CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Routekaart Energietransitie

Commissie Ruimte en Economie 7 december 2021, gemeente RhenenBij agendapunt: Principeverzoek Zonnepark Remmerden (ter informatie)5.911 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Routekaart Energietransitie

Remco Spoelstra Oktober 2019

Inhoud 1.0

Inleiding........................................................................................................................................................................................................................ 3

2.0

Opgave voor Rhenen ................................................................................................................................................................................................... 4

2.1

Huidige situatie energieverbruik ................................................................................................................................................................................ 4

2.2

Mogelijk scenario toekomstig energieverbruik ........................................................................................................................................................... 6

3.0

Transitie naar een energieneutraal Rhenen; De Route .................................................................................................................................................. 8

4.0

Transitie naar duurzame warmtevoorziening ............................................................................................................................................................... 10

4.1

Mogelijkheden voor Rhenen ................................................................................................................................................................................... 10

4.2

Acties gemeente ..................................................................................................................................................................................................... 12

5.0

Transitie naar duurzame elektriciteitsvoorziening ........................................................................................................................................................ 13

5.1

Mogelijkheden Rhenen ........................................................................................................................................................................................... 13

5.2

Acties gemeente ..................................................................................................................................................................................................... 14

6.0

Transitie naar duurzame mobiliteit .............................................................................................................................................................................. 15

6.1

Mogelijkheden voor Rhenen ................................................................................................................................................................................... 15

6.2

Acties gemeente ..................................................................................................................................................................................................... 15

7.0 7.1 8.0 8.1

Het goede voorbeeld .................................................................................................................................................................................................. 16 Acties van de gemeente ......................................................................................................................................................................................... 16 Aanpak en organisatie ................................................................................................................................................................................................ 17 Hoe organiseren we dit? ......................................................................................................................................................................................... 18

Bijlage 1 Scenario’s invulling elektriciteitsbehoefte ................................................................................................................................................................. 19 Bijlage 2 Landelijke ontwikkelingen ........................................................................................................................................................................................ 20 1

Duurzame Warmte ..................................................................................................................................................................................................... 20

2

Duurzame elektriciteit ................................................................................................................................................................................................. 22

3

Duurzame mobiliteit .................................................................................................................................................................................................... 23

2

1.0 Inleiding De gemeente Rhenen heeft in het coalitieakkoord 2018-2022 ‘Samen werken aan verbinding en vertrouwen’ de ambitie uit gesproken om in 2040 energieneutraal te zijn. De gemeente Rhenen staat hier niet alleen in. Op mondiaal niveau is in 2015 in Parijs afgesproken dat de opwarming van de aarde maximaal 1,5 tot 2 graden mag bedragen. En na de bekrachtiging van dit akkoord door Nederland is op landelijk niveau de energietransitie in een urgenter daglicht komen te staan. Dit heeft geleid tot het Klimaatakkoord. Gemeenten hebben hier duidelijke opdrachten in gekregen. Zo moeten regio’s op korte termijn aangeven wat hun bijdrage in de landelijke doelstelling wordt. Rhenen doet dit in Foodvalley verband door het gezamenlijk opstellen van een Regionale energiestrategie. En uiterlijk eind 2021 moeten gemeenten duidelijkheid scheppen hoe het aardgas uitgefaseerd wordt en welke mogelijke duurzame alternatieven daar op wijk- en buurtniveau voor zijn, zodat in 2050 aardgas niet meer nodig is voor het verwarmen van gebouwen. Kortom, de energietransitie wordt de komende jaren echt ingezet in Nederland waarbij een belangrijke regierol is weggelegd voor gemeenten. Ook in Rhenen moet de energietransitie verder vorm krijgen. En wel op die wijze dat Rhenen in 2040 energieneutraal is.

De definitie voor energieneutraal die de gemeente Rhenen hierin hanteert is: “er wordt net zoveel duurzame energie op eigen grondgebied opgewekt als er aan energie in Rhenen wordt verbruikt” Deze routekaart geeft de (globale) route naar een energieneutraal Rhenen in 2040 en geeft aan welke stappen er de komende jaren gezet moeten worden om dat te bereiken. Energietransitie als onderdeel van duurzaamheid De energieneutrale ambitie staat in Rhenen niet op zich. Duurzaamheid is breder. In het Bestuursprogramma 20182022 van de gemeente Rhenen is de bestuurlijke opgave: “Een duurzamer en klimaatbestendiger Rhenen” verwoord. Hieraan zijn drie doelen gekoppeld te weten: • • •

Energieneutraal Rhenen 2040; Rhenen ciculair in 2050 en Rhenen klimaatbestendig (het aanpassen van de omgeving om de gevolgen van klimaatverandering zoals hitte- en wateroverlast terug te dringen)

Deze routekaart gaat in op Energieneutraal Rhenen 2040. Figuur 1; overzicht ambities; NL is ambitie voor Nederland, regio voor de regio Foodvalley 3

1.1

Leeswijzer

In dit document wordt eerst de opgave om energieneutraal te worden in beeld gebracht. De route is vervolgens uitgewerkt in drie verschillende onderdelen, duurzame warmtevoorziening, duurzame elektriciteitsvoorziening en mobiliteit. Per onderdeel worden de mogelijkheden en acties omschreven. Daarna gaan we in op de voorbeeldrol van de gemeente en de mogelijkheden en acties om daar invulling aan te geven. Tot slot wordt weergegeven hoe we dit gaan doen en hier een goed vervolg aan geven.

2.0 Opgave voor Rhenen In dit hoofdstuk gaan we dieper in op de opgave waar Rhenen voor staat. Waar hebben we het precies over wanneer we het hebben over een energieneutraal Rhenen? Wat is de huidige situatie qua energievraag en aanbod? Wat zijn mogelijkheden qua besparing gezien de opbouw van Rhenen? En hoe geldt dat voor het duurzaam opwekken van energie?

2.1

Huidige situatie energieverbruik

In figuur 2 is de huidige energiemix in Tera Joules (TJ) van Rhenen opgenomen. 1 Wat opvalt, is dat aardgas en fossiele brandstoffen voor verkeer een groot deel van de huidige energiemix voor hun rekening nemen. Ook is er op dit moment nog geen collectieve warmtevoorziening aanwezig. Een andere manier om naar de verdeling van het energieverbruik in Rhenen te kijken, is aan de hand van sectoren. Het gaat dan om sectoren Wonen, Verkeer en Werken, de laatste is onderverdeeld in Landbouw, Industrie en Gebouwen. Dat is in figuur 3 weergegeven.

Figuur 2; energieverbruik 2015 (bron ETM Regio Foodvalley)

1

Gegevens (2015) zijn op basis van het Energie Transitie Model (met Klimaatmonitor als bron) van Quintel die gemaakt is t.b.v. de regionale energievisie Foodvalley 4

Figuur 3; verdeling energieverbruik 2015 naar sectoren Wonen, Werken, Verkeer. In de verdeling in figuur 3 gaat het om het totale energieverbruik per sector. • • • •

Zo gaat het voor Wonen en Gebouwen om zowel het energieverbruik voor het verwarmen en koelen van de woningen/gebouwen als het energieverbruik van de apparaten zoals huishoudelijke apparatuur, laptops en smartphones en het koken. Bij Industrie is daarnaast ook het energieverbruik van het productieproces meegenomen. Voor Landbouw gaat het om het gas- en elektriciteitsverbruik dat nodig is om landbouw te bedrijven. Verkeer bestaat naast het energieverbruik van wegverkeer (zowel op de provinciale weg als in de bebouwde kom en zowel lokaal als doorgaand verkeer) uit het energiegebruik van de binnen- en recreatievaart en mobiele werktuigen. Het wegverkeer is met 88% verantwoordelijk voor het grootste aandeel. Daarvan is weer zo’n twee-derde (landelijk gemiddelde) regionaal verkeer.

Verkeer en wonen hebben een bijna even groot aandeel en zijn bij elkaar verantwoordelijk voor zo’n 75% van het energieverbruik in Rhenen. Werken (het bedrijfsleven en overige (maatschappelijke) organisaties inclusief landbouw) voor de resterende 25%.

5

2.2

Mogelijk scenario toekomstig energieverbruik

Om als Rhenen in 2040 energieneutraal te worden, is een verschuiving nodig van het gebruik van fossiele energie naar het gebruik van duurzame energie. De hierboven genoemde energiemix zal er in 2040 heel anders uit komen te zien. Uiteraard is energiebesparing daarbij ook erg belangrijk. Immers energie die niet gebruikt wordt, hoeft ook niet te worden opgewekt. In figuur 4 is dat schematisch weergegeven. Wat de mogelijkheden zijn, is natuurlijk in een belangrijke mate afhankelijk van de opbouw van de gemeente. Zo ligt een groot warmtenet voor de verwarming van veel woningen en gebouwen in Rhenen niet voor de hand. (er zijn vele grondgebonden woningen en er is geen bron voor een warmtenet, zoals restwarmte van industrie). En liggen er in het oosten van Rhenen meer mogelijkheden voor eventuele zonnevelden dan in het bosrijke gebied aan de westkant van de gemeente. Op basis van de kenmerken van de gemeente is een mogelijk scenario voor een toekomstige energiemix gemaakt waarmee Rhenen als gemeente zelf energieneutraal kan worden. Deze is in figuur 5 op de volgende pagina weergegeven. In bijlage 1 zijn een tweetal scenario’s weergegeven waarin de elektriciteit opwek dan wel alleen met zonnevelden dan wel alleen met wind wordt ingevuld.

Energieverbruik afgezet tegen benodigde duurzame energie in TJ 1,600 1,400 1,200 1,000 800

600 400 200

0 2015

2020

2025

Energieverbruik

2030

2035

2040

Duurzame energie

Figuur 4; Energieverbruik afgezet tegen de benodigde duurzame energie

6

Figuur 5; Mogelijke energiemix in 2040 op basis van de regionale energievisie 7

Wat opvalt in de energiemix is dat er in Rhenen een forse besparing haalbaar is. Dit is mogelijk door een aantal factoren, zoals de transitie naar elektrische auto’s. Deze zijn een stuk energiezuiniger dan diesel/benzine aangedreven voertuigen. Dit kan oplopen tot 50%. En uiteraard draagt ook energiebesparing in de woningen en gebouwen voor een belangrijk deel bij aan de totale energiereductie. Vaak is dit ook vanuit praktisch oogpunt nodig. Zo werken bepaalde technieken alleen goed wanneer woningen en gebouwen goed geïsoleerd zijn.

3.0 Transitie naar een energieneutraal Rhenen; De Route Bij het maken van de route naar een energieneutraal Rhenen is gekeken naar welke (grote) stappen gemaakt moeten worden tot aan 2040 en welke acties hier op korte termijn uit voortvloeien. Gaandeweg wordt het inzicht in hoe de energietransitie in Rhenen vorm kan krijgen steeds beter. Door bijvoorbeeld de Transitievisie warmte en de uitvoeringsplannen op wijkniveau (zie hoofdstuk 4) wordt over enkele jaren definitief duidelijk welke duurzame wijk- of buurtoplossing er komt. Daarmee wordt de toekomstige energiemix gaandeweg duidelijker en weten we hoe de verhouding tussen collectieve warmteoplossingen, elektriciteit of eventueel groen gas wordt. Met het maken van de Regionale energiestrategie 1.0 (zie hoofdstuk 5) en de daaropvolgende versies wordt bekend wat de bijdrage van Rhenen wordt in de regio en daarmee bij de landelijke opgave. Het is dan ook verstandig om de nieuwe inzichten na een aantal jaar te verwerken in een geactualiseerde routekaart. Duidelijk is dat vanaf nu tot 2040 het aantal emissievrije auto’s moet groeien, er flink meer zonnepanelen op daken van woningen en bedrijfsgebouwen moeten komen en er steeds meer gebouwen aardgasvrij worden. Dit gebeurt niet zomaar. Op verschillende onderdelen is daarvoor een transitie nodig.

De transitie naar een duurzame warmtevoorziening, de transitie naar duurzame elektriciteit opwek en de transitie naar duurzame mobiliteit. In onderstaande illustratie is op hoofdlijnen weergegeven hoe de route naar een energieneutrale gemeente Rhenen eruit kan komen te zien. Deze illustratie is ook los en in een groter formaat beschikbaar. In de volgende hoofstukken kunt u lezen hoe wij de transities vorm gaan geven.

8

9

4.0 Transitie naar duurzame warmtevoorziening Quote uit het Klimaatakkoord: “Deze verbouwing slaagt alleen als iedereen mee kan doen. Daarvoor moet ze ook voor iedereen betaalbaar zijn. Woonlastenneutraliteit is het uitgangspunt.” Nederland gaat van het aardgas af. Op landelijk niveau is besloten dat in 2050 aardgas in heel Nederland is uitgefaseerd. Om dit te bereiken is in het Klimaatakkoord afgesproken dat elke gemeente een Transitievisie warmte opstelt. Dit om de route te bepalen naar duurzame alternatieven op wijkniveau. Er zijn verschillende alternatieven waarmee woningen en gebouwen op een duurzame wijze verwarmd kunnen worden. Zie bijlage 2 voor een verdere beschrijving. Vanuit de infrastructuur bezien zijn er grofweg drie hoofdvarianten. Uitgangspunt is hierbij: welke energie-aansluiting krijgen de gebouwen. De hoofdvarianten zijn: I.

all electric

II. warmtenet III. Groengas

4.1

het gebouw en/of de woning heeft alleen een (verzwaarde) elektriciteitsaansluiting het gebouw en/of de woning heeft een aansluiting op een warmtenet het gebouw en/of de woning heeft een aansluiting op een groengasnetwerk

Mogelijkheden voor Rhenen

In de gemeente Rhenen wonen zo’n 20.000 mensen verdeeld over ruim 8.000 woningen. Daarnaast staan er bijna 750 andere gebouwen, zoals bedrijfshallen en kantoren in de gemeente. Een groot deel van de woningen is grondgebonden en van voor het jaar 2000. Verder kent Rhenen op dit moment geen duidelijke (rest)warmtebron voor het voeden van een groot collectief warmtenet. Het consortium Aardwarmte in de Vallei onderzoekt de mogelijkheden van Ultra Diepe Geothermie en een duurzaam, open warmtenet in de regio Vallei. Mogelijk biedt dit kansen. De op te stellen Transitievisie warmte geeft straks meer duidelijkheid of een grootschalig warmtenet in Rhenen realistisch is. Maar dit ligt vooralsnog niet voor de hand. Dit betekent overigens niet dat er op kleinere schaal geen warmtenetten gerealiseerd zullen worden. Mogelijk slaan bewoners in een straat de handen in één en leggen gezamenlijk een klein warmtenet aan, bijvoorbeeld gevoed door een Ecovat (grote warmwater buffer die in de grond geplaatst wordt). Of wordt Warmte-koude-opslag ingezet voor het verwarmen van de hoogbouw in Rhenen. In de volgende figuur staan verschillende duurzame manieren van verwarmen van gebouwen weergegeven.

10

Figuur 6, illustratie van duurzame manieren van verwarmen van woningen en gebouwen 11

4.2

Acties gemeente

Waarin neemt de gemeente het initiatief? • Energieloket Rhenen Het energieloket Rhenen is het onafhankelijk informatiepunt voor inwoners. Huiseigenaren kunnen hier terecht voor advies om verdere stappen te zetten in de verduurzaming van hun woningen. Ook wordt de samenwerking met Platform Duurzaam Samenwerken2 (Plat Dus) verder uitgebouwd. • Samenwerking met Rhenam Wonen We stimuleren partnerschap met woningcorporatie Rhenam Wonen. We zien er op toe dat zij de eerder gemaakte prestatieafspraken nakomen en maken nieuwe (prestatie)afspraken over duurzaamheidsmaatregelen in de sociale huursector. • Aardgasvrije nieuwbouw Nieuwe gebouwen hebben sinds 1 juli 2018 geen gasaansluiting meer, maar ook reeds voor juli 2018 goedgekeurde of bestaande projecten met aardgasaansluitingen moeten waar mogelijk alsnog aangepast worden naar aardgasvrije nieuwbouw. Mogelijk kan de bestaande bouw meeprofiteren van nieuwbouw- en renovatieprojecten. • Transitievisie warmte In 2021 heeft Rhenen een ‘Transitievisie warmte’ die aangeeft welke duurzame warmtevoorziening per wijk het meest voor de hand ligt en op welke termijn de verschillende wijken aardgasvrij kunnen worden. • Wijkuitvoeringsplannen Om alle buurten in Rhenen te ondersteunen in de transitie naar aardgasvrij ontwikkelt Rhenen een aanpak. Deze aanpak mondt per buurt/gebied uit in een Uitvoeringsplan op wijkniveau.

Voor de buurten/wijken die in de Transitievisie warmte zijn aangemerkt om voor 2030 een start te maken met de transitie naar aardgasvrij moet een Uitvoeringsplan op wijkniveau uiterlijk eind 2021 zijn vastgesteld. • Onderzoek naar aardwarmte In de regio worden de mogelijkheden van aardwarmte onderzocht. Daarnaast voert het Energie Beheer Nederland (EBN) in het gebied van Amsterdam tot Nijmegen een onderzoek uit (SCAN) waarin meer inzicht in de potentie van de (diepe) ondergrond voor aardwarmte wordt verkregen. Dit onderzoek loopt deels via Rhenen. Ook voor Rhenen komt hierdoor meer/beter inzicht of de ondergrond geschikt is. We volgen de voortgang van dit onderzoek nauwlettend en leveren daar waar mogelijk onze inbreng of advies. Indien de diepe aardlagen geschikt zijn voor benutting van duurzame energie, wordt verder onderzocht of er kansen voor Rhenen zijn. • Communicatie Bij alle acties is goede communicatie heel belangrijk. Er wordt een communicatieplan opgesteld om de energietransitie blijvend onder de aandacht te brengen en mensen mee te laten denken over de beste oplossingen. Platform Duurzaam Samenwerken (Plat Dus) is een organisatie die bestaat uit regionale duurzame partijen. Plat Dus heeft als doel om samen met inwoners, gemeenten en bedrijven de regio FoodValley energiezuiniger en dus ook duurzamer te maken. 2

12

5.0 Transitie naar duurzame elektriciteitsvoorziening Hernieuwbare vormen van energie zijn er in verschillende soorten en maten. Zo zijn er kleine en grote windmolens, kan met zonne-energie naast elektriciteit ook warmte worden opgewekt en kan via algen biomassa worden ingezet om duurzame energie te krijgen. Er zullen ook (veel meer dan nu het geval is) verschillende vormen van energie naast elkaar gebruikt gaan worden voor het verwarmen van huizen en gebouwen en het opwekken van elektriciteit. Wanneer we kijken naar hernieuwbare elektriciteit dan zijn qua huidige technieken zonnepanelen en windmolens de meest toegepaste. Zie Bijlage 1 voor een verdere omschrijving van de landelijke ontwikkelingen.

5.1

Mogelijkheden Rhenen

In Rhenen wordt op dit moment al duurzame elektriciteit opgewekt. Dit gebeurt via zonnepanelen op daken. In 2018 is 9 TJ aan duurzame energie opgewekt. Dit staat gelijk aan elektriciteit die door zo’n 2.000 zonnepanelen van 250 Wp wordt opgewekt. Procentueel gezien is dit zo’n 4% van het totale huidige elektriciteitsverbruik. Om dit getal verder in perspectief te zien, is het goed om te realiseren dat het elektriciteitsverbruik door het gebruik van elektrische warmtepompen en elektrische auto’s de komende jaren verder gaat toe nemen. Daarmee wordt de opgave om de elektriciteit duurzaam op te wekken alleen nog maar groter. In figuur 8 is de groei van opgewekte energie via zonnepanelen van de afgelopen jaren te zien. Hoewel het relatief nog steeds een klein aandeel is van het totale elektriciteitsverbruik, is er een duidelijke groei te zien. De geschatte potentie aan opwek van duurzame elektriciteit via zonnepanelen op daken is 277 TJ (bron ETM regio Foodvalley). Om dit te bereiken en van 9 TJ naar 277 TJ te gaan moet dus nog veel werk verzet worden.

Vanuit het eerder genoemde klimaatakkoord zijn regio’s opgeroepen aan te geven wat hun bijdrage zal zijn aan de nationale opgave via het opstellen van een Regionale energiestrategie (RES). Rhenen werkt hierin samen in de regio Foodvalley. In het licht van de Regionale energiestrategie en de afspraken die met de regio worden gemaakt, wordt inzichtelijk waar in de regio het beste duurzame energie opgewekt kan worden. Dit kan mogelijk betekenen dat het beeld voor Rhenen anders wordt.

Jaarlijkse hoeveelheid opgewekte elektriciteit via zonnestroom in TJ Opgewekte electriciteit in TJ

Uit de energiemix op pagina 7 komt naar voren dat alleen zonnepanelen op daken niet voldoende is om in de eigen elektriciteitsbehoefte te voorzien. Zonnevelden en windmolens zouden hierin een aanvulling kunnen zijn. Wat zonnevelden betreft heeft de gemeenteraad het college verzocht om deze niet toe te staan tot nader beleid hiervoor is ontwikkeld. Onder meer vanuit de waarde die het buitengebied heeft voor natuur, agrariërs en inwoners; het feit dat daken optimaal gebruikt kunnen worden voor zonnepanelen en de gemeenteraad zelf de regie in handen wil houden.

10

8 6 4 2 0 2013

2014

2015

2016

2017

2018

Figuur 8; groei opgewekte duurzame elektriciteit door zonnepanelen in Rhenen, bron: klimaatmonitor

13

5.2

Acties gemeente

Waarin neemt de gemeente initiatief? • Zon op dak Om de potentie van zon op dak te realiseren, pakt de gemeente een meer stimulerende rol. Particulieren worden momenteel ontzorgd via het energieloket. Daarnaast worden er door diverse (commerciële) partijen inkoopacties georganiseerd. Voor grotere daken is een ontzorgconcept ontwikkeld en uitgevoerd, zodat ook deze daken benut worden. Het gaat hierbij om zowel de agrarische als de overige bedrijfsdaken. In samenwerking met Econnetic en Coöperatie ValleiEnergie is een aanpak voor Rhenense bedrijfsdaken op en rond industrieterrein Remmerden ontwikkeld. Gebiedscoöperatie O-gen en Coöperatie ValleiEnergie richten zicht op de grote daken van meer dan 150 m2 in het buitengebied van de gemeente Rhenen. • Beleidskader grootschalige duurzame elektriciteit Onder welke voorwaarden kan grootschalige duurzame elektriciteit opwek een plek krijgen in Rhenen? En hoe kan het op een goede manier in het landschap worden ingepast? In samenwerking met belangrijke stakeholders en bewoners, maar ook de regio (o.a. vanuit de RES), stelt de gemeente een beleidskader op voor grootschalige duurzame elektriciteit opwek. Om de doelstelling tot 2030 te realiseren, vindt een vertaling plaats van de theoretische potentie uit de regionale energieanalyse naar concrete zoekgebieden voor Rhenen. Deze borgen we in de omgevingsvisie en –plannen.

Ook uitspraken over participatie horen hier bij, zowel participatie bij de planvorming als financiële participatie.

• Regionale energiestrategie FoodValley De gemeente Rhenen werkt binnen de regio FoodValley aan de Regionale energiestrategie. Vanuit onder meer ruimtelijke ateliers en potentiestudies wordt een conceptbod en een eindbod voor de regionale bijdrage aan de landelijke duurzame elektriciteitsopwekking gemaakt. Op basis van analyses van regionale warmtebronnen en warmtevraag wordt ook een regionale strategie voor warmte ontwikkeld. • Energieopslag Zowel voor elektriciteit als voor warmte wordt energieopslag steeds belangrijker. De gemeente onderzoekt hoe energieopslag in Rhenen vorm kan krijgen en welke rol de gemeente en andere partijen hierin kunnen en moeten spelen. Hierbij valt te denken aan ruimte bieden voor buurtbatterijen en interferentiebeleid opstellen voor Warmte Koude Opslag, zodat de ondiepe ondergrond zo effectief mogelijk wordt benut. Een innovatief idee is een waterkrachtcentrale op de Grebbeberg door gebruik te maken van water uit de Rijn.

14

6.0 Transitie naar duurzame mobiliteit Mobiliteit is voor 38% verantwoordelijk voor het totale energieverbruik. Om een energieneutrale gemeente te worden, is het dus belangrijk om de mobiliteitsbewegingen in Rhenen te verduurzamen. Het gaat in Rhenen dan met name over het wegverkeer.

6.1

Mogelijkheden voor Rhenen

Momenteel rijden er in Rhenen zo’n 90 elektrische auto’s rond. Op een wagenpark van zo’n 11.000 auto’s is dit nog geen 1 procent. Verder kent Rhenen 13 (semi) openbare laadpunten voor elektrische auto’s. Naast het elektrificeren van het wagenpark kan ook door een andere manier van mobiliteit het energieverbruik verlaagd worden. Denk hierbij aan een overstap van auto naar openbaar vervoer en de (elektrische) fiets. Het is voor Rhenen zaak om in beeld te brengen wat de mogelijkheden hierin zijn. Zowel de regio FoodValley als de provincie Utrecht zijn hierbij belangrijke partners.

6.2

Gemeente Rhenen rijdt op groengas De vuilniswagens van de gemeente Rhenen brengen het GFT afval naar het ACV in Ede. Daar wordt van alle ingezamelde GFT groengas gemaakt. En dit groengas is brandstof voor de vuilniswagens van de gemeente.

Acties gemeente

Waarin neemt de gemeente het initiatief? • Aanpak verduurzaming mobiliteit Om de mobiliteit in Rhenen te verduurzamen, is stap één het verkrijgen van inzicht in de huidige mobiliteitsbewegingen. Met dit inzicht maakt de gemeente samen met stakeholders, waaronder de regio FoodValley, vervolgens een aanpak voor het verduurzamen van de Rhenense mobiliteit. Het zal een mix worden van verkeersmaatregelen en stimulerende maatregelen. Uitgangspunt hierbij is meer aandacht voor fiets en OV, met de vraag of dat ten koste mag gaan van de automobilist. • Laadpalenbeleid en infrastructuur Goed omgaan met het plaatsen van laadinfrastuctuur voor elektrische auto’s is belangrijk. Om daar richting aan te geven, maakt de gemeente hier beleid voor. Duidelijk wordt wat de rol van de gemeente Rhenen hierin is; bijvoorbeeld proactief met het aanleggen van een laadplein en al op voorhand aanwijzen van locaties voor laadpunten of reactief door enkel te reageren op aanvragen van inwoners. Ook beleidskeuzes voor eisen bij nieuwbouwontwikkelingen, bijvoorbeeld het minimaal aantal laadpunten, maakt onderdeel uit van het laadpalenbeleid. • Autodelen Autodelen is een goede manier om mobiliteit vorm te geven. Hierin is gedragsverandering nodig om mensen tot andere mobiliteitskeuzes te bewegen.

Er wordt een aanpak gemaakt en uitgevoerd waarbij inwoners geïnformeerd worden over de mogelijkheden van autodelen, carpoolen en alternatieve vormen van verplaatsing.

15

• Verduurzaming mobiliteit bij bedrijven Bedrijven en mobiliteit vraagt om een eigen aanpak. We gaan bedrijven stimuleren om zowel het woon-werkverkeer van hun personeel, als de vervoersbewegingen in het kader van hun werkprocessen te verduurzamen. • Verbeteren van OV Samen met de regio gaan we in gesprek over het verbeteren van het OV in Rhenen en de regio.

7.0 Het goede voorbeeld De gemeente Rhenen heeft als doel per 2022 een energieneutrale gemeentelijke organisatie te hebben. Dit geldt voor het energieverbruik van de gebouwen, en het energieverbruik in de openbare ruimte. Denk hier bijvoorbeeld aan de openbare verlichting. Maar het gaat hierbij ook om investeringen/ingrepen die in de openbare ruimte plaats vinden. Hoe kunnen die zo energiezuinig mogelijk gerealiseerd woorden? Meer dan bij de andere thema’s heeft de gemeente dit zelf in de hand. Los van het feit dat de gemeente hiermee een bijdrage levert om als gemeente energieneutraal te worden, kan de gemeente ook het goede voorbeeld laten zien. Daarnaast wordt de gemeente in de gesprekken met bewoners en bedrijven serieus genomen wanneer de gemeentelijke organisatie haar deel van de energietransitie voortvarend oppakt. Voor het verduurzamen van het wagenpark wordt vooral gekeken naar de inzet van biogas.

7.1

Acties van de gemeente

Waarin neemt de gemeente het initiatief? • Duurzaam meerjaren onderhoudsplan. De gemeente maakt voor het verduurzamen van haar vastgoed een duurzaam meerjaren-onderhoudsplan (DMJOP). Hiermee krijgt het verduurzamen van de gebouwen een plek in de meerjaren onderhoudsplanning. • Gemeentelijke gebouwen aardgasvrij In nauwe relatie met de Transitievisie warmte onderzoekt de gemeente hoe de eigen gebouwen aardgasvrij kunnen worden. Uit de onderzoeken volgt per gebouw een voorstel, hoe en in welk tempo het gemeentelijk vastgoed op een duurzame wijze aardgasvrij gemaakt kan worden. • Afspraken met gemeenschappelijke regelingen(GR’s) Duurzaamheid wordt besproken met partners, zoals subsidie-ontvangende instanties en Gemeenschappelijke Regelingen (GR’s) zoals: VRU, AVU en ODRU. Er worden afspraken gemaakt over hoe deze organisaties verder verduurzamen. • Duurzaam gemeentelijk mobiliteitsbeleid Voor een duurzaam woon-werk vervoer onderzoekt de gemeente wat de mogelijkheden zijn. Er wordt ingezet op een aantrekkelijk mobiliteitsbeleid dat medewerkers stimuleert met de (e)fiets of het openbaar vervoer te komen.

16

• Verduurzamen wagenpark Voor het verduurzamen van het wagenpark wordt bij vervanging gekeken naar groengas. Mogelijk zijn er voor specifieke auto’s ook andere duurzame varianten. Hiervoor wordt een business case opgesteld. • Duurzame en circulaire inkoop Als opdrachtgever neemt de gemeente duurzaamheid en circulariteit op als voorwaarde bij haar inkopen en aanbestedingen. Geïnventariseerd wordt hoe duurzaam en circulair inkopen nu gebeurt binnen de gemeente en met welke (grote) aankopen en aanbestedingen op de korte termijn winst behaald kan worden op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. • Goede voorbeeld We communiceren over wat we doen en inspireren anderen om ook duurzaam aan de slag te gaan. • Communicatie Veel van de specifieke communicatiebehoefte en inzet, bijvoorbeeld ten behoeve van participatietrajecten, wordt bepaald bij de verdere uitwerking van de verschillende projecten. Voor herkenning en eenduidigheid gaan we een communicatieplan opstellen. Dit doen we vanuit het bredere perspectief, onder de paraplu duurzaamheid. Hieronder vallen naast energieneutraal Rhenen ook klimaatbestendigheid en circulaire economie. Het gaat hier dan om zaken als een herkenbaar logo en over communicatiemiddelen die “duurzaam-breed” kunnen worden ingezet.

8.0 Aanpak en organisatie De energietransitie gaat niet vanzelf. Er is een trendbreuk nodig om daadwerkelijk over te stappen op het gebruik van duurzame energie en om, in combinatie met een stevige energiebesparing, in 2040 energieneutraal te zijn. De energietransitie vraagt een investering van iedereen. Zowel van inwoners, belangrijke stakeholders als van bedrijven. Maar ook van bijvoorbeeld de woningcorporatie Rhenam en burgerinitiatief Energiek Rhenen. De samenwerking met de stakeholders en bewoners zal verder geïntensiveerd moeten worden. Iedereen, vanuit zijn of haar eigen rol en verantwoordelijkheid, zal een bijdrage moeten leveren aan de transitie. Dit vraagt van de gemeente om duidelijk de regie te pakken en om vanuit de ambitie concrete stappen te zetten naar die energieneutrale samenleving. Naast de rol van regisseur zal de gemeente ook andere rollen moeten aannemen, bijvoorbeeld die van initiatiefnemer, facilitator en projectleider.

17

Om de energietransitie te laten slagen, is het goed om vanuit verschillende uitgangspunten te werken. Alleen dan kan op een duurzame wijze de komende decennia de energietransitie vorm krijgen. Het gaat om de volgende uitganspunten: Duurzaam Betaalbaar

Alle activiteiten en processen op het gemeentelijk grondgebied leveren geen bijdrage meer aan klimaatverandering in de vorm van CO2-uitstoot Iedereen in Rhenen kan beschikken over een duurzame warmte- en elektriciteitsvoorziening tegen een betaalbare prijs

Betrouwbaar

De energievoorziening biedt een hoge mate van leveringszekerheid

Gezamenlijk

De energietransitie is van ons allemaal, iedereen doet mee vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid

Samenwerking De energietransitie is een gezamenlijke opgave waarbij op verschillende onderwerpen en gebieden (zoals buurten, bedrijventerrein en buitengebied) verschillende partijen (bewoners, bedrijven en stakeholders) een rol hebben. Van specifieke belangengroepen tot woningeigenaren. De participatie wordt dan ook per onderwerp opgepakt en vormgegeven. Belangrijke stakeholders zijn o.a.: • • • • • •

Bewoners Bedrijven Woningbouwcorporatie Rhenam Energieloket Rhenen Netwerkbedrijf Stedin Werkgroep Energiek Rhenen

8.1

Hoe organiseren we dit?

• • • • • •

Werkgroep Duurzaam Rhenen Energiecoöperatie ValleiEnergie Marktpartijen Gebiedscoöperatie O-gen Waterschappen Ondernemersverenigingen

Energietransitie en een energieneutraal Rhenen zal een integraal onderdeel moeten worden van de gemeentelijke beleidsdoelen. De acties en activiteiten in de routekaart worden dan ook zo veel mogelijk belegd binnen de lijn. Dit betekent dat bij de verschillende beleidsterreinen vanuit energietransitie een beroep gedaan wordt op kennis en capaciteit. Denk hierbij aan input vanuit Openbare Werken bij het opstellen van de Transitievisie Warmte of input vanuit Ruimte voor een beleidskader grootschalige duurzame elektriciteit opwek. Binnen elk werkveld van de gemeentelijke organisatie is een eigen aanspreekpunt energie. Sturing en monitoring op de doelen van de routekaart wordt georganiseerd vanuit het programma Duurzaam en klimaatbestendig Rhenen. Hierbij wordt voor monitoring op basis van data gebruik gemaakt van de landelijk veelgebruikte klimaatmonitor van Rijkswaterstaat. Voor de voortgang van de genoemde acties wordt een stoplichtsysteem ingericht. Bijsturing vindt plaats op basis van monitoring en nieuwe relevante ontwikkelingen. Per thema wordt een eigenaar benoemd.

18

Bijlage 1 Scenario’s invulling elektriciteitsbehoefte

19

Bijlage 2 Landelijke ontwikkelingen 1

Duurzame Warmte

Nederland gaat van het aardgas af. Op landelijk niveau is besloten dat in 2050 aardgas in heel Nederland is uitgefaseerd. Om dit te bereiken is in het Klimaatakkoord afgesproken dat: •

•

elke gemeente uiterlijk eind 2021 een Transitievisie Warmte heeft. Dit is de start van een traject om samen met bewoners en stakeholders de warmtetransitie vorm te geven. De Transitievisie Warmte moet elke vijf jaar geactualiseerd worden. In de Transitievisie Warmte wordt onder andere inzichtelijk: o wat per wijk/buurt/gebied het meest waarschijnlijke alternatief voor aardgas is; o welke wijken er als eerst van het aardgas af gaan en o hoe aan deze transitie vorm gegeven wordt. voor de gebieden/wijken die voor 2030 van het aardgas af gaan een Uitvoeringsprogramma op Wijkniveau wordt opgesteld. Daarin wordt in samenspraak met stakeholders, gebouweigenaren en bewoners definitief de keuze gemaakt voor het duurzame alternatief voor het betreffende gebied.

Deze plannen moeten er voor zorgen dat in de huidige regeerperiode 30.000 tot 50.000 bestaande woningen in Nederland aardgas vrij worden en tussen 2022 en 2030 nog eens 1,5 miljoen woningen/gebouwen. Belangrijk voor het slagen is het op orde hebben van de juiste condities en instrumentarium. Zo moet nog de nodige wet- en regelgeving aangepast worden om het slagen van de warmtetransitie te bevorderen. Denk hierbij aan de bevoegdheid voor gemeenten om gebieden aan te wijzen die aangesloten worden op een duurzaam alternatief (en daarmee van het aardgas af gaan) en het juridisch mogelijk maken van gebouwgebonden financiering. Deze aanpassingen staan voor 2022 op de wetgevingsagenda.

Duurzame alternatieven Er zijn verschillende duurzame alternatieven waarmee woningen en gebouwen op een duurzame wijze verwarmd kunnen worden. Vanuit de infrastructuur bezien zijn er grofweg drie hoofdvarianten. Uitgangspunt is hierbij: welke energie-aansluiting krijgen de gebouwen. Dat zijn: IV. all electric V. warmtenet VI. Groengas

het gebouw en/of de woning heeft alleen een (verzwaarde) elektriciteitsaansluiting het gebouw en/of de woning heeft een aansluiting op een warmtenet het gebouw en/of de woning heeft een aansluiting op een groengasnetwerk

20

I. All-electric Zoals gezegd is een all-electric gebouw een gebouw dat alleen op het elektriciteitsnet is aangesloten. De mogelijkheden die hieronder vallen zijn: • • • • •

warmtepomp; zonneboiler; infraroodpanelen; elektrische cv-ketel; houtpellet of biomassa ketel.

Sommige van deze technieken zijn zowel in de ‘all-electric’ variant als in de ‘warmtenet’ variant mogelijk, afhankelijk van de schaal. Een voorbeeld hiervan is een all-electric woning met een warmtepomp en een warmtenet waarbij een (grote) warmtepomp zorgt voor de collectieve warmte. II. Warmtenet De technologie van warmtenetten (ook wel stadsverwarming genoemd) is niet nieuw en wordt al op meerdere plekken in Nederland toegepast. “Oude” warmtenetten worden meestal gevoed door een enkele bron die vaak gebaseerd is op een fossiele brandstof, bijvoorbeeld een gasgestookte energiecentrale of afvalverbrandingscentrale. Daarentegen worden duurzame warmtenetten vaak op verschillende plekken gevoed door kleinere, niet fossiele bronnen. Bijvoorbeeld een Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) en aardwarmte. Hierdoor is het warmtenet duurzamer, minder afhankelijk van een enkele bron en is het daardoor robuuster. Een warmtenet heeft twee buizen, één als toevoer en één als afvoer. De toevoerbuis brengt de warmte naar de woningen en/of gebouwen. In de afvoer komt het water terug nadat deze de warmte heeft afgegeven aan het gebouw. In de afvoer is de temperatuur van het water dus lager dan bij de toevoer. Warmtenetten zijn er in verschillende temperaturen; laag, middel en hoog.

Dit is mede afhankelijk van de bron waar de warmte vandaan komt en de energievraag en isolatiegraad van de gebouwen. Tot slot zijn er ook verschillen in de grootte van warmtenetten. Van een klein warmtenet waaraan een aantal woningen of gebouwen zijn aangesloten tot een groot warmtenet waarmee hele wijken en steden van warmte worden voorzien. III. Groengas: biogas, syngas en waterstofgas Er zijn een aantal alternatieve groengasvormen, zoals syngas, biogas en waterstofgas. Echter, de potentie is beperkt of nog niet op grote schaal toepasbaar. Zo is de potentie van biogas maximaal 10% van het huidige gasverbruik in Nederland (bron: ECN, Energieonderzoek Centrum Nederland) Met deze alternatieve vormen van gas kunnen zeer hoge temperaturen bereikt worden. Een woning verwarmen vraagt een lagere temperatuur. Het ligt dan meer voor de hand om deze alternatieve gasvormen met name in te zetten in productieprocessen waarbij hoge temperaturen nodig zijn. Waterstofgas is een techniek die erg in ontwikkeling is. Op dit moment is het niet geschikt om grootschalig in te zetten om woningen en gebouwen te verwarmen. Daarnaast zijn er verschillende toepassingen die ook een beroep gaan doen op het beschikbare waterstof, zoals (zware) industrie, het wagenpark en de opslag van duurzame energie. Tot slot is voor het produceren van waterstof relatief veel elektriciteit nodig.

Alleen wanneer duurzame energie wordt

21

gebruikt voor de productie van waterstof is waterstof een groengas. Waterstof heeft een rol in de energietransitie, hoe die er precies uit komt te zien wordt de komende jaren steeds duidelijker Isolatie Voor een groot deel van de duurzame alternatieven voor aardgas is voor een goede werking voldoende isolatie en ventilatie belangrijk. Dit betekent dat in woningen en gebouwen waarvan de isolatiewaarde op dit moment nog onvoldoende is (vaak de wat oudere woningen en gebouwen), isolerende maatregelen in combinatie met ventilatie genomen moeten worden. Bij verschillende alternatieven zijn de woningen en gebouwen comfortabel warm te krijgen wanneer er voldoende of zeer goede isolatie aanwezig is. Zo is bij een goede werking van de laagtemperatuurwarmtepomp een bepaalde mate van isolatie noodzakelijk. Nieuwbouw woningen krijgen nu standaard goede isolatie. Bij bestaande woningen geven het bouwjaar en of er daarna eventueel na-isolatie is aangebracht richting om te bepalen of er voldoende isolatie aanwezig is. Extra aandachtspunten voor bedrijven Afgezien van de schaal zijn de opties voor verwarmen voor woningen, bedrijfsgebouwen en kantoren grotendeels vergelijkbaar. Wel hebben bedrijfsgebouwen en kantoren vaak een grotere koudevraag. Technische oplossingen die uitgaan van warmtepompen zijn hiervoor vaak aantrekkelijke alternatieven.

Daarnaast kunnen er op bedrijfsniveau uiteraard specifieke (productie)technieken worden toegepast die op fossiele energie werken. Ook hiervoor geldt dat er gezocht moet worden naar duurzame alternatieven.

2

Duurzame elektriciteit

In het Klimaatakkoord is gekeken wat er in 2030 landelijk aan duurzame elektriciteit opgewekt moet worden om landelijke klimaatneutrale ambities te halen. Dit heeft de opgave opgeleverd zoals in figuur 7 is weergegeven. Het grootste gedeelte, bijna 54%, komt voor rekening van wind op zee. De overige komt van zon op dak, zonnevelden en wind op land.

Wind op zee

49 TWh (176,4 PJ)

Wind op land/zon op veld

35 TWh (126 PJ)

Vanuit het eerder genoemde klimaatakkoord zijn regio’s opgeroepen aan te geven wat hun bijdrage zal zijn aan de nationale opgave via het opstellen van een Regionale energiestrategie (RES). Rhenen werkt hierin samen in de regio Foodvalley. In het Gelders Energieakkoord, welke de basis vormt voor het verder vormgeven van de RES Foodvalley is afgesproken om 55% CO2 te reduceren ten opzichte van 1990.

Zon op dak

7 TWh (25,2 PJ)

Totaal hernieuwbare elektriciteit

91 TWh (302,4 PJ)

Figuur 7; overzicht opgave aan duurzame Het fors inzetten van zonnepanelen op daken is niet voldoende om in de totale elektriciteitsbehoefte elektriciteit, bron Klimaatakkoord te voorzien. Ook het gebruik van windmolens en/of zonnevelden is nodig om in de verwachte eigen elektriciteitsbehoefte te voorzien. In het licht van de RES en de afspraken die met de regio worden gemaakt, wordt inzichtelijk waar in de regio het beste duurzame energie opgewekt kan worden. Dit kan mogelijk betekenen dat het beeld voor Rhenen anders wordt.

22

3

Duurzame mobiliteit

Elektrische auto’s zijn momenteel erg in opkomst. Steeds meer autofabrikanten komen met elektrische varianten op de markt en de ontwikkelingen zorgen ervoor dat elektrische auto’s meer kilometers kunnen rijden op een volle accu. Daarnaast kunnen de accu’s steeds sneller geladen worden. Vanaf 2030 is elke nieuwe auto een elektrische auto. Ook andere vormen van duurzame brandstoffen zijn in ontwikkeling. Denk hierbij aan de auto op waterstof (net zoals elektrische auto’s alleen echt duurzaam wanneer een duurzame bron ten grondslag ligt) en groengas. Hoewel voor een belangrijk deel het Rijk aan zet is in de transitie naar duurzame mobiliteit, kunnen ook op lokaal niveau initiatieven worden genomen.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10763351/1