CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a Bestemmingsplan Nude 36-38 Rhenen

Raadsvergadering 19 maart 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen Bestemmingsplan Nude 36-38 Rhenen17.508 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Nude 36-38, Rhenen Gemeente Rhenen

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.0340.BPNude36-VA01

Datum:

2024-01-23

Contactpersoon Buro SRO:

dhr. J. van de Zand | dhr. R. van der Made

Kenmerk Buro SRO:

SR210547

Opdrachtgever:

Dhr. Muller, N.

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

2

Inhoudsopgave 1 Inleidende regels ..................................................................................................................................... 5 Artikel 1 Begrippen ................................................................................................................................................... 5 Artikel 2 Wijze van meten ......................................................................................................................................... 9

2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................... 10 Artikel 3 Agrarisch ................................................................................................................................................... 10 Artikel 4 Wonen ...................................................................................................................................................... 12

3 Algemene regels .................................................................................................................................... 15 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel ................................................................................................................................... 15 Artikel 6 Algemene bouwregels .............................................................................................................................. 15 Artikel 7 Algemene gebruiksregels .......................................................................................................................... 17 Artikel 8 Algemene afwijkingsregels ....................................................................................................................... 17 Artikel 9 Parkeren ................................................................................................................................................... 17

4 Overgangs- en slotregels ....................................................................................................................... 18 Artikel 10 Overgangsrecht ....................................................................................................................................... 18 Artikel 11 Slotregel .................................................................................................................................................. 18

3

4

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Nude 36-38, Rhenen' met identificatienummer NL.IMRO.0340.BPNude36-VA01 van de Gemeente Rhenen.

1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 aan- en uitbouw: een bijbehorend bouwwerk, zijnde een aan een hoofdgebouw gebouwd en vanuit een hoofdgebouw rechtstreeks toegankelijke ruimte, die in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw, maar ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is. Het gebouw bestaat uit maximaal één bouwlaag al dan niet met kap. Onder een aan- en uitbouw wordt mede begrepen een keuken en/of werkkamer. Een aanbouw is een toevoeging van een afzonderlijke ruimte, terwijl een uitbouw een vergroting van een bestaande ruimte is.

1.6 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van agrarische producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.

1.7 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.8 bebouwingspercentage: een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat het deel van de oppervlakte van een bestemmings- of bouwvlak aangeeft dat mag worden bebouwd met gebouwen.

1.9 bed and breakfast: een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt.

5

1.10 bedrijf aan huis: het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende bedrijfsactiviteiten een ruimtelijke uitstraling hebben die in overeenstemming is met de woonfunctie.

1.11 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.

1.12 bedrijfswoning/dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, in overeenstemming is.

1.13 bestaand: a.

b.

ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

1.14 beroep aan huis: de uitoefening van een beroep aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, alsmede een beroep op het terrein van persoonlijke verzorging, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt.

1.15 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak.

1.16 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.17 bijbehorend bouwwerk: een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

1.18 boomgaard: een met bomen beplant stuk grond waar vruchten of noten geteeld worden.

1.19 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

6

1.20 bouwgrens: de grens van een bouwvlak.

1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.22 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel.

1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.24 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.25 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; onder detailhandel wordt ook gerekend verkoop via internet waarbij de goederen ter plaatse worden opgeslagen.

1.26 erfbeplanting: opgaande beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van bedrijven met een schaal en een type vegetatie die eigen zijn aan het gebied waarin zij is gelegen.

1.27 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.28 hoofdgebouw: een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een bouwperceel en, indien meer gebouwen op het bouwperceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

7

1.29 huishouden: de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen: a. b.

een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, daaronder begrepen een woongroep van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking; de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 4 personen die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning.

1.30 kap: iedere bovenbeëindiging van een gebouw met ten minste twee hellende dakvlakken.

1.31 opslag: het opslaan of opgeslagen hebben van goederen en materialen, niet zijnde puin, afvalstoffen en aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, vaar-, vlieg-, en voertuigen, dan wel onderdelen daarvan.

1.32 peil: a. b.

voor een bouwwerk op een bouwperceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een bouwperceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het aansluitende, afgewerkte maaiveld ter hoogte van het hoofdgebouw.

1.33 voorgevel: de naar het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt.

1.34 waarden: de aan een bouwwerk, gebied of specifiek element in een gebied toegekende kenmerkende waarde op het gebied van cultuurhistorie, archeologie, geografie, aardkunde, natuur en/of ecologie.

1.35 woning: een complex van ruimten dat bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

8

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.4 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van de daken en dakkapellen.

2.5 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6 ondergeschikte bouwdelen: Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m.

9

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; extensief recreatief medegebruik; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; behoud en/of herstel van oever- en slootvegetaties; groenvoorzieningen; duurzame energieopwekking,

met de daarbij behorende: g. h. i. j.

erfbeplanting; wegen en paden; erven en terreinen; bouwwerken.

3.2 Bouwregels a. b.

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: 1. Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m; 2. de bouwhoogte van windturbines/-molens mag niet meer bedragen dan 6 m; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen niet meer bedragen dan 3 m.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c.

het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden van de gronden; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Boomgaarden Onder de uitoefening van het grondgebonden agrarisch bedrijf wordt niet verstaan het binnen een afstand van 50 m tot (bedrijfs)woningen, sport- en recreatievoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen aanbrengen van boomgaarden, behoudens vervanging van bestaande boomgaarden.

10

3.4.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming en aanduidingen wordt ieder geval begrepen: a. b. c.

het gebruik van de gronden ten behoeve van een manegebedrijf; het gebruik van de gronden gelegen buiten het bouwvlak voor het plaatsen en geplaatst houden van tunnelkassen, uitgezonderd voor zover bestaand; het gebruik van de gronden ten behoeve van opslag, uitgezonderd voor zover toegestaan.

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het bepaalde in lid 6.3 is van toepassing.

11

Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

wonen, al dan niet in combinatie met inwoning; beroep en bedrijf aan huis; bed and breakfast; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; duurzame energieopwekking,

met de daarbij behorende: f. g. h.

wegen en paden; terreinen, tuinen en erven; bouwwerken.

4.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. b. c.

d. e. f.

hoofdgebouwen mogen enkel binnen het bouwvlak worden gebouwd; per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan; het oprichten van aan- en uitbouwen en bijgebouwen vóór (het verlengde van) de voorgevel van de woning is niet toegestaan, met uitzondering van toegangsportalen, erkers en naar de aard daarmee gelijk te stellen aanbouwen; in afwijking van het bepaalde onder c mogen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden gebouwd; woningen worden met kap gebouwd; de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan de maatvoering die is aangegeven in de navolgende tabel:

Bouwwerken

Goothoogte in m

Bouwhoogte in m

Woningen

3,5

9

Aan- en uitbouwen en bijgebouwen per woning

3

4,5

Inhoud in m³

Oppervlakte in m²

Minimaal 30° Maximaal 60°

800

150

Erfafscheidingen

1 m voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw en 2 m daarachter

Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

3

12

Dakhelling

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het voorkomen van een onevenredige aantasting van:

• • • •

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; landschappelijke inpassing; de verkeersveiligheid;

nadere eisen stellen aan:

• •

de plaats van gebouwen; de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere bouwhoogte dan 1,5 m.

4.4 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 4.2 sub f voor een goothoogte van woningen van maximaal 6 m, mits vanuit landschappelijk en stedenbouwkundig oogpunt inpasbaar is. 4.5 Specifieke gebruiksregels 4.5.1 Beroep en bedrijf aan huis Voor de uitoefening van het beroep en bedrijf aan huis zijn de volgende regels van toepassing: a. b.

c. d. e.

de omvang van de uitoefening van het beroep en bedrijf aan huis mag niet meer bedragen dan 50% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning, aan- en uitbouwen en bijgebouwen; de uitoefening van het beroep en bedrijf aan huis mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; er dient zoveel mogelijk op eigen terrein te worden geparkeerd; detailhandel is niet toegestaan; het beroep en bedrijf aan huis wordt uitgeoefend door de bewoner.

4.5.2 Bed and breakfast Voor het uitoefenen van een bed and breakfast mogen maximaal vijf kamers per bouwperceel worden gebruikt met een maximum van tien slaapplaatsen, met dien verstande dat: a. b. c. d. e.

het gebruik niet leidt tot belemmeringen voor de omliggende functies; de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt; het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein wordt voorzien; de bedrijfsvoering van de bed and breakfast uitsluitend door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; aanverwante voorzieningen zoals een speeltuin -met uitzondering van kleinschalige speelvoorzieningen-, stallingsruimte en detailhandel bij de bed & breakfast zijn niet toegestaan.

4.5.3 Zwembaden Bij de woningen zijn zwembaden toegestaan, met dien verstande dat: a. b. c. d. e.

per woning maximaal één zwembad is toegestaan; een zwembad uitsluitend achter (het verlengde van) de achtergevel van de woning is toegestaan; de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 3 m bedraagt; de oppervlakte van een zwembad ten hoogste 50 m² bedraagt; een zwembad niet meer dan 0,2 m boven het maaiveld mag uitsteken.

13

4.5.4 Voorwaardelijke verplichting Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van een gebouw, indien niet binnen 12 maanden na de ingebruikname van dat gebouw uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de inrichtingsmaatregelen conform het in bijlage 1 opgenomen inrichtingsplan.

14

3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Afwijkende maatvoering Indien de bestaande bebouwing afwijkt van de in regels hoofdstuk 2 gegeven (bouw)regels ten aanzien van:

• • • • •

goot- en bouwhoogte; oppervlakte; inhoud; afstanden en situering; afdekking van gebouwen,

zijn de bestaande maten, hellingen, dan wel afstanden en situering eveneens toegestaan. 6.2 Onderkeldering Onderkeldering is uitsluitend toegestaan onder (bedrijfs)woningen en bedrijfsgebouwen en in maximaal één laag waarvan de diepte niet meer dan 3 m mag bedragen. 6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 6.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de hierna genoemde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

Gronden met de bestemming Agrarisch - Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – openheid’ Bos - Ter plaatse van de aanduiding ‘houtwal’ Natuur Recreatie – Dagrecreatie Water Gronden met de dubbelbestemming Waarde – Aardkundige waarden Waarde - Cultuurhistorie Waarde - Landgoed

werken, geen gebouwwerken zijnde, of werkzaamheden b c d e f g h a

i

j

-

-

x

x

-

-

-

-

-

-

x

x

x

x

-

-

x

x

-

x

x x x -

x x -

x x x

x x x x

x x -

x x x -

x -

x -

x -

x x x

x x x

x x x

x x x

x x

x x

x x

x x

x x x

-

x x x

-

x

x

x

-

-

x

x

-

-

Gronden met de aanduiding Milieuzone - waterwingebied

15

x omgevingsvergunning vereist - omgevingsvergunning niet vereist werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: a. b.

c. d.

e. f.

g. h. i. j.

het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, alle dieper dan 0,60 m onder maaiveld, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage; het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen en greppels alsmede het anderszins verlagen van de waterstand; het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakte verhardingen groter dan 100 m², uitgezonderd ten aanzien van agrarische bouwvlakken; het aanleggen van onverharde wegen en paden; het vellen of rooien van bomen, hakhout, houtwallen en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van houtopstanden ten gevolge kunnen hebben, anders dan bij wijze van verzorging van houtopstanden, één en ander indien en voor zover de Boswet niet van toepassing is; beplanting van houtgewas hoger dan 2,5 m ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering; het bebossen of beplanten van gronden; het winnen van bosstrooisel en mos; het aanbrengen van recreatieve voorzieningen.

6.3.2 Beoordelingscriteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.3.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van het werk of de werkzaamheid dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Onder waarden en functies worden in ieder geval verstaan de cultuurhistorische, natuurlijke en landschapswaarden in het betrokken gebied. 6.3.3 Uitzondering vergunningplicht Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 6.3.1 is vereist voor; a.

b. c. d. e. f.

werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden ter verwezenlijking van de in dit plan aan de gronden toegekende bestemmingen, waaronder tevens de aanleg van wegen en paden is begrepen; werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden welke worden uitgevoerd binnen een bouwvlak; het aanleggen van verhardingen ten behoeve van in- en uitritten; werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, behorende bij de aanleg van zwembaden, indien en voor zover daarvoor een omgevingsvergunning is verleend; werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.

16

Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik strijdig met het plan wordt in elk geval verstaan: a. b. c. d.

het gebruik van een bijgebouw ten behoeve van (zelfstandige) bewoning, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; het in enigerlei vorm buiten de bedrijfsgebouwen opslaan of opgeslagen hebben van goederen en materialen van welke soort dan ook, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; het gebruik van gebouwen ten behoeve van een binnenbak, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van windturbines/windmolens en zendmasten/antennemasten, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan.

7.2 Uitzondering strijdig gebruik Onder een gebruik strijdig met het bestemmingsplan wordt niet verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties en horecaterrein, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift, vergunning of ontheffing is verleend.

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van: a. b.

c. d.

e.

de in de bestemmingsregels gegeven maten en afmetingen tot niet meer dan 10% van die maten en afmetingen; de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen ten behoeve van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, dit tot een maximum van 1 m; de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de inhoud per gebouw niet meer bedraagt dan 60 m³; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m; de bestemmingsregels en toestaan dat bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van niet meer dan 15 m worden gebouwd.

Artikel 9 Parkeren a.

b.

Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, staat vast dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de beleidsregels van de 'Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds', wordt gerealiseerd. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, gelden de gewijzigde regels. Burgemeester en wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9 sub a en één of meer bepalingen van deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing – gelet op het belang waarvoor deze beleidsregels tot stand zijn gebracht – leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

17

4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht 10.1 Overgangsrecht bouwwerken a.

b.

c.

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit, geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen 2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

10.2 Overgangsrecht gebruik a. b.

c.

d.

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Nude 36-38, Rhenen'.

18

bestemmingsplan

Nude 36-38, Rhenen Gemeente Rhenen

Planstatus:

vastgesteld

Plan identificatie:

NL.IMRO.0340.BPNude36-VA01

Datum:

2024-01-23

Contactpersoon Buro SRO:

dhr. J. van de Zand | dhr. R. van der Made

Kenmerk Buro SRO:

SR210547

Opdrachtgever:

Dhr. Muller, N.

Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl

BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:

NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht

2

Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplan ................................................................................................................................. 7 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 8

2 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 9 2.1 Bestaande situatie ............................................................................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 12

3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 14 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 14 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 15 3.3 (Inter)gemeentelijk beleid ................................................................................................................................. 17

4 Milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................................................. 21 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 21 4.2 Bodem ............................................................................................................................................................... 22 4.3 Geluid ................................................................................................................................................................ 23 4.4 Bedrijven en milieuzonering.............................................................................................................................. 24 4.5 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 25 4.6 Externe veiligheid .............................................................................................................................................. 25 4.7 Ecologie .............................................................................................................................................................

28 4.8 Archeologie en cultuurhistorie .......................................................................................................................... 29 4.9 Waterhuishouding............................................................................................................................................. 30 4.10 Verkeer en parkeren ....................................................................................................................................... 33 4.11 Duurzaamheid ................................................................................................................................................. 34

5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 36 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 36 5.2 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 36 5.3 Planregels .......................................................................................................................................................... 36 5.4 Artikelsgewijze toelichting ................................................................................................................................ 37

6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 38 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 39 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 39 7.2 Verslag artikel 3.1.1 Bro overleg ....................................................................................................................... 39 7.3 Verslag zienswijzen ........................................................................................................................................... 40

3

4

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens de bestaande woningen en enkele bijgebouwen aan de Nude 36-38 te Rhenen te slopen ten behoeve van de realisatie van twee nieuwe woningen. De eigenaar van de gronden aan de Nude 36 - 38 in Rhenen heeft recent een principeverzoek ingediend bij de gemeente. Op basis hiervan heeft het college besloten om in principe medewerking te verlenen aan een herindeling van de bebouwing op het perceel Nude 36 - 38. Daarbij zijn de volgende randvoorwaarden gesteld:

• • • • • •

er zijn maximaal 2 woningen toegestaan; voordat de planologische procedure start moet een door de gemeente goed te keuren inrichtingsplan incl. beeldkwaliteitsplan met aandacht voor cultuurhistorie en landschap opgesteld zijn, waaruit blijkt dat het plan leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; de ontwikkeling moet aantoonbaar milieu-planologisch mogelijk zijn; het hemelwater moet op eigen terrein verwerkt worden; parkeren moet op eigen terrein plaatsvinden; voordat de planologisch procedure start wordt een anterieure overeenkomst inclusief planschadeovereenkomst gesloten tussen de grondeigenaren en de gemeente.

Binnen de geldende bestemmingsplannen 'Rhenen Buitengebied' en ‘Buitengebied 2010 partiele herziening 2013, partiële herziening 2012’ beschikt het plangebied over de bestemmingen ‘Wonen’ en 'Agrarisch'. Per bestemmingsvlak is maximaal een woning toegestaan, het realiseren van twee nieuwe woningen is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om de realisatie van de woningen juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een partiele herziening van het bestemmingsplan opgesteld te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2 Ligging plangebied De locatie aan de Nude is gelegen in het buitengebied van Rhenen tussen de kernen Rhenen en Wageningen. Het perceel is ten zuiden van de Nude gelegen en reikt met ruim 240 meter richting het zuiden het polderlandschap in. Het plangebied heeft een omvang van circa 8.825 m². Het betreft één perceel dat kadastraal bekend staan onder gemeentecode RNN01, sectie D en nummer 166.

5

De navolgende afbeeldingen tonen de ligging en de begrenzing van het plangebied.

Globale ligging plangebied (rode cirkel) (bron: Google Earth)

Begrenzing plangebied (rood omkaderd) (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

6

1.3 Geldend bestemmingsplan Het plangebied ligt binnen de plangrenzen van de bestemmingsplannen 'Rhenen Buitengebied' en ‘Buitengebied 2010 partiële herziening 2013’. De gemeenteraad van de gemeente Rhenen heeft het bestemmingsplan 'Rhenen Buitengebied' op 20 september 2011 vastgesteld. Na uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de partiële herziening is het geheel samengevoegd in een geconsolideerd plan ('Consolidatieplan Buitengebied Rhenen'). Op 6 maart 2018 is het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren' vastgesteld. Hierin is bepaald dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de beleidsregels van de 'Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds', gerealiseerd moet worden. De navolgende afbeelding toont een fragment van de verbeelding van de geldende bestemmingsplannen.

Uitsnede geldende bestemmingsplannen (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

7

De gronden waar de beoogde ontwikkeling is voorzien hebben de bestemming ‘Wonen’ en 'Agrarisch'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor o.a. wonen, beroep- en bedrijf aan huis, bed and breakfast, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, met de daarbij behorende wegen en paden, terreinen, tuinen en erven, bouwwerken. Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de gronden bestemd voor de bescherming, instandhouding en herstel van de waardevolle bebouwingskenmerken en elementen. Binnen de bestemming 'Wonen' geldt dat per bestemmingsvlak maximaal één woning is toegestaan. Deze woning dient voorzien te zijn van een kap en kent een maximale goothoogte van 3,5 m, bouwhoogte van 8 m en inhoud van 600 m³. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met nevenactiviteiten. Tevens zijn de gronden bestemd voor inwoning, extensief recreatief medegebruik, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, behoud en/of herstel van oever- en slootvegetaties en groenvoorzieningen, met de daarbij behorende erfbeplanting, wegen en paden, erven en terreinen en bouwwerken. Per bouwvlak is één bedrijfswoning toegestaan. In het plangebied is geen bouwvlak aanwezig.

Voorts gelden de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ en de gebiedsaanduidingen ‘overige zone hoge verwachtingswaarde’ en ‘reconstructiewetzone - verweving’. Gezien het initiatief twee woningen mogelijk maakt is het in strijd met het geldende bestemmingsplan. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt het beoogde initiatief juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het plan beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 bevat vervolgens een juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in de hoofdstukken 6 en 7 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

8

2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie Het plangebied ligt direct aan de Nude en is hierop ontsloten. Het perceel bevindt zich aan de zuidzijde van deze weg en is circa 38 meter breed en 240 meter lang. Ruimtelijk kan het perceel in twee delen worden opgedeeld. Het voorste deel betreft het 'woonperceel'. Hier staat direct aan de weg een oude dwarshuisboerderij van een laag met een kap. Hier zijn 3 wooneenheden aanwezig. Daar achter staat een vrijstaande woning (van oorsprong reeds een woning met permanente bewoning) van een laag met een flauwe kap in een langgerekt volume, de nokrichting haaks op de weg. Direct daar tegenover, aan de oostzijde, staat een werkschuur van circa 5 x 20 meter met een plat dak. Verder op het perceel staan diverse schuurtjes en een stacaravan als overblijfsel van de voormalige camping (Happy Landing). Het achterste deel van het perceel is als groene ruimte ingericht. Een uniek stukje groen met veel beschutting voor mens en dier in het verder overwegend open polderlandschap. De aanwezige beplanting, bestaande uit diverse bomen, houtwallen en hagen zorgen voor een besloten en natuurlijk karakter. Ook is er een vijver aanwezig en enkele lichte hoogteverschillen.

9

De navolgende afbeeldingen tonen een inrichtingsschets en enkele foto's van de huidige situatie in het plangebied.

Inrichtingsschets huidige situatie plangebied (bron: Buro SRO)

10

Aanzicht plangebied vanaf de Nude (bron: Buro SRO)

Huidige situatie plangebied (bron: Buro SRO)

11

Huidige situatie plangebied (bron: Buro SRO)

2.2 Toekomstige situatie Het voornemen is om de bestaande woning, direct aan de weg, te slopen en hiervoor in de plaats een nieuwe vrijstaande woning terug te bouwen. Dit om een situatie te creëren die bijdraagt aan een beter woon- en leefklimaat (i.v.m. het verkeerslawaai, fijnstof en de verkeersveiligheid). Daarnaast worden nagenoeg alle opstallen achter op het perceel verwijderd en wordt het gehele perceel heringericht. De huidige situatie, met weinig samenhang en rommelige indruk, wordt daarmee sterk verbeterd evenals de ruimtelijke kwaliteit van het totale perceel. In een latere fase wordt de achterliggende bestaande woning gesloopt en vervangen door een nieuwe vrijstaande (schuur)woning.

12

De navolgende afbeelding toont een situatieschets van de beoogde situatie.

Situatieschets beoogde situatie (bron: Buro SRO)

Met de aanpak van het totale perceel wordt ruimtelijk meer kwaliteit behaald, het woon- en leefklimaat verbetert, beter ingespeeld op het Grebbelinielandschap en de plannen voor Nude 2.0. Het geheel wordt landschappelijk aantrekkelijker gemaakt en beter ingespeeld op en aangesloten bij het typische karakter van het polderlandschap. Voor het initiatief is een inpassingsplan (Buro SRO, 30 oktober 2023, zie bijlagen bij toelichting bijlage 1) opgesteld waarin de landschappelijke inpassing en de beeldkwaliteit zijn vastgelegd. Dit plan heeft een positief welstandsadvies gekregen (14 maart 2023).

13

3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek De NOVI is niet specifiek van toepassing op het plangebied. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014, 1 juli 2016 en 1 januari 2017 op onderdelen aangevuld.

Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling valt binnen de Romeinse Limes, aangewezen als erfgoed van uitzonderlijke universele waarde in het Barro. De ontwikkeling is dusdanig klein van schaal dat het niet direct van nationaal belang is. Vanuit het Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.

14

De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.

3.

4.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Planspecifiek Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, op twaalf nieuwe woningen ligt. In het onderhavige geval worden twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt, terwijl in de huidige planologische situatie één woning toegestaan is. Daarmee is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en hoeft het plan niet nader getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht De Omgevingsvisie provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld. De ruimte in de provincie is beperkt terwijl de vraag naar ruimte groot is. Dat stelt de provincie Utrecht voor een grote uitdaging: 'hoe gaan we om met de groei van inwoners en bedrijven zonder dat dit ten koste gaat van een prettige en gezonde leefomgeving? We móeten keuzes maken'. Daarom is het uitgangspunt om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren. Met zeven beleidsthema’s geeft de provincie richting aan de ontwikkeling en de bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. In 2050 is de provincie Utrecht een inclusieve en circulaire provincie:

• • • • • • •

waarin Stad en land gezond zijn; die Klimaatbestendig en waterrobuust is; waarin Duurzame energie een plek heeft; met Vitale steden en dorpen; die Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; met een Levend landschap, erfgoed en cultuur; die een Toekomstbestendige natuur en landbouw heeft.

15

Slim combineren Met slim combineren bedoelt de provincie Utrecht dat de beschikbare ruimte op meerdere manieren gebruikt kan worden. De provincie combineert bijvoorbeeld het versterken van de rivierdijken met de ontwikkeling van nieuwe fiets- en wandelroutes en nieuwe recreatie- en natuurgebieden. Door te zorgen dat het autoverkeer op de dijken vermindert, ontstaat er meer ruimte voor wandelaars en fietsers. Concentreren Concentreren betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen voornamelijk gebouwd worden dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Veel van wat je nodig hebt, is dan in de buurt en goed bereikbaar. Als het nodig is om kernen leefbaar te houden, is daarnaast een kleine uitbreiding mogelijk. Daarbij is voldoende ruimte om te bewegen en voldoende groen en water belangrijk. En door te bouwen in bebouwd gebied (concentreren), wordt er juist gezorgd dat er op andere plekken in de provincie ruimte overblijft voor andere zaken dan wonen. Denk aan natuur, het verbouwen van voedsel en het opwekken van zonne- en windenergie. Uitvoering geven aan de Omgevingsvisie De vraagstukken waar de provincie voor staan kan zij niet alleen oplossen. Samenwerking met inwoners, ondernemers, belangenorganisatie, medeoverheden, partners en de samenleving is cruciaal. Alleen dan kunnen de ambities bereikt worden.

Planspecifiek De voor dit plan relevante kaartlagen van de Omgevingsvisie provincie Utrecht worden hierna besproken. Aantrekkelijke landschappen Het plangebied is gelegen in het op kaart 14 aangegeven landschap Gelderse Vallei. Voor het landschap Gelderse Vallei wenst de provincie de volgende kernkwaliteiten te behouden: 1. 2. 3. 4.

rijk gevarieerde kleinschaligheid; stelsel van beken; griften en kanalen; de hierin gelegen Grebbelinie en overgang van Vallei naar stuwwal (luwe Flank).

Bij ontwikkelingen in het landschap van het Gelderse Vallei dient aandacht te zijn voor de boven genoemde zaken. Voor onderhavige ontwikkeling is een inrichtingsplan opgesteld. In het inrichtingsplan is uitgebreid ingegaan op de kernkwaliteiten en de ruimtelijke kwaliteit. Het initiatief betreft daarnaast een beperkte ruimtelijke ingreep. Hiermee worden de kernkwaliteiten van het landschap Gelderse Vallei niet negatief beïnvloed. CHS - Militair erfgoed Het plangebied ligt in een gebied dat op kaart 15 is voorzien van de aanduiding 'CHS - Militair erfgoed'. Door de provincie Utrecht lopen vier grote voormalige waterlinies die worden aangemerkt als militair erfgoed: de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam, de Grebbelinie en de Oude Hollandse Waterlinie. Het plangebied is gelegen binnen het Grebbelinielandschap. Deze linie is een militaire structuur, aangelegd in de 18e eeuw, die zich in noordelijke richting uitstrekt van Veenendaal via Amersfoort naar Bunschoten (randmeren). De kwaliteiten van de cultuurhistorische structuur moeten behouden blijven en er wordt gestreefd naar een betere beleefbaarheid. In toelichting paragraaf 3.3 wordt het plan getoetst aan de regelingen die betrekking hebben op bescherming van het Grebbelinielandschap. Daarnaast wordt in het inrichtingsplan rekening gehouden met het Grebbelinielandschap.

De kaartlaag 'Provincie Utrecht CO2 neutraal' geldt voor de gehele provincie. Ook op het voorliggende plan heeft deze kaartlaag invloed. Het initiatief betreft een duurzame herontwikkeling waarbij rekening wordt gehouden met groene daken, energieopwekking, natuurinclusiviteit, biodiversiteit etc. Het voorgenomen initiatief is in lijn met de ambities en kwaliteiten die zijn omschreven in de omgevingsvisie.

16

3.2.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht Het beleid van de Omgevingsvisie wordt uitgevoerd met behulp van de op 10 maart 2021 vastgestelde Interim Omgevingsverordening en Programma's: De Omgevingsverordening In de Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. Het opstellen van deze regels is een wettelijke taak of is het gevolg van politieke keuzes van de provincie Utrecht. In de Omgevingsverordening gaat het deels om regels die alleen voor gemeenten, waterschappen en uitvoeringsdiensten gelden en deels om regels die voor iedereen gelden. De provincie Utrecht heeft de ambitie om alleen regels te maken om risico’s uit te sluiten. Soms is het mogelijk van regels af te wijken. De provincie Utrecht vindt het belangrijk om ruimte te geven aan nieuwe initiatieven en maatwerk per gebied. In de Omgevingsverordening zijn alle regels voor de leefomgeving samengebracht en de provincie Utrecht is van zo’n 20 verordeningen naar één Omgevingsverordening gegaan. Dit moet het voor iedereen eenvoudiger maken om te zien welke regels waar gelden. Programma's Om het beleid uit te voeren zijn er niet alleen regels nodig, maar ook op uitvoering gerichte programma’s.

De provincie zal hier samen met overheden, partners en de samenleving invulling aan geven. Bijvoorbeeld in het programma ‘wonen en werken’. Gemeenten in een regio en provincie zitten daarbij samen aan tafel en leggen vast welke woningen waar op welk moment gebouwd gaan worden en welke bedrijventerreinen ontwikkeld gaan worden. Daarbij wordt ook rekening gehouden met andere zaken, zoals dat mensen naar hun werk kunnen gaan en dat er voldoende recreatie en groen is. Met de Omgevingsvisie wil de provincie Utrecht duidelijkheid geven hoe de Utrechtse leefomgeving ingericht kan worden. Welke rol de provincie pakt, hangt af van de situatie. De ene keer zal de provincie Utrecht een ontwikkeling stimuleren, de andere zorgt ze ervoor dat plannen worden aangepast om de kwaliteiten van de omgeving te beschermen. Planspecifiek Verstedelijking Het plangebied is gelegen in het landelijk gebied. Met betrekking tot verstedelijking in het landelijk gebied stelt artikel 9.2 van de Interim Omgevingsverordening dat nieuwe verstedelijking niet is toegestaan. Het voorliggende plan maakt echter geen verstedelijking mogelijk. In de feitelijke situatie zijn reeds twee woningen aanwezig. Deze woningen zijn sinds jaar en dag aanwezig. Dit is echter abusievelijk niet geland in het geldende bestemmingsplan. Met voorliggende bestemmingsplan worden ook twee woningen mogelijk gemaakt.

Hiernaast worden er geen andere stedelijke functies toegevoegd aan de beoogde situatie ten opzichte van huidige situatie. Er wordt dus geconcludeerd dat er geen sprake is van nieuwe verstedelijking binnen het landelijk gebied zoals bedoeld in de Interim Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. Verder geldt dat een kwaliteitsverbetering beoogd is. Conclusie Uit de raadpleging van de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling niet strijdig is met de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht.

3.3 (Inter)gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie: Visie op Rhenen 2035 De gemeente Rhenen heeft op 12 december 2022 de 'Visie op Rhenen 2035' opgesteld. Met deze visie beschrijft de gemeente beeldend wat zij als gemeente en gemeenschap belangrijk vinden; waar de gemeente extra aandacht aan wil besteden en waar de gemeente naartoe wilt werken. Op deze manier kan de gemeente Rhenen in de toekomst de juiste keuzes maken. In de visie worden 21 verschillende deelgebieden onderscheiden.

17

Planspecifiek De planlocatie valt binnen het deelgebied 'Binnenveld'. Het Binnenveld is een agrarisch landschap met grote verscheidenheid in verschijningsvorm door verschil tussen hoog en droog en laag en nat. Het noordelijk deel is open, vlak en nat met rechte wegen en blokvormige kavels. Dit wordt een broekontginningslandschap genoemd. Onderdeel van het Binnenveld is de Nude: fruiteelt, eikenbomen, langs de N225 en de aanwezigheid van meidoornhagen. Het initiatief behoudt en verbetert het groene karakter van het Binnenveld, hiermee wordt bijgedragen aan de opgaven die is gesteld voor het Binnenveld. Verder staat in de visie specifiek voor Nude de opgave beschreven 'ruimte voor energie opwekking'. Bij het realiseren van de beoogde woningen wordt voldoende rekening gehouden met de energietransitie door middel van 'eigen' energieopwekking. Geconcludeerd kan worden het initiatief aansluit op het gestelde in de Omgevingsvisie: Visie op Rhenen 2035. 3.3.2 Beeldkwaliteitsplan Binnenveld De gemeente Rhenen heeft in samenwerking met de gemeenten Ede, Wageningen en Veenendaal het beeldkwaliteitsplan Binnenveld opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is vooral bedoeld als begeleiding van bouwaanvragen op de erven in het Binnenveld. Het moet leiden tot een betere landschappelijke inpassing van ontwikkelingen op de verschillende bebouwde erven in het Binnenveld.

Het landschap in het Binnenveld onderscheidt vijf verschillende landschapstypen die verschillen in uiterlijke verschijningsvorm. Planspecifiek Het plangebied behoort tot het oeverwallenlandschap. Het gebied kenmerkt zich door zijn gecompartimenteerde open landschap, komklei gronden; hoge grondwaterstand, strokenverkaveling en aan wegen gelegen (lint)bebouwing. De bebouwing is veelal gelegen aan hoofdontsluitingswegen, op de kop van het perceel. De bedrijfsvoering is gescheiden van het woongedeelte en vindt dieper op het perceel plaats. De woonzone is veelal aangeplant met hoge opgaande beplantingen. De erven hebben daardoor een sterke verankering aan de bomenlanen. Onderling worden de kavels gescheiden door een licht beplant struweel of haag (bv. meidoorn) voor voldoende privacy. Het kavel wordt aan de westzijde meer open gemaakt en opnieuw ingeplant. Dit om aan te sluiten bij het herstel van het oorspronkelijke heggen- en hagenlandschap en om het zicht op het Grebbelinielandschap te bevorderen. Hiermee wordt een grote kwaliteitsslag gemaakt en de inrichting van het perceel sterk verbeterd. De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen voor het oeverwallenlandschap uit het beeldkwaliteitsplan Binnenveld. 3.3.3 Duurzaam Bouwen De gemeente Rhenen heeft ambities voor duurzaam bouwen in beleid vastgesteld.

Deze ambities zijn gebaseerd op het pakket GPR Gebouw, versie 3.2, waarbij voor zes verschillende modules een bepaalde score gerealiseerd kan worden. GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) Gebouw is een bepalingsmethode voor de milieuprestatie van een gebouw. In het nieuwe pakket GPR versie 4.0 zijn 5 verschillende modules, namelijk energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Dit maakt voor de gemeentelijke ambities geen verschil. De gemeentelijke ambities zijn:

•

Alle nieuwbouw(woningen) waarbij de gemeente bij de ontwikkeling betrokken is laten voldoen aan het GPR-gebouw ambitieniveau met een gemiddelde van minimaal een 7. Voor het onderdeel energie is het ambitieniveau een 7,4. Het minimum per prestatieveld is een 6. Dit geldt uiteraard ook voor de eigen gemeentelijke gebouwen.

•

Per bouwproject wordt het ambitieniveau opnieuw bekeken. In veel gevallen kan en zal een hoger ambitieniveau worden vastgesteld.

•

Als gebouwd wordt op grond in eigendom van de gemeente kan in ieder geval een hoger ambitieniveau worden vastgesteld.

18

Planspecifiek Het plan voldoet tenminste aan de door gemeente gestelde eisen op het gebied van duurzaam bouwen. Veder wordt er gestreefd naar een aanzienlijk niveau van autarkie; met name op het gebied van energieopwekking en verbruik. Daarbij worden er meer dan vereist zonnepanelen geplaatst en aanvullend opgewekte energie (tijdelijk) worden opgeslagen waar mogelijk. De woning wordt uiteraard gasloos uitgevoerd en voorzien van een bodem/luchtwarmtepomp. Bouwfysisch wordt voldaan aan de gestelde eisen vanuit BENG en het bouwbesluit. Keuzes voor de gebruikte materialen is dat ze qua levensduur en onderhoud langdurig meegaan. Het vuil- en hemelwater wordt gescheiden afgevoerd waarbij het hemelwater (vertraagd) op het terrein wordt afgevoerd. 3.3.4 Visie buitengebied Op 13 juli 2020 is de 'Visie buitengebied' vastgesteld door de gemeente Wageningen. De visie geeft de huidige en gewenste situatie weer van het buitengebied. En er wordt aangegeven hoe de gewenste situatie kan worden behaald. De visie bestaat uit 5 thema's: 1. 2. 3. 4. 5.

Verbeteren biodiversiteit Bewegen, recreatie en gezondheid Energie Landbouw en voedsel Aantrekkelijke kleine wegen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13783181/1