Bijlage 2b Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Nude 36 - 38 Inric ht ing s p l an
Rhenen
PROJECT Inrichtingsplan Nude 36 - 38 Rhenen Projectnummer: SR210547
INITIATIEFNEMER Dhr. N.L. Müller
OPSTELLER Buro SRO ‘t Goylaan 11 3525 AA Utrecht Contactpersoon: John van de Zand T 030 - 267 91 98 E utrecht@buro-sro.nl
DATUM & STATUS 30 oktober 2023 - Concept
Inhoud 1. Inleiding
5
1.1 Aanleiding en doel
5
1.2 Plangebied
5
1.3 Leeswijzer
5
2. Analyse
6
2.1 Historie
6
2.2 Landschap
7
2.3 Binnenveld
8
2.4 Polder Nude
9
2.5 Grebbelinielandschap
10
2.6 Lint Nude
11
2.7 Bestaande situatie plangebied
12
2.8 Toekomstige situatie plangebied
13
3. Uitgangspunten 3.1 Uitgangspunten
4. Inrichtingsplan
15 15
17
4.1 Inrichtingsplan
17
4.2 Beeldkwaliteit
19
3
Nude
4
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel
1.2
Plangebied
De eigenaar van de gronden aan de Nude 36 - 38
Om een plan te ontwikkelen dat passend is binnen
De locatie aan de Nude is gelegen in het buiten-
in Rhenen heeft recent een principeverzoek inge-
de landschappelijke context, maar ook nadrukkelij-
gebied van Rhenen tussen de kernen van Rhe-
diend bij de gemeente. Op basis hiervan heeft het
ke de ruimtelijke kwaliteit van het volledige perceel
nen en Wageningen. Het perceel is ten zuiden
college besloten om in principe medewerking te
verbetert, heeft de initiatiefnemer dit inrichtings-
van Nude gelegen en reikt met ruim 240 meter
verlenen aan een herindeling van de bebouwing
plan laten opstellen. Hiermee wordt enerzijds duide-
naar het zuiden het polderlandschap in.
op het perceel Nude 36-38. Daarbij zijn de vol-
lijk over welke cultuurhistorische, landschappelijke
gende randvoorwaarden gesteld:
en stedenbouwkundige context we het hebben,
Het plangebied heeft een omvang van circa 8.825 m².
▪
er zijn maximaal 2 woningen toegestaan;
maar ook met welke eventuele waardes we reke-
▪
voordat de planologische procedure start
ning moeten houden. Op basis van een beknopte
moet een door de gemeente goed te keuren
analyse en verkenning zijn zaken in beeld gebracht.
1.3
inrichtingsplan incl. beeldkwaliteitsplan met
Aan de hand hiervan is een passend inrichtingsplan
Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een ana-
aandacht voor cultuurhistorie en landschap
opgesteld in combinatie met de gewenste beeld-
lyse van de omgeving van het plangebied en
opgesteld zijn, waaruit blijkt dat het plan leidt
kwaliteit. Dit moet houvast bieden voor de verdere
het plangebied zelf. In hoofdstuk 3 worden de
tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit;
uitwerking van de plannen, de basis vormen voor
uitgangspunten aangegeven, welke de analyse
de ontwikkeling moet aantoonbaar milieu-
het nog op te stellen bestemmingsplan en zeker-
hebben opgeleverd. In hoofdstuk 4 wordt het
planologisch mogelijk zijn;
heid over de te realiseren beeldkwaliteit.
inrichtingsplan nader uiteengezet en wordt de
▪ ▪
het hemelwater moet op eigen terrein ver-
beeldkwaliteit in woord en beeld toegelicht.
werkt worden;
Op 14 februari 2023 is overleg gevoerd met Mooi-
▪
parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden;
Sticht over dit inrichtingsplan en zijn aanpassingen
▪
voordat de planologisch procedure start
doorgevoerd. Naar aanleiding van het vooroverleg
wordt een anterieure overeenkomst inclusief
met betrekking tot het bestemmingsplan is door de
planschadeovereenkomst gesloten tussen
provincie Utrecht advies uitgebracht (sept. 2023).
de grondeigenaren en de gemeente.
Hierop is het inrichtingsplan aangepast.
< Omvang en ligging plangebied aan Nude.
Leeswijzer
5
2 Analyse 2.1
Historie
Het plangebied is gelegen tussen de kern van Rhenen en Wageningen in de polder Nude, de laagte tussen de kernen. Dit gebied is sinds jaar en dag in gebruik als agrarische grond, zogenaamde kromakkers, en bestaat al meer dan 600 jaar in deze structuur. Langzamerhand is het gebruik van de gronden verandert van fruitteeltgebied (boomgaarden) naar landbouwgrond. Het gebied wordt nog steeds gekenmerkt door de licht gebogen (krom)akkers.
Topografische kaart 1850
Topografische kaart 1900
Topografische kaart 1950
Topografische kaart 2020
De boerderij in het plangebied stamt uit 1885-1886 en betreft een dwarshuisboerderij. In 1910 is deze met een schuurtje uitgebreid, het totaal heeft een omvang van ca. 155m². Achter de boerderij heeft een hooiberg gestaan, die rond 2009 is afgebrand. Deze deed dienst als woning/herberg/kroeg. De bestaande woning, achter op het perceel, stamt uit dezelfde periode als camping Happy Landing en betreft een reeds (verbouwde) woning. Vanaf de jaren ‘50 is op het terrein een kunstenaarsverblijf (Happy Landing) en later een camping (ook studentenwoningen) gevestigd geweest. De (groene) inrichting van het achterste deel van het perceel is hiervan nog een overblijfsel.
6
2.2
Landschap
Het plangebied is gelegen binnen het oeverwallenlandschap. De basis van het landschap wordt gevormd door twee stuwwallen. De Grebbeberg als onderdeel van de Utrechtse Heuvelrug en Wageningse Berg als onderdeel van het Veluwemassief. Hiertussen ligt een laagte van verschillende polders als onderdeel van de Gelderse Vallei en het Binnenveld. Deze laagte was erg drassigmoerassig. Vandaar ook de naam Nude.
De rivier de Rijn heeft een belangrijke rol gespeeld bij de verdere vorming van het gebied. Parallel aan de Rijn en landinwaarts liggen achtereenvolgens de uiterwaarden, stroomruggen (oeverwal) en komgronden. Door mensenlijk ingrijpen, door onder andere dijkaanleg en het vergraven van de uiterwaarden, is de invloed van de rivier ingeperkt.
Het plangebied is gelegen binnen de rivierkom op
Legenda
de overgang naar de oeverwalachtige vlakte. Het
Uiterwaarde
Steden/kernen
Stuwwal
Watergang
Oeverwal
Infrastructuur
Rivierkomvlakte
Verhogingen landschap
karakter van dit gebied wordt getypeerd als open tot half-open.
7
2.3
Binnenveld
Het Binnenveld is gelegen tussen de stedelijke kernen Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal (de WERV-gemeenten). Aan de noordzijde wordt het Binnenveld begrensd door de snelweg A12 en aan de zuidzijde door de rivier de Nederrijn. De enige plek in Nederland van waaruit je tegelijkertijd de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug kunt zien! Het Binnenveld herbergt op een relatief kleine oppervlakte een grote diversiteit aan landschapstypen. Kenmerkend is de open ruimte, de Grift in het midden, de hoge randen van de stuwwallen en de differentiatie in zes herkenbare cultuurhistorische landschappen. Ook kent het Binnenveld hoge kwaliteiten en potenties als het gaat om natuurwaarden en recreatieve beleving. Voor dit gebied is het beeldkwaliteitsplan Binnenveld van kracht.
Het plangebied is gelegen in het Oeverwallenlandschap. Vanuit het BKP Binnenveld gelden voor dit gebied ontwerprichtlijnen, waarbij ingegaan wordt op de erfinrichting. Daarnaast gelden er algemene criteria voor onder andere vervangende nieuwbouw.
8
2.4
Polder Nude
Polder Nude, waar het plangebied binnen is gelegen, is een van de vier polders die tot de laagte Binnenveld behoort. Deze polder is sinds jaar en dag in gebruik als agrarische grond. Langzamerhand is het gebruik van de gronden veranderd van fruitteeltgebied (boomgaarden) naar landbouwgrond. De huidige polder bestaat uit een afwisseling van weidegrond, akkerbouw, fruitteelt en boerenerven.
De percelen binnen de polder zijn langgerekt en variëren in breedte. De hoofdstructuur is noordzuid. Dwars hierop staan de Weidijk, Nude en Afweg als ontsluitingsstructuur. De polder wordt begrensd door de Zijdvang aan de oostzijde. Dit is de grens tussen Wageningen en Rhenen en die van de provincies Gelderland en Utrecht. Aan de noordzijde wordt de polder begrensd door de Grift (Valleikanaal) en aan de zuid- en oostzijde door de Afweg en de Grebbedijk.
9
2.5
Grebbelinielandschap
Het plangebied is gelegen binnen het Grebbelinielandschap. Deze linie is een militaire structuur, aangelegd in de 18e eeuw, die zich in noordelijke richting uitstrekt van Veenendaal via Amersfoort naar Bunschoten (randmeren). Met de status van de Grebbelinie dient rekening te worden gehouden door. Onder andere vastgelegd in het provinciaal inpassingsplan ‘Grebbelinielandschap’ en het Beeldkwaliteitsplan Grebbelinie.
De Grebbelinie is een uniek fenomeen in het Nederlandse landschap en doorkruist vijf landschapstypen. Het onderhavige plangebied is gelegen in het polderlandschap. Voor de Grebbelinie wordt terplaatse gesproken van een half-open linie als verschijningsvorm. Hierbij staan openheid en zicht centraal. Het doel vanuit het BKP Grebbelinie is dan ook het erf een compacte indeling te geven, waardoor deze het verlies aan openheid en zicht beperkt. Juist doordat dit gebied een grootschalige openheid of duidelijk herkenbare zichtlijnen mist, is het noodzakelijk aandacht te besteden aan de aanwezige openheid en zichtlijnen. Daarbij wordt een compacte erfinrichting nagestreefd en indien mogelijk de openheid en zichtlijnen te versterken.
10
2.6
Lint Nude
De Nude is een typische lintstructuur binnen de polder met voor dit gebied kenmerkende kromakkers. Deze provinciale weg (N225) is de verbinding tussen Rhenen en Wageningen en wordt begeleid door laanbeplanting. Daarmee vormt het een belangrijke en beeldbepalende (groen)structuur.
Direct aan de Nude liggen tal van percelen, in gebruik als weiland, agrarische grond of als fruitteelt. Van open, halfopen tot besloten. De meer besloten percelen zijn veelal de oorspronkelijke boerderijen langs deze ontginningsas. Vele hebben hun agrarische functie verloren en worden nu als burgerwoning gebruikt. De meer besloten percelen worden omgeven met houtwallen, singels en (meidoorn)hagen. Deze laatste vormden van oorsprong de scheidingen tussen de percelen. De afwisseling van open tot besloten geeft fraaie doorzichten naar het achtergelegen landschap.
Momenteel wordt gewerkt aan het plan Nude 2.0. Daarbij wordt ingezet op ecologische versterking en herstel van het landschap tussen Nude en de Afweg. Tevens moet dit de ecologische verbinding tussen de Blauwe Kamer en Binnenveld (Nudebeek) versterken. Met onderhavig plan kan hier zo mogelijk op worden ingespeeld.
11
2.7
Bestaande situatie plangebied
Het plangebied ligt direct aan de Nude en is hierop ontsloten. Het perceel bevindt zich aan de zuidzijde en is circa 38 meter breed en 240 meter lang. Ruimtelijk kan het perceel in twee delen worden opgedeeld. Het voorste deel betreft het ‘woonperceel’. Hier staat direct aan de weg een oude dwarhuisboerderij van één laag met een kap. Hier zijn 3 wooneenheden aanwezig. Daar achter staat een vrijstaande woning (van oorsprong reeds een woning met semi-permanente bewoning) van één laag met een flauwe kap in een langgerekt volume, de nokrichting haaks op de weg. Direct daar tegenover, aan de oostzijde, staat een werkschuur van circa 5 x 20 meter met een plat dak.
Verder op het perceel staan diverse schuurtjes en een stacaravan als overblijfsel van de voormalige camping (Happy Landing). Het achterste deel van het perceel is als groene ruimte ingericht. Een uniek stukje groen met veel beschutting voor mens en dier in het verder overwegend open polderlandschap. De aanwezige beplanting, bestaande uit diverse bomen, houtwallen en hagen zorgen voor een besloten en natuurlijk karakter. Ook is er een vijver aanwezig en enkele lichte hoogteverschillen.
12
2.8
Toekomstige situatie plangebied
Het voornemen is om allereerst de bestaande woning direct aan de weg te slopen en hiervoor in de plaats één nieuwe vrijstaande woning terug te bouwen. Dit om een situatie te creëeren die bijdraagt aan een beter woon- en leefklimaat
Bestaand woning te slopen Bestaande schuur slopen en herbouwen
(i.v.m. het verkeerslawaai, fijnstof en de verkeersveiligheid). Daarnaast worden nagenoeg alle opstallen achter op het perceel verwijderd en wordt
Bestaande woning te slopen
het gehele perceel heringericht. De huidige situatie, met weinig samenhang en een rommelige indruk, wordt daarmee sterk verbeterd.
Lange lijn met populieren
In een latere fase wordt de achterliggende bestaande woning gesloopt en vervangen door één nieuwe vrijstaande (schuur-)woning. Ook wordt de bestaande schuur gesloopt en herbouwd in aan-
Happy Landing, kunstenaars verblijf
sluiting bij de rest van de nieuwbouw.
Met de aanpak van het totale perceel wordt ruimtelijk meer kwaliteit behaald, het woon- en leefkliPoel met eiland
maat verbetert, beter ingespeeld op het Grebbelinielandschap en de plannen voor Nude 2.0. Het geheel wordt landschappelijk aantrekkelijker ge-
Dubbele boogakker Bijenkasten
maakt en beter ingespeeld op en aangesloten bij het typische karakter van het polderlandschap.
13
14
Uitgangspuntenkaart
3 Uitgangspunten Op basis van de voorgaande analyse is een aantal
▪
Resterende opstallen worden gesloopt (zie pag. 13);
uitgangspunten geformuleerd, dat het vertrekpunt
▪
Nieuwe bebouwing zoveel mogelijk concentre-
vormt voor het opstellen van het inrichtingsplan. Daarbij wordt zo goed als mogelijk aangesloten bij
ren rond een één erf principe; ▪
Woning direct aan de Nude meer naar achteren
het vigerende beleid, bijvoorbeeld van toepassing
plaatsen voor een beter woon- en leefklimaat
zijn de beeldkwaliteitsplannen, en de landschap-
(verkeerslawaai, fijnstof en verkeersveiliheid);
pelijke en ruimtelijke context. Dit laatste om de
▪
Voorerf inrichten met hoogstamfruitbomen;
ruimtelijke kwaliteit te versterken en het woon- en
▪
Achterste bebouwingslijn aanhouden ter plaat-
leefklimaat te verbeteren.
se van bestaande landschappelijke lijn (watergang);
3.1 ▪
Uitgangspunten
▪
Bestaande dwarshuisboerderij en vrijstaande woning slopen. Vervangen door maximaal 2
achterperceel (agrarisch); ▪
nieuwe vrijstaande woningen; ▪
Bestaande schuur slopen en herbouwen;
▪
Bestaand bijenkasten behouden en inpassen;
Duidelijk onderscheid tussen voor- (wonen) en
Bestaand groen behouden, opschonen en versterken;
▪
Aansluiten bij het behouden en versterken van de openheid van het Grebbelinielandschap;
▪
Streekeigen beplanting toepassen;
▪
Ontsluiting van het perceel via bestaande entree;
▪
Parkeren op eigen terrein, liefst uit het zicht;
▪
Hemelwater op eigen terrein ‘verwerken’;
▪
Duurzame herontwikkeling met o.a. groene daken, energieopwekking, natuurinclusiviteit, biodiversiteit, etc.
15
Hoogstam fruitbomen
Nieuwe vrijstaande woning met kap (hoofdgebouw), op afstand op in verband met verkeerlawaai
Bestaande schuur slopen en herbouwen Mogelijk toekomstige schuur
Hoofdopzet één erf principe
Nieuwe vrijstaande woning (schuurvolume, voorzien van een kap)
Bestaande populieren handhaven
Bestaande poel, natuurlijke zwemvijver Opschonen randen en inplanten met Sleedoorn en Meidoorn i.h.k.v. herstellen oorspronkelijke landschap, creeren zicht op het Grebbelinielandschap
Aansluiten bij toekomstige Nudebeek
Inrichtingsplan 16 Bijkasten
4 Inrichtingsplan 4.1
Inrichtingsplan
Het inrichtingsplan gaat uit, na het slopen van de wo-
haaks op de weg. Dit schuurvolume bestaat uit één
opnieuw ingeplant. Dit om aan te sluiten bij het herstel
ning direct aan de weg inclusief diverse bijgebouwen
laag met een kap. In vormgeving dient deze onderge-
van het oorspronkelijke heggen- en hagenlandschap en
en in een latere fase de achterliggende woning, van
schikt te zijn aan de voorste woning. Door de positie
om het zicht op het Grebbelinielandschap te verbete-
het terugbouwen van maximaal 2 vrijstaande wo-
achter de voorste woning ontstaat meer doorzicht
ren. Overige bebouwing en gebouwde erafscheidingen,
ningen op basis van een één erf principe. De eerste
vanaf de Nude, waardoor de beleefbaarheid van het
behoudens de bestaande bijenkasten, worden verwij-
vrijstaande woning (hoofdhuis) wordt aan de Nude
polderlandschap ter plaatse verbetert.
derd. Hiermee wordt een grote kwaliteitsslag gemaakt en de inrichting van het perceel sterk verbeterd.
teruggebouwd, maar verder van de weg geplaatst. Daarmee ontstaat niet alleen meer voorruimte, maar
De nieuwe woningen worden gezien als hoofdhuis
levert ook een beter woon- en leefklimaat op in ver-
met een bijgebouw (schuurvolume, tweede woning).
Het achterste deel van het perceel behoud zijn
band met het verkeerlawaai en fijnstof van de N225.
Beide staan aan een gemeenschappelijk erf geposi-
agrarische bestemming en wordt opgeschoond en
Ook ontstaat er een verkeerveiliger situtie door be-
tioneerd en worden hierop ontsloten. De bestaande
ontdaan van de bijgebouwen. Daarmee wordt een
ter zicht en meer verkeersruimte. Deze voorruimte
schuur wordt gesloopt en herbouwd in een kwaliteit
belangrijke kwaliteitswinst behaald. De aanwezige
wordt ingericht met een klein type hoogstam fruitbo-
aansluitend bij de nieuwbouw en staat tevens aan
populieren blijven behouden gezien hun karakter
men (bv. Malus Domestica). De woning bestaat uit
het erf. In de toekomst kan eventueel tegen deze
voor het landschap. Overige niet inheemse soorten
één laag met een verplichte kap met de nokrichting
schuur nog een extra bijgebouw worden geplaatst
(o.a. coniferen en denachtigen) worden verwijderd.
haaks op de weg, waarmee het karakter van het lint
in een vergelijkbare stijl. Dit ten behoeve van de
De groenstructuur wordt verder opgeschoond, ver-
wordt versterkt en meer ruimte ontstaat voor door-
eventuele bedrijfsactiviteiten aan huis, waarbij wordt
sterkt en aangeheeld met inheemse soorten. Daar-
zicht naar achteren. Dit komt de kwaliteit van het lint
gedacht aan een bijenhouderij, (beperkte) bierbrou-
mee kan het in aansluiting worden ontwikkeld op de
ter plaatse ten goede.
werij, hobbydieren, energietransitie (advies en reali-
plannen van Nude 2.0, het Grebbelinielandschap en
satie) en fruitverkoop.
de polder Nude, kan de biodiversiteit worden ver-
Achter de voorste woning wordt een tweede vrij-
groot en het oorspronkelijke landschap weer worden
staande woning voorgesteld als schuurvolume, op
Onderling worden de kavels alleen gescheiden door een
hersteld. Dit door onder andere de aanleg van per-
circa 32 meter afstand. Dit volume wordt net zo-
lage haag (bv. meidoorn) van max. 1 meter hoog. Het
ceelsheggen en hagen van sleedoorn en meidoorn.
als het hoofdhuis geprojecteerd met de nokrichting
kavel wordt aan de westzijde meer open gemaakt en
De bestaande poel blijft behouden, zo mogelijk uit-
17
Referentiebeeld hoofdhuis met schuurvolume
Referentiebeeld schuurvolume met kap
Lange overkapping
18 Referentiebeeld hoofdhuis
Referentiebeeld schuurwoning
Sedum dak
gebreid en gebruikt als natuurlijke zwemvijver. De zoge-
Plaatsing
naamde kromakkers, gelegen achter op het perceel, blij-
▪
Bebouwing dient zoveel als mogelijk te worden
ven gehandhaafd en worden uitgebreid. Samen met de
geconcentreerd rondom één gezamenlijk erf (ont-
waterpoel en de mogelijk toekomstige Nudebeek wordt
sluiting);
daarmee een bijdrage geleverd aan het beleid van het
▪
waterschap Actieplan Watersparen.
Het hoofdgebouw wordt op ca. 31 m. van de as van de weg geplaatst, in verband met o.a. het verkeerlawaai. De representatieve gevel is op deze
4.2
Beeldkwaliteit
In de gemeente Rhenen is de welstandsnota 2013 van
weg geprojecteerd; ▪
De schuurwoning wordt achter het hoofdgebouw
toepassing. Het plangebied maakt daarbij onderdeel uit
geplaatst op ca. 20 meter van de achtergevel en
van het overgangsgebied Binnenveld. Het beleid van de
staat aan het gezamenlijke erf;
gemeente is gericht op het behouden en versterken van
▪
de landschappelijke kenmerken. Ook dient aangesloten
Bijgebouwen zijn in plaatsing ondergeschikt ten opzichte van de hoofdmassa.
te worden bij het agrarische karakter van het gebied. Voor dit gebied geldt een reguliere toets op basis van
Massa en vorm
gebiedscriteria. Gezien de onderhavige ontwikkeling het
▪
Er dient sprake te zijn voor van één hoofdgebouw
volledig perceel betreft en naast bebouwing het ook de
(woning 1, het hoofdhuis) met één schuurvolume
inrichting van het perceel betreft, zijn onderstaande
(woning 2);
beeldkwaliteitscriteria opgesteld. Toepassen van natuurlijke (hergebruikte) materialen
▪
Woningen hebben een zadeldak met de nokrichting haaks op de weg, hierbij onderscheid woning
Bebouwing Algemeen ▪
twee zich hierin door een asymmetrische kap; ▪
De bouwwerken dienen te passen in de omgevingskarakteristiek, rekening houdend met de bestaande organisatie op het perceel en passen
De inhoud van beide woningen bedraagt maximaal 600 m³;
▪
De bouwhoogte is maximaal één laag met een verplichte kap;
binnen de landschappelijke inrichting.
19 Goed geïntegreerde zonnepanelen
Referentiebeeld perceelsgrenzen afgezoomd meidoorn
Huidige populieren handhaven
Referentiebeeld licht struweel
Referentiebeeld hoogstam fruitbomen
20 Referentiebeeld natuurlijke (zwem)vijver
Referentiebeeld Sleedoorn
Referentiebeeld gebakken klinkers
Referentiebeeld boeren-grind
▪
Referentiebeelden
▪
In dit beeldkwaliteitsplan wordt gebruik
Maximale goothoogte van 4 meter en nokhoog-
Inrichting perceel
te van 11 meter;
Algemeen
Aan- en uitbouwen zijn in eenzelfde stijl uitge-
▪
voerd als de hoofdmassa;
deel is het woonperceel, het achterste deel het agrarische;
gemaakt van referentiebeelden. Met deze
▪
Er is sprake van een evenwichtige gevelopbouw
beelden wordt een mogelijke uitwerking/
▪
Zonnepanelen worden geïntegreerd in het dak
sfeer weergegeven zonder dat dit een letterlijke uitwerking dient te zijn.
▪
Het perceel bestaat uit twee delen. Het voorste
▪
Woonpercelen worden gescheiden door een licht
en liggen er niet bovenop;
struweel. Gebouwde erfafscheidingen zijn niet
Overige duurzame voorzieningen worden geïnte-
toegestaan.
geerd in het architectonische ontwerp. Groen Detaillering, kleur- en materiaalgebruik ▪
Het hoofdgebouw (woning 1) wordt uitgevoerd in baksteen of gekeimd;
▪
hoogstam fruitbomen (bv. Malus Domestica); ▪
Toe te passen bomen dienen streekeigen te zijn en bij voorkeur waardevol voor flora en fauna (in-
hout met ondergeschikte delen van baksteen of
secten en volgels);
▪
Blinde gevels zijn niet toegestaan;
▪
Er wordt gebruik gemaakt van ingetogen en na-
▪
Als hagen en heggen worden meidoorn of sleedoorn toegepast.
tuurlijke kleuren. Hiermee worden tinten bedoeld
Verharding
als bruin, donkerrood, groen, e.d.;
▪
Daken uitvoeren met keramische dakpannen in een matte antraciete/zwarte kleur, riet, sedum
▪
Het voorerf langs Nude wordt ingericht met
Het schuurvolume (woning 2) wordt uitgevoerd in
steenachtige materialen;
▪
▪
Verharding op het perceel dient passend te zijn bij het landelijke gebied;
▪
Materialen zijn duurzaam en eventueel herge-
of een ander passend en duurzaam materiaal;
bruikt. daarbij kan worden gedacht aan (gebruik-
Bij zonnepanelen bij voorkeur een matzwarte
te) gebakken klinkers, (gebruikte) stelconplaten,
versie.
boerengrind, e.d.
21
buro-sro.nl
stedenbouw
+
ruimtelijke ordening
+
ontwikkelingsmanagement
PROJECT 36794 VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ASBESTONDERZOEK NUDE 36 TE RHENEN
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies
Project 36794
Titel
Verkennend en nader bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek Nude 36 te Rhenen
Projectleider
Mevr. I. Bongers
Adviseur
Mevr. Y. Karels
Datum rapport
31 mei 2023
Opdrachtgever
Buro SRO ’t Goylaan 11 3525 AA Utrecht
Contactpersoon
Dhr. J. van den Zand
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.
Project 36794
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL
1
2
TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Toekomstige situatie 2.5 Hypothese en onderzoeksopzet
2 2 2 2 4 4
3
VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater
6 6 7 7 7
4
CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Analyses grond 4.2 Analyses grondwater
8 8 9
5
ASBESTANALYSES
10
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
12
BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V
: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst
1
1
Project 36794
INLEIDING EN DOEL Door Buro SRO is aan Grondslag BV opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek inclusief verkennend asbestonderzoek en een nader bodemonderzoek op het perceel Nude 36 te Rhenen. Verkennend onderzoek De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de beoogde bestemmingswijziging. Men is voornemens om de huidige woonbestemming van het perceel uit te breiden om in totaal twee woningen te omvatten. Het doel van het verkennend onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en het beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde woonbestemming. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning te bepalen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigd is met asbest. Met het verkennend onderzoek wordt een indicatief asbestgehalte bepaald, aan de hand waarvan kan worden bepaald of nader onderzoek noodzakelijk is. Nader onderzoek De aanleiding tot het uitvoeren van het nader bodemonderzoek zijn de resultaten van het verkennend bodemonderzoek, waarbij plaatselijk ter hoogte van een slootdemping een verontreiniging met lood in de grond is aangetoond.
Het doel van het nader onderzoek is: - Het bepalen van de omvang in horizontale en verticale richting van de verontreiniging met lood in grond; - het vaststellen of er sprake is van een 'geval van ernstige bodemverontreiniging' in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb); - het vaststellen van een eventuele spoedeisendheid van sanering; - het achterhalen van de oorzaak van de verontreiniging; - het vaststellen of de verontreiniging een belemmering kan vormen voor de beoogde herontwikkeling van de locatie. De gegevens van het uitgevoerde verkennend en nader onderzoek zijn gezamenlijk in onderhavige rapportage weergegeven. Normen Het bodemonderzoek is verricht volgens de vigerende richtlijnen uit de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de NEN 5707 (Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De opzet en uitvoering van het nader onderzoek is gebaseerd op de NTA 5755 (‘strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’).
2
2
Project 36794
TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.
2.1
Afbakening onderzoekslocatie De locatie Nude 36 is kadastraal bekend als perceel D166. De RD-coördinaten van het perceel zijn 170.931 (x) en 440.881 (y). Het perceel heeft een oppervlakte van 8.065 m². De onderzoekslocatie bestaat uit het noordelijke deel van het terrein (circa 3.500 m2). De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.
Figuur 1: Onderzoekslocatie (rood)
2.2
Huidige situatie Op het terrein is een woonhuis met een voor- en achtertuin aanwezig. Op het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie bevinden zich twee loodsen, een kippenhok, een tunnelkas en een schuur. Vanaf de openbare weg loopt langs de oostzijde van het terrein een weg/pad bestaande uit stelcon of grind. De rest van het terrein is onverhard. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.
2.3
Historie tot op heden Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - huidige eigenaar - omgevingsdienst ODRU - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) - www.bodemloket.nl Voorheen had de locatie een agrarische bestemming (weiland). Uit het historische kaartmateriaal blijkt dat het terrein eind jaren ’50 van de vorige eeuw is ontwikkeld. Hierbij is op het noordelijk deel een woning gerealiseerd en zijn op het centrale deel enkele schuren/loodsen gerealiseerd.
3
Project 36794
Tevens blijkt uit het historisch kaartmateriaal dat op het noordwestelijk deel van het terrein omstreeks 1975 een sloot is gedempt. Het is onbekend met welk materiaal de sloot is opgevuld. Voornamelijk bij oudere dempingen dient er rekening gehouden te worden met demping met afval-/stortmateriaal. Bij de aanwezigheid van bodemvreemd materiaal zijn de dempingen verdacht voor een verontreiniging (onder andere: asbest, PAK en/of zware metalen). Ten slotte blijkt uit het historisch kaartmateriaal dat de onderzoekslocatie en de omliggende percelen tussen 1950 en 2004 in gebruik zijn geweest als boomgaard. Hierbij is mogelijk veelvuldig gebruik gemaakt van bestrijdingsmiddelen (OCB). Uit informatie van de ODRU blijkt dat op het perceel direct ten westen van de onderzoekslocatie een benzine service station is geregistreerd. Echter zijn, voor zover bekend bij de ODRU en het bodemloket, op deze locatie geen boven- of ondergrondse brandstoftanks aanwezig (geweest). Aangezien de activiteit in het geoloket wordt aangemerkt als onverdacht, wordt op de onderhavige onderzoekslocatie geen invloed van dit eventuele service station verwacht. In verband met het langdurig gebruik van de locatie als boerenerf, kan in de bodem puin van onbekende herkomst worden aangetroffen. De exacte herkomst van het puin alsmede de periode van toepassing is niet bekend, maar is vermoedelijk geweest voor 1993.
De bovengrond wordt derhalve aangemerkt als verdacht op het voorkomen van asbesthoudend materiaal. Zover bekend is er niet structureel afval gestort of verbrand en is het maaiveld niet opgehoogd. Voor zover bekend zijn er geen (grote) obstakels, zijnde puin, funderingsresten, slakken, sintels en/of asfalt in de bodem aanwezig. Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan. Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend bij www.bodemloket.nl en de ODRU, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. In de nabije omgeving zijn geen grootschalige gevallen van bodemverontreiniging bekend. Bodemkwaliteitskaart De locatie bevindt zich binnen zone ‘buitengebied 1/1 zandgrond zuidoost’ van de bodemkwaliteitskaart van het werkgebied van de ODRU. In de bovengrond van deze zone overschrijdt de 95-percentielwaarde voor zink, PAK en minerale olie de maximale waarde voor klasse Wonen. Voor diverse zware metalen en PCB wordt de Achtergrondwaarde overschreden. In de ondergrond van deze zone overschrijdt de 95-percentielwaarde voor minerale olie de maximale waarde voor klasse Wonen. Voor cadmium, kwik, lood, PAK en PCB wordt de Achtergrondwaarde overschreden. Ten aanzien van PFAS bevindt de onderzoekslocatie zich in zone B3 (bovengrond) en O2 (ondergrond).
In de bovengrond van deze zone overschrijdt de P95 voor zowel PFOS als PFOA de landelijke achtergrondwaarde. In de ondergrond overschrijdt de P95 enkel voor PFOA de landelijke achtergrondwaarde. De gehalten blijven wel onder de toepassingswaarde Wonen of Industrie. Voor overige PFAS wordt de landelijke achtergrondwaarde in zowel de boven- als ondergrond niet overschreden.
4
2.4
Project 36794
Toekomstige situatie De huidige woonbestemming van het perceel zal worden uitgebreid om twee woningen te omvatten. De bestemming blijft verder ongewijzigd.
2.5
Hypothese en onderzoeksopzet Verkennend bodemonderzoek Gezien de het langdurige gebruik van de locatie en de voormalige aanwezigheid van boomgaarden aangrenzend aan de locatie, kunnen verhogingen aan zware metalen, PAK en/of bestrijdingsmiddelen (OCB) worden verwacht. De locatie wordt derhalve aangemerkt als verdacht voor het voorkomen van deze parameters. Voor het voorkomen van andere verontreinigingen wordt de onderzoekslocatie aangemerkt als onverdacht. Het onderzoek volgt de "Onderzoeksstrategie voor een niet-lijnvormige heterogeen verdachte locatie (VEDHE-NL)" van de NEN 5740. Nader bodemonderzoek In verband met de aangetoonde onderzoeksresultaten is na afloop van het verkennend onderzoek een nader onderzoek opgestart. De opzet en uitvoering van het nader onderzoek is gebaseerd op de NTA 5755 (‘strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’). Voorafgaand aan het nader onderzoek is conform de NTA 5755 een conceptueel model opgesteld. Het doel van het conceptueel model is om voorafgaand aan het nader onderzoek, aan de hand van een aantal onderzoeksvragen en een schematische weergave, een beter inzicht te krijgen in de te verwachten verontreinigingssituatie. Het conceptueel model kan worden beschouwd als een aanvulling op de hypothesestelling in een verkennend onderzoek.
Ter plaatse van boring R01 (slootdemping) is in de zandige bovengrond een sterke verhoging aan lood aangetoond. De verontreiniging is naar verwachting te relateren aan de (lichte tot matige) bijmenging met slakken, aardewerk en/of baksteen en houd mogelijk verband met de aanwezige slootdemping. Een onderzoeksvraag die tijdens het nader onderzoek beantwoord dient te worden is of de verontreiniging in de opgebrachte grond mogelijk heeft geleid tot uitloging in de onderliggende bodem. De onderzoeksopzet van het nader onderzoek richt zich op de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) met bodemvreemde bijmenging ter plaatse van boring R01. Daarnaast wordt ter controle ter plaatse van de demping tussen boringen R01 en 16 een aanvullende boring verricht. Aangezien ter plaatse van boring R01 reeds bij het verkennend onderzoek monsters van de ondergrond zijn genomen, wordt ter verticale afperking geen nieuwe boring verricht. Het grondwater bevindt zich op circa 1,2 m-mv. De verontreiniging in de grond staat niet in contact met het grondwater, waardoor er geen verontreiniging in het grondwater wordt verwacht. Een grondwateronderzoek wordt daarom niet verricht. Verkennend asbestonderzoek Op basis van het vooronderzoek kan een bodemverontreiniging met asbest niet worden uitgesloten. Het chemisch bodemonderzoek wordt gecombineerd uitgevoerd met een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707.
Het onderzoek volgt de strategie voor een verdachte locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging van de NEN 5707.
5
Project 36794
Algemeen Opgemerkt dient te worden dat een verkennend bodemonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse. Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een omgevingsvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn.
Project 36794
6
3
VELDWERK
3.1
Uitvoering De verrichtingen zijn uitgewerkt in onderstaande tabel: Tabel 3.1: Uitgevoerde werkzaamheden Verrichting
Datum
Persoon
Geldend protocol
Verrichten boringen en plaatsen peilbuizen
29 maart 2023
dhr. P.J.G. Boone
2001
Maaiveldinspectie en inspectiegaten asbest
29 maart 2023
dhr. P.J.G. Boone
2018
Grondwatermonstername
6 april 2023
dhr. R.J.M. van Asselen
2002
Verrichten boringen nader onderzoek
11 mei 2023
dhr. I. Hasselt
2001
Verkennend onderzoek Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in totaal zeventien boringen verricht (nrs. 01 t/m 17). De boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie uitgevoerd. Daarnaast is ter plaatse van de gedempte sloot één boorraai verricht (R01 t/m R03). Boring 13 is voorzien van een peilbuis. Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv. Boringen 03, 04, 14 en 15 zijn doorgezet tot een diepte van ca. 1,0 m-mv. Boringen 01, 02, 08 en R01 t/m R03 zijn doorgezet tot een diepte van 1,5 à 2,0 m-mv. Ten slotte is boring 13 in verband met de plaatsing van de peilbuis doorgezet tot een diepte van 2,9 m-mv. Boring 17 is op een diepte van 0,25 mmv gestaakt op een handmatig ondoordringbare laag. Voor het asbestonderzoek is het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd. Vervolgens zijn veertien inspectiegaten gegraven (01, 02, 04 t/m 12 en 14 t/m 16). De uitkomende grond is visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. De gaten zijn circa 0,3 x 0,3 meter breed en tot 0,5 m-mv gegraven. Nader onderzoek Ter horizontale afperking zijn rondom boring R01 in totaal vier boringen verricht (nrs. 101 t/m 104). Boringen 101 t/m 103 zijn op een afstand van ca. 5 m van boring R01 uitgevoerd. Boring 104 is in lijn met de gedempte sloot op een afstand van ca. 10 m verricht. Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv.
Boringen 103 en 104 zijn doorgezet tot een diepte van respectievelijk 0,8 en 1,7 m-mv in verband met de aanwezigheid van bodemvreemde bijmenging in de grond. Aangezien bij het verkennend onderzoek ter plaatse van boring R01 reeds monsters van de ondergrond zijn genomen, is geen nieuwe boring ter verticale afperking verricht. De ligging van de boringen, de peilbuis en de inspectiegaten is weergegeven in bijlage I.
Project 36794
7
3.2
Resultaten
3.2.1 Grond Bodemopbouw Over het algemeen bestaat de bodem vanaf het maaiveld tot een diepte van ca. 0,5 m-mv uit zand. Daaronder is tot een diepte van ca. 2,0 m-mv een kleilaag aanwezig. Vanaf 2,0 m-mv tot een diepte van 3,5 m-mv bestaat de bodem weer uit zand. Plaatselijk bestaat de bodem vanaf het maaiveld tot een diepte van ca. 2,0 m-mv uit klei. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. NB: Opgemerkt wordt dat voor dit milieuhygiënisch onderzoek de profielbeschrijvingen gebaseerd zijn op zintuiglijke beoordeling en ‘puntwaarnemingen’ betreffen. In een geroerde bodem kan het profiel soms sterk verschillen in het horizontale en verticale vlak. De profielbeschrijving heeft plaatsgevonden conform de NEN-EN-ISO 14688. Dit kan in sommige situaties een andere classificatie opleveren dan volgens de standaard RAW-bepalingen. Er gelden bijvoorbeeld verschillende definities voor o.a. zand en klei. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij het opstellen van bestekken en andere voorbereiding van civieltechnische werkzaamheden. Geadviseerd wordt om zo nodig aanvullend onderzoek te doen conform de standaard RAW-bepalingen, bijvoorbeeld door middel van aanvullende zeefproeven.
Zintuiglijke waarnemingen Ter plaatse van de gedempte sloot zijn in de bovengrond van boringen R01 en R02 matige bijmengingen aan slakken of kolen en zwakke bijmengingen aan baksteen en aardewerk aangetroffen. Op de overige delen van het terrein zijn in de bovengrond plaatselijk lichte tot matige bijmengingen aan baksteen en lichte bijmengingen aan aardewerk, beton, plastic, slakken en/of kolen waargenomen. De exacte herkomst van het puin alsmede de periode van toepassing is niet bekend, maar is vermoedelijk geweest voor 1993. Het puin is daarmee verdacht op het voorkomen van asbest en geeft aanleiding tot een bodemonderzoek naar asbest conform NEN 5707. Ter plaatse van boring 104 is in de ondergrond een matige bijmenging aan slib waargenomen. In de bovengrond van boringen R01 ,R02, 103 en 104 zijn lichte tot matige bijmengingen aan slakken en/of kolen en lichte bijmengingen aan baksteen en aardewerk aangetroffen. De sloot lijkt derhalve te zijn gedempt met licht tot matig puinhoudende grond. In inspectiegat 05 en 11 is in de bovengrond in geringe mate (1 stukje per gat) asbestverdacht materiaal aangetroffen. 3.2.2 Grondwater In onderstaande tabel zijn de gegevens vermeld die zijn verzameld tijdens de monstername van het grondwater. Tabel 3.1: Veldwerkgegevens grondwater Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
13
1,90 - 2,90
1,18
6,8
1060
50,7
Project 36794
8
4
CHEMISCHE ANALYSES De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Het toetsingskader is bijgevoegd in bijlage V.
4.1
Analyses grond De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond Code
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyseparameters
Overschrijding >AW
>T
>I
Verkennend onderzoek M1
R01 (0,00 - 0,50)
baksteen+, aardewerk+, slakken++
NEN-g + OCB Ba@, Cd, Co, Cu, Ni, Zn, PAK
-
Pb (2,3*I)
M2
02 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,30) 14 (0,00 - 0,50)
baksteen++, beton+, aardewerk+
NEN-g + OCB Pb, PAK, PCB, DDT
-
-
M3
01 (0,00 - 0,50) 06 (0,05 - 0,55) 07 (0,00 - 0,50) 15 (0,30 - 0,50)
baksteen+, slakken+, plastic+, kolen+, beton+, aardewerk+
NEN-g + OCB Ba@, Pb, Zn, PAK -
-
M4
02 (0,50 - 1,00) 13 (0,30 - 0,80) R01 (0,70 - 1,10)
baksteen+, aardewerk+, kolen+
NEN-g
Ba@, Cd, Co, Cu, Pb, Ni, Zn, PAK
-
-
Nader onderzoek V1
R01 (0,70-1,10)
baksteen+, kolen+
lood
Pb
-
-
H1
101 (0,00-0,50)
baksteen+
lood
-
-
-
H2
102 (0,00-0,30)
metselpuin+, plastic+
lood
Pb
-
-
H3
103 (0,20-0,60)
baksteen+, kolen++
lood
Pb
-
-
waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) Ba@ : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920)
Verkennend onderzoek Mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. In verband met het voormalige gebruik van de locatie als boomgaard, zijn mengmonsters van de bovengrond aanvullend geanalyseerd op bestrijdingsmiddelen (OCB). Door middel van dit analysepakket wordt een breed beeld verkregen van de kwaliteit van de grond. In het monster van de zandige bovengrond ter plaatse van boring R01, met een matige bijmenging aan slakken en een lichte bijmenging aan baksteen en aardewerk, is een sterke verhoging aan lood aangetoond. Daarnaast zijn lichte verhogingen aan diverse andere zware metalen en PAK vastgesteld. In de overige mengmonsters van de zandige bovengrond met lichte bijmengingen aan puin, slakken en/of kolen zijn lichte verhogingen aan diverse zware metalen, PAK, PCB en/of OCB aangetoond. In het mengmonster van de kleiige ondergrond zijn lichte verhogingen aan zware metalen en PAK aangetoond.
Project 36794
9
Nader onderzoek Ter verticale en horizontale afperking zijn monsters van de boven- en ondergrond geanalyseerd op lood. In de kleiige ondergrond van boring R01 is een lichte verhoging aan lood aangetoond. In de zandige en kleiige bovengrond van de omliggende boringen zijn maximaal lichte verhogingen aan lood vastgesteld. De verontreiniging is in horizontale en verticale richting in voldoende mate afgeperkt. 4.2
Analyses grondwater De analyseresultaten van het grondwater zijn weergegeven in tabel 4.2. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis
13
Filtertraject (m-mv)
Analyseparameters
Overschrijding >S
>T
>I
1,90 - 2,90
NEN-gw
Ba
-
-
Het grondwater is geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Op deze wijze wordt een breed beeld verkregen van de grondwaterkwaliteit. In het grondwater is enkel een lichte verhoging aan barium aangetoond.
Project 36794
10
5
ASBESTANALYSES De analyses zijn uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd laboratorium. Het toetsingskader is opgenomen in de bijlage. Grove fractie (>2 cm) Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens de visuele inspectie van de opgegraven grond is in de inspectiegaten 05 en 11 in geringe mate asbestverdacht materiaal > 2 cm aangetroffen. Dit is per gat samengevoegd tot verzamelmonsters. In de overige gaten en in de boringen is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het verzamelmonster uit beide inspectiegaten is geanalyseerd op asbest. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1. Fijne fractie (<2 cm) Voor het onderzoek van de fijne fractie is een aantal mengmonsters samengesteld: Asb1: gat 01/02/07/15/16 Asb2: gat 08/09/10/11/12 Asb3: gat 03/04/05/06/14
mengmonster bovengrond noordzijde locatie mengmonster bovengrond centraal deel locatie mengmonster bovengrond zuidzijde locatie
De mengmonsters zijn geanalyseerd op asbest. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1. Totaalresultaat Voor het totaalresultaat dienen de resultaten van de grove fractie en de fijne fractie te worden opgeteld. De rekentabellen voor de bepaling van het asbestgehalte zijn opgenomen in bijlage III. In tabel 5.1 zijn de voor de toetsing relevante analyseresultaten weergegeven, alsmede het totaalgehalte. Tabel 5.1: resultaten verkennend asbestonderzoek, bepaling indicatief gehalte (mg/kg ds) Code
Monsterpunten (m-mv)
Asb1
Asb2
Asb3
Gewogen gehalte grove fractie1) (>2 cm)
Gewogen gehalte fijne fractie2) (<2 cm)
Toetswaarde
01 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 15 (0,30 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50)
-
0
0
08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50)
0
33 (h)
11 (0,00 - 0,50)
32,97 (h)
03 (0,30 - 0,50) 04 (0,00 - 0,30) 06 (0,05 - 0,55) 14 (0,00 - 0,50)
0
2,70 (h)
05 (0,00 - 0,50)
2,70 (h)
-
geen asbest (AVM) in grove fractie aangetroffen
(h) / (nh)
hechtgebonden asbest / niet-hechtgebonden asbest1)
2)
* **
gewogen gehalte grove fractie = serpentijn + 10 x amfibool gewogen gehalte fijne fractie = serpentijn + 10 x amfibool, vermenigvuldigd met een correctiefactor (grof/fijn) waarmee het gehalte in de uitgezeefde fractie wordt teruggerekend naar het totale monster Het gehalte overschrijdt de toetswaarde voor nader onderzoek van 50 mg/kg ds Het gehalte overschrijdt de interventiewaarde (grond) resp. grenswaarde (puin) van 100 mg/kg ds
11
Project 36794
In de bovengrond van het noordelijk deel van de locatie is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. In de bovengrond van twee inspectiegaten (nr. 05 en 11) is in de grove fractie hechtgebonden asbest vastgesteld. In de fijne fractie van alle mengmonsters is geen asbest aangetoond. De toetswaarde voor nader onderzoek wordt in inspectiegaten 05 en 11 niet overschreden.
12
6
Project 36794
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie Nude 36 te Rhenen is vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem onderzocht. In verband met een aangetroffen verontreiniging met lood (ter plaatse van een slootdemping), is direct aansluitend een nader onderzoek uitgevoerd. Verkennend bodemonderzoek De gestelde hypothese dat verhogingen aan zware metalen, PAK en/of bestrijdingsmiddelen (OCB) kunnen worden verwacht, is bevestigd. Over het algemeen zijn in de boven- en ondergrond maximaal lichte verhogingen aan diverse zware metalen, PCB, PAK en/of OCB aangetoond. In het grondwater is een lichte verhoging aan barium vastgesteld. De lichte verhogingen kunnen worden toegeschreven aan verhoogde achtergrondconcentraties (bijvoorbeeld als gevolg van het (langdurig) menselijk gebruik van de locatie) en vormen geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek. Met het verkennend onderzoek is tevens ter plaatse van de slootdemping (boring R01) een sterke verhoging aan lood aangetoond in de bovengrond. Op basis hiervan is direct een nader onderzoek uitgevoerd (zie hieronder). Nader bodemonderzoek Naast de lichte verhogingen is in de bovengrond van boring R01 met een matige bijmenging aan slakken een sterke verhoging aan lood aangetoond.
Middels het aansluitend uitgevoerde nader onderzoek is de ernst en omvang van de verontreiniging in beeld gebracht. De verontreiniging is in horizontale en verticale richting in voldoende mate afgeperkt. De verontreiniging met lood heeft een oppervlakte circa 15 m2. De dikte van het pakket sterk met lood verontreinigde grond bedraagt gemiddeld 0,7 meter. Het totale volume verontreinigde grond wordt geraamd op circa 10,5 m3. Er is derhalve geen sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. De verontreiniging is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan de waargenomen bijmengingen. Op basis van de historie kan worden aangenomen dat de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waardoor er geen sprake is van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. De zorgplicht is daarom van niet van toepassing. Verkennend asbestonderzoek De gestelde hypothese dat de bovengrond verdacht is op het voorkomen van asbest, is bevestigd. In de bovengrond van de gaten 05 en 11 is in de grove fractie (> 2 cm) asbesthoudend materiaal aangetroffen. In de fijne fractie (< 2 cm) is geen asbest aangetoond. Voor de bodem is ter plaatse van inspectiegat 11 een indicatief asbestgehalte bepaald van 33 mg/kg ds (worst case). De toetswaarde voor nader onderzoek wordt niet overschreden. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van de onderzoekslocatie weer.
Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek.
13
Project 36794
Conclusie De onderzoeksresultaten vormen ons inziens wel belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Op het terrein is een kleinschalige bodemverontreiniging (>interventiewaarde) met lood aangetoond. Aangezien er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, geldt geen saneringsplicht. Naast de noodzaak tot saneren in het kader van de Wet bodembescherming kunnen er andere redenen zijn waarom een sanering nodig of gewenst is (bijvoorbeeld de aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw), een transactie, etc.). In dat geval kan de verontreiniging worden gesaneerd onder een plan van aanpak. Aangezien het geen ernstig geval betreft zijn de richtlijnen BRL 6000 en 7000 (in geval van een eventuele sanering) niet van toepassing. In deze rapportage is de omvang van de verontreiniging vastgesteld, zoals deze aanwezig is in de bodem. Indien de verontreiniging wordt gesaneerd middels ontgraving dient rekening gehouden te worden met het feit dat de hoeveelheid vrijkomende grond niet overeen hoeft te komen met de vermelde omvang van de verontreiniging. De hoeveelheid te ontgraven grond hangt namelijk onder andere af van de randvoorwaarden van een saneringsplan (terugsaneerwaarde), eventuele graafverliezen (bijvoorbeeld ontgraving onder talud, ontgraving van een niet verontreinigde toplaag) en het verschil tussen losse en vaste kuubs grond.
Met betrekking tot een (eventuele) toekomstige sanering dient rekening te worden gehouden met veiligheidsklasse Rood niet vluchtig. Voor de definitieve veiligheidsklasse is het oordeel van een veiligheidskundige noodzakelijk.
BIJLAGE I
Terug naar inhoudsopgave
39E
bk r r
k
h
50
hm
h
Nude vt k r
wl
//// ////
D 281
stelcon
////
k
////
hm
bk
////
vt
38
16
Overzichtskaart
48
01
D 273
////
//// ////
D 323
36 36/BY
104
////
stelcon
////
07
////
102
15 grind
////
34
101
////
R03
103
////
R01
R02
////
02
////
////
03
////
//// ////
grind
////
////
14
////
////
N
////
04
////
////
17
stelcon
D 324 05
////
gras
BOORPUNTENKAART
//// ////
////
38/BY
/
13
Legenda
06
- boorpunt met peilbuis - boorpunt - inspectiegat met boorpunt - boorraai / / / / - gedempte sloot - Pb > I-waarde contour - onderzoekslocatie - perceelsgrens D 166- kadastraal nummer
kippenhok
12
verhoging 10
08
stelcon 11
schuur 09
0
5
10
Opdrachtgever:
15
20m
Formaat : A3
Schaal : 1:500
Buro SRO
Project : Nude 36 te Rhenen
tunnelkas
D 166
Project nummer: 36794
Naam : 36794tek.dwg
Initialen : JTE
Datum : 8-5-2023
Kamerik 0348-402103
Heerhugowaard 072-5729457
Steenwijk 0521-521924
P:\30000-39999\36700-36799\36794\4 kaartmateriaal\36794tek.dwg
BIJLAGE II
Terug naar inhoudsopgave
Meetpunt: 01 Type:
Datum:
29-3-2023
boring
Meetpunt: 02 Type:
0
0 1
gras
0
0
50
50
1
gras Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, zwak leisteenhoudend, sporen grind, donkerbruin, Brokken kalksteen 31x32x50 gr 10%
5 50
50 Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen slakken, grijsbruin
2
29-3-2023
boring
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, sporen slakken, zwak grindhoudend, donker, 32x32x50 gr 4%
6
Datum:
Klei, matig zandig, zwak humeus, sporen aardewerk, zwak baksteenhoudend, zwak roesthoudend, grijsbruin
2
80
Klei, zwak siltig, matig roesthoudend, grijsbruin 100
100
100
3
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, grijsbruin 3
4 150
150
150
150 Klei, matig zandig, matig roesthoudend, grijsbeige
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, grijsbeige 4
5
180
200
200
Meetpunt: 03 Type:
0
Datum:
29-3-2023
boring
Meetpunt: 04 Type:
0 5
1 2
grind
1
30
3
6 50
50
Klei, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, sporen wortels, bruinbeige Klei, zwak siltig, zwak humeus, bruinbeige
4 100
29-3-2023
boring
0
Verhardingslaag puin zand 1
5
Datum:
0
gras
30
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig grindhoudend, sporen aardewerk, sporen beton, grijsbruin, 30x31x30 gr 4%
3
Klei, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin 50
2 80
100
Projectnaam: Nude 36 te Rhenen
Projectnummer:
36794
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 05 Type:
Datum:
29-3-2023
boring
Meetpunt: 06 Type:
0
0 1
2
gras
0 5
0
50
50
29-3-2023
boring
Zand matig fijn, matig kleiïg, matig humeus, sporen aardewerk, sporen beton, sporen grind, sporen asbestverdacht materiaal, bruinbeige, 32x33x50 gr 1%
3
Datum:
2
tegel Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, resten leisteen, sporen plastic, sporen slakken, donkerbruin, 31x31x50 gr 1%
3
50 60
Meetpunt: 07 Type:
Datum:
boring
Meetpunt: 08 Type:
0
0 1 50
29-3-2023
tuin
50
29-3-2023
boring 0
0
Zand matig fijn, zwak kleiïg, humeus, sporen kolen, sporen leisteen, sporen beton, sporen baksteen, sporen grind, donkerbruin, 31x32x50 gr 5%
2
Datum:
1
gras Klei, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, sporen beton, sporen kolen, sporen grind, resten wortels, grijsbruin, 30x30x50 gr 1%
5 50
50
Klei, zwak siltig, grijsbruin 2 100 3 140
Klei, sterk zandig, grijsbeige
150 4 190
Projectnaam: Nude 36 te Rhenen
Projectnummer:
36794
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 09 Type:
Datum:
29-3-2023
boring
Meetpunt: 10 Type:
0
0
gras
Datum:
boring 0
0
Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, resten wortels, grijsbruin, 32x34x50 gr 0% 1
1 50
Type:
Datum:
0
2
gras
50
Projectnaam: Nude 36 te Rhenen
Datum:
0
1 50
29-3-2023
boring
0
Klei, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, resten wortels, sporen grind, zwak asbestverdacht materiaal houdend, grijsbruin, 31x31x50 gr1%
3
50
Meetpunt: 12 Type:
1 50
29-3-2023
boring
0
2
50
Meetpunt: 11
braak Klei, zwak siltig, zwak humeus, resten wortels, sporen kolen, grijsbruin, 30x31x50 gr 0%
2
50
29-3-2023
gras Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen beton, zwak aardewerkhoudend, resten wortels, matig baksteenhoudend, grijsbruin, 32x33x50 gr1%
2 50
Projectnummer:
36794
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 13 Type:
Datum:
29-3-2023
peilbuis
Meetpunt: 14 Type:
0
0
gras
0
0 1
30
Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, grijsbruin 2
gras Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak grindhoudend, zwak aardewerkhoudend, bruinbeige, 30x31x50 gr 22%
3 50
50
Klei, zwak siltig, grijsbruin 2
80
Klei, zwak siltig, zwak humeus, sporen roest, grijsbruin
100
29-3-2023
boring
Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig baksteenhoudend, sporen grind, grijsbruin
1
50
Datum:
3
100
100
140
Klei, matig zandig, sporen roest, grijsbeige
150 5 190
Zand matig grof, zwak siltig, grijsbeige
200 6
250 7 290
Meetpunt: 15 Type:
Datum:
29-3-2023
Meetpunt: 16 Type:
boring 0 8
0
klinker
3
5 50
1 Zand matig fijn, zwak kleiïg, sporen kolen, sporen baksteen, sporen grind, sporen aardewerk, grijsbeige, 31x31x20 gr2%
50
gras Zand matig fijn, zwak kleiïg, matig humeus, zwak baksteenhoudend, sporen aardewerk, sporen grind, resten wortels, donkerbruin, 31x32x50 gr 2%
2 50
Klei, zwak siltig, grijsbruin
4 100
0
0
30
29-3-2023
boring
Zand matig fijn, zwak siltig, beige
2
50
Datum:
100
Projectnaam: Nude 36 te Rhenen
Projectnummer:
36794
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 17 Type:
Datum:
29-3-2023
boring
Meetpunt: 101 Type:
0
0 1
25 26
gras
0
0
Zand matig fijn, zwak humeus, sporen grind, sporen baksteen, grijsbruin
50
50
Type:
11-5-2023
Meetpunt: 103 Type:
boring 0
0 1
tuin
Datum:
50
50
11-5-2023
boring
0
Zand matig fijn, zwak kleiïg, zwak humeus, sporen grind, sporen metselpuin, sporen plastic, grijsbruin
1
Klei, zwak siltig, bruinbeige
2
0
gras
20
Klei, matig zandig, sporen baksteen, sporen grind, bruinbeige
30
2
tuin
1
Gestuit op betonlaag
Datum:
11-5-2023
boring
Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, sporen aardewerk, bruinbeige
Meetpunt: 102
Datum:
Klei, matig zandig, zwak humeus, matig koolhoudend, matig grindhoudend, zwak baksteenhoudend, grijsbruin
50 60
3 80
Projectnaam: Nude 36 te Rhenen
Klei, zwak siltig, zwak koolhoudend, sporen aardewerk, bruinbeige
Projectnummer:
36794
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 104 Type:
Datum:
11-5-2023
boring
Meetpunt: R01 Type:
0
0
gras
Datum:
boring 0
0
Klei, matig zandig, grijsbruin
1
2
50
gras Zand matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen aardewerk, zwak baksteenhoudend, matig slakhoudend, zwak kalkhoudend, donkerbruin
20
Klei, matig zandig, zwak humeus, matig koolhoudend, sporen aardewerk, sporen baksteen, sporen grind, grijsbruin
29-3-2023
1 50 2 70
3 100
100
110
4
120
110
Klei, zwak siltig, matig slibhoudend, grijsbruin
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, grijsbruin 4
Klei, zwak siltig, sporen roest, bruinbeige
5 150
150
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak koolhoudend, sporen kalk, grijsbruin
3
150
150 Klei, matig siltig, lichtgrijs
170
Meetpunt: R02 Type:
0
Datum:
29-3-2023
Meetpunt: R03 Type:
boring 0
gras
0
Datum:
boring 0
Zand matig fijn, zwak kleiïg, matig humeus, sporen aardewerk, sporen grind, zwak baksteenhoudend, matig koolhoudend, donkerbruin 50
29-3-2023
gras Zand matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, sporen baksteen, sporen kolen, bruinbeige
50 60 70
Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, grijsbruin Klei, zwak siltig, zwak roesthoudend, grijsbruin
100
150
100
150
Projectnaam: Nude 36 te Rhenen
150
150
Projectnummer:
36794
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
BIJLAGE III
Terug naar inhoudsopgave
Project
36794-Nude 36 te Rhenen
Certificaten
1521347
Toetsing
T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 3.1.0
Toetsdatum: 14 april 2023 14:09
Monsterreferentie
7652083
Monsteromschrijving
M1 R01 (0-50)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
7.9
10
Lutum
% (m/m ds)
5.9
25
%
84.3
84.3
Droogrest droge stof
@
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
150
390
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.51
0.66
1.1 AW
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
7.7
19
1.3 AW
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
59
91
2.3 AW
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.08
0.10
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
930
1200
2.3 I
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
21
46
1.3 AW
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
130
230
1.6 AW
140
430
720
mg/kg ds
45
57
-
190
2595
5000
mg/kg ds
12
12
7.7 AW
1.5
20.75
40
mg/kg ds
0.01
0.012
-
0.02
0.51
1
4
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Sommaties som PAK (10)
Sommaties som PCBs (7)
Organochloorbestrijdingsmiddelen heptachloor
mg/kg ds
< 0.001
< 0.00089
-
0.0007
2.00035
alfa-endosulfan
mg/kg ds
< 0.001
< 0.00089
-
0.0009
2.00045
4
alfa - HCH
mg/kg ds
< 0.001
< 0.00089
-
0.001
8.5005
17
beta - HCH
mg/kg ds
< 0.001
< 0.00089
-
0.002
0.801
1.6
gamma - HCH (lindaan)
mg/kg ds
< 0.001
< 0.00089
-
0.003
0.6015
1.2
delta - HCH
mg/kg ds
< 0.001
< 0.00089
@
hexachloorbenzeen
mg/kg ds
< 0.001
< 0.00089
-
0.0085
1.00425
2
endosulfansulfaat
mg/kg ds
< 0.002
< 0.0018
@
hexachloorbutadieen
mg/kg ds
< 0.001
< 0.00089
-
0.003
som DDD
mg/kg ds
0.007
0.0089
-
0.02
17.01
34
som DDE
mg/kg ds
0.059
0.074
-
0.1
1.2
2.3
som DDT
mg/kg ds
0.041
0.052
-
0.2
0.95
1.7
som drins (3)
mg/kg ds
0.002
< 0.0027
-
0.015
2.0075
4
som c/t heptachloorepoxide
mg/kg ds
0.001
< 0.0018
-
0.002
2.001
4
som chloordaan
mg/kg ds
0.001
< 0.0018
-
0.002
2.001
4
som OCBs (landbodem)
mg/kg ds
0.12
0.15
-
0.4
Sommaties
Pagina 1 van 4
Pagina 2 van 4 Monsterreferentie