Bijlage 2 - Rekenkamerrapport Burgerparticipatie
Tekst van het document
4.2 Evaluatie individuele burgerparticipatietrajecten Op het niveau van de afzonderlijke, afgeronde participatietrajecten is met uitzondering van het traject rond de herinrichting van de Nieuwe Veenendaalseweg, geen informatie gevonden over de waardering van betrokken burgers over de uitkomsten van het participatieproces. Wel hebben de betrokken moderatoren het beeld dat er veel waardering is voor de resultaten - zowel inhoudelijk als qua proces - bij de deelnemers aan de trajecten. Het regelmatig ontbreken van heldere kaders vooraf, een duidelijk startdocument en/of verslagen van bijeenkomsten maken het ook lastig de resultaten te beoordelen en evalueren. Maar dat kan een bewuste keuze zijn om de samenspraak met burgers ook een kans te geven. Ook proces-evaluaties (verlopen de trajecten zoals bedoeld, wat kan er anders of beter, zijn participanten tevreden over aanpak en resultaat) zijn niet gevonden. Wel zijn er in raadsstukken soms korte beschrijvingen opgenomen van de procesgang en wordt er melding gemaakt of het participatietraject tot aanpassing in voorstellen heeft geleid. Moderatoren hebben in het begin in intervisie-trajecten wel hun rol in de procesgang geëvalueerd en dat heeft ook tot aanpassingen geleid. Zo treden moderatoren alleen nog op als procesbegeleider en bemoeien ze zich niet met de inhoud.
4.3 Evaluatie van het overall beleid Door het ontbreken van een overall beleidsdocument over wat de gemeente nu eigenlijk wil bereiken met de burgerparticipatietrajecten, wat ze daarvoor gaat doen en hoe ze de resultaten in beeld wil brengen is evalueren en lessen trekken lastig. Een evaluatie van het beleid is dan ook niet beschikbaar.
23
5. Betrokkenheid en opvattingen van de raad In de loop van het onderzoek is in één bijeenkomst gesproken met een negental raadsleden en fractievolgers over het gevoerde burgerparticipatiebeleid. Hierin kwamen geen negatieve opvattingen naar voren over het belang van burgerparticipatietrajecten. Er waren wel diverse kritische kanttekeningen bij de uitvoering van de participatietrajecten. Onderstaand worden die per thema kort toegelicht. Informatie aan de raad Diverse gesprekspartners geven aan dat de informatie aan de raad te wensen over laat. Zo wordt aangegeven dat lang niet altijd duidelijk is wat de reikwijdte, inhoud en aanpak van de (voorgenomen) participatietrajecten is. Daarbij gaat het vooral om meer transparantie vooraf - onder meer met betrekking tot onderwerp en de kaders waarbinnen de participatietrajecten plaatsvinden en achteraf, na afronding van een traject moeten de opbrengsten ook helder worden aangegeven. De gesprekspartners vinden dat dit lang niet altijd het geval is. De rekenkamer heeft in dit onderzoek niet kunnen constateren dat de besluitvorming van de raad (sterk) wordt beïnvloed door de resultaten van de participatietrajecten. Rol van het Participatiestatuut Sinds de vaststelling van het participatiestatuut heeft de raad ervoor gekozen om twee burgerparticipatietrajecten op te starten met een actieve betrokkenheid van de raad.
Daarbij is/wordt zoveel mogelijk conform de afspraken in het participatiestatuut gewerkt. Een daarvan is afgerond (herinrichting Nieuwe Veenendaalseweg), de andere loopt nog (Visie op Rhenen 2035). Door meerdere aanwezigen werd aangegeven dat onduidelijk is in hoeverre het participatiestatuut bij andere, waarderend-vernieuwen-trajecten wordt gevolgd. Voor de twee statuut-trajecten zijn uitnodigingen verstuurd aan de raadsleden. Enkele raadsleden gaven aan dat - indien ze aanwezig zijn als toehoorder – ze worden aangesproken op hun lidmaatschap van de raad of hen wordt gevraagd gewoon ‘mee te praten’. Daarmee ontstaat een - vanuit het statuut gezien - ongewenste rolvermenging.19 Representativiteit Meerdere gesprekspartners hebben vragen met betrekking tot representativiteit van de deelnemers aan een traject.
Vormt het Rhenen spreekt-panel een goede afspiegeling van de bevolking in de gemeente en hoe betrouwbaar zijn de uitkomsten van de Rhenen-spreekt enquêtes, melden zich alleen de spraakmakers? Is altijd wel scherp wie de beoogde participanten zijn en hoe worden de ‘ongehoorden’ benaderd en betrokken? Uitvoering Enkele gesprekspartners geven aan dat burgerparticipatie nog niet voor alle ambtenaren vanzelfsprekend lijkt, ook al worden ze er wel voor opgeleid en getraind: ”Participatie stroomt nog niet door de aderen van de ambtenaren.” Daarbij kan participatie in het gedrang komen, omdat er onvoldoende tijd voor is ingeruimd. Het kost tijd en inzicht om de ‘ongehoorden’ erbij te betrekken. Kosten en opbrengsten Het is volgens de gesprekspartners vooraf niet duidelijk of participatie relevant en/of mogelijk is, en of de kosten van het participatietraject opwegen tegen de (materiële en financiële) opbrengsten.
19
Volgens de betrokken moderator van de bijeenkomsten betrof dit echter een uitzonderlijke situatie.
24
Zeker wanneer de kaders over de speelruimte vooraf niet duidelijk zijn, kan participatie resulteren in het omgekeerde: protest van betroffen burgers tegen het resultaat. In het gesprek met de raadsleden en fractievolgers worden ook voorbeelden aangehaald van succesvolle (Herinrichting Nieuwe Veenendaalseweg en traject MFG-‘t Gastland) en minder succesvolle (Jongerenontmoetingsplekken Elst, Zonneveld Remmerden) trajecten.
25
6. Toekomstverwachtingen In de gesprekken met de moderatoren, raadsleden en fractievolgers over het gevoerde burgerparticipatiebeleid kwamen ook verwachtingen en wensen ten aanzien van burgerparticipatie in de toekomst aan de orde. Voor zowel de moderatoren als de raadsleden en fractievolgers geldt dat zij burgerparticipatie niet als een tijdelijk fenomeen zien, maar dat het in de toekomst een belangrijke rol zal blijven spelen. Moderatoren Voor de moderatoren geldt dat zij, net als de overige ambtelijk medewerkers, opgeleid en getraind zijn in de methode ‘waarderend vernieuwen’, een methode die in principe op vrijwel alle beleidsterreinen kan worden ingezet, zowel bij de ontwikkeling van beleid als de uitvoering ervan. Zij oordelen positief over de opbrengsten van (burger-)participatietrajecten, ook al heeft men wel al doende moeten leren en ging het niet overal helemaal goed. Gelet op de vele vraagstukken waarin gemeentelijke overheid en burgers gezamenlijk een verantwoordelijkheid en belang hebben, zien zij geen kentering op dit terrein plaatsvinden. Raadsleden en fractievolgers Het beeld dat burgerparticipatie bij de agendering, ontwikkeling en uitvoering van beleid een ‘blijvertje’ is, wordt gedeeld door raadsleden en fractievolgers. Er zijn niettemin door de raadsleden en fractievolgers enkele aandachtspunten benoemd.
In het bijzonder betreft dat: De ontwikkeling van een jaarlijkse participatie-agenda, waarin wordt opgenomen op welke terreinen participatietrajecten zullen gaan lopen; Versterken informatiepositie raad: participatie zou als standaardonderdeel opgenomen moeten worden in raadsvoorstellen. Hierbij zou aangegeven moeten worden of het een licht of zwaar participatietraject moet zijn. Investeren in verwachtingenmanagement: voor duurzaam participatiebeleid is het nodig dat vooraf goed wordt uitgelegd binnen welke kaders en (financiële) speelruimte de participatie plaatsvindt, dat inspraak of samenspraak met burgers er echt toe doet en dat de resultaten van de trajecten ook worden uitgevoerd. Burgerinitiatieven zouden nog verder versterkt kunnen worden: lok ze zelfs uit!
26
7. Geraadpleegde documenten en literatuur20 Gemeente Bodegraven-Reeuwijk, Participatieverordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk, Gemeenteblad 2021 nr. 240024 21 juli 2021 Gemeente Rhenen, Bestuursprogramma 2018-2022, Rhenen, juli-augustus 2018 Gemeente Rhenen, Bestuurlijk voorstel college Herinrichting Franseweg, Rhenen, mei 2021 Gemeente Rhenen, Bestuurlijk voorstel college Ontmoetingsplekken, Rhenen, 6 april 2021 Gemeente Rhenen, Coalitieakkoord 2014-2018, Rhenen Sterk en Sociaal, Rhenen, juni 2014 Gemeente Rhenen, Coalitieakkoord 2018-2022, Samen werken aan verbinding en vertrouwen, Gemeente Rhenen, Coalitieakkoord 2022-2026, Samen bouwen aan een duurzame toekomst, Rhenen juni 2022 Gemeente Rhenen, cultuurnota ‘Kleurrijk Rhenen’ 2019-2023, Rhenen, mei 2019 Gemeente Rhenen, Dossier Participatie Herinrichting Nieuwe Veenendaalseweg21, Rhenen september 2020 – november 2021 Gemeente Rhenen, Dossier Participatie Omgevingsvisie 2035, Rhenen, vanaf maart 2021 Gemeente Rhenen, Dossier Participatie Programma van Eisen Multi Functioneel Gebouw/ ’t Gastland, Rhenen 22, Rhenen, periode april 2021-juni 2021 Gemeente Rhenen, Erfgoedvisie Plan van aanpak, Rhenen, september 2021 Gemeente Rhenen, Inspraakverordening gemeente Rhenen, geldend van 01-03-2007 tot heden Gemeente Rhenen, Jaarverslag Gemeente Rhenen 2018, 2019, 2020, 2021 Gemeente Rhenen, Organisatievisie Rhenen 2020, november 2013
Gemeente Rhenen, Organisatievisie 2027, Slim samenspel, Gemeente Rhenen, februari 2022 Gemeente Rhenen, Participatiestatuut Gemeente Rhenen, Rhenen, maart 2018 Gemeente Rhenen, Participatietraject Initiatief Zonneveld Remmerden, Rhenen, 28 september 2021 Gemeente Rhenen, Programmabegrotingen Rhenen 2019, 2020, 2021 en 2022 Gemeente Rhenen, Next Step, uitnodiging cultuurconferentie 2019, Rhenen, januari 2019 Gemeente Rhenen, Verslag klimaatbijeenkomsten, 21., 27 en 29 november 2018, Rhenen, februari 2019 Gemeente Rhenen, Visie op en sociaal Rhenen in 2030, Rhenen, september 2022.
20
Bij onderstaande bronnen is voor zover mogelijk de datum/maand van publicatie aangehouden, maar vaak ontbreken deze. 21 Het dossier bestaat uit kadernota, nieuwbrieven, overzicht procesgang, kostenoverzicht, uitnodiging aan raadsleden 22 Het dossier bestaat uit onder meer uitnodigingsbrieven, nieuwsbrieven, resultaten Rhenen spreekt panel, versies programma van eisen
27
Gemeente Rhenen, Zes afspraken voor de verbetering van participatietrajecten, Rhenen, juni 2017 Groen, J Het stimuleren en ondersteunen van burgerinitiatief, Universiteit Leiden, januari 2018 Kensen, S, Politiek is van iedereen, meedoen aan initiatieven, Gemeente Rhenen en Academie voor Waarderend Vernieuwen, mei 2019 Moventum: Achtergrondvariabelen panelleden Gemeente Rhenen RES Foodvalley, Participatie in de RES 1.0 in Regio Foodvalley, voorjaar 2021 Peeters, B, Burgerparticipatie in de lokale politiek: een inventarisatie van gemeentelijk beleid en activiteiten op het gebied van burgerparticipatie, ProDemos, Amsterdam, 2012.
28
Bijlage 1: De deelvragen in het onderzoek Visie en beleid - Wat is de visie van de gemeente Rhenen op inwonerparticipatie? - Hoe is deze visie vertaald in beleid en praktische afspraken? - Hoe zijn dit beleid en praktische afspraken verankerd in de gemeentelijke werkprocessen? De uitvoering van participatietrajecten - Hoe ondersteunt het college participatie-trajecten, en maakt het college daarbij verschil in burger- en overheidsparticipatie? - Op welke terreinen, in welke programma’s zijn er participatietrajecten gestart in de periode 2018-2021? - Zijn er terreinen waar participatietrajecten ontbreken waar deze juist wel gewenst worden geacht, en zo ja wat zijn dan de redenen voor het ontbreken ervan? - In welke fasen van de beleidscyclus worden burgers geïnformeerd over de uitvoering van participatietrajecten en betrokken bij de uitvoering ervan? - In hoeverre zijn de mogelijkheden van de gemeente (zoals budget, tijd) afgestemd op de verwachtingen van de raad en burgers? - Hoeveel burgers doen er aan mee? - Zijn de doelen van de participatietrajecten en de rollen van de betrokken partijen duidelijk omschreven? - Hoe worden de uitkomsten van de participatietrajecten vastgelegd en vindt terugkoppeling van de resultaten van de trajecten plaats naar (betrokken) bewoners? - Wordt beoordeeld of het participatietraject tot betere besluitvorming en uitvoering van beleid/of meer
draagvlak voor het gemeentelijk handelen heeft geleid? En zo ja hoe doet de gemeente dat dan? Monitoring en evaluatie beleid - Hoe monitort en evalueert de gemeente het participatiebeleid? - Hoe en in hoeverre worden de burgers daarbij betrokken? - Welke lessen zijn er nu al uit de nog lopende en afgesloten participatietrajecten te trekken? Rol van de raad - Wat is de rol van de raad bij het burgerparticipatiebeleid? - Wordt de raad geïnformeerd over de (voorgenomen) participatietrajecten en de resultaten daarvan en wordt de raad in positie gebracht voor haar kaderstellende en controlerende taken? - Hoe ziet de raad haar eigen rol in participatietrajecten en hoe verhoudt deze rol zich tot haar volksvertegenwoordigende rol? - Heeft de raad hierover afspraken vastgelegd? Toekomstverwachtingen - Wat zijn de verwachtingen ten aanzien van participatietrajecten in de (nabije) toekomst, zowel vanuit de ambtelijke organisatie als de raad bezien? - Is het huidige participatiebeleid toegerust op deze verwachtingen, en zo nee wat moet er dan veranderen? - In hoeverre zijn de faciliteiten van de gemeente (zoals budget, tijd) afgestemd op de verwachtingen van de raad?
29
Bijlage 2: Beoordelingskader Aspect Visie
Beoordelingscriterium Er is een duidelijke heldere visie op burgerparticipatie en inspraak. De visie is gelinkt aan een passende bestuursstijl De raad heeft een duidelijke visie op participatie.
Vertaling naar beleid/afspraken Het college heeft afspraken vastgelegd om tot invulling van participatiebeleid te komen. De raad heeft kaders vastgesteld voor het participatiebeleid. De raad heeft afspraken vastgelegd over zijn eigen rol bij trajecten met burgerparticipatie. De ambtelijke organisatie is toegerust om haar rol in participatietrajecten te kunnen vervullen. Er is een afwegingskader op grond waarvan het opstarten van een participatietraject plaatsvindt. De uitvoering van participatietrajecten Er zijn duidelijke afspraken/overwegingen vastgelegd over het al dan niet starten van een participatietraject en wie daarin het voortouw heeft. Participatietrajecten vinden over de gehele breedte van het gemeentelijk beleid plaats Participatietrajecten starten in een zo vroeg mogelijk stadium van de planontwikkeling. Per participatietraject zijn vooraf heldere kaders vastgesteld waarbinnen de samenspraak met burgers en organisaties plaatsvindt. Bij het participatietraject zijn alle belangen/relevante groepen voldoende vertegenwoordigd/gehoord. Er worden passende communicatiemiddelen ingezet. De participatietrajecten zijn transparant. De resultaten zijn voor alle deelnemers en andere belangstellenden te volgen De uitkomsten van de trajecten worden duidelijk meegewogen bij de uiteindelijke besluitvorming.
De uiteindelijke besluiten, inclusief de verantwoording daarvan, worden gecommuniceerd naar de deelnemers in participatietrajecten. Er is voldoende budget en menskracht beschikbaar voor de uitvoering van het burgerparticipatiebeleid. Monitoring van het participatiebeleid 30
Het college monitort de uitvoering van het participatiebeleid. Betrokkenheid, draagvlak en tevredenheid van de burgers zijn hierin belangrijke criteria. Het college rapporteert daarover regelmatig (maar minimaal jaarlijks) aan de raad. Evaluatie participatietrajecten en beleid De afzonderlijke participatietrajecten worden geëvalueerd met de deelnemers aan de trajecten. Betrokkenheid, draagvlak en tevredenheid van betrokken burgers zijn hierin belangrijke criteria. Het participatiebeleid wordt periodiek geëvalueerd op basis waarvan zo nodig bijstelling van afspraken en/of werkwijze plaats vindt. Betrokkenheid Raad De raad wordt tijdig geïnformeerd over de voorgenomen participatietrajecten. De raad heeft de gelegenheid haar visie neer te leggen aangaande de kaderstelling waarbinnen de samenspraak plaatsvindt, de fase van de beleidscyclus waarin het participatietraject start en, de mogelijke participanten. De raad wordt in de gelegenheid gesteld bijeenkomsten in het kader van participatietrajecten bij te wonen. De raad wordt geïnformeerd over de resultaten van de afzonderlijke participatietrajecten. De raad weegt de resultaten mee in de besluitvorming. De raad ervaart de participatietrajecten als onderdeel van een betere besluitvorming. De raad wordt jaarlijks geïnformeerd over de uitvoering van het participatiebeleid.
De raad is betrokken bij de (periodieke) evaluatie van het participatiebeleid.
31
Bijlage 3. Sturingsstijlen De laatste jaren wordt door diverse (wetenschappelijke) instellingen een grote kloof tussen burger en politiek geconstateerd. Om die kloof te overbruggen zou een nieuwe vorm van overheidssturing nodig zijn om burgers en bestuur (in gemeenten) dichter bij elkaar te brengen, meer met elkaar te verbinden. Veel gemeenten staan voor grote maatschappelijke opgaven die zonder actieve betrokkenheid van burgers, bedrijven en instellingen niet tot een goed einde kunnen worden gebracht en tegelijkertijd zijn er steeds meer burgers die initiatieven van maatschappelijk belang nemen waarop de gemeentelijke overheden zouden moeten of kunnen inspelen. Besturen in de huidige tijd vraagt dan ook om reflectie op de bestuursstijl en bewustzijn van de rollen die de gemeente kan innemen op de diverse beleidsterreinen bij de uitvoering van zijn taken. Van der Steen, directeur van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB), heeft hiertoe een eenvoudig model ontwikkeld met vier typen sturingsstijlen met daarin de rollen die overheden kunnen innemen. Deze onderverdeling kan overheden helpen om inzicht te creëren in de eigen rol die gepakt kan worden bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid.
Van der Steen onderscheidt de rechtmatige, presterende, samenwerkende en responsieve overheid. De rechtmatige overheid handelt conform strikte regels en procedures en stelt legitimiteit centraal. De presterende overheid focust zich op het halen van de gestelde doelen, waarbij de regels als instrument worden ingezet om de doelen te bereiken. De regels dienen meer als randvoorwaarden, maar de focus ligt op presteren. In de samenwerkende, ook wel netwerkende, overheid staat de samenwerking met andere partijen centraal. Een dergelijke overheid zoekt partners en sluit samen met hen een akkoord over hoe de gestelde doelen door gezamenlijke inspanning bereikt kunnen worden. Een responsieve overheid heeft oog voor alle verschillende initiatieven in de publieke ruimte. Deze overheid dient per initiatief te bepalen of het ondersteuning verdient en of het aansluit bij het eigen beleid. Alle vier de rollen zijn binnen elke overheidsorganisatie aan de orde. Van der 32
Steen stelt dat een burger die een initiatief neemt een kans is voor de overheid om waarde te creëren in de openbare ruimte. Gemeentelijke overheden zouden daarom responsief moeten zijn met het achterliggende doel dat initiatieven zich uitbreiden, duurzaam worden en ook in andere wijken/gebieden effect sorteren. Desondanks is dit niet de enige rol die van belang is en dient bij elk initiatief nauwkeurig te worden bepaald hoe deze het beste behandeld kan worden. Volgens van der Steen is leren op dit moment het belangrijkst. Er dient vooral ervaring op te worden gedaan en op basis van goede argumenten uitgelegd te worden waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Bron: Groen, J Het stimuleren en ondersteunen van burgerinitiatief, Universiteit Leiden, januari 2018
33
Bijlage 4. Methode ‘waarderend vernieuwen’ Al voor de vorming van de coalitie in 2014 is in Rhenen een traject ingezet ter ondersteuning van een nieuwe, meer verbindende bestuursstijl. Dit traject werd uitgevoerd volgens de methode ‘waarderend vernieuwen'. Zowel in Rhenen Sterk en Sociaal als het latere Participatiestatuut van 2018 is deze methode dé manier waarop in Rhenen handen en voeten zal worden gegeven aan de verbindende bestuursstijl, in het bijzonder aan het betrekken van burgers, bedrijven en instellingen bij de agendering, ontwikkeling en uitvoering van beleid. De methode biedt een manier om met mensen die van elkaar verschillen, tot een resultaat te komen dat voor hen en voor anderen nieuw, maar bovenal betekenisvol is. Waarderend vernieuwen is een methode die iedereen in zijn waarde wil laten en uitnodigt samen op te trekken, daar waar dit meerwaarde biedt. De methode van waarderend vernieuwen is een uitwerking van deze grondhouding en onderscheidt vijf stappen.
De eerste stap in het proces is het nemen van een initiatief om tot verandering te willen komen. Dit initiatief geeft de richting aan voor het vervolg en opent het gesprek met betrokkenen/ belanghebbenden. In de fase van verkennen zoekt de initiatiefnemer contact met (potentieel) betrokkenen en belanghebbenden en worden samen goede en minder goede ervaringen met het onderwerp gedeeld en wordt het speelveld verder verkend. De verkenning geeft bovendien duidelijkheid over de kaders waar rekening mee moet worden gehouden. Zo kunnen er belangrijke wettelijke regels zijn of beleidsuitgangspunten. De fase van verlangen begint wanneer er voldoende gezamenlijk is verkend. In deze fase staat de vraag centraal: Wat kan er ontstaan wanneer wij het goede dat er al is versterken? En wat is er dan nog meer mogelijk? Met een concreet beeld voor ogen van wat men wil bereiken, kan de stap naar vormgeven worden gezet. Hoe organiseren wij het proces om bij ons verlangen uit te komen? Wat en wie zijn er nodig en in welke volgorde? Wanneer globaal duidelijk is welk proces naar het doel leidt, is het tijd voor actie. Dit is de fase van vernieuwen. ‘Waar kan direct mee begonnen worden? Wat vergt meer voorbereidingstijd? En hoe dan ook: wie doet wat?’ In ieder geval is er altijd iemand nodig die voor het proces en de voortgang zorgt. Bron: Politiek is van iedereen, Meedoen aan initiatieven 34
Bijlage 5. Participatiestatuut van de gemeente Rhenen Participatiestatuut 1. Dit participatiestatuut heeft betrekking op die onderwerpen waarbij besluitvorming uiteindelijk in de gemeenteraad plaatsvindt. 2. De gemeente nodigt burgers, ondernemers, partners en leden van belangenorganisaties uit hun inbreng en bijdrage te leveren. De uitnodiging kan gelden vanaf het agenderen van een onderwerp tot en met het in de praktijk brengen van een besluit. 3. Het besturen van de gemeente wordt zo een gezamenlijke activiteit waarbij er wel duidelijke verschillen zijn in verantwoordelijkheden en rollen. Dit statuut geeft hier inzicht in. 4. De gemeenteraad is er alert op dat iedereen in de gemeenschap kan meedoen. De raad heeft daarom het college van burgemeester en wethouders verzocht om: a. per participatietraject in principe meerdere communicatie- en participatievormen in te zetten, zodat mensen kunnen meedoen op de manier die hen past. b. het initiatief te nemen om nieuwe vormen te blijven ontwikkelen. c. raadsvoorstellen te voorzien van een communicatie-/ participatieparagraaf met daaraan gekoppeld een begroting, omdat participatie geld en ambtelijke tijd kost. d. tussentijds de raad en de burgers van Rhenen te informeren over de voortgang van het participatietraject. De voortgang is te vinden op de gemeentewebsite. 5.
De gemeente vindt de samenwerking met burgers, ondernemers, partners en leden van belangenorganisaties belangrijk, omdat a. kennis van zaken overal zit b. ervaringen, meningen en gevoelens tegenwoordig ook belangrijk zijn voor beleid en besluiten c. de onderlinge verhoudingen in de samenleving horizontaler zijn geworden; er is gelijkwaardigheid én gevoel voor verhoudingen. 6. Mensen willen meedoen en hun bijdrage leveren. De gemeente verwelkomt dit. 7. Aan de andere kant, mensen willen ook weten waar zij aan toe zijn. Het college en de raad zijn helder in de kaders die worden gehanteerd. Kaders geven stellig aan wat belangrijk is voor de gemeente en waar de beperkingen zitten, ook financieel en in de tijd gezien. 8. Van alle mogelijke participatievormen, hecht de gemeente in het bijzonder aan bijeenkomsten en digitale enquêtes. 9. Bijeenkomsten zijn belangrijk om deelnemers de gelegenheid te geven: i. zich nader te informeren, ook mondeling naast schriftelijke informatie ii. hun ideeën door middel van dialoog nader te ontwikkelen iii. te vertellen over goede en slechte ervaringen iv. van elkaar te horen hoe zij verschillend denken over onderwerpen en er verschillend tegenover staan 35
v. een stemming te laten ervaren van ‘we verkennen samen en doen samen’. 10. Raadsleden worden altijd uitgenodigd voor deze bijeenkomsten. Zij zijn toehoorder; een vraag ter verduidelijking stellen, mag. Raadsleden laten zich op deze wijze adviseren en horen zo uit eerste hand wat er leeft in de samenleving. 11. Van iedere bijeenkomst wordt een verslag gemaakt. Het concept wordt binnen 14 dagen naar deelnemers gemaild. Deelnemers kunnen correcties doorgeven en deze worden in het eindverslag verwerkt. 12. Digitale enquêtes bieden de gelegenheid om ongeacht locatie of tijdstip, mee te doen. Het invullen van een enquête is ook snel. Enquêtes zullen met regelmaat worden voorgelegd aan het digitale burgerpanel. Via de gemeentewebsite kunnen ook anderen de enquête invullen. Bovendien kunnen zij zich aanmelden voor het digitale burgerpanel. De enquêtes bieden inzicht in wat er leeft onder de bevolking. De resultaten van de enquêtes worden gepubliceerd op de gemeentewebsite en verwerkt in raadsvoorstellen. 13. De raad laat de uitkomsten van het gehele participatieproces zwaar wegen én zal zelfstandig afwegingen moeten maken in relatie tot andere keuzes en kwesties uit het verleden, in het heden en voor de toekomst. Teneinde de raad hiertoe goed de gelegenheid te geven, worden de inhoudelijke resultaten van het gehele participatieproces verwerkt in een aparte tekst.
Op basis van deze tekst kan de raad de inhoudelijke resultaten zelfstandig beoordelen en zelf tot conclusies komen. Deze aparte tekst kan onderdeel zijn van het voorstel dat in de raad wordt besproken (een hoofdstuk of bijlage bijvoorbeeld). 14. Dit participatiestatuut is een toevoeging en staat los van de formele inspraakrechten die burgers hebben. 15. Tot slot. De bedoeling van dit participatiestatuut is om samen verkennen en samen doen – oftewel waarderend vernieuwen - zo veel en zo goed als mogelijk uit te dragen als gemeente. a. Er kan altijd mee worden begonnen en de eerste stap is altijd verkennen. b. Verkennen gaat uit van oprechte interesse in de ander en de ander uitnodigen om zijn of haar inbreng te geven. c. Typische verkenningsvragen zijn: Waar hebben we het over? Wie wil wat graag en waarom? Waar hebben we rekening mee te houden? Wat is er al en wat weten we al waar we op voort kunnen bouwen? d. Verkennen vraagt vertrouwen; gefaseerd maar gestaag bereiken we met elkaar een goed resultaat. e. Alle pijn, zorgen en kritiek mogen op tafel komen; we luisteren er rustig naar en reageren er op. Maar we stellen ook altijd de vraag: hoe gaan we constructief verder met elkaar en waar willen we met elkaar uitkomen? Het doel is immers om iets met elkaar te vernieuwen. f. We vertrouwen op ieders goede intentie.
36
Bijlage 6. Overzicht burgerparticipatietrajecten 2018-2021 In Rhenen zijn in de periode 2018-2022 achtentwintig participatietrajecten gestart, onder verschillende collegeprogramma’s. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de burgerparticipatietrajecten naar deelprogramma. Tabel: 1 Overzicht burgerparticipatietrajecten naar programma, periode 2018-2022 Deelprogramma Bestuur Raadpleging burgers collegeprogramma (2018 en 2022) Polls Rhenen spreekt, vanaf 2019 Visie op Rhenen, lopend traject vanaf 2020, participatiestatuut van toepassing Ruimtelijke ontwikkeling Herontwikkeling Elsterstraatweg 51–71, lopend traject vanaf 2016 Herinrichting Franseweg Elst (2019) Herinrichting Nieuwe Veenendaalseweg (2020-2021) participatiestatuut van toepassing Herontwikkeling Nieuwe Veenendaalseweg 51a-55, lopend traject vanaf 2020 Herontwikkeling locatie oude dorpshuis Elst, lopend traject vanaf 2020 Herinrichting schoolzone Daltonschool, Bantuinweg (vanaf 2018-21) Voorontwerp Achterbergse Erven, vanaf 2022 Openbaar groen Vergroening pleinen en straten, doorlopend vanaf 2019 Schoolplein Bantuinweg (2021) Duurzaamheid Klimaatateliers (2018) Regionale Energiestrategie (start 2019, doorlopend) Zonneveld Remmerden (2021) Warmtetransitie, pilots Remmerden en Achterberg, vanaf 2022 Sociaal Domein Sportakkoord, 2018 Ontwikkeling Sociaal Portaal, klantenpanel, 2018 Beweegtuin Rhenen, 2019-2020
Jongeren ontmoetingsplek Elst, 2019-2021 Nieuw MFG -’t Gastland, Groeneweg Rhenen 2021 Netwerk Meedoen en het netwerk Waardevol zelfstandig thuis Plan van aanpak Armoedebeleid 2021 Economische zaken Evaluatie ontwikkeling binnenstad 2018 Ontwikkeling horecavisie 2018 Visie / Beleidsplan Recreatie & Toerisme (2019) Cultuurconferentie/Visie op cultuur (2019) Masterplan passantenhaven (vanaf 2019) Ontwikkeling erfgoedvisie (2021) Bron: jaarverslagen gemeente Rhenen 2018, 2019, 2020 en 2021 37
Bijlage 7: Participatieverordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk, inleiding en hoofdstuk inwonerparticipatie Verordening van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk houdende regels voor participatie en inspraak bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van gemeentelijk beleid en voor het uitdaagrecht voor ingezetenen en maatschappelijke initiatieven (Participatieverordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2021) De raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk; gelezen het voorstel van de Tijdelijke Raadscommissie Participatieverordening; gelet op artikel 150 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Participatieverordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2021 Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen Artikel 1. Onderwerp verordening Deze verordening regelt de betrokkenheid van bewoners bij de ontwikkeling – mede omvattend de voorbereiding, uitvoering en evaluatie - van gemeentelijk beleid en de rol van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van burgers, maatschappelijke organisaties, of andere betrokkenen. Artikel 2.
Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - inspraak: een door of namens een bestuursorgaan georganiseerde gelegenheid voor burgers, bedrijven en andere belanghebbenden om hun mening over beleidsvoornemens te geven en daarover toelichting te geven en van gedachten te wisselen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming door de gemeenteraad, of door het college van burgemeester en wethouders of door de burgemeester; - inwonerparticipatie: het op initiatief van de gemeente betrekken van burgers, bedrijven en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid, projecten en programma’s. Inwonerparticipatie kan de vorm aannemen van informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen; - overheidsparticipatie: de manier waarop de gemeente ondersteuning of een bijdrage geeft aan publieksinitiatieven van burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden.
Deze ondersteuning kan de vorm aannemen van loslaten, stimuleren, faciliteren, regisseren en reguleren; - participatie: het betrekken van burgers, bedrijven en andere belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid of gemeentelijke plannen, alsmede (het door de gemeente ondersteunen van) publieksinitiatieven van burgers, bedrijven en andere belanghebbenden met impact op de lokale samenleving; - publieksinitiatief: initiatieven van burgers, maatschappelijke organisaties of bedrijven, of een combinatie daarvan; - uitdaagrecht: het recht op het overnemen van taken van de gemeente. Artikel 3. Doelstelling en reikwijdte
38
1. Deze verordening beoogt de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten, de samenwerking tussen gemeente en bewoners te versterken en helderheid te scheppen over proces en rolverdeling. 2. Inwonerparticipatie en/of inspraak wordt in beginsel toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die in aanzienlijke mate geraakt zullen worden door het betreffende beleid of besluit, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken bewoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling van het beleid of besluit. 3. Inwonerparticipatie en/of inspraak wordt in beginsel niet toegepast: a. als dit bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten of indien er sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij de gemeente geen ruimte heeft om eigen afwegingen te maken; b. ten aanzien van een beleidsvoornemen dat uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente; c. als dit betrekking heeft op de begroting, de rekening, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet. 4. Participatie, inspraak en uitdaagrecht wordt uitsluitend verleend aan burgers, andere belanghebbenden en bedrijven of organisaties die lokaal van belang zijn of een lokaal belang hebben. 5.
Deze verordening is niet van toepassing op inwonerparticipatie of andere initiatieven van burgers en bedrijven die al zijn geregeld in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures. 6. De gemeente geeft structureel inzicht in de gemeentelijke plannen, in het bijzonder voor de wijken en dorpen, zodat bewoners tijdig invloed kunnen uitoefenen. 7. Het college van burgemeester en wethouders neemt elk jaar een participatieparagraaf op in de begroting waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden. Hoofdstuk 2. Inwonerparticipatie Artikel 4. Participatieproces 1. Het bestuursorgaan stelt bij de start van elk participatieproces vast op welke manier inwonerparticipatie wordt toegepast. Indien inwonerparticipatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan in beginsel over de volgende punten een besluit: a. het doel en de intentie van de participatie; b. het niveau van de participatie, waarbij een keuze wordt gemaakt uit: informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen, of een combinatie hiervan; c. de kernvragen, de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de participatie en de wijze waarop deze kaders vooraf met de deelnemers worden gecommuniceerd; d. de wijze waarop en het tijdvak waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; e.
de wijze waarop democratische waarden zoals inclusie en transparantie in het proces worden gewaarborgd; f. de begroting van de kosten van het participatieproces; g. de wijze waarop de inbreng van bewoners zal doorwerken in de besluitvorming als bepaald in artikel 5. 39
2. Het bestuursorgaan maakt voor de start van het publieksparticipatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze. 3. Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de kaders bedoeld in het eerste lid, onder c, of de inrichting van het proces aan te passen, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd. 4. Bij inwonerparticipatie bij de voorbereiding van een raadsvoorstel informeert het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad zo snel mogelijk door toezending van het in het eerste lid bedoelde besluit. 5. Het college van burgemeester en wethouders kan voor specifieke beleidsterreinen nadere regelingen treffen. Artikel 5. Besluitvorming participatieproces 1. Het bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het participatieproces bekend op welke wijze de gemeente zal omgaan met de uitkomsten van het participatieproces en op welke wijze de besluitvorming zal plaatsvinden en kiest daarbij uit de volgende mogelijkheden: a. het bestuursorgaan neemt kennis van de uitkomsten van het participatietraject en zal nader afwegen of en in welke mate deze kunnen worden meegenomen in de politieke besluitvorming; b. het bestuursorgaan beschouwt de adviezen en conclusies uit het participatietraject als een zwaarwegend uitgangspunt bij politieke besluitvorming; c.
het bestuursorgaan neemt de adviezen en conclusies uit het participatietraject over mits deze passen binnen de vooraf gestelde inhoudelijke, financiële en procedurele kaders; d. gemeente, bewoners en betrokken organisaties treden in nader overleg teneinde de uitkomsten van het participatieproces om te zetten in een convenant of samenwerkingsovereenkomst waarin zij de gemaakte afspraken vastleggen. 2. Het bestuursorgaan kan na afloop van het participatieproces in uitzonderlijke gevallen van de op grond van het eerste lid gemaakte keuze afwijken, bijvoorbeeld omdat het participatietraject sterk uiteenlopende visies opleverde, omdat betrokken belangen onvoldoende zijn meegewogen of omdat de participatie leidde tot nieuwe ideeën en inzichten die op gespannen voet staan met de vooraf gestelde kaders. De afwijking van de uit hoofde van het eerste lid gemaakte keuze wordt expliciet gemotiveerd en gecommuniceerd aan de deelnemers aan het participatietraject. Artikel 6. Eindverslag participatieproces Ter afronding van het participatieproces, zoals bedoeld in het voorgaande artikel maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. Het eindverslag bevat in elk geval: a. een overzicht van het gevolgde participatieproces op hoofdlijnen; b. een weergave van de belangrijkste uitkomsten van het participatieproces; c.
de reactie van de gemeente op deze uitkomsten en de wijze waarop de gemeente de inbreng heeft benut bij de uitwerking van het beleidsvoorstel of uitvoeringsplan; d. een beknopte evaluatie van het participatieproces met de belangrijkste geleerde lessen. 2. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag openbaar. 3. Het college van burgemeester en wethouders brengt het eindverslag ter kennis van de raad indien het participatie bij een raadsvoorstel betreft. Bron: Gemeenteblad 2021 nr. 240024 21 juli 2021 40