool-
0,000055 0,15
-
-
-
-
* De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buiten werking gesteld.
Bijlage 5a Toetsingskader Circulaire bodemsanering voorkomen in:
Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
Stof/niveau AW VI.
VII.
Bestrijdingsmiddelen chloordaan DDT (som) DDE (som) DDD (som) DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin drins (som) -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) HCH-verbindingen (som) heptachloor heptachloorepoxide (som) hexachloorbutadieen organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen(som landbodem) azinfos-methyl organotin verbindingen (som) tributyltin (TBT) MCPA atracine carburyl carbofuran 4-chloormethylfenolen (som) niet-chloorhoudende bestr.mid. (som) Overige verontreinigingen asbest cyclohexanon dimethyl ftalaat diethyl ftalaat di-isobutylftalaat dibutyl ftalaat butyl benzylftalaat dihexyl ftalaat di(2-ethylhexyl)ftalaat ftalaten (som) minerale olie pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril formaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaat ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon
I
S
I
0,0200 0,20 0,10 0,020 0,015 0,00090 0,0010 0,0020 0,0030 0,00070 0,0020 0,003 0,40
4 1,7 2,3 34 0,32 4 4 17 1,6 1,2 4 4 -
0,02 ng/l 0,004 ng/l 0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l 0,2 ng/l 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l -
0,2
0,0075 0,15 0,065 0,55 0,035 0,15 0,017 0,60 0,090
2,5 4 0,71 0,45 0,017 -
0,05-16 ng/l 0,02 29 ng/l 2 ng/l 9 ng/l -
0,7 50 150 50 100 -
2,0 0,045 0,045 0,045 0,070 0,070 0,070 0,045 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 2,0 2,5 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0
100 150 82 53 17 36 48 220 60 5000 11 7 8,8 75 -
0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -
15000 5 600 30 300 5000 630 -
0,01 0,1 5 1 0,3 3 -
Bodemtypecorrectie Anorganische verbindingen
Lb = Lst *
a + b * % lut.+ c * % org.st. a + b * 25 + c * 10
Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg);% lut. is gemeten percentage lutum in de te beoordelen bodem; % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; A, B en C zijn constantenafhankelijk van de stof; Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij streefwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door streefwaarde.
Bijlage 5a Toetsingskader Circulaire bodemsanering STOF arseen barium beryllium cadmium chroom cobalt koper kwik lood nikkel tin vanadium zink
a 15 30 8 0,4 50 2 15 0,2 50 10 4 12 50
b
c
0,4 5 0,9 0,007 2 0,28 0,6 0,0034 1 1 0,6 1,2 3
0,4 0 0 0,021 0 0 0,6 0,0017 1 0 0 0 1,5
Organische verbindingen
Lb = Lst *
% org.st. 10
Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg); % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; Voor bodems met gemeten organisch stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2%, worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij streefwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door streefwaarde.
Nader onderzoek
De tussenwaarde (Tw) is het toetsingscriterium ten behoeve van een nader onderzoek. Wordt de tussenwaarde overschreden, dan is een nader onderzoek, op korte termijn, noodzakelijk
Tw is de tussenwaarde; S is de streefwaarde en I is de interventiewaarde.
Tw = 0,5 * (S + I)
Bijlage 5b
Toetsingskader Regeling bodemkwaliteit (grond en baggerspecie)
Normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem, voor de bodem waarop grond of bagger wordt toegepast en voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel (voor standaardbodem, in mg kg/ds). Achtergrondwaarden
Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie
Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen
Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie
over aangrenzend perceel (2) (mg/kg ds)
Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen (mg/kg ds)
Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie (mg/kg ds)
Maximale emissiewaarden
Emissietoetswaarden
(mg/kg L/S 10)
(mg/kg ds)
15 27 1,2 62 35 54 0,83 210 88 180 97 200
22 76 4,3 180 190 190 4,8 530 190 100 900 250 720
0,070 0,61 0,051 0,17 0,24 1,0 0,49 15 0,48 0,21 0,093 1,9 2,1
9 42 4,3 180 130 113 4,8 308 105 100 450 146 430
3,0 5,5 6,0
3,0 5,5 6,0
20 50 20
nvt nvt nvt
nvt nvt nvt
0,20 *) 0,20 *) 0,20 *) 0,45 *) 0,25 *) 0,25 0,30 *) 0,35 *) 2,5 *)
0,20 0,20 0,20 0,45 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5
1 1,25 1,25 1,25 86 1,25 5 0,35 2,5
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
stofniveau
(mg/kg ds) I.
II.
III.
IV.
V.
Metalen antimoon (Sb) arseen (As) barium (Ba) cadmium (Cd) chroom (Cr) kobalt (Co) koper (Cu) kwik (Hg) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) tin (Sn) vanadium (V) zink (Zn) Overige anorganische stoffen chloride 3) cyanide (vrij) 4) cyanide (complex) thiocyanaten (som) Aromatische stoffen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) styreen (vinylbenzeen fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som) 6) Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) naftaleen fenantreen antraceen fluorantheen chryseen benzo(a)antraceen benzo(a)pyreen benzo(k)fluorantheen indeno(1,2,3cd)pyreen benzo(ghi)peryleen PAK's totaal (som 10) Gechloreerde koolwaterstoffen a. (vluchtige) chloorkoolwaterstoffen monochlooretheen (vinylchloride) 7) dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 7) 1,2-dichlooretheen (som) dichloorpropanen (som) trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra tetrachlooretheen (Per) b. chloorbenzenen monochloorbenzeen dichloorbenzenen (som) trichloorbenzenen (som) tetrachloorbenzenen (som) pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen chloorbenzenen (som) c. chloorfenolen monochloorfenolen (som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol chloorfenolen (som)
4,0 *) 20 0,60 55 15 40 0,15 50 1,5 *) 35 6,5 80 140
x (*B) x en 7,5 x (*B) x x x (*B) x x
x x x x x x x x x x
Maximale waarden grootschalige toepassingen op of in de bodem
1,5
6,8
40
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
0,10 *) 0,10 0,20 *) 0,20 *) 0,30 *) 0,30 *) 0,80 *) 0,25 *) 0,25 *) 0,30 *) 0,25 *) 0,30 *) 0,15
0,10 0,10 0,20 0,20 0,30 0,30 0,80 0,25 0,25 0,30 0,25 0,30 0,15
0,1 3,9 0,20 4 0,30 0,30 0,80 3 0,25 0,30 2,5 0,7 4
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
0,20 *) 2,0 *) 0,015 *) 0,0090 *) 0,0025 0,0085
0,20 2,0 0,015 0,0090 0,0025 0,027
5 5 5 2,2 5 1,4
nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt
0,045 0,20 0,0030 1 1,4
5,4 6 6 6 5
nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt
x 0,045 0,20 *) 0,0030 *) 0,015 *) 0,0030 *) -
x
Bijlage 5b
Toetsingskader Regeling bodemkwaliteit (grond en baggerspecie) Achtergrondwaarden
stofniveau
(mg/kg ds) d. polychloorbifenylen (PCB's) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB's (som 7) e. overige gechloreerde koolwaterstoffen monochlooranilinen (som) pentachlooraniline dioxine (som I-TEQ) chloornaftaleen (som) VI.
Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen
Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie
over aangrenzend perceel (2) (mg/kg ds)
Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen (mg/kg ds)
Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie (mg/kg ds)
x x x x x x x
Maximale waarden grootschalige toepassingen op of in de bodem
Maximale emissiewaarden
Emissietoetswaarden
(mg/kg L/S 10)
(mg/kg ds) nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
0,020
0,020
0,5
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
0,20 *) 0,15 *) 0,000055 *) 0,070 *)
0,20 0,15 0,000055 0,070
0,20 0,15 0,000055 10
nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt
0,0020 0,20 0,13 0,84
0,0020 1 1,3 34
0,04 0,00090 0,0010 0,0020 0,04
4,0 0,1 0,00090 0,5 0,5 0,5
0,00070 0,0020
0,1 0,1 0,0020
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
Bestrijdingsmiddelen a. organochloor bestrijdingsmiddelen chloordaan (som) DDT (som) DDE (som) DDD (som) DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin isodrin telodrin drins (som) endosulfansulfaat -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) -HCH HCH-verbindingen (som) heptachloor heptachloorepoxide (som) hexachloorbutadieen organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen(som landbodem) b. organofosforpesticiden azinfos-methyl
0,40
0,40
0,5
nvt
nvt
0,0075 *)
0,0075
0,0075
nvt
nvt
c. organotin bestrijdingsmiddelen organotin verbindingen (som)
0,15 0,065
0,5 0,065
2,5 (9) 0,065
nvt nvt
nvt nvt
0,55 *)
0,55
0,55
nvt
nvt
0,035 *) 0,15 *) 0,017 *) 0,60 *)
0,035 0,15 0,017 0,60
0,5 0,45 0,017 0,60
nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt
0,090 *)
0,090
0,5
nvt
nvt
2,0 *) 0,045 *) 0,045 *) 0,045 *) 0,070 *) 0,070 *) 0,070 *) 0,045 *) 190 0,15 *) 0,45 1,5 *) 0,20 *) 5,0 8,0 0,1 *) 0,1 *) 0,75 3,0 2,0 *) 2,0 *) 2,0 *) 0,20 *) 2,0 *)
100 2,0 9.2 5,3 1,3 5,0 2,6 18 8,3 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 0,1 0,1 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0
100 150 60 5,3 1,7 36 48 60 60 500 1 2 8,8 0,20 5,0 8,0 0,1 0,1 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt
8)
VII.
Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie
tributyltin (TBT) 8) d. chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden MCPA e. overige bestrijdingsmiddelen atrazine carbaryl carbofuran (7) 4-chloormethylfenolen (som) niet-chloorhoudende bestrijdingsmiddelen (som) Overige stoffen asbest 10) cyclohexanon dimethyl ftalaat 11) diethyl ftalaat 11) di-isobutylftalaat 11) dibutyl ftalaat 11) butyl benzylftalaat 11) dihexyl ftalaat 11) di(2-ethylhexyl)ftalaat 11) minerale olie 12) 13) pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan (bromoform) ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril formaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaat ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon
0,0020 0,20 0,10 0,020
x x x x x x x x x
0,015 0,00090 0,0010 0,0020 0,0030
x x x x x x
0,00070 0,0020 0,003 *)
x x x
3000
Bijlage 5b
Toetsingskader Regeling bodemkwaliteit (grond en baggerspecie)
Verklaring en de afkortingen en tekens 1)
2)
3)
4)
5)
6)
7)
8) 9) 10)
11)
12)
13) *)
(*A)
(*B)
Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling. De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden. De msPAF wordt berekend voor de met x aangegeven stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel * de gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem onder oppervlaktewater, en * voor organische stoffen: msPAF < 20%, en * voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAFberekening geldt de achtergrondwaarde (m.u.v. somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening). Barium, kobalt, molybdeen en minerale olie maken geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze vier stoffen de waarde, die vermeld is in de kolom ‘Maximale waarden verspreiden van baggerspecie over aangrenzend perceel’.
Voor de gemeten stoffen, die geen onderdeel uitmaken van de msPAFberekening, worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Voor het toepassen van zeezand geldt de norm 200 mg/kg ds. Bij het toepassen van zeezand op plaatsen waar een direct contact is of mogelijk is met brak oppervlaktewater of zeewater met van nature een chloride-gehalte van meer dan 5000 mg/l, geldt voor chloride geen maximale waarde. Bij gehalten die de Achtergrondwaarde overschrijden moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van uitdamping. Wanneer uitdamping naar binnenlucht zou kunnen optreden, moet bij overschrijding van de Achtergrondwaarde worden gemeten in de bodemlucht en moet worden getoetst aan de TCL (Toxicologisch Toelaatbare Concentratie in Lucht). Het gehalte cyanide-complex is gelijk aan het gehalte cyanide-totaal minus het gehalte cyanide-vrij, bepaald conform NEN 6655. Indien geen cyanide-vrij wordt verwacht, mag het gehalte cyanide-complex gelijk worden gesteld aan het gehalte cyanide-totaal (en hoeft dus alleen het gehalte cyanide-totaal te worden gemeten). De Achtergrondwaarde van deze somparameter gaat uit van de aanwezigheid van meerdere van de 15 componenten, die tot deze somparameter worden gerekend (zie bijlage N). De hoogte van de Achtergrondwaarde is gebaseerd op de som van de bepalingsgrenzen vermenigvuldigd met 0,7.
Sommige componenten zijn tevens individueel genormeerd. Binnen de somparameter mag de Achtergrondwaarde van de individueel genormeerde componenten niet worde n overschreden. Hetzelfde geldt voor de Maximale waarde wonen en de Maximale waarde industrie. Voor de componenten, die niet individueel zijn genormeerd, geldt per component een maximum gehalte van 0,45 mg/kg ds, zowel voor de Achtergrondwaarde als de Maximale waarden wonen en industrie. De Interventiewaarde van deze stoffen zijn gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1,1-dichlooretheen moet tevens het grondwater worden onderzocht. De eenheid voor organotinverbindingen is mg Sn/kg ds, met uitzondering van de normwaarden met voetnoot 9. De eenheid van de Maximale Waarde Industrie voor organotinverbindingen (som) is mg organotin/kg ds. Zijnde het gehalte serpentijnasbest plus tienmaal het gehalte amfiboolasbest. Deze eis bedraagt 100 mg/kg d.s. indien niet is voldaan aan artikel 2, onder b, van het Productenbesluit Asbest. Het is onzeker of de Achtergrondwaarden en Maximale waarden wonen voor de ftalaten meetbaar zijn. Toekomstige ervaringen moeten uitwijzen of sprake is van een knelpunt. Minerale olie heeft betrekking op de som van de (al dan niet) vertakte alkanen.
Indien er enigerlei vorm van verontreiniging met minerale olie wordt aangetoond in grond/baggerspecie, dan dient naast het gehalte aan minerale olie ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden. Voor het toepassen van baggerspecie in grootschalige toepassingen geldt voor minerale olie een maximale waarde van 2.000 mg/kg ds. Achtergrondwaarde is gebaseerd op de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid), omdat onvoldoende data beschikba ar zijn om een betrouwbare P95 af te leiden. De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buiten werking gesteld. Als verhoogde bariumgehalten het gevolg zijn van een antropogene bron, dan kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen op basis van de voormalige Interventiewaarde (920 mg/kg d.s. voor droge toepassingen en 625 mg/kg d.s. voor toepassingen in oppervlaktewater). De individuele normen voor metalen voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen worden tijdelijk buitenwerking gesteld, totdat deze metalen zijn geïntegreerd in de ms-PAF.
Bijlage 6
Eerder uitgevoerd bodemonderzoek
VERKENNEND BODEMONDERZOEK EN ONDERZOEK ASBEST IN BODEM GROENEWEG 58 TE RHENEN
Rapportage verkennend bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem Groeneweg 58 te Rhenen Opdrachtgever
Wind Design + build Postbus 160 9200 AD Drachten
Rapportnummer Versienummer
19370.002 D1
Status
Eindrapportage
Datum
22 juli 2022
Vestiging
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl
Opsteller
De heer R. Beij, MSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer A.P. Bregman, BSc
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 4 Terreininspectie ................................................................................................................ 4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 4 Niet-geëxplodeerde explosieven ...................................................................................... 5
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 5
5
VELDWERK ................................................................................................................................ 6 5.1 5.2 5.3 5.4
6
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 9 6.1 6.2 6.3 6.4
7
Algemeen.......................................................................................................................... 6 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest .................................................................. 6 Grondonderzoek ............................................................................................................... 6 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal ............................ 7
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 9 Toetsingskader ............................................................................................................... 11 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek ................... 13 Resultaten verkennend onderzoek asbest ..................................................................... 15
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 16
19370.002
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 4c. 5a. 5b. 6.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgeboorde materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Getoetste analyseresultaten Regeling bodemkwaliteit (indicatief) - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Regeling bodemkwaliteit - Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken 19370.002
1
INLEIDING
Wind Design + build heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem op de locatie Groeneweg 58 te Rhenen. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw en ontwikkeling binnen het plangebied, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Tevens heeft het onderzoek tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen nieuwbouw en ontwikkeling binnen het plangebied, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond".
Het verkennend onderzoek asbest in bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, en 2018. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 16.625 m²) is gelegen aan de Groeneweg 58 te Rhenen (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie bestaat uit twee naastgelegen terreindelen van ± 13.925 m² en ± 2.700 m². De percelen, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, zijn kadastraal bekend gemeente Rhenen, sectie H, nummers 8375, 8371, 8364, 8362 en 8363. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 39,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 167.347, Y = 441.493.
R 19370.002 versie D1
Pagina 1 van 18
3 3.1
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever (contactpersoon de heer Terpstra ) d.d. 31 mei 2022
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
RUD Utrecht (contactpersoon de heer Csikós), d.d. 1 juni 2022 Omgevingsdienst regio Utrecht (contactpersoon mevrouw Staritsky), d.d. 7 juni 2022 Gemeente Rhenen (contactpersoon de heer Brugman) d.d. 24 juni 2022
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 24 juni 2022
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1900 - 2019 blijkt dat de onderzoekslocatie tot 1955 in gebruik was als agrarisch of natuurgebied met kleinschalige bebouwing. Op de kaart van 1962 is te zien dat het terreingebruik van directe omgeving gewijzigd is naar woonwijk. De indeling van de onderzoekslocatie is ook gewijzigd. Op de kaart van 1970 is te zien dat de in 1962 gerealiseerd pand gesloopt is en centraal op de onderzoekslocatie een nieuw pand gerealiseerd is. Op de kaart van 1978 is te zien dat aan de zuidoost kan van de onderzoekslocatie een ander pand gerealiseerd is. Op de kaart van 1988 is te zien dat de bebouwing uit 1970 vervangen is door een groter pand. Op de kaart van 1994 is te zien dat de bebouwing uit 1978 gesloopt is. Op de kaart van 2006 is te zien dat het pand uit 1988 uitgebreid is. Sindsdien hebben geen noemenswaardige ruimtelijke veranderingen plaatsgevonden. De onderzoekslocatie is bebouwd met een sportcentrum (Sportcentrum ’t Gastland). In het sportcentrum bevindt zich een zwembad. De onbebouwde delen van de onderzoekslocatie zijn in gebruik als grasveld/groenstrook, parkeerterrein. voetpad en skatepark. Het parkeerterrein is verhard met klinkers, de voetpaden zijn verhard met klinkers en asfalt en het skatepark is verhard met asfalt. Uit bouwvergunningen blijkt dat binnenpandig in de kelderruimte een chloorbleekloog ruimte aanwezig is.
Verder blijkt uit gegevens van de gemeente Rhenen dat het skatepark aangelegd is in de periode 1989 tot 1992.
R 19370.002 versie D1
Pagina 2 van 18
Voor zover bij de opdrachtgever, de gemeente Rhenen en de RUD Utrecht bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Bij de gemeente Rhenen en de RUD Utrecht zijn geen gegevens aanwezig waaruit blijkt of er asbesthoudende materialen zijn toegepast op of in de (voormalige) bebouwing. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de bebouwing op de locatie te slopen en nieuwbouw te realiseren. 3.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Rhenen en de RUD Utrecht blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op het oostelijk terreindeel is in 2000 door Fugro een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk: 87000111, d.d. 29 mei 2000). Destijds zijn er op en nabij onderhavige onderzoeklocatie 6 boringen verricht. Ter plaatse van deze boringen zijn zintuigelijk geen verdachte bijmengingen aangetroffen. In de bovengrond zijn lichte verontreinigingen met lood, PAK, minerale olie en EOX aangetoond. Aan de noordwest- en zuidoostzijde van het sportcentrum is in 2000 door BOOT een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het kader van de voorgenomen uitbouw van het pand (kenmerk: M00186, d.d. 19 oktober 2000). Destijds zijn er 7 boringen verricht. Zintuiglijk zijn in de boven- en ondergrond bijmengingen met puin aangetroffen en in de bovengrond bijmengingen met kooldeeltjes. In de ondergrond is een lichte verontreiniging met nikkel aangetoond. In 2004 is ter plaatste van de bufferkelder een nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd door BOOT (kenmerk: M04119.01/mt, d.d. 20 augustus 2004). Het bodemonderzoek is uitgevoerd na het ontgraven van de put voor het aanleggen van de bufferkelder. De ontgraving had een diepte van ca. 3,0 meter en de grondmonsters zijn genomen van de putwanden en van de putbodem. De monsters zijn geanalyseerd op het standaardpakket grond en zuurgraad.
Uit de analyseresultaten is gebleken dat geen van de geanalyseerde parameters verhoogd aangetoond was en dat pH-waardes van 4,9 en 4,1 zijn aangetoond voor, respectievelijk, de bodem en de wanden.
R 19370.002 versie D1
Pagina 3 van 18
3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
aan de noordzijde bevinden zich twee onderwijsinstellingen; aan de oostzijde bevindt zich een park en het gemeentehuis; aan de zuid- en westzijde bevindt zich een weg met aangrenzend woonhuizen en bijbehorende siertuinen;
Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt grotendeels overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Als aanvulling op de locatiegegevens is gebleken dat ter plaatse van de chloorbleekloogruimte (meng)tanks aanwezig zijn. De ruimte is voorzien van een betegelde betonnen constructie dat afwatert naar het riool. Aan de buitenzijde van het gebouw zijn drie ontluchtingspunten aangetroffen. In de kelder vindt ook opslag van zakken zouttabletten en jerrycans met zoutzuur plaats. Deze ruimte is eveneens voorzien van een betegelde betonnen constructie met afwaterpunten naar het riool. 3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
Op 19 november 2021 is een ontwerp Nota bodembeheer opgesteld voor een aantal gemeenten, waaronder gemeente Rhenen, die onder het werkgebied van de Omgevingsdienst Regio Utrecht vallen (ODRU, kenmerk: niet bekend). Volgens de Nota bodembeheer is de onderzoekslocatie gelegen in een gebied met bodemfunctieklasse ‘Wonen’. In dit gebied voldoet de bovengrond aan bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ en de ondergrond aan bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’. 3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft hoge bruine enkeerdgronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit een afwisseling van grof en midden zand, met weinig klei, zandige klei, fijn zand en grond en een spoor veen. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren hydrogeologisch gezien tot een gestuwde afzetting, welke een complexe eenheid betreft. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 8,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 31,0 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in zuidoostelijke richting.
R 19370.002 versie D1
Pagina 4 van 18
De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. 3.10 Niet-gesprongen explosieven Volgens de gemeente Rhenen is de locatie aangemerkt als ‘verdacht’ voor het voorkomen van nietgesprongen explosieven (NGE’s) in de bodem.
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een aantal deellocaties geïdentificeerd. In tabel 2 zijn de onderzoeksstrategieën, die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties, weergegeven. Tabel 2.
Onderzoeksstrategie Deellocatie
Oppervlakte/volume
Verwachte stoffen
Onderzoeksstrategie
A
terreindelen rondom sportcentrum
13.925 m2
metalen, minerale olie, PAK, PCB, asbest
VED-HE-NL
B
terreindelen naast gemeentehuis
2.700 m2
metalen, minerale olie, PAK, PCB, asbest
VED-HE-NL
C
mengtanks, ontluchtingspunten, opslag van zout en zwavelzuur
15 m2
chloride, zuren en basen
VEP
D
bufferkelder
V > 50 m3
chloride, zuren en basen
NUL-OO/VEP-OO
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740 / NEN 5707: VEP : Verdacht, plaatselijke bodembelasting, uitgezonderd ondergrondse opslagtanks VEP-OO : Verdacht, plaatselijke bodembelasting, één of meer ondergrondse opslagtank(s) VED-HE-NL: Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig NUL-OO : Nulsituatie, toekomstige ondergrondse opslagtank(s)
Naar verwachting bevindt de grondwaterspiegel zich op een diepte van meer dan 5,0 m -mv. Derhalve is conform de NEN 5740 het grondwateronderzoek achterwege gelaten. Op basis van het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Atmosferische depositie kan leiden tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water. Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op aangeven van de opdrachtgever maakt PFAS geen deel uit van onderhavig onderzoek.
R 19370.002 versie D1
Pagina 5 van 18
Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 Op basis van de huidige informatie is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie VED-HE-NL. De doelstelling van het onderzoek is om na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest terecht is.
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en gaten. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen van de asbestinspectiegaten en de boringen opgenomen. Bijlage 3b bevat enkele foto’s van de asbestinspectiegaten en het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal. Het veldwerk is op 29 juni, 30 juni, 1 juli en 11 juli 2022 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heren K. Gerrist en J.H.L. Vermorken. Deze medewerkers van Econsultancy staan geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 en 2018 van de SIKB BRL 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". 5.2
Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest
Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte/asbesthoudende materialen aangetroffen. In tabel 3 zijn enkele algemene gegevens met betrekking tot de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Tabel 3.
Visuele inspectie toplaag Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte van geïnspecteerde locatie
12.625 m²
Conditie toplaag
Droog
Beperkingen van de inspectie
Verharding
Weersomstandigheden
Neerslag < 10 mm/dag Zicht > 50 m
Zand, klei/leem en/of veen
Zand
Los of (deels) vastgereden
Los
Geen/matige vegetatie
matige vegetatie
Geschatte inspectie-efficiëntie (tabel 2 NEN 5707)
80 %
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
Nee
5.3
Grondonderzoek
Aan de hand van de geldende onderzoeksstrategieën zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals die in tabel 4 zijn vermeld. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder continue begeleiding van T&A Survey. Hierbij zijn de locaties en het vrijgekomen materiaal van de boringen en asbestgaten beoordeeld op het voorkomen van NGE’s.
R 19370.002 versie D1
Pagina 6 van 18
Tabel 4.
Uitgevoerde werkzaamheden
Locatie
Oppervlakte onderzoekslocatie (in m2)
Aantal boringen en gaten * boring / gat tot 0,5 m in verdachte laag
Aantal te analyseren (meng)monsters
boring / gat tot max. 2,0 m -mv
boring tot max. 5,0 m -mv
grond verdachte laag
onverdachte ondergrond
A
terreindelen rondom sportcentrum
13.925
22 gaten met boringen (1,0 m mv)
5
2
standaardpakket (5x) PAK (4x) asbest (kwantitatief) (4x)
standaardpakket (2x)
B
terreindelen naast gemeentehuis
2.700
10 gaten met boringen (1,0 m mv)
3
1
standaardpakket (3x) asbest (kwantitatief) (1x)
standaardpakket (1x)
C
mengtanks, ontluchtingspunten, opslag van zout en zwavelzuur
15
2 boringen (3,0 m -mv)
0
1
pH + chloride (2x)
-
D
bufferkelder
V > 50
3 boringen (3,5 m -mv)
0
1
pH + chloride (2x) standaardpakket (2x)
-
*
De gaten ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest in bodem hebben een afmeting van 0,3 x 0,3 x 0,5 m.
In afwijking van het gestelde in de NEN 5740 zijn enkele boringen niet doorgezet tot de gewenste einddiepte vanwege het mogelijk voorkomen van NGE’s in de ondergrond, de aanwezigheid van een ondoordringbare laag of materiaal wat niet naar het oppervlak te krijgen was. Als gevolg hiervan is het veldwerk niet conform de NEN 5740 uitgevoerd. Op de beoordeling van de bodemkwaliteit en het advies heeft dit geen invloed. 5.4
Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, matig fijn tot zeer grof zand. De boven- en ondergrond zijn licht tot sterk grindig en plaatselijk zwak humeus. Over het algemeen zijn in de bovengrond zintuiglijk bijmengingen met puin, bakstenen, beton, glas en aardewerk aangetroffen. Aan de oostkant van de onderzoekslocatie, ter plaatse van boring B14, is het traject 1,5 - 2,0 m -mv matig kolengruishoudend. Tijdens de werkzaamheden zijn er zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Tabel 5 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgegraven en opgeboorde materiaal zijn aangetroffen.
R 19370.002 versie D1
Pagina 7 van 18
Tabel 5.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen
Gat/boring
Einddiepte (m -mv)
Traject (m -mv)
Waargenomen verontreinigingen
Deellocatie A: terreindelen rondom sportcentrum A01
1,00
0,00 - 0,30
zwak baksteenhoudend
A09
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
A11
1,00
0,00 - 0,50
zwak betonhoudend
A12
0,80
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
0,50 - 0,80
gestaakt, NGE verdacht
A13
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
A15
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
A16
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
A17
1,00
0,00 - 0,50
zwak glashoudend
A18
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
A19
0,60
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
A20
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
A21
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend, zwak aardewerkhoudend
A22
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
A23
2,00
0,30 - 0,50
zwak baksteenhoudend
A24
2,00
0,50 - 1,00
zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend
A25
2,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
A26
1,30
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
A27
2,00
0,00 - 0,50
sterk puinhoudend
A28
2,00
0,04 - 0,50
zwak baksteenhoudend
0,50 - 2,00
gestuit op harde laag
Deellocatie B: terreindelen naast gemeentehuis B07
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
B08
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
B09
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
B10
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
B11
1,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
B12
1,40
1,00 - 1,40
gestaakt i.v.m. verdacht object (mogelijk de fundering)
B13
2,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
B14
5,00
1,50 - 2,00
matig kolengruishoudend
Tabel 6 geeft een overzicht van de in het veld samengestelde asbest(meng)monsters.
R 19370.002 versie D1
Pagina 8 van 18
Tabel 6.
Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters
(Meng)monster
Monsters (in m -mv)
Bijzonderheden
Deellocatie A: terreindelen rondom sportcentrum ASB-MMA1
A02 (0,07-0,50) A06 (0,07-0,50) A04 (0,07-0,50) A05 (0,07-0,50) A10 (0,04-0,50)
onverdachte bovengrond (zintuigelijk schoon)
ASB-MMA2
A23 (0,07-0,30) A03 (0,07-0,50) onverdachte bovengrond A24 (0,07-0,50) A08 (0,07-0,50) (zintuigelijk schoon) A07 (0,07-0,50) A14 (0,04-0,50)
ASB-MMA3
A23 (0,30-0,50) A11 (0,00-0,50) verdachte bovengrond A01 (0,00-0,30) A09 (0,00-0,50) (zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend) A12 (0,00-0,50) A26 (0,00-0,50)
ASB-MMA4
A13 (0,00-0,50) A15 (0,00-0,50) verdachte bovengrond A18 (0,00-0,50) A19 (0,00-0,50) (zwak baksteenhoudend) A25 (0,00-0,50)
ASB-MMA5
A27 (0,00-0,50)
ASB-MMA6
A16 (0,00-0,50) A17 (0,00-0,50) verdachte bovengrond A20 (0,00-0,50) A21 (0,00-0,50) (zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend, zwak aardewerkhoudend) A22 (0,00-0,50)
verdachte bovengrond (sterk puinhoudend)
Deellocatie B: terreindelen naast gemeentehuis
6 6.1
ASB-MMB1
B07 (0,00-0,50) B08 (0,00-0,50) verdachte bovengrond B09 (0,00-0,50) B10 (0,00-0,50) (zwak baksteenhoudend) B11 (0,00-0,50) B13 (0,00-0,50)
ASB-MMB2
B05 (0,25-0,50) B06 (0,30-0,50) onverdachte bovengrond (zintuigelijk schoon) B12 (0,35-0,50)
ASB-MMB3
B01 (0,00-0,50)
onverdachte bovengrond (zintuigelijk schoon)
LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Alle grondmonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn grond(meng)monsters samengesteld. De grond(meng)monsters zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
chloride en zuurgraad: droge stof, organische stof, chloride, zuurgraad (pH-CaCl2);
Na bekend worden van de analyseresultaten zijn de individuele grondmonsters, waaruit grondmengmonster A-GMM2 (bovengrond) is samengesteld, separaat geanalyseerd op de parameter PAK. Tabel 7 geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten.
R 19370.002 versie D1
Pagina 9 van 18
Tabel 7.
Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten
Grond(meng)monster
Meetpunt en traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
Deellocatie A: terreindelen rondom sportcentrum A-GMM01
A01 (0,00 - 0,30) A23 (0,30 - 0,50) A24 (0,50 - 1,00) A28 (0,04 - 0,50)
standaardpakket grond
verdachte laag (zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend)
A-GMM02
A11 (0,00 - 0,50) A15 (0,00 - 0,50) A19 (0,00 - 0,50) A25 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
verdachte laag (zwak betonhoudend, zwak baksteenhoudend)
A-GMM03
A02 (0,50 - 1,00) A04 (0,50 - 1,00) A05 (0,50 - 1,00) A10 (0,50 - 1,00) A13 (0,50 - 1,00) A19 (0,50 - 0,60) A23 (1,50 - 2,00) A24 (1,50 - 2,00) A28 (1,50 - 2,00) A29 (1,50 - 2,00)
standaardpakket grond
onverdachte ondergrond (zintuiglijk schoon)
A-GMM04
A09 (0,00 - 0,50) A12 (0,00 - 0,50) A20 (0,00 - 0,50) A26 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
verdachte laag (zwak baksteenhoudend)
A-GMM05
A16 (0,00 - 0,50) A17 (0,00 - 0,50) A21 (0,00 - 0,50) A22 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
verdachte laag (zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend, zwak aardewerkhoudend)
A-GM06
A27 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
verdachte laag (sterk puinhoudend)
A-GMM07
A09 (0,50 - 1,00) A12 (0,50 - 0,80) A16 (0,50 - 1,00) A17 (0,50 - 1,00) A20 (0,50 - 1,00) A21 (0,50 - 1,00) A22 (0,50 - 1,00) A26 (0,50 - 1,00) A27 (0,50 - 1,00) A27 (1,00 - 1,50)
standaardpakket grond
onverdachte ondergrond (zintuiglijk schoon)
Uitsplitsing A-GMM02 en separate analyses A11-01
A11 (0,00 - 0,50)
PAK
-
A15-1
A15 (0,00 - 0,50)
PAK
-
A19-1
A19 (0,00 - 0,50)
PAK
-
A25-1
A25 (0,00 - 0,50)
PAK
-
Deellocatie B: terreindelen naast gemeentehuis B-GMM01
B07 (0,00 - 0,50) B08 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
verdachte laag (zwak baksteenhoudend)
B-GM02
B14 (1,50 - 2,00)
standaardpakket grond
verdachte laag (matig kolengruishoudend
B-GMM03
B07 (0,50 - 1,00) B08 (0,50 - 1,00) B09 (0,50 - 1,00) B10 (0,50 - 1,00) B11 (0,50 - 1,00) B13 (0,50 - 1,00) B14 (1,00 - 1,50) B14 (2,00 - 2,50)
standaardpakket grond
onverdachte ondergrond (zintuiglijk schoon)
R 19370.002 versie D1
Pagina 10 van 18
B-GMM04
B02 (0,08 - 0,50) B03 (0,08 - 0,20) B04 (0,08 - 0,20) B06 (0,08 - 0,30)
standaardpakket grond
verdachte laag (zintuiglijk schoon)
Deellocatie C: mengtanks, ontluchtingspunten, opslag van zout en zwavelzuur C-GMM01
C01 (0,00 - 0,50)
chloride, zuurgraad
verdachte laag (zintuiglijk schoon)
C-GMM02
C01 (2,50 - 3,00) C02 (1,50 - 2,00) C03 (1,50 - 2,00)
chloride, zuurgraad
verdachte laag (zintuiglijk schoon)
Deellocatie D: bufferkelder
D-GMM01
D01 (2,50 - 3,00) D02 (2,50 - 3,00) D03 (2,50 - 3,00) D04 (2,50 - 2,80)
standaardpakket grond, chloride, zuurgraad
verdachte laag (zintuiglijk schoon)
D-GMM02
D01 (3,00 - 3,50) D02 (3,00 - 3,50) D03 (3,00 - 3,50)
standaardpakket grond, chloride, zuurgraad
verdachte laag (zintuiglijk schoon)
Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 Ten aanzien van de parameter asbest zijn in het laboratorium in totaal 5 (meng)monsters van de verdachte bovengrond geanalyseerd op het volgende analysepakket: -
asbest (kwantitatief): droge stof, serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
Tabel 8 geeft een overzicht van de samenstelling de (meng)monsters en het analysepakket. Tabel 8.
Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het analysepakket
(Meng)monster
Monsters (in m -mv)
ASB-MMA3
A23 (0,30-0,50) A11 (0,00-0,50) A01 (0,00-0,30) A09 (0,00-0,50) A12 (0,00-0,50) A26 (0,00-0,50)
asbest in bodem (NEN 5898 -2016) verdachte laag (sterk puinhoudend, matig baksteenhoudend)
ASB-MMA4
A13 (0,00-0,50) A15 (0,00-0,50) A18 (0,00-0,50) A19 (0,00-0,50) A25 (0,00-0,50)
asbest in bodem (NEN 5898 -2016) verdachte bovengrond (zwak baksteenhoudend)
ASB-MMA5
A27 (0,00-0,50)
asbest in bodem (NEN 5898 -2016) verdachte bovengrond (sterk puinhoudend)
ASB-MMA6
A16 (0,00-0,50) A17 (0,00-0,50) A20 (0,00-0,50) A21 (0,00-0,50) A22 (0,00-0,50)
asbest in bodem (NEN 5898 -2016) verdachte bovengrond (zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend, zwak aardewerkhoudend)
ASB-MMB1
B07 (0,00-0,50) B08 (0,00-0,50) B09 (0,00-0,50) B10 (0,00-0,50) B11 (0,00-0,50) B13 (0,00-0,50)
asbest in bodem (NEN 5898 -2016) verdachte bovengrond (zwak baksteenhoudend)