Bijlage 2 Toelichting en regels Utrechtsestraatweg 93
Tekst van het document
Gebied Binnenstedelijk gebied
Max. hogere waarde 63 dB
vervangende nieuwbouw
68 dB
Buitenstedelijk gebied
53 dB
vervangende nieuwbouw
58 dB
Spoorbaan
68 dB
4.3 Bouwbesluit 2012 Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit geeft regels voor de geluidwering van de gevels. Het Bouwbesluit vereist voor nieuwbouw situaties een karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van tenminste de geluidsbelasting Lden (t.g.v. wegverkeerslawaai zonder aftrek ex art 110g Wet geluidhinder) verminderd met 33 dB en een minimum van 20 dB. De norm geldt voor verblijfsgebieden vanwege de vrije indeelbaarheid. Dit om ook nog te kunnen voldoen als er later binnen het verblijfsgebied een kleinere ruimte wordt gerealiseerd. De geluidwering van de gevel van een verblijfsruimte (welke onderdeel uitmaakt van een verblijfsgebied), mag 2 dB lager zijn dan de geluidwering van de gevel van het betreffende verblijfsgebied.
4.4 Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Rhenen heeft geen geluidbeleid vastgesteld. Uitgangspunt is dat hogere grenswaarden zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Als de maatregelen onvoldoende effect sorteren kan de gemeente onder voorwaarden een hogere grenswaarde vaststellen. Uitgangspunt is dan dat maatregelen in bron en overdracht niet of niet in redelijkheid zijn te treffen. Daarbij hecht de gemeente aan de aanwezigheid van een geluidluwe gevel.
Ako Utrechtsestraatweg 93 Jan22-v4.doc
5
Versie: 3 januari 2022
5. Reken- en meetmethode In deze situatie gerekend conform het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 (RMG2012/rev.2019). De gegevens zijn ingevoerd in het programma Winhavik van bureau DirActivitySoftware (v9.1.1). Dit programma maakt gebruik van het dBVision rekenhart SRMII v.17 formaat 2012 voor Wegverkeer en Railverkeer en Indus10 voor Industrielawaai. In de bijlagen is ter beperking van de hoeveelheid papier een selectie van de belangrijkste invoergegevens opgenomen. Meer detailinformatie is op verzoek leverbaar. De GGD heeft een methode ontwikkeld om via een zogenaamde GES (gezondheideffectscreening) aan te geven wat de geluidskwaliteit in een leefomgeving is. Dit gebeurt in de zogenaamde GES score. Deze loopt van 0 t/m 8. Waarbij een score 0 zeer goed is en een score van 8 zeer onvoldoende. De GES scores verschillen per hinderbron. Onderstaand zijn de scores voor wegverkeer weergegeven. Bij de presentatie van de rekenresultaten is aansluiting gezocht bij de GES systematiek. Geluidbelasting en GES scores voor wegverkeer Geluidsbelasting
Ernstig gehinderden (%)
Geschatte geluidbelasting LAeq,23-7h dB
Ernstig Slaapverstoorden (%)
GESscore
Kwalificatie
Lden dB
Letm dB(A)
< 43
<45
0
< 34
<2
0
Zeer goed
43–47
45-49
0–3
34 - 39
2
1
Goed
48-52
50-54
3–5
39 - 44
2–3
2
Redelijk
53–57
55-59
5–9
44 - 49
3–5
4
Matig
58–62
60-64
9 - 14
49 - 54
5–7
5
Zeer matig
63-67
65-69
14 - 21
54 - 59
7 - 11
6
Onvoldoende
68–72
70-74
21 - 31
59 - 64
11 - 14
7
> 73
> 75
> 31
> 63
> 14
8
Ruim onvoldoende Zeer onvoldoende
Ako Utrechtsestraatweg 93 Jan22-v4.doc
6
Kleur Akoestisch onderzoek
Groen Geel Oranje
Rood
Versie: 3 januari 2022
6. Verkeersgegevens Een akoestisch onderzoek moet zo nauwkeurig mogelijk de toekomstige geluidbelasting aanduiden. Als het maatgevende jaar wordt in de regel uitgegaan van 10 jaar na planrealisatie. Voor dit plan is gebruik gemaakt van telgegevens van de provincie Utrecht en het regionale verkeersmodel. Er is gerekend met een autonome groei van 1% per jaar. Een overzicht van de gehanteerde verkeersgegevens is weergegeven in onderstaande tabel: Tabel 1: Overzicht verkeersgegevens Etmaalintensiteiten
Wegvak
2030
Utrechtsestraatweg (N225)
11.239
Wegdek: Microflex
2031
11.351
60 km/uur
Gemiddelde uurintensiteit
Voertuigverdeling in %
Periode
%
Aantal
LV
MV
ZV
Dag
7.07
803
95.39
3.12
1.49
Avond
2.51
285
94.89
4.06
1.05
Nacht
0.64
73
91.96
5.77
2.27
Op dit deel van de provinciale weg is de maximum snelheid 60 km/uur. Er geldt daarmee een aftrek van 5 dB ex. art. 110g Wgh voor het stiller worden van het verkeer. De provincie heeft op dit wegvak geluidreducerend asfalt neergelegd.
7. Rekenresultaten De berekende geluidbelasting op de gevels is weergegeven in de figuren en tabellen in Bijlage 2 en samengevat in onderstaande Tabel 2. De waarneempunten zijn ingevoerd op diverse hoogtes corresponderend met de gebouwlaaghoogtes. Ook de eventuele cumulatie van de wegen is in beeld gebracht (zonder aftrek) en de benodigde karakteristieke geluidwering om te voldoen aan de nieuwbouweis Bouwbesluit 2012. Tabel 2: Geluidbelasting Lden in dB vanwege het verkeer op gevels van de geplande tweede woning Utrechtsestraatweg 93 te Rhenen (incl. aftrek ex art. 110g Wgh). Lcum: Cumulatieve geluidbelasting in dB conform RMG2012 zonder aftrek. GA;K: Benodigde karakteristieke geluidwering. Gevel
Hw (m)
Lden
Lcum dB
GA;K dB
Opmerkingen
N
1.5
59
64
31
Doof en geen gevoelige ruimten
4.5
59
64
31
Doof en geen gevoelige ruimten
1.5
53
58
25
4.5
54
59
26
1.5
15
20
20
4.5
19
24
20
O Z
De geluidbelasting vanwege de Utrechtsestraatweg is incl. aftrek van 5 dB, berekend op Lden=53 en 54 dB op de oostgevel (GES score Matig) en 19 dB op de verdieping van de zuidgevel (GES score Goed). Op de noordgevel is de geluidbelasting 59 dB. De beoogde indeling van de woning is zo dat er geen geluidgevoelige ruimten achter deze gevel zitten. De noordgevel is overigens ook doof uitgevoerd. Op een dove gevel vindt geen toetsing
Ako Utrechtsestraatweg 93 Jan22-v4.doc
7
Versie: 3 januari 2022
plaats aan de normen uit de Wgh. Wel moet dan de geluidisolatie voldoende zijn voor een goed binnenniveau. Mogelijk is de noordgevel door omloopgeluid nog wel van belang voor het binnenniveau in de verblijfsruimten. De geluidbelasting op de oostgevel is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van Lden=48 dB. Op de verdieping is dit ook hoger dan de maximale hogere grenswaarde uit de Wet geluidhinder voor buitenstedelijke wegen (nieuwbouw). Aangezien er ook in de bestaande situatie sprake is van een woning, is de situatie ook te scharen onder vervangende nieuwbouw waarmee conform art. 83 lid 7 Wgh een maximale waarde mogelijk is van Lden=58 dB.
7.1 Mogelijke maatregelen Volgens de Wet geluidhinder moet worden bekeken wat er nodig is om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Initiatiefnemer heeft geen invloed op de verkeersintensiteit. Op de Utrechtsestraatweg ligt al geluidreducerend asfalt. Het betreft een bestaande woning. Opschuiven is daarmee geen optie. Gezien de ligging zo kort op de weg is ook afscherming geen reële mogelijkheid en vanuit landschappelijk, stedenbouwkundig en verkeerskundig oogpunt ongewenst. Hiermee resteert een hogere grenswaarde van Lden=53 en 54 dB op de oostgevel vanwege de Utrechtsestraatweg (resp. op de bgg en de 1e V). De zuidgevel is geluidluw en aan de zuidwestzijde is ook een redelijk geluidluwe buitenruimte aanwezig. Daarmee is vanuit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat te garanderen. De benodigde karakteristieke geluidwering van de gevels conform het Bouwbesluit 2012 varieert van GA;k=20-26 dB. Bij de indeling is het advies de woon- en slaapkamer zodanig inpandig te realiseren dat er geen bijdrage is van omloopgeluid via de noordgevel. Als sprake is van natuurlijke ventilatie via de oostgevel, dan is waarschijnlijk geluidgedempte ventilatie nodig.
Ako Utrechtsestraatweg 93 Jan22-v4.doc
8
Versie: 3 januari 2022
8. Samenvatting en conclusies
Initiatiefnemer bereidt een aanvraag voor om realisatie van een tweede woning mogelijk te maken in het zuidoostelijke deel van de bestaande woning aan de Utrechtsestraatweg 93 te Rhenen. Het betreft een inpandige aanpassing.
Het plan ligt binnen de 250m brede geluidzone van de Utrechtsestraatweg (N225). Voor de verkeersgegevens is gebruik gemaakt van provinciale telgegeven en het regionale verkeersmodel. Er is uitgegaan van een etmaalintensiteit in 2031 van 11.351 mvt/etmaal. De maximum snelheid ter plaatse bedraagt 60 km/uur en het wegdek bestaat uit geluidreducerend Microflex.
De geluidbelasting op de oostgevel van de nieuwe woning is berekend op Lden=53 dB op de bgg en 54 dB op de 1e verdieping, vanwege de Utrechtsestraatweg en incl. aftrek ex. art. 110g Wgh van 5 dB voor het stiller worden van het verkeer (GES score Matig). Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van Lden=48 dB. De noordgevel wordt doof uitgevoerd en de indeling wordt zodanig dat er geen verblijfsruimten liggen aan de noordgevel.
Initiatiefnemer heeft geen invloed op de verkeersintensiteit. Op de Utrechtsestraatweg ligt al geluidreducerend asfalt. Opschuiven van de bestaande woning is geen optie en dat geldt gezien de ligging ook voor afscherming. De zuidgevel is geluidluw.
In de bestaande situatie is er een woning aanwezig. De beoogde woningsplitsing is geen ingrijpende stedenbouwkundige wijziging. Daarmee is op basis van vervangende nieuwbouw (art. 83 lid 7) een maximale hogere waarde mogelijk van 58 dB. De gemeente wordt gevraagd een hogere grenswaarde vast te stellen op de oostgevel van Lden=54 dB op de verdieping en 53 dB op de begane grond (incl. aftrek van 5 dB).
De benodigde karakteristieke geluidwering van de gevels varieert van de minimum eis uit het Bouwbesluit van GA;k=20 dB tot GA;k=26 dB. Mogelijk is enige aandacht nodig voor het voorkomen van omloopgeluid via de noordgevel.
Het aspect verkeersgeluid vormt hiermee geen belemmering voor realisatie van het plan.
Bijlagen 1. Situatieschets 2. Figuren met rekenresultaten 3. Uitdraai invoergegevens 4. Verkeersgegevens
Ako Utrechtsestraatweg 93 Jan22-v4.doc
9
Versie: 3 januari 2022
Bijlage 1 Situatieschets
Bijlage 2 Figuren met rekenresultaten
objecten bodemabsorptie bebouwing rijlijn scherp scherm waarneempunt gevel
Planwijziging Utrechtsestraatweg 93 Rhenen
0 WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
1 : 500 VL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4) [Lden]
50
Fig.1: Geluidbelasting Lden in dB Bijdrage Utrechtsestraatweg (N225) Incl. aftrek 5 dB - peiljaar 2031 Hw=1.5 en 4.5m Utrechtsestrw.mdb
objecten bodemabsorptie bebouwing rijlijn scherp scherm waarneempunt gevel
Planwijziging Utrechtsestraatweg 93 Rhenen
0 WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
1 : 500 CUMUL(aftrek per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4)
50
Fig.2: Geluidbelasting Lcum in dB Bijdrage Utrechtsestraatweg (N225) Zonder aftrek - peiljaar 2031 Hw=1.5 en 4.5m Utrechtsestrw.mdb
Bijlage 3 Uitdraai invoergegevens
1
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur
Projectgegevens projectnaam: opdrachtgever: adviseur: databaseversie: situatie: uitsnede:
Planwijziging Utrechtsestraatweg 93 Rhenen Teus'Advies AWG 911 eerste situatie basismodel
omschrijving rekenhart:
verkeerslawaai 17.2.0 (build2) srmii17;rekenhart17;rmg2019
aut. berekening gemiddeld maaiveld: alleen absorptiegebieden( geen hz-lijnen): standaard bodemabsorptie: rekenresultaat binnengelezen (datum):
100 % 07-12-2021
rekenresultaat binnengelezen (tijd):
19:56
maximum aantal reflecties:
1 graden
minimum zichthoek reflecties:
2 graden
maximum sectorhoek:
5 graden
vaste sectorhoek:
2
methode aftrek110g:
per wnp per weg RMG2012/2014 art 3.4
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
07-12-2021 20:26
2
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur
Bebouwing nr 1 4 5 8 9 10 11 13 14 16 17 19 21 22 23 65 72
z,gem m,gem 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 7.0 0.0
0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0
lengte
adres
15 61 69 28 59 35 115 87 45 44 57 43 39 23 43 54 11
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
reflectie 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80 80
kenmerk dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0 dxf:0
07-12-2021 20:26
3
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur
Schermen reflectie [%] nr 1
z,gem m,gem 1.0
0.0
lengte type 6 scherp
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
links rechts 20
schermverhogingen
zwevend
gekoppeld
vl/rl
il
kenmerk
20
07-12-2021 20:26
4
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur
Waarneempunten met rekenresultaten (*) IL: inc. maatregel, VL:inc aftrek, RL: inc prognosetoeslag nr
z1
m1 adres
1
0.0
0.0
N gevel
2
0.0
0.0
O gevel
3
0.0
0.0
Z gevel
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
huisnr type afw.toets refl kenmerk
rhart groep VL VL VL VL VL VL
totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0) totaal (0)
sh
wnh
1 1 1 1 1 1
1.5 4.5 1.5 4.5 1.5 4.5
(^) VL: ex. optrektoeslag
dag avond
nacht
Lden
af Lden(*) Letm
af Letm(*)
dag(^) avond(^) nacht(^)
63.79 64.07 58.24 59.33 19.61 23.61
53.63 53.93 48.08 49.18 9.60 13.59
63.82 64.11 58.27 59.37 19.70 23.69
5 5 5 5 5 5
5 5 5 5 5 5
63.79 64.07 58.24 59.33 19.61 23.61
59.28 59.57 53.73 54.82 15.12 19.12
59 59 53 54 15 19
63.79 64.07 58.24 59.33 19.61 23.61
59 59 53 54 15 19
59.28 59.57 53.73 54.82 15.12 19.12
53.63 53.93 48.08 49.18 9.60 13.59
07-12-2021 20:26
5
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur
Rijlijnen snelheden
Intensiteiten nr z,gem 1
0.0
lengte wegdek 251 20 Microflex
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
hellingcor. groep (1)
omschrijving
kenmerk
Utrechtsestraatweg 2031
art 110g vlicht
etm.intens. % periode 11351.0
dag avond nacht
% 7.07 2.51 .64
licht middel 95.39 94.89 91.96
3.12 4.06 5.77
zwaar 1.49 1.05 2.27
motor
licht middel zwaar motor 60 60 60
60 60 60
60 60 60
07-12-2021 20:26
6
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur
Bodemabsorptie nr
lengte
absorptie [%]
1 2
543 123
.0 30.0
WinHavik 9.1.1(build 0) (c) dirActivity-software
kenmerk weg terrein
07-12-2021 20:26
Bijlage 4 Verkeersgegevens
Verkeersgegevens gemeente
Rhenen
Utrechtsestraatweg
wegvak (van - tot): jaar tel. groei per jaar 2030 11239 1,00%
Utrechtsestraatweg
Intensiteit
Verdeling %/uur LV MV ZV
Rhenen - Remmerden jaar maatg. wegdek 2031 11351 Microflex
snelheid
opmerkingen
60
regionale VMK
Utrechtsestraatweg Dag 7,07% 95,39% 3,12% 1,49%
Avond 2,51% 94,89% 4,06% 1,05%
Nacht 0,64% 91,96% 5,77% 2,27%
100,0%
100,0%
100,0%
Aantal LV MV ZV
uurintensiteit
Dag 803 765,5 25,0 12,0 803
Avond 284,9 270,4 11,6 3,0 285
Nacht 72,6 66,8 4,2 1,6 73
Bijlage 2 Watertoets
58
datum 29-7-2021 dossiercode 20210729-14-27265 BETREFT RO-PLAN: Bestemmingsplan Utrechtsestraatweg 93 Aanvrager:Teus' Advies Geachte heer/mevrouw Dave Anbeek, U heeft via de website www.dewatertoets.nleen watertoetsproces gestart. De watertoets is uitgevoerd op een ruimtelijke ontwikkeling in het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Door het starten van een watertoetsproces via deze website, zorgt u er voor dat het waterschap alle relevante informatie krijgt om een goed advies te kunnen geven. Bij geen of weinig gevolgen voor water, kunt u snel door in uw procedure, zonder dat u hoeft te wachten op een reactie van het waterschap. Deze email is automatisch gegenereerd naar aanleiding van uw ingevoerde gegevens. In dit document leest u de conclusie en krijgt u informatie over het vervolgproces voor uw ruimtelijke procedure. Onze conclusie Op basis van de digitale procedure concluderen wij dat uw plan Bestemmingsplan Utrechtsestraatweg 93 geen groot effect heeft op water (geen groot waterbelang).U kunt volstaan met een standaard wateradviesvan het waterschap. Argumentatie: Op basis van uw ingevoerde gegevens blijkt dat uw ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan onze belangrijkste minimale voorwaarde: "het standstill beginsel". Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat.
De ontwikkelingen die door het plan mogelijk worden gemaakt, hebben een geringe invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. Graag de volgende actie uitvoeren: ● Bovenstaande conclusie betekent dat u geen verdere watertoetsproces met het waterschap hoeft door te lopen. ● Voor uw ruimtelijke plan kunt u gebruik maken van een standaard tekst. Wij verzoeken u onderstaande standaard waterparagraaf op te
nemen in de toelichting of onderbouwing van uw plan.
● U dient de standaard waterparagraaf nog wel aan te vullen met uw eigen water- en rioleringsbeleid (indien van toepassing).
Vervolgproces ● Via www.dewatertoets.nlhebben wij uw watertoets als een melding ontvangen. Wij gaan deze melding archiveren. ● U hoeft met het waterschap geen (informeel) vooroverleg te hebben bij verdere planvorming, tenzij u dat zelf wenst of tenzij het plan
verandert.
● Tijdens de formele overlegprocedures (art 3.1.1 of art 5.1.1) van uw RO-plan zal het waterschap alleen een controle doen of de
conclusies kloppen. Indien u tijdens de ter inzage termijn van uw plan niets van ons hoort, gaan wij akkoord met het plan en kunt u deze email beschouwen als ons formele wateradvies. Indien wij wel willen/moeten reageren, zullen wij met u contact opnemen.
Contact Indien u dat wenst, kunt u nadere informatie toesturen naar emailadres: watertoets@hdsr.nl. Per gemeente hebben wij een contactpersoon RO-plannen en rioleringsplannen. Een overzicht van de contactpersonen vindt u op onze website http://www.hdsr.nl/watertoets Geen verlening Watervergunning LET OP: Dit formulier en deze watertoetsprocedure is geenaanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de planvormingsfase. Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoetsprocedure geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Bij het waterschap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te maken in het kader van
vergunningverlening. Meer informatie over de Watervergunning vindt u op http://www.hdsr.nl/vergunningen --------------------------------------------------------------------------------------Standaard waterparagraaf: Paragraaf X.X Water In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening is voor dit ruimtelijke plan een watertoetsproces doorlopen. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de gemeente en waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. De inzet daarbij is om in elk afzonderlijk plan met maatwerk het reeds bestaande waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid goed toe te passen en uit te voeren.Het watertoetsproces voor het project Bestemmingsplan Utrechtsestraatweg 93 is op ...(*aub datum invullen*)digitaal doorlopen via www.dewatertoets.nl. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is via deze weg door de initiatiefnemer van de ruimtelijke ontwikkeling op de hoogte gebracht van de plannen. Uit de digitale analyse blijkt dat er geen grote waterbelangen zijn. De ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de belangrijkste minimale voorwaarde: "het standstill beginsel".
Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden adviseert positief over het ruimtelijk plan. Wel vragen wij u om uw plan te beoordelen op de mate van klimaatbestendigheid. Is uw omgeving bestand tegen wateroverlast, droogte of hitte? Relevant beleid Bij de planvorming zijn er verschillende partijen betrokken met betrekking tot water. ● Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (belangrijkste beleidsnota's: Waterbeheerplan 'waterkoers 2016-2021' en
Waterstructuurvisie, Keur en Legger)
● Provincie Utrecht of de Provincie Zuid-Holland (aub invullen)(Provinciaal waterplan, Grondwaterplan, provinciale milieuverordening) ● Gemeente (Waterplan, GRP, Milieuplan (aub zelf invullen).
Basisprincipes omgaan met water: ● Klimaatbestendige leefomgeving (ruimtelijke adaptatie) ● Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit) ● Schoon houden - scheiden - zuiveren (waterkwaliteit)
Beleid hemel- en afvalwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt, omdat dit het meest duurzaam is. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Bij het infiltreren van schoon hemelwater in de bodem (afkoppelen) kan het afvalwater worden afgevoerd naar het vuilwaterriool/DWA. Water in relatie tot de ruimtelijke ontwikkeling De ruimtelijke ontwikkelingen hebben weinig tot geen gevolgen voor het huidige watersysteem. In het kort gaat het om: ● Het verhard oppervlak neemt gering toe (Zie de Keur bepalingen voor de grenswaarden). Deze geringe toename van verhard oppervlak
heeft weinig gevolgen voor het watersysteem. Het bestaande watersysteem kan tijdens een hevige regenbui al het hemelwater vanaf dit oppervlak verwerken en bergen ● Het bestaande oppervlaktewater wordt niet aangepast. ● Water wordt niet buiten het plangebied geborgen. ● Er vindt geen lozing plaats van verontreinigingen en/of verontreinigd water naar oppervlaktewater. ● Het plangebied ligt niet op of nabij een waterkering of belangrijke watergang. ● Het plangebied ligt niet nabij een rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) of rioolpersleiding.
Afvoer hemelwater Hemelwater wordt geinfiltreerd in de bodem. In het waterbeleid is afvoer van overtollig hemelwater door middel van infiltratie in de bodem het uitgangspunt. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Afvalwater kan worden afgevoerd naar vuilwaterriool/DWA-riool.
Afvalwater Afvalwater wordt als volgt afgevoerd: Via het gemeentelijke rioolstelsel (aub checken of dit conform gemeentelijk rioleringsbeleid is).
Toekomstige ontwikkelingen Indien in de toekomst ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, waarbij het verhard oppervlak uitbreidt met meer dan 500m2 in stedelijk gebied en/of 1000m2 in landelijk gebied, heeft dit tot gevolg dat het hemelwater van dit oppervlak versneld tot afvoer komt. Om de waterhuishouding niet te verslechteren, moet deze versnelde afvoer worden voorkomen of gecompenseerd. Toekomstige ontwikkelingen zullen klimaatbestendig worden gerealiseerd. ADVIESPUNTEN WATERSCHAP U kunt er voor kiezen om onderstaande adviespunten van het waterschap (deels) op te nemen in het plan, naast bovenstaande standaard waterparagraaf. Kansen pakken Aandachtspunten U kunt er voor kiezen om onderstaande aandachtspunten van het waterschap (deels) op te nemen in het plan, naast bovenstaande standaard waterparagraaf. Ondanks dat de ruimtelijke ontwikkeling weinig gevolgen heeft voor het huidige watersysteem, kan het zijn dat er kansen zijn om verbeteringen door te voeren ten behoeve van duurzaam waterbeheer en het klimaatbestendig maken van de leefomgeving (omgaan met extremen als wateroverlast, hitte en droogte). Wij adviseren bijvoorbeeld om bij alle nieuwbouw goed te kijken naar het juiste vloerpeil om wateroverlast te voorkomen, groene daken aan te leggen om hittestress te voorkomen en de juiste beplanting te kiezen afhankelijk van de grondwaterstand tijdens droge perioden.
Conform gemeentelijk beleid dient u schoon hemelwater niet af te voeren naar een gemengd rioolstelsel maar te infiltreren in de bodem of af te voeren naar oppervlaktewater (eventueel via een gescheiden rioolstelsel). Voor straten of parkeerplaatsen kunt u halfverharding aanleggen of groenvoorzieningen gebruiken voor tijdelijke waterberging. Meer informatie op ruimtelijkeadaptatie.nl Aanleghoogte Wij adviseren om de nieuwbouw aan te leggen met een ontwateringsdiepte van minimaal 80 centimeter, en bij voorkeur 1 meter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Grondwater Grondwateroverlast als gevolg van afwijkende aanleghoogten is voor de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemers. Om een goed inzicht te krijgen in het grondwatersysteem adviseren wij om zo spoedig mogelijk te starten met een grondwateronderzoek. Om wateroverlast en -schade in woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Waterketen Het plan heeft gevolgen voor de rioleringssituatie. Wij adviseren om een lokaal rioleringsplan op te stellen. Het waterschap zal dit plan
vervolgens goedkeuren. Basisprincipes omgaan met water: ● Klimaatbestendige leefomgeving (ruimtelijke adaptatie) ● Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit) ● Schoon houden - scheiden - zuiveren (waterkwaliteit)
Disclaimer Dit wateradvies is maximaal 1 jaar geldig. Indien u graag deze termijn wilt verlengen, dan kunt u contact met ons opnemen. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden streeft naar correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Hoogheemraadschap aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.
www.dewatertoets.nl
Regels
63
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan 'Utrechtsestraatweg 93' met identificatienummer NL.IMRO.0340.BP2021Utstrweg93-van de gemeente Rhenen; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aan- en uitbouw:
een bijbehorend bouwwerk, zijnde een aan een hoofdgebouw gebouwd en vanuit een hoofdgebouw rechtstreeks toegankelijke ruimte, die in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw, maar ruimtelijk (door zijn constructie of afmetingen) ondergeschikt is. Het gebouw bestaat uit maximaal één bouwlaag al dan niet met kap. Onder een aan- en uitbouw wordt mede begrepen een keuken en/of werkkamer. Een aanbouw is een toevoeging van een afzonderlijke ruimte, terwijl een uitbouw een vergroting van een bestaande ruimte is; 1.6
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7
bed and breakfast:
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, waarbij de bed and breakfast ondergeschikte is aan de hoofdfunctie; 1.8
bedrijf aan huis:
het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende bedrijfsactiviteiten een ruimtelijke uitstraling hebben die in overeenstemming is met de woonfunctie; 1.9
beroep aan huis:
de uitoefening van een beroep aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, alsmede een beroep op het terrein van persoonlijke verzorging, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt; 1.10 bestaand: a. ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; 1.11
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.12
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 64
1.13
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.14
bijgebouw:
een bijbehorend bouwwerk, zijnde een vrijstaand of aan het hoofdgebouw gebouwd gebouw, dat zowel ruimtelijk (door zijn constructie of afmeting) als functioneel ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en ten dienste staat van dat hoofdgebouw, zoals bijvoorbeeld garages, bergingen, hobbyruimtes en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen. Hierin zijn niet begrepen gebouwen die blijkens hun aard en indeling bestemd zijn voor woonvertrek (ook keuken en/of werkkamer) en overkappingen of carports met een open constructie (minder dan 2 wanden); 1.15
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.16
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en kapverdieping; 1.17
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel; 1.19
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.20
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; onder detailhandel wordt ook gerekend verkoop via internet waarbij de goederen ter plaatse worden opgeslagen; 1.21
erfbeplanting:
opgaande beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van bedrijven met een schaal en een type vegetatie die eigen zijn aan het gebied waarin zij is gelegen; 1.22
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.23
hoofdgebouw:
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een bouwperceel en, indien meer gebouwen op het bouwperceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.24
inwoning:
twee of meer huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meer voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn;
65
1.25
mantelzorg:
tijdelijke zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; 1.26 peil: a. voor een bouwwerk op een bouwperceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een bouwperceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het aansluitende, afgewerkte maaiveld ter hoogte van het hoofdgebouw; 1.27
voorgevel:
de naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of naar de openbare ruimte gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.28
waarden:
de aan een bouwwerk, gebied of specifiek element in een gebied toegekende kenmerkende waarde op het gebied van cultuurhistorie, archeologie, geografie, aardkunde, natuur en/of ecologie; 1.29
woning:
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden;
66
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m.
67
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Wonen 3.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
wonen, al dan niet in combinatie met inwoning; beroep- en bedrijf aan huis; bed and breakfast; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
met de daarbij behorende: e. wegen en paden; f. terreinen, tuinen en erven; g. bouwwerken. 3.2
Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd worden, met dien verstande dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal woningen' is aangegeven; b. woningen mogen uitsluitend worden gebouwd als de naar de weg gekeerde gevel een dove gevel is; c. het oprichten van gebouwen vóór (het verlengde van) de voorgevel van de woning is niet toegestaan, met uitzondering van toegangsportalen, erkers en naar de aard daarmee gelijk te stellen aanbouwen; d. woningen worden met kap gebouwd; e. de maatvoering van de bebouwing mag niet meer bedragen dan de maatvoering die is aangegeven in de navolgende tabel:
3.3
Bouwwerken
Goothoogte in m
Bouwhoogte in m
Inhoud in m3
Woningen
3,5
8
600
Aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen
3,3
4,5
Erfafscheidingen
1 m voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw en 2 m daarachter
Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3
Oppervlakte in m2
Dakhelling Minimaal 30o Maximaal 60o
150 (per woning)
10
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van het voorkomen van een onevenredige aantasting van: a. b. c. d.
de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; landschappelijke inpassing; de verkeersveiligheid,
nadere eisen stellen aan: e. de plaats van gebouwen in die zin dat aan- en uitbouwen en bijgebouwen 3 m achter de voorgevel van de 68
f.
woning moeten worden gebouwd; de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere oppervlakte dan 6 m2 en/of een grotere bouwhoogte dan 1,5 m.
3.4
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in 3.2 onder f voor een goothoogte van woningen van maximaal 6 m, mits vanuit landschappelijk en stedenbouwkundig oogpunt inpasbaar is; b. het bepaalde 3.2 onder b voor het herbouwen van een woning op een andere locatie, mits: 1. herbouw plaatsvindt binnen hetzelfde bestemmingsvlak; 2. de belangen van omliggende (niet-)agrarische bedrijven en aangrenzende percelen niet worden aangetast; 3. herbouw van de woning niet leidt tot nadelige gevolgen voor de natuurwaarden; 4. wordt voldaan aan het bepaalde van de Wet geluidhinder. 3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1
Beroep- en bedrijf aan huis
Voor de uitoefening van het beroep- en bedrijf aan huis zijn de volgende regels van toepassing: a. de omvang van de uitoefening van het beroep- en bedrijf aan huis mag niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van de woning tot een maximum van 100 m2; b. de uitoefening van het beroep- en bedrijf aan huis mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; c. er dient zoveel mogelijk op eigen terrein te worden geparkeerd; d. detailhandel is niet toegestaan; e. het beroep- en bedrijf aan huis wordt uitgeoefend door de bewoner. 3.5.2
Bed and breakfast
Voor het uitoefenen van een bed and breakfast mogen maximaal vijf kamers per bouwperceel worden gebruikt met een maximum van tien slaapplaatsen, met dien verstande dat: a. het gebruik niet leidt tot belemmeringen voor de omliggende functies; b. de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt; c. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein wordt voorzien; d. de bedrijfsvoering van de bed and breakfast uitsluitend door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. aanverwante voorzieningen zoals een speeltuin -met uitzondering van kleinschalige speelvoorzieningen-, stallingsruimte en detailhandel bij de bed & breakfast zijn niet toegestaan. 3.5.3
Zwembaden
Bij de woningen zijn zwembaden toegestaan, met dien verstande, dat: a. b. c. d. e.
per woning maximaal één zwembad is toegestaan; een zwembad uitsluitend achter (het verlengde van) de achtergevel van de woning is toegestaan; de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 3 m bedraagt; de oppervlakte van een zwembad ten hoogste 50 m2 bedraagt; een zwembad niet meer dan 0,2 m boven het maaiveld mag uitsteken.
69
Artikel 4 Waarde - Archeologie 4.1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden in de bodem. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. het bevoegd gezag verbindt op basis van de uitgevoerde archeologische onderzoeken aan de omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende voorwaarden: 1. de bouwactiviteiten die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; en 2. de verplichting om na beëindiging van de bouwactiviteiten schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; b. alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt advies ingewonnen bij een archeologisch deskundige. 4.2.2
Uitzonderingen bouwregels
Het bepaalde onder 4.2.1 sub a geldt niet indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel dat de grond waarop het bouwplan betrekking heeft anderszins aantoonbaar geroerd is door bestaande c.q. voormalige bebouwing of andere handelingen; of, b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of, c. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste: 1. 100 m², ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - hoge verwachtingswaarde'; of, 2. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; of, d. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot; e. het gaat om gebouwen met een oppervlakte van niet meer dan 100 m² (gebied met hoge waarde). 4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 4.4.1
Omgevingsvergunningplicht
Onverminderd het in de Erfgoedwet 2016 bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan: 1. 100 m², ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - hoge verwachtingswaarde'; of 2. waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainagevoorzieningen en/of oppervlakteverhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het planten of het verwijderen van bomen waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 4.4.2
Voorwaarden aan omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden op basis van de uitgevoerde archeologische onderzoeken waaronder: 70
a. de verplichting om de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; b. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. alvorens een omgevingsvergunning te verlenen wordt advies ingewonnen bij een archeologisch deskundige. 4.4.3
Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht
Het onder 4.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden; b. bij grondwerkzaamheden op agrarische percelen in de categorie 1 tot en met 3 Archeologische maatregelenkaart dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 100 m² (gebieden met hoge waarde, alsmede bij grondwerkzaamheden in categorie 4 tot en met 8 van de archeologische maatregelenkaart dieper dan 0,5 m onder het maaiveld over een oppervlakte van 500 m² (gebieden met middelhoge waarde), waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning in dit kader is verleend; c. ingeval op grond van de Erfgoedwet 2016 een omgevingsvergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Erfgoedwet 2016 van toepassing zijn. 4.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van nader archeologisch onderzoek en/of archeologische begeleiding is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
71
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
72
Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1
Afwijkende maatvoering
Indien de bestaande bebouwing afwijkt van de in deze regels gegeven voorschriften ten aanzien van: a. b. c. d. e.
goot- en bouwhoogte; oppervlakte; inhoud; afstanden en situering; afdekking van gebouwen,
zijn de bestaande maten, hellingen, dan wel afstanden en situering eveneens toegestaan. 6.2
Onderkeldering
Onderkeldering is uitsluitend toegestaan onder woningen en in maximaal één laag waarvan de diepte niet meer dan 3 m mag bedragen.
73
Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1
Strijdig gebruik
Onder een gebruik strijdig met het bestemmingsplan wordt in elk geval verstaan: a. het gebruik van een bijgebouw ten behoeve van (zelfstandige) bewoning, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; b. het in enigerlei vorm buiten de bedrijfsgebouwen opslaan of opgeslagen hebben van goederen en materialen van welke soort dan ook, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; c. het gebruik van gebouwen ten behoeve van een binnenbak, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van windturbines/windmolens en zendmasten/antennemasten, uitgezonderd voor zover toegelaten binnen het plan. 7.2
Uitzonderingen strijdig gebruik
Onder een gebruik, strijdig met het bestemmingsplan wordt niet verstaan het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van weekmarkten, jaarmarkten, evenementen, festiviteiten, manifestaties en horecaterrein, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift, vergunning, of ontheffing is verleend.
74
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van: a. de in de bestemmingsregels gegeven maten en afmetingen tot niet meer dan 10% van die maten en afmetingen; b. de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen ten behoeve van het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels en toestaan dat bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, dit tot een maximum van 1 m; d. de bestemmingsregels en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van het bedienen van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de inhoud per gebouwtje niet meer bedraagt dan 60 m3; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m; e.
het bepaalde ten aanzien van het tijdelijk gebruik van bijgebouwen bij woningen en bedrijfswoningen, en toestaan dat een bijgebouw wordt verbouwd en gebruikt ten behoeve van bewoning, met dien verstande dat: 1. het bewoning betreft in het kader van mantelzorg, hetgeen te dient worden aangetoond aan de hand van een CIZ-indicatie; 2. de oppervlakte van het bijgebouw niet meer mag bedragen dan 80 m2; 3. van het vervallen van de noodzaak van mantelzorg dient door of vanwege de gebruiker van het hoofdgebouw waaraan of waarbij de mantelzorg is verleend, aan burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling te worden gedaan; 4. indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen gaat het bevoegd gezag over tot intrekking van de omgevingsvergunning. f. het bepaalde ten aanzien van de bestemmingsregels bij woningen en bedrijfswoningen, en toestaan dat een tijdelijke woonunit wordt geplaatst en gebruikt, met dien verstande dat: 1. het bewoning betreft in het kader van mantelzorg, hetgeen te dient worden aangetoond aan de hand van een CIZ-indicatie; 2. de oppervlakte van de tijdelijke woonunit niet meer mag bedragen dan 80 m2; 3. de bouwhoogte van de tijdelijke woonunit niet meer mag bedragen dan 4 m; 4. de afstand van de tijdelijke woonunit tot aangrenzende percelen dient minimaal 2 m te bedragen; 5.
de maximale afstand van de tijdelijke woonunit tot het hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 15 m; 6. van het vervallen van de noodzaak van mantelzorg dient door of vanwege de gebruiker van het hoofdgebouw waaraan of waarbij de mantelzorg is verleend, aan burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling te worden gedaan; 7. indien de noodzaak van mantelzorg is vervallen gaat het bevoegd gezag over tot intrekking van de omgevingsvergunning; 8. bij de toepassing van de bevoegdheid tot vergunningverlening dienen de wettelijke bepalingen inzake natuurregelgeving, water en archeologie, in acht te worden genomen.
75
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 9 Overgangsrecht 9.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder 9.1, sub a, een omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder 9.1, sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder 9.2, sub a , te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder 9.2, sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan één jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder 9.2, sub a, is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
76
Artikel 10
Slotregel
Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Utrechtsestraatweg 93'.
77
Vaststellingsbesluit
78
Dummy-bestand vaststellingsbesluit