CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Was-wordt Rhenen versie augustus 2022

Raadsvergadering 7 maart 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging Afstemmingsverordening participatiewet IOAW, BDZ gemeente Rhenen818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

– Was-wordt tabel als gevolg van de invoering van de Wet inburgering 2021 Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ gemeente Rhenen 2022 Huidige tekst (was) Inleiding

Nieuwe tekst (wordt) Inleiding

Type wijziging Reden:

Gelet op: • artikel 8, eerste lid, aanhef, onderdeel a en onderdeel e van de Participatiewet, artikel 35 eerste lid sub b van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 35 eerste lid sub b van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

Gelet op: • artikel 8, eerste lid, aanhef, onderdeel a en onderdeel e van de Participatiewet, artikel 35 eerste lid sub b van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 35 eerste lid sub b van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Wet inburgering 2021

De voorgestelde wijzigingen zijn naar aanleiding van, danwel hebben betrekking op de nieuwe Wet inburgering 2021

Geen

Artikel 11a 1. Als een boete op grond van de Wi2021 wordt opgelegd, wordt de boete verrekend met de bijstandsuitkering. 2. De boete wordt verrekend over de maand volgend op de maand waarop de beschikking is verzonden. 3. Er wordt rekening gehouden met een fictieve draagkracht van 5% van de bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag.

Reden: Verrekening van de boete met de uitkering kan alleen op basis van een wettelijk voorschrift. Voor gemeenten is dat een verordening.

Artikel 16

Artikel 16

Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichtingen als bedoeld in artikel 55 of 56a, tweede lid van de Pw niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op: a. 20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand of vermindering van de bijstand; b. 40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot de arbeidsinschakeling of beëindiging van de bijstand.

1. Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 of 56a, tweede lid van de Pw niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast. a. 20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen genoemd in artikel 55 die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand of vermindering van de bijstand; b. 40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen genoemd in artikel 55 die strekken tot de arbeidsinschakeling of beëindiging van de bijstand. (tekst was weggevallen ;)) 2. Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 56a, tweede lid, van de Pw niet of onvoldoende nakomt wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven aan de belanghebbende. 3. Als een belanghebbende zich binnen een maand na bekendmaking van een schriftelijke waarschuwing als bedoeld in lid 2, opnieuw een verplichting als bedoeld in artikel 56a, tweede lid, van de Pw niet nakomt, wordt een verlaging toegepast van 20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand.

Reden: Invoering plicht gemeenten tot financieel ontzorgen inburgeraar in de Wet inburgering 2021. En daarmee een plicht/noodzaak tot medewerking aan ontzorging door inburgeraar (artikel 56a Participatiewet.)

Huidige tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Type wijziging

Artikel 17

Artikel 17

Als een belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan twee of meer verwijtbare gedragingen welke tegelijkertijd worden geconstateerd en die het niet nakomen van een verplichting als genoemd in artikel 2 van deze paragraaf, wordt voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld

1. Als een belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan twee of meer verwijtbare gedragingen welke tegelijkertijd worden geconstateerd en die het niet nakomen van een verplichting als genoemd in artikel 4.7.2 van deze paragraaf, wordt voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld. 2. Als het college voor dezelfde gedraging de bijstand op grond van artikel 18 of 18b Participatiewet kan verlagen en een boete op grond van de Wet inburgering 2021 op kan leggen, dan kiest hij ervoor de bijstand te verlagen en geen boete op te leggen. 3. In afwijking van lid 1 en 2 wordt een boete op grond van de Wi2021 opgelegd in plaats van een verlaging van de bijstand op grond van de Pw, als de verlaging van de bijstand tot een financieel nadeliger situatie leidt dan het opleggen van een boete en: a. de belanghebbende nog wordt ontzorgd op grond van artikel 56a Pw; of b. de verlaging van de bijstand er toe leidt dat het inburgeringsproces van de belanghebbende vertraging oploopt.

Reden: Invoering bevoegdheid tot het opleggen van een boete op grond van de Wet inburgering 2021 en daarmee de mogelijkheid tot samenloop met een bevoegdheid tot het verlagen van de uitkering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12383016/1